Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR759032
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR759032/1
Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeenten Oostzaan en Wormerland houdende regels omtrent vorming van een openbaar lichaam genaamd OVER-gemeenten (Gemeenschappelijke regeling OVER-gemeenten)
Geldend van 20-03-2026 t/m heden
Intitulé
Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeenten Oostzaan en Wormerland houdende regels omtrent vorming van een openbaar lichaam genaamd OVER-gemeenten (Gemeenschappelijke regeling OVER-gemeenten)De colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van de gemeenten Oostzaan en Wormerland, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft;
Gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen;
Gelet op de toestemming van de gemeenteraden van Wormerland en Oostzaan;
Overwegende dat de Wet gemeenschappelijke regelingen om de democratische legitimiteit van gemeenschappelijke regelingen te versterken is aangepast (Stb. 2022, nr. 18) en dat deze gemeenschappelijke regeling daarmee in overeenstemming moet worden gebracht;
Besluiten:
Vast te stellen de navolgende gemeenschappelijke regeling OVER-gemeenten.
Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen
Artikel 1: Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a.
Colleges: de colleges van burgemeester en wethouders van de Gemeenten;
- b.
Gedeputeerde Staten: Het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland;
- c.
Gemeenten: De gemeenten Oostzaan en Wormerland;
- d.
Raden: de raden van de Gemeenten;
- e.
De Regeling: De Gemeenschappelijke regeling OVER-gemeenten;
- f.
De Directeur: de Directeur van OVER-gemeenten, ook de secretaris van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur;
- g.
OVER-gemeenten: het openbaar lichaam, bedoeld in artikel 2, eerste lid van de Regeling;
- h.
De Wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen;
- i.
De Burgemeesters: de burgemeesters van de Gemeenten.
Artikel 2
-
1. Er is een openbaar lichaam, als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wet. Het openbaar lichaam is genaamd "OVER-gemeenten".
-
2. Het openbaar lichaam is gevestigd in Wormerland.
-
3. Het bestuur van het openbaar lichaam bestaat uit: het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de Voorzitter.
Hoofdstuk 2: Belang, taken en bevoegdheden
Artikel 3: Belang
-
1. Deze regeling wordt getroffen met het oog op het volgende belang: de instandhouding van een gezamenlijke ambtelijke organisatie (OVER-gemeenten) ter ondersteuning van de bestuursorganen van de gemeenten ten diensten van de algemene dienstverlening aan de ingezetenen.
-
2. Doel van OVER-gemeenten is het zijn van een organisatie die in staat is tot een kwalitatief goede en doelmatige (efficiënte) uitvoering van de werkzaamheden ten behoeve van de bestuursorganen van de gemeenten.
Artikel 4: Taken werkorganisatie
-
1. OVER-gemeenten heeft tot taak de bestuursorganen van de gemeenten ten dienste te zijn en te ondersteunen bij de uitoefening van de gemeentelijke taken.
-
2. Tot de uitvoering van de werkzaamheden over dienstverlening en ondersteuning behoren in ieder geval de volgende aspecten:
- a.
beleidsontwikkeling en beleidsvoorbereiding;
- b.
Uitvoering van door de colleges en raden vastgesteld beleid en genomen besluiten;
- c.
Advisering aan de colleges en de burgemeesters en in voorkomende gevallen ook bijstand aan de raden, inclusief regievoering over door verbonden partijen voorgenomen beleid en uitvoering daarvan;
- d.
Functies op het gebied van Personeel, Informatie, Juridische Zaken, Financiën, Organisatie, Facilitaire Zaken, Administratie, Communicatie en Huisvesting om de dienstverlening en ondersteuning optimaal te kunnen uitvoeren.
- a.
-
3. OVER-gemeenten voert uitsluitend taken uit voor de gemeenten. Uitvoering voor derden is slechts toegestaan na een besluit van het Algemeen Bestuur na voorafgaand verkregen toestemming van de raden. Deze uitvoering mag slechts incidenteel plaatsvinden en mag in ieder geval niet meer bedragen dan 20% van de totale begroting van OVER-gemeenten.
-
4. Ambtelijke ondersteuning aan de Raad en Griffie, en wel organisatiebreed en per taakveld inzake Bestuurszaken/Ruimtelijk ontwikkeling/Informatievoorziening/Sociaal Domein/Arbeid/Gezondheid/Financiën. Daarnaast wordt ambtelijke ondersteuning verleent aan (leden van) het College.
Artikel 5: Algemene bevoegdheidstoedeling
De daartoe bevoegde bestuursorganen van de Gemeenten zullen in afzonderlijke delegatie- of mandaatbesluiten bepalen welke bevoegdheden, die samenhangen met de taken bedoeld in artikel 4, overdragen of opdragen dienen te worden aan de bestuursorganen van OVER-gemeenten.
Artikel 6: Gedelegeerd opdrachtgeverschap
-
1. De gemeentesecretarissen van de deelnemers kunnen namens de colleges, vanwege het gedelegeerd opdrachtgeverschap, bestuurlijke opdrachten geven aan de algemeen directeur.
-
2. In een aparte regeling kan nader worden vastgelegd hoe het mandaat, de verantwoordelijkheden en de rolverdeling tussen de gemeentesecretarissen en de algemeen directeur verloopt.
Artikel 7: Kwaliteitsborging
-
1. OVER-gemeenten draagt zorg voor een zorgvuldige uitvoering van de taken bedoeld in artikel 4.
-
2. Indien desondanks sprake is van onvoldoende kwalitatief of onzorgvuldig handelen van OVER-gemeenten ten aanzien van de Gemeenten als gevolg waarvan schade is ontstaan of dreigt te ontstaan, melden de betreffende colleges dit zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen drie maanden na het constateren van de geleden of dreigende schade, bij het Dagelijks Bestuur. Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor beperking en zo nodig tot herstel van geleden schade.
Hoofdstuk 3: Het Algemeen Bestuur
Artikel 8: Samenstelling
-
1. Het Algemeen Bestuur bestaat uit alle leden van de colleges in het geval sprake is van twee deelnemende gemeenten.
-
2. Iedere Gemeente wijst uit zijn eigen midden de leden van het Algemeen Bestuur aan.
-
3. Als in het Algemeen Bestuur een vacature ontstaat wijst het College waar de vacature is ontstaan zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen acht weken na het ontstaan van de vacature, een nieuw lid aan.
-
4. De zittingsduur van de leden van het Algemeen Bestuur is gelijk aan die van de leden van de colleges.
-
5. Van elke aanwijzing tot lid of plaatsvervangend lid van het Algemeen Bestuur geeft de Deelnemer die het aangaat binnen één week kennis aan de Voorzitter. De plaatsvervangende leden moeten aan dezelfde eisen voldoen als degenen die zij vervangen.
-
6. Een lid of plaatsvervangend lid van het Algemeen Bestuur dat het vertrouwen van het College, dat hem als lid heeft aangewezen, niet meer bezit, kan, nadat hij in de gelegenheid is geweest zich te verantwoorden binnen het College, door dit College als zodanig worden ontslagen.
-
7. Het lidmaatschap van het Algemeen Bestuur eindigt van rechtswege zodra het betreffende lid de status van collegelid verliest.
Artikel 9: Werkwijze Algemeen Bestuur
-
1. Het Algemeen Bestuur vergadert zo vaak als het daartoe heeft besloten, maar tenminste tweemaal per jaar en verder als de Voorzitter of tenminste drie leden onder schriftelijke opgave van de te behandelen onderwerpen dit verzoeken.
-
2. Voor zover bij of krachtens deze regeling niet anders is bepaald, worden besluiten van het Algemeen Bestuur in beginsel bij meerderheid genomen.
-
3. In afwijking van het tweede lid, is een tweederde meerderheid van de stemmen benodigd wanneer het AB een besluit neemt met een positief dan wel negatief gevolg voor de geldende begroting van OVER-gemeenten van minimaal € 800.000 structureel en/of incidenteel. Een tweederde meerderheid is ook benodigd voor financiële besluiten die op zichzelf niet € 800.000 overschrijden, maar wanneer voor hetzelfde begrotingsjaar waarop het voorliggende besluit van toepassing is al eerder financiële bijstellingen zijn vastgesteld die opgeteld met het besluit dat voorligt een bijstelling van meer dan € 800.000 euro bedragen. In alle andere gevallen geldt de verhouding als bedoeld in het tweede lid.
-
4. In aanvulling op het derde lid geldt dat, indien een tweederdemeerderheid van het aantal leden geen geheel getal oplevert, het vereiste aantal stemmen naar boven wordt afgerond tot het eerstvolgende gehele getal.
-
5. Het Algemeen Bestuur kan door de Voorzitter op voorstel van de Directeur fysiek of digitaal bijeengeroepen worden, indien de eerstvolgende, reguliere vergadering niet kan worden afgewacht.
-
De besluiten worden ter kennisname geagendeerd op de eerstvolgende reguliere vergadering. Indien er geen besluit valt, wordt het voorstel alsnog op de eerstvolgende reguliere vergadering geagendeerd en besproken.
-
De regels rondom openbaarheid worden hierbij in acht genomen door zowel de aankondiging als ook de agenda tijdig en minimaal een dag voorafgaand aan de vergadering te publiceren.
-
6. In een vergadering achter gesloten deuren kan niet worden beraadslaagd of besloten over:
- a.
De begroting dan wel wijzigingen daarvan;
- b.
Het vaststellen van de jaarrekening van OVER-gemeenten;
- c.
Het wijzigen dan wel opheffen van de Regeling.
- a.
-
7. Indien de meerderheid daartoe beslist kan over voorgestelde besluiten een overdenkingsperiode van maximaal vier weken worden ingelast waarna opnieuw wordt vergaderd. Volgt dan niet alsnog een besluit, dan treedt de geschillenregeling van artikel 31 van deze Regeling in werking.
-
8. De leden van het Algemeen Bestuur ontvangen voor hun werkzaamheden geen vergoeding in welke vorm dan ook.
Artikel 10: Bevoegdheden Algemeen Bestuur
-
1. Aan het Algemeen Bestuur komen alle bevoegdheden toe die in de wet of deze regeling niet zijn toegekend aan het Dagelijks Bestuur of de Voorzitter.
-
2. Het Algemeen Bestuur besluit slechts tot oprichting van, en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang.
-
Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raden in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het Algemeen Bestuur te brengen. Het besluit wordt slechts bij unanimiteit genomen.
Artikel 11: Informatie- en verantwoordingsplicht
-
1. Het Algemeen Bestuur geeft de raden via de reguliere planning en controle documenten en vanuit haar actieve informatieplicht alle inlichtingen, die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. Daarnaast wordt geregeld een bedrijfsvoering avond georganiseerd, waar actuele ontwikkelingen worden toegelicht.
-
2. Het Algemeen Bestuur plaatst in ieder geval de volgende stukken, op de website van OVER-gemeenten, zodat die voor eenieder raadpleegbaar zijn:
- a.
De concept agenda
- b.
De agenda;
- c.
De besluitenlijsten;
- d.
De benoemingen en ontslagen van bijzondere posities;
- e.
Alle financiële producten, te weten de kadernota, de begroting, wijzigingen op de begroting, het voorjaarsbericht, het najaarsbericht en de jaarrekening;
- f.
Alle beleidsstukken die OVER-gemeenten zelf betreffen.
- a.
-
3. Het Dagelijks Bestuur zorgt ervoor dat tijdens de bedrijfsvoering avonden alle functies van OVER-gemeenten, zoals verwoord in artikel 4 lid 2d aan de orde komen op basis van een voorafgaande schriftelijke rapportage.
-
4. Het Dagelijks Bestuur zorgt ervoor dat in de stukken van de financiële cyclus uit artikel 23 van deze Regeling, wordt gerapporteerd over de belangrijkste ontwikkelingen binnen de bedrijfsvoering.
-
5. Een lid van het Algemeen Bestuur kan door het College dat dit lid heeft aangewezen, ter verantwoording worden geroepen voor het door hem in het Algemeen Bestuur gevoerde beleid.
-
6. Een lid van het Algemeen Bestuur verstrekt aan het College dat dit lid heeft aangewezen, alsmede aan de betreffende Raad de door een of meer leden van dat College onderscheidenlijk de Raad gevraagde inlichtingen tenzij het verstrekken ervan in strijd is met een wettelijke verplichting of het openbaar belang. De verstrekking geschiedt mondeling of schriftelijk.
Hoofdstuk 4: Het Dagelijks Bestuur
Artikel 12: Samenstelling
-
1. Het Algemeen Bestuur benoemt in de eerste vergadering van elke zittingsperiode uit zijn midden een Dagelijks Bestuur.
-
2. Het Dagelijks Bestuur bestaat uit de Voorzitter en drie door het Algemeen Bestuur uit haar midden gekozen andere leden, van iedere Deelnemer zijn er twee leden. De Voorzitter en de waarnemend Voorzitter vervullen om het kalenderjaar het voorzitterschap en wisselen dan van positie, op besluit van het AB.
-
3. Voor elk lid van het Dagelijks Bestuur wijst het Algemeen Bestuur bij langdurige afwezigheid een plaatsvervangend lid aan. Het plaatsvervangend lid is afkomstig van dezelfde gemeente waar het bestuurslid langdurig afwezig is.
-
4. De zittingstermijn van de leden van het Dagelijks Bestuur is gelijk aan die van het Algemeen Bestuur. Indien de zittingsperiode is afgelopen en er is nog niet in opvolging voorzien, blijft het Dagelijks Bestuur de functie waarnemen tot het tijdstip waarop het Algemeen Bestuur een nieuw Dagelijks Bestuur heeft aangewezen.
-
5. Een lid van het Dagelijks Bestuur kan te allen tijde ontslag nemen.
-
6. Degene die tussentijds ophoudt lid van het Algemeen Bestuur te zijn, houdt tevens op lid van het Dagelijks Bestuur te zijn.
-
7. Indien tussentijds een vacature ontstaat in het Dagelijks Bestuur, wijst het Algemeen Bestuur zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan.
-
8. Een lid van het Dagelijks Bestuur kan door het Algemeen Bestuur worden ontslagen, indien dit lid niet langer het vertrouwen van het Algemeen Bestuur geniet.
Artikel 13: Werkwijze Dagelijks Bestuur
-
1. Voor zover deze regeling niet anders bepaalt kan het Dagelijks Bestuur zijn werkzaamheden verdelen over de leden, onverminderd het bepaalde in artikel 33c van de Wet. Deze verdeling wordt aan het Algemeen Bestuur medegedeeld.
-
2. Het Dagelijks Bestuur vergadert zo dikwijls als de Voorzitter of tenminste twee leden dit nodig achten.
-
3. In de vergadering van het Dagelijks Bestuur heeft ieder lid een stem.
-
4. Het Dagelijks Bestuur beslist bij meerderheid van stemmen. Staken de stemmen dan wordt eerst een overdenkingsperiode van maximaal 4 weken ingelast. Staken de stemmen opnieuw, dan beslist de voorzitter. Artikel 59 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.
-
5. Het Dagelijks Bestuur beslist alleen over werving, benoeming en ontslag van de Directeur als daarvoor draagvlak is in het Algemeen Bestuur. Dit draagvlak wordt getoetst door, alvorens te beslissen over werving, benoeming en ontslag van een directeur, het voorgenomen besluit aan het Algemeen Bestuur mede te delen. Nadat het Algemeen Bestuur unaniem heeft verklaard geen gegronde bezwaren te hebben tegen de werving, benoeming of ontslag neemt het Dagelijks Bestuur haar definitieve besluit. Aan het Algemeen Bestuur wordt het recht van zienswijze toegekend op de profielschets.
-
6. De leden van het Dagelijks Bestuur ontvangen voor hun werkzaamheden geen vergoeding in welke vorm dan ook.
Artikel 14: Bevoegdheden Dagelijks Bestuur
-
1. Het Dagelijks Bestuur is belast met de sturing van OVER-gemeenten. Hiertoe behoort in ieder geval:
- a.
Het voorbereiden van al hetgeen aan het Algemeen Bestuur ter overweging en beslissing zal worden voorgelegd;
- b.
Het uitvoeren van de besluiten van het Algemeen Bestuur;
- c.
Het beheer van de financiën van OVER-gemeenten, inclusief uitgaven op de bestemmingsreserves;
- d.
De zorg voor de controle op het financieel beheer en de boekhouding, voor zover dat niet aan anderen toekomt;
- e.
Het zo nodig nemen van conservatoire maatregelen zowel in als buiten rechte en nemen van maatregelen ter voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit;
- f.
Het houden van toezicht op alles wat OVER-gemeenten aangaat.
- a.
-
2. Het Algemeen Bestuur kan aan het Dagelijks Bestuur bevoegdheden overdragen met uitzondering van:
- a.
Het vaststellen dan wel wijzigen van de begroting;
- b.
Het vaststellen van de jaarrekening;
- c.
Het vaststellen van de financiële beheers- en de controleverordening zoals omschreven in de artikelen 212 en 213 Gemeentewet.
- a.
Artikel 15: Informatie en verantwoordingsplicht
-
1. De leden van het Dagelijks Bestuur zijn, tezamen en afzonderlijk, aan het Algemeen Bestuur verantwoording verschuldigd voor het door het Dagelijks Bestuur gevoerde bestuur.
-
2. De leden van het Dagelijks Bestuur geven, tezamen en afzonderlijk, aan het Algemeen Bestuur ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het gevoerde en te voeren beleid noodzakelijk is.
-
3. De leden van het Dagelijks Bestuur geven tezamen dan wel afzonderlijk aan het Algemeen Bestuur, indien dit bestuur dan wel een of meer leden daarom verzoeken, binnen acht weken alle gevraagde inlichtingen, een en ander voor zover dit niet in strijd is met het algemeen belang.
Hoofdstuk 5: De voorzitter
Artikel 16: De Voorzitter
-
1. Het Algemeen Bestuur benoemt uit zijn midden een Voorzitter en een plaatsvervangend Voorzitter. De Voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter zijn niet beiden afkomstig uit één gemeente.
-
2. Het voorzitterschap en het plaatsvervangend voorzitterschap wisselt aan het begin van ieder kalenderjaar. Het voorzitterschap wordt jaarlijks afgewisseld tussen de Gemeenten.
-
3. De Voorzitter is voorzitter van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur.
-
4. De Voorzitter evalueert aan het einde van zijn termijn het functioneren van het Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur. De Voorzitter draagt dan ook zorg voor een gedegen en gedocumenteerde overdracht aan de nieuwe voorzitter.
-
5. De Voorzitter vertegenwoordigt OVER-gemeenten in en buiten rechte. Hij kan deze bevoegdheid aan een ander opdragen.
Hoofdstuk 6: De Directeur
Artikel 17: De Directeur
-
1. De Directeur is belast met de dagelijkse leiding over OVER-gemeenten.
-
2. Het Dagelijks Bestuur benoemt de Directeur, met toepassing van de in artikel 13, vijfde lid van deze Regeling vermelde procedure en stelt een directiestatuut vast.
Artikel 18: De visie
-
1. Binnen de uitgangspunten van deze regeling zal het Dagelijks Bestuur een visie voor OVER-gemeenten opstellen. Het Algemeen Bestuur dient de visie vast te stellen, nadat de raden in de gelegenheid zijn geweest om een zienswijze op de concept visie te geven.
-
2. In de visie zullen de taakaspecten, zoals omschreven in artikel 4 van deze regeling worden meegenomen.
Artikel 19: Personeel
Vervallen
Hoofdstuk 7: Financiële bepalingen
Artikel 20: Financiële administratie en controle
-
1. Op het financieel beleid, het financieel beheer, de inrichting van de financiële organisatie en de controle daarop zijn de artikelen 212 en 213 Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.
-
2. Het Algemeen Bestuur stelt in dat kader de vereiste verordeningen vast, waarbij rekening gehouden wordt met de taakstelling en taakgebieden en de wijze van uitvoering daarvan zoals bepaald in de artikelen 4 tot en met 7 van deze regeling.
Artikel 21: Financiële inbreng
-
1. De algemene financiële inbrengverhouding in de regeling is 38% voor Oostzaan en 62% voor Wormerland.
-
2. Op onderdelen van de begroting kan door het AB van deze verdeling worden afgeweken, als een dienst of product gegeven de omstandigheden om een andere verdeling vraagt, zoals substantieel afwijkend meerwerk ten behoeve van een van de Deelnemers.
-
3. Tussen de Deelnemers kan de in lid 1 vermelde inbrengverhouding worden aangepast indien daartoe gegronde redenen bestaan.
Artikel 22: Dienstjaar
Het dienstjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.
Artikel 23: Financiële producten
-
1. Het Dagelijks Bestuur stelt elk jaar een kadernota en een ontwerpbegroting van inkomsten en uitgaven op voor komend dienstjaar van OVER-gemeenten, voorzien van de nodige toelichting en specificaties.
-
2. Het Dagelijks Bestuur zendt de kadernota en de ontwerpbegroting via de colleges aan de raden met inachtneming van artikel 34b van de Wet en artikel 26 van deze regeling.
-
3. OVER-gemeenten draagt er zorg voor dat de ontwerpbegroting voor eenieder ter inzage wordt gelegd.
-
4. De raden kunnen bij het Dagelijks Bestuur binnen acht weken hun zienswijze over de ontwerpbegroting van OVER-gemeenten naar voren brengen. Het Dagelijks Bestuur voegt de commentaren op de zienswijzen bij deze ontwerpbegroting, zoals deze aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden. Vervolgens maken de colleges een voorstel aan hun raad om te beslissen over de zienswijzemogelijkheid.
-
5. Het Algemeen Bestuur stelt de begroting van OVER-gemeenten vast met inachtneming van artikel 34, eerste lid en artikel 35, vierde, vijfde en zesde lid van de Wet.
-
6. Een voorjaarsbericht of najaarsbericht wordt aan de raden van de deelnemende gemeenten om zienswijze voorgelegd indien daarin wordt beslist over beleid of budget waar de raad het primaat over heeft. Voor zover beleid of budget bij wet, bij delegatie, of bij mandaat bij het college c.q. de colleges belegd, wordt er geen zienswijzeprocedure gevoerd.
Artikel 24: De Jaarrekening
-
1. Het Dagelijks Bestuur stelt de jaarrekening op en zendt deze ter controle naar de accountant, met het verzoek zo spoedig mogelijk het controlerapport uit te brengen. Het Dagelijks Bestuur neemt artikel 34, vierde lid van de Wet in acht.
-
2. Voordat het Algemeen Bestuur de jaarrekening vaststelt, stelt zij de raden via de colleges in de gelegenheid om zienswijze uit te brengen.
-
3. Het Algemeen Bestuur stelt de jaarrekening vast, met daarbij een reactie op eventueel ingekomen zienswijzen, met inachtneming van artikel 34, derde lid van de Wet. De vaststelling van de jaarrekening strekt tot décharge van het Dagelijks Bestuur, behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden.
Artikel 25: Reserves en voorzieningen
Het Algemeen Bestuur is gemachtigd om een weerstandsvermogen aan te houden tot maximaal 2,5% van de lasten van OVER-gemeenten en een bestemmingsreserve.
Artikel 26: Financiële verplichtingen
-
1. De Gemeenten zullen er steeds zorg voor dragen dat OVER-gemeenten te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen tegenover derden te kunnen voldoen.
-
2. Als aan het Algemeen Bestuur blijkt dat een Deelnemer weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het Algemeen Bestuur onverwijld aan Gedeputeerde Staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet.
Hoofdstuk 8: Zienswijzen, participatie en evaluatie
Artikel 27: Zienswijzen op aangewezen besluiten
Over de in artikel 23 van de regeling genoemde producten, vraagt het Dagelijks bestuur om zienswijze aan de Raden voordat het Algemeen Bestuur overgaat tot het nemen van een besluit.
Daarvan zijn het voorjaarsbericht en het najaarsbericht uitgezonderd, tenzij de situatie uit artikel 23, zesde lid, van de Regeling zich voordoet.
Raad is bevoegd een zienswijze in te dienen over de reserve jaarrekening en kadernota OVER-gemeenten en belangrijke politieke gevoelige besluiten en/of meerjarige beleidsmatige keuzen, zoals de visie op OVER-gemeenten. Welke besluiten belangrijk en/ of politiek gevoelig zijn is ter beoordeling aan het AB.
Over alle andere voorgenomen besluiten vraagt het Algemeen Bestuur slechts om een zienswijze als het daartoe aanleiding ziet.
Artikel 28: Evaluatie
De Regeling wordt 1 maal per 4 jaar geëvalueerd en bij voorkeur voorafgaande aan de gemeentelijkeraadsverkiezingen. In deze evaluatie dient de frequentie actieve informatieplicht en zienswijze aangewezen besluiten te worden meegenomen.
Artikel 29: Participatie
Aan de mogelijkheid om ingezetenen van de gemeenten en belanghebbende te betrekken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid wordt in beginsel geen toepassing gegeven gelet op het bedrijfsvoering karakter van de generieke producties van OVER-gemeenten. Het Algemeen Bestuur kan echter in voorkomende gevallen alsnog beslissen om een participatietraject te starten.
Hoofdstuk 9: Archief
Artikel 30: Archief OVER-gemeenten
-
1. Het Dagelijks Bestuur is belast met de zorg en beheer op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van OVER-gemeenten en zijn bestuursorganen overeenkomstig een door het Algemeen Bestuur met inachtneming van artikel 40 van de Archiefwet 1995 vast te stellen regeling. Deze zorg- en bewaarplicht van het Dagelijks Bestuur strekt zich ook uit tot de archiefbescheiden van de Gemeenten.
-
2. Het Dagelijks Bestuur is belast met het beheer van de archiefbescheiden als bedoeld in het vorige lid overeenkomstig de door het Dagelijks Bestuur vast te stellen nadere regels.
-
3. Archiefbescheiden die niet voor vernietiging in aanmerking komen en ouder zijn dan twintig jaar worden door het Dagelijks Bestuur overgebracht naar een door het Dagelijks Bestuur aan te wijzen archiefbewaarplaats. Bij opheffing van de regeling worden de archiefbescheiden geplaatst in een door het Dagelijks Bestuur aan te wijzen archiefbewaarplaats.
Hoofdstuk 10: Geschillen
Artikel 31: Geschillen
-
1. Voordat over een geschil als bedoeld in artikel 28 van de Wet, de beslissing van Gedeputeerde Staten wordt ingeroepen, spant het Algemeen Bestuur zich sterk in om een en ander minnelijk met elkaar op te lossen.
-
2. Als een minnelijke oplossing niet wordt bereikt, wordt het geschil voorgelegd aan een geschillencommissie die een bindend advies uitbrengt.
-
3. De geschillencommissie, bedoeld in het tweede lid, bestaat uit drie leden. Elke partij, betrokken bij het geschil, wijst een onafhankelijke deskundige aan als lid van de geschillencommissie. Het derde lid wordt door beide aangewezen leden aangewezen. Het derde lid is ook Voorzitter van de geschillencommissie.
-
4. Elke Gemeente draagt de eigen kosten, voortvloeiend uit de procedures over dit artikel. Eventuele gezamenlijke kosten zullen gelijkelijk worden verdeeld.
Hoofdstuk 11: Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing
Artikel 32: Toetreding
-
1. Dagelijkse Besturen van andere gemeenten of andere rechtspersonen, bedoeld in artikel 1, eerste en tweede lid van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek kunnen schriftelijk een verzoek tot toetreding indienen bij het Algemeen Bestuur.
-
2. Het Algemeen Bestuur zendt het verzoek tot toetreding onverwijld door aan de colleges.
-
3. De toetreding is tot stand gekomen als de beoogd toetreder en de colleges, onverminderd het bepaalde in artikel 1, tweede en derde lid van de Wet, unaniem daartoe besluiten. Artikel 26 van de Wet wordt in acht genomen.
-
4. Het Algemeen Bestuur kan voorwaarden vaststellen die gelden bij toetreding.
Artikel 33: Uittreding
-
1. Uittreding uit de Regeling is gebaseerd op een besluit van een deelnemend bestuursorgaan. Het Algemeen Bestuur zendt het voornemen onverwijld door aan de andere Deelnemer. Omdat dan slechts een Deelnemer overblijft, is een verzoek tot uittreding een verzoek tot opheffing als bedoeld in het zesde lid van dit artikel.
-
2. Het Algemeen Bestuur stelt een voorstel op voor de financiële, personele en overige gevolgen voor OVER-gemeenten. De kosten voor het maken van het voorstel komen voor rekening van de Deelnemer die voornemens is uit te treden.
-
3. De Deelnemer die voornemens is uit te treden neemt op basis van het voorstel, bedoeld in het tweede lid, een definitief besluit, onverminderd het bepaalde in artikel 1, tweede en derde lid, van de Wet. De uittreding geschiedt per 1 januari van enig kalenderjaar met inachtneming van een opzegtermijn van tenminste twee volle kalenderjaren. Artikel 26 van de Wet wordt in acht genomen.
-
4. Na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde besluiten, stelt het algemeen bestuur, op voorstel van het dagelijks bestuur, met in achtneming van de uittredingsregeling, een uittredingsplan vast. In het uittredingsplan worden de specifieke condities, waaronder de financiële gevolgen van uittreding geregeld, waarbij de belangen van de uittredende deelnemer en die van de achterblijvende deelnemers op evenwichtige wijze worden afgewogen en waarbij de uittredingsom zo laag als redelijkerwijs mogelijk wordt gehouden.
-
5. Het Dagelijks Bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie.
-
6. Als de regeling uit twee Gemeenten bestaat, leidt een besluit tot uittreding van een van de Gemeenten automatisch tot opheffing van de regeling. Het Algemeen Bestuur stelt zowel een uittredingsbesluit als een liquidatieplan op dat voorziet in de verplichting van de Gemeenten alle rechten en verplichtingen van het openbaar lichaam over de Gemeenten te verdelen op een in dit plan te bepalen wijze. Bij het opstellen van het liquidatieplan wordt gerekend met de op dat moment geldende financiële inbrengverhouding van de Deelnemers tenzij er al dan niet eerder afgesproken bijzondere motieven zijn om daarvan af te wijken. Het plan wordt tegelijk en in samenhang met het uittredingsbesluit opgesteld en bestuurlijk behandeld.
Artikel 34: Wijziging
-
1. De Regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.
-
2. De Regeling kan worden gewijzigd bij unaniem daartoe strekkende besluiten van de Gemeenten, onverminderd het bepaalde in artikel 1 van de Wet. Artikel 26 van de Wet wordt in acht genomen.
-
3. Het Algemeen Bestuur kan een voorstel tot wijziging van de Regeling sturen naar de Gemeenten. Een voorstel tot wijziging kan ook worden ingediend bij het Algemeen Bestuur door een Gemeente. Het Algemeen Bestuur zendt het voorstel, bedoeld in de vorige volzin, onverwijld door aan de overige Gemeenten.
Hoofdstuk 12: Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 35: Bestaande Samenwerkingen en deelnemingen
Vervallen
Artikel 36: slotbepaling
-
1. De regeling treedt in werking met ingang van 12 maart 2026 en kan worden aangehaald onder de titel 'Gemeenschappelijke regeling OVER-gemeenten’.
-
2. De Gemeente waarbinnen de regeling gevestigd is draagt zorg voor de bekendmaking van deze regeling overeenkomstig het bepaalde in artikel 26, eerste en tweede lid van de Wet.
-
3. In alle gevallen waarin de Wet of deze Regeling niet voorziet, beslist het Algemeen Bestuur gehoord de colleges en de burgemeesters van de Gemeenten.
Ondertekening
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oostzaan op 12 maart 2026,
de secretaris,
D. van Huizen
de burgemeester,
M.D. Polak
De burgemeester,
M.D. Polak
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wormerland op 12 maart 2026,
De secretaris,
E. van der Linden
de burgemeester,
A.J. Michel-de Jong
De burgemeester,
A.J. Michel-de Jong
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl