Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR759112
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR759112/1
Besluit van het college van burgemeester en wethouders van Veenendaal tot vaststelling van de Beleidsregels leerlingenvervoer Veenendaal 2026
Geldend van 21-03-2026 t/m heden
Intitulé
Besluit van het college van burgemeester en wethouders van Veenendaal tot vaststelling van de Beleidsregels leerlingenvervoer Veenendaal 2026Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veenendaal;
overwegende dat het gewenst is om beleidsregels vast te stellen voor de uitvoering van het leerlingenvervoer;
gelet op: artikel 4 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 4 van de Wet op de expertisecentra, artikel 8.29 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en de Verordening leerlingenvervoer Veenendaal 2026;
besluit vast te stellen de Beleidsregels leerlingenvervoer Veenendaal 2026.
Hoofdstuk 1. Definities
Artikel 1 Definities
In aanvulling op de definities van de Verordening wordt in deze regeling verstaan onder:
- •
verordening: Verordening Leerlingenvervoer Veenendaal 2026.
Hoofdstuk 2. Aanvraagprocedure
Artikel 2 Beoordeling van de Aanvraag
- 1.
Onder aanvullende gegevens als bedoeld in artikel 2, derde lid van de Verordening wordt in ieder geval verstaan:
- a.
een verklaring van een orthopedagoog, gedragswetenschapper, medisch behandelaar of GGZ-behandelaar over de aard van de handicap en de gevolgen voor het reizen van en naar school;
- b.
informatie over begeleiding bij, of eerdere pogingen tot, zelfstandig reizen per fiets of openbaar vervoer;
- c.
een verklaring van dichtbijgelegen scholen waaruit blijkt dat sprake is van plaatsgebrek;
- d.
een onderbouwde verklaring over de onderwijsvorm of onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen;
- e.
een verklaring van een arts of deskundige waaruit blijkt dat er een medische of onderwijskundige noodzaak bestaat om onderwijs te volgen op de betreffende school, indien dit niet de dichtstbijzijnde toegankelijke school is;
- f.
een verklaring van de dichtstbijzijnde toegankelijke school waaruit blijkt dat de leerling daar geen onderwijs kan volgen, dan wel een formele afwijzing van die school.
- a.
- 2.
Het opvragen van aanvullende gegevens gebeurt in ieder geval in de volgende gevallen:
- a.
wanneer het aanvraagformulier onvoldoende informatie bevat om te toetsen of aan de voorwaarden uit de verordening is voldaan;
- b.
indien twijfel bestaat over de aanwezigheid van een lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap bij de leerling, over de mate waarin die structureel is, of over de gevolgen van de handicap voor het reizen naar school;
- c.
wanneer vervoer wordt aangevraagd naar een school die niet de dichtstbijzijnde toegankelijke school is; of
- d.
indien twijfel bestaat over de plaatsbaarheid van de leerling op een andere, dichterbij gelegen school met vergelijkbare onderwijsvorm of richting.
- a.
Artikel 3 Onderzoek door het college
- 1.
Het college betrekt in ieder geval een deskundige bij het onderzoek, bedoeld in artikel 3, eerste lid, in de volgende situaties:
- a.
indien er sprake is van medische of psychische problematiek waarbij een vakinhoudelijk oordeel vereist is;
- b.
indien er twijfel bestaat over de mogelijkheden tot zelfstandig reizen;
- c.
indien er sprake is van meervoudige problematiek waarbij al ondersteuning plaatsvindt vanuit de Jeugdwet of Wmo; of
- d.
indien ouders of de school om deskundige betrokkenheid verzoeken en het college dit wenselijk acht.
- a.
- 2.
Indien het gezin reeds ondersteuning ontvangt op grond van de Wmo, Jeugdwet of andere voorziening binnen het sociaal domein, onderzoekt het college, overeenkomstig artikel 3, eerste lid, van de verordening, in hoeverre bestaande begeleiding of ondersteuning ingezet kan worden ter bevordering van de zelfstandigheid in het schoolvervoer.
Artikel 4 Persoonlijk vervoersontwikkelingsplan
- 1.
Bij het opstellen van het persoonlijk vervoersontwikkelingsplan, bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de Verordening, worden de afspraken vastgelegd die gericht zijn op het stimuleren en ondersteunen van de ontwikkeling naar zelfstandiger reizen van de leerling. Deze afspraken maken onderdeel uit van het besluit.
- 2.
In het persoonlijk vervoersontwikkelingsplan is er aandacht voor:
- a.
de huidige manier van reizen en de reden daarvoor;
- b.
de ervaringen van de leerling met het reizen per fiets of openbaar vervoer;
- c.
de mogelijkheden van de leerling om te reizen met de fiets of het openbaar vervoer;
- d.
de ondersteuningsmogelijkheden van de ouders en hun netwerk;
- e.
de ondersteuningsmogelijkheden van het college; en
- f.
het moment van evalueren.
- a.
- 3.
Bij het opstellen van een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan kan desgewenst de school of een deskundige worden betrokken.
Hoofdstuk 3. Beoordelingscriteria
Artikel 5 Afstand van woning naar school
- 1.
Voor het bepalen van de afstand naar een toegankelijke school, bedoeld in artikel 3 van de Verordening, wordt om te onderzoeken of er bij de woning dichterbij gelegen toegankelijke scholen zijn, gewerkt met de ANWB routeplanner, met als instelling ‘auto’ en via de ‘kortste route’.
- 2.
Voor het bepalen van de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school in relatie tot de afstandsgrens, bedoeld in artikel 9 van de Verordening, wordt gewerkt met de ANWB routeplanner, met als instelling ‘fiets’ en via de ‘kortste route’.
Artikel 6 Gehandicapte leerling
- 1.
Onder zelfstandig reizen met het openbaar vervoer, bedoeld in de definitie ‘gehandicapte leerling’ in de verordening, wordt verstaan: het vermogen van een leerling om, al dan niet met behulp van hulpmiddelen of begeleiding op afstand, zonder de fysieke aanwezigheid van een begeleider met het openbaar vervoer van en naar school te reizen. Van begeleiding op afstand is sprake wanneer een ouder, verzorger of andere verantwoordelijke persoon tijdens de reis telefonisch of digitaal bereikbaar is om, indien nodig, op afstand ondersteuning of instructie te bieden.
- 2.
Het college stelt vast of er sprake is van een handicap en beoordeelt of deze handicap de directe oorzaak is van het niet of niet zelfstandig kunnen reizen met het openbaar vervoer.
- 3.
De beoordeling richt zich op de functionele beperkingen bij de leerling tijdens de reis, zoals beperkingen op het gebied van:
- a.
het navigeren of volgen van de route;
- b.
het omgaan met overstappen;
- c.
het omgaan met prikkels, onverwachte situaties of tijdsdruk;
- d.
Verkeersveilig gedrag;
- e.
communicatieve vaardigheden die nodig zijn om hulp te vragen of informatie op te nemen;
- f.
medische risico's onderweg.
- a.
- 4.
Een beperking wordt alleen meegewogen wanneer deze aantoonbaar leidt tot onveiligheid, overbelasting of het ontbreken van de vaardigheden die nodig zijn om zelfstandig met het openbaar vervoer te reizen.
- 5.
Het college baseert de beoordeling op objectieve gegevens, zoals medische informatie, deskundigenadvies, schoolinformatie en observaties uit vervoerstraining indien van toepassing.
- 6.
Voordat wordt vastgesteld of de handicap het zelfstandig reizen met het openbaar vervoer verhindert, onderzoekt het college of de beperkingen kunnen worden gecompenseerd, verminderd of tijdelijk opgeheven door inzet van aanpassingen, ondersteuning of training. Hierbij wordt in ieder geval onderzocht of:
- a.
Behandeling, medicatie of therapie
- i.
er een behandeltraject is dat leidt tot verbetering van de vaardigheden of belastbaarheid;
- ii.
de beperking tijdelijk is verergerd door omstandigheden die behandelbaar of herstelbaar zijn.
- i.
- b.
Begeleiding of het aanleren van vaardigheden
- i.
de leerling door middel van vervoerstraining de vaardigheden kan aanleren die nodig zijn om zelfstandig met het openbaar vervoer te reizen;
- ii.
begeleiding op afstand voldoende compensatie biedt om zelfstandig reizen mogelijk te maken.
- i.
- c.
Inzet van hulpmiddelen
- i.
er hulpmiddelen beschikbaar zijn die de beperking kunnen compenseren, zoals een noise-cancelling koptelefoon, GPS-tracking, apps voor begeleiding op afstand, een reisrouteplanner, mobiliteitshulpmiddelen of hulpmiddelen voor medische behoeften.
- i.
- d.
Aanpassen van reisomstandigheden of dagindeling
- i.
een alternatieve of langere reisroute de belasting kan verminderen doordat deze rustiger of eenvoudiger is;
- ii.
een aangepaste dagindeling, zoals extra voorbereiding of rustmomenten, de leerling n staat stelt de reis zelfstandig te maken.
- i.
- a.
- 7.
Bij de toepassing van artikel 9, 23 en 24 van de verordening wordt onderscheid gemaakt tussen een structurele en een tijdelijke handicap. Er is sprake van een structurele handicap wanneer:
- a.
de handicap naar verwachting langer dan drie maanden zal voortduren; en
- b.
de beperking in het zelfstandig reizen niet binnen drie maanden voldoende kan worden opgeheven door aanpassingen of ondersteuning zoals genoemd in het derde lid.
- a.
Artikel 7 Geen vervoer naar overige adressen
Een vervoersvoorziening wordt gezien het bepaalde in artikel 12 van de Verordening alleen toegekend voor vervoer tussen de woning van de leerling dan wel de opstapplaats naar school en vice versa, dat betekent dat in onder meer de volgende gevallen geen vervoersvoorziening wordt toegekend voor vervoer:
- a.
tussen schoolgebouwen onderling;
- b.
naar medische of paramedische behandeling;
- c.
naar logeerhuizen;
- d.
naar kinderdagverblijf;
- e.
naar voor- en naschoolse opvang;
- f.
naar opa’s en oma’s of overige familieleden;
- g.
naar gymnastieklokaal of zwembad;
- h.
naar locaties van schoolreisjes of sportdagen; of
- i.
tijdens vakanties.
Artikel 8 Inzet van een vervoerstraining
- 1.
Overeenkomstig artikel 17, eerste lid, kan het college een vervoerstraining aanbieden aan een leerling indien uit het onderzoek, bedoeld in artikel 3 van de verordening, blijkt dat:
- a.
de leerling potentieel heeft om zelfstandig of met minder begeleiding naar school te reizen, en
- b.
door inzet van de training het aannemelijk is dat de leerling binnen een tijdsbestek van maximaal één jaar zelfstandiger kan reizen. Hierbij wordt gekeken naar factoren zoals leerbaarheid, motivatie en eerdere ontwikkelingen op het gebied van mobiliteit en zelfredzaamheid.
- a.
- 2.
De vervoerstraining kan worden verzorgd door een externe partij met ervaring in mobiliteitstraining.
Hoofdstuk 4. Ouders
Artikel 9 Co-ouderschap
Ouders die gescheiden van elkaar wonen kunnen afspreken om hun kind of kinderen gezamenlijk te blijven verzorgen en opvoeden. Er is sprake van co-ouderschap wanneer beide ouders afwisselend en regelmatig de zorg voor hun kind of kinderen hebben. Wanneer sprake is van co-ouderschap kan er recht bestaan op bekostiging van het leerlingenvervoer voor de dagen dat de leerling bij de betreffende ouder verblijft, overeenkomstig artikel 21 sub c. Ouders moeten afzonderlijk een aanvraag indienen voor de dagen dat het kind tijdens weekdagen bij hen verblijft.
Artikel 10 Verantwoordelijkheid ouders bij begeleiding kinderen
- 1.
Ouders zijn verantwoordelijk voor het schoolbezoek en de begeleiding van hun kind of kinderen. Van ouders wordt verwacht dat zij in redelijkheid aanpassingen in hun leven maken, zodat zij de leerling naar school kunnen begeleiden of vervoeren. Te denken valt bijvoorbeeld aan:
- a.
aanpassing van de werktijden;
- b.
de aanschaf van een vervoersmiddel;
- c.
het herverdelen van zorgtaken tussen ouders of verzorgers;
- d.
de inzet van voor- of naschoolse opvang;
- a.
- 2.
De volgende belemmeringen kunnen maken dat begeleiding door ouders niet mogelijk is of tot ernstig nadeel voor het gezin leidt:
- a.
De ouder van een één-oudergezin kan aantonen dat hij het werk of de inburgering niet langer kan uitoefenen wanneer hij zorg moet dragen voor de begeleiding van en naar school van de leerling. Hiervoor moet een werkgeversverklaring worden overgelegd met een weekrooster en werktijden. Het volgen van een voltijdsopleiding wordt gelijkgesteld met werk of de inburgering. Hiervoor moeten het inschrijfbewijs en het lesrooster worden overgelegd.
- b.
De ouder van een één-oudergezin moet meerdere kinderen uit hetzelfde gezin, jonger dan negen jaar, tegelijkertijd naar een andere school brengen, waardoor het vervoer niet te combineren is. Het kind dat moet reizen naar het speciaal (basis)onderwijs kan in dit geval in aanmerking komen voor aangepast vervoer. Aannemelijk moet worden gemaakt dat een andere oplossing, zoals het inschakelen van buren of familie of voor- en naschoolse opvang, niet mogelijk is.
- c.
Er zijn structurele medische redenen die ouders belemmeren om hun kind te begeleiden. Dit moet worden vastgesteld door een medisch deskundige, niet zijnde een huisarts.
- d.
Het begeleiden van een kind van en naar school duurt langer dan drie uur per dag. Dit komt neer op minimaal drie kwartier per enkele reisafstand. Is de totale reistijd langer dan drie uur en is er aantoonbaar geen andere mogelijkheid om vervoer te combineren met andere leerlingen, dan kan de leerling in aanmerking komen voor aangepast vervoer.
- a.
- 3.
De volgende situaties worden niet aangemerkt als een belemmering in het begeleiden van kinderen naar school:
- a.
Een twee-oudergezin waarin beide ouders werken op de dagen en tijden waarop de leerling begeleid of vervoerd moet worden. In gezinnen met twee ouders, moeten de ouders deze belemmering zelf wegnemen, ook wanneer dit gevolgen heeft voor het werk.
- b.
Een twee-oudergezin met meerdere kinderen die naar verschillende scholen op opvanglocaties moeten worden gebracht. In gezinnen met twee ouders, moeten de ouders deze belemmering zelf wegnemen, ook wanneer dit gevolgen heeft voor het werk of de verdeling van zorgtaken.
- a.
- 4.
Wanneer begeleiding niet mogelijk is of tot ernstig nadeel voor het gezin leidt, bestaat alleen recht op aangepast vervoer wanneer ouders kunnen aantonen dat:
- a.
de belemmering, bedoeld in het tweede lid, het brengen of vervoeren van de leerling verhindert;
- b.
de ouders alle aanpassingen, als bedoeld in het eerste lid, naar vermogen hebben betracht;
- c.
de ouders via school de ouders van klasgenoten om hulp hebben gevraagd;
- d.
de ouders andere personen in hun omgeving om hulp hebben gevraagd; en
- e.
er ondanks deze inspanningen voor het schoolgaan van de leerling nog steeds geen passende oplossing is gevonden.
- a.
Hoofdstuk 5. Vervoersvergoeding
Artikel 11 Vergoeding eigen vervoer per fiets
- 1.
Voor kinderen van 9 jaar of ouder wordt in principe verwacht dat zij zelfstandig kunnen fietsen. Dit wordt gezien als voorbereiding op het voortgezet onderwijs. We hanteren de volgende uitgangspunten met betrekking tot de afstand die een leerling naar school per fiets kan afleggen.
|
Leeftijd |
Afstand die zelfstandig wordt gefietst |
|
4 t/m 8 jaar |
6 kilometer, mits het kind daartoe in staat is. Is zelfstandig fietsen niet mogelijk, dan wordt ervan uitgegaan dat het kind bij een ouder/ verzorger achterop de (brom)fiets wordt vervoerd |
|
9 jaar |
7 kilometer |
|
10 jaar |
8 kilometer |
|
11 jaar |
10 kilometer |
|
12 jaar en ouder |
14 kilometer |
- 2.
Voor de berekening van de vergoeding van eigen vervoer per fiets, als bedoeld in artikel 18, tweede lid, wordt uitgegaan van een schooljaar van 40 weken.
- 3.
De afstand tussen het woonadres van de leerling en de school wordt vastgesteld aan de hand van de ANWB Routeplanner, waarbij wordt gekozen voor de instelling: ‘fiets’ en ‘kortste route'.
- 4.
Indien de leerling, en eventueel diens begeleider, op grond van artikel 18 of 19 van de verordening in aanmerking komt voor een vergoeding voor eigen vervoer per fiets, wordt deze vergoeding als volgt berekend:
- a.
Fietsvergoeding leerling = 40 weken x 5 dagen x (2 x afstand in kilometers) x kilometervergoeding voor vervoer per fiets
- b.
Fietsvergoeding begeleider: 40 weken x 5 dagen x (4 x afstand in kilometers) x kilometervergoeding voor vervoer per fiets
- a.
- 5.
De vergoeding wordt verstrekt in twee termijnen:
- a.
De eerste termijn aan het begin van het schooljaar;
- b.
De tweede termijn aan het begin van januari.
- a.
Artikel 12 Vergoeding openbaar vervoer
- 1.
Voor de berekening van de vergoeding van de kosten van het openbaar vervoer, als bedoeld in artikel 18, eerste lid, en 19, derde lid, van de verordening, wordt uitgegaan van een schooljaar van 40 weken.
- 2.
De gemeente vergoedt de goedkoopst mogelijke vorm van openbaar vervoer, gebaseerd op de tarieven van de betreffende OV-aanbieder. Daarbij wordt uitgegaan van:
- a.
Het gebruik van een OV-chipkaart of een andere binnen de regio geldende betaalwijze, en
- b.
Het meest voordelige reisproduct of abonnement dat voor de betreffende leerling en, indien van toepassing, diens begeleider beschikbaar is.
- a.
- 3.
Bij het bepalen van de vergoeding wordt rekening gehouden met eventuele kortingen, acties of prijsvoordelen binnen het openbaarvervoersysteem, inclusief die welke van toepassing zijn op een begeleider.
- 4.
De vergoeding wordt verstrekt in twee termijnen:
- a.
De eerste termijn aan het begin van het schooljaar;
- b.
De tweede termijn aan het begin van januari.
- a.
Artikel 13 Vergoeding eigen vervoer per auto
- 1.
Het college verleent toestemming voor een vervoersvergoeding voor eigen vervoer, bedoeld in artikel 20 van de verordening, indien sprake is van:
- a.
structureel vervoer volgens een vast terugkerend patroon, bijvoorbeeld één vaste dag per week; of
- b.
niet-structureel, incidenteel vervoer dat noodzakelijk is vanwege de kwetsbaarheid van de leerling, zoals onvoldoende energie om structureel met het aangepast vervoer mee te reizen of het bijwonen van gedeeltelijke schooldagen.
- a.
- 2.
Vergoeding voor niet-structureel vervoer wordt toegekend op basis van de feitelijke inzet van de ouder en in overleg met het college, ook indien vooraf niet exact kan worden vastgesteld op welke momenten vervoer nodig is.
- 3.
In alle gevallen geldt dat de vergoeding uitsluitend wordt verstrekt na toestemming van het college.
- 4.
Indien voor een heel schooljaar een vergoeding eigen vervoer per auto, als bedoeld in artikel 20, derde lid, wordt toegekend, wordt voor de berekening uitgegaan van een schooljaar van 40 weken.
- 5.
De afstand tussen het woonadres van de leerling en de school wordt vastgesteld aan de hand van de ANWB Routeplanner, waarbij wordt gekozen voor de instelling: ‘auto’ en ‘kortste route'.
- 6.
Indien de leerling, en eventueel diens begeleider, op grond van artikel 20 van de verordening in aanmerking komt voor een vergoeding voor eigen vervoer per auto, wordt de vergoeding als volgt berekend:
- 1.
Autovergoeding = 40 weken x 5 dagen x (4x de afstand naar school in kilometers) x kilometervergoeding voor eigen vervoer per auto
- 7.
De berekening gaat uit van vier ritten per schooldag:
- a.
De heen- en terugreis met de leerling, en
- b.
De noodzakelijke lege ritten van de chauffeur (zonder leerling) van en naar school.
- a.
- 8.
De vergoeding voor eigen vervoer per auto wordt in beginsel op declaratiebasis verstrekt. Indien sprake is van een situatie waarbij het gaat om een groot aantal ritten, een lange reisafstand en er een redelijke verwachting is dat de leerling structureel onderwijs zal volgen zoals beoogd, kan het college besluiten de vergoeding bij wijze van voorschot in termijnen te verstrekken.
Artikel 14 Aangepast vervoer
- 1.
Bij de inzet van aangepast vervoer is het uitgangspunt dat leerlingen samen met andere leerlingen worden vervoerd in een touringcar, taxibusje of personenauto.
- 2.
In zeer uitzonderlijke gevallen kan individueel vervoer worden toegekend als ouders dit aantonen op basis van een deskundig onafhankelijk onderzoek waaruit blijkt dat één van onderstaande situaties zich voordoet:
- a.
er is een medische noodzaak;
- b.
het individueel vervoer is niet te voorkomen door begeleiding mee te laten gaan in het gecombineerde vervoer; of
- c.
de leerling moet de rest van de dag individueel worden begeleid.
- a.
- 3.
Het individueel vervoer wordt toegekend voor de duur van maximaal drie maanden, dat aan de hand van opnieuw een belangenafweging, verlengd kan worden.
Artikel 15 Andere passende vervoersvoorziening
- 1.
Onder een andere passende voorziening als bedoeld in artikel 22 van de verordening, wordt onder meer verstaan: een vervoermiddel of vervoersoplossing die aansluit bij de mogelijkheden van de leerling of diens ouders, maar niet onder de standaardvoorzieningen van de verordening valt. Voorbeelden hiervan zijn:
- a.
een handbike;
- b.
een fiets ;
- c.
een elektrische fiets;
- d.
een bakfiets;
- e.
een app om te kunnen reizen in het OV;
- f.
een reismaatje.
- a.
- 2.
Het college kan besluiten tot een vergoeding voor een andere passende voorziening, mits aan de voorwaarden in artikel 22 van de verordening is voldaan en aan de onderstaande aanvullende criteria:
- a.
De voorziening is geschikt en veilig om zelfstandig of begeleid van en naar school te reizen;
- b.
De voorziening past bij de mogelijkheden van de leerling of diens gezin;
- c.
De voorziening wordt aantoonbaar in overleg met de ouders voorgesteld of geaccepteerd;
- d.
De voorziening draagt bij aan het bevorderen van de zelfstandigheid van de leerling, tenzij dit gezien de beperking niet mogelijk is.
- a.
- 3.
De vergoeding wordt verstrekt in één keer (bij aanschaf) of in maandelijkse termijnen, afhankelijk van de aard van de voorziening.
Hoofdstuk 6. Onderwijs
Artikel 16 Aangepast vervoer buiten reguliere schooltijden
- 1.
Onder schooldagen en schooltijden die afwijken van de in de schoolgids genoemde dagen en tijden, als genoemd in artikel 13, derde lid, van de Verordening, wordt in ieder geval het volgende verstaan:
- a.
toetsweken;
- b.
examenweek;
- c.
lesuren die uitvallen;
- d.
schoolreisjes;
- e.
Sportdagen.
- a.
- 2.
Als het examen, bedoeld in eerste lid onder b, na 10:00 uur plaatsvindt, kan in overleg aangepast vervoer worden geboden mits hiervoor minimaal een week van tevoren een aanvraag wordt gedaan.
- 3.
Als het examen, bedoeld in het eerste lid onder b, voor 10:00 uur plaatsvindt wordt de reguliere schooltijd aangehouden, tenzij de vervoerder aangeeft dat er aan de betreffende gewenst rit geen meerkosten zijn verbonden.
Hoofdstuk 7. Het vervoer
Artikel 17 Ontoelaatbaar gedrag leerling in verstrekte vervoersvoorziening
- 9.
Onder ontoelaatbaar gedrag wordt verstaan: elk gedrag van de leerling dat de veiligheid, orde of hygiëne in het (aangepaste) vervoer verstoort of in gevaar brengt of waarbij materialen of eigendommen binnen het voertuig opzettelijk worden beschadigd.
- 10.
In situaties, waarbij een leerling ontoelaatbaar gedrag vertoont in het aangepaste vervoer, worden ouders hiervan schriftelijk of telefonisch op de hoogte gebracht en kan hen de gelegenheid geboden worden hun kind te (laten) begeleiden in het aangepast vervoer.
- 11.
Als een leerling die met aangepast vervoer naar school gaat ontoelaatbaar gedrag vertoont waarmee de leerling een gevaar voor zichzelf of anderen veroorzaakt, bedreigend of onhygiënisch is, wordt door het college onderzocht of een (medische) oorzaak hieraan ten grondslag ligt en of de verstrekte vervoersvoorziening kan worden aangepast.
- 12.
Als een leerling op een andere manier reist dan met het aangepast vervoer, bedoeld in lid 1, en ontoelaatbaar gedrag vertoont in dat vervoer, worden ouders hiervan schriftelijk of telefonisch op de hoogte gebracht en kan hen de gelegenheid geboden worden hun kind te (laten) begeleiden.
- 13.
Bij ontoelaatbaar gedrag van een leerling in het aangepaste vervoer, als bedoeld in de leden 1, 2 en 3, onderzoekt het college of er een noodzaak is voor begeleiding of de inzet van individueel vervoer en kan het college zich laten adviseren door een externe deskundige, als bedoeld in artikel 16 van de Verordening.
- 14.
Als uit het onderzoek blijkt dat een leerling niet zelfstandig met het (aangepaste) vervoer kan reizen, zijn de ouders verantwoordelijk voor het organiseren van de begeleiding voor de leerling.
- 15.
Het college kan op grond van het onderzoek, bedoeld in lid 4, besluiten de vervoerskosten van een begeleider te bekostigen.
- 16.
Als de in lid 5 genoemde begeleiding niet wordt geleverd of als het gedrag van de leerling niet ten positieve keert, kan het college besluiten het (aangepaste) vervoer te beëindigen, op te schorten of de vervoersvoorziening in te trekken.
Artikel 18 Loosmeldingen
- 1.
Na iedere loosmelding, bedoeld in artikel 27 van de verordening, neemt het college contact op met de ouders om vast te stellen of sprake is van een geldige reden.
- 2.
Indien binnen een schooljaar een derde loosmelding zonder geldige reden plaatsvindt, stuurt het college een waarschuwingsbrief waarin wordt aangegeven dat bij herhaling tot kostenverhaal kan worden overgegaan.
- 3.
Het college gaat uitsluitend over tot kostenverhaal indien:
- a.
in hetzelfde schooljaar een waarschuwingsbrief is verstuurd; en
- b.
na verzending van die waarschuwingsbrief in datzelfde schooljaar nog drie loosmeldingen zonder geldige reden plaatsvinden.
- a.
- 4.
Het college verhaalt uitsluitend de kosten die zijn ontstaan door loosmeldingen zonder geldige reden die hebben plaatsgevonden na de datum van verzending van de waarschuwingsbrief.
- 5.
Het college beoordeelt per geval of er sprake is van een geldige reden, overeenkomstig artikel 27, derde lid, van de verordening. Als geldige reden wordt uitsluitend aangemerkt een onverwachte en onvoorziene omstandigheid waardoor het voor ouders redelijkerwijs niet mogelijk was de wijziging tijdig door te geven. Onder tijdig wordt verstaan: vóór 06:30 uur op de dag van de wijziging.
- 6.
Voorbeelden van omstandigheden die als geldige reden kunnen worden aangemerkt, zijn in ieder geval:
- a.
plotselinge ziekte van de leerling;
- b.
een onverwachte ingrijpende gebeurtenis binnen het gezin of de directe familie;
- c.
een plotseling uitval van noodzakelijke ondersteuning, waardoor de leerling niet kan reizen.
- a.
- 7.
Van een geldige reden is geen sprake in onder meer de volgende situaties:
- a.
miscommunicatie of een verkeerd begrepen afspraak, zoals de veronderstelling dat afwezigheid automatisch is doorgegeven;
- b.
ouders brengen de leerling zelf zonder dit door te geven;
- c.
de leerling gaat eerder of later naar school op initiatief van ouders;
- d.
problemen in de ochtendroutine van het gezin.
- a.
- 8.
Indien het college signalen heeft dat loosmeldingen voortkomen uit bredere problematiek binnen het gezin, zoals opvoedingsproblematiek of problematiek bij de ouders, kan het college afzien van kostenverhaal. In dat geval kan het college, conform artikel 3, derde lid, van de Verordening leerlingenvervoer, onderzoeken of sprake is van gewijzigde omstandigheden die van invloed zijn op de passendheid of het gebruik van de vervoersvoorziening.
Hoofdstuk 8. Financieel
Artikel 19 Drempelbedrag
- 1.
Het drempelbedrag, bedoeld in artikel 23 van de Verordening, is gelijk aan de kosten van het openbaar vervoer over de afstandsgrens, genoemd in artikel 9 van de Verordening (6 kilometer) en wordt als volgt berekend: Drempelbedrag = (opstaptarief + (6 kilometer x OV-kilometertarief)) x 2 ritten per dag x 40 weken x 5 dagen
- 2.
Bij de berekening wordt uitgegaan van:
- a.
De meest gangbare en toegankelijke OV-route binnen het desbetreffende vervoersgebied;
- b.
Het tarief van de OV-chipkaart, inclusief kortingen die gelden voor kinderen tot en met 11 jaar, bijvoorbeeld 34% leeftijdskorting;
- c.
Een schooljaar van 40 weken
- a.
- 3.
Wanneer een leerling slechts een deel van het schooljaar of een deel van de schoolweek een vervoersvoorziening ontvangt, wordt het drempelbedrag naar rato toegepast.
- 4.
Indien meerdere kinderen tegelijk worden vervoerd met het eigen vervoermiddel en hiervoor een kilometervergoeding wordt verstrekt, wordt het drempelbedrag per auto in rekening gebracht in plaats van per kind.
Hoofdstuk 9. Afsluiting
Artikel 20 Intrekken oude regeling
De Beleidsregels bekostiging leerlingenvervoer Veenendaal worden ingetrokken.
Artikel 21 Inwerkingtreding
Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking.
Artikel 22 Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Beleidsregels leerlingenvervoer Veenendaal 2026.
Ondertekening
Ondertekening
Vastgesteld in de vergadering van 17 maart 2026.
Burgemeester en wethouders van Veenendaal,
mevrouw drs. S. Deelstra
gemeentesecretaris
de heer K. G. J. Kats
Burgemeester
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl