Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR759008
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR759008/1
Verhuurverordening gemeente Terneuzen 2026
Geldend van 01-04-2026 t/m heden
Intitulé
Verhuurverordening gemeente Terneuzen 2026Besluit van de raad van de gemeente Terneuzen tot vaststelling van de Verhuurverordening Terneuzen 2026
De raad van de gemeente Terneuzen;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 25 november 2025;
gelet op de artikelen 5, eerste lid, onderdeel b en 19, tweede lid, van de Wet goed verhuurderschap;
gezien het advies van de commissie Omgeving van 21 januari 2026;
besluit vast te stellen de volgende verordening:
Verhuurverordening gemeente Terneuzen 2026
Geldend vanaf 01-04-2026
Artikel 1. Definities
Deze verordening verstaat onder:
- •
bedrijfsmatige overtreding: overtreding van het bepaalde bij of krachtens de wet, door een overtreder die in de uitoefening van beroep of bedrijf meer dan één woon- of verblijfsruimte verhuurt. Met bedrijfsmatige verhuur wordt gelijkgesteld de verhuur van vijf of meer panden door een natuurlijk persoon.
- •
niet-bedrijfsmatige overtreding: overtreding van het bepaalde bij of krachtens de wet, door een overtreder die niet in de uitoefening van beroep of bedrijf of één woon- of verblijfsruimte verhuurt;
- •
Internationale werknemer: een onderdaan van een lidstaat van de Europese Unie of een persoon van buiten de Europese Unie die beschikt over een tijdelijke werkvergunning, die zijn hoofdverblijf niet in Nederland heeft en in Nederland verblijft om tijdelijke werkzaamheden te verrichten.
- •
verhuurvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel b van de wet;
- •
wet: Wet goed verhuurderschap.
Artikel 2. Vergunningplicht verhuur huisvesting internationale werknemers
- 1.
Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders een verblijfsruimte te verhuren voor de huisvesting van internationale werknemers.
- 2.
De verhuurvergunning is niet overdraagbaar.
- 3.
Indien de vergunning op naam is gesteld van een rechtspersoon waarvan het eigen vermogen is verdeeld in aandelen, is bij de verkoop van één of meer aandelen aan nieuwe aandeelhouder(s) een nieuwe vergunningaanvraag vereist.
- 4.
Voor zover aan verhuurder reeds door de gemeente Terneuzen een verhuurvergunning afgegeven is, kan volstaan worden met een melding van een nieuw te verhuren pand. Hierbij moet het pand wel voldoen aan de genoemde eisen die voortkomen uit de wet en deze verordening. De reeds verleende vergunning geldt dan ook voor dit betreffende pand.
Artikel 3. Aanvraag van de verhuurvergunning
1. Een aanvraag om verhuurvergunning wordt ingediend door gebruikmaking van een door burgemeester en wethouders vastgesteld aanvraagformulier.
2. Bij de aanvraag worden tenminste de volgende gegevens verstrekt:
- a.
naam, adres en woonplaats van de aanvrager, alsmede de geboortedatum als een natuurlijk persoon de aanvraag indient. Hiertoe levert de aanvrager een afschrift van een legitimatiebewijs aan. Als een rechtspersoon de aanvrager is dan wordt naast de voorgaande gegevens van de bestuurder(-s) tevens het nummer van de Kamer van Koophandel of het vestigingsnummer van de aanvrager ingediend;
- b.
een afschrift van de te sluiten modelhuurovereenkomst;
- c.
een beschrijving van de wijze waarop de verhuurder invulling geeft aan de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in artikel 2 van de wet;
- d.
een opgave van de aan de aanvrager binnen een tijdvak van acht jaar voorafgaand aan de aanvraag opgelegde bestuurlijke boetes en lasten onder dwangsom wegens handelen in strijd met de verboden en bepalingen genoemd in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, van de wet; en
- e.
een opgave van de ten aanzien van de aanvrager genomen besluiten als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de wet voor zover het beheer nog niet overeenkomstig artikel 16 van de wet is beëindigd.
Artikel 4. Bestuurlijke boete
- 1.
Burgemeester en wethouders kunnen een bestuurlijke boete opleggen bij overtreding van de verboden, bedoeld in de artikelen 2, eerste lid en 3, eerste lid, en artikel 12, derde lid, van de wet of de op basis van artikel 8, tweede en derde lid, van de wet aan een verhuurvergunning verbonden voorwaarden.
- 2.
De in het vorige lid bedoelde boete bedraagt ten hoogste een boete van de vierde categorie, genoemd in artikel 23, vierde lid van het Wetboek van Strafrecht.
- 3.
Als binnen een tijdvak van vier jaar voorafgaand aan de constatering van de overtreding al een bestuurlijke boete is opgelegd voor overtreding van de verboden of bepalingen bedoeld in het eerste lid, bedraagt de bestuurlijke boete, in afwijking van het tweede lid, ten hoogste het bedrag van de vijfde categorie, genoemd in artikel 23 vierde lid van het Wetboek van Strafrecht.
- 4.
Van recidive als bedoeld in het derde lid is sprake, als binnen vier jaar voorafgaand aan de constatering die leidt tot het opleggen van de in het eerste en derde lid bedoelde boete, een bestuurlijke boete is opgelegd voor overtreding van de verboden, bedoeld in de artikelen 2, eerste lid en 3, eerste lid, en artikel 12, derde lid, van de wet of de op basis van artikel 8, tweede en derde lid, van de wet aan een verhuurvergunning verbonden voorwaarden.
Artikel 5. Invoeringsregeling verhuurvergunning
- 1.
Het verbod in artikel 2, eerste lid is zes maanden na inwerkingtreding van deze verordening van toepassing op verhuurders die voor inwerkingtreding van deze verordening een verblijfsruimte verhuurden.
- 2.
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om voor de in het eerste lid genoemde datum op een aanvraag om een verhuurvergunning, ingediend door een in het eerste lid bedoelde verhuurder, te beslissen.
Artikel 6. Overdracht van bevoegdheden
Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, indien de wijzigingen:
- a.
van zuiver redactionele aard zijn;
- b.
een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en van direct invloed zijn op de uitvoerbaarheid van hetgeen in deze verordening is bepaald.
Artikel 7. Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op 01 april 2026.
Artikel 8. Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Verhuurverordening gemeente Terneuzen 2026
Toelichting
Algemeen
Inleiding
De Wet goed verhuurderschap (hierna: de wet) heeft tot doel om ongewenste verhuurpraktijken tegen te gaan en zo woningzoekenden, huurders en arbeidsmigranten (in deze verordening: internationale werknemers) alsmede de leefbaarheid te beschermen. Om dat te bereiken roept de wet in de eerste plaats een aantal algemene regels voor goed verhuurderschap in het leven. Deze regels stellen eisen aan het gedrag van verhuurders en bieden waarborgen om huurders tegen bepaalde gedragingen van verhuurders te beschermen. Daarnaast voorziet de wet in een meldpunt voor signalen en klachten over ongewenst gedrag veroorzaakt door verhuurders of verhuurbemiddelaars. Dit meldpunt is op de website van de gemeente raadpleegbaar.
Ondanks de algemene regels en het meldpunt kan er niet in alle gevallen voor worden gezorgd dat ongewenst verhuurgedrag wordt tegengegaan. Om deze reden is in de wet een bevoegdheid voor gemeenten opgenomen om een vergunningplicht in te voeren. Dit betreft een vergunningplicht voor het verhuren van bepaalde categorieën van reguliere woonruimten en een vergunningplicht voor het verhuren van verblijfsruimten voor internationale werknemers. Met deze verordening maakt de gemeenteraad gebruik van deze bevoegdheid voor zover dit betreft het voorzien in een vergunningplicht voor verblijfsruimten voor internationale werknemers.
Op grond van de wet dienen burgemeester en wethouders met de andere gemeenten uit de woningmarktregio te overleggen voordat een vergunningplicht in het leven geroepen wordt. Het overleg met de andere gemeenten in de regio komt volgens de toelichting op de wet onder andere de transparantie en uitvoerbaarheid ten goede. Door dit overleg gaan de vergunningstelsels bovendien niet te veel van elkaar verschillen en kan ook geïnventariseerd worden of invoering van een verhuurvergunning leidt tot eventuele waterbedeffecten bij andere gemeenten in de regio. Vanaf begin januari 2025 is er diverse keren ambtelijk in regionaal verband met de gemeenten Hulst en Sluis gesproken over de invoering van de verhuurverordening in de gemeente Terneuzen. In deze overleggen is geconcludeerd dat de gemeente Terneuzen gelet op de aanwezige bedrijvigheid in deze gemeente niet gelijksoortige uitdagingen heeft op het gebied van huisvesting van internationale werknemers. Vooralsnog zal de verhuurvergunning daarom niet regionaal ingevoerd worden. Wel zal er regionaal overleg blijven plaatsvinden en indien nodig of gewenst kan het beleid regionaal gelijk getrokken worden.
Vergunningplicht verblijfsruimten voor internationale werknemers
Het doel van de vergunningplicht is om internationale werknemers consumentenbescherming te bieden. Tegen die achtergrond wordt hieronder, mede gelet op de vereisten uit de Dienstenrichtlijn, onderbouwd waarom de vergunningplicht noodzakelijk en proportioneel is om deze specifieke groep consumenten te beschermen. Daarbij gaat de toelichting in op de vraag of de vergunningplicht een geschikt middel is om internationale werknemers de beoogde bescherming te bieden, of de ernst van de problematiek de inzet van deze vergunningplicht rechtvaardigt, of er geen andere minder vergaande middelen zijn en of de vergunningplicht uitvoerbaar en handhaafbaar is.
Is de maatregel noodzakelijk, geschikt en proportioneel voor het bestrijden van de problematiek?
Zoals volgt uit het adviesrapport van Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten genaamd ‘Geen tweederangsburgers’, zijn internationale werknemers vaak niet zelfredzaam. Zo zijn ze de Nederlandse taal niet machtig, kennen de Nederlandse regelgeving, instanties en gebruiken niet en hebben ze geen sociaal netwerk om op terug te vallen. Hierdoor zijn internationale werknemers sterk afhankelijk van hun werkgever, dan wel uitzendbureau. Deze afhankelijkheid beperkt zich niet slechts tot hun werk, maar geldt ook voor de huisvesting. Werkverlies leidt in veel gevallen namelijk tot het wegvallen van de huisvesting. Hoewel de Nederlandse regelgeving waarmee internationale werknemers te maken hebben uitgaat van zelfredzame burgers, zijn internationale werknemers in Nederland dit in de praktijk niet. Dit zorgt voor onwenselijke situaties en in uiterste gevallen ernstige misstanden. Zo kan de kwetsbare positie van internationale werknemers, mede veroorzaakt door de beperkte regelgeving in Nederland om internationale werknemers te beschermen, ervoor zorgen dat werkgevers de kosten voor huisvesting maximaliseren en slechte huisvesting bieden tegen een hoge huur. Deze problematiek is schadelijk voor de internationale werknemers zelf en moet daarom worden verholpen. Naast dat het schadelijk is voor internationale werknemers, ondervinden Nederlandse burgers en bedrijven nadelige effecten van deze problematiek. Omdat een deel van de huisvesters weg lijkt te komen met het niet navolgen van gangbare normen en waarden, ondermijnt dat het sociale stelsel en dreigt er een situatie waarin de standaarden steeds verder omlaag gaan. Verder zorgt de slechte kwaliteit van de huisvesting van internationale werknemers, ‘verkamering’ en overbewoning tot overlast bij buurtbewoners, en heeft het bedrijfsleven last van oneerlijke concurrentie wanneer werkgevers slechte huisvesting aanbieden voor een hoge huur. De afgelopen jaren handhaafden wij dan ook al diverse malen op illegale en vaak ondermaatse huisvesting van internationale werknemers in woningen, maar ook in andere panden, zoals in bedrijfspanden en op vakantieparken. Er ligt derhalve een grote noodzaak voor invoering van de verhuurvergunning zodat de kwaliteit van de verhuurder en het verhuurde vooraf gereguleerd kan worden. De verhuurvergunning biedt immers de mogelijkheid om eisen stellen aan de verhuurder en er kan beter worden opgetreden bij misstanden. Hiermee kan de gemeente Terneuzen malafide verhuurders weren en ongewenste bestaande situaties beëindigen.
De invoering van een verhuurdersvergunning is de meest eenvoudige en het minst vergaande middel om de problematiek effectief te bestrijden. Zoals ook volgt uit de memorie van toelichting van de Wet goed verhuurderschap (Kamerstukken II 2021/22, 36130, nr. 3.) zijn er, naast de wet, vrijwel geen specifieke instrumenten voor gemeenten. Uit de aanpak goed verhuurderschap en het rapport van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten volgt dat er onvoldoende mogelijkheden zijn, zowel landelijk als voor gemeenten, om op een integrale wijze goed verhuurderschap te bevorderen en ongewenst verhuurgedrag effectief te voorkomen of tegen te gaan.
Ter voorbereiding van de Wet goed verhuurderschap is reeds gekeken naar het meer effectief en efficiënt inzetten en benutten van andere handhavingsinstrumenten. Hierbij was de conclusie dat dit niet zou leiden tot een oplossing van de problematiek. Uitgerekend hierom is de Wet goed verhuurderschap vastgesteld. Ook voor de gemeente Terneuzen is het meer effectief en efficiënt inzetten en benutten van andere handhavingsinstrumenten geen oplossing van de problematiek.
De regeling is gericht op de verhuurders van verblijfsruimten. Wij beseffen dat dit voor verhuurders van verblijfsruimten betekent dat zij een extra vergunning benodigd hebben. De administratieve lasten worden daarmee vergroot. Er is echter sprake van een eenmalige vergunning. De vergunning wordt eenmalig aangevraagd en ziet op de verhuurder. Het is dus niet zo dat de verhuurder bij elke nieuwe verblijfsruimte die hij wenst te verhuren opnieuw een vergunning nodig heeft. Hiermee zijn de extra lasten zeer beperkt ten opzichte van het algemeen belang dat gediend is met een goede huursector.
De vraag naar (flexibele) woonruimte neemt toe. Snel toegankelijke woonruimte is vaak lastig te vinden en bij schaarste kom je hier ook niet zomaar voor in aanmerking. De woningmarkt in Nederland is nog niet in staat om aan de veranderende vraag van veel van deze woningzoekenden tegemoet te komen. De vraag naar huisvesting voor internationale werknemers maakt hier slechts een onderdeel van uit. Het vinden van geschikte huisvesting wordt nog moeilijker wanneer internationale werknemers zich belemmerd voelen doordat huisvesting binnen de huidige woningvoorraad op een onzorgvuldige of zelfs illegale manier plaatsvindt. Zo stuit tijdelijke huisvesting binnen de bestaande woonwijken op weerstand. Wijkbewoners worden geconfronteerd met woningen waarin een snel wisselende samenstelling van mensen gehuisvest wordt. Parkeeroverlast of matig tuinonderhoud bijvoorbeeld, kunnen het gevoel van de leefomgeving en sociale samenhang negatief beïnvloeden.
De gemeente Terneuzen wil voorzien in voldoende en goede huisvesting voor onze inwoners. Dit betekent dat woonruimte toegesneden is op de menselijk maat, de woonbehoeften, maar ook op de omgeving. Hierbij rekening houdend met de woningvoorraad van onze gemeente. De onderhavige verordening ziet toe op het voorkomen van onaanvaardbare omstandigheden bij de huisvesting van internationale werknemers. Met duidelijkheid over de toelaatbaarheid van huisvesting kunnen onacceptabele en onveilige vormen van huisvesting en problemen in de woonomgeving worden voorkomen. Het biedt tevens een juridisch houvast om adequaat op te kunnen treden. Op grond van het vorenstaande oordelen wij dat het opnemen van een vergunningplicht voor de verhuurder noodzakelijk, geschikt en proportioneel is.
Wettelijk kader vergunningplicht
De verordening voorziet wel in een vergunningplicht, maar er zijn in de verordening geen bepalingen opgenomen die betrekking hebben op de beslistermijn, de gronden om de vergunning te weigeren of in te trekken of de mogelijkheden om voorwaarden aan de vergunning te verbinden. Dit is omdat de wet daar al in voorziet en de gemeenteraad geen bevoegdheid heeft dit nader aan te vullen of daarvan af te wijken. Burgemeester en wethouders kunnen wel beleidsregels vaststellen waarin zij kenbaar maken hoe zij invulling geven aan de ruimte die de wet hen bij de uitvoering laat.
Beslistermijn
Voor de beslistermijn geldt dat burgemeester en wethouders op grond van artikel 9, eerste lid, van de wet binnen acht weken op de aanvraag dienen te beslissen. Deze termijn kan op grond van artikel 9, tweede lid, van de wet eenmalig verlengd worden met ten hoogste zes weken. Als burgemeester en wethouders niet tijdig op de aanvraag beslissen, vloeit uit artikel 9, derde lid, van de wet voort dat de lex silencio positivo zoals bedoeld in paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Dit betekent dat de vergunning van rechtswege is verleend. Burgemeester en wethouders kunnen dan echter nog wel voorwaarden aan de vergunning verbinden.
Weigeringsgronden
Artikel 7 van de wet bevat een limitatieve opsomming van de weigeringsgronden die op de vergunning van toepassing zijn. Artikel 7, eerste lid, van de wet bevat daarbij de gronden waarop de vergunning moet worden geweigerd. Het gaat dan bijvoorbeeld om een situatie waarin de aanvrager van de vergunning niet over de vereiste omgevingsvergunning of de benodigde vergunning voor het omzetten van de woonruimte in de zin van artikel 21, eerste lid, onder c, van de Huisvestingswet beschikt.
In artikel 7, tweede lid, van de wet zijn de gronden opgesomd waarvoor geldt dat burgemeester en wethouders kunnen besluiten de vergunning te weigeren en waar zij dus nog een afweging kunnen maken. Het gaat onder andere om de situatie waarin aan de aanvrager in de acht jaar voorafgaand aan de aanvraag een bestuurlijke boete of last onder dwangsom is opgelegd voor het handelen in strijd met de regels van goed verhuurderschap, de Huisvestingswet 2014 of de Omgevingswet waaronder het omgevingsplan. Verder betreft één van de weigeringsgronden de gevaarzetting in de zin van artikel 3 van de Wet Bibob.
Voorwaarden
In artikel 8 van de wet is een limitatieve opsomming opgenomen van de onderwerpen waarover burgemeester en wethouders voorwaarden aan de vergunning mogen verbinden. Het gaat dan bijvoorbeeld om de wijze waarop de verhuurder aantoont dat hij invulling geeft aan de regels van goed verhuurderschap en het opstellen en uitvoeren van een onderhoudsplan.
Intrekkingsgronden
Voor de intrekkingsgronden geldt dat in artikel 10 van de wet staat dat burgemeester en wethouders de vergunning onder andere kunnen intrekken als aan een verhuurder aan wie een bestuurlijke boete of een last onder bestuursdwang is opgelegd vanwege het niet naleven van de algemene regels of de aan een verhuurvergunning verbonden voorwaarden, de regels binnen vier jaar weer overtreedt of de vergunning is verleend op grond van door de verhuurder verstrekte gegevens waarvan deze wist (of redelijkerwijs moest vermoeden) dat deze onjuist of onvolledig waren. Verder is intrekking bijvoorbeeld aan de orde als sprake is van gevaarzetting zoals dat is bepaald in artikel 3 van de Wet Bibob.
Als burgemeester en wethouders besluiten een vergunning in te trekken en deze vergunning heeft betrekking op een verblijfsruimte die op het moment van de intrekking is verhuurd, dan is nog van belang dat burgemeester en wethouders deze ruimte op grond van artikel 10, vierde lid, in samenhang gelezen met artikel 12 van de wet in beheer geven bij een andere beheerder.
Regulering van het eigendomsrecht en het vrij verkeer van diensten
Bij de totstandkoming van de wet is al kenbaar gemaakt dat de vergunningplicht een gerechtvaardigde regulering van het eigendomsrecht en het vrij verkeer van diensten vormt. Daarbij is voor wat betreft de inmenging in het eigendomsrecht opgemerkt dat dit gerechtvaardigd is als aan drie voorwaarden is voldaan. In de eerste plaats moet de maatregel voorzien zijn bij wet. Dit betekent dat de beperking voldoende toegankelijk, precies en voorzienbaar in de toepassing moet zijn. Verder moet de inmenging noodzakelijk en geschikt zijn in het algemeen belang en moet er sprake zijn van een «fair balance» tussen het nagestreefde doel en de belangen van de eigenaren. In de memorie van toelichting bij de wet is uitgebreid toegelicht waarom aan die voorwaarden is voldaan.
Inzake het vrij verkeer van diensten is kenbaar gemaakt dat een verbod om zonder vergunning een woning te verhuren een vergunningstelsel is als bedoeld in de Dienstenrichtlijn. Dit betekent dat het vergunningstelsel alleen kan worden ingevoerd als aan drie voorwaarden is voldaan. In de eerste plaats moet het vergunningstelsel noodzakelijk zijn omwille van het algemeen belang dat met deze beperking wordt gediend, moet het middel geschikt zijn om het nagestreefde doel te bereiken en mag het niet verder gaan dan wat nodig is om dat doel te bereiken. Verder moet het beoogde doel niet door een minder beperkende maatregel kunnen worden bereikt. Tot slot mag de beperking geen direct of indirect onderscheid maken naar nationaliteit. In de memorie van toelichting is uitgebreid aangegeven dat ook aan die voorwaarden is voldaan.
Tegen die achtergrond is bij de onderbouwing van de vergunningplicht aan het begin van deze toelichting ook, aan de hand van de specifieke situatie binnen de gemeente, aandacht besteed aan de vraag of de vergunningplicht een geschikt middel is om het nagestreefde doel te bereiken, of de ernst van de problematiek de inzet van deze vergunningplicht rechtvaardigt, of er geen andere minder vergaande middelen zijn en of de vergunningplicht uitvoerbaar en handhaafbaar is.
Artikelsgewijs
Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht.
Artikel 1. Definities
In dit artikel zijn alleen definities van de begrippen (niet) bedrijfsmatige overtreding, internationale werknemer, verhuurvergunning en wet opgenomen. Deze definities spreken in principe voor zich. Wij kiezen er voor om een particuliere verhuurder die vijf of meer panden verhuurd gelijk te stellen aan bedrijfsmatige verhuur. Bij een dergelijke omvang is het beheer van dien aard dat er sprake is van bedrijfsmatige exploitatie.
In aanvulling op de definitie in artikel 1 van deze verordening zijn ook de begripsomschrijvingen uit artikel 1 van de wet op deze verordening van toepassing. Dit gaat onder andere om omschrijvingen die zien op de begrippen woonruimte, verblijfsruimte en verhuurder.
Artikel 2. Vergunningplicht verhuur verblijfsruimte
Op grond van artikel 5, eerste lid, onderdeel b, van de wet heeft de gemeenteraad de bevoegdheid een vergunningplicht voor de verhuur van verblijfsruimte in het leven te roepen. Met deze verordening maakt de gemeenteraad van die bevoegdheid gebruik. In het eerste lid van dit artikel is daartoe een verbodsbepaling opgenomen: het is verboden zonder vergunning verblijfsruimte te verhuren voor de huisvesting van internationale werknemers. Het is dus aan de verhuurder om een vergunning aan te vragen. In de meeste gevallen zal dit ook de eigenaar zijn of is er in ieder geval sprake van een zakelijk samenwerkingsverband tussen verhuurder en eigenaar.
In het tweede lid is tot uitdrukking gebracht, dat de vergunning niet overdraagbaar is. De wet en de daarin opgenomen instrumenten richten zich op het gedrag van de verhuurder. In het verlengde daarvan richten ook de indieningsvereisten, de weigeringsgronden en de voorwaarden die aan de vergunning kunnen worden verbonden zich primair op de verhuurder. Hierbij past niet dat de vergunning overdraagbaar is.
In het derde lid is bepaald dat bij een overdracht van de aandelen een nieuwe vergunning moet worden aangevraagd. Indien een BV de verhuurder (en dus de vergunninghouder) is, zou een vergunning namelijk gemakkelijk kunnen worden overgedragen door de verkoop van (de meerderheid van) de aandelen. Dit zou alsnog een overdracht van de vergunning mogelijk maken en daarmee een uitholling van het persoonsgebonden karakter van de vergunning. In geval van wijzigingen in het bestuur van een onderneming blijft de vergunning geldig. Het aantreden van nieuwe bestuurders waartegen bezwaren worden vermoed, kan wel aanleiding te zijn op basis van de Wet Bibob een onderzoek in te stellen en (zo nodig) een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet in te winnen.
Het vierde lid van artikel 2 bepaalt dat er niet opnieuw een verhuurvergunning hoeft te worden aangevraagd op het moment dat verhuurder reeds beschikt over een verhuurvergunning omdat hij reeds in de gemeente Terneuzen panden verhuurt aan internationale werknemers. Op dat moment kan volstaan worden met de melding dat hij voornemens is een ander pand te verhuren. Hiermee worden de administratieve lasten voor de aanvrager verlaagd. Voorwaarde hierbij is wel dat het pand voldoet aan de eisen die de wet en de verordening aan het pand stellen. Indien alle benodigde vergunningen, zoals bijvoorbeeld omgevingsvergunning en/of huisvestingsvergunning, afgegeven zijn, wordt de verhuurvergunning ook geacht te zijn verleend voor het nieuwe pand.
Artikel 3. Aanvraag van de verhuurvergunning
Artikel 6 van de wet regelt de aanvraag van de vergunning. In het eerste lid is volledigheidshalve beschreven, dat de aanvraag gedaan moet worden met het door burgemeester en wethouders vastgestelde aanvraagformulier. Het tweede lid bevat een opsomming van de gegevens die in ieder geval bij de aanvraag ingediend moeten worden. Voor zover er sprake is van een natuurlijk persoon moeten de genoemde gegevens over de aanvrager overlegt worden alsmede een kopie van een identiteitsbewijs. Als de aanvrager een rechtspersoon betreft dan gelden dezelfde vereisten voor de bestuurders van de onderneming alsmede het nummer van inschrijving bij de Kamer van Koophandel van de onderneming. Het gaat dan onder andere om het adres en de huurprijs van de ruimte waarop de aanvraag betrekking heeft, een afschrift van de te sluiten huurovereenkomst en een beschrijving van de wijze waarop de aanvrager invulling geeft aan de regels voor goed verhuurderschap.
Verder dient de aanvrager opgave te doen van de binnen een tijdvak van acht jaar voorafgaand aan de aanvraag opgelegde bestuurlijke boetes en lasten onder dwangsom wegens handelen in strijd met de verboden en bepalingen genoemd in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, van de wet en van de ten aanzien van de aanvrager genomen besluiten tot inbeheername, als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de wet voor zover het beheer nog niet is beëindigd. Deze opgave stelt burgemeester en wethouders in staat om ook na te gaan in hoeverre de aanvrager zich in andere gemeenten overeenkomstig de wet als een goed verhuurder gedraagt.
Artikel 4. Bestuurlijke boete
Het eerste lid bevat de bevoegdheid van burgemeester en wethouders om bij overtreding van het verbod om zonder vergunning te verhuren, het verbod voor de eigenaar om ten aanzien van in beheer genomen ruimtes beheershandelingen te verrichten of van de aan de vergunning verbonden voorwaarden, een bestuurlijke boete op te leggen. Een bestuurlijke boete is een punitieve en dus bestraffende sanctie. De bestuurlijke boete moet dan ook worden onderscheiden van de last onder dwangsom die een reparatoir karakter heeft en ervoor moet zorgen dat de verhuurder alsnog de regels naleeft.
In het opleggen van een last onder dwangsom is in de verordening niet voorzien. Dat neemt niet weg dat burgemeester en wethouders ook van dat instrument gebruik kunnen maken. Artikel 125 van de Gemeentewet en artikel 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht bevatten een grondslag daarvoor. In de verordening is in aanvulling daarop in het opleggen van een bestuurlijke boete voorzien omdat dit in de praktijk effectiever kan zijn dan het (enkel) opleggen van een last onder dwangsom.
Voor de bestuurlijke boete is van belang dat artikel 19, derde lid, van de wet de maximale hoogte van de op te leggen bestuurlijke boetes voorschrijft. Het uitgangspunt is, dat ten hoogste boetes van de vierde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, opgelegd kunnen worden. Bij recidive kan een hogere boete, van ten hoogste de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, opgelegd worden. Met inachtneming van die maximale hoogte en rekening houdend met het afschrikwekkende effect dat van een bestuurlijke boete als punitieve sanctie uit moet gaan, zijn in het tweede lid de bestuurlijke boetes vastgelegd die bij een eerste overtreding aan de orde zijn. Het derde lid bevat de hoogte van de bestuurlijke boete bij recidive.
Tot slot maakt het vierde lid duidelijk wat onder recidive wordt verstaan en welke terugkijktermijn daarbij wordt gehanteerd. Daarbij wordt opgemerkt dat van recidive niet alleen sprake is als de verhuurder het verbod om zonder vergunning te verhuren, het verbod om ten aanzien van in beheer genomen ruimtes beheershandelingen te verrichten of de aan de vergunning verbonden voorwaarden overtreedt, maar ook als hij heeft gehandeld in strijd met de regels voor goed verhuurderschap. Overigens gaat het bij het beantwoorden van de vraag of sprake is van recidive, alleen om boetes die burgemeester en wethouders zelf hebben opgelegd. Boetes van andere gemeenten spelen geen rol.
Artikel 5. Invoeringsregeling verhuurvergunning
In dit artikel is een nadere uitwerking opgenomen van de regeling voor bestaande verhuursituaties uit artikel 24 van de wet. In artikel 24 van de wet is al geregeld dat de vergunningplicht niet eerder dan zes maanden na inwerkingtreding van de verordening geldt. Tegen die achtergrond bevat het eerste lid van dit artikel de termijn waarin de vergunningplicht – en dus het verbod op verhuur zonder vergunning – niet geldt voor bestaande verhuursituaties.
Het tweede lid maakt zekerheidshalve expliciet, dat burgemeester en wethouders voor de in het eerste lid genoemde datum, wel bevoegd zijn om op aanvragen van bestaande verhuurders te beslissen. Over die bevoegdheid zou discussie kunnen ontstaan, omdat de bepaling die de vergunningplicht bevat, ook de bevoegdheidsgrondslag bevat. Als een vergunningplicht voor een bepaalde categorie verhuurders niet geldt, zou men dus kunnen stellen dat burgemeester en wethouders niet bevoegd zijn om ten aanzien van die categorie verhuurvergunningen te verlenen. Gelet op het belang van een ordelijke invoering van de vergunning is dat niet wenselijk geacht.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 5 februari 2026.
De voorzitter,
De griffier,
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl