Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR759134
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR759134/1
Beleidsregels toezicht en handhaving sociaal domein gemeente Coevorden 2026
Geldend van 24-03-2026 t/m heden
Intitulé
Beleidsregels toezicht en handhaving sociaal domein gemeente Coevorden 2026Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Coevorden;
Gelet op:
- –
De Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (hierna: Wmo), de daarbij aanverwante regelingen en de geldende gemeentelijke verordening, nadere regels en beleidsregels;
- –
De Jeugdwet, de daarbij aanverwante regelingen en de geldende gemeentelijke verordening, nadere regels en beleidsregels;
- –
De Participatiewet, de daarbij aanverwante regelingen en de geldende gemeentelijke verordening, nadere regels en beleidsregels;
- –
De Algemene wet bestuursrecht;
- –
Het advies van de Adviesraad Sociaal Domein d.d. 16 januari 2026.
Overwegende, dat:
- –
Het college het wenselijk acht regels vast te stellen waarin is opgenomen hoe toezicht en handhaving in het sociaal domein is vormgegeven;
- –
Het college streeft naar veilige, integere jeugdhulp en ondersteuning voor inwoners;
- –
Deze beleidsregels bijdragen bij het voorkomen en aanpakken van kwetsbaarheden bij het gebruik van onze (maatwerk) voorzieningen vanuit de Jeugdwet, de Wmo en de Participatiewet;
- –
Met het preventief toezicht het college zich richt op het voorkomen van onwenselijke situaties;
- –
Het college wil voorkomen dat budgetten vanuit de Jeugdwet, de Participatiewet en de Wmo oneigenlijk worden gebruikt;
- –
Het college inwoners die gebruik maken van voorzieningen beschermen tegen aanbieders die kwalitatief onvoldoende en/of onveilige ondersteuning leveren, misbruik maken van cliënten en/of frauderen met gemeenschapsgeld;
- –
Wanneer toezicht en handhaving noodzakelijk is, dit op zorgvuldige en weloverwogen wijze dient te gebeuren, waarbij de gevolgen in redelijke verhouding staan tot de overtreding;
- –
Het doel van deze beleidsregels is dat inwoners van de gemeente Coevorden met goed vertrouwen een beroep kunnen doen op de Jeugdwet, de Wmo en/of de Participatiewet en dat de daarvoor beschikbare gelden juist worden besteed;
- –
Er landelijk toenemende aandacht is voor toezicht en handhaving in het sociaal domein;
- –
Het college deze ontwikkelingen om de kwaliteit van jeugdhulp en ondersteuning voor onze inwoners te waarborgen volgt;
B E S L U I T:
Vast te stellen de “Beleidsregels toezicht en handhaving sociaal domein gemeente Coevorden 2026”.
Artikel 1. Definitiebepalingen
-
1. De begrippen, vermeldt in deze beleidsregels, die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de Wmo en de Jeugdwet.
-
2. In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
- a.
aanbieder: aanbieder zoals bedoeld in de Wmo, jeugdhulpaanbieder zoals bedoeld in de Jeugdwet en de pgb-aanbieder;
- b.
boete: bestuurlijke boete bedoeld in artikel 18a Participatiewet, artikel 20a eerste lid van de IOAW/IOAZ;
- c.
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Coevorden;
- d.
fraude: het opzettelijk onjuist handelen in strijd met de wet- en regelgeving met het oogmerk op eigen of andermans (financieel) gewin;
- e.
signaal: een melding over de kwaliteit, veiligheid of rechtmatigheid van de voorziening;
- f.
oneigenlijk gebruik: het onbedoeld onjuist handelen en daarmee verkeerd gebruikmaken van (maatwerk)voorzieningen;
- g.
Participatiewet: onder de Participatiewet wordt mede verstaan IOAW, IOAZ en Bbz 2004 en aanverwante regelingen;
- h.
pgb: persoonsgebonden budget;
- i.
voorziening:
- a.
ondersteuning op grond van de Wmo;
- b.
jeugdhulpvoorzieningen op grond van de Jeugdwet;
- c.
inkomensvoorziening op grond van de Participatiewet, IOAW, IOAZ en aanverwante regelingen gebaseerd op de Participatiewet.
- a.
- a.
Artikel 2. Toezicht: principes en vormen
-
1. Bij toezicht wordt er gewerkt vanuit de principes van goed toezicht: onafhankelijk, transparant, selectief, slagvaardig, samenwerkend, professioneel en reflectief.
-
2. Er wordt uitvoering gegeven aan toezicht en handhaving binnen het Sociaal Domein volgens het concept van “Hoogwaardig Handhaven”, zoals beschreven door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. De vier fasen vormen samen de cirkel van naleving:
- a.
Vroegtijdig informeren: We zetten vooral in op preventie. Preventie begint met het verstrekken van juiste, tijdige en begrijpelijke voorlichting en informatie in helder taalgebruik aan inwoners en aanbieders. Hierbij houden we rekening met verschillende doelgroepen.
- b.
Optimalisering van de dienstverlening: Bij het versterken van de preventie is de samenwerking in de keten die de cirkel van naleving vormt van essentieel belang. Het vraagt om een integrale samenwerking.
- c.
Controle op maat: Toezicht vindt plaats om de kwaliteit te verbeteren, onrechtmatigheden te voorkomen en te voorkomen dat inwoners de dupe worden van misstanden bij het gebruik van voorzieningen. Bij de controle wordt rekening gehouden met alle bekende feiten en omstandigheden van de inwoner.
- d.
Sanctioneren op maat: Aan inwoners en aanbieders die zich bewust niet aan de afspraken houden, kunnen sancties opgelegd worden, waarbij bij de besluitvorming van de sancties alle bekende feiten en omstandigheden worden meegewogen.
- a.
-
3. Het college ziet toe op de naleving van de bij of krachtens deze beleidsregels gestelde regels.
- a.
Het college houdt toezicht op de rechtmatigheid, de kwaliteit en bij calamiteiten van de verstrekte Wmo-voorzieningen.
- b.
Op grond van de Jeugdwet houdt het college toezicht op de rechtmatigheid van de verstrekte voorzieningen. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) ziet toe op de kwaliteit van de jeugdhulpvoorzieningen en kan onderzoek doen naar aanleiding van calamiteiten binnen de jeugdhulp.
- c.
Het college houdt toezicht op de rechtmatigheid op grond van de Participatiewet.
- a.
-
4. Er zijn verschillende vormen van toezicht;
- a.
Rechtmatigheidstoezicht is het toezicht op het rechtmatig handelen volgens de geldende wet- en regelgeving;
- b.
Kwaliteitstoezicht is het toezicht op het handelen volgens de eisen en voorschriften die zijn gesteld bij of krachtens de Wmo over de kwaliteit van de voorzieningen;
- c.
Calamiteitentoezicht vindt plaats na de melding van de calamiteit bij de toezichthouder. Bij calamiteitenonderzoek wordt onderzocht hoe de aanbieder heeft gehandeld voorafgaand aan en tijdens de calamiteit.
- a.
-
5. Er wordt onderscheid gemaakt tussen preventief, proactief en repressief toezicht.
- a.
Preventief toezicht vindt plaats voorafgaand of tijdens de toekenning van een voorziening. Met als doel het tijdig voorkomen van fouten, oneigenlijk gebruik, misbruik en fraude.
- b.
Proactief toezicht vindt meestal plaats op basis van thema’s of onderzoeken op basis van een steekproef.
- c.
Repressief toezicht start naar aanleiding van een signaal waarbij er zorgen zijn of de rechtmatigheid of kwaliteit van lopende voorzieningen. Of op grond van de Wmo naar aanleiding van calamiteiten.
- d.
Signaalgestuurd toezicht richt zich op signalen die bij de gemeente binnenkomen, gemeld door aanbieders, inwoners en andere betrokkenen.
- a.
Artikel 3. De Toezichthouder
-
1. Het college heeft toezichthouders aangewezen als bedoeld in artikel 6.1 van de Wmo en artikel 76a van de Participatiewet die zijn belast met het houden van toezicht op de naleving van het gestelde in of krachtens de Wmo en de Participatiewet.
-
2. Voor de Jeugdwet zijn toezichthouders aangesteld voor rechtmatigheid.
-
3. De toezichthouder onderzoekt of de geleverde ondersteuning/voorziening vanuit de Wmo, Participatiewet en de Jeugdwet. Een overeenstemming is met de geldende wet- en regelgeving.
Artikel 4. Onderzoek
-
1. De toezichthouder kan als daar aanleiding toe is, onderzoek verrichten naar de levering van de ondersteuning/voorziening vanuit de Wmo en de Jeugdwet op basis van de geldende wet- en regelgeving.
-
2. De toezichthouder communiceert met de betrokkene(n) over aanleiding, doel en welk type onderzoek het betreft.
-
3. Een onderzoek kan verschillende onderzoeksmethoden bevatten zoals het in gesprek gaan met de betrokkene(n), het opvragen van informatie, het dossier en systeemcontroles en het uitvoeren van observaties.
-
4. Bij de uitvoering van het onderzoek houdt de toezichthouder rekening met de persoonlijke omstandigheden van de betrokkene en wordt informatie verstrekt in begrijpelijke en toegankelijke taal.
Artikel 5. Toezicht op aanbieders
-
1. De toezichthouder Wmo en Jeugdwet houdt toezicht op de eisen uit de wet, de gemeentelijke verordeningen, nadere regels, beleidsregels en bij gecontracteerde voorzieningen ook op de rechtmatige uitvoering van het contract.
-
2. De aanbieder en/of pgb-vertegenwoordiger doet aan het college, op verzoek of onverwijld uit eigen beweging, mededeling van de volgende feiten en/of omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed zijn op de vraag of de jeugdhulp en/of Wmo-ondersteuning verantwoord geleverd kan worden voor zover deze verplichting reeds voortvloeit uit wet- en regelgeving of contractuele afspraken:
- a.
De aanbieder en/of pgb-vertegenwoordiger veroordeeld of betrokken is geweest bij, of verdacht wordt van, strafbare feiten of overtredingen die de veiligheid en/of de kwaliteit van de ondersteuning in gevaar brengen;
- b.
De aanbieder en/of pgb-vertegenwoordiger bestuursrechtelijke en/of fiscaalrechtelijke boetes opgelegd heeft gekregen;
- c.
De aanbieder en/of pgb-vertegenwoordiger bestuursrechtelijke handhavingsmaatregelen opgelegd heeft gekregen in de vorm van een last onder bestuursdwang en/of dwangsom;
- d.
Er sprake is van feiten en/of omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat de aanbieder en/of zijn directie en/of de aan hen gelieerde vennootschappen een zakelijk samenwerkingsverband onderhouden met derden die in relatie staan tot strafbare feiten of daarvan verdacht worden.
- a.
Artikel 6. Medewerkingsplicht
-
1. Als er twijfel bestaat over de verstrekte gegevens door de aanbieder of pgb-vertegenwoordiger, en voor zover op grond van de Awb of bijzondere wetgeving een medewerkingsplicht bestaat, wordt medewerking verlangd en is hij verplicht om mee te werken aan het onderzoek naar de verlening van zijn voorziening op grond van de Participatiewet, Wmo of Jeugdwet.
-
2. Indien de aanbieder of pgb-vertegenwoordiger weigert om medewerking te verlenen aan het onderzoek van de toezichthouder, kan het college na een individuele belangenafweging besluiten dat de voorziening(en) niet kan/kunnen worden uitgevoerd bij deze aanbieder en/of een last onder dwangsom opleggen.
Artikel 7. Onderzoeksrapport
-
1. De toezichthouder legt zijn onderzoekshandelingen en -bevindingen naar aanleiding van een onderzoek als bedoeld in artikel 4 Onderzoek vast in een onderzoeksrapport.
-
2. Alvorens het rapport definitief te maken op basis van de Wmo en de Jeugdwet, stelt de toezichthouder de aanbieder en/of cliënt in de gelegenheid van het conceptrapport kennis te nemen en daarover binnen de door de toezichthouder aangegeven termijn van minimaal 10 werkdagen na ontvangst van dit rapport zijn/haar zienswijze kenbaar te maken. De toezichthouder neemt deze zienswijze als bijlage op in het rapport.
Artikel 8. Maatregelen aanbieders
-
1. Uit het onderzoek van de toezichthouder kunnen verbeterpunten naar voren komen voor de aanbieder, op grond van de toepasselijke wetgeving en/of contractuele afspraken. De toezichthouder kan de aanbieder verzoeken een verbeterplan op te stellen. In het verbeterplan moet in ieder geval worden genoemd:
- a.
Hoe de aanbieder aan de overtreden norm gaat voldoen;
- b.
Hoe de aanbieder voorkomt dat in de toekomst de norm zal worden overtreden;
- c.
De uit te voeren activiteiten, actoren en bijbehorend tijdspad.
- a.
-
2. Indien uit het onderzoek blijkt dat een aanbieder niet aan de gestelde kwaliteitseisen voldoet kan een (tijdelijke) cliëntenstop voor de aanbieder worden ingesteld en het weigeren van uitbreiding van hulpverlening aan bestaande cliënten van de aanbieder. Een cliëntenstop is een zware maatregel, bij de afweging van een cliëntenstop moeten de belangen en veiligheid van de cliënt worden meegewogen.
-
3. Indien (uit onderzoek) blijkt dat een aanbieder ernstig nalatig is in de uitoefening van zijn beroep, of door zijn toedoen er een aanzienlijk risico voor de veiligheid van de cliënten bestaat, kan de gemeente met onmiddellijke ingang de overeenkomst ontbinden.
-
4. Indien (uit onderzoek) blijkt dat een aanbieder niet aan de gestelde kwaliteitseisen voldoet en er directe onveiligheid en/of gevaar is voor de cliënten kan de zorginstelling op last van de burgemeester worden gesloten.
Artikel 9. Kwaliteitseisen toezicht en Jaarverslag
-
1. Toezicht moet feitelijk, onafhankelijk en objectief zijn.
-
2. Om kwaliteit en objectiviteit van onderzoek te waarborgen wordt het ‘vierogenprincipe’ gehanteerd. Dit houdt in dat belangrijke beoordelingen en conclusies altijd door minimaal twee functionarissen worden bekeken.
-
3. Ten behoeve van transparant toezicht wordt jaarlijks een kwaliteitsrapportage (jaarverslag) opgesteld. Dit jaarverslag biedt inzicht in het aantal onderzoeken, de typen onderzoeken en het toezicht dat daarop is uitgevoerd. Daarnaast wordt een vooruitblik op het komende jaar beschreven.
-
4. Betrokkenen weten tijdens het toezichtproces wie hun contactpersoon is en kunnen laagdrempelig vragen stellen.
Artikel 10. Verhouding tot het strafrecht
-
1. Een toezichthouder kan door het college ook aangewezen zijn als Sociaal Rechercheurs als bedoeld in Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar, Domein V. Werk, inkomen en zorg.
-
2. De Sociaal Rechercheur is een buitengewoon opsporingsambtenaar en is belast met de opsporing van de strafbare feiten zoals in deze regeling bedoeld.
-
3. Indien er vanuit de Participatiewet het vermoeden bestaat dat een gedraging valt onder de Aanwijzing sociale zekerheidsfraude, wordt overlegd met de Officier van Justitie.
-
4. Indien er vanuit de Wmo en/of de Jeugdwet het vermoeden is van een strafbare gedraging, zoals geformuleerd in het Wetboek van Strafrecht, wordt overlegd met de Officier van Justitie.
-
5. In de gevallen onder lid 3 en 4 bedoeld, bepaalt de Officier van Justitie of het onderzoek strafrechtelijk afgedaan moet worden. In die gevallen wordt door het college aangifte gedaan bij de politie.
-
6. Indien in het kader van het toezicht binnen de context van deze beleidsregels, signalen ontstaan die kunnen duiden op strafbare feiten of ondermijnende criminaliteit, wordt gehandeld conform de geldende samenwerkingsafspraken met onder meer politie en het Openbaar Ministerie en vindt zo nodig afstemming plaats met de Officier van Justitie.
Artikel 11. Inwerkingtreding en Citeertitel
-
1. Deze beleidsregels treden na bekendmaking in werking een dag na bekendmaking.
-
2. Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als: Beleidsregels toezicht en handhaving sociaal domein gemeente Coevorden 2026.
Ondertekening
Aldus besloten bij vergadering van d.d. 10. maart 2026.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Coevorden,
de secretaris,
K. Brinks
de burgemeester,
R. Bergsma
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl