Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR759071
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR759071/1
Nadere regel Subsidie Plan Einstein gemeente Utrecht
Geldend van 20-03-2026 t/m heden
Intitulé
Nadere regel Subsidie Plan Einstein gemeente UtrechtBurgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht;
- •
gelet op artikel 156 Gemeentewet;
- •
gelet op artikel 3 lid 2 van de Algemene Subsidieverordening gemeente Utrecht;
Gezien:
- •
Kaders grootschalige asielopvang van 17 september 2020
Overwegende dat:
- •
Het wenselijk is dat bewoners van een asielopvanglocatie de ruimte en mogelijkheid hebben om vanaf het moment van aankomst meteen te werken aan een nieuwe toekomst, ook als deze toekomst niet in Nederland is;
- •
De gemeente Utrecht in co-creatie met de stad hiervoor het Plan Einstein Concept heeft ontwikkeld;
- •
Het Plan Einstein concept zorgt voor verbinding tussen een AZC en de omliggende buurt
Besluiten vast te stellen de volgende Nadere regel subsidie Plan Einstein gemeente Utrecht
Artikel 1 Definities
Deze nadere regel verstaat onder:
- a.
Alliantie: een geen rechtspersoonlijkheid bezittend samenwerkingsverband, bestaande uit ten minste twee organisaties en/of ondernemers die allen een inschrijving in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel bezitten;
- b.
Activiteitenaanbod Plan Einstein: Activiteiten, cursussen en laagdrempelige activiteiten die gericht zijn op pijlers 2 en 3 Plan Einstein, zoals beschreven in artikel 5 lid d en e.
- c.
Asv: de Algemene subsidieverordening gemeente Utrecht;
- d.
Awb: Algemene wet bestuursrecht;
- e.
AMV: alleenstaande minderjarige vreemdeling
- f.
AZC: Asielzoekerscentrum. Dit is een opvanglocatie waar door het COA opvang wordt geboden voor asielzoekers en statushouders in afwachting van huisvesting.
- g.
burgemeester en wethouders: burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht;
- h.
Bewoners AZC: de bewoners van een Asielzoekerscentrum in de gemeente Utrecht
- i.
Capaciteitsplaatsen: plaatsen in een opvanglocatie beschikbaar voor de opvang van vreemdelingen. Het aantal capaciteitsplaatsen per opvanglocatie is vastgelegd in de bestuursovereenkomsten tussen COA en gemeente Utrecht. De volgende plekken tellen niet mee:
- i.
De capaciteitsplekken die door omstandigheden niet in gebruik zijn, bijvoorbeeld door verbouwing/ renovatie of door sluiting van de locatie.
- ii.
Plekken voor AMV.
- i.
- j.
COA: het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. Het COA is verantwoordelijk voor de opvang en begeleiding van asielzoekers in Nederland. Het COA begeleidt hen naar een toekomst in Nederland of daarbuiten.
- k.
DAEB-vrijstellingsbesluit: Besluit (EU) van de Commissie van 16 december 2025 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen en tot intrekking van Besluit 2012/21/EU (PbEU 2025, L 2025/2630);
- l.
DAEB-de-minimisverklaring: verklaring als bedoeld in Verordening (EU) 2023/2832 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen (PbEU 2023, L 2023/2832)/de DAEB-de-minimisverordening;
- m.
DAEB-de-minimisverordening: Verordening (EU) 2023/2832 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen (PbEU 2023, L 2023/2832);
- n.
Duurzame reguliere opvangplekken: AZC-locatie die voor langere tijd beschikbaar is. In Utrecht Joseph Haydnlaan en in de toekomst ook Europalaan.
- o.
Ecosysteem Plan Einstein: alle partners van Plan Einstein en de mate en wijze waarop zij met elkaar samenwerken om het hele systeem te laten functioneren.
- p.
Noodopvang: tijdelijke opvanglocaties van het COA met vaak een lager kwaliteits- en voorzieningenniveau. Dit zijn bijvoorbeeld evenementenhallen, leegstaande kantoren, recreatiewoningen, schepen of tijdelijke paviljoens. In de noodopvanglocaties kan niet dezelfde opvang geboden worden als in onze reguliere locaties. Bewoners hebben vaak minder privacy, geen gelegenheid om zelf te koken en minder zinvolle dagbesteding. Daarom is het streven dat bewoners zo kort mogelijk op deze locaties verblijven.
- q.
Omwonenden: inwoners van de gemeente Utrecht, niet zijnde Bewoners AZC.
- r.
Plan Einstein: Sinds 2016 werkt de gemeente Utrecht, onder de naam ‘Plan Einstein’, samen met een grote diversiteit aan organisaties, professionals, vrijwilligers en inwoners van Utrecht, aan ontmoetingen en activiteiten die azc-bewoners en buurtbewoners bij elkaar brengen, onder het motto: ‘samen wonen, samen leren, samen werken’.
- s.
Plan Einstein-basis: de organisaties die de activiteiten zoals beschreven in artikel 5 lid a, b en c uitvoeren vormen samen de basis van Plan Einstein. en werken nauw samen.
- t.
Pijlers van Plan Einstein: Drie categorieën waarin de verschillende outputs van Plan Einstein Verandertheorie zijn onderverdeeld. 1. Ruimte voor ontmoeting. 2. Opbouwen sociaal Netwerk en 3. Persoonlijke ontwikkeling en bouwen aan een toekomst. Zie bijlage 1
- u.
Reguliere de-minimisverklaring: verklaring als bedoeld in Verordening (EU) nr. 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU 2023, L 2023/2831)
- v.
Verandertheorie Plan Einstein: Een Verandertheorie helpt duidelijk te maken hoe een programma of interventie de beoogde doelstellingen wil bereiken. De Verandertheorie van Plan Einstein is samengevat in een figuur, zie bijlage 1.
- w.
Tijdelijke gemeentelijke Opvang (voorheen crisisnoodopvang): Korte opvang in ruimtes die de overheid meestal inzet bij een ramp of crisis. De locaties worden geregeld door gemeenten en veiligheidsregio’s. De locaties worden beheerd door gemeenten. Gemeenten voeren op deze locatie zelf het dagelijkse beheer, soms in samenwerking met derde partijen. Het COA vervult een ondersteunende rol. In Utrecht is deze vorm in het verleden in 't Goylaan en Jaarbeurs geweest.
- x.
Tijdelijke reguliere opvangplekken: reguliere plekken die voor kortere tijd (minder dan 10 jaar). In Utrecht: Pahud, Vlampijpstraat, Voorveldsepolder, Europalaan, Bizetlaan.
Artikel 2 Doel
Deze nadere regel draagt bij aan het doel om:
Vanaf dag één in te zetten op inclusie van de AZC bewoners door activiteiten, cursussen, betekenisvolle ontmoetingen en persoonlijke ontwikkeling. Tegelijkertijd biedt Plan Einstein meerwaarde voor de bewoners van de omliggende buurt.
Plan Einstein kent drie pijlers.
- 1.
Ruimte voor Ontmoeting
- 2.
Opbouwen van een sociaal netwerk
- 3.
Persoonlijke ontwikkeling en bouwen aan een toekomst
Artikel 3 Eisen aan de subsidieaanvrager
-
1. De subsidie kan worden aangevraagd door:
- a.
een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid;
- b.
een rechtspersoon met beperkte rechtsbevoegdheid
- c.
een natuurlijke persoon met een onderneming die in het handelsregister van de Kamer van Koophandel is ingeschreven
- d.
een alliantie.
- a.
-
2. De subsidieaanvrager die een aanvraag doet voor activiteiten als bedoeld in lid 5 a t/m c heeft minimaal 4 jaar aantoonbare ervaring.
-
De subsidieaanvrager die een aanvraag doet voor activiteiten als bedoeld in artikel 5 lid d en e heeft minimaal 2 jaar aantoonbare ervaring
- a.
met begeleiden van of het organiseren van activiteiten voor asielzoekers; én
- b.
met het organiseren van activiteiten waaraan verschillende doelgroepen (waaronder in ieder geval ook AZC-bewoners) deelnemen.
- a.
Artikel 4 Vaststellen subsidieplafond
-
1. Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks het subsidieplafond vast door middel van de subsidiestaat.
-
2. Deze nadere regel heeft subsidieplafonds voor de volgende activiteiten
- i.
Coördinatie en Informatievoorziening Plan Einstein (artikel 5 lid 1 sub a)
- ii.
Huiskamer in de stad (artikel 5 lid 1 sub c)
- iii.
2-jaarlijkse subsidie Activiteitenaanbod Plan Einstein Pijler 2 (artikel 5 lid 1 sub d)
- iv.
2 jaarlijkse subsidie Activiteitenaanbod Plan Einstein Pijler 3 (artikel 5 lid 1 sub d)
- v.
Jaarlijkse subsidie activiteitenaanbod en innovatieve projecten Plan Einstein Pijler 2 (artikel 5 lid 1 sub e)
- vi.
Jaarlijkse subsidie activiteitenaanbod en innovatieve projecten Plan Einstein Pijler 3 (artikel 5 lid 1 sub e)
- i.
-
3. Er is geen subsidieplafond voor de activiteit huiskamers bij de AZC’s (artikel 5 lid 1 sub b). Voor deze activiteit geldt een maximaal bedrag per capaciteitsplaats aan de hand van de rekenmethode zoals vermeld in artikelen 8 en 13.
-
4. De hoogte van de subsidieplafonds voor het Jaarlijks Activiteitenaanbod (onderdeel v en vi) is afhankelijk van de bijdrage van het COA aan de gemeente Utrecht. De subsidieplafonds worden uiterlijk 1 maand voor de uiterste aanvraagdatum vastgesteld en bekend gemaakt.
-
5. De subsidieplafonds i t/m iv kunnen jaarlijks worden geïndexeerd, voor het eerst in 2028.
-
6. Als het subsidieplafond voor een bepaalde subsidiabele activiteit niet wordt bereikt, wordt het resterende budget als volgt herverdeeld, in de volgorde van deze opsomming:
- a.
Resterend budget van het subsidieplafond van onderdeel i en ii in het eerste lid worden toegevoegd aan het subsidieplafond voor 2-jaarlijkse subsidie Activiteitenaanbod: 50% van het resterend bedrag aan onderdeel iii en 50% aan onderdeel iv.
- b.
Resterende budget voor het subsidieplafond van één van de pijlers binnen 2-jaarlijkse subsidie activiteitenaanbod wordt – als voor de andere pijler het subsidieplafond wel is bereikt- toegevoegd aan de andere pijler (onderdelen iii en iv). Als alle subsidies zijn verleend, gaat een eventueel resterend bedrag terug naar de oorspronkelijke pijler.
- c.
Als dan op onderdelen iii en/ of iv het subsidieplafond niet wordt bereikt wordt het resterend budget voor 2-jaarlijkse subsidie activiteitenaanbod (onderdelen iii en iv) toegevoegd aan het subsidieplafond van dezelfde pijler van de Jaarlijkse subsidie activiteitenaanbod en innovatieve projecten (v en vi).
- d.
Resterende budget voor het subsidieplafond van één van de pijlers binnen Jaarlijkse subsidie Activiteitenaanbod wordt – als voor de andere pijler het subsidieplafond wel is bereikt- toegevoegd aan de andere pijler (onderdelen v en vi)
- e.
Als op onderdelen v en vi het subsidieplafond niet wordt bereikt, kan het college een extra aanvraagmoment openstellen (artikel 7 lid 4).
- a.
Artikel 5 Subsidiabele activiteiten
-
1. De volgende activiteiten komen vanaf 1 januari 2027 voor subsidie in aanmerking. Een nadere beschrijving van de activiteiten is opgenomen in bijlage 2 van deze Nadere Regel.
- a.
Coördinatie en informatievoorziening Plan Einstein
- a.
-
De organisatie die deze activiteiten gaat uitvoeren is verantwoordelijk voor de coördinatie van Plan Einstein en voor de informatievoorziening binnen Plan Einstein over zowel deelnemers, aanbod als partners.
-
Maximaal 1 aanvrager ontvangt subsidie
- b.
Huiskamers bij de AZC’s in Utrecht, verbinding met de wijk en laagdrempelige activiteiten gericht op Ruimte voor ontmoeting (pijler 1).
- b.
-
Hieronder vallen in ieder geval de volgende activiteiten
- i.
Sociaal beheer huiskamers op het AZC
- ii.
Het organiseren van laagdrempelige activiteiten gericht op pijler 1 Ruimte voor ontmoeting.
- iii.
De huiskamers worden door de gemeente of door COA beschikbaar gesteld en is wisselend van grootte en faciliteiten. Mocht deze ruimte er niet zijn, dan wordt de huiskamerfunctie op een andere manier ingevuld.
- iv.
Het bieden van een platform waar een verbinding tot stand kan komen tussen activiteiten en initiatieven (zowel binnen als buiten Plan Einstein) met bewoners en omwonenden (en vice versa).
- i.
-
Maximaal 1 aanvrager ontvangt subsidie
- c.
Een Huiskamer in de stad en laagdrempelige activiteiten gericht op Ruimte voor ontmoeting (pijler 1)
- c.
-
Hieronder vallen in ieder geval de volgende activiteiten:
- i.
Een fysieke ontmoetingsplek voor bewoners AZC, statushouders en omwonenden
- ii.
Het organiseren van laagdrempelige activiteiten gericht op pijler 1
- iii.
Verbinding met de wijk en de stad
- i.
-
Maximaal 1 aanvrager ontvangt subsidie
- d.
2-jaarlijkse subsidie activiteitenaanbod Plan Einstein gericht op sociaal netwerk vergroten (pijler 2) of persoonlijke ontwikkeling en bouwen aan een toekomst (pijler 3)
- d.
-
Het organiseren van activiteiten die bijdragen aan de doelen van Plan Einstein en specifiek inzetten op een van de pijlers.
- e.
Jaarlijkse subsidie activiteitenaanbod en innovatieve projecten Plan Einstein gericht op sociaal netwerk vergroten (pijler 2) of persoonlijke ontwikkeling en bouwen aan een toekomst (pijler 3).
- e.
-
Het organiseren van activiteiten die bijdragen aan de doelen van Plan Einstein en specifiek inzetten op een van de pijlers.
-
2. Burgemeester en wethouders verlenen geen subsidie voor de volgende kosten:
- a.
kosten van activiteiten waarvoor al subsidie is verleend door burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht;
- b.
Voor Activiteitenaanbod: kosten voor huur van een locatie.
- a.
Artikel 6 Eisen aan de aanvraag
-
1. De aanvraag van de subsidie wordt ingediend met e-Herkenning via www.utrecht.nl/subsidieplaneinstein.
-
2. De aanvragen voor activiteiten genoemd onder artikel 5 a t/m c zijn voor 3 jaar.
-
3. De aanvragen voor activiteiten genoemd onder artikel 5 d zijn voor 2 jaar.
-
4. De aanvragen voor activiteiten genoemd onder artikel 5 e zijn voor 1 jaar.
-
5. Bij de aanvraag worden de volgende documenten aangeleverd:
- a.
Een activiteitenplan voor de hele subsidieperiode waarin het volgende wordt beschreven:
- i.
Een zo volledig mogelijke omschrijving van uw organisatie.
- ii.
Een omschrijving van de activiteit waarvoor u subsidie aanvraagt en hoe deze bijdraagt aan de beleidsdoelstelling
- iii.
Voor activiteiten onder artikel 5b een toelichting per AZC locatie.
- iv.
Voor activiteiten onder artikel 5d en 5e een omschrijving van het verwachte bereik van de activiteit (doelgroep, aantal mensen).
- i.
- b.
Een aanvraagdocument van maximaal 10 pagina’s waarin met een uitwerking van de criteria zoals genoemd in artikel 9 lid 2, lid 3 of lid 4.
- c.
Een sluitende (meerjaren)begroting met een financiële onderbouwing die aansluit op het activiteitenplan. In deze onderbouwing staat per activiteit aangegeven welke middelen nodig zijn voor de activiteiten. Het gevraagde subsidiebedrag moet duidelijk worden onderbouwd in de begroting. In de begroting moeten ook alle (overige) inkomsten staan. Voor activiteiten onder artikel 5b met een toelichting per AZC locatie.
- d.
als de subsidie door een penvoerder wordt aangevraagd namens een alliantie: een machtiging aan de penvoerder door alle aanvragers;
- e.
indien van toepassing: een DAEB-de-minimisverklaring;
- f.
indien van toepassing: een reguliere de-minimisverklaring.
- a.
-
6. Een aanvrager kan voor meerdere subsidiabele activiteiten een aanvraag doen. Per subsidiabele activiteit wordt één aanvraag ingediend.
-
7. Als een aanvrager in de voorgaande drie jaar geen subsidie bij burgemeester en wethouders heeft aangevraagd of indien de onderstaande gegevens zijn gewijzigd, levert de aanvrager bij de aanvraag ook de volgende gegevens aan:
- a.
Kopie bankafschrift waarop in ieder geval het rekeningnummer en de naam van de aanvrager duidelijk zichtbaar zijn;
- b.
Een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel;
- c.
De statuten, als de aanvrager een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid is.
- a.
Artikel 7 Indieningstermijn aanvraag
-
1. De aanvragen voor activiteiten genoemd onder artikel 5 lid 1 sub a t/m c kunnen eens in de 3 jaar worden ingediend, vóór 1 juni (uiterlijk 31 mei 23.59 uur) van het jaar voorgaand aan het jaar waarin de activiteiten starten. Het eerste aanvraagmoment is: vóór 1 juni 2026. Het tweede aanvraagmoment is vóór 1 juni 2029.
-
2. De aanvragen voor activiteiten genoemd onder artikel 5 lid 1 sub d kunnen eens in de 2 jaar worden ingediend, vóór 1 juli (uiterlijk 30 juni 23.59 uur) van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de activiteiten starten. Het eerste aanvraagmoment is: vóór 1 juli 2026, het tweede aanvraagmoment is vóór 1 juli 2028.
-
3. De aanvragen voor activiteiten genoemd onder artikel 5 lid 1 sub e kunnen jaarlijks worden ingediend, vóór 1 oktober (uiterlijk 30 september 23.59 uur) van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de activiteiten starten. Het eerste aanvraagmoment is: vóór 1 oktober 2026.
-
4. Burgemeester en wethouders kunnen besluiten een extra indieningsmoment open te stellen als er subsidie beschikbaar is. Daarvoor gelden de volgende eisen:
- a.
Een extra indieningsmoment wordt minstens 1 maand voor de deadline bekend gemaakt via Subsidiehulp | gemeente Utrecht inclusief voor welke subsidiabele activiteiten (artikel 5) dit geldt;
- b.
De deadline voor het indienen van nieuwe aanvragen is de vóór de eerste dag van de eerste drie kwartalen van een jaar (vóór 1 januari (uiterlijk 31 december 23.59 uur), vóór 1 april (uiterlijk 31 maart 23.59 uur) , vóór 1 juli (uiterlijk 30 juni 23.59 uur);
- c.
In de aanvraag moet duidelijk staan voor welke periode de subsidie aangevraagd wordt. Voor de rest van het lopende kalenderjaar, tot het einde van de meerjarige verleningsperiode, of een tijdsblok daar tussenin.
- a.
Artikel 8 Maximale subsidie
-
1. Het maximale bedrag van de subsidie voor Huiskamer bij de AZC’s (artikel 5b) wordt bepaald door het aantal capaciteitsplaatsen dat beschikbaar is over alle AZC locaties in Utrecht, met uitzondering van plekken voor AMV (bij zowel COA als Nidos) * prijs. De prijs bedraagt 555 euro en wordt per jaar geïndexeerd, voor het eerst in 2028. Zie artikel 13 voor de rekenmethode.
-
2. Met uitzondering van lid 1 en lid 2 a en b van dit artikel, geldt er geen maximum voor de aan te vragen subsidie.
- a.
2-jaarlijkse subsidie Activiteitenaanbod (artikel 5d) wordt maximaal € 175.000 per organisatie per jaar verleend. Dit maximumbedrag geldt voor alle aanvragen voor beide subsidieplafonds opgeteld (artikel 4 lid 2 iii en iv). Aanvragen boven de € 175.000 per jaar worden geweigerd;
- b.
Voor Jaarlijkse subsidie Activiteitenaanbod en innovatieve projecten (artikel 5e) wordt maximaal € 30.000 per organisatie per jaar verleend. Dit maximumbedrag geldt voor alle aanvragen voor beide subsidieplafonds (artikel 4 lid 2 v en vi) opgeteld. Aanvragen boven de € 30.000 per jaar worden geweigerd.
- a.
Artikel 9 Verdeling subsidie
-
1. Voor de verdeling van de subsidie geldt het volgende
-
a. In afwijking van artikel 4, eerste lid, tweede volzin, van de Asv verlenen burgemeester en wethouders de subsidie voor activiteiten als genoemd in artikel 5a t/m e per categorie aan de aanvrager met het hoogste aantal punten.
-
b. Aanvragen die op 1 van de beoordelingscriteria een ‘onvoldoende’ of ‘slecht’ scoren worden geweigerd; en
-
c. Aanvragen die op 5 of meer criteria een voldoende (of lager) scoren worden geweigerd.
-
2. Aan de volledig en tijdig ontvangen aanvragen voor De Plan Einstein-basis (artikel 5 sub a t/m c) worden punten toegekend aan het meerjarenplan aan de hand van de volgende criteria:
|
Criterium |
Omschrijving |
Maximaal te behalen punten |
|
|
1 |
Activiteiten dragen bij aan doel |
In welke mate maakt de aanvrager duidelijk hoe de activiteiten bijdragen aan het doel van Plan Einstein (zie de verandertheorie). In welke mate maakt de aanvrager duidelijk hoe de activiteiten gerelateerd zijn aan de visie en principes van Plan Einstein waaronder Samen wonen, leren, werken en Future Free. |
20 |
|
2.1 |
Rol in ecosysteem |
Welke aanpak heeft de aanvrager op de rol die hij gaat vervullen in het ecosysteem van Plan Einstein en in welke mate draagt dit bij aan verstevigen en verder ontwikkelen van het ecosysteem. |
10 |
|
2.2 |
Samenwerking partners binnen Plan Einstein-basis |
In welke mate is de aanpak voor samenwerking met de andere twee partijen uit de PlanEinstein-basis uitgewerkt. In welke mate draagt dit bij aan een goed gezamenlijk functioneren en aan het verder ontwikkelen van de Plan Einstein basis. |
10 |
|
3 |
Verbinding bewoners met de buurt en met voorzieningen in de stad |
In welke mate heeft de aanvrager uitgewerkt hoe hij proactief de verbinding maakt tussen (bewoners van) het AZC met de buurt en met voorzieningen en activiteiten in en om de stad. Waarbij de aanvrager oog heeft voor specifieke behoefte van de buurt. |
15 |
|
4 |
Uitvoerbaarheid en haalbaarheid |
In welke mate laat de aanvrager zien dat de activiteiten zo snel mogelijk na start van de subsidieperiode kunnen beginnen, dat de organisatie van de activiteiten goed doordacht is en de randvoorwaarden geregeld zijn of in korte termijn geregeld kunnen worden. |
10 |
|
5 |
Culturele sensitiviteit/ inclusiviteit |
In welke mate laat de aanvrager zien dat de activiteiten en de organisatie cultureel sensitief zijn en voor iedereen toegankelijk. |
10 |
|
6 |
Aantoonbare ervaring van aanvrager |
In welke mate heeft de aanvrager aantoonbare relevante kennis en ervaring met de doelgroep en de activiteiten. In welke mate heeft de aanvrager aantoonbare relevante kennis van de relevante Utrechtse context/ netwerk. |
15 |
|
7 |
Blijven leren en aanpassen |
In welke mate maakt de aanvrager aantoonbaar dat zij gedurende de looptijd van de subsidie blijft leren en haar activiteiten hierop aanpast. En in welke mate maakt de aanvrager aantoonbaar hoe zij de activiteiten zal aanpassen aan veranderende behoefte van de doelgroep of veranderde samenstelling van de bewoners van de AZC’s |
10 |
-
3. Aan de volledig en tijdig ontvangen aanvragen voor 2-jaarlijkse subsidie Activiteitenaanbod (artikel 5 sub d) worden punten toegekend aan het meerjarenplan aan de hand van de volgende criteria:
|
Criterium |
Omschrijving |
Pijler 2 Maximaal te behalen punten |
Pijler 3 Maximaal te behalen punten |
|
|
1.1 |
Activiteiten dragen bij aan doel en de Pijlers |
In welke mate maakt de aanvrager duidelijk hoe de activiteiten bijdragen aan het doel van Plan Einstein. In welke mate maakt de aanvrager duidelijk hoe de activiteiten bijdragen aan de gekozen Pijler van Plan Einstein (pijler 2. Sociaal Netwerk óf Pijler 3. Persoonlijke ontwikkeling) |
15 |
15 |
|
1.2 |
Behoefte/ Noodzaak activiteiten |
In welke mate: wordt duidelijk dat er behoefte is aan deze activiteiten onderbouwt de aanvrager de noodzaak voor deze activiteiten? voegen de activiteiten toe aan wat er al is? |
15 |
15 |
|
1.3 |
Verhouding tussen de hoogte van de aangevraagde subsidie en het beschreven resultaat. |
In welke mate: maakt aanvrager inzichtelijk hoe het gevraagde subsidiebedrag zich verhoudt tot het resultaat? Denk bij het resultaat aan zowel het doel van de activiteit als het bereik (aantal deelnemers). zijn de kosten noodzakelijk en herleidbaar tot de uitvoering van de activiteiten? |
0 |
10 |
|
2 |
Rol in ecosysteem |
Welke aanpak heeft de aanvrager op de rol die hij gaat vervullen in het ecosysteem van Plan Einstein en in welke mate draagt dit bij aan verstevigen en verder ontwikkelen van het ecosysteem. |
10 |
10 |
|
3 |
Verbindingen bewoners en omwonenden |
In welke mate heeft de aanvrager uitgewerkt hoe hij proactief bewoners van het AZC verbindt met omwonenden |
15 |
10 |
|
4 |
Uitvoerbaarheid en haalbaarheid |
In welke mate laat de aanvrager zien dat de activiteiten zo snel mogelijk na start van de subsidieperiode kunnen beginnen, dat de organisatie van de activiteiten goed doordacht is en de randvoorwaarden geregeld zijn of op korte termijn geregeld kunnen worden. |
10 |
10 |
|
5 |
Culturele sensitiviteit/ inclusiviteit |
In welke mate laat de aanvragen zien dat de activiteiten en de organisatie cultureel sensitief zijn en voor iedereen toegankelijk. |
10 |
10 |
|
6 |
Aantoonbare ervaring van aanvrager |
In welke mate heeft de aanvrager aantoonbare kennis en ervaring met de doelgroep en de activiteiten. In welke mate heeft de aanvrager aantoonbare relevante kennis van de relevante Utrechtse context/ netwerk. |
15 |
10 |
|
7 |
Blijven leren en aanpassen |
In welke mate maakt de aanvrager aantoonbaar dat zij gedurende de looptijd van de subsidie blijft leren en haar activiteiten hierop aanpast. En in welke mate maakt de aanvrager aantoonbaar hoe zij de activiteiten zal aanpassen aan veranderende behoefte van de doelgroep of veranderde samenstelling van de bewoners van de AZC’s |
10 |
10 |
-
4. Aan de volledig en tijdig ontvangen aanvragen voor Jaarlijkse subsidie activiteitenaanbod en innovatieve projecten (artikel 5 sub e) worden punten toegekend aan het meerjarenplan aan de hand van de volgende criteria:
|
Criterium |
Omschrijving |
Pijler 2 Maximaal te behalen punten |
Pijler 3 Maximaal te behalen punten |
|
|
1.1 |
Activiteiten dragen bij aan doel en de Pijlers |
In welke mate maakt de aanvrager duidelijk hoe de activiteiten bijdragen aan het doel van Plan Einstein. In welke mate maakt de aanvrager duidelijk hoe de activiteiten bijdragen aan de gekozen Pijler van Plan Einstein (pijler 2. Sociaal Netwerk óf Pijler 3. Persoonlijke ontwikkeling) |
25 |
25 |
|
1.2 |
Behoefte/ Noodzaak activiteiten en innovatie |
In welke mate: wordt duidelijk dat er behoefte is aan deze activiteiten onderbouwt de aanvrager de noodzaak voor deze activiteiten? voegen de activiteiten toe aan wat er al is? Bij innovatieve projecten: in welke mate is het project vernieuwend |
25 |
20 |
|
1.3 |
Verhouding tussen de hoogte van de aangevraagde subsidie en het beschreven resultaat. |
In welke mate: maakt aanvrager inzichtelijk hoe het gevraagde subsidiebedrag zich verhoudt tot het resultaat? Denk aan het aantal deelnemers, het aantal matches, het beoogde resultaat. zijn de kosten herleidbaar tot de uitvoering van de activiteiten? |
0 |
10 |
|
2 |
Rol in ecosysteem |
Welke aanpak heeft de aanvrager op de rol die hij gaat vervullen in het ecosysteem van Plan Einstein en in welke mate draagt dit bij aan verstevigen en verder ontwikkelen van het ecosysteem |
10 |
10 |
|
3 |
Verbindingen bewoners en omwonenden |
In welke mate heeft de aanvrager uitgewerkt hoe hij proactief bewoners van het AZC met verbindt met omwonenden |
15 |
10 |
|
4 |
Uitvoerbaarheid en haalbaarheid |
In welke mate laat de aanvrager zien dat de activiteiten zo snel mogelijk na start van de subsidieperiode kunnen beginnen, dat de organisatie van de activiteiten goed doordacht is en de randvoorwaarden geregeld zijn of op korte termijn kunnen worden. |
15 |
15 |
|
5 |
Culturele sensitiviteit/ inclusiviteit |
In welke mate laat de aanvrager zien dat de activiteiten en de organisatie cultureel sensitief zijn en voor iedereen toegankelijk. |
5 |
5 |
|
6 |
Aantoonbare ervaring van aanvrager |
In welke mate heeft de aanvrager aantoonbare kennis en ervaring met de doelgroep en de activiteiten. In welke mate heeft de aanvrager aantoonbare relevante kennis van de relevante Utrechtse context/ netwerk. |
5 |
5 |
-
5. De beoordeling van aanvragen vindt ambtelijk plaats op basis van consensus.
-
6. Voor activiteiten in de Plan Einstein-Basis (artikel 5a t/m 5c) geldt de dat de activiteiten aan drie verschillende organisaties wordt verleend.
- a.
Als een aanvrager voor 2 of meer activiteiten van de Plan Einstein-basis (5a, 5b en/ of 5c) de hoogste score heeft behaald, wordt de subsidie voor slechts 1 activiteit verleend. Bij het bepalen van de activiteit waarvoor subsidie wordt verleend, wordt in onderstaande volgorde gekeken naar:
- i.
De activiteit waarvoor geen andere aanvrager is;
- ii.
De activiteit waarbij het verschil in punten met de volgende aanvrager in de rangorde het grootst is.
- i.
- a.
-
7. Voor het toekennen van een score aan de criteria in lid 2, 3 en 4 van dit artikel en de bijbehorende punten wordt de volgende puntenschaal gehanteerd:
|
Score |
Omschrijving |
Percentage van maximale score |
|
uitstekend |
De beschrijving/aanpak met betrekking tot het beoordelingscriterium is volledig. Er zijn geen ontbrekende elementen. De beschrijving/aanpak is specifiek, concreet en sluit uitstekend aan bij hetgeen is gevraagd in het beoordelingscriterium. Er zijn hierin geen onduidelijkheden geconstateerd. De beschrijving/aanpak is op alle aspecten realistisch en voor de Gemeente toepasbaar en/of effectief bevonden. De beschrijving/ aanpak wordt volledig ondersteund door het activiteitenplan. Het activiteitenplan en de antwoorden op de vragen zijn volledig met elkaar in overeenstemming. |
100% |
|
goed |
De beschrijving/aanpak met betrekking tot het beoordelingscriterium is bijna volledig bevonden. De beschrijving/aanpak is op de meeste aspecten concreet en specifiek beschreven. De beschrijving/aanpak is over het algemeen duidelijk en zij sluit op de meeste aspecten aan bij hetgeen is gevraagd in het beoordelingscriterium. De beschrijving/aanpak is op de meeste aspecten realistisch en voor de Gemeente toepasbaar en/of effectief bevonden. De beschrijving/ aanpak wordt goed ondersteund door het activiteitenplan. Het activiteitenplan en de antwoorden op de vragen zijn goed met elkaar in overeenstemming. |
75% |
|
voldoende |
De beschrijving/aanpak met betrekking tot het beoordelingscriterium is voldoende uitgewerkt, maar niet volledig bevonden. De beschrijving/aanpak is voldoende specifiek en/of duidelijk beschreven. Er zijn meerdere aspecten die meer specifiek of duidelijk beschreven hadden mogen zijn. Uw uitwerking sluit voldoende aan bij hetgeen is gevraagd in het beoordelingscriterium. De beschrijving/aanpak is op enkele aspecten realistisch en voor de Gemeente voldoende toepasbaar en/of effectief bevonden. De beschrijving/ aanpak wordt voldoende ondersteund door het activiteitenplan. Het activiteitenplan en de antwoorden op de vragen zijn voldoende met elkaar in overeenstemming. |
50% |
|
onvoldoende |
De beschrijving/aanpak met betrekking tot het beoordelingscriterium is onvoldoende uitgewerkt en niet volledig bevonden. De beschrijving/aanpak is onvoldoende duidelijk en specifiek beschreven en sluit onvoldoende aan bij hetgeen is gevraagd in het beoordelingscriterium. De beschrijving/aanpak is grotendeels niet realistisch en voor de Gemeente toepasbaar en/of effectief bevonden. De beschrijving/ aanpak wordt onvoldoende ondersteund door het activiteitenplan. Het activiteitenplan en de antwoorden op de vragen zijn onvoldoende met elkaar in overeenstemming. |
25% |
|
slecht |
Geeft nauwelijks of geen invulling aan het beoordelingscriterium of de beschrijving/aanpak ontbreekt. |
0% |
Artikel 10 Beslistermijn
Burgemeester en wethouders beslissen binnen 13 weken na de deadlinedatum over de aanvraag.
Artikel 11 Verplichtingen
In aanvulling op de verplichtingen uit hoofdstuk 4 van de Asv gelden de volgende verplichtingen:
- a.
De aanvrager committeert zich aan en zal handelen volgens de uitgangspunten van Plan Einstein (doel, visie en de Verandertheorie). En de aanvrager vervult een actieve bijdrage aan het Ecosysteem Plan Einstein. Hieronder wordt in ieder geval verstaan:
- i.
Plan Einstein partners zijn samen verantwoordelijk, vanuit een gelijkwaardige relatie, om het doel van Plan Einstein zo goed mogelijk te verwezenlijken en bij te sturen als dat nodig is.
- ii.
(Pro-) actief uitdragen Plan Einstein gedachtengoed naar bewoners, omwonenden en andere geïnteresseerden
- iii.
deelname aan bepaalde overleggen om het Multi Stakeholder Principe goed te kunnen vormgeven, bijvoorbeeld het uitvoerendenoverleg.
- iv.
Bijdragen aan gezamenlijke communicatie en het Plan Einstein logo gebruiken bij externe communicatie
- v.
Bij te dragen aan monitoring en evaluatie door informatie aan te leveren en een actieve bijdrage te leveren aan duidingsbijeenkomsten (tellen, vertellen en verbeelden).
- vi.
Transparant zijn over je motieven, uitdagingen, knelpunten en successen.
- vii.
Activiteiten afstemmen met elkaar en bereid om aanpassingen te doen gedurende het jaar.
- i.
- b.
De (sociale) veiligheid voor deelnemers, vrijwilligers en beroepskrachten te waarborgen. Hiervoor heeft de subsidieontvanger een plan. Een VOG is verplicht bij werken met een minderjarige doelgroep.
Artikel 12 Staatssteun
Een subsidie voor de categorieën activiteiten in artikel 5, lid 1, sub d en sub e, kunnen mogelijk staatssteun bevatten en gerechtvaardigd worden door het DAEB-Vrijstellingsbesluit, de DAEB-de-minimisverordening en de reguliere de-minimisverordening.
Artikel 13 Rekenmethode maximale subsidiebedrag Huiskamers bij de AZC’s
-
1. Het maximale subsidiebedrag voor de subsidie Huiskamers bij de AZC’s (artikel 5 lid 1 sub b) is de uitkomst van lid 2 + de uitkomst van lid 3 van dit artikel.
-
2. Voor noodopvang, tijdelijke opvanglocaties en duurzame opvanglocaties wordt het maximale bedrag per kalenderjaar achteraf vastgesteld met de volgende rekenmethode:
- a.
Het aantal capaciteitsplaatsen voor het eerste half jaar wordt vastgesteld op het maximaal aantal plekken dat in dat half jaar op enig moment beschikbaar was. Als het maximaal aantal plekken lager was dan 1.000 wordt het aantal opvangplekken vastgesteld op 1.000.
- a.
-
Dit aantal wordt vermenigvuldigd met de prijs per plek (artikel 8 lid 1)*0,5
- b.
Het aantal opvangplekken voor het tweede half jaar wordt vastgesteld op het maximaal aantal plekken in dat dat in dat half jaar op enig moment beschikbaar was. Als het aantal plekken lager is dan 1.000 wordt het aantal opvangplekken vastgesteld op 1.000. Dit aantal wordt vermenigvuldigd met de prijs per plek (artikel 8 lid 1)*0,5
- c.
Het maximale subsidiebedrag is a+b
- b.
-
3. Voor tijdelijke gemeentelijke opvang wordt het maximale bedrag per kalenderjaar achteraf vastgesteld met de volgende rekenmethode:
- a.
Per maand wordt een maximaal subsidiebedrag vastgesteld door het maximaal aantal opvangplekken in die maand te vermenigvuldigen met 1/12 van de prijs als genoemd in artikel 8 lid 1. Op deze manier worden 12 maandbedragen berekend.
- b.
Het maximale subsidiebedrag is de som van de 12 vastgestelde maandbedragen onder 3a.
- a.
Artikel 14 Overige bepalingen
Indexering: Burgemeester en wethouders kunnen de subsidies die meerjarig zijn verleend na het eerste jaar indexeren met het percentage waarmee het gemeentelijk budget wordt geïndexeerd. Subsidieaanvrager krijgt hierover bericht.
Artikel 15 Evaluatie
-
1. Het beleid waarvoor de subsidie Plan Einstein wordt ingezet, wordt doorlopend geëvalueerd met de Monitor Plan Einstein.
-
2. De monitor kan leiden tot nieuwe gezamenlijke inzichten over behoefte en noodzaak van activiteiten van Plan Einstein. Aanvragers spannen zich ook na de subsidieverlening in om deze inzichten te vertalen naar de eigen activiteiten.
-
3. De evaluatie kan leiden tot aanpassing van deze nadere regel.
Artikel 16 Inwerkingtreding
Deze nadere regel treedt in werking de dag na bekendmaking in het gemeenteblad.
Artikel 17 Citeertitel
Deze nadere regel wordt aangehaald als: Nadere regel Subsidie Plan Einstein
Ondertekening
Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, in de vergadering van 17 maart 2026.
De burgemeester
Sharon A.M. Dijksma
De secretaris,
Michiel J. Ruis
Bijlage 1: Verandertheorie Plan Einstein
Bijlage 2 Beschrijving activiteiten artikel 5
Artikel 5 lid a: Coördinatie en informatievoorziening Plan Einstein
De organisatie die deze activiteiten gaat uitvoeren is verantwoordelijk voor
- •
de coördinatie van Plan Einstein en
- •
voor de informatievoorziening binnen Plan Einstein aan/ over de deelnemers, het aanbod, het COA en de andere partners.
Maximaal 1 aanvrager ontvangt subsidie
Coördinatie en informatievoorziening:
Samenwerking Het is belangrijk dat de Plan Einstein partners goed samenwerken en elkaar weten te vinden. De coördinatie van activiteiten draagt daaraan bij. Het gaat om het organiseren van overleggen en ontmoetingen tussen Plan Einstein Partners met als doel een goede samenwerking te faciliteren, praktische kansen te grijpen en uitdagingen bespreekbaar te maken of op te lossen. Een van de vaste overleggen is het uitvoerendenoverleg met alle partners, dat je circa 9 keer per jaar organiseert.
Overzicht en inzicht activiteiten Je bent verantwoordelijk voor het opstellen, delen en bewaken van een totaaloverzicht van cursussen en activiteiten. Zodat activiteiten elkaar versterken en niet onnodig overlappen. Samen met de andere partners zorg je ervoor dat inzichtelijk is of de activiteiten nog aansluiten bij de behoefte van de doelgroep. Je doet een analyse van deelname en uitval en deelt en bespreekt dit met de andere partners. Je hebt inzicht in de kenmerken van bewoners van de AZC’s in Utrecht. Je bent in contact met de bewoners en bent benaderbaar. Je bent de eerste ingang voor communicatie en zorgt voor het beheer van de website van Plan Einstein (Home | Plan Einstein)
Voorlichting en Training Je biedt de medewerkers en vrijwilligers van de Plan Einstein partners regelmatig voorlichtingen/ trainingen aan over Plan Einstein, het leven op het AZC, actuele ontwikkelingen rond asiel etc. Het doel van deze voorlichtingen/ trainingen is bij te dragen aan een inclusieve, veilige en deskundige omgeving waarin zowel bewoners als professionals zich beter kunnen ontwikkelen en samenwerken.
Aanspreekpunt Voor zowel de deelnemers als de Plan Einstein partners ben je het eerste aanspreekpunt bij problemen/ klachten/ incidenten. (Iedere organisatie heeft een eigen klachtenprocedure, dit is aanvullend) De gemeente is de opdrachtgever van veel Plan Einstein partners, indien nodig kun je naar de gemeente escaleren.
Flexibel budget Tot slot ben je budgetbeheerder van een flexibel Plan Einstein budget. Dit budget is bedoeld voor activiteiten die de samenwerking tussen de partners bevorderen, ter promotie van Plan Einstein (website, bezoeken door derden etc). De Plan Einstein partners kunnen hier een beroep op doen. De hoogte van dit budget is 8.000 euro per jaar en is inbegrepen in de subsidie. De kaders voor de besteding bespreek je per jaar met de gemeente.
Samenwerking Plan Einstein Basis Je zorgt voor een krachtige samenwerking met de andere Basis Plan Einstein-partners. De drie basis partijen zorgen ervoor dat de andere Plan Einstein partners die de activiteiten uitvoeren gefaciliteerd worden in ruimte, kennis van het netwerk en de omliggende buurt. Samen met de beheerders van de huiskamers zorg je voor goede afstemming van de activiteiten op de locaties in afstemming met vertegenwoordigers COA en gemeente Utrecht.
Begeleiding deelnemers
Dankzij jouw persoonlijke begeleiding voelen bewoners zich gezien, gemotiveerd en gesteund. Zo benutten zij hun tijd in de opvanglocatie zinvol en wordt hun kans op succesvolle participatie vergroot. Je geeft informatie over en enthousiasmeert bewoners voor de activiteiten. Je meldt ze vervolgens ook aan. Je voert intake- voortgangs- en evaluatiegesprekken met bewoners van het AZC zodat je hen actief kunt informeren en kunt doorverwijzen naar de verschillende activiteiten. Je draagt zorg voor een goede registratie van de gevolgde activiteiten per deelnemer, je draagt actief bij aan een doorgaande lijn naar inburgering. Daarover heb je afspraken over gegevensdeling met de gemeente en met het COA.
Artikel 5 lid b: Huiskamers op de Utrechtse AZC’smet laagdrempelige activiteiten
Maximaal 1 aanvrager ontvangt subsidie
In Utrecht streven we naar een huiskamer of ontmoetingsruimte op ieder AZC. De grootte en de inhoud van het laagdrempelige programma hiervan kan per locatie anders zijn. Ook de openingstijden van de huiskamer is niet op elke locatie hetzelfde.
Op dit moment ziet het er zo uit:
Europalaan: huiskamer in ontwikkeling
Joseph Haydnlaan/ Bizetlaan: Plan Einstein Zolder
Pahud: huiskamer
Vlampijpstraat: kleine huiskamer
Voorveldse Polder: kleine huiskamer
Je verzorgt het sociaal beheer van deze huiskamers. Je zorgt ervoor dat er tijdens de openingstijden altijd iemand aanwezig om bezoekers welkom te heten, informatie te geven etc. Je zorgt ervoor dat de locatie schoon, gezellig en veilig is. Je zorgt voor koffie en thee voor bezoekers.
Samenwerking Plan Einstein Basis
Je zorgt voor een krachtige samenwerking met de andere Basis Plan Einstein-partners. De drie basis partijen zorgen ervoor dat de andere Plan Einstein partners die de activiteiten uitvoeren gefaciliteerd worden in ruimte, kennis van het netwerk en de omliggende buurt. Samen met de organisatie die de Coördinatie en informatievoorziening doet en met de huiskamer in de stad zorg je voor goede afstemming van de activiteiten op de locaties in afstemming met vertegenwoordigers COA en gemeente Utrecht.
Platform
Je je zorgt voor verbinding tussen activiteiten binnen en buiten Plan Einstein met bewoners en omwonenden. Je helpt initiatieven uit de stad die iets met of voor de doelgroep willen doen door hen te adviseren en hen in contact te brengen met potentiële deelnemers.
Laagdrempelige activiteiten die voornamelijk bijdragen aan pijler 1: Ruimte voor ontmoeting
Je zorgt voor een divers en kwalitatief activiteitenaanbod dat aansluit op de behoeften en capaciteiten van bewoners en omwonenden. Het gaat hierbij om laagdrempelige en toegankelijke activiteiten. Je organiseert de activiteiten zelf of verbindt activiteiten vanuit andere initiatieven met Plan Einstein. Deze vinden deels plaats in de huiskamers op het AZC, maar kunnen ook bij of met bedrijven, omwonenden of organisaties worden georganiseerd.
Doel van de activiteiten is ontmoeten en verbinden (pijler 1). Het gaat om doorlopende en eenmalige activiteiten op het gebied van bijvoorbeeld ontmoeting, sport, taal, cultuur, koken & eten. Flexibiliteit is belangrijk. Je past de activiteiten voortdurend aan op de behoefte van de bewoners en speelt daar ook duidelijk op in.
Voor en door vluchtelingen
De activiteiten in de huiskamer worden georganiseerd voor en door vluchtelingen. Je betrekt de doelgroep zoveel mogelijk bij het ontwikkelen en uitvoeren van activiteiten.
Artikel 5 lid c: Huiskamer in de stad
met laagdrempelige activiteiten
Maximaal 1 aanvrager ontvangt subsidie
Je biedt een sociaal, culturele ontmoetingsruimte gericht op de bevordering van inclusie in Utrecht. De ontmoetingsplek in de stad betrekt azc-bewoners, statushouders en andere inwoners/buurtbewoners van Utrecht bij de ontwikkeling van een creatieve, levendige en inclusieve plek. Het gaat om een laagdrempelige, uitnodigende en toegankelijke locatie waar diverse groepen samenkomen. Je biedt alle betrokkenen de kans om op veilige en gelijkwaardige manier nieuwe contacten op te doen, een sociaal netwerk op te bouwen en henzelf persoonlijk te ontwikkelen.
Samenwerking Plan Einstein Basis
Je zorgt voor een krachtige samenwerking met de andere Basis Plan Einstein-partners. De drie basis partijen zorgen ervoor dat de andere Plan Einstein partners die de activiteiten uitvoeren gefaciliteerd worden in ruimte, kennis van het netwerk en de omliggende buurt. Samen met de organisatie die de Coördinatie en informatievoorziening doet en met de huiskamers bij de AZC's zorg je voor goede afstemming van de activiteiten op de locaties in afstemming met vertegenwoordigers COA en gemeente Utrecht.
- •
community-leden (vrijwilligers) hebben een groot aandeel in het invullen van de programmering; werkt bottom-up; werkt vanuit co-creatie
- •
zet actief in op community building op azc’s;
- •
locatie is uitnodigend en toegankelijk;
- •
organiseert laadrempelige activiteiten op zowel cultureel, educatief als sociaal vlak die gericht zijn op Pijler 1;
Artikel 5 lid d: 2-jaarlijkse subsidie Activiteitenaanbod Plan Einstein Pijler 2 en 3
het organiseren van activiteiten die bijdragen aan een van deze twee Pijlers van Plan Einstein:
- •
Pijler 2 Opbouwen Sociaal Netwerk:
-
Onder deze pijler vallen activiteiten met het hoofddoel Sociaal Netwerk Uitbreiden, Geïnformeerd zijn en/ of professioneel netwerk uitbreiden. De activiteiten uit deze pijler kunnen ook tot doel hebben het Welbevinden vergroten (pijler 1), maar dit is niet het hoofddoel van de activiteit.
- •
Pijler 3 Persoonlijke ontwikkeling en bouwen aan een toekomst.
-
Onder deze pijler vallen activiteiten met het hoofddoel Professioneel Netwerk uitbreiden, Talenten naar de Nederlandse context vertalen en Nieuwe vaardigheden ontwikkelen. De activiteiten uit deze pijler hebben vaak (maar niet uitsluitend) een relatie met het verbeteren van kansen op de arbeidsmarkt. Deze activiteiten dragen vaak ook bij aan Pijler 1, maar dit is het niet het hoofddoel van de activiteit.
Zie Tabel 1 voor voorbeelden.
Er zijn geen voorwaarden aan de vorm of inhoud van de activiteiten waarvoor subsidie aangevraagd kan worden. We geven de aanvragers wel de volgende kaders/ aandachtspunten mee.
- •
Er is een duidelijke behoefte aan de activiteit, dat blijkt bijvoorbeeld uit de Monitor Plan Einstein
- •
De activiteit is een aanvulling op al bestaande activiteiten in de stad.
- •
De subsidie kan ook worden aangevraagd om bestaande activiteiten (nog) beter toegankelijk te maken voor bewoners van de AZC’s in Utrecht.
- •
De activiteiten staan open voor bewoners en omwonenden, waarbij je streeft naar een goede mix van beide doelgroepen.
- •
Het werven van deelnemers gaat grotendeels via de organisaties van de Plan Einstein Basis. Eigen kanalen kunnen worden ingezet, maar altijd ook met vermelding van en verwijzing naar Plan Einstein.
- •
Er is geen verplichte eigen bijdrage van de deelnemers
- •
De activiteiten worden in principe georganiseerd in de beschikbare ruimtes van het AZC of in eigen ruimtes. Het aanbod wordt goed afgestemd met de andere Plan Einstein Partners en met de gemeente. De beschikbare ruimtes van Plan Einstein worden optimaal benut.
Voor activiteiten in pijler 3 gelden nog de volgende aanvullende punten:
- •
De activiteiten hebben een concreet en duidelijk doel
- •
Er zijn meetbare uitkomsten zoals bijvoorbeeld; certificaat behaald, toegenomen taalvaardigheid, werk, stage etc.
- •
U deelt de resultaten van uw activiteiten met de Plan Einstein-basis partner voor een eventueel passend vervolg voor deze de deelnemer.
- •
Voor een correcte afronding van trajecten gericht op werk betrekt u tijdig relevante partners zoals COA, gemeente Utrecht, basis- Plan Einstein partner.
We streven naar een divers aanbod, zodat voor zoveel mogelijk bewoners een passende activiteit is.
Artikel 5 lid e: Jaarlijks Activiteitenaanbod en innovatieve projecten Plan Einstein Pijler 2 en 3
Het gaat hier om activiteiten gericht op sociaal netwerk vergroten (pijler 2) of persoonlijke ontwikkeling en bouwen aan een toekomst (pijler 3). Deze activiteiten dragen vaak ook bij aan Pijler 1, maar dit is het niet het hoofddoel van de activiteit.
We streven naar een divers aanbod, zodat voor zoveel mogelijk bewoners een passende activiteit is.
Zie ook de beschrijving bij 2-jaarlijkse subsidie.
bron: Monitoring activiteiten in het kader van Plan Einstein; HU
Toelichting
Algemene toelichting
Samen wonen, samen leren, samen werken is het motto van Plan Einstein. Vanaf dag één wordt ingezet op inclusie van de AZC bewoners door activiteiten, cursussen, betekenisvolle ontmoetingen en persoonlijke ontwikkeling. Tegelijkertijd biedt Plan Einstein meerwaarde voor de bewoners van de omliggende buurt. Er wordt gebruik gemaakt van veilige, laagdrempelige locaties (free open spaces) in de nabijheid van de asielopvang en op locaties in de stad. Zo ontstaat er een netwerk van plekken waar asielzoekers, statushouders en andere inwoners van de stad samen aan hun persoonlijke ontwikkeling werken en waardevolle contacten opdoen. Voor de asielzoeker komt het leven niet stil te staan. Hij kan aan zijn toekomst blijven werken waar deze ook is (future free).
Plan Einstein vormt eveneens een belangrijke schakel tussen asielopvang en inburgering door middel van een doorgaande lijn van opvang naar huisvesting binnen (de regio) Utrecht, waardoor de integratie beter verloopt. Hierdoor speelt dit concept een blijvende rol in het leren, innoveren en inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen in de buurt en in de stad. Om de activiteiten van Plan Einstein zo goed mogelijk aan te laten sluiten bij wat nodig is, wordt het programma wetenschappelijk gemonitord en waar nodig bijgestuurd.
Staatssteuntoets
Subsidies op grond van deze nadere regel vormen mogelijk staatsteun. Wanneer de subsidie wordt verleend aan organisaties die geen onderneming zijn, of wanneer de subsidie een zuiver lokaal karakter heeft, betreft de subsidie op grond van deze nadere regel geen staatssteun.
Wanneer wel sprake is van staatssteun, wordt subsidie op grond van deze nadere regel alleen verleend wanneer aan de voorwaarden van het DAEB-vrijstellingsbesluit, de DAEB-de-minimisverordening, of de reguliere de-minimisverordening wordt voldaan.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl