Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR759129
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR759129/1
Reglement van Orde voor de vergaderingen, rondetafelgesprekken (RTG-en) en andere werkzaamheden van de raad 2026
Geldend van 01-04-2026 t/m heden
Intitulé
Reglement van Orde voor de vergaderingen, rondetafelgesprekken (RTG-en) en andere werkzaamheden van de raad 2026De raad van de gemeente West Maas en Waal;
gelezen het initiatiefvoorstel van de raadsleden Roffelsen, Orlemans, Van Ooijen en Sweep van 10 februari 2026;
gelet op de artikelen 16, 82 lid 1 147a lid 1 van de Gemeentewet
b e s l u i t vast te stellen:
Reglement van Orde voor de vergaderingen, rondetafelgesprekken (RTG-en) en andere werkzaamheden van de raad 2026
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
In dit Reglement wordt verstaan onder:
a. Voorzitter: de voorzitter van de raad of een rondetafelgesprek (RTG), of diens vervanger;
b. Griffier: griffier van de raad of diens vervanger;
c. wet: de Gemeentewet.
d. fractievolger: persoon, niet zijnde een raadslid, die op verzoek van de fractie ondersteuning verleent aan de fractieleden en die door de fracties als zodanig is aangewezen;
e. amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerp-verordening of ontwerp-beslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen;
f. subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement, waarop het betrekking heeft;
g. motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;
h. voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de vergadering;
i. initiatiefvoorstel: een voorstel van een raadslid voor een verordening of een ander voorstel;
j. rondetafelgesprek (RTG): een commissie met de status van artikel 82 van de wet, waarbij het vergaren van informatie en meningsvorming over raadsvoorstellen in een vroeg stadium van de besluitvorming overeen raadsvoorstel centraal staat;
k. vergadering: een besluitvormende raadsvergadering;
l. Commissie geloofsbrieven: commissie die geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw te benoemen raadsleden, fractievolgers en wethouders onderzoekt.
m. verslag: video- en/of audioverslag
Artikel 2. De griffier
1. De griffier is aanwezig in raadsvergaderingen, vergaderingen van het presidium en in rondetafelgesprekken (RTG-en).
2. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een plaatsvervanger die door de raad is aangewezen.
3. De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen in raadsvergaderingen deelnemen.
Artikel 3. Het presidium
1. Er is een presidium dat bestaat uit de fractievoorzitters en de plaatsvervangend voorzitter van de grootste fractie.
2. De voorzitter van de raad is voorzitter van het presidium.
3. De griffier is in elke vergadering van het presidium aanwezig.
4. Het presidium kan derden uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen.
5. Alleen bij langdurige afwezigheid wegens ziekte kan een fractievoorzitter en de plaatsvervangend voorzitter van de grootste fractie zich in het presidium laten vervangen door zijn plaatsvervanger, zijnde een lid van de raad.
6. Besluiten worden bij voorkeur met consensus genomen. Bij het staken van de stemmen geven de coalitiepartijen de doorslag.
7. Het presidium heeft in ieder geval de volgende taken:
- het vaststellen van de vergadercyclus van de raad en van de RTG-en;
- het monitoren van en sturen op de Lange Termijn Agenda;
- aanbevelingen te doen aan de raad inzake de organisatie van de werkzaamheden van de raad, zijn vergaderingen en RTG-en;
- het vaststellen van de voorlopige agenda van de RTG-en en het bepalen of raadsvoorstellen zonder agendering voor de RTG-en direct op de agenda van de vergaderingen van de raad worden geplaatst;
- het doen van een procedure voorstel rondom de planning en control cyclus.
8. De vergaderingen van het presidium zijn openbaar.
9. Het presidium voert op eigen initiatief of op verzoek van de voorzitter(s) van de RTG-en overleg met deze voorzitter(s).
Artikel 4. Seniorenconvent
1. De raad heeft een seniorenconvent.
2. Het seniorenconvent bestaat uit:
a. de raadsvoorzitter;
b. uit de fractievoorzitters en de plaatsvervangend voorzitter van de grootste fractie.
3. Alleen bij langdurige afwezigheid wegens ziekte, kan een fractievoorzitter zich in het seniorenconvent laten vervangen door zijn plaatsvervanger, zijnde een lid van de raad.
4. De raadsvoorzitter is voorzitter van het seniorenconvent.
5. Het seniorenconvent heeft tot taak:
een vertrouwelijk klankbord te zijn voor de raadsvoorzitter, de fractievoorzitters en de plaatsvervangend voorzitter van de grootste fractie over het functioneren van de raad;
vertrouwelijke zaken te bespreken, die niet binnen het reglement van orde vallen.
6. De griffier is in elke vergadering van het seniorenconvent aanwezig.
7. De bijeenkomsten van het seniorenconvent zijn niet openbaar.
8. De voorzitter kan voorstellen om de secretaris, een specifiek betrokken lid van het college of anderen voor het seniorenconvent uit te nodigen.
Hoofdstuk 2. Toelating van nieuwe raadsleden, fractievolgers; benoeming wethouders; fracties
Artikel 5. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden en fractievolgers
1. De raad benoemt een commissie die geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw te benoemen raadsleden en fractievolgers onderzoekt.
2. De commissie brengt advies uit aan de raad over de toelating. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies.
3. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen.
4. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.
5. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.
Artikel 6. Benoeming wethouders
1. De raad benoemt een commissie die geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw te benoemen wethouder onderzoekt.
2. Deze onderzoekt of de benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste tot en met vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet.
3. De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder.
4. De burgemeester geeft voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht om de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad.
Artikel 7. Fracties
1. Een fractie is een groep van volksvertegenwoordigers die zich binnen de raad organiseert vanwege overeenkomstige politieke overtuiging. Een fractie kan bestaan uit meerdere politieke partijen.
2. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren.
3. De namen van de fractievoorzitters en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter.
4. Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter.
5. Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging.
Hoofdstuk 3. Vergaderingen
Paragraaf 1. Tijdstip van vergaderingen
Artikel 8. Vergaderfrequentie
1. De besluitvormende raadsvergaderingen en rondetafelgesprekken (RTG-en) vinden plaats volgens een vooraf, door het presidium opgesteld schema of indien het presidium dit nodig acht.
2. De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie, overleg in het presidium.
Artikel 9. Oproep
1. De oproep, voorlopige agenda en bijbehorende stukken worden ten minste zeven dagen voor een raadsvergadering of een rondetafelgesprek (RTG) door de griffier aangeboden aan de raadsleden.
2. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de raadsvergadering wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden.
3. Op de stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 11, derde lid, van toepassing.
4. De oproep, agenda en bijbehorende stukken worden via het raadsinformatiesysteem aan de raadsleden worden aangeboden.
Artikel 10. Agenda
1. De voorlopige agenda van de besluitvormende raadsvergadering wordt bepaald door de adviezen van de RTG-en. Ook kan het presidium onderwerpen op de voorlopige agenda van de besluitvormende raadsvergadering plaatsen, zonder tussenkomst van de RTG-en.
2. Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. Verzoeker dient daartoe 48 uur voor een raadsvergadering via de griffier aan de gemeenteraad mee te delen dat hij een onderwerp aan de agenda wenst toe te voegen of af te voeren. De verzoeker licht daarbij toe waar het onderwerp over gaat, waarom hij een onderwerp wil agenderen of af wil voeren en wat hij van de gemeenteraad vraagt.
3. Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen naar een RTG of aan het college nadere inlichtingen of advies vragen.
4. Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.
5. Hamerstukken worden in één keer afgehandeld. Indien een raadslid vraagt om een geagendeerd hamerstuk toch als debatstuk aan te merken, wordt dit verzoek 24 uur vóór het begin van de raadsvergadering aan de voorzitter via de griffier ter kennis gebracht. De griffier brengt dit verzoek onmiddellijk aan alle raadsleden en het college van burgemeester en wethouders over.
6. Er is een agendapunt ‘mededelingen door vertegenwoordigers in besturen van gemeenschappelijke regelingen en andere samenwerkingsverbanden en overige mededelingen college’.
7. Raadsleden kunnen tijdens het agendapunt ‘vragenkwartiertje’ mondelinge vragen stellen over actuele onderwerpen die niet op de agenda staan, mits zij het onderwerp en een korte omschrijving van de vraag uiterlijk om 16.00 uur op de dag van de vergadering via het vastgestelde formulier bij de griffier hebben gemeld, conform de bepalingen in artikel 35 – Mondelinge vragen.
Artikel 11. Ter inzage leggen van stukken
1. Stukken die dienen ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een agenda, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep op het gemeentehuis ter inzage gelegd. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad of het rondetafelgesprek (RTG) en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving.
2. Alle openbare stukken die betrekking hebben op de gemeenteraad worden digitaal gepubliceerd via het raadsinformatiesysteem (RIS) van de gemeente.
3. Informatie van of aan de raad of rondetafelgesprek (RTG) waarop op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier.
Artikel 12. Openbare kennisgeving
1. Raadsvergaderingen en rondetafelgesprekken (RTG-en) worden aangekondigd in het huis-aan-huisblad en door publicatie in het raadsinformatiesysteem.
2. In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs elektronische weg plaatsvinden, waaronder publicatie op de gemeentelijke website en in het raadsinformatiesysteem.
Paragraaf 2. Orde der vergadering
Artikel 13. Presentielijst
1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen.
2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raadsleden of leden van de rondetafelgesprekken (RTG-en) de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt deze lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld.
Artikel 14. Zitplaatsen
1. De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een vaste zitplaats. De voorzitter wijst deze, na overleg in het presidium, bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aan.
2. Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien na overleg in het presidium.
3. De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders, secretaris en overige personen die voor de vergadering zijn uitgenodigd
Artikel 15. Stemming; procedure hoofdelijke stemming
1. De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen.
2. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich overeenkomstig artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming te hebben onthouden.
3. Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad.
4. Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid en verloopt verder op achternaam in alfabetische volgorde.
5. Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, hun stem uit door zich 'voor' of 'tegen' te verklaren, zonder enige toevoeging.
6. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen tot het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming.
7. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee en doet daarbij mededeling van het genomen besluit.
Artikel 16. Verslag en Besluitenlijst
1. De griffier draagt zorg voor verslagen en besluitenlijsten van raadsvergaderingen.
2. Uit de besluitenlijst blijkt in ieder geval:
a een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;
b een conclusie, inclusief stemverhoudingen. Zo nodig is een stemverklaring opgenomen;
c de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen.
3. Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de raadsvergadering openbaar gemaakt op de in de gemeente gebruikelijke wijze.
4. Openbare verslagen en besluitenlijsten worden digitaal gepubliceerd via het raadsinformatiesysteem van de gemeente.
Artikel 17. Ingekomen stukken
1. Bij de raad ingekomen stukken, waaronder informatienota’s van het college aan de raad, worden op een lijst geplaatst. Deze lijst wordt tegelijkertijd met het verzenden van de schriftelijke oproep voor de raadsvergadering aan de leden van de raad toegezonden, ter inzage gelegd en geagendeerd voor de eerstvolgende besluitvormende raadsvergadering. In spoedeisende gevallen kan een ingekomen stuk na de schriftelijke oproep voor de raadsvergadering worden verzonden.
2. Vragen aan het college of de burgemeester over ingekomen stukken worden volgens de bepalingen in artikel 34 gesteld.
3. Indien een raadslid een ingekomen stuk wenst te bespreken dan wordt dit stuk voor debat geagendeerd voor de volgende cyclus. De raad beslist op voorspraak van de verzoeker of dit in een RTG of raadsvergadering is.
4. Na de vaststelling van het verslag stelt de raad, op voorstel van de griffier, de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast.
Artikel 18. Aantal spreektermijnen
1. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.
2. Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten.
3. Raadsleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel.
4. Het derde lid is niet van toepassing op een raadslid dat een amendement, een subamendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend ten aanzien van de beraadslaging daarover.
5. Bij de bepaling hoeveel keer een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.
Artikel 19. Handhaving orde; schorsing
1. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij:
a de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het in acht nemen van dit reglement te herinneren;
b een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden.
2. Indien een spreker zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaat, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker, hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering waarin zulks plaats heeft over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.
3. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen. En indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten.
Artikel 20. Beraadslaging
Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is.
Artikel 21. Deelname aan de beraadslaging door anderen
Onverminderd artikel 21, eerste en tweede lid, van de wet, kan de raad besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.
Artikel 22. Stemverklaring
Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden hun voorgenomen stemgedrag toelichten.
Artikel 23. Beslissing
1. De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist.
2. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor de te nemen beslissing.
Paragraaf 3. Procedures bij stemmingen
Artikel 24. Volgorde stemming over amendementen en moties
1. Als op een aanhangig voorstel amendementen zijn ingediend, wordt eerst over die amendementen gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel.
2. Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft.
3. Als meerdere amendementen of subamendementen op eenzelfde gedeelte van een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd.
4. Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken.
Artikel 25. Stemming over personen
1. Bij stemming over personen voor benoemingen of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stembureau.
2. Aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, zijn verplicht een door het stembureau verstrekt stembriefje in te leveren.
3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje.
4. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van het stembureau.
Hoofdstuk 4. Rechten van leden
Artikel 26. Amendementen en subamendementen
1. Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voor het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat.
2. Er wordt alleen beraadslaagd over amendementen en subamendementen die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst getekend hebben.
3. Intrekking door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.
Artikel 27. Moties
1. Raadsleden dienen moties schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat.
2. De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorstel waarop het betrekking heeft.
3. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn behandeld.
4. Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.
Artikel 28. Voorstellen van orde
Raadsleden kunnen tijdens een raadsvergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raad beslist hier terstond over.
Artikel 29. Initiatiefvoorstel
1. Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in bij de voorzitter. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college.
2. Het college kan binnen twee weken nadat het ter kennis is gesteld van een voorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen.
3. Nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede lid gestelde termijn is verlopen, wordt het voorstel op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst. Als de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende raadsvergadering geplaatst.
Artikel 30. Collegevoorstel
1. Een collegevoorstel aan de raad dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de raadsvergadering, wordt niet ingetrokken zonder toestemming van de raad.
2. Als de raad van oordeel is dat het nodig is een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug te zenden aan het college, bepaalt de raad binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.
Artikel 31. Interpellatie
1. Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie schriftelijk in bij de voorzitter via de griffier. Het verzoek bevat in ieder geval de te stellen vragen.
2. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college.
3. Over verzoeken die ten minste 48 uur voor aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend of in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, wordt tijdens de eerstvolgende raadsvergadering gestemd. In andere gevallen tijdens de daaropvolgende raadsvergadering.
4. De interpellant voert niet vaker dan tweemaal het woord. De overige raadsleden, de burgemeester en het college niet vaker dan éénmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.
Artikel 32. Inlichtingen
1. Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de wet schriftelijk in bij de griffier.
2. De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester.
3. De verlangde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk aan de raad verschaft, in ieder geval binnen 14 dagen nadat het verzoek is ingediend.
Hoofdstuk 4a. Vragen door raadsleden en fractievolgers
Artikel 33. Technische vragen naar aanleiding van geagendeerde stukken
1. Raadsleden en fractievolgers kunnen voorafgaand aan een rondetafelgesprek (RTG) technische en politiek-bestuurlijke vragen stellen over geagendeerde raadsvoorstellen.
2. Vragen worden uiterlijk vier werkdagen voor aanvang van het RTG via een door de griffier vastgesteld format ingediend.
3. Het college of de burgemeester beantwoordt deze vragen zoveel mogelijk voorafgaand aan het RTG via de griffier.
4. Vragen die later worden ingediend of tijdens het RTG worden gesteld, worden mondeling beantwoord. Als een volledig antwoord niet mogelijk is, volgt schriftelijke beantwoording uiterlijk drie werkdagen vóór de besluitvormende raadsvergadering.
5. Aanvullende vragen na het RTG kunnen tot vier werkdagen voor de besluitvormende raadsvergadering via het format worden ingediend. Beantwoording volgt uiterlijk twee werkdagen voor de vergadering.
6. De griffier verspreidt alle schriftelijke antwoorden via het raadsinformatiesysteem onder raadsleden en fractievolgers.
7. Voor technische vragen over jaarstukken, begrotingen en rapportages stelt het presidium formats en termijnen vast. De antwoorden worden gebundeld en verspreid.
Artikel 34. Schriftelijke en politieke vragen
1. Schriftelijke vragen van raadsleden aan het college of de burgemeester worden via een vastgesteld format bij de griffier ingediend. Het raadslid geeft aan of schriftelijke of mondelinge beantwoording gewenst is.
2. De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester.
3. Schriftelijke beantwoording gebeurt zo spoedig mogelijk, in ieder geval binnen 14 dagen na indiening.
4. Vragen die ten minste drie werkdagen voor aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend, worden mondeling beantwoord in die vergadering, tenzij het college of de burgemeester gemotiveerd aangeeft dat dit niet mogelijk is.
5. Schriftelijke antwoorden worden door de griffier aan de raadsleden toegezonden.
6. De vragensteller kan in de raadsvergadering nadere inlichtingen vragen over het antwoord, tenzij de raad anders beslist.
7. Vragen over ingekomen stukken dienen uiterlijk vier dagen voor de besluitvormende raadsvergadering te worden gesteld. Beantwoording volgt uiterlijk drie werkdagen voor de vergadering.
8. Als beantwoording niet binnen de gestelde termijn kan plaatsvinden, stelt het college of de burgemeester de raad hiervan schriftelijk gemotiveerd in kennis, waarbij ook aangegeven wordt binnen welke termijn schriftelijke beantwoording zal plaatsvinden.
Artikel 35. Mondelinge vragen (vragenkwartiertje – ‘waan van de dag’)
1. Tijdens het agendapunt ‘vragenkwartiertje’ kunnen raadsleden mondelinge vragen stellen over actuele onderwerpen die niet op de agenda staan.
2. Het raadslid meldt via een vastgesteld formulier het onderwerp en een korte omschrijving van de vraag uiterlijk om 16.00 uur op de dag van de raadsvergadering bij de griffier.
3. De voorzitter kan adviseren een onderwerp tijdens het vragenkwartiertje niet aan de orde te stellen als het onderwerp:
a onvoldoende nauwkeurig is omschreven
b niet politiek, actueel en urgent is: of
c in dezelfde vergadering al aan de orde is.
4. De voorzitter bepaalt de volgorde van behandeling en kan per onderwerp de spreektijd vaststellen.
5. Het vragenkwartiertje duurt maximaal één kwartier.
6. Na beantwoording door het college of de burgemeester kan de vragensteller aanvullende vragen stellen. Andere raadsleden kunnen vervolgens vragen stellen over hetzelfde onderwerp.
7. Interrupties zijn tijdens het vragenkwartiertje niet toegestaan.
Hoofdstuk 5. Besloten vergadering
Artikel 36. Algemeen
Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering.
Artikel 37. Verslag
1. Van een vergadering met gesloten deuren wordt een afzonderlijk audioverslag opgenomen dat niet openbaar wordt gemaakt, tenzij de raad anders besluit conform het tweede lid. Het audioverslag is door de leden van de raad, fractievolgers, voorzitter, het college, de burgemeester en aanwezige ambtenaren op verzoek na te luisteren bij de griffier.
2. De besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op het audioverslag en de vastgestelde besluitenlijst.
3. De vastgestelde besluitenlijst worden door de voorzitter en de griffier ondertekend
Artikel 38. Opheffing geheimhouding
Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.
Hoofdstuk 6. Rondetafelgesprekken (RTG-en)
Paragraaf 1. Instelling, doel, taken en samenstelling Rondetafelgesprekken Artikel 39. Instelling en doel
1. De raad stelt conform artikel 82 van de wet de volgende RTG-en in:
a RTG Ruimte;
b RTG Samenleving & Bestuur;
c RTG Politiek-bestuurlijke voorbereidingsronde jaarstukken, voorjaarsnota en programmabegroting.
2. Het RTG Ruimte bereidt de besluitvorming door de raad voor en spreekt met het college of de burgemeester over de onderwerpen wonen, werken, recreatie en de fysieke leefomgeving.
3. Het RTG Samenleving & Bestuur bereidt de besluitvorming door de raad voor en spreekt met het college of de burgemeester over de onderwerpen maatschappelijke zaken, burger, bestuur en veiligheid.
4. Het RTG Politiek-bestuurlijke voorbereidingsronde jaarstukken, voorjaarsnota en programmabegroting bereidt de besluitvorming van de raad over deze stukken voor en spreekt met het college of de burgemeester over deze stukken.
5. Indien een onderwerp beide RTG-en genoemd onder het tweede en het derde lid aangaat, bepaalt het presidium of dit onderwerp in beide RTG-en wordt behandeld of dat het RTG dat het onderwerp het meest aangaat, het onderwerp behandelt.
6. De RTG-en hebben tot doel:
het uitwisselen van informatie en meningen in een vroeg stadium van de besluitvorming over een raadsvoorstel;
de burger in de gelegenheid te stellen om op de geagendeerde onderwerpen in te spreken.
7. De RTG-en als bedoeld in artikel 39 lid 1 onder a en b hebben, naast de in lid 6 genoemde doelstellingen, tot doel het inwinnen van informatie en/of het voeren van een debat over onderwerpen zonder dat er voor dit onderwerp een raadsvoorstel is.
Artikel 40. Taken Rondetafelgesprekken
1. De RTG-en als bedoeld in artikel 39 lid 1 onder a en b hebben de volgende taken:
a te bepalen of een raadsvoorstel:
- rijp is voor behandeling in de besluitvormende raadsvergadering;
- terug moet komen in een volgend RTG;
- terug moet naar het college om het behandelrijp te maken.
b het voeren van overleg met het college of met de burgemeester over in ieder geval door het college verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de in artikel 39 tweede of derde lid genoemde onderwerpen. De leden kunnen bepalen dat naar aanleiding van dit overleg een onderwerp op de agenda van de raad komt en dan als hamer- of debatstuk behandeld moet worden.
c het voeren van debat over de geagendeerde onderwerpen.
d het uitbrengen van een advies aan de raad uit eigener beweging.
2. Het RTG als bedoeld in artikel 39 lid 1 onder c. heeft als taak het voeren van overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval door het college verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de jaarstukken, voorjaarsnota en de programmabegroting.
Artikel 41. Samenstelling
1. Tijdens het RTG als bedoeld in artikel 39 lid 1 onder a en b neemt per agendapunt één lid per fractie deel, met uitzondering van de grootste fractie. De grootste fractie neemt met maximaal drie leden per agendapunt deel aan het RTG.
2. De fracties bepalen zelf wie hen per agendapunt vertegenwoordigt conform lid 1. Dit kan een raadslid en/of een fractievolger zijn. Voor elk agendapunt kan een ander raadslid of fractievolger deelnemen aan het RTG.
3. Elke tijdens de laatst gehouden gemeenteraadsverkiezingen verkozen partij kan gedurende die raadsperiode maximaal twee fractievolgers aanwijzen.
4. Een fractievolger dient te voldoen aan hetgeen in de artikelen 10, 11, 12 en 13 van de wet is bepaald en dient op een kandidatenlijst voor de laatst gehouden verkiezingen te hebben gestaan.
5. Voorafgaand aan de deelname van een fractievolger aan het RTG onderzoekt de in artikel 5 bedoelde commissie in openbaarheid of de fractievolger voldoet aan hetgeen in de artikelen 10, 11, 12 en 13 van de wet is bepaald. De commissie brengt na haar onderzoek advies uit aan de raad over de toelating van de fractievolger tot het RTG. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies.
6. Aan het RTG als bedoeld in artikel 39 lid 1 onder c nemen alle raadsleden deel. Bij afwezigheid van het raadslid van een éénmansfractie door ziekte of als dit raadslid het RTG voorzit, mag deze vervangen worden door zijn fractievolger.
7. Indien een fractie wil afwijken van het gestelde in lid 3 en 4 dient deze fractie een gemotiveerd verzoek in bij het presidium. Het presidium geeft een advies hierover aan de raad.
Artikel 42. Zittingsduur en vacatures
1. De zittingsperiode van een lid en voorzitter eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad.
2. Het lidmaatschap van een fractievolger eindigt als niet meer wordt voldaan aan de in artikel 41, vijfde lid, gestelde eisen.
3. De raad kan een fractievolger ontslaan op voorstel van de fractie die de fractievolger voor benoeming heeft voorgedragen.
4. De raad kan de voorzitter ontslaan.
5. Een fractievolger en voorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd.
6. Als door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan, behoudens het bepaalde in de wet en de Kieswet.
7. Het lidmaatschap van leden, benoemd op voordracht van een fractie die niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt van rechtswege.
Artikel 43. De voorzitter
1. De raad kiest uit zijn midden één of meer voorzitters voor de RTG-en.
2. De voorzitter heeft tot taak:
a. het gesprek te leiden;
b. de orde van de vergadering te handhaven;
c. een samenvatting van het besprokene te geven;
d. een samenvatting van de gemaakte afspraken over de verdere behandeling van het onderwerp te geven;
e. de gedane toezeggingen samen te vatten;
f. het doen naleven van deze verordening;
g. hetgeen deze verordening hem opdraagt.
3. De voorzitter is geen lid van het RTG.
Artikel 44. De Griffier
1. De griffier ondersteunt en adviseert de leden en de voorzitter van de RTG-en.
2. De griffier is bij elk RTG aanwezig.
Artikel 45. Aanwezigheid College en Burgemeester
1. De burgemeester en wethouders zijn als regel uitgenodigd de RTG-en bij te wonen met als doel te informeren over geagendeerde onderwerpen. Zij kunnen ook deel nemen aan de beraadslagingen.
2. De burgemeester en de wethouders kunnen medewerkers vanuit de gemeentelijke organisatie het woord namens hen laten voeren over technische vragen van de raadsleden of fractievolgers.
Paragraaf 2. Vergaderingen
Artikel 46. De agenda
1. Een raadslid en/of het college kunnen het presidium schriftelijk verzoeken een onderwerp voor een RTG te agenderen. Het schriftelijke verzoek dient te zijn voorzien van:
a. onderwerp;
b. de daarop betrekking hebbende documenten;
c. relevantie.
2. Het presidium beoordeelt:
a. of een onderwerp, gelet op de doelstelling van de RTG-en, zich leent voor agendering in de RTG-en ;
b. of het doel van de behandeling van een raadsvoorstel duidelijk is;
c. of het onderwerp van een raadsvoorstel zich leent voor behandeling in een RTG of dat behandeling nodig is een besluitvormende raadsvergadering.
3. Na het verzenden van een oproep als bedoeld in artikel 9 kan de griffier, na overleg met het presidium, tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen.
4. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan het RTG de volgorde van de behandeling van de agendapunten wijzigen.
Artikel 47. Opening vergadering en quorum
1. Een vergadering wordt niet geopend voordat blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is.
2. Als op grond van het eerste lid de vergadering niet kan worden geopend, belegt de voorzitter opnieuw een vergadering op een tijdstip dat tenminste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen.
3. Op een vergadering als bedoeld in het tweede lid is het eerste lid niet van toepassing. Het RTG kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het eerste lid niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, als volgens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is.
Artikel 48. Advies; geen stemmingen
1. Als het RTG een advies aan de raad uitbrengt, beslissen de leden op voorstel van de voorzitter over de inhoud van het advies.
2. In het advies worden de standpunten van alle leden opgenomen.
3. In een vergadering vinden geen stemmingen plaats, met uitzondering van stemmingen over geheimhouding en met betrekking tot de orde.
Artikel 49. Aantal spreektermijnen
1. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij het RTG anders beslist.
2. Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten.
3. Leden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel.
4. Bij de bepaling hoeveel keer een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.
Artikel 50. Deelname aan de beraadslaging door anderen
Het RTG kan besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.
Artikel 51. Spreekrecht burgers
1. Het presidium kan burgers, maatschappelijke organisaties en ondernemers uitnodigen voor de RTG-en.
2. Burgers, maatschappelijke organisaties en ondernemers kunnen gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten per geagendeerd onderwerp het woord voeren. Dit kunnen zij doen achter het spreekgestoelte of aan de vergadertafel.
3. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit verleend heeft. De leden kunnen aan de insprekers korte verhelderende vragen stellen. De voorzitter geeft de insprekers nog een keer het woord als alle vragen van de leden zijn beantwoord.
4. Het woord kan niet gevoerd worden over:
a. een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep openstaat of heeft opengestaan;
b. benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;
c. een gedraging waarover een klacht op grond van artikel 9:1 van de Algemene Wet Bestuursrecht kan of kon worden ingediend;
d. onderwerpen die niet op de agenda staan.
5. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken meldt dit vóór aanvang van de vergadering aan de griffier.
6. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, als dit in het belang is van de orde van de vergadering.
7. Per agendapunt krijgt elke spreker maximaal vijf minuten het woord, ongeacht of men inspreekt namens meerdere personen. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd.
Artikel 52. Voorstellen van orde
1. De voorzitter en de leden kunnen tijdens het RTG mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht.
2. Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen.
3. Over een voorstel van orde beslissen de leden terstond.
Artikel 53. Handhaving orde en schorsing
1. De voorzitter handhaaft de orde in de vergadering.
2. De voorzitter kan het RTG voorstellen aan een lid, dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig laat de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan de raad, op voorstel van de voorzitter van de raad en op advies van het presidium, besluiten hem bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering ontzeggen.
3. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en, als na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten.
4. De voorzitter roept sprekers tot de orde als deze zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaten, afwijken van het in behandeling zijnde onderwerp, andere sprekers herhaaldelijk interrumperen, dan wel anderszins de orde verstoren. Sprekers die hieraan geen gevolg geven kunnen door hem het woord ontnomen worden over het aanhangige onderwerp.
Artikel 54. Verslag
1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van een presentielijst en lijst van conclusies en toezeggingen van het RTG.
2. De lijst van conclusies en toezeggingen van het RTG wordt ter vaststelling aangeboden op de agenda van de eerstvolgende besluitvormende raadsvergadering.
3. De leden van de raad, fractievolgers, de voorzitter, het college, de burgemeester en de griffier hebben het recht een voorstel tot verandering aan de raad te doen indien de lijst van toezeggingen en conclusies onjuistheden weergeeft. Een voorstel tot verandering dient 24 uur vóór de aanvang van de eerstvolgende besluitvormende raadsvergadering bij de griffier te worden ingediend.
4. Het audioverslag wordt binnen één week in het raadsinformatiesysteem geplaatst.
Paragraaf 3. Besloten Rondetafelgesprek
Artikel 55. Algemeen
Op een besloten RTG zijn de bepalingen van deze verordening van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van het RTG.
Artikel 56. Verslag
1. Van een vergadering met gesloten deuren wordt een afzonderlijk audioverslag opgenomen dat niet openbaar wordt gemaakt, tenzij de raad anders besluit conform het tweede lid. Het audioverslag is door de leden van de raad, fractievolgers, voorzitter, het college, de burgemeester, aanwezige ambtenaren en griffier, op verzoek na te luisteren bij de griffier.
2. De lijst van toezeggingen en conclusies wordt in de eerstvolgende besluitvormende raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op het audioverslag en de overige stukken van het besloten RTG. De lijst van toezeggingen en conclusies wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend.
Artikel 57. Geheimhouding
Voor de afloop van het besloten RTG beslist het RTG overeenkomstig artikel 87 van de wet of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen.
Hoofdstuk 7. Toehoorders en pers
Artikel 58. Toehoorders en pers
1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen.
2. Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden.
3. De voorzitter is bevoegd toehoorders die op welke manier ook de orde van de vergadering verstoren, te doen vertrekken. Toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren, kan hij voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering ontzeggen.
4. Aanwezigen worden actief gewezen op openbaarheid van vergaderingen en regels rondom de Algemene Verordening Gegevensbescherming.
Artikel 59. Geluids- en beeldregistraties
Degenen die in de vergaderzaal tijdens een openbare vergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen.
Artikel 60. Verbod gebruik communicatiemiddelen
In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens een openbare vergadering het gebruik van alle mobiele communicatiemiddelen, die inbreuk maken op de orde van de vergadering, zonder toestemming van de voorzitter, niet toegestaan.
Hoofdstuk 8. Slotbepalingen
Artikel 61. Uitleg reglement
In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad of rondetafelgesprek (RTG) op voorstel van de voorzitter.
Artikel 62. Inwerkingtreding
1. De verordening ‘Reglement van Orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2020’, laatst gewijzigd in de raadsvergadering van 13 juni 202, wordt ingetrokken bij inwerkingtreding van deze verordening.
2. De verordening ‘Reglement van orde voor de Rondetafelgesprekken van de raad 2020’, laatst gewijzigd op 13 juni 2020, wordt ingetrokken bij inwerkingtreding van deze verordening
3. Deze verordening treedt in werking op 1 april 2026.
4. Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Reglement van Orde voor de vergaderingen, rondetafelgesprekken (RTG-en) en andere werkzaamheden van de raad 2026’.
Ondertekening
Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente West Maas en Waal in de vergadering van 5 maart 2026
De raad van West Maas en Waal,
C. (Elles) Jansen-Bouwman
griffier
V.M. (Vincent) van Neerbos
voorzitter
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl