Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR759143
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR759143/1
Beleidsregels Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek gemeente Midden-Drenthe
Geldend van 21-03-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2025
Intitulé
Beleidsregels Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek gemeente Midden-DrentheHet college van burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Drenthe;
gelet op:
- •
artikel 78gg Participatiewet;
overwegende dat:
- •
het wenselijk is om aan te geven in welke situaties en onder welke voorwaarden een huishouden een vaste tegemoetkoming kan worden verstrekt of geweigerd en
- •
daartoe beleidsregels vast te stellen;
besluit:
vast te stellen de
Beleidsregels Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek gemeente Midden-Drenthe
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
Alleenverdiener: het huishouden dat:
- a.
een inkomen heeft uit een uitkering niet zijnde een uitkering op grond van de Participatiewet, eventueel aangevuld met een uitkering op grond van artikel 19 van de Participatiewet; en
- b.
vergeleken met een vergelijkbaar huishouden, waarvoor het inkomen uit enkel een uitkering op grond van artikel 19 Participatiewet bestaat, een lager bedrag aan tegemoetkomingen met toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen ontvangt, als gevolg van de verschillende afbouwpaden van de dubbele algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 37, tweede lid, Participatiewet en in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001; en
- c.
een netto-inkomen en tegemoetkomingen met toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen ontvangt dat in totaal lager ligt dan bij een vergelijkbaar huishouden waarvoor het inkomen uit een uitkering enkel bestaat uit een uitkering op grond van artikel 19 Participatiewet, vanwege hetgeen genoemd is onder sub b.
Huishouden: twee personen die fiscaal partner en toeslagpartner van elkaar zijn voor het jaar waarop de vaste tegemoetkoming betrekking heeft.
Vaste tegemoetkoming: het bedrag dat over de kalenderjaren 2025, 2026 en 2027 per jaar wordt vastgesteld bij ministeriële regeling in het kader van artikel 78gg, Participatiewet.
Artikel 2 Ambtshalve toekenning voor bekende huishoudens of bij vermoeden van recht
-
1. Het college kent aan ieder huishouden waarvan voor het betreffende kalenderjaar het Burgerservicenummer van de meestverdienende partner door de Belastingdienst is verstrekt aan het college op grond van artikel 78gg, vijfde lid, Participatiewet, ambtshalve de vaste tegemoetkoming voor dat kalenderjaar toe.
-
2. Het college kent de vaste tegemoetkoming over 2025, 2026 en 2027 ambtshalve toe aan het huishouden, als:
- a.
het huishouden voor die jaren nog geen vaste tegemoetkoming toegekend heeft gekregen;
- b.
het Burgerservicenummer van de meestverdienende partner in het huishouden niet door de Belastingdienst is verstrekt aan het college op grond van artikel 78gg, vijfde lid, Participatiewet;
- c.
op basis van de bij het college bekende gegevens het college vermoedt dat het huishouden aanspraak kan maken op de vaste tegemoetkoming;
- d.
er zich tussentijds geen relevante wijzigingen hebben voorgedaan in de situatie van het huishouden of de achterliggende wetten; en
- e.
de meestverdienende partner ingeschreven staat in de gemeente.
-
3. Een tegemoetkoming is ook over voorgaande jaren, maar niet over een eerder jaar dan het jaar 2025, mogelijk als in de jaren 2026, 2027 of 2028 blijkt dat er recht is over die jaren en dit nog niet uitgekeerd is.
-
Artikel 3 Aanvraag zelfmelder
-
1. Het huishouden kan een aanvraag om een vaste tegemoetkoming indienen bij het college.
-
2. De aanvraag kan vormvrij worden ingediend. Na een aanvraag volgt de beoordeling via een onderzoeksformulier, zoals opgenomen in de Handreiking Tijdelijke regeling Alleenverdieners problematiek, fase II, van de VNG.
-
3. Het college beoordeelt of de aanvrager alleenverdiener is.
-
4. Het college beoordeelt of de meestverdienende partner in het huishouden op de datum van aanvraag inwoner van de gemeente is en het huishouden voor het betreffende jaar nog geen vaste tegemoetkoming heeft ontvangen.
-
5. Bij de vaststelling van het inkomen om te bepalen of het huishouden tot de doelgroep van alleenverdieners behoort, telt alleen het inkomen van beide fiscale - en toeslagpartners mee.
-
6. Als er sprake is van een vast maandinkomen, toetst het college het inkomen van de meest recente maand van het jaar voorafgaand aan de datum van aanvraag. Het college rekent dit maandinkomen om naar een verwacht jaarinkomen.
-
7. Als er sprake is van een variabel maandinkomen, toetst het college het inkomen van de meest recente drie achtereenvolgende maanden voorafgaand aan de datum van aanvraag. Het college rekent deze maandinkomens om naar een verwacht jaarinkomen.
-
8. Als de definitieve aanslag inkomstenbelasting of definitieve beschikking voor toeslagen over het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd al bekend is, dan gebruikt het college het belastbaar jaarinkomen waar deze aanslag of beschikking op is gebaseerd.
-
9. Bij de vaststelling van het vermogen hanteert het college de vermogensgrens van de zorgtoeslag zoals die geldt voor het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd. Het peilmoment van het vermogen is 1 januari 00:00 van het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd.
-
10. De vaste tegemoetkoming over de kalenderjaren 2025, 2026 en 2027 wordt uiterlijk 31 december 2028 aangevraagd.
-
Artikel 4 Toekenning
Het college kent de vaste tegemoetkoming eenmaal voor het betreffende kalenderjaar toe voor het gehele bedrag.
Artikel 5 Verstrekking
Het college verstrekt de vaste tegemoetkoming in één keer, voor zover de bedragen bekend zijn over dat jaar of die jaren.
Artikel 6 Ingangsdatum
-
1. Dit besluit treedt in werking de dag na de publicatie.
-
2. Dit besluit heeft terugwerkende kracht tot 1 januari 2025.
-
Artikel 7 Titel
Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek gemeente Midden-Drenthe.
Ondertekening
Aldus vastgesteld op 25 november 2025
Het college van burgemeester en wethouders,
de waarnemend secretaris, de burgemeester,
J.L. Beikes-Heidema J. Zwiers
TOELICHTING
Algemeen
Er bestaat een groep die door samenloop van regelingen een netto-inkomen (exclusief toeslagen) heeft op het sociaal minimum. Maar een lager besteedbaar inkomen heeft, omdat zij minder toeslagen krijgen van de Belastingdienst. Dat komt omdat het fiscale inkomen boven het sociaal minimum ligt. Dit wordt de alleenverdienersproblematiek genoemd. De oplossing hiervoor is verdeeld in verschillende fasen.
Fase 1
Fase 1 ging over de periode van 2022 tot en met 2024. In deze fase is ondersteuning geboden via de individuele bijzondere bijstand. Via de bijzondere bijstand werd het gemis aan toeslagen gecompenseerd voor deze huishoudens.
Fase 2
Sinds 1 januari 2025 geldt artikel 78gg Participatiewet. Daarin staat wanneer recht bestaat op een tegemoetkoming voor de alleenverdienersproblematiek. Dit is fase 2: de tijdelijke overbruggingsregeling die van 2025 tot en met 2027 geldt. Artikel 78gg Participatiewet biedt gemeenten de bevoegdheid om een vaste tegemoetkoming te verstrekken aan alleenverdienende huishoudens. De regeling is tijdelijk en dient als overbrugging naar een structurele oplossing in de inkomstenbelasting.
De beleidsregels zien op deze fase.
Fase 3
Fase 3 is de structurele fiscale oplossing die per 2028 beschikbaar moet zijn via de Belastingdienst. Door middel van aanpassingen in de fiscale sfeer wordt voorkomen dat deze problematiek nog kan ontstaan. Als deze fase in werking treedt, stopt na dat jaar ook de uitvoering hiervan via de gemeente.
Artikel 1: Begripsbepalingen
Dit artikel geeft een definitie voor de begrippen alleenverdiener, huishouden en vaste tegemoetkoming. Een verdere toelichting is niet nodig.
Artikel 2: Ambtshalve toekenning
Artikel 2.1: Ambtshalve toekennen aan huishoudens die op de lijst van de Belastingdienst staan
Ieder huishouden waarvan het BSN van de meestverdienende partner staat vermeld op de lijst van de Belastingdienst wordt ambtshalve de vaste tegemoetkoming toegekend. De wet biedt hier een grondslag voor. Van de inwoners op de lijst van de Belastingdienst staat vast dat zij op de peildatum van de lijst nog in leven waren en woonachtig in de desbetreffende gemeente.
Artikel 2.2 en artikel 2.3: Ambtshalve toekennen aan reeds bekende huishoudens die niet op de lijst van de Belastingdienst staan
De bekende huishoudens uit fase I, op basis van de eigen gegevens én de gegevens van de Belastingdienst, krijgen de vaste tegemoetkoming in 2025 ambtshalve uitgekeerd bij het voldoen aan de voorwaarden. Als in fase II (deze fase) een huishouden bekend is/wordt, keert het college ook voor al deze jaren de vaste tegemoetkoming uit. Dit natuurlijk alleen als (nog) voldaan wordt aan de voorwaarden. Deze keuze maakt dat huishoudens minder belast worden, want er hoeft niet jaarlijks een aanvraag te volgen. En het vermindert ook het capaciteitsbeslag bij de gemeente in de uitvoering. Met ‘bekend’ worden huishoudens bedoeld waarvan de gemeente voor een eerder jaar (t-X) heeft vastgesteld dat het een alleenverdienerhuishouden was en een tegemoetkoming heeft uitgekeerd. Deze huishoudens kunnen in jaar t weer alleenverdienerhuishouden zijn maar toch niet op de lijst staan, omdat deze lijst gebaseerd is op gegevens van jaar t-2.
De voorwaarden zijn dat beide personen op het moment van toekennen in leven zijn, de meestverdienende partner inwoner is van de gemeente én er zich tussentijds geen relevante wijzigingen hebben voorgedaan in de situatie van het huishouden of de achterliggende wetten. Deze voorwaarden zijn dus nadrukkelijk opgenomen in de beleidsregel.
Voorbeeld I: In 2025 wordt getoetst of de omstandigheden zijn gewijzigd voor huishoudens die een tegemoetkoming hebben ontvangen tijdens fase I (2023 en/of 2024). Wanneer de omstandigheden niet zijn gewijzigd, kan de gemeente de vaste tegemoetkoming in 2025 ambtshalve toekennen. Deze huishoudens behoren in de actualiteit tot de doelgroep van de alleenverdienersproblematiek.
Voorbeeld II: In 2025 heeft een huishouden de vaste tegemoetkoming ontvangen na te zijn beoordeeld door de gemeente. Het huishouden komt in 2026 niet voor op de lijst van de Belastingdienst. De omstandigheden zijn niet gewijzigd. De vaste tegemoetkoming wordt over 2026 ambtshalve uitgekeerd.
Let op! Voor het ambtshalve toekennen van de vaste tegemoetkoming aan al bekende huishoudens moet een vermoeden bestaan dat het om een alleenverdienerhuishouden gaat. Een vermoeden dat een recht bestaat op de vaste tegemoetkoming zal altijd moeten zijn gebaseerd op een situatie dat de gemeente in een eerder jaar zelf heeft vastgesteld dat het een alleenverdienerhuishouden betreft.
Artikel 3: Aanvraag zelfmelder
Alle andere huishoudens die vermoeden dat zij tot de doelgroep van de alleenverdieners behoren kunnen zelf een aanvraag indienen. Dit artikel bepaalt daarbij wat de criteria zijn om te bepalen of het huishouden recht heeft op de vaste tegemoetkoming.
Een aanvraag kan vormvrij worden ingediend, zodat het huishouden op een laagdrempelige manier de mogelijkheid krijgt om een aanvraag in te dienen voor deze regeling. Vervolgens wordt aan de hand van het onderzoeksformulier, zoals opgenomen in de Handreiking Tijdelijke regeling Alleenverdieners problematiek, fase II, van de VNG, de aanvraag beoordeeld. Afhankelijk van de situatie kan er een gesprek volgen met het huishouden óf worden de stukken opgevraagd.
Voor de berekening van het inkomen zijn er verschillende mogelijkheden:
- •
een vast maandelijks inkomen: het college kiest er voor om een referteperiode van één maand te hanteren;
- •
een variabel maandelijks inkomen: het college kiest er voor een referteperiode van de drie meest recente maanden te hanteren.
Het vaste of variabele inkomen moet vervolgens naar een jaarinkomen worden omgerekend.
Bij de vaststelling van de lijst door de Belastingdienst voor ambtshalve toekenning van de tegemoetkoming, is rekening gehouden met de vermogensgrenzen van de toeslagen. Het is vanwege rechtsgelijkheid en de bedoeling van de regeling daarom dat voor zelfmelders dezelfde vermogensgrenzen gelden. In de beleidsregels wordt de vermogensgrens van de zorgtoeslag opgenomen als criterium bij de beoordeling of een huishouden tot de doelgroep alleenverdienersproblematiek behoort.
Artikel 4: Toekenning
De toekenning van de vaste tegemoetkoming is eenmaal per kalenderjaar voor het hele bedrag. Om te voorkomen dat alleenverdienerhuishoudens in geval van verhuizing tussen de wal en het schip belanden, wordt voor alle ambtshalve toekenningen geadviseerd als peildatum voor de woonplaats de datum waarop de definitieve lijst van de Belastingdienst is gebaseerd, te hanteren.
Voor 2025 is dat 15 januari 2025. De meestverdienende partner, waarvan het BSN op de lijst van de Belastingdienst staat vermeld, was op die datum inwoner van de gemeente. Het college volgt deze lijn.
Artikel 5: Verstrekking
Dit artikel heeft geen toelichting nodig.
Artikel 6: Ingangsdatum
Dit artikel heeft geen toelichting nodig.
Artikel 7: Titel
Dit artikel heeft geen toelichting nodig.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl