Regeling rechtspositie burgemeester en wethouder Hoeksche Waard 2026

Geldend van 20-03-2026 t/m heden

Intitulé

Regeling rechtspositie burgemeester en wethouder Hoeksche Waard 2026

Het college van burgemeester en wethouders van gemeente Hoeksche Waard,

gelezen het voorstel van 16 februari 2026-Z367410;

gelet op de artikelen 44 en 66 van de Gemeentewet en [de ]artikel[en] [3.2.10], 3.3.2, 3.3.3, tweede lid en 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en artikel 3.8 van de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers;

besluit vast te stellen de volgende regeling:

Regeling rechtspositie burgemeester en wethouder Hoeksche Waard 2026.

Artikel 1. Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing

  • 1. De burgemeester of de wethouder die een vergoeding wil ontvangen in verband met de deelname aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing voor de uitvoering van zijn functie (zoals bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dient vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de gemeentesecretaris.

  • 2. Bij dit verzoek worden documenten (papier of digitaal) met de benodigde inhoudelijke informatie meegestuurd. Ook wordt een kostenspecificatie meegestuurd waaruit blijkt dat de prijs-kwaliteitverhouding van de desbetreffende scholing redelijk is, en dat de kosten ervan niet al op een andere basis kunnen worden betaald.

  • 3. Het verzoek wordt uitgevoerd nadat het is getoetst aan de kaders van deze regeling, het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers.

Artikel 2. Informatie- en communicatievoorzieningen

  • 1. De burgemeester of de wethouder tekent een bruikleenovereenkomst wanneer hem ten laste van de gemeente voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking worden gesteld als bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. (zie bijlage 1)

  • 2. De burgemeester of de wethouder levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente. Overname van de informatie- en communicatievoorzieningen na schoning is mogelijk tegen vergoeding van de resterende waarde van de voorzieningen in het economisch verkeer.

Artikel 3. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel

  • 1. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

  • 2. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze regeling, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964.

Artikel 4. Betaling en declaratie van onkosten

  • 1. Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van onkosten die op grond van deze regeling voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door:

    • a)

      betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur;

    • b)

      betaling vooruit uit eigen middelen; of

    • c)

      betaling ten laste van de gemeentelijke creditcard.

  • 2. Een verzoek om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken. Het vereiste om bewijsstukken over te leggen geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft.

  • 3. Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen 3 maanden na factuurdatum of betaling door de burgemeester of wethouder ingediend bij de gemeentesecretaris.

  • 4. Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan burgemeester of wethouder binnen 3 maanden na het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt.

Artikel 5. Titel en inwerkingtreding

  • 1. Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling rechtspositie burgemeester en wethouder gemeente Hoeksche Waard en treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie van het Gemeenteblad waarin deze regeling wordt geplaatst.

  • 2. De regeling rechtspositie burgemeester en wethouder gemeente Hoeksche Waard 2024 wordt ingetrokken.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoeksche Waard, 10 maart 2026,

M. Witte

burgemeester

R. Heintjes

secretaris,

Bijlage 1

Inname- en Uitgifteformulier Mobiele Device (Laptop)

1. Gegevens

Organisatie: Gemeente Hoeksche Waard

Datum: xx-xx-2026

Naam medewerker:

________________________________________

2. Inname

Serienummer:

Reden inname:

☐ Laptopwissel naar Microsoft Surface 7

☐ Overig:

Ingeleverde onderdelen:

☐ Microsoft Surface 3 ☐ Microsoft Surface 4 ☐ Microsoft Surface 5

☐ Oplader

Staat bij inname:

☐ Goed ☐ Normale gebruikerssporen ☐ Beschadigd

Omschrijving schade / ontbrekende onderdelen:

......................................................................................................

________________________________________

3. Uitgifte

Type device: Laptop

Merk / model: Microsoft Surface Laptop 7

Serienummer: INT-xxxxxxxxxxxxxx

Meegeleverde accessoires (aankruisen):

☐ Oplader

Staat bij uitgifte:

☐ Nieuw ☐ Gebruikt – goede staat

________________________________________

4. Aard van de verstrekking

Het device en de accessoires worden in bruikleen verstrekt en blijven eigendom van de gemeente.

De bruikleen eindigt bij einde dienstverband, functiewijziging, het vervallen van de noodzaak van het device of bij beëindiging door de gemeente. Waarna de medewerker zelf het device in goede staat inlevert.

5. Gebruik en beheer

De medewerker gebruikt het device zorgvuldig, veilig en integer. Dat betekent ook dat de medewerker het schoonhoudt met een schone pluisvrije droge doek en indien nodig mag de doek licht vochtig worden gemaakt met uitsluitend water.

Daarnaast is het aanbrengen van stickers of ander plakmateriaal op het device niet toegestaan.

Het device is bestemd voor zakelijk gebruik; beperkt privégebruik is toegestaan op eigen risico. Het is niet toegestaan om het zakelijke device te gebruiken voor privé administratie of als vervanging van een privé device.

Het device wordt door de medewerker niet aan derden ter beschikking gesteld.

De medewerker stemt in met centraal beheer door of namens de gemeente, waaronder beveiligingsupdates en – indien noodzakelijk – het op afstand wissen van gegevens.

6. Schade, verlies en diefstal3

Schade, verlies of diefstal wordt onverwijld gemeld bij leidinggevende en ICT-Servicedesk; bij diefstal doet de medewerker ook een melding bij de CISO en aangifte bij de politie. Een kopie van het proces-verbaal levert de medewerker aan bij de ICT-Servicedesk.

Indien schade, verlies of diefstal het gevolg is van opzet, bewuste roekeloosheid of anderszins aantoonbaar verwijtbaar handelen, kan de gemeente besluiten de kosten geheel of gedeeltelijk te verhalen.

De gemeente kan de kosten ten laste brengen van het team waar de medewerker werkzaam is of verhalen op de medewerker op basis van de vastgestelde restwaarde.

Verrekening met het salaris vindt uitsluitend plaats voor zover wettelijk toegestaan.

De medewerker wordt voorafgaand aan een dergelijk besluit gehoord.

7. Ondertekening

Door ondertekening verklaart de medewerker kennis te hebben genomen van en in te stemmen met de inhoud van dit formulier en de daaraan verbonden voorwaarden.

________________________________________

Medewerker:

Namens de gemeente:

Naam:

Naam:

Handtekening:

Handtekening:

Datum:

Datum:

Toelichting rechtspositie burgemeester en wethouder 2026

ALGEMEEN DEEL

Wettelijke regelingen

In de wet en nadere regelgeving zijn alle van belang zijnde onderwerpen geregeld betreffende de rechtspositie van gemeentelijke politieke ambtsdragers. In de Gemeentewet is aangegeven dat de nadere invulling van de rechtspositie van burgemeesters en wethouders alsmede de financiële voorzieningen moet worden geregeld bij of krachtens de wet (AMvB en ministeriële regeling). Deze nadere regeling is vastgelegd in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. In de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers zijn de (onkosten)vergoedingen nader uitgewerkt.

College verantwoordelijk voor uitvoering

Een belangrijke noot betreft de uitvoering van het Rechtspositiebesluit, de Rechtspositieregeling en deze regeling. Steeds vaker zijn onderwerpen als scholing, preventieve beveiligingsmaatregelen en andere vergoedingen van individuele politieke ambtsdragers onderwerp van gesprek. Het is niet de bedoeling individuele verzoeken te agenderen en te bespreken in raads- en collegevergaderingen. Als een verzoek voldoet aan deze regeling en de centraal gestelde kaders uit het Rechtspositiebesluit en de Rechtspositieregeling, dan wordt het verzoek uitgevoerd. Het college is verantwoordelijk voor de toetsing aan de kaders en de uitvoering. Ook het college is dus niet bevoegd om uitzonderingen of beperkingen op te leggen bij individuele verzoeken. In paragraaf 3.1 van de circulaire Wijzigingen in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers voor gemeentenwordt hier uitgebreid bij stilgestaan.

Hoofdlijnen gemeentelijke regeling

In deze regeling zijn alleen bepalingen opgenomen inzake de rechtspositie van burgemeesters en wethouders zover die niet dwingend geregeld zijn in hogere wet- en regelgeving. De grondslag hiervoor is te vinden in de Gemeentewet en het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers. Bij de laatste moderniserings- en harmoniseringsoperatie (Staatsblad 15 oktober 2018) betreffende de rechtspositiebesluiten voor decentrale politieke ambtsdragers zijn er wederom een aantal bepalingen imperatief in hogere wet- en regelgeving vastgelegd. De overweging hierbij is dat het bestuurlijk wenselijk is om de voorzieningen zoals vergoedingen, tegemoetkomingen en andere rechtspositionele aanspraken voor decentrale politieke ambtsdragers dwingendrechtelijk in hogere wet- en regelgeving vast te leggen om politieke discussies te voorkomen. Dit betekent dat er voor gemeenten minder ruimte is om lokaal van wettelijke regelingen af te wijken. Wel kunnen er nadere regels gesteld worden. Indien een gemeente besluit om nadere regels te stellen, zijn een aantal regels van belang. Het ministerie van BZK publiceert jaarlijks circulaires waarin artikelen uit het Rechtspositiebesluit en de onderliggende Regeling wijzigen. Deze wijzigingen kunnen van invloed zijn op de gemeentelijke regeling.

In artikel 44 en 66 Gemeentewet is bepaald dat ‘buiten hetgeen bij of krachtens de wet is toegekend’, de burgemeester en wethouders als zodanig geen andere vergoedingen en tegemoetkomingen ten laste van de gemeente ontvangen.

Deze regeling is een (nadere) uitwerking van de gestelde regels van de bij of krachtens de wet toegekende vergoedingen en tegemoetkomingen voor de burgemeesters en wethouders.

De arbeidsverhoudingen en fiscale positie

Burgemeesters en wethouders zijn niet in dienstbetrekking bij de gemeente, maar wel benoemd. De gemeente is dus niet de werkgever. Dat betekent bijvoorbeeld dat zij niet vallen onder de werknemersverzekeringen zoals de Werkloosheidswet (WW), Ziektewet (ZW) en de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA). Omdat burgemeesters en wethouders wél ambtenaar in formele zin zijn, worden zij fiscaal behandeld als ware zij actief in dienstbetrekking door de Wet op de loonbelasting 1964. Er wordt daarom op de bezoldiging van burgemeesters en wethouders ook loonheffingen ingehouden.

De Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) is van toepassing op wethouders en burgemeesters. De burgemeester volgt de pensioenaanspraken van de ABP-Pensioenregeling.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Artikel 1. Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing

Voor burgemeesters en wethouders is expliciet bepaald dat de kosten voor niet-partijpolitiek georiënteerde functionele scholing, zoals deelname aan congressen en opleidingen, ten laste kunnen worden gebracht van de gemeente. Partijpolitieke scholing komt niet voor vergoeding door de gemeente in aanmerking. De inhoud van de scholing is bepalend of deze al dan niet partijpolitiek georiënteerd is. Wanneer scholing verzorgd wordt door een politieke partij betekent dat niet automatisch dat die scholing partijpolitiek georiënteerd is.

Om in aanmerking te komen voor vergoeding van de scholingskosten, moet gemotiveerd worden dat het gaat om functiegerichte scholing. Scholing is functiegericht als zij beoogt de voor de functie benodigde vakkennis en vaardigheden te verwerven dan wel actueel te houden. Scholing is partijpolitiek georiënteerd als zij geheel of gedeeltelijk tot doel heeft betrokkene op te leiden in het gedachtegoed van de desbetreffende partij.

Overigens kan de gemeente ook zelf dit soort scholing (laten) verzorgen. Ook die lasten komen ten laste van de gemeente.

Er is ruimte voor lokale accenten. Op grond van artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, tweede lid kan het college nadere regels stellen voor de eigen scholing. Deze nadere regels kunnen bijvoorbeeld in een scholingsplan komen te staan. In dit plan kunnen procedureregels voor individuele scholingsverzoeken worden opgenomen als ook regels over de hoogte van de tegemoetkoming. Dit plan kan vervolgens als handvat dienen bij toetsing van individuele scholingsaanvragen.

Het beoordelen of fiatteren van scholingsaanvragen is de verantwoordelijkheid van het college. De gemeentesecretaris kan worden gemandateerd hiervoor.

Het Rechtspositiebesluit is op twee onderdelen aangevuld. Ten eerste is prijs-kwaliteitverhouding van de scholing als voorwaarde toegevoegd om de kosten redelijk te houden. Daarnaast moeten de kosten niet al uit anderen hoofde worden vergoed. Verder is in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, derde lid een koppeling gemaakt met artikel 3.1.7 onderscheidenlijk 3.2.9 om, als daar redelijkerwijs aanleiding voor is, reis- en verblijfkosten in het kader van de scholing te vergoeden ten laste van de gemeente.

Artikel 2. Informatie en communicatievoorzieningen

Het college van burgemeester en wethouders stelt ten laste van de gemeente aan een wethouder of de burgemeester voor de duur van de uitoefening van zijn functie de noodzakelijke informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking op grond van een bruikleenovereenkomst. Onder informatie- en communicatievoorzieningen wordt ook verstaan een smartphone een computer en de daarbij behorende (internet)abonnementen. Een computer is een desktop, een tabletcomputer of een laptop. Er mag slechts één computer verstrekt worden.

De gemeente verstrekt informatie- en communicatievoorzieningen in bruikleen aan de politieke ambtsdrager, omdat dit noodzakelijk gereedschap is voor het vervullen van de politieke functie. Het fiscale noodzakelijkheidscriterium vereist dat dit digitale gereedschap bij aftreden of ontslag weer door de ambtsdrager wordt ingeleverd bij de gemeente. Hiervoor wordt een redelijk termijn (bijvoorbeeld een termijn tussen de 6 en 8 weken) afgesproken. De gemeente draagt zorg voor het schonen van dit ICT-middel en het al dan niet beschikbaar stellen voor hergebruik. Als hergebruik niet aan de orde is, kan de gemeente ambtsdragers de mogelijkheid bieden het ICT-middel over te nemen. Dit overnemen is dus geen recht van de ambtsdrager, maar het gevolg van een keuze van de gemeente. In dit geval is er bereidheid het ICT-middel af te stoten. Een circulaire vereist in dat geval dat de gemeente ervoor zorgt dat het ICT-middel door of namens de gemeente is geschoond met speciale software (conform Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO)).1 Verder dient de politieke ambtsdrager voor het overnemen van het ICT-middel op grond van de circulaire een vergoeding te betalen. Deze vergoeding dient gelijk te zijn aan de resterende waarde van het ICT-middel in het economisch verkeer.

Artikel 3. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel

In het kader van de werkkostenregeling op grond van artikel 31 Wet op de Loonbelasting 1964 zijn een aantal vergoedingen in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en in deze regeling aangewezen als eindheffingsbestanddeel. De gemeente draagt in dat geval de loonbelasting, waardoor de vergoeding belastingvrij (netto) aan een burgemeester of wethouder kan worden overgemaakt. Anders worden deze door de Belastingdienst als loon gezien en moet hierover bij de bestuurder loonbelasting worden ingehouden. In het kader van de werkkostenregeling kan in de financiële administratie worden aangegeven of een verstrekking of vergoeding onder de gerichte vrijstellingen, intermediaire kosten of onder de nihil-waarderingen valt.

Gemeenten mogen daarnaast een verstrekking of vergoeding in de vrije ruimte - tot 1,2% fiscale loonsom - onderbrengen zonder fiscale consequenties. Indien de grens van 1,2% wordt overschreden, zal de gemeente 80% eindheffing moeten betalen.

Op de website van de VNG treft u advies over de vrije ruimte.

Artikel 4. Betaling en declaratie van onkosten

Het Rechtspositiebesluit en Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers regelen op welk moment vergoedingen en onkosten betaald worden aan burgemeesters en wethouders.

Daar waar geen expliciete termijn is genoemd, kan dit artikel uitkomst bieden. De betaling van onkosten kan worden voorgeschoten uit eigen middelen, later gedeclareerd worden of de factuur wordt rechtstreeks naar de gemeente verstuurd. Hierbij gaat de voorkeur uit naar rechtstreeks facturering bij de gemeente. Het verdient aanbeveling dat het college een formulier vaststelt waarmee burgemeester en wethouders gemaakte onkosten kunnen verantwoorden. Burgemeester en de wethouders declareren hun onkosten bij de gemeentesecretaris en dienen daarbij bewijsstukken te verstrekken. Het vereiste om bewijsstukken te verstrekken geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft.2


Noot
1

Circulaire “overname ICT na ambtstermijn decentrale politieke ambtsdragers” 2022-0000173050, 29 maart 2022.

Noot
2

Circulaire Introductie bij gemeenten van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers (Stcrt. 7 december 2018, 68918) p.8.

Noot
3

BW Artikel 661lid 1