Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR759083
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR759083/1
Beleidsregels Preventie, Toezicht en Handhaving WMO Gemeente Hoeksche Waard 2026
Geldend van 20-03-2026 t/m heden
Intitulé
Beleidsregels Preventie, Toezicht en Handhaving WMO Gemeente Hoeksche Waard 2026Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1 Doel en aanleiding
-
1. Deze beleidsregels geven invulling aan de verantwoordelijkheid van het college voor preventie, toezicht en handhaving binnen de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).
-
2. Doel van deze beleidsregels is het bevorderen van rechtmatige, doelmatige en kwalitatieve maatschappelijke ondersteuning en het borgen van juridisch consistente besluitvorming.
Artikel 1.2 Reikwijdte
-
1. Deze beleidsregels zijn van toepassing op alle vormen van preventie, toezicht en handhaving binnen de uitvoering van de Wmo 2015.
-
2. Andere wettelijke kaders vallen buiten de directe reikwijdte, maar signalen daaruit kunnen worden betrokken indien zij relevant zijn voor de uitvoering van de Wmo.
Artikel 1.3 Juridisch kader
Deze beleidsregels zijn gebaseerd op:
- a)
de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
- b)
de Algemene wet bestuursrecht;
- c)
de Algemene verordening gegevensbescherming;
- d)
de Wet bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg.
- e)
de Verordening maatschappelijke ondersteuning en nadere regels van de gemeente Hoeksche Waard.
Artikel 1.4 Status beleidsregels
Deze beleidsregels zijn beleidsregels als bedoeld in artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en binden het college bij de uitoefening van zijn bevoegdheden, tenzij toepassing leidt tot onevenredige gevolgen.
Hoofdstuk 2. Begripsbepalingen
Artikel 2.1 Begrippen
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
- a)
toezicht
Alle activiteiten die erop zijn gericht vast te stellen of wordt voldaan aan wettelijke, beleidsmatige en contractuele verplichtingen binnen de Wmo.
- b)
handhaving
Het geheel aan maatregelen waarmee het college naleving afdwingt van wet- en regelgeving, beleidsregels en afspraken; primair gericht op herstel.
- c)
onrechtmatigheid
Handelen of nalaten in strijd met wet- en regelgeving, beleidsregels of contractvoorwaarden.
- d)
fraude
Opzettelijk handelen of nalaten gericht op het verkrijgen of behouden van een Wmo-voorziening of persoonsgebonden budget door misleiding of het verstrekken van onjuiste of onvolledige informatie.
- e)
onrechtmatig gebruik
Gebruik van een Wmo-voorziening of persoonsgebonden budget in strijd met wet- en regelgeving, beleidsregels, beschikkingen of contractuele verplichtingen, waaronder fraude.
- f)
oneigenlijk gebruik
Gebruik dat formeel binnen de regels valt, maar niet of onvoldoende aansluit bij doel en bedoeling van de Wmo of het gemeentelijk beleid, zonder zorginhoudelijke noodzaak.
- g)
ondoelmatig of ongepast gebruik
Gebruik dat wel rechtmatig is, maar onvoldoende bijdraagt aan het beoogde resultaat of niet doelmatig of proportioneel is gelet op aard, omvang of duur van de ondersteuning.
Hoofdstuk 3. Beleidsuitgangspunten
Artikel 3.1 Integrale benadering
-
1. Preventie, toezicht en handhaving vormen samen één integraal nalevingsbeleid.
-
2. Handhaving is geen doel op zich, maar een middel ter ondersteuning van duurzame naleving.
Artikel 3.2 Uitgangspunten
Bij de toepassing van deze beleidsregels hanteert het college de volgende uitgangspunten:
- a)
proportionaliteit;
- b)
subsidiariteit;
- c)
maatwerk
- d)
transparantie en voorspelbaarheid.
Deze uitgangspunten worden betrokken bij de motivering van besluiten.
Hoofdstuk 4. Preventie en risicobeheersing
Artikel 4.1 Preventie
-
1. Preventie vormt het fundament van het gemeentelijk nalevingsbeleid.
-
2. Preventie is structureel verankerd in toegang, indicatiestelling, inkoop, contractering en contractmanagement.
Artikel 4.2 Preventieve maatregelen
Het college geeft preventie structureel vorm door onder meer:
- a)
heldere communicatie over rechten en plichten richting cliënten, budgethouders en aanbieders;
- b)
toetsbare kwaliteitseisen en nalevingsafspraken bij inkoop en contractering;
- c)
screening van nieuwe aanbieders voorafgaand aan contractering of toelating door kwaliteitsmedewerkers, contractmanagement en toezichthouder;
- d)
periodieke voorlichting en bewustwording bij aanbieders en professionals;
- e)
toetsing van pgb-vaardigheid bij budgethouders;
- f)
vroegsignalering van risico’s binnen toegang, indicatiestelling en contractmanagement.
Artikel 4.3 Cirkel van naleving
Het college werkt volgens een samenhangende nalevingsaanpak bestaande uit communicatie, dienstverlening, controle en handhaving.
Preventieve en repressieve instrumenten worden in onderlinge samenhang ingezet, met als doel het bevorderen van duurzame naleving en het beperken van onrechtmatigheid.
Artikel 4.4 Risicogericht werken
-
1. Het college stelt periodiek bestuurlijke prioriteiten vast voor preventie, toezicht en handhaving.
-
2. Prioritering vindt plaats op basis van risicoanalyse, financiële omvang en maatschappelijke impact.
Artikel 4.5 Inkoop, contractering en screening
-
1. De gemeente stelt toetsbare eisen aan zorgaanbieders.
-
2. Nieuwe aanbieders worden vooraf gescreend.
-
3. Waar wettelijk toegestaan kan gebruik worden gemaakt van de Wet Bibob.
-
4. Het college kan, indien signalen of risico’s daartoe aanleiding geven, ook gedurende de looptijd van een contract of toelating gebruik maken van de Wet Bibob.
Hoofdstuk 5. Signalering en start toezicht
Artikel 5.1 Zorgmeldpunt
-
1. De gemeente beschikt over een centraal zorgmeldpunt voor signalen over mogelijk onrechtmatig, oneigenlijk of ondoelmatig gebruik van Wmo-voorzieningen.
-
2. Het zorgmeldpunt is laagdrempelig, goed vindbaar en geschikt voor anonieme meldingen.
-
3. Alle signalen worden geregistreerd.
Artikel 5.2 Beoordeling en triage
-
1. Elk signaal wordt beoordeeld op onderzoekwaardigheid.
-
2. De beoordeling vindt plaats door of namens het college op basis van een integrale afweging.
-
3. Daarbij wordt in ieder geval gekeken naar:
- a)
aard en ernst van het signaal;
- b)
risico’s voor cliëntveiligheid;
- c)
mate van verwijtbaarheid;
- d)
financiële impact;
- e)
herhaalde signalen;
- f)
proportionaliteit en beschikbare capaciteit.
- a)
-
4. De uitkomst van de beoordeling wordt vastgelegd.
Artikel 5.3 Toezicht en start van onderzoeken
-
1. Toezicht vindt doorlopend en risicogericht plaats en omvat zowel preventieve, signalerende als controlerende activiteiten, waaronder screening van aanbieders, monitoring en thematische controles.
-
2. Indien signalen of bevindingen daartoe aanleiding geven, kan de toezichthouder zelfstandig een verkennend of regulier toezichtonderzoek starten.
-
3. Indien sprake is van verhoogde risico’s voor cliëntveiligheid, rechtmatigheid of substantiële financiële impact, wordt onverwijld toezicht ingezet.
-
4. Het college besluit, op basis van het rapport of advies van de toezichthouder, over het al dan niet treffen van bestuurlijke of handhavingsmaatregelen.
-
5. Indien geen formeel onderzoek wordt gestart, kan het college of de toezichthouder volstaan met preventieve of corrigerende maatregelen.
Artikel 5.4 Prioritering toezichtcapaciteit
Indien het aantal signalen de beschikbare toezichtcapaciteit overstijgt, stelt het college prioriteiten op basis van:
- a)
risico’s voor cliëntveiligheid;
- b)
financiële impact;
- c)
aard en ernst van de vermoedelijke onrechtmatigheid;
- d)
herhaalde signalen of structurele patronen;
- e)
maatschappelijke en bestuurlijke relevantie.
Hoofdstuk 6. Toezicht
Artikel 6.1 Doel toezicht
Toezicht is gericht op het vaststellen van de rechtmatigheid, kwaliteit en doelmatigheid van de uitvoering van Wmo-voorzieningen en op het bieden van een feitelijke basis voor bestuurlijke besluitvorming.
Artikel 6.2 Toezichthouders
-
1. Het college wijst toezichthouders aan als bedoeld in titel 5.2 Awb.
-
2. De toezichthouder beschikt over de wettelijke bevoegdheden en handelt zorgvuldig, proportioneel en onafhankelijk.
-
3. De toezichthouder kan gebruik maken van de bevoegdheden als bedoeld in titel 5.2 Awb, waaronder het betreden van plaatsen, het vorderen van inlichtingen, inzage in zakelijke gegevens en bescheiden en het maken van kopieën.
Artikel 6.3 Soorten toezicht
De gemeente onderscheidt:
- a)
kwaliteitstoezicht;
- b)
rechtmatigheidstoezicht.
Deze kunnen afzonderlijk of gecombineerd worden ingezet.
Kwaliteits- en rechtmatigheidstoezicht stemmen signalen, bevindingen en risico’s periodiek met elkaar af. Indien bevindingen van het ene toezicht relevant zijn voor het andere toezicht, worden deze binnen de wettelijke kaders gedeeld.
Artikel 6.4 Prioritering toezicht
Toezicht wordt risicogericht ingezet op basis van cliëntveiligheid, financiële impact, verwijtbaarheid en nalevingsgeschiedenis.
Artikel 6.5 Onderzoeksprocedure
-
1. Toezichtonderzoeken vinden in beginsel aangekondigd plaats, tenzij het onderzoeksbelang zich daartegen verzet.
-
2. De toezichthouder legt bevindingen vast in een conceptrapport.
-
3. Betrokkenen hebben het recht om het dossier in te zien en zich te laten bijstaan of vertegenwoordigen.
-
4. Betrokkenen worden in de gelegenheid gesteld binnen een redelijke termijn een zienswijze te geven.
-
5. De zienswijze wordt betrokken bij het definitieve rapport.
-
6. Het definitieve rapport vormt de feitelijke grondslag voor bestuurlijke besluitvorming.
Artikel 6.6 Rapportage
Het onderzoeksrapport bevat ten minste:
- a)
aanleiding en doel van het onderzoek;
- b)
onderzoek aanpak en gebruikte methoden;
- c)
feitelijke bevindingen;
- d)
beoordeling van naleving;
- e)
conclusie en eventueel advies over maatregelen.
Hoofdstuk 7 Monitoring en verantwoording
Artikel 7.1 Monitoring
Het college monitort de uitvoering van deze beleidsregels aan de hand van indicatoren zoals:
- a)
aantal meldingen en signalen;
- b)
aantal uitgevoerde onderzoeken;
- c)
aard en classificatie van onrechtmatigheden;
- d)
ingezette handhavingsmaatregelen;
- e)
teruggevorderde bedragen;
- f)
trends en risicogebieden.
Artikel 7.2 Rapportage
-
1. Het college rapporteert jaarlijks over de uitvoering van preventie, toezicht en handhaving aan de raad.
-
2. De rapportage bevat bevindingen, trends, leerpunten en voorstellen voor beleidsaanpassing.
-
3. De uitkomsten worden betrokken bij de jaarlijkse prioritering van toezicht.
Hoofdstuk 8. Handhaving
Artikel 8.1 Bevoegd gezag
Het college is het bevoegde gezag voor handhaving binnen de Wmo.
Artikel 8.2 Doel handhaving
Handhaving is gericht op herstel van de rechtmatige situatie en het voorkomen van herhaling.
Artikel 8.3 Handhavingsinstrumentarium
Het college kan onder meer inzetten:
- a)
herziening of intrekking van beschikkingen;
- b)
beëindiging van ondersteuning;
- c)
omzetting van pgb naar zorg in natura;
- d)
terugvordering;
- e)
contractuele maatregelen;
- f)
civielrechtelijke of strafrechtelijke stappen indien noodzakelijk.
Bestuurlijke boetes en lasten onder dwangsom zijn binnen de Wmo niet beschikbaar.
Artikel 8.4 Herstelgerichte interventies
-
1. Handhaving is primair gericht op herstel van de rechtmatige situatie.
-
2. Het college kan, voorafgaand aan zwaardere maatregelen, een schriftelijke aanwijzing geven met een redelijke hersteltermijn.
-
3. Het college kan de aanbieder verplichten een verbeterplan op te stellen waarin concrete verbetermaatregelen, termijnen en verantwoordelijken zijn opgenomen.
-
4. De voortgang van het verbeterplan wordt gemonitord.
Artikel 8.5 Intensief toezicht
Indien sprake is van verhoogde risico’s voor kwaliteit, rechtmatigheid of cliëntveiligheid kan het college besluiten tot intensief toezicht, waarbij aanvullende controle- of rapportageverplichtingen worden opgelegd.
Artikel 8.6 Recidive en verzwarende omstandigheden
-
1. Bij herhaalde overtredingen of structurele tekortkomingen kan het college een zwaardere maatregel toepassen.
-
2. Bij de beoordeling betrekt het college onder meer:
- a.
eerdere maatregelen;
- b.
mate van verwijtbaarheid;
- c.
bereidheid tot herstel;
- d.
omvang en duur van de overtreding.
- a.
Artikel 8.7 Hoor en wederhoor
Voordat een handhavingsbesluit wordt genomen, wordt de betrokkene in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen, tenzij spoedeisende omstandigheden zich hiertegen verzetten.
Artikel 8.8 Handhavingsinterventiematrix
-
1. Het college hanteert een interventiematrix waarin aard van het gebruik, impact en verwijtbaarheid worden betrokken.
-
2. Afwijking van de matrix is mogelijk en wordt gemotiveerd vastgelegd.
-
3. De interventiematrix bevat in ieder geval een oplopende lijn van lichte, middelzware en zware maatregelen, variërend van waarschuwing en hersteltermijn tot intrekking, terugvordering en beëindiging van contracten.
Hoofdstuk 9. Samenwerking en gegevensdeling
Artikel 9.1 Rollen en verantwoordelijkheden
-
1. De toezichthouder verricht onafhankelijk onderzoek en rapporteert bevindingen.
-
2. Het college neemt besluiten over handhaving.
-
3. Contractmanagement en uitvoering dragen zorg voor opvolging van maatregelen.
-
4. Taken op het gebied van toezicht en besluitvorming zijn functioneel gescheiden.
Artikel 9.2 Samenwerking
Het college werkt samen met interne en externe partners binnen wettelijke kaders.
Artikel 9.3 Gegevensdeling
-
1. Gegevensdeling vindt uitsluitend plaats indien noodzakelijk en proportioneel.
-
2. Besluiten over gegevensdeling worden vastgelegd.
Artikel 9.4 IKZ-melding
-
1. Indien sprake is van een vermoeden of signaal van zorgfraude kan de toezichthouder, binnen de geldende wettelijke kaders, informatie delen via het Informatie Knooppunt Zorgfraude (IKZ) ten behoeve van signalering en verrijking van informatie.
-
2. Indien de toezichthouder een gerechtvaardigde overtuiging heeft dat sprake is van zorgfraude, vindt gegevensverwerking en -uitwisseling plaats overeenkomstig de Wet bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg, waaronder opname in of raadpleging van het waarschuwingsregister zorgfraude.
-
3. Indien strafrechtelijke vervolging aangewezen is, besluit het college tot het doen van aangifte bij het Openbaar Ministerie.
Artikel 9.5 Woo en geheimhouding
-
1. Informatie die is verkregen in het kader van toezicht, controle of onderzoek en waarvoor een wettelijke geheimhoudingsplicht geldt, wordt niet verstrekt aan derden, tenzij een wettelijke grondslag voor doorbreking van die geheimhouding bestaat.
-
2. Bij de behandeling van verzoeken op grond van de Wet open overheid betrekt het college deze geheimhoudingsplicht bij de beoordeling van de openbaarmaking.
Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
Artikel 10.1 Overgangsrecht
Deze beleidsregels zijn van toepassing op nieuwe en lopende trajecten, tenzij toepassing leidt tot onevenredige gevolgen.
Artikel 10.2 Inwerkingtreding
Deze beleidsregels treden in werking op 01-01-2026.
Artikel 10.3 Citeertitel
Deze beleidsregels worden aangehaald als:
Beleidsregels Preventie, Toezicht en Handhaving WMO Hoeksche Waard 2026.
Ondertekening
Toelichting
Deze beleidsregels geven invulling aan de verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders voor preventie, toezicht en handhaving binnen de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). De Wmo legt gemeenten niet alleen de taak op om passende ondersteuning te bieden aan inwoners, maar ook om de kwaliteit, continuïteit, rechtmatigheid en doelmatigheid van die ondersteuning te borgen. Preventie, toezicht en handhaving vormen daarbij één samenhangend geheel.
Integrale nalevingsaanpak
Het uitgangspunt van deze beleidsregels is dat naleving primair wordt bevorderd door duidelijkheid, voorspelbaarheid en samenwerking. Handhaving is geen doel op zich, maar een middel om naleving te stimuleren, onrechtmatigheden te herstellen en herhaling te voorkomen. Het college kiest daarom voor een integrale nalevingsaanpak waarin preventieve en repressieve instrumenten elkaar versterken.
De gemeente werkt volgens een samenhangende cyclus van communicatie, dienstverlening, controle en handhaving. Door heldere communicatie over rechten en plichten, toegankelijke dienstverlening en tijdige signalering van risico’s wordt onrechtmatigheid zoveel mogelijk aan de voorkant voorkomen. Toezicht en handhaving vormen het sluitstuk van deze cyclus.
Preventie
Preventie vormt het fundament van het gemeentelijk nalevingsbeleid. Door duidelijke verwachtingen te stellen en vroegtijdig risico’s te onderkennen, kan worden voorkomen dat zwaardere handhavingsmaatregelen noodzakelijk zijn.
Preventieve maatregelen zijn onder meer:
- •
heldere voorlichting aan cliënten, budgethouders en aanbieders;
- •
toetsbare kwaliteitseisen en nalevingsafspraken bij inkoop en contractering;
- •
screening van nieuwe aanbieders;
- •
bewustwording en scholing van professionals;
- •
toetsing van pgb-vaardigheid;
- •
vroegsignalering binnen toegang, indicatiestelling en contractmanagement.
Deze inzet draagt bij aan rechtmatige besteding van publieke middelen en versterkt het vertrouwen tussen gemeente, inwoners en aanbieders.
Risicogericht toezicht
Toezicht is gericht op het vaststellen of wordt voldaan aan wettelijke, beleidsmatige en contractuele verplichtingen. Toezicht levert een feitelijke basis voor bestuurlijke besluitvorming.
De beschikbare toezichtcapaciteit wordt risicogericht en proportioneel ingezet. Prioritering vindt plaats op basis van onder meer:
- •
risico’s voor cliëntveiligheid;
- •
financiële impact;
- •
aard en ernst van signalen;
- •
structurele of herhaalde tekortkomingen;
- •
maatschappelijke en bestuurlijke relevantie.
Hiermee wordt geborgd dat toezicht doelmatig wordt ingezet waar de maatschappelijke meerwaarde het grootst is.
Zorgvuldige onderzoeksprocedure
Bij toezichtonderzoeken wordt zorgvuldig en transparant gehandeld. In beginsel worden onderzoeken aangekondigd, tenzij het onderzoeksbelang zich daartegen verzet. Bevindingen worden vastgelegd in een conceptrapport, waarop betrokkenen een zienswijze kunnen geven. Deze zienswijze wordt betrokken bij het definitieve rapport.
Het onderzoeksrapport bevat de aanleiding, onderzoek aanpak, feitelijke bevindingen, beoordeling en conclusies en vormt de feitelijke grondslag voor eventuele handhavingsbesluiten. Deze werkwijze waarborgt hoor en wederhoor en versterkt de juridische houdbaarheid van besluiten.
Herstelgerichte handhaving
Handhaving binnen de Wmo is primair herstelgericht. Het doel is het beëindigen van onrechtmatigheden en het herstellen van de rechtmatige situatie, niet het bestraffen van betrokkenen.
Het college kan daarom eerst lichtere interventies inzetten, zoals:
- •
een schriftelijke aanwijzing;
- •
een hersteltermijn;
- •
het verplicht stellen van een verbeterplan;
- •
intensief toezicht.
Deze instrumenten bieden aanbieders en budgethouders de gelegenheid om tekortkomingen te herstellen. Indien herstel uitblijft of sprake is van ernstige of opzettelijke overtredingen, kan het college zwaardere maatregelen treffen, zoals herziening of intrekking van beschikkingen, terugvordering of contractuele maatregelen.
Bij herhaalde overtredingen (recidive) of structurele tekortkomingen kan een zwaardere maatregel worden toegepast. Daarbij wordt rekening gehouden met de mate van verwijtbaarheid, eerdere interventies en de bereidheid tot herstel.
Voorafgaand aan een handhavingsbesluit wordt betrokkenen in beginsel gelegenheid geboden hun zienswijze naar voren te brengen, tenzij spoedeisende omstandigheden zich hiertegen verzetten.
Rollen en verantwoordelijkheden
Toezicht is in de beleidsregels gepositioneerd als een zelfstandige en onafhankelijke functie. Het doel van toezicht is het vaststellen of wordt voldaan aan wettelijke, beleidsmatige en contractuele verplichtingen en het bieden van een feitelijke basis voor bestuurlijke afwegingen. De toezichthouder verricht onderzoek en rapporteert daarover, maar neemt geen besluiten, waarmee een duidelijke scheiding tussen toezicht en besluitvorming wordt geborgd. Deze rolzuiverheid voorkomt belangenverstrengeling en versterkt de objectiviteit en rechtszekerheid.
Samenwerking en gegevensdeling
Effectief toezicht en handhaving vereisen samenwerking met interne en externe partners, zoals contractmanagement, kwaliteitsmedewerkers en ketenpartners. Gegevensdeling vindt uitsluitend plaats binnen de wettelijke kaders en met inachtneming van de Algemene verordening gegevensbescherming, de Wmo 2015 en overige toepasselijke regelgeving.
Alleen gegevens die noodzakelijk en proportioneel zijn voor de uitvoering van de wettelijke taak worden verwerkt. Geheimhoudingsplichten en privacybelangen worden zorgvuldig gerespecteerd.
Monitoring en verantwoording
Monitoring maakt het mogelijk om de effectiviteit van preventie, toezicht en handhaving te beoordelen en waar nodig bij te sturen. Het college verzamelt daarom structureel informatie over onder meer:
- •
meldingen en signalen;
- •
uitgevoerde onderzoeken;
- •
aard en omvang van onrechtmatigheden;
- •
ingezette maatregelen;
- •
teruggevorderde middelen;
- •
trends en risico’s.
Het college rapporteert jaarlijks over de uitvoering en resultaten aan het bestuur. De uitkomsten worden gebruikt om prioriteiten te bepalen en het beleid verder te verbeteren. Door periodieke evaluatie blijft het beleid aansluiten bij wetgeving, jurisprudentie en uitvoeringspraktijk.
Slot
Met deze beleidsregels geeft het college invulling aan zijn verantwoordelijkheid voor een rechtmatige, doelmatige en kwalitatief goede uitvoering van de Wmo. Door een evenwichtige inzet van preventie, toezicht en handhaving wordt zorgvuldig omgegaan met publieke middelen en wordt bijgedragen aan passende en betrouwbare ondersteuning voor inwoners van de Hoeksche Waard.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl