Beleidsnota Subsidiebeleid gemeente Oudewater 2026

Geldend van 24-03-2026 t/m heden

Intitulé

Beleidsnota Subsidiebeleid gemeente Oudewater 2026

De raad van de gemeente Oudewater;

gelezen het voorstel d.d. 10 februari 2026 van:

  • -

    burgemeester en wethouders

gelet op het bepaalde in de Gemeentewet;

artikel 147, tweede lid.

b e s l u i t:

de beleidsnota Subsidiebeleid gemeente Oudewater 2026 vast te stellen.

1. Uitgangspunten subsidiebeleid

  • 1.

    Het subsidiebeleid van de gemeente geldt voor alle subsidies die de gemeente verstrekt.

  • 2.

    De gemeenteraad stelt het subsidiebeleid en de Algemene subsidieverordening (Asv), de begroting en de inhoudelijke beleidsnota’s vast.

  • 3.

    Het college stelt subsidieregelingen vast voor activiteiten waarvoor subsidie kan worden aangevraagd, gebaseerd op de beleidsnota’s en Asv.

  • 4.

    De gemeente verstrekt subsidies voor de kosten van activiteiten en niet voor de kosten van organisaties.

  • 5.

    Subsidies kunnen voor meerdere jaren achter elkaar worden verleend, indien de beoogde maatschappelijke effecten daar om vragen.

  • 6.

    Wanneer de gemeente subsidie verstrekt gaat zij uit van wederzijds vertrouwen tussen de gemeente en subsidieontvangers.

  • 7.

    De termijnen voor subsidieaanvragen en beslissingen sluiten aan bij de planning van zowel de gemeente als de ontvangers.

  • 8.

    Administratieve lasten staan in verhouding tot de hoogte van de subsidie, de professionaliteit van de subsidieontvanger en de omvang van de activiteiten.

  • 9.

    De gemeente wil bij elke subsidieaanvraag duidelijkheid over wat de activiteiten inhouden, wat die kosten en hoe die bijdragen aan de gemeentelijke beleidsdoelen.

  • 10.

    De gemeente wil bij elke eindverantwoording duidelijkheid over hoe de activiteiten zijn uitgevoerd, wat die hebben gekost en hoe die hebben bijgedragen aan de gemeentelijke beleidsdoelen.

2. Subsidie voor activiteiten

Subsidie is geen doel op zichzelf, maar een middel om een beleidsdoel of een wettelijke taak te realiseren. Niet de subsidieontvanger of het bedrag staan centraal, maar de te subsidiëren activiteiten. Dit betekent dat de kosten die worden gemaakt in principe moeten worden toegerekend naar een activiteit. Alleen op die manier kan inzichtelijk worden of de subsidie effectief wordt besteed.

3. Toepassingsbereik

Dit subsidiebeleid is van toepassing op alle subsidies die worden verstrekt door de gemeente. In dit subsidiebeleid gaat het niet over inhoudelijke thema’s maar uitsluitend over strategische keuzes voor de toepassing van het subsidie-instrument.

Het subsidiebeleid gaat niet over de wijze waarop de gemeente zelf subsidie aanvraagt. Het gaat ook niet over inkoop of inkoopbeleid. Subsidie is een bestuursrechtelijk instrument en inkoop een privaatrechtelijk instrument. Een zuivere lijn tussen inkoop en subsidies wordt geborgd in de gemeentelijke processen.

4. Bestuurlijke rolverdeling en relatie met andere beleidsnota’s.

De gemeenteraad stelt in thematische beleidsnota’s, de programmabegroting en de Algemene subsidieverordening de kaders vast om de activiteiten waarvoor het college subsidie verstrekt richting te geven. Met de programmabegroting stelt de raad ook de begrotingssubsidies vast.

De raad krijgt van het college inzicht in de verleende en vastgestelde subsidies bij de jaarrekening. De informatie die wordt verstrekt maakt het mogelijk om op zorgvuldige wijze te controleren hoe het college uitvoering heeft gegeven aan de door de raad vastgestelde beleidsnota’s. Het subsidiebeleid en de Asv worden niet vaak gewijzigd. Daarmee bieden zij lange termijn structuur voor de gemeente en voor aanvragers.

Aanvullend op deze kaders worden door het college subsidieregeling vastgesteld. Deze bevoegdheid is door de raad aan het college gedelegeerd in de Asv. In de Asv bepaalt de raad wat het college met subsidieregelingen mag regelen. Subsidieregelingen zijn een uitvoeringsinstrument van een thematische beleidsnota, waarin de subsidieverstrekking in operationele zin voor een specifieke activiteit wordt uitgewerkt. Door middel van heldere activiteitenomschrijvingen, eisen, voorwaarden, verplichtingen, subsidieplafonds etc. weten de aanvragers voor welke doelen en resultaten het college subsidie beschikbaar heeft en op welke wijze de aanvraag wordt beoordeeld. Voor alle zaken die niet zijn geregeld in de subsidieregelingen gelden de algemene bepalingen van de Asv. Subsidieregeling(en) kunnen gemakkelijk worden gewijzigd indien actualiteiten daartoe aanleiding geven en bieden daardoor flexibiliteit aan het college.

5. Soorten subsidies

De gemeente streeft een passende balans tussen flexibiliteit en zekerheid na voor ontvangers van verschillende soorten subsidies. Er zijn in totaal vijf soorten subsidies. Deze vloeien voort uit de Algemene wet bestuursrecht. Om goede aansluiting te houden met het nationale recht worden geen lokale subsidiesoorten gecreëerd. De gemeente maakt wel onderscheid tussen eenmalige, jaarlijkse en meerjarige subsidies. Dit betreft de subsidieperiode en niet over de subsidiesoort.

De gemeente maakt voornamelijk gebruik van de volgende drie wettelijke subsidiesoorten:

  • wettelijke voorschriften in de vorm van subsidieregelingen

  • begrotingssubsidies

  • incidentele subsidies

Er zijn nog twee soorten subsidies. Dit zijn subsidie direct op grond van een Europees programma en subsidie in afwachting van een wettelijk voorschrift. Deze subsidie-instrumenten worden niet tot nauwelijks ingezet door de gemeente.

Wettelijke voorschriften in de vorm van subsidieregelingen

De gemeente vindt het belangrijk dat subsidie in passende hoeveelheid en om duidelijke redenen wordt verleend. Daarom maakt de gemeente in principe gebruik van subsidieregelingen. Subsidie verstrekken op grond van een dergelijk wettelijk voorschrift is ook het wettelijke uitgangspunt. Met subsidieregelingen kan de gemeente scherpe en actuele verdeelregels opstellen. De gemeente maakt bij het opstellen van subsidieregelingen gebruik van het model van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) voor subsidieregelingen.

Begrotingssubsidies

In sommige gevallen zijn verdeelregels niet nodig. Bijvoorbeeld als er maar één partij is die een activiteit kan uitvoeren en er daarom niets hoeft te worden verdeeld. In dat geval kiest het college om de raad voor te stellen om de subsidieontvanger en het te ontvangen bedrag op de begroting te vermelden. Dit gaat vaak om subsidies die voor één of meer jaren aan organisaties worden verstrekt voor structurele activiteiten. De Asv is in beginsel ook van toepassing op deze subsidies. De gemeente maakt het voornemen om een begrotingssubsidie te verstrekken ten minste acht weken voorafgaand aan het besluit bekend.

Incidentele subsidies

Incidentele subsidies zijn subsidies waarvan nut of noodzaak niet vooraf kon worden voorzien. Bijvoorbeeld bij onverwachte omstandigheden of noodsituaties. Incidentele subsidies mogen van de wet voor de duur van ten hoogste vier jaren worden verstrekt. Wanneer de gemeente veelvuldig voor dezelfde activiteiten incidentele subsidies verstrekt, wordt een subsidieregeling opgesteld of wordt onderzocht of kan worden volstaan met een begrotingssubsidie. De Asv is in beginsel ook van toepassing op deze subsidies.

Indirecte subsidies en gemeentelijk vastgoed

Het ter beschikking stellen van gemeentelijk vastgoed tegen een huurprijs die lager is dan wat een marktconforme huur zou zijn, is geen subsidie. Alleen aanspraken op financiële middelen vallen onder het wettelijke subsidiebegrip. Aanspraken op levering in natura niet. Bij subsidiering is het verder van belang dat de subsidie altijd is gekoppeld aan een bepaalde activiteit. Het is wel mogelijk dat de kosten van activiteit in voorkomende gevallen voor 100% uit huurlasten bestaan. Bijvoorbeeld wanneer een maatschappelijk waardevolle activiteit wordt georganiseerd door vrijwilligers en daarom slechts de kosten van de locatie met zich meebrengt.

6. Meerjarig subsidiëren

De gemeente kan kiezen voor meerjarige subsidieverlenging indien de beoogde maatschappelijk effecten hierom vragen. Na afloop van een meerjarige subsidie wordt bekeken in hoeverre het wenselijk is om andere partijen in aanmerking te laten komen voor de subsidie. Bij meerjarig subsidiëren kan het college de subsidie op basis van een tussentijdse verantwoording jaarlijks vaststellen. Dit is geregeld in de Asv.

7. Concurrentie en staatssteun

De gemeente neemt bij subsidieverstrekking als uitgangspunt dat iedereen een gelijke kans krijgt om aanspraak te maken op een subsidie. Zodra meerdere partijen dezelfde activiteit willen uitvoeren – en de beschikbare subsidiemiddelen dus moeten worden verdeeld – stelt de gemeente daarom een subsidieregeling op. Soms is het echter niet wenselijk om volledige concurrentie toe te staan. Bijvoorbeeld wanneer cliënten niet makkelijk van aanbieder kunnen wisselen. De gemeente kan in zulke gevallen bepalen dat het algemeen belang zwaarder weegt dan het bieden van gelijke kansen aan potentiële aanvragers. De gemeente regelt dergelijke beperkingen van de mededinging in de subsidieregeling.

Bij het verstrekken van subsidies moet door de gemeente worden getoetst of sprake is van staatssteun. Dit is een Europeesrechtelijke verplichting. Indien sprake is van staatssteun, wordt de subsidie uitsluitend verleend binnen de kaders van een toepasselijke vrijstellingsverordening of na aanmelding bij de Europese Commissie. Dit toetsingsproces is geborgd in de Asv.

8. Subsidieplafonds en verdeelsystematiek

Een subsidieplafond is het bedrag dat gedurende een bepaalde periode beschikbaar is voor alle voor toewijzing in aanmerking komende aanvragen. Zonder subsidieplafond moet de gemeente in principe alle aanvragen die voldoen aan de criteria toekennen – ook als er geen budget meer is. De gemeente bepaalt per subsidieregeling een voorlopig subsidieplafond, voorafgaand aan het aanvraagtijdvak van de regeling. De gemeente moet aanvragen afwijzen voor zover toekenning het subsidieplafond zou overschrijden.

In voorkomende gevallen wordt een plafond pas met het vaststellen van de begroting door de raad bekrachtigd. Het is mogelijk dat het plafond dan lager of hoger wordt. Subsidies worden in die gevallen verleend onder begrotingsvoorbehoud.

Een subsidieplafond kan alleen worden ingeroepen door de gemeente wanneer daarbij ook een verdeelsystematiek is gepubliceerd. De gemeente publiceert de verdeelregels in de subsidieregeling waarop het plafond ziet, of bij afzonderlijk besluit samen met plafond. Het bestuursrecht kent vijf manieren om subsidie te verdelen, namelijk:

  • op volgorde van binnenkomst;

  • onderlinge rangschikking/tender;

  • loting;

  • evenredige verdeling;

  • evenredige korting.

De gemeente bepaalt op basis van het beleidsdoel welke verdeelmethode het meest passend is.

9. Indexering, loon- en prijscompensatie

De gemeente kan voor meerjarige subsidies besluiten dat jaarlijks een indexering van een subsidiebedrag plaatsvindt. Bij subsidies die ieder jaar opnieuw worden aangevraagd, wordt het aangevraagde bedrag steeds opnieuw beoordeeld. Er is dan geen sprake van automatische indexatie.

Indien subsidiebedragen worden geïndexeerd, gebeurt dit in beginsel op basis van het algemene indexeringspercentage van de gemeente. Dit is namelijk het percentage waarmee de gemeente door het Rijk wordt gecompenseerd. Dit wordt gebaseerd op het niveau van de geharmoniseerde consumentenprijsindex uit het Centraal Economisch Plan van het Centraal Planbureau (CPB). Dit percentage geldt ook voor subsidies voor de loon- en prijscompensatie of cao-wijzigingen. Wanneer subsidiebedragen worden geïndexeerd wordt de berekeningswijze vermeld in de beschikking.

10. Administratieve lasten

Het uitgangspunt is wederzijds vertrouwen tussen de gemeente en subsidieontvangers. Controle door de gemeente bij de aanvraag dient ertoe om te kunnen bepalen of de activiteiten bijdragen aan de beleidsdoelen. Het moet aannemelijk worden dat de subsidie doelmatig en doeltreffend zal worden aangewend. Controle bij de verantwoording dient om te kunnen bepalen in hoeverre de subsidie heeft bijgedragen aan het realiseren van beleidsdoelen en de beschikbaar gestelde middelen doelmatig en doeltreffend zijn besteed.

De inspanning die door de subsidieaanvrager moet worden geleverd bij aanvraag en verantwoording staat zo goed mogelijk in verhouding met de omvang en aard van de subsidie. Bij eenvoudige subsidies kan controle ook geheel achterwege blijven of wordt slechts steekproefsgewijs gecontroleerd. Bij toenemend belang worden individuele controles uitgevoerd of wordt een controleverklaring van een accountant gevraagd. Wat precies moet worden aangeleverd bij de aanvraag en de verantwoording wordt bepaald in de Asv en in subsidieregelingen.

11. Termijnen

De gemeente streeft ernaar dat de aanvraag- en beslistermijn voor subsidies zo goed mogelijk aansluiten bij de planning- en beheersingscyclus van de gemeente en bij de bedrijfsvoering van subsidieontvangers. De aanvraagperiode moet lang genoeg om een aanvraag te kunnen schrijven en aanvragers moeten tijdig te horen krijgen of de aanvraag al dan niet is toegekend. Dit wordt in de Asv en in subsidieregelingen geregeld.

12. Geoormerkte rijksmiddelen

De gemeente is verantwoordelijk voor het uitvoeren van de wettelijk aan haar opgelegde taken. o.a. de Wet maatschappelijke ondersteuning 2021, de Jeugdwet en de Participatiewet. Ook kan de gemeente doelgebonden uitkeringen van het rijk ontvangen. De gemeente kan kiezen om daarbij subsidies te verstrekken. Bij de verstrekking van dergelijke geoormerkte rijksmiddelen kunnen aan de gemeente verslagleggingsverplichtingen zijn opgelegd. Dat betekent dat de gemeente voor de verantwoording van deze subsidies die informatie aan de subsidieontvanger moet vragen die nodig is om aan de verslagleggingsverplichtingen te kunnen voldoen.

13. Eigen middelen en cofinanciering

De gemeente vindt het belangrijk dat alleen subsidie wordt verstrekt als dit echt noodzakelijk is. In de Asv zijn daarom regels opgenomen over reservevorming. Ook het eigen vermogen van de aanvrager kan worden betrokken in de besluitvorming.

De gemeente kan ook verlangen dat organisaties cofinanciering inbrengen. Dit moet passen bij het beleidsdoel dat met subsidie wordt nagestreefd. De gemeente regelt dit in de subsidieregeling.

14. Subsidierelaties beëindigen/afbouwen

Subsidierelaties van drie jaar of langer voor dezelfde activiteiten mogen niet zomaar worden stopgezet. Organisaties moeten hierover binnen een redelijke termijn worden ingelicht zodat zij hun verplichtingen kunnen afbouwen. In principe moet op organisatieniveau worden bekeken wat een redelijke termijn is. Daarvoor is doorlopende en goede communicatie van belang.

15. Transparantie en evaluatie

De gemeente moet wettelijk jaarlijks een verslag van de verstrekking van incidentele subsidies publiceren. Bij subsidiëring op grond van een subsidieregeling moet wettelijk ten minste eenmaal in de vijf jaren een verslag worden gepubliceerd over de doeltreffendheid van de subsidie in de praktijk.

Ondertekening

Aldus besloten door de raad van de gemeente Oudewater in zijn openbare vergadering,

gehouden op 12 maart 2026,

mr. M.W. Bosma

griffier

drs. A.M. Jongerius

voorzitter