Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Brunssum houdende regels omtrent het voorkomen en bestrijden van onderwijs- en ontwikkelachterstanden bij jonge kinderen (Subsidieregeling 2: Voorschoolse educatie Brunssum 2026)

Geldend van 26-03-2026 t/m heden

Intitulé

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Brunssum houdende regels omtrent het voorkomen en bestrijden van onderwijs- en ontwikkelachterstanden bij jonge kinderen (Subsidieregeling 2: Voorschoolse educatie Brunssum 2026)

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Deze regeling is gebaseerd op de Algemene Subsidieverordening Gemeente Brunssum 2018. In deze regeling wordt verstaan onder:

  • 1.

    Kinderopvang: het aanbieden van kinderopvang en peuteropvang aan Brunssumse peuters van 2-4 jaar door kinderopvangorganisaties die staan ingeschreven in het LRK, incl. het CMWW, waarbij de kinderen een erkend programma van voorschoolse educatie krijgen aangeboden.

  • 2.

    VE-aanbod: Aanbod van voorschools educatie voor Brunssumse kinderen van 2 tot 4 jaar conform de Wet IKK, waarin volgens een erkend VVE-programma de ontwikkeling van het jonge kind wordt gestimuleerd.

  • 3.

    Wet IKK: Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang.

  • 4.

    Wet OKE: Wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie.

  • 5.

    Wet Harmonisatie: Wet Harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk.

  • 6.

    VVE: Voor- en Vroegschoolse Educatie

  • 7.

    VVE-aanbod: dit is een erkend leer-, zorg- en preventieprogramma voor kinderen van 2 tot 6 jaar en hun opvoeders.

  • 8.

    JGZ: Jeugdgezondheidszorg (0 tot 4 jaar), onderdeel van de GGD.

  • 9.

    PM’er: pedagogisch medewerker die voldoet aan het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie en die in bezit is van een VVE-certificaat. Ookwel genoemd de Pedagogisch professional (PP).

  • 10.

    LRK: Landelijk Register Kinderopvang.

  • 11.

    CMWW: Centrum voor Maatschappelijk Werk en Welzijnswerk.

  • 12.

    KOT: Kinderopvangtoeslag die wordt aangevraagd bij de Belastingdienst

  • 13.

    Uurprijs: De prijs die de ouders betalen voor één uur voorschoolse educatie. De uurprijs betreft de door het Rijk vastgestelde uurprijs in het kader van de Kinderopvangtoeslag.

  • 14.

    OAB: Rijksuitkering t.b.v. Onderwijs Achterstanden Beleid die de gemeente jaarlijks ontvangt.

  • 15.

    Doelgroepkinderen: peuters die geïndiceerd zijn door de JGZ. Doelgroepkinderen zijn kinderen die op grond van het vastgestelde OAB-plan 2025-2030 Brunssum een risico hebben op een onderwijsachterstand. Er is sprake van een (risico op een) onderwijsachterstand wanneer het kind zich niet ontwikkelt conform zijn leeftijd, wanneer de ontwikkeling vertraagt of wanneer er factoren in de omgeving van het kind aanwezig zijn die de ontwikkeling mogelijk kunnen belemmeren.

  • 16.

    Warme overdracht: in een gezamenlijk gesprek tussen ouders, pedagogisch medewerker van de kinderopvang en de leerkracht van de basisschool wordt de overdracht van het kind van voorschool naar vroegschool besproken, waarbij specifieke aandachtspunten rondom de ontwikkeling van het kind aan de orde komen. Overige partners die betrokken zijn bij het kind of het gezin kunnen ook bij deze warme overdracht aanwezig zijn.

  • 17.

    Koppels: nauwe samenwerking tussen pedagogisch medewerkers van de kinderopvang en de gekoppelde basisschool conform het OAB-plan Brunssum.

  • 18.

    VVE Thuis: een programma voor ouders met kinderen van 2 tot 6 jaar die deelnemen aan voor- en vroegschoolse educatie. De activiteiten van VVE Thuis sluiten aan bij het aanbod van de vve-programma's. Hierdoor komen woorden, begrippen en andere leerinhouden zowel op de kinderopvang als thuis aan de orde. Ouders leren hoe ze hun kind kunnen stimuleren en ondersteunen in zijn of haar ontwikkeling. Hun betrokkenheid bij de educatie van het kind wordt vergroot.

  • 19.

    De Verordening: De Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Brunssum houdende regels omtrent subsidie Algemene subsidieverordening gemeente Brunssum 2018

Artikel 2. Doelstelling

  • 1. Het realiseren van VE-groepen in combinatie met VVE-aanbod.

  • 2. VVE heeft als doel om onderwijs- en ontwikkelachterstanden bij jonge kinderen te voorkomen en waar nodig te bestrijden. De gemeente Brunssum wil dat elk kind succesvol zijn/haar schoolloopbaan kan doorlopen.

  • 3. De gemeente Brunssum streeft ernaar om alle peuters van 2 tot 4 jaar uit de gemeente Brunssum te bereiken met een VE-aanbod.

  • 4. Het realiseren van een doorgaande leerlijn van voorschool naar een vroegschool voor kleuters van 4 tot 6 jaar in groep 1 en 2 van het basisonderwijs.

Artikel 3. Activiteiten

Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor:

  • a.

    kinderopvang in combinatie met een VVE-aanbod conform de wetgeving zoals genoemd in artikel 1. De activiteiten zijn gericht op het creëren van een veilige omgeving waarin kinderen van 2 tot 4 jaar elkaar kunnen ontmoeten, samen kunnen spelen en zich zo optimaal mogelijk kunnen ontwikkelen. De hoofdlijnen in deze aanpak zijn: ontwikkeling, begeleiding, zorg en preventie.

  • b.

    activiteiten gericht op het zo vroeg mogelijk signaleren en bestrijden van eventuele onderwijs- en ontwikkelachterstanden. Hierbij wordt samengewerkt met de JGZ en de basisscholen.

  • c.

    een warme overdracht van de kinderopvang naar de basisschool, dit ter bevordering van de doorgaande leerlijn tussen voorschoolse en vroegschoolse educatie.

  • d.

    VVE thuis bijeenkomsten met ouders.

  • e.

    voorbereiden en deelnemen aan het Koppeloverleg en het integrale VVE-koppelsoverleg door de pedagogisch medewerkers.

  • f.

    de scholing van PM’ers.

  • g.

    initiëren, voorbereiden en deelnemen aan de Voorschoolse Knooppunten.

Artikel 4: Doelgroep

  • 1. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan kinderopvangorganisaties die aan alle voorwaarden van deze subsidieregeling voldoen. Dit zijn onder andere de kinderopvanginstellingen die in een brede school in Brunssum zijn gehuisvest.

  • 2. Voorafgaand lid is op voorwaarde dat de activiteiten naar het oordeel van het college naar tevredenheid worden uitgevoerd en dat aan de verplichtingen wordt voldaan.

Artikel 5. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

  • 1. De subsidie is bestemd voor de voorschoolse periode van 2 tot 4 jaar.

  • 2. De subsidie is bestemd voor gemengde groepen van doelgroep- en niet-doelgroepkinderen.

Artikel 6. Hoogte van de subsidie

  • 1. Het subsidiebedrag voor het CMWW is als volgt opgebouwd:

    • a.

      De hogere inkomsten uit de uurprijs worden in mindering gebracht op het subsidiebedrag.

    • b.

      Het definitieve subsidiebedrag is mede afhankelijk van de specifieke rijksuitkering OAB (OnderwijsAchterstandenBeleid )

    • c.

      Het definitieve subsidiebedrag is mede afhankelijk van het aantal ouders dat gebruik kan maken van de KOT. Bij de subsidietoekenning wordt uitgegaan van de meest recente verdeling van ouders met recht op KOT en geen recht op KOT. Bij de vaststelling van de subsidie wordt uitgegaan van de daadwerkelijke kosten en inkomsten.

  • 2. Het subsidiebedrag voor de overige kinderopvanginstellingen bedraagt een vast bedrag voor een groep peuters met een VE-aanbod.

    • a.

      Voor 2026 is dit bedrag bepaald op € 24.945,14 per VE-groep voor een volledig kalenderjaar. Dit bedrag kan jaarlijks geïndexeerd worden.

    • b.

      Er wordt een extra bedrag uitgekeerd als de aanbieder op peildatum 1 januari van het jaar waarover de subsidie is uitgekeerd meer dan 4 doelgroepkinderen in een groep heeft. Bij 5 of 6 doelgroepkinderen komt er + € 2.000,00 op de plussubsidie en bij 7 of 8 doelgroepkinderen komt er nogmaals + € 2.000,00 op de plussubsidie.

    • c.

      De aanbieder zal moeten aantonen dat er sprake is van meer dan 4 doelgroepkinderen, die 16 uur VVE per week hebben gevolgd. Dit kan door het overleggen van een lijst met initialen, woonplaats en het type indicatie van de kinderen op de peildatum. Omdat een subsidie niet bij vaststelling verhoogd mag worden, zal een nieuwe aanvraag moeten worden ingediend voor de plussubsidie. Dit kan tot het aandienen van de verantwoording van het jaar waarover de subsidie is uitgekeerd.

  • 3. Vooralsnog wordt de huidige subsidiemethode voor het CMWW voortgezet. De subsidiemethode voor de overige kinderopvangorganisaties bestaat uit een vast bedrag per VE-groep, zoals vermeld in lid 2.

Artikel 7. Aanvullende weigeringsgronden

Aanvullend op de voorwaarden uit de Verordening gelden de volgende weigeringsgronden:

  • 1.

    De aanvraag wordt geweigerd indien er geen erkend VVE-aanbod wordt aangeboden.

  • 2.

    De aanvraag wordt geweigerd indien de aanbieder niet kan aantonen dat aan alle voorwaarden voor subsidie kan worden voldaan, zoals onder andere is benoemd in artikel 8 van deze regeling.

Artikel 8. Verplichtingen

  • 1. De voorwaarden om voor subsidie in het kader van deze regeling in aanmerking te komen, zijn hieronder opgenomen.

    De kinderopvangorganisatie:

    • a.

      staat ingeschreven in het LRK met een VE-aanbod.

    • b.

      voldoet aan de eisen zoals opgenomen in de Wet OKE, Wet IKK en de eisen van de Onderwijsinspectie.

    • c.

      heeft een meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling vastgesteld en geïmplementeerd.

    • d.

      is toegankelijk voor alle peuters van 2 tot 4 jaar uit de gemeente Brunssum.

    • e.

      biedt aan doelgroepkinderen met VVE-indicatie een aanbod aan van 16 uur VVE. De niet-doelgroepkinderen ontvangen een aanbod van minimaal 8 uur VVE per week.

    • f.

      draagt zorg voor een goede pedagogische en didactische doorgaande lijn van VVE naar de basisschool, in samenwerking en afstemming met alle partners.

    • g.

      is verplicht om gebruik te maken van de gezamenlijke VVE-monitor. Alle gegevens van de peuters en hun ontwikkeling worden consequent in deze monitor bijgehouden. De periodieke gebruikersoverleggen inzake de VVE-monitor worden bijgewoond. Er moet twee keer per jaar worden gerapporteerd aan de gemeente.

    • h.

      geeft, indien er wachtlijsten zijn, voorrang aan doelgroepkinderen met een VVE-indicatie.

    • i.

      plaatst alleen kinderen woonachtig in de gemeente Brunssum. Een uitzondering kan gemaakt worden indien er in de brede school waarin de kinderopvang is gehuisvest, een vrije plaats beschikbaar is en de ouder gebruik kan maken van de KOT en de ouder voornemens is om het kind bij 4-jarige leeftijd te laten doorstromen naar de gekoppelde Brunssumse basisschool in de brede school. Hierover is te allen tijde toestemming van de gemeente nodig.

    • j.

      zorgt voor een nauwe samenwerking tussen de kinderopvangorganisatie en de basisscholen. De samenwerking bestaat ten minste uit periodiek overleg tussen de koppels, teneinde een doorlopende leerlijn van voorschoolse naar vroegschoolse educatie te realiseren. Tevens organiseren de koppels per jaar minimaal 3 gezamenlijke activiteiten en voeren de koppels minimaal 1 gezamenlijk thema uit in de brede scholen.

    • k.

      neemt deel aan het integraal VVE-koppelsoverleg, dat bestaat uit alle VVE-koppels. Dit overleg vindt 3 – 4 keer per jaar plaats.

    • l.

      organiseert minimaal 2 bijeenkomsten per jaar voor ouders in het kader van VVE-thuis. Minimaal 50% van de ouders van een doelgroepkind neemt deel aan deze bijeenkomsten.

    • m.

      is minimaal 40 weken per jaar geopend, gelijk aan de lesweken van het basisonderwijs.

    • n.

      werkt samen met de ouders m.b.t. de ontwikkeling van hun kinderen. Alle gesprekken met ouders worden gevoerd, zoals in de VVE-monitor is aangegeven. Dit betreft startgesprekken, voortgangsgesprekken en zorggesprekken met ouders. De uitkomsten hiervan worden in de VVE-monitor geregistreerd.

    • o.

      houdt ouders op de hoogte brengen van gemeentelijke voorzieningen die aanvullend zijn op VVE-aanbod, bijvoorbeeld in KansKracht.

    • p.

      zorgt na toestemming van de ouders voor een warme overdracht van de gegevens over de ontwikkeling van het kind bij doorstroom naar de basisschool.

    • q.

      het CMWW geeft minimaal 2x per jaar inzage in de besteding van de subsidie en de hoogte van de ontvangsten uit de uurprijs. De overige kinderopvanginstellingen verantwoorden achteraf hoeveel kinderen zijn bereikt met een VE-aanbod, hoeveel doelgroepkinderen zijn bereikt, of en hoe aan de verplichtingen uit deze regeling is voldaan.

    • r.

      zorgt voor de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker en pedagogisch coach conform de wet- en regelgeving.

  • 2. Voor kinderopvangorganisaties die niet zijn gehuisvest in de brede scholen en wel gebruik willen maken van deze subsidieregeling, gelden dezelfde subsidievoorwaarden zoals genoemd in lid 1. Dit betekent onder andere dat deze kinderopvangorganisaties met meerdere scholen dienen samen te werken en op diverse scholen de warme overdracht organiseren.

  • 3. De kinderopvangorganisaties dienen bij de subsidieaanvraag aan te tonen dat zij aan alle voorwaarden zoals genoemd in lid 1 kunnen voldoen.

Artikel 10. Aanvraagtermijn

  • 1. Subsidieverlening op basis van deze regeling betreft in principe een structurele subsidieverlening.

  • 2. De subsidie wordt per kalenderjaar verleend.

  • 3. Op grond van artikel 9 lid 1 van de Verordening dient de aanvraag uiterlijk 31 augustus voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft te worden ingediend.

  • 4. Op basis van artikel 10 lid 1 van de Verordening beslist het college uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend.

Artikel 11. Voorschot

  • 1. De subsidie CMWW wordt in 12 maandelijkse termijnen betaald

  • 2. De subsidie voor de overige kinderopvangorganisaties wordt jaarlijks uitgekeerd bij de verleningsbeschikking

  • 3. De mogelijke verhoging van de subsidie door het aantal geregistreerde doelgroepkinderen wordt bij de nieuwe aanvraag uitgekeerd.

Artikel 12. Verantwoording

In afwijking van hetgeen is bepaald in de Algemene subsidieverordening gemeente Brunssum 2018 dient de aanvrager de aanvraag tot vaststelling uiterlijk op 1 augustus van het jaar dat volgt op het betreffende kalenderjaar in. In deze verantwoording wordt ook verslag gedaan hoe aan de voorwaarden van de subsidie (zie artikel 8) is voldaan en welke resultaten zijn bereikt.

Artikel 13. Hardheidsclausule

  • 1. Als een bij of krachtens deze verordening gestelde termijn voor een subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen, kan het college een andere termijn vaststellen.

  • 2. Het college kan van de subsidieverordening of van een subsidieregeling afwijken als daaraan vasthouden voor een subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen.

Artikel 14. Slotbepalingen

  • 1. Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking en is van toepassing op subsidieaanvragen die betrekking hebben op de periode vanaf 1 januari 2026 en verder.

  • 2. Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: 'Subsidieregeling 2: Voorschoolse educatie Brunssum 2026.

  • 3. De subsidieregeling Peuteropvang Brunssum 2021 wordt per 1 januari 2026 met terugwerkende kracht ingetrokken.

  • 4. Alle bepalingen in de Algemene Subsidieverordening Brunssum 2018 zijn van toepassing op deze subsidieregeling.

Ondertekening

Vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Brunssum op 3 maart 2026.

Burgemeester

Gemeentesecretaris