Beleidsregels Persoonsgebonden Budget Jeugdhulp gemeente Leusden 2026

Geldend van 19-03-2026 t/m heden

Intitulé

Beleidsregels Persoonsgebonden Budget Jeugdhulp gemeente Leusden 2026

Het college van burgemeester en wethouders

gelet op:

  • Titel 4:3 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • Artikel 8.1.1 van de Jeugdwet;

  • De Verordening Jeugdhulp gemeente Leusden 2026,

overwegende dat: het gewenst is beleidsregels vast te stellen met betrekking tot de beoordelingsvrijheid die het college heeft bij het beoordelen of wordt voldaan aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een persoonsgebonden budget;

besluit vast te stellen:

Beleidsregels Persoonsgebonden Budget Jeugdhulp gemeente Leusden 2026

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Begripsbepalingen

  • 1. Alle begrippen die in deze Beleidsregels worden gebruikt hebben dezelfde betekenis als in de Jeugdwet (hierna: de wet) en de daarop gebaseerde lagere regelgeving, de Verordening Jeugdhulp gemeente Leusden 2026 en de Algemene Wet bestuursrecht (Awb).

HOOFDSTUK 2. PERSOONSGEBONDEN BUDGET

Artikel 2. Individuele voorzieningen inkopen met een pgb

  • 1. Het college geeft enkel een pgb af ten hoogte van de maximale tarieven gesteld in het financieel besluit. De jeugdige en/of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger worden geacht het meerdere te betalen wanneer er gekozen wordt voor een individuele voorziening die hoger is dan de maximale tarieven gesteld in het financieel besluit.

  • 2. Indien de jeugdige en/of zijn ouder(s) niet bereid is het meerdere zelf te betalen, zal het college overgaan tot het weigeren van het totale pgb indien er geen passend budgetplan wordt opgesteld.

Artikel 3. Pgb-vaardigheid

  • 1. Bij het beoordelen of de jeugdige, zijn ouder(s) of vertegenwoordiger de taken van een pgb verantwoord kan uitvoeren, zal het college in ieder geval de volgende punten meenemen:

    • a.

      het zeker zijn dat het zorg regelen met een pgb passend is bij de situatie via een volledig doorlopen pgb-vaardigheidstest, opgesteld door Per Saldo en beschikbaar op www.pgb-test.nl. Lariks kan vragen om de test, inclusief resultaten, te bespreken indien dit nodig wordt geacht;

    • b.

      kennis van de rechten en plichten die horen bij de pgb-taken;

    • c.

      het vermogen om degene die de jeugdhulp biedt aan te sturen.

  • 2. Om te bepalen of de beoogde budgethouder in staat wordt geacht om het pgb te beheren zal aanvullend gekeken worden of iemand de tien pgb-vaardigheden, zoals gesteld door het ministerie van Volksgezondheid en Sport, beheerst en er geen sprake is van andere omstandigheden die het risico op oneigenlijk gebruik vergroten, zoals bedoeld in Artikel 16, lid 2 van de Verordening.

Artikel 4. Het inkopen van formele hulp met een pgb

  • 1. De beoogde ingekochte jeugdhulp wordt beoordeeld als passend wanneer:

    • a.

      de jeugdhulp aan sluit bij de beperkingen en/of problemen die de jeugdige en/of zijn ouder(s) ondervindt;

    • b.

      de jeugdhulp aan sluit op het plan van aanpak;

    • c.

      de hulpverlener die (al dan niet werkzaam via een professionele instelling) de geïndiceerde jeugdhulp biedt, beschikt over een relevante opleiding en SKJ- en/of BIG geregistreerd is.

    • d.

      degene die de via een pgb te leveren jeugdhulp beschikt over een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) die in ieder geval niet ouder is dan 12 maanden voorafgaand aan de aanvang van de hulpverlening. Dit laatste criterium is afhankelijk van de aard van de jeugdhulp en de beperkingen en kwetsbaarheid van de jeugdige en/of zijn ouder(s).

  • 2. Indien er vanuit het verleden onverhoopt toch sprake is van jeugdhulp door een persoon die tevens de vertegenwoordiger van de jeugdige en/of zijn ouder(s) bij het uitoefenen van de aan een pgb verbonden taken, zal nadrukkelijk worden onderzocht of er geen sprake is van belangenverstrengeling.

Artikel 5. Het inkopen van informele hulp met een pgb

  • 1. In geval van personen uit het sociaal netwerk zal (in alle gevallen) ook meegenomen worden in de beoordeling of de kwaliteit van de te leveren jeugdhulp voldoende is en of de jeugdhulp aansluit op het plan van aanpak

  • 2. Onderdelen van de beoordeling of de persoon uit het sociaal netwerk in staat is om de geïndiceerde jeugdhulp te bieden zijn:

    • a.

      Het inzetten van informele hulp mag niet leiden tot overbelasting van de persoon die de hulp biedt;

    • b.

      Het inzetten van informele hulp mag niet leiden tot onveilige situaties;

    • c.

      De informele hulpverlener moet bereid zijn en vaardig zijn om te werken aan doelen;

    • d.

      De informele hulpverlener moet bereid zijn en vaardig zijn om samen te werken met andere hulpverleners;

    • e.

      De informele hulpverlener moet voldoende kennis over de problematiek en ondersteuningsbehoefte van de jeugdige hebben en hierop kunnen reflecteren; en

    • f.

      De informele hulpverlener moet zich bewust zijn van de verschillende rollen die hij heeft ten opzichte van de jeugdige.

  • 3. De vaardigheden worden getoetst in een gesprek en er vindt elk kwartaal een evaluatiegesprek plaats over de vaardigheden, verschillende rollen en doelgericht werken.

Artikel 6. Nieuwe beschikking

  • 1. Na afloop van de beschikking kan de jeugdige en/of ouder(s) zich opnieuw melden bij het college met het oog op een verlenging van de beschikking voor jeugdhulp. Bij het aanvragen van een nieuwe beschikking zal er (opnieuw) een uitvoeringsplan pgb opgevraagd worden door het college, indien de situatie is gewijzigd sinds de vorige aanvraag.

  • 2. Indien zich in de voorafgaande periode van een pgb-verlening geen onregelmatigheden hebben voorgedaan en het college ook anderszins geen reden heeft om te twijfelen of (nog) wordt voldaan aan de voorwaarden, kan het onredelijk zijn om met deze jeugdigen en/of zijn ouder(s) de intensieve beoordeling van voorwaarden opnieuw te doorlopen en zal er slechts een lichte toetsing plaats vinden.

Artikel 7. Kosten gemaakt voor de aanvraag

  • 1. Uitzonderingen zullen worden gemaakt op het weigeren van de pgb-kosten die zijn gemaakt voorafgaand aan de aanvraag in de volgende situaties:

    • a.

      het college stelt vast dat de melding van de hulpvraag dan wel aanvraag niet eerder ingediend kon worden; en

    • b.

      de jeugdige en/of zijn ouder(s) toont aan verplichtingen met derden te zijn aangegaan die onherroepelijk zijn; en

    • c.

      het college komt tot het oordeel dat de betreffende individuele voorziening noodzakelijk is.

  • 2. Mochten de drie voorwaardes onder lid 1 van toepassing zijn, zal het college een pgb verlenen die als goedkoopste adequate individuele voorziening wordt aangemerkt.

HOOFDSTUK 3 SLOTBEPALINGEN

Deze beleidsregels worden aangehaald als Beleidsregels Persoonsgebonden budget Jeugdhulp gemeente Leusden 2026.

Deze regeling treedt in werking op 10 maart 2026. De Beleidsregels Persoonsgebonden Budget Jeugdhulp gemeente Leusden 2025 worden ingetrokken.

Ondertekening

Vastgesteld in de vergadering van 10 maart 2026 van het college van de gemeente Leusden,

de heer B. van den Brink,

directeur-secretaris

de heer G.J. Bouwmeester

burgemeester