Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR759188
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR759188/1
Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Oudewater 2026
Geldend van 01-04-2026 t/m heden
Intitulé
Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Oudewater 2026De raad van de gemeente Oudewater;
gelezen het voorstel d.d. van:
- -
Presidium
gelet op het bepaalde in de Gemeentewet;
Artikel 16
b e s l u i t:
het 'Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Oudewater 2026' (Reglement van orde van de raad van de gemeente Oudewater) vast te stellen.
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In dit reglement wordt verstaan onder:
- -
amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing, zodanig geformuleerd dat het geschikt is om daarin direct te worden opgenomen;
- -
college: het college van burgemeester en wethouders;
- -
forumlid: lid van een forum niet tevens zijnde raadslid (benoemd conform het bepaalde in artikel 3 van de Verordening op de fora van de gemeente Oudewater);
- -
griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger;
- -
initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor een verordening of ander voorstel;
- -
lijst moties en toezeggingen: lijst van door de raad aangenomen moties en door portefeuillehouders gedane toezeggingen;
- -
motie: verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;
- -
subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement;
- -
toezegging: verklaring van een portefeuillehouder om iets te doen of niet te doen;
- -
voorzitter: voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger;
- -
wet: Gemeentewet.
Artikel 2. De griffier
-
1. De griffier is aanwezig in raadsvergaderingen en vergaderingen van het presidium.
-
2. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een plaatsvervanger die door de raad is aangewezen.
-
3. De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen in raadsvergaderingen deelnemen.
Artikel 3. Het presidium
-
1. Er is een presidium dat bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters.
-
2. Fractievoorzitters wijzen elk een raadslid aan dat hen bij afwezigheid in het presidium vervangt.
-
3. Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen.
-
4. Het presidium heeft in ieder geval de volgende taken:
- a.
het voorbereiden en vaststellen van voorlopige agenda’s voor raadsvergaderingen en forumvergaderingen;
- b.
het maken van een voorstel voor de vergadercyclus van de raad en fora;
- c.
het doen van aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad;
- d.
beslissen over praktische zaken, voor zover die niet voorbij gaan aan de bevoegdheden van de raad en de fora.
- a.
-
5. De vergaderingen van het presidium zijn niet openbaar. De besluitenlijst is wel openbaar, tenzij het presidium anders besluit.
-
6. Elk lid van het presidium of zijn vervanger heeft één stem in het presidium. Als de stemmen staken beslist de voorzitter.
Artikel 4. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden
-
1. De raad stelt een commissie onderzoek geloofsbrieven in bestaande uit drie raadsleden, ondersteund door de griffier. De zittingsduur van de commissie eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad.
-
2. De commissie onderzoek geloofsbrieven onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies.
-
3. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen.
-
4. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.
-
5. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.
Artikel 5. Benoeming wethouders
-
1. De commissie onderzoek geloofsbrieven genoemd in artikel 4 eerste lid is ook belast met het onderzoek van de geloofsbrieven van kandidaat-wethouders.
-
2. De commissie onderzoekt of de benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet en kan van de kandidaat-wethouder een verklaring omtrent het gedrag vragen als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens.
-
3. De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder.
-
4. De burgemeester geeft opdracht om de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan tevens verslag uit aan de commissie. De risicoanalyse en de eindconclusie zijn niet openbaar.
-
5. Het in het tweede lid genoemde onderzoek behelst in ieder geval ook:
- a.
een gesprek van de voltallige commissie met de kandidaat-wethouder, onder andere over zijn eventuele nevenfunctie(s) en de risicoanalyse integriteit;
- b.
een gesprek van de voltallige commissie met de burgemeester teneinde kennis te nemen van diens oordeel over de kandidaat-wethouder.
- a.
Artikel 6. Fracties
-
1. Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd.
-
2. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren.
-
3. De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter.
-
4. Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter.
-
5. Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging.
Hoofdstuk 2. Raadsvergaderingen
Paragraaf 1. Voorbereiding
Artikel 7. Oproep en agenda
-
1. De voorzitter zendt ten minste zes dagen voor een raadsvergadering de raadsleden een schriftelijke oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter een raadsvergadering bijeenroepen binnen een kortere termijn, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering.
-
2. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de raadsvergadering wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden.
-
3. Op de stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 8, derde lid, van toepassing.
-
4. De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering door de raad vastgesteld.
Artikel 8. Ter inzage leggen van stukken
-
1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een agenda dienen, kunnen desgewenst na het verzenden van de schriftelijke oproep door de griffier op het gemeentehuis ter inzage worden gelegd.
-
2. Elektronisch beschikbare stukken worden op de website van de gemeente geplaatst.
-
3. Stukken waaromtrent op grond van artikel 87 van de wet verplichting tot geheimhouding is opgelegd, worden op een besloten gedeelte van het raadsinformatiesysteem geplaatst dat – door middel van een gebruikersnaam en wachtwoord – alleen toegankelijk is voor raadsleden, forumleden en collegeleden.
Artikel 9. Openbare kennisgeving
-
1. Raadsvergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door aankondiging in een huis-aan-huis blad en door plaatsing op de website van de gemeente, ten minste 48 uur voor aanvang van de vergadering.
-
2. In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs elektronische weg plaatsvinden.
Paragraaf 2. Ter vergadering
Artikel 10. Presentielijst
-
1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen.
-
2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raadsleden de presentielijst, die aan het einde van elke raadsvergadering door de voorzitter en de griffier door ondertekening wordt vastgesteld.
-
3. Een raadslid dat na opening de raadsvergadering betreedt of voor sluiting de raadsvergadering verlaat geeft daarvan kennis aan de griffier, die hiervan aantekening maakt.
Artikel 10a. Opening vergadering; quorum
-
1. De voorzitter opent de raadsvergadering op het vastgestelde uur, indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden blijkens de presentielijst aanwezig is (meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden).
-
2. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter met inachtneming van artikel 20 van de wet, dag en uur van de volgende vergadering.
Artikel 11. Aantal spreektermijnen
-
1. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.
-
2. Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten.
-
3. Raadsleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel.
-
4. Het derde lid is niet van toepassing op een raadslid dat een amendement, een subamendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend ten aanzien van de beraadslaging daarover.
-
5. Bij de bepaling hoeveel keer een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.
-
6. De voorzitter kan interrupties toestaan. Een interruptie dient te bestaan uit een vraag, eventueel voorafgegaan door een korte opmerking.
-
7. Het is raadsleden toegestaan om tijdens hun spreektermijn gebruik te maken van elektronische middelen.
-
8. De voorzitter kan, in overleg met het presidium, bepalen dat per agendapunt een bepaalde spreektijd per fractie wordt aangehouden.
Artikel 12. Deelname aan de beraadslaging door anderen
-
1. Onverminderd artikel 21, eerste en tweede lid, van de wet, kan de raad besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.
-
2. Wethouders worden altijd uitgenodigd om aan een vergadertafel plaats te nemen en desgewenst aan de beraadslaging deel te nemen.
-
3. Iedere fractie kan per vergadering één ‘Gast van de raad’ aan tafel plaats laten nemen. Een persoon kan in maximaal twee raadsvergaderingen ‘Gast van de raad’ zijn. Een ‘Gast van de raad’ kan deelnemen aan de beraadslagingen bij één vooraf gekozen agendapunt.
Artikel 13. Voorstellen van orde
Raadsleden kunnen tijdens een raadsvergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raad beslist hier terstond over.
Artikel 14. Lijst moties en toezeggingen
-
1. De inhoud van aangenomen moties tijdens raadsvergaderingen en de inhoud van toezeggingen door portefeuillehouders tijdens forum- en raadsvergaderingen worden opgenomen in de Lijst moties en toezeggingen, onder verantwoordelijkheid van de griffier.
-
2. De Lijst moties en toezeggingen wordt iedere raadscyclus vernieuwd en tijdens iedere forumvergadering en raadsvergadering geagendeerd.
-
3. Forumleden kunnen portefeuillehouders in een forumvergadering tijdens het agendapunt ‘Lijst moties en toezeggingen’ vragen naar de stand van zaken van moties en toezeggingen.
-
4. De griffier doet iedere raadscyclus een voorstel tot het afdoen van moties en toezeggingen. Dit wordt in de Lijst moties en toezeggingen kenbaar gemaakt door deze onderwerpen groen te kleuren.
-
5. In de forum- en raadsvergaderingen kunnen wijzigingsvoorstellen worden gedaan voor het al dan niet afgedaan zijn van moties en toezeggingen. In de raadsvergadering wordt de Lijst moties en toezeggingen vastgesteld.
-
6. Er geldt een standaardtermijn van drie maanden voor het afdoen van een toezegging. Hiervan kan mondeling in de toezegging worden afgeweken. Het college meldt uiterlijk in de volgende reguliere raadsvergadering welk vervolg het college aan een motie geeft en binnen welke termijn. Dit wordt aangetekend in de Lijst moties en toezeggingen.
Paragraaf 3. Stemmingen
Artikel 15. Stemverklaring
Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden met een korte verklaring hun voorgenomen stemgedrag toelichten.
Artikel 16. Beslissing
-
1. De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist.
-
2. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor de te nemen beslissing.
Artikel 17. Stemming; procedure hoofdelijke stemming
-
1. De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen.
-
2. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in de besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich overeenkomstig artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming te hebben onthouden.
-
3. Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad.
-
4. Als stemming wordt gevraagd, verklaart de voorzitter de stemming voor geopend. Stemmingen vinden elektronisch plaats en raadsleden stemmen via stemknoppen. Een raadslid dat zich ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moet onthouden meldt dit voor de stemming aan de voorzitter en neemt niet deel aan de stemming.
-
5. Wanneer elektronisch stemmen op grond van lid 4 naar het oordeel van de voorzitter niet mogelijk is omdat het stemsysteem niet goed functioneert of voor onredelijk oponthoud zorgt, geschiedt de stemming bij handopsteken. Daarbij wordt eerst de raadsleden die voor het voorstel zijn gevraagd de hand op te steken en vervolgens wordt de raadsleden die tegen het voorstel zijn gevraagd hun hand op te steken.
-
6. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen totdat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming.
-
7. Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid en verloopt verder op alfabetische volgorde.
-
8. Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, hun stem uit door zich 'voor' of 'tegen' te verklaren, zonder enige toevoeging.
-
9. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem bij een hoofdelijke stemming vergist, kan deze vergissing herstellen tot het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming.
-
10. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee en doet daarbij mededeling van het genomen besluit.
Artikel 18. Volgorde stemming over amendementen en moties
-
1. Als op een aanhangig voorstel amendementen zijn ingediend, wordt eerst over die amendementen gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel.
-
2. Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft.
-
3. Als meerdere amendementen of subamendementen op eenzelfde gedeelte van een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd.
-
4. Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken.
Artikel 19. Stemming over personen
-
1. Bij stemming over personen voor benoemingen of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stembureau. Het stembureau wordt ondersteund door de griffier.
-
2. Aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, zijn verplicht een door het stembureau verstrekt stembriefje in te leveren.
-
3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje.
-
4. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van het stembureau.
Paragraaf 4. Verslaglegging; ingekomen stukken
Artikel 20. Besluitenlijst
-
1. De griffier draagt zorg voor besluitenlijsten van raadsvergaderingen.
-
2. De leden, de voorzitter de wethouders en anderen die deel hebben genomen aan de beraadslagingen hebben het recht een voorstel tot verandering aan de raad te doen, indien de besluitenlijst naar hun mening onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft wat besloten is. Een voorstel tot verandering dient voor het vaststellen van de besluitenlijst schriftelijk bij de griffier te worden ingediend.
-
3. Uit een besluitenlijst blijkt in ieder geval:
- a.
de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de raadsleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben;
- b.
een aantekening van welke raadsleden afwezig waren;
- c.
een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;
- d.
een overzicht van het verloop van elke stemming met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de raadsleden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de wet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist;
- e.
de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen;
- f.
de tekst van toezeggingen; en
- g.
bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van artikel 12 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen.
- a.
-
4. Vastgestelde besluitenlijsten worden ondertekend door de voorzitter en griffier.
-
5. Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de raadsvergadering openbaar gemaakt op de website van de gemeente.
-
6. De letterlijke weergave van het besprokene is in beeld en geluid beschikbaar via de website van de gemeente.
Artikel 21. Ingekomen stukken
-
1. Aan de raad gerichte ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst die aan de raadsleden wordt toegezonden. De ingekomen stukken zijn te raadplegen op de website van de gemeente.
-
2. Na de vaststelling van de besluitenlijst stelt de raad op voorstel van de voorzitter de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast.
-
3. De lijst van ingekomen stukken wordt alleen procedureel behandeld. Bij de vaststelling van de wijze van afdoening worden geen inhoudelijke vragen gesteld of debat gevoerd over ingekomen stukken.
-
4. Het raadslid dat agendering via het presidium vraagt dient uiterlijk 5 dagen voor de eerstvolgende presidiumvergadering een schriftelijke motivatie voor de agendering in bij de griffier.
Paragraaf 5. Besloten raadsvergaderingen
Artikel 22. Toepassing reglement op besloten vergaderingen
Op besloten raadsvergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering.
Artikel 23. Besluitenlijst besloten vergadering
-
1. Concept besluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen worden niet verspreid, maar berusten bij de griffier.
-
2. Deze besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet opheffen van de verplichting tot geheimhouding van de vastgestelde besluitenlijsten.
-
3. De vastgestelde besluitenlijsten worden door de voorzitter en de griffier ondertekend.
Artikel 24. Opheffing geheimhouding en delen geheime informatie met derden
-
1. Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de wet voornemens is de verplichting tot geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen wordt, als het orgaan dat de verplichting tot geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.
-
2. Een raadslid kan de raad voorstellen over te gaan tot opheffen van de verplichting tot geheimhouding. Hiervoor dient diegene, uiterlijk twee weken voorafgaand aan de eerstvolgende raadsvergadering, een verzoek in bij het presidium.
-
3. Het presidium draagt zorg voor het opstellen van een raadsvoorstel voor opheffing van de verplichting tot geheimhouding. Zij wint daarbij ambtelijk advies in over:
- a.
de juridische grondslag voor het opheffen, dan wel in stand houden van de geheimhouding;
- b.
de gevolgen en risico’s die opheffing met zich meebrengen voor de gemeente en derden.
- a.
-
4. Het presidium draagt zorg voor de agendering van het raadsvoorstel tijdens de eerstvolgende raadsvergadering.
-
5. Het college wordt tijdens deze raadsvergadering in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze op het voorgenomen besluit aan de raad over te brengen.
-
6. Onverminderd artikel 88 van de wet wordt informatie waarop verplichting tot geheimhouding rust alleen gedeeld met derden:
- a.
voor zover het gaat om aan de raad verstrekte informatie, indien de raad dit noodzakelijk acht voor het uitoefenen van zijn taken en hiertoe besluit; of
- b.
voor zover het gaat om aan de raad verstrekte informatie waar de verplichting tot geheimhouding door het college of de burgemeester op is gelegd, indien het college dit noodzakelijk acht voor het dagelijks bestuur van de gemeente en hiertoe besluit.
- a.
-
7. Indien het college op grond van het zesde lid, aanhef en onder b, besluit informatie waarop verplichting tot geheimhouding rust met derden te delen brengt hij dit ter kennis van de raad.
Paragraaf 6. Toehoorders en pers
Artikel 25. Toehoorders en pers
-
1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare raadsvergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen.
-
2. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden. Conform artikel 26 van de wet zorgt de voorzitter voor handhaving van de orde.
Artikel 26. Geluid- en beeldregistraties
Degenen die van een openbare raadsvergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.
Hoofdstuk 3. Bevoegdheden, instrumenten raadsleden
Artikel 27. Amendementen en subamendementen
-
1. Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voor het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat.
-
2. Intrekking door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.
Artikel 28. Moties
-
1. Raadsleden dienen moties schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat.
-
2. Raadsleden sturen moties over een niet op de agenda opgenomen onderwerp minimaal 24 uur voor de vergadering in bij de griffier. De griffier brengt de motie zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college.
-
3. De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorstel waarop het betrekking heeft.
-
4. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn behandeld.
-
5. Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.
Artikel 29. Initiatiefvoorstel
-
1. Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in bij de voorzitter. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college.
-
2. Het college kan binnen twee weken nadat het ter kennis is gesteld van een voorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen.
-
3. Nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede lid gestelde termijn is verlopen, wordt het voorstel op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst. Als de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende raadsvergadering geplaatst.
Artikel 30. Collegevoorstel
-
1. Een collegevoorstel aan de raad dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de raadsvergadering, wordt niet ingetrokken zonder toestemming van de raad.
-
2. Als de raad van oordeel is dat het nodig is een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug te zenden aan het college, bepaalt de raad binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.
Artikel 31. Interpellatie
-
1. Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie schriftelijk in bij de voorzitter. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen.
-
2. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de wethouders.
-
3. Over verzoeken die ten minste 48 uur voor aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend of in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, wordt bij de vaststelling van de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering gestemd. In andere gevallen tijdens de daaropvolgende raadsvergadering. De raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden.
-
4. De interpellant voert niet vaker dan tweemaal het woord. De overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders niet vaker dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.
Artikel 32. Schriftelijke vragen
-
1. Raadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier.
-
2. De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester.
-
3. Schriftelijke beantwoording gebeurt zo spoedig mogelijk, in ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn ingediend. Indien beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, stelt het college of de burgemeester de raad hiervan gemotiveerd in kennis. Deze kennisgeving wordt behandeld als een ingekomen stuk. De termijn voor beantwoording wordt maximaal verlengd met 30 dagen.
-
4. Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door de griffier aan de raadsleden toegezonden.
-
5. De vragensteller kan bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende forumvergadering nadere inlichtingen vragen over het door het college of de burgemeester gegeven antwoord, tenzij het forum of de raad anders beslist. Daarna kunnen desgewenst andere raadsfracties dan die van de vragensteller nadere inlichtingen vragen.
Artikel 33. Inlichtingen
-
1. Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de wet schriftelijk in bij de griffier.
-
2. De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester.
-
3. De verlangde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk aan de raad verschaft, in ieder geval binnen dertig dagen nadat het verzoek is ingediend.
Artikel 34. Vragenhalfuur
-
1. Na het vaststellen van de agenda wordt een vragenhalfuur gehouden, tenzij bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. Ieder raadslid heeft tijdens het vragenhalfuur het recht één of meer bondig geformuleerde vragen aan het college of de burgemeester te stellen over een lopende zaak of een urgent onderwerp dat niet op de agenda voorkomt.
-
2. Raadsleden die tijdens het vragenhalfuur vragen willen stellen, melden dit onder aanduiding van het onderwerp ten minste 24 uur voor aanvang van de raadsvergadering bij de griffier.
-
3. De voorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens het vragenhalfuur aan de orde te stellen indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven.
-
4. De voorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenhalfuur aan de orde worden gesteld alsmede de spreektijd voor de vragensteller, de overige raadsleden, het college en de burgemeester.
-
5. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een korte toelichting daarop te geven. Na de beantwoording daarvan krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen.
-
6. De voorzitter kan aan andere raadsleden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.
-
7. Tijdens het vragenhalfuur worden geen moties ingediend en geen interrupties toegelaten.
Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
Artikel 35. Uitleg reglement
In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter.
Artikel 36. Intrekking oude reglement
Het Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Oudewater 2021 wordt ingetrokken.
Artikel 37. Inwerkingtreding en citeertitel
-
1. Dit reglement treedt in werking op 1 april 2026.
-
2. Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van orde van de raad van de gemeente Oudewater 2026.
Ondertekening
Aldus besloten door de raad van de gemeente Oudewater in zijn openbare vergadering,
gehouden op 12 maart 2026.
mr. M.W. Bosma
griffier
drs. A.M. Jongerius
voorzitter
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl