Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR759116
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR759116/1
Gemeente Middelburg – verordening op de raadscommissies 2026
Geldend van 01-04-2026 t/m heden
Intitulé
Gemeente Middelburg – verordening op de raadscommissies 2026De raad van de gemeente Middelburg;
gelezen het voorstel van de raadsgriffier van 5 februari 2026;
gelet op het advies van de commissie Algemeen Bestuur van 3 maart 2026;
Gelet op de artikelen 82 en 84 van de Gemeentewet;
Besluit:
- 1.
De verordening op de raadscommissies Middelburg 2026 vast te stellen;
- 2.
De verordening op de raadscommissies 2022 in te trekken.
Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
- a.
Commissielid: lid van een raadscommissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet, niet zijnde een ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd;
- b.
Commissievoorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens plaatsvervanger;
- c.
Commissiegriffier: griffier van een raadscommissie of diens plaatsvervanger;
- d.
Griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger;
- e.
Verdiepende bijeenkomst: een bijeenkomst ten behoeve van de verdiepende informatievergaring voor raadsleden en burgercommissieleden;
- f.
Fracties: de fracties van de politieke partijen, die in de gemeenteraad van Middelburg vertegenwoordigd zijn;
- g.
Burgercommissielid: niet-raadsleden die op basis van deze verordening namens de fracties deelnemen aan commissievergaderingen;
- h.
Technische toelichting: een bijeenkomst ten behoeve van technische informatievergaring voor raadsleden en burgercommissieleden;
- i.
Voorzittersoverleg: een vergadering van de commissievoorzitters.
Hoofdstuk 2. Instelling Raadscommissies
Artikel 2. Instellen raadscommissies ex artikel 82 van de gemeentewet
Er is een:
- 1.
Raadscommissie Algemeen Bestuur (AB), waarvan de werkzaamheden de volgende onderwerpen betreffen:
- a.
Algemene bestuurszaken
- b.
Openbare orde en veiligheid
- c.
Financiën
- d.
Personeelszaken, organisatie en automatisering
- e.
Communicatie en participatie
- f.
Economische zaken
- g.
Recreatie en toerisme
- a.
- 2.
Raadscommissie Maatschappelijke Zaken (MZ), waarvan de werkzaamheden de volgende onderwerpen betreffen:
- a.
Sociaal domein
- b.
Onderwijs
- c.
Volksgezondheid
- d.
Cultuur
- e.
Sport
- a.
- 3.
Raadscommissie Ruimte (RM), waarvan de werkzaamheden de volgende onderwerpen betreffen:
- a.
Wonen en volkshuisvesting
- b.
Ruimtelijke ordening
- c.
Groenbeheer
- d.
Reiniging
- e.
Verkeer
- f.
Infrastructuur
- g.
Milieu
- a.
- 4.
Indien een onderwerp meerdere raadscommissies aangaat, wordt het onderwerp in de afzonderlijke raadscommissies besproken, tenzij de voorzitters van de betrokken raadscommissies in overleg beslissen dat een gezamenlijke vergadering van de raadscommissies wordt belegd of de raadscommissie die het onderwerp het meest aangaat, het onderwerp behandelt. Bij projecten wordt overeenkomstig gehandeld.
- 5.
Indien een gezamenlijke vergadering van raadscommissies wordt belegd, vervult de voorzitter van de raadscommissie die het onderwerp het meest aangaat, de taken van de voorzitter.
Artikel 3. Taken
- 1.
De raadscommissies zoals genoemd in artikel 2 hebben de volgende taken:
- a.
Het voorbereiden van de besluitvorming van de raad over een voorstel of onderwerp dat betrekking heeft op de in artikel 2, eerste, tweede, of derde lid, genoemde onderwerpen;
- b.
Uitbrengen van advies aan de raad uit eigener beweging over de raadsagenda.
- c.
Uitbrengen van advies aan de raad over de besluitrijpheid van de voorstellen of onderwerpen die betrekking hebben op de in artikel 2, eerste, tweede, of derde lid, genoemde onderwerpen;
- d.
Voeren van overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval door het college of de burgemeester verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de in artikel 2, eerste, tweede, of derde lid, genoemde onderwerpen.
Artikel 4. Burgercommissieleden
- 1.
De voorzitter van de raad benoemt op voordracht van de fractievoorzitter van elke fractie maximaal drie burgercommissieleden en roept hen op om in de raadsvergadering de eed of de verklaring en belofte af te leggen.
- 2.
De artikelen 11, 12, 13, 14 en 15 lid 1 van de Gemeentewet zijn op burgercommssieleden van overeenkomstige toepassing.
- 3.
Artikel 10 van de gemeentewet is overeenkomstig van toepassing op burgercommissieleden, met de uitzondering van de bepalingen in het eerste lid dat de minimale leeftijd voor het lidmaatschap van de commissie 18 jaar is en dat men niet is uitgesloten van het kiesrecht. Voor het lidmaatschap van de commissie geldt een minimale leeftijdsgrens van 16 jaar.
- 4.
De burgercommissieleden zijn met betrekking tot geheime informatie, die vanwege de gemeente Middelburg te hunner kennis komt, op gelijke wijze tot geheimhouding verplicht als de leden van de raad en nemen overigens dezelfde zorgvuldigheid in acht als van ieder raadslid wordt verwacht.
- 5.
Burgercommissieleden hebben het recht tot inzage in geheime informatie vanaf het moment dat zij benoemd en beëdigd zijn.
- 6.
Het commissielidmaatschap eindigt:
- a.
Bij het einde van de zittingsperiode van de raad;
- b.
Door een schriftelijke melding aan de voorzitter van de raad en de griffier van de voorzitter van de fractie waar het commissielid deel van uitmaakt;
- c.
Door een schriftelijke melding aan de voorzitter van de raad en de griffier van het commissielid dat hij zijn werkzaamheden beëindigt.
- a.
Artikel 5. Samenstelling
- 1.
Alle raadsleden en burgercommissieleden zijn uit hoofde van hun functie lid van alle raadscommissies.
- 2.
In elke commissie mogen per fractie gelijktijdig maximaal vier personen zitting hebben (naast de voorzitter).
- 3.
De vertegenwoordiging per fractie kan qua samenstelling tijdens de commissievergadering worden aangepast. Wisseling is toegestaan tussen twee agendapunten.
Artikel 6. Voorzitter
- 1.
De voorzitters van de commissies als bedoeld in artikel 2 en hun plaatsvervanger worden door de raad uit zijn midden benoemd.
- 2.
De voorzitter is als technisch voorzitter belast met:
- a.
Het leiden van de vergadering;
- b.
Het handhaven van de orde;
- c.
Het doen naleven van deze verordening;
- d.
Het bewaken van de vergadertijd
- e.
Hetgeen deze verordening hem verder opdraagt.
- a.
- 3.
De raad kan de commissievoorzitter ontslaan.
- 4.
De commissievoorzitter kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als zijn opvolger is benoemd.
Artikel 7. Griffier en commissiegriffier
- 1.
De griffier van de raad wijst ter ondersteuning van iedere raadscommissie een voor de griffie werkzame medewerker aan als commissiegriffier.
- 2.
Bij iedere commissievergadering is een commissiegriffier aanwezig.
- 3.
Bij verhindering of afwezigheid wordt de commissiegriffier vervangen door een door de griffier van de raad aangewezen voor de griffie werkzame medewerker of, in samenspraak met de secretaris, een niet voor de griffie werkzame medewerker.
- 4.
De griffier kan in iedere vergadering aanwezig zijn.
Hoofdstuk 3. Vergaderingen
Paragraaf 1. Tijdstip van vergaderen en voorbereidingen
Artikel 8. Vergaderfrequentie
- 1.
De raadscommissies, als bedoeld in artikel 2 van deze verordening, vergaderen in de regel 6 tot 12 dagen voorafgaand aan de raadsvergadering.
- 2.
Een raadscommissie vergadert voorts indien de voorzitter het nodig oordeelt of indien ten minste twee fracties schriftelijk met opgaaf van redenen daarom verzoeken.
- 3.
De dag na de laatste reguliere commissievergadering wordt indien mogelijk gereserveerd op de vergaderkalender voor uitloop van de commissies. Indien niet mogelijk, wordt een andere passende datum gezocht.
Artikel 9. Oproep
- 1.
De griffie plaatst in opdracht van de voorzitter ten minste zeven dagen voor een commissievergadering een oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken op het raadsinformatiesysteem.
- 2.
In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het door de griffie op het raadsinformatiesysteem plaatsen van een schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering, wordt deze met de daarbij behorende stukken door de griffie op het raadsinformatiesysteem geplaatst.
- 3.
Als na het op het raadsinformatiesysteem plaatsen van de oproep door de griffie stukken op het raadsinformatiesysteem worden geplaatst, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raadscommissie en zo mogelijk in een openbare kennisgeving.
- 4.
Stukken waaromtrent op grond van artikel 87, eerste, tweede en derde lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, worden door de griffie in lijn met het geheimhoudingsprotocol achter een digitaal slot op het raadsinformatiesysteem geplaatst.
Artikel 10. Agenda
- 1.
Commissieleden kunnen de voorzitter verzoeken om vergaderstukken zoals concept-moties of concept-amendementen aan de agenda van de vergadering van de commissie toe te voegen. Bij voorkeur dienen commissieleden deze vergaderstukken via de griffie voorafgaand aan het voorzittersoverleg in.
- 2.
De agenda vermeldt een onderscheid tussen bespreekpunten en hamerstukken, waarbij hamerstukken in principe zonder inhoudelijke behandeling door de commissie ter besluitvorming worden doorgeleid naar de raad.
- 3.
De voorzitter besluit, in het voorzittersoverleg, bij het vaststellen van de voorlopige en aanvullende agenda of agendapunten als bespreekstuk of hamerstuk worden geagendeerd.
- 4.
Indien één of meer commissieleden dat verzoeken wordt een hamerstuk in de commissie alsnog als bespreekstuk aangemerkt.
- 5.
Bij aanvang van de vergadering wordt de agenda vastgesteld. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de commissie besluiten om bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toe te voegen of af te voeren.
- 6.
Indien een lid van de commissie voorstelt om een onderwerp van de agenda af te voeren, wordt dit verzoek in stemming gebracht als een ordevoorstel. Indien een meerderheid van de aanwezige leden stemt om het voorstel van de agenda af te voeren, vraagt de voorzitter aan elke fractie die heeft aangegeven dat zij voor het afvoeren van de agenda zij om hier een verklaring voor te geven. De commissiegriffier neemt de verklaring op in het verslag en dit wordt besproken in het presidium.
- 7.
Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de volgorde van behandeling van de agendapunten worden gewijzigd.
Artikel 11. Openbare kennisgeving
- 1.
Commissievergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door aankondiging op het raadsinformatiesysteem.
- 2.
De openbare kennisgeving vermeldt:
- a.
De datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering;
- b.
De wijze waarop en de plaats waar een ieder de agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien;
- c.
De mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als bedoeld in artikel 14 en 15.
- d.
In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs elektronische weg plaatsvinden.
Paragraaf 2. Orde van de vergadering
Artikel 12. Opening vergadering en quorum
- 1.
De voorzitter opent de vergadering van de commissie als bedoeld in artikel 2 op het vastgestelde uur, indien van meer dan de helft van het aantal in de raad vertegenwoordigde fracties een commissielid aanwezig is.
- 2.
Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, belegt de commissievoorzitter opnieuw een vergadering op een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen.
- 3.
Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid niet van toepassing.
Artikel 13. Presentielijst
- 1.
De commissiegriffier draagt zorg voor het opstellen van de presentielijst van vergadering.
- 2.
Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen commissieleden de presentielijst, die aan het einde van elke vergadering door de commissievoorzitter en de commissiegriffier door ondertekening wordt vastgesteld.
Artikel 14. Spreekrecht burgers over geagendeerde onderwerpen
- 1.
Inwoners van de gemeente Middelburg en overige burgers met een direct belang bij besluiten van de gemeente Middelburg kunnen in een vergadering van een commissie als bedoeld in artikel 2 van deze verordening het woord voeren over geagendeerde onderwerpen. Daarnaast geldt deze mogelijkheid ook voor vertegenwoordigers van bedrijven of organisaties in Middelburg of met een direct belang bij besluiten in Middelburg.
- 2.
Het woord kan niet gevoerd worden over:
- a.
Een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan;
- b.
Benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;
- c.
Een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.
- a.
- 3.
Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit ten minste 48 uur voor de aanvang van de vergadering bij de griffie onder vermelding van zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wenst te voeren.
- 4.
De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is van de orde van de vergadering.
- 5.
Elke aangemelde spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. Voor het inspreken over geagendeerde onderwerpen is maximaal dertig minuten gereserveerd in de agenda. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. In bijzondere gevallen kan de voorzitter afwijken van de maximale lengte van de spreektijd.
- 6.
De spreker voert het woord, nadat de voorzitter dit heeft gegeven.
- 7.
De voorzitter staat de deelnemers aan de vergadering toe om een korte, verhelderende vraag te stellen aan de inspreker. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. Nadat de voorzitter concludeert dat het agendapunt voldoende is besproken, biedt de voorzitter de inspreker de kans om een korte, laatste boodschap te delen met de deelnemer van de vergadering.
Artikel 15. Spreekrecht burgers over niet-geagendeerde voorwerpen
- 1.
Inwoners van de gemeente Middelburg en overige burgers met een direct belang bij besluiten van de gemeente Middelburg kunnen in een vergadering van een commissie als bedoeld in artikel 2 van deze verordening het woord voeren over niet-geagendeerde onderwerpen. Daarnaast geldt deze mogelijkheid ook voor vertegenwoordigers van bedrijven of organisaties in Middelburg of met een direct belang bij besluiten in Middelburg.
- 2.
Het woord kan niet gevoerd worden over:
- a.
Een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep is ingediend of nog openstaat;
- b.
Benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;
- c.
Een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht is ingediend of kan worden ingediend;
- d.
Onderwerpen waarover de raad minder dan zes maanden geleden een besluit heeft genomen;
- e.
Onderwerpen waarover minder dan drie maanden geleden door dezelfde burger het woord is gevoerd op grond van dit artikel.
- a.
- 3.
Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken meldt dit ten minste 48 uur voor de aanvang van de vergadering bij de griffie onder vermelding van zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wenst te voeren.
- 4.
De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is in de orde van de vergadering.
- 5.
Elke aangemelde spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. Voor het inspreken is maximaal dertig minuten gereserveerd in de agenda. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. In bijzondere gevallen kan de voorzitter afwijken van de maximale lengte van de spreektijd.
- 6.
De spreker voert het woord, nadat de voorzitter dit heeft gegeven.
- 7.
De voorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. De inbreng van de burger wordt voor kennisgeving aangenomen, tenzij de commissie anders besluit op voorstel van de voorzitter of een lid.
Artikel 16. Videoverslag en beknopt schriftelijk verslag
- 1.
Van de commissievergadering als bedoeld in artikel 2 wordt een videoverslag gemaakt dat uiterlijk binnen 2 dagen na de vergadering is te raadplegen op het raadsinformatiesysteem.
- 2.
Er wordt aanvullend op het videoverslag een beknopt schriftelijk verslag van de vergadering gemaakt. Het beknopte schriftelijke verslag wordt in ieder geval digitaal aan de commissieleden gezonden gelijktijdig met de oproep voor de volgende vergadering.
- 3.
De commissieleden, de voorzitter, de burgemeester en de wethouders hebben het recht een voorstel tot wijziging te doen, indien het conceptverslag onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen gezegd of besloten is. Een voorstel tot verandering dient voor de vaststelling van het verslag bij de commissiegriffier te worden ingediend.
- 4.
Het beknopte verslag bevat in ieder geval:
- a.
De namen van de aanwezige commissievoorzitter, de commissiegriffier, de burgemeester, de wethouders en de commissieleden, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben;
- b.
de agendapunten, en per agendapunt de personen die vooraf vragen hebben gesteld en de antwoorden die schriftelijk zijn gegeven, met een link naar die vragen en antwoorden.
- c.
de toezeggingen die de portefeuillehouder bij een agendapunt heeft gedaan
- d.
antwoorden op vragen die niet in de commissie zelf konden worden beantwoord.
- e.
Het advies, als bedoeld in artikel 3, aan de raad over of het voorstel al dan niet rijp is voor besluitvorming.
- 5.
Het beknopte verslag wordt in de eerstvolgende vergadering vastgesteld.
Artikel 17. Spreekregels
- 1.
Een commissielid, de burgemeester en een wethouder spreken vanaf hun plaats of van de spreekplaats en richten zich tot de voorzitter.
- 2.
Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de in het eerste lid genoemde personen vanaf een andere plaats spreken.
- 3.
Een commissielid, de burgemeester en een wethouder voeren het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem gekregen te hebben.
- 4.
De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer het woord wordt gevraagd over de orde van de vergadering.
Artikel 18. Aantal spreektermijnen
- 1.
Beraadslaging over een raadsvoorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders beslist. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om als bespreekstuk geagendeerde raadsvoorstellen voorafgaand aan de eerste termijn kort toe te lichten.
- 2.
Beraadslaging over andere onderwerpen geschiedt in ten hoogste één termijn, tenzij de raadscommissie anders beslist.
- 3.
Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten.
- 4.
Commissieleden voeren in een termijn niet meer dan één maal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel.
- 5.
Bij de bepaling hoeveel keer een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.
- 6.
Als uitgangspunt geldt dat per fractie één commissielid per onderwerp het woord voert. Hier kan met toestemming van de voorzitter van worden afgeweken.
Artikel 19. Voorstellen van orde
- 1.
Commissieleden kunnen tijdens een vergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raadscommissie beslist hier meteen over. Als een meerderheid van de aanwezige leden voorstemt, wordt het voorstel aangenomen.
Artikel 20. Handhaving orde en schorsing
- 1.
De commissievoorzitter handhaaft de orde in de vergadering.
- 2.
De commissievoorzitter roept sprekers tot de orde als deze zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaten, afwijken van het in behandeling zijnde onderwerp, andere sprekers herhaaldelijk interrumperen, dan wel anderszins de orde verstoren. Sprekers die hieraan geen gevolg geven kunnen door hem het woord ontnomen worden over het aanhangige onderwerp.
- 3.
De commissievoorzitter kan de raadscommissie voorstellen om aan een commissielid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming van het voorstel verlaat het commissielid de vergadering onmiddellijk. Indien nodig zorgt de commissievoorzitter ervoor dat het betreffende commissielid uit de zaal wordt verwijderd. Bij herhaling van zijn gedrag kan het commissielid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.
- 4.
De commissievoorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en, als na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten.
Artikel 21. Deelname aan de beraadslaging door anderen
- 1.
Een raadscommissie in de zin van artikel 2 van deze verordening kan besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.
- 2.
Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of een lid genomen, voordat met de beraadslaging over het agendapunt dat aan de orde is een aanvang wordt genomen.
Artikel 22. Advies
- 1.
Als een commissielid een advies in de zin van artikel 3, eerste lid, onderdeel c aan de wil raad uitbrengen, dient het commissielid dit verzoek in bij de commissievoorzitter. De commissievoorzitter legt het voorstel voor aan de commissie en vraagt aan elke fractie het standpunt ten opzichte van het advies. De commissiegriffier draagt zorg voor het opnemen van de standpunten van de fracties in het verslag.
- 2.
De commissievoorzitter sluit de beraadslaging bij ieder raadsvoorstel af met de vraag aan de fracties of zij het voorliggend voorstel rijp achten voor besluitvorming in de raad. De commissiegriffier draagt zorg voor het opnemen van het standpunt over de besluitrijpheid van de fracties in het verslag.
- 3.
In een vergadering vinden geen stemmingen plaats, met uitzondering van stemmingen over geheimhouding en met betrekking tot de orde.
Hoofdstuk 4. Besloten vergaderingen
Artikel 23. Toepassing verordening op besloten vergaderingen
Op besloten vergaderingen is deze verordening van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering en het geheimhoudingsprotocol.
Artikel 24. Videoverslag en beknopt verslag van de besloten vergadering
- 1.
De videoverslagen en beknopte verslagen van besloten vergaderingen zijn van rechtswege geheim en worden in lijn met het geheimhoudingsprotocol aan de agenda van de besloten vergadering toegevoegd.
- 2.
De beknopte verslagen worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raadscommissie een besluit over het al dan niet openbaar maken van het verslag.
Hoofdstuk 5. Toehoorders en Pers
Artikel 25. Toehoorders en pers
- 1.
Toehoorders, ambtenaren en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare vergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen.
- 2.
Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring op het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden.
- 3.
De commissievoorzitter is bevoegd, wanneer de orde in de vergadering op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te laten vertrekken.
- 4.
De commissievoorzitter is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen.
Artikel 26. Geluid- en beeldregistraties
Degenen die van een openbare commissievergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de commissievoorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.
Hoofdstuk 6. Het voorzittersoverleg
Artikel 27. Voorzittersoverleg ex artikel 84
- 1.
Er is een voorzittersoverleg dat bestaat uit de commissievoorzitters en hun plaatsvervangers. Hiertoe wordt elke vergadercyclus een vast moment op de vergaderkalender gereserveerd, ten minste 10 dagen voor aanvang van de eerste commissievergadering.
- 2.
Het is de taak van het voorzittersoverleg om:
- a.
De concept-agenda van de commissievergaderingen vast te stellen en daarbij:
- i.
Te toetsen of de aangeboden raadsvoorstellen voldoen aan de gestelde kwaliteitseisen;
- ii.
De urgentie van agenderingsverzoeken te toetsen en te bepalen in welke commissievergadering het betreffende stuk besproken dient te worden;
- iii.
Voor te stellen welke stukken als bespreekpunt en welke als besluitpunt worden geagendeerd;
- iv.
Te besluiten welke stukken in welke commissie worden behandeld en daarbij artikel 2 van deze verordening in acht te nemen;
- v.
Te streven naar een evenwichtige agenda die naar verwachting binnen de afgesproken tijdsduur kan worden afgerond;
- b.
Te besluiten of en wanneer een technische toelichting of verdiepende bijeenkomst plaatsvindt.
- 3.
Als er minimaal drie voorzitters aanwezig zijn en er onder hen consensus bestaat dat een aangeboden raadsvoorstel niet aan de kwaliteitseisen voldoet, dan sturen zij dit raadsvoorstel onder begeleiding van een memo terug naar het college.
- 4.
De vergaderingen van het voorzittersoverleg zijn niet openbaar. Het opgestelde verslag van het voorzittersoverleg wordt openbaar gepubliceerd op het raadsinformatiesysteem.
- 5.
Het voorzittersoverleg wordt technisch voorgezeten door de griffier of diens plaatsvervanger.
Hoofdstuk 7. De commissie geloofsbrieven
Artikel 28. Commissie geloofsbrieven ex artikel 84
- 1.
Er is een commissie voor het onderzoek naar de geloofsbrieven en het onderzoek naar de benoembaarheid van kandidaat-wethouders, raadsleden en burgercommissieleden.
- 2.
De commissie bestaat uit drie vaste leden die bij aanvang van de raadsperiode voor een periode van één jaar worden benoemd. Na één jaar worden drie nieuwe leden benoemd. Als zich geen nieuwe leden melden, dan komen zittende leden ook in aanmerking voor herbenoeming.
- 3.
De leden van de commissie geloofsbrieven kunnen zelf ontslag nemen of door de raad worden ontslagen.
- 4.
De vaste leden kunnen worden vervangen door andere raadsleden indien dit noodzakelijk is of bij ontslag.
Hoofdstuk 8. Informele bijeenkomsten
Artikel 29. Verdiepende bijeenkomst
- 1.
De raad stelt een verdiepende bijeenkomst in.
- 2.
De verdiepende bijeenkomst heeft tot doel de raad te ondersteunen bij zijn onderzoek en ontwikkeling.
- 3.
Verdiepende bijeenkomst vinden plaats als daar behoefte aan is. Hiertoe wordt besloten door het presidium.
- 4.
De griffie plaatst ten minste zeven dagen voor aanvang van een verdiepende bijeenkomst een oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken op het raadsinformatiesysteem.
- 5.
In principe zijn de verdiepende bijeenkomsten niet openbaar, tenzij het presidium anders bepaalt.
- 6.
Het presidium kan bepalen dat artikelen uit deze verordening overeenkomstig van toepassing zijn op een bijeenkomst van de verdiepende bijeenkomst.
Artikel 30. Technische toelichting
- 1.
Er kunnen op initiatief van commissieleden, collegeleden en de griffie technische toelichtingen worden aangeboden. De technische toelichting is bedoeld om commissieleden de mogelijkheid te bieden om aanvullende technische informatie te verkrijgen over geagendeerde raadsvoorstellen of andere onderwerpen.
- 2.
De technische toelichting is openbaar.
- 3.
De technische toelichting wordt gegeven door een medewerker van de ambtelijke organisatie of een medewerker van een verbonden partij.
- 4.
De technische toelichting is uitdrukkelijk technisch van aard. Er is dus geen ruimte voor een politiek gesprek.
- 5.
Het voorzittersoverleg bepaalt wanneer en of er een technische toelichting wordt georganiseerd, zoals bepaald in artikel 27, tweede lid onder b, van deze verordening.
- 6.
Technische toelichtingen worden openbaar aangekondigd op het raadsinformatiesysteem en in beginsel uitgezonden op het raadsinformatiesysteem.
- 7.
Technische toelichtingen bestaan in principe uit een technische presentatie gevolgd door één termijn waarin de commissieleden de kans krijgen om technische vragen te stellen. Indien gewenst, kan de voorzitter besluiten om een andere vorm te gebruiken.
- 8.
Van technische toelichtingen wordt geen schriftelijke verslag gemaakt. Indien mogelijk wordt er wel een beeldverslag gemaakt.
- 9.
Artikel 6, 7, 9, eerste lid en tweede lid, 17, 20, 21, 25 en 26 zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de technische toelichting.
Hoofdstuk 9. Slotbepalingen
Artikel 31. Inwerkintreding
- 1.
Deze verordening treedt in werking op 1 april 2026.
- 2.
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de raadscommissies Middelburg 2026.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 12 maart 2026,
De griffier De voorzitter
Alex Rijpert Yvonne van Mastrigt
Toelichting Verordening op de raadscommissies Middelburg 2026
Algemeen
In deze verordening worden gemeentelijk commissies ingesteld en hun taak en samenstelling e.d. omschreven.
Artikel 82 Gemeentewet regelt de mogelijkheid van instelling van raadscommissies die de besluitvorming van de raad voorbereiden en de raad adviseren over verschillende voorstellen. De raadscommissies (artikel 2) worden ingesteld op basis van artikel 82 van de Gemeentewet.
Artikel 84 Gemeentewet regelt de mogelijkheid van instelling van commissies van meer algemene aard, zoals het in deze verordening ingestelde het voorzittersoverleg. Deze commissies zijn minder aan wettelijke voorschriften gebonden, waardoor het instellende orgaan (de raad) zelf meer invloed kan uitoefenen op de vorm en spelregels van de commissie.
Artikelgewijze toelichting
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Om te voorkomen dat de omschrijving van terugkerende begrippen in de verordening moeten worden herhaald, is in deze bepaling een aantal begrippen eenmalig gedefinieerd.
Artikel 2. Instellen raadscommissies ex artikel 82 van de gemeentewet
In deze verordening is gekozen voor een stelsel van meerdere raadscommissies, waarbij aansluiting is gezocht bij een logische clustering van beleidstaken van de gemeente.
Het vierde en vijfde lid zijn coördinatiebepalingen. Als een onderwerp meerdere commissies aangaat moet worden vastgesteld in welke raadscommissie(s) het onderwerp besproken wordt. Er is voor gekozen om de voorzitters van de betrokken raadscommissies hierover zeggenschap te geven.
Artikel 3. Taken
De taken van de raadscommissies zijn vastgelegd in artikel 82, eerste lid, van de Gemeentewet. De raadscommissies bereiden de besluitvorming van de raad voor en overleggen met het college of de burgemeester.
De besluitvorming vindt plaats in de raad. Echter, voor zover in de commissies sterk verschillend wordt gedacht over een onderwerp kan de raad besluiten om daar plenair een debat aan te wijden in de raadsvergadering.
De taak om de besluitvorming van de raad voor te bereiden komt tot uitdrukking in het advies dat door de commissie wordt uitgebracht over een voorstel of onderwerp. Onderdeel a geeft de belangrijkste taak van de commissies expliciet weer: het voorbereiden van de besluitvorming door vragen te stellen en het debat te voeren. Onderdeel b concretiseert de mogelijkheid van de commissie. De commissie kan de raad (via het presidium) adviseren om stukken op de raadsagenda te plaatsen. Gezien in de commissie in principe niet wordt gestemd, ziet artikel 23 van deze verordening toe op de procedure wanneer een commissielid een dergelijk advies aan de commissie voorstelt. Onderdeel c wordt toegevoegd, in lijn met de praktijk, en geeft de commissie expliciet de bevoegdheid om advies te geven aan de raad (via het presidium) over de besluitrijpheid van stukken.
De raadscommissie bepaalt evenals de raad zijn eigen agenda. Dit betekent, dat niet het college maar (de voorzitter van) de raadscommissie bepaalt of een voorstel aan de raadscommissie wordt voorgelegd alvorens het in de raad wordt besproken. Hierover kan uiteraard ook overleg plaatsvinden in het raadspresidium (bestaande uit de fractievoorzitters en de voorzitter van de raad).
Artikel 4. Burgercommissieleden
De gemeente Middelburg kent zogenaamde burgercommissieleden. Voor burgercommissieleden zijn alle relevante bepalingen uit de Gemeentewet van toepassing. Bij raadsleden kunnen GS ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 15 lid 1 (verboden handelingen). Voor burgercommissieleden kan de raad ontheffing verlenen.
De voorzitter van de raad benoemt op voordracht van de voorzitters van elke fractie de burgercommissieleden.
Artikel 5. Samenstelling
Uitgangspunt is dat alle raadsleden en burgercommissieleden uit hoofde van hun functie lid zijn van elke commissie en van de verdiepende bijeenkomst.
Er is geen maximum aantal gesteld aan het aantal commissieleden per fractie. Fracties worden geacht redelijkerwijs met dit gegeven om te gaan. Indien er onwenselijke situaties ontstaan, kan de commissievoorzitter bij aanvang van de commissievergadering voorstellen om een maximum in te stellen. Dit maximum kan niet lager dan 3 personen per fractie zijn.
Tussen de agendapunten door kan een vertegenwoordigers van een fractie de plaats innemen van een fractiegenoot die aan tafel zat. Op deze manier wordt de mogelijkheid geopend om de vertegenwoordiging onderwerpafhankelijk in te vullen, maar wordt tevens de verstoring van de vergadering door wisselingen zoveel als mogelijk beperkt.
Artikel 6. Voorzitter
Artikel 82, vierde lid, van de Gemeentewet schrijft voor dat de voorzitter van een raadscommissie raadslid moet zijn. Om die reden en vanwege de belangrijke functie die de raadscommissies ten opzichte van de raad vervullen, bepaalt artikel 7, eerste lid, dat de raad de voorzitters "uit zijn midden" benoemt. De plaatsvervangend voorzitter werd voorheen door de commissie benoemd. Omdat de commissies qua samenstelling kunnen variëren is er nu voor gekozen dat ook de plaatsvervangend voorzitters door de raad uit hun midden worden aangewezen. Het ligt voor de hand dat de voorzitters, evenals de leden, van de raadscommissies in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling worden benoemd, aangezien de zittingsperiode van de voorzitters en de leden aan het einde van de zittingsperiode van de raad eindigt.
Artikel 7. Griffier en commissiegriffier
Iedere raadscommissie en ook de verdiepende bijeenkomst wordt ondersteund door een commissiegriffier. De commissiegriffier is een medewerker van de griffie of een ander door de griffier aangewezen persoon.
Artikel 8. Vergaderfrequentie
De commissievergaderingen staan vermeld op de vergaderkalender, die openbaar wordt gepubliceerd op het raadsinformatiesysteem.
Artikel 9. Oproep
Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet moet de voorzitter van een raadscommissie tegelijkertijd met de schriftelijke oproep de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering ter openbare kennis brengen. De gebruikelijke wijze van publicatie is in de gemeente Middelburg een publicatie op de gemeentepagina in een huis-aan-huisblad en een melding op het raadsinformatiesysteem. De griffie draagt zorg voor de communicatie en doet dat ook via andere kanalen, zoals sociale media.
Artikel 10. Agenda
De voorzitter bepaalt, in overleg met het voorzittersoverleg, bij het vaststellen van de voorlopige agenda welke agendapunten worden aangemerkt als bespreekpunt en welke agendapunten als hamerstuk worden beschouwd. Hamerstukken worden tijdens de commissievergadering niet besproken, tenzij één van de commissieleden dat verlangt. Een agendapunt wordt als hamerstuk aangemerkt als het een voorstel betreft met een beperkt politiek-bestuurlijk gewicht. Hierbij kan gedacht worden aan technische aanpassingen van verordeningen, besluiten met een klein financieel belang of de afhandeling van bezwaarschriften. Het stellen van technische vragen over deze onderwerpen kan plaatsvinden voorafgaand aan de vergadering bij de behandelend ambtenaar. Dit kan op grond van de Verordening ambtelijke bijstand.
Een commissie bepaalt haar eigen agenda. De agenderende rol van een commissie komt tot uitdrukking in dit artikel.
Artikel 11. Openbare kennisgeving
Vergaderingen moeten openbaar worden aangekondigd. Dit gebeurd in ieder geval op het raadsinformatiesysteem en door middel van de vergaderkalender.
Artikel 12. Opening vergadering en quorum
Artikel 20 van de Gemeentewet regelt het vergaderquorum van de raad. Voor de raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet. Artikel 12 van deze verordening voorziet hierin. Indien meer dan de helft van het aantal in de raad vertegenwoordigde fracties aan de vergadertafel is vertegenwoordigd door ten minste één commissielid, kan worden vergaderd. Het derde lid voorziet in een regeling voor een nieuwe vergadering indien het quorum niet aanwezig is, anders zou de afwezigheid van leden van een raadscommissie de voortgang van werkzaamheden kunnen belemmeren. Uiteraard staat op het moment dat de voorzitter bepaalt op welke datum en tijdstip, nog niet vast op welk moment de schriftelijke oproep uitgaat. Indien er enkele dagen tussen de twee vergaderingen zit, mag er vanuit worden gegaan dat het mogelijk is om 24 uur van tevoren een schriftelijke oproep te versturen. Overigens ligt het in de rede dat de voorzitter overlegt met de raadscommissie over de datum van een nieuwe vergadering.
Artikel 13. Presentielijst
Burgercommissieleden krijgen een vergoeding voor het bijwonen van een commissievergadering die via de gemeente wordt uitbetaald. Als bron voor de uitbetaling van de vergoeding wordt door de commissiegriffier een presentielijst opgesteld.
Artikel 14. Spreekrecht burgers over geagendeerde onderwerpen
Het spreekrecht van burgers kan bijdragen aan het vergroten van de betrokkenheid van de burgers bij het lokaal bestuur. Het spreekrecht is in dit artikel gericht op geagendeerde onderwerpen.
In het artikel wordt onderscheid gemaakt tussen enerzijds inwoners van Middelburg en ondernemers in Middelburg en anderzijds overige personen. Hiervoor is gekozen omdat het onwenselijk wordt geacht dat landelijke lobbygroepen zonder directe binding met Middelburg komen inspreken. Het is waardevoller om de beschikbare inspreektijd te reserveren voor inwoners van Middelburg, ondernemers in Middelburg, of overige burgers met een direct belang bij besluiten van de gemeente Middelburg. Het is aan de voorzitter van de commissie om te bepalen of aan het criterium direct belang wordt voldaan.
In het tweede lid zijn drie onderwerpen opgenomen, waar het spreekrecht niet voor geldt. Als een besluit van de raad of het college vatbaar is voor bezwaar en de burger belanghebbende is, kan de burger een bezwaarschrift indienen. Ook kan een burger beroep instellen bij de rechtbank. Verder zijn de benoemingen, keuzen, voordrachten en aanbevelingen van personen uitgesloten van het spreekrecht van burgers. Omdat inspraak over de benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen - de belangen van - kandidaten al dan niet in de uitoefening van hun ambt of functie kan schaden, kunnen burgers hierover geen uitlatingen doen. Als laatste kunnen burgers zich ook niet uitlaten over onderwerpen, waar zij op grond van artikel 9:2 Algemene wet bestuursrecht een klacht over kunnen indienen. Deze procedure gaat voor het spreekrecht van burgers.
Nadat de inspreker heeft ingesproken, krijgt de commissie de gelegenheid om vragen te stellen. Vervolgens vindt het debat plaats over het onderwerp. Nadat de voorzitter heeft geconcludeerd dat het onderwerp voldoende is besproken, krijgt de inspreker de gelegenheid om een korte laatste boodschap mee te geven aan de leden van de commissie.
Artikel 15. Spreekrecht burgers over niet geagendeerde onderwerpen
Het spreekrecht is in dit artikel gericht op niet geagendeerde onderwerpen. Als een inwoner of burger met een direct belang zich meldt vindt de inspraak plaats in de commissie waar het onderwerp van de inspraak logischerwijze thuishoort. De commissiegriffier maakt hierover met de burger een afspraak.
In het tweede lid zijn vijf onderwerpen opgenomen, waar het spreekrecht niet voor geldt. Op grond van dit artikel wordt ruimte gecreëerd voor burgers om onderwerpen in de commissie aan de orde te stellen. Hieraan zijn enkele beperkingen gesteld om te voorkomen dat onderwerpen elke keer opnieuw aan de orde komen of er steeds wordt teruggekomen op besluiten die recent zijn genomen.
Artikel 16. Videoverslag en beknopt schriftelijk verslag
Er wordt een beknopt verslag van de vergadering opgesteld door de commissiegriffier, ten aanvulling op het beschikbare videoverslag. De voorzitter, de leden, de collegeleden hebben het recht een voorstel tot wijziging te doen. Een voorstel tot wijziging kan tot het moment van vaststelling bij de commissiegriffier worden ingediend. Het recht om aanpassing voor te stellen (derde lid) komt ook toe aan de voorzitter, een lid en een collegelid, dat bij de desbetreffende vergadering niet aanwezig was. Het is aan de raadscommissie om te beslissen of een voorgestelde wijziging of aanvulling geaccepteerd wordt, aangezien de raadscommissie de notulen vaststelt. Een afwijzing van een dergelijk voorstel is niet vatbaar voor beroep (aldus de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State).
Van een verdiepende bijeenkomst en een technische toelichting wordt in principe geen verslag gemaakt, tenzij hierover anders wordt besloten.
Artikel 17. Spreekregels
Indien er andere sprekers zijn, bepaalt de voorzitter vanaf welke plaats zij spreken.
Het vierde lid bewerkstelligt dat een lid, de voorzitter, de burgemeester of een wethouder op ieder gewenst moment een voorstel van orde kan doen. Een voorstel van orde heeft betrekking op het verloop van de vergadering. Artikel 19 geeft een regeling voor een voorstel van orde.
Artikel 18. Aantal spreektermijnen
Bespreking van een raadsvoorstel gebeurt standaard in twee termijnen. Voorafgaand aan de eerste termijn krijgt het college kort de kans om het raadsvoorstel toe te lichten. Dit is optioneel. Hierbij dient het college zich met name te richten op de vraag: Waarom brengt het college dit stuk nu naar de raad? Het college dient zich te weerhouden van een uitgebreide, technische toelichting.
Nadat het college een toelichting heeft gegeven, begint de eerste termijn. In de eerste termijn worden commissieleden geacht hun standpunten kenbaar te maken en vragen te stellen aan het college. Aan het einde van de eerste termijn krijgt het college de kans om de vragen te beantwoorden. De tweede termijn begint wanneer de voorzitter dat aangeeft. In de tweede termijn worden de commissieleden gevraagd om het debat met elkaar te voeren en eventuele moties of amendementen aan te kondigen.
Een verzoek van een raadslid na afloop van de tweede termijn om nog een korte reactie te geven, dient de voorzitter niet te honoreren. Indien de raadscommissie van mening is, dat na de tweede termijn verdere beraadslaging nodig is, kan de commissie daartoe besluiten.
Artikel 19. Voorstellen van orde
Ieder lid heeft te allen tijde het recht een voorstel van orde te doen. De beslissing of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde is aan de betreffende raadscommissie. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder beraadslaging, besloten door een raadscommissie.
Artikel 20. Handhaving orde en schorsing
Het eerste lid verzekert dat leden van een raadscommissie vrijelijk kunnen spreken. Wel zijn interrupties uiteraard toegestaan tenzij de voorzitter bij een overvloed aan interrupties of in het belang van de voortgang van de beraadslagingen bepaalt dat een spreker zijn betoog zonder verdere interrupties afrondt. Om te bevorderen dat leden van raadscommissies zich niet belemmerd voelen om hun mening te uiten bepaalt artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet bovendien dat artikel 22 van overeenkomstige toepassing is op leden van raadscommissies. Hierdoor zijn leden van raadscommissies niet in rechte te vervolgen, aan te spreken of verplicht getuigenis af te leggen over hetgeen zij in de vergadering zeggen of schriftelijk overleggen. Dit geldt voor zowel raadsleden als niet-raadsleden.
Op basis van het tweede lid kunnen alle sprekers in bepaalde gevallen door de voorzitter tot de orde worden geroepen en kan hem zo nodig over het aanhangige onderwerp het woord ontzegd worden. Ook kan de voorzitter de vergadering schorsen en bij herhaling van de verstoring van de orde, kan hij de vergadering sluiten. In het uiterste geval kan hij een lid het verdere verblijf ontzeggen en hem uit de vergadering doen verwijderen. Indien een lid blijft volharden in zijn gedrag kan hem de toegang tot de vergadering voor ten hoogste drie maanden worden ontzegd. Het vierde lid sluit aan bij artikel 26, derde lid, van de Gemeentewet, die een dergelijke regeling geeft ten aanzien van raadsleden.
Onder interruptie is overigens niet te verstaan het geven van tekenen van goed- of afkeuring; deze uitingen worden beschouwd als verstoringen van de orde. Ook het gebruik van een mobiele telefoon wordt beschouwd als verstoring van de orde. Voor de handhaving van de orde op de publieke tribune wordt verwezen naar artikel 25, derde lid, van deze verordening.
Artikel 21. Deelname aan de beraadslaging door anderen
Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22 Gemeentewet geregelde verschoningsrecht, dat in artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op leden van raadscommissies en andere personen die aan de beraadslagingen deelnemen. Het is uiteraard ook mogelijk dat een raadscommissie bepaalt dat een bepaalde functionaris in bepaalde gevallen altijd aan de beraadslaging mag deelnemen. Het gaat in deze bepaling om anderen dan de leden, de voorzitter, de burgemeester en de wethouders. Deze hebben op grond van de gemeentewet en deze verordening reeds het recht om aan de beraadslagingen deel te nemen. Uiteraard hebben deze andere sprekers niet dezelfde rechten als de leden. Een andere spreker heeft onder meer geen recht om een voorstel te doen tot wijziging van de notulen, een voorstel over de spreektijd of over de orde van de vergadering.
Artikel 22. Advies
Artikel 22 regelt de procedure van het geven van adviezen in de zin van artikel 3. Omdat de commissie in principe geen besluiten neemt, en dus ook niet als commissie kan besluiten om een advies te geven, geeft deze procedure weer hoe de voorzitter de standpunten van alle partijen inventariseert. De commissiegriffier noteert deze standpunten vervolgens in het verslag en zorgt ervoor dat dit wordt gecommuniceerd aan het presidium. Het presidium kan vervolgens de voorzitter van de raad adviseren om bij het vaststellen van de agenda bij aanvang van de raadsvergadering voor te stellen om het betreffende agendapunt van de agenda af te voeren. Of dat daadwerkelijk gebeurt, is aan de raad, die hier wel over kan besluiten.
Artikel 23. Toepassing verordening op besloten vergaderingen
Bij bepalingen die van overeenkomstige toepassing zijn kan onder meer gedacht worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van stukken, het vergaderquorum en voorstellen van orde. De bepalingen van deze verordening zijn echter niet van toepassing, voor zover die strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen beeld- en geluidsregistraties worden uitgezonden. Voor meer gedetailleerdere bepalingen geldt het geheimhoudingsprotocol.
Gelet op het bijzondere en zwaarwichtige karakter van besloten vergaderingen is reglementering daarvan gewenst. Deze verordening en de Gemeentewet voorzien hierin. Besloten vergaderingen dienen daarom alleen te worden belegd indien zij onder het bereik van deze verordening kunnen worden gebracht; een officiële commissievergadering dus.
Artikel 24. Videoverslag en beknopt verslag van de besloten vergadering
Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet is artikel 23 van overeenkomstige toepassing. Het vierde lid van artikel 23 van de Gemeentewet schrijft voor dat van een besloten vergadering een afzonderlijk verslag wordt opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij de raad en in casu dus een raadscommissie anders beslist. De raadscommissie beslist over het openbaar maken van dit verslag.
Artikel 25. Toehoorders en pers
Artikel 26, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet regelen dat de voorzitter van de raad toehoorders die de orde verstoren, kan doen vertrekken en bij volharding in hun gedrag de toezegging kan ontzeggen. Voor raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet, het derde lid voorziet hierin. Het gebruik van mobiele telefoons wordt beschouwd als verstoring van de orde.
Artikel 26. Geluid- en beeldregistraties
Aangezien de vergaderingen van een raadscommissie in principe openbaar zijn, kunnen radio- en tv-stations geluids- en beeldregistraties maken. Dit is uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft.
Artikel 27. Het voorzittersoverleg
Artikel 27 stelt het voorzittersoverleg in op basis van artikel 84 van de gemeentewet. Het voorzittersoverleg fungeert als agendacommissie voor de raadscommissies als bedoeld in artikel 2. De voorzitters stellen de concept-agenda’s vast en zijn verantwoordelijk voor het inplannen van technische toelichtingen. De voorzitters streven naar consensus, maar de voorzitter van de betreffende commissie heeft het laatste woord. Dat geldt echter niet voor artikel 29, 2e lid, onderdeel a, sub i.
Hierin staat dat het aan de commissievoorzitters is om te toetsen of aangeleverde stukken rijp zijn voor behandeling in de commissie. Hiertoe nemen zij in acht of het voorstel tijdig is aangeleverd, een begrijpelijke en leesbare inhoud heeft, het voorstel een dictum heeft waarin het beoogde doel correct staat weergegeven, het voorstel is geplaatst in de context van gestelde kaders en eerdere besluiten, en voldoende informatie bevat om inhoudelijk te behandeld te kunnen worden in de commissie. De voorzitters dienen terughoudend om te gaan met het besluit om raadsvoorstellen terug te sturen naar het college. Indien zij hier om zwaarwegende redenen toch voor kiezen, doen zij dit door middel van een memo met daarin een uitleg en motivering die zowel naar de raad als het college wordt gestuurd. Het terugsturen van een stuk naar het college gebeurt alleen als er minimaal drie voorzitters aanwezig zijn en zij alle drie van mening zijn dat het stuk terug naar het college gestuurd dient te worden.
Artikel 28. De commissie geloofsbrieven
Artikel 28 stelt een vaste commissie geloofsbrieven in die gedurende de gehele raadsperiode de taken met betrekking tot de geloofsbrieven op zich neemt.
Artikel 29. De verdiepende bijeenkomst
Dit artikel betreft de verdiepende bijeenkomst. De verdiepende bijeenkomsten zijn ervoor bedoeld om de raadsleden in staat te stellen om zich zo breed mogelijk te oriënteren op een onderwerp. Doordat deze commissie is informeel is, kunnen hier verschillende vormen voor worden gekozen. Het kan plaatsvinden in de raadszaal, maar ook ergens op locatie. In beginsel zijn de bijeenkomsten niet openbaar, maar als de mogelijkheid bestaat om in openbaarheid bijeen te komen, dan kan dat ook.
Artikel 30. De technische toelichting
Artikel 30 gaat over de technische toelichting, waarin ambtelijk een toelichting op een raadsvoorstel of ander belangrijk onderwerp kan worden gegeven. Hierbij geldt overigens wel dat alle informatie om een besluit te nemen in het raadsvoorstel hoort te staan. De technische toelichting is hier slechts een aanvulling op, en mag nooit noodzakelijk zijn om in staat te zijn om een besluit te nemen.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl