Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR758997
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR758997/1
Participatieverordening gemeente Noardeast-Fryslân 2025
Geldend van 19-03-2026 t/m heden
Intitulé
Participatieverordening gemeente Noardeast-Fryslân 2025De gemeenteraad van de gemeente Noardeast-Fryslân;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 22 oktober 2025 (2024/195188);
gelet op:
- de artikelen 149 en 150 van de Gemeentewet;
- de artikelen 3.1, 2.4 en 3.4 van de Omgevingswet;
- de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit;
- artikel 47 van de Participatiewet;
- artikel 11 van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 en artikelen 2.1.3 en 4.1.3 van de Jeugdwet;
besluit vast te stellen de volgende verordening:
Participatieverordening gemeente Noardeast-Fryslân 2025
Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen
Artikel 1. Onderwerp verordening
Deze verordening regelt de betrokkenheid van inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden bij de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van gemeentelijke initiatieven en beleid en de rol van het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad in deze processen. Deze verordening is daarnaast van toepassing op de manier waarop de gemeente reageert of ondersteuning biedt aan initiatieven van inwoners, maatschappelijke organisaties of andere belanghebbenden, inclusief het uitdaagrecht.
Artikel 2. Definities
Deze verordening verstaat onder:
-
- beleid: gedragslijn, project, programma of plan van de gemeente om een bepaald doel te realiseren;
-
- gemeente: een publiekrechtelijke rechtspersoon en de kleinste eenheid van territoriaal openbaar bestuur, bestuurd door een gemeenteraad en een college van burgemeester en wethouders, met regelgevende bevoegdheid binnen haar grondgebied;
-
- bestuursorgaan: het bestuursorgaan dat bevoegd is, afhankelijk van de inhoud van het beleid of de taak is dat de gemeenteraad, het college of de burgemeester;
-
- college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noardeast-Fryslân;
-
- inspraak: de mogelijkheid die een bestuursorgaan inwoners en belanghebbenden biedt om hun mening te geven als bedoeld in artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet;
-
- spoedeisendheid: een situatie waarin snel handelen noodzakelijk is om schade, gevaar of ernstige verstoring van de openbare orde, veiligheid, gezondheid of het functioneren van de gemeente te voorkomen, waardoor het niet mogelijk is om het participatieproces of de uitkomst daarvan af te wachten;
-
- kwetsbare groepen: personen of gemeenschappen die door fysieke, psychische, sociale, economische of juridische omstandigheden beperkt zijn in hun mogelijkheden om volwaardig deel te nemen aan de samenleving;
-
- ondergeschikte herziening: een kleine, aanvullende of ondersteunende maatregel of aanpassing binnen een bestaand beleidskader, project of voorziening, die geen wezenlijke invloed heeft op het doel, de werking of de impact ervan. Het betreft doorgaans technische, praktische of administratieve wijzigingen die geen brede participatie vereisen;
-
- dorpencoördinator: een gemeentelijke functionaris die fungeert als brug tussen initiatiefnemers en de gemeentelijke organisatie;
-
- inwoners: ingezetenen als bedoeld in artikel 2 van de Gemeentewet;
-
- inwonersparticipatie: op initiatief van de gemeente betrekken van inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid;
-
- maatschappelijke partijen: verenigingen, stichtingen, buurtcomités, sociale ondernemingen zonder winstoogmerk en andere organisaties [die een collectief vormen en] die tot doel hebben een actieve bijdrage te leveren aan de samenleving binnen de gemeente;
-
- ondernemers: bedrijven en instellingen die statutair binnen de gemeente zijn gevestigd of in hoofdzaak binnen de gemeente hun activiteiten verrichten;
-
- uitdaagrecht: het recht van inwoners en maatschappelijke partijen om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen als bedoeld in artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet;
-
- overheidsparticipatie: de manier waarop de gemeente ondersteuning of een bijdrage geeft aan initiatieven van inwoners, organisaties, bedrijven of andere belanghebbenden;
-
- participatieladder: de verschillende niveaus van participatie: meeweten, meedenken, meedoen, meebeslissen;
-
- inzagetermijn: een periode waarin een ontwerp of beleidsvoornemen voor alle inwoners ter inzage wordt gelegd bedoeld om breed zienswijzen te verzamelen;
-
- participatiepool: een verzameling van doelgroepen die de gemeente rechtstreeks betrekt bij het ontwikkelen, uitvoeren en evalueren van beleid. In deze werkwijze staat ervaringskennis centraal;
-
- ervaringskennis: kennis die ontstaat door ervaringen bij elkaar te brengen of door te reflecteren op ervaringen;
-
- kerngroep participatie en ervaringskennis: een afvaardiging van de doelgroepen in de participatiepool en ambtenaren. Deze groep coördineert en evalueert de participatiepool.
Artikel 3. Doelstelling en reikwijdte
- 1.
Deze verordening heeft als doel de lokale democratische processen te stimuleren, de samenwerking tussen gemeente en inwoners te versterken en helderheid te scheppen over proces en rolverdeling.
- 2.
Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen beleid of inwonersparticipatie plaatsvindt en ten aanzien van zijn eigen taken of om toepassing van het uitdaagrecht kan worden verzocht.
- 3.
Er vindt geen inwonersparticipatie of toepassing van het uitdaagrecht plaats als:
- a.
het om een lopend uitvoerings- of evaluatietraject of een ondergeschikte herziening van die trajecten of het beleid gaat;
- b.
inwonersparticipatie of toepassing van het uitdaagrecht bij of krachtens wettelijk voorschrift uitgesloten is;
- c.
de uitkomst van de inwonersparticipatie of de toepassing van het uitdaagrecht vanwege de spoedeisendheid niet kan worden afgewacht;
- d.
de verantwoordelijkheid van het betrokken bestuursorgaan voor kwetsbare groepen in de samenleving zwaarder moet wegen;
- e.
sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;
- f.
het om interne [organisatorische] aangelegenheden van de gemeente gaat;
- g.
het om de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet gaat.
- a.
Hoofdstuk 2. Inwonersparticipatie
Artikel 4. Participatieproces
- 1.
Het bestuursorgaan stelt bij de start van een proces voor de vaststelling van een visie, beleid, plan, programma of project vast of en op welke manier inwonersparticipatie wordt toegepast. Indien inwonersparticipatie wordt toegepast, neemt het bestuursorgaan in beginsel over de volgende punten een besluit:
- a.
het doel van de participatie;
- b.
de beïnvloedingsruimte en/of de inhoudelijke, financiële en overige kaders voor de participatie, ook wel de participatiebelofte genoemd;
- c.
de te betrekken doelgroepen, de wijze waarop verschillende groepen inwoners worden benaderd en de wijze waarop de deelnemers hun inbreng kunnen leveren;
- d.
het niveau van de participatie, waarbij een keuze wordt gemaakt uit de niveaus van de participatieladder: meeweten, meedenken, meedoen en meebeslissen;
- e.
de kosten van het participatieproces;
- f.
de manier waarop de uitkomst van de participatie met betrokkenen wordt gedeeld.
- a.
- 2.
Het bestuursorgaan maakt voor de start van het participatieproces het voornemen hiertoe bekend op de voor dat proces geschikte wijze.
- 3.
Het bestuursorgaan kan voor beleidsterreinen nadere regelingen treffen.
Artikel 5. Inspraak
Als een bestuursorgaan in het kader van de inwonersparticipatie voor inspraak kiest of als inspraak wettelijk verplicht is, is artikel 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
Artikel 6. Eindverslag participatieproces
-
1.Ter afronding van de participatie wordt een eindverslag opgemaakt. Dit verslag bevat in ieder geval:
-
a. een overzicht van het gevolgde participatieproces op hoofdlijnen;
-
b. een overzicht van de participanten en hun belangen;
-
c. een weergave van de belangrijkste uitkomsten van het participatieproces;
-
d. een onderbouwde reactie op die uitkomsten en argumenten waarbij is aangegeven hoe het beleid naar aanleiding daarvan is aangepast; en een evaluatie van het proces dat is gevolgd;
-
e. de reactie van de gemeente op deze uitkomsten en de wijze waarop de gemeente de inbreng heeft benut bij de uitwerking van het beleidsvoorstel of uitvoeringsplan.
-
2.Het bestuursorgaan maakt het eindverslag op de gebruikelijke wijze openbaar.
-
3.Het college van burgemeester en wethouders voegt het eindverslag toe aan het raadsvoorstel, indien het participatie betreft.
Hoofdstuk 3. Overheidsparticipatie
Artikel 7. Toepassen Overheidsparticipatie
-
1. Burgemeester en wethouders stimuleren en ondersteunen de participatie vanuit dorpen en wijken, zodat gemeente en inwoners samenwerken aan een leefbare Mienskip.
-
2. Uitgangspunt is een oplossingsgerichte en constructieve benadering van deze initiatieven en het bieden van helderheid over mogelijkheden en randvoorwaarden.
-
3. Het bestuursorgaan kan onder meer afzien van participatie aan inwonersinitiatieven als er redenen zijn om aan te nemen dat:
-
a. er sprake is van onvoldoende draagvlak voor het initiatief bij omwonenden, belanghebbenden of de betrokken inwoners;
-
b. het initiatief naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders op financiële, juridische of praktische gronden niet haalbaar is;
-
c. het een onderwerp betreft waartegen een bezwaar- of beroepsprocedure in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht loopt of onderwerpen waarover de burgerlijke rechter is gevraagd een oordeel uit te spreken;
-
d. een onderwerp dat overwegend het privébelang van de indiener dient;
-
e. geen maatschappelijk belang dient.
-
4. Indien het bestuursorgaan besluit om overheidsparticipatie toe te passen, kunnen zij besluiten het inwonersinitiatief te ondersteunen door middel van:
-
a. het (eventueel tijdelijk) ter beschikking stellen van ruimtes of huisvesting;
-
b. het beschikbaar stellen van een aanjaagbudget, subsidie of andere financiële middelen;
-
c. de inzet van ambtelijke expertise, netwerken of ondersteuning;
-
d. andere vormen van ondersteuning.
-
5. Het bestuursorgaan informeert de indieners van het inwonersinitiatief over het besluit om wel of niet overheidsparticipatie toe te passen. Bij toepassen van overheidsparticipatie geeft het bestuursorgaan het vervolg van het proces aan.
-
6. Burgemeester en wethouders stimuleren en ondersteunen de ontwikkeling van inwonersinitiatieven.
Hoofdstuk 4. Uitdaagrecht
Artikel 8. Verzoek toepassing uitdaagrecht
- 1.
Inwoners en maatschappelijke partijen kunnen bij het college een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht indienen.
- 2.
Het verzoek bevat een omschrijving van de taak die de indiener voor ogen heeft, de reden dat de indiener het verzoek indient en het resultaat dat de indiener beoogt en omvat in ieder geval de volgende onderdelen:
- a.
omschrijving van de gemeentelijke taak die de verzoeker wil overnemen;
- b.
uitleg waarom of hoe de verzoeker deze taak beter kan uitvoeren;
- c.
duidelijkheid over de betrokkenheid, kennis of ervaring van de verzoeker;
- d.
indicatie van het draagvlak onder de belanghebbenden voor het uitvoeren van de taak;
- e.
duidelijkheid over de kosten die aan de uitvoering van de taak verbonden zijn;
- f.
omschrijving van de manier waarop de verzoeker met de gemeente wil samenwerken of ondersteuning nodig heeft;
- g.
inzicht in hoe de kwaliteit en de uitvoering van de taak op langere termijn kan worden gewaarborgd;
- a.
- e.
het college kan naar aanleiding van het verzoek aanvullende informatie opvragen.
- 3.
De dorpencoördinator begeleidt de verzoeker en vervult gedurende het gehele proces een schakelfunctie naar de gemeente.
- 4.
Het bestuursorgaan maakt met de verzoekers afspraken over het proces, het resultaat, het budget en de looptijd.
Artikel 9. Beoordeling verzoek toepassing uitdaagrecht
-
1. Het college zendt een ingediend verzoek door aan het bestuursorgaan dat bevoegd is om op het verzoek te reageren en informeert de indiener hierover.
-
2. Als de gemeenteraad op het verzoek om toepassing van het uitdaagrecht moet reageren, bereidt het college de reactie op het verzoek voor.
-
3. Onverminderd artikel 3 wijst het bestuursorgaan een verzoek af als:
-
a. het verzoek ziet op een taak waarvan de aard zich tegen toepassing van het uitdaagrecht verzet;
-
b. het verzoek in strijd is met door de gemeente vastgesteld beleid;
-
c. het verzoek niet voldoet aan de in artikel 8, tweede lid gestelde eisen;
-
d. het bestuursorgaan van oordeel is dat de taak met de toepassing van het uitdaagrecht niet beter wordt uitgevoerd of de kosten hoger zijn;
-
e. als de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde als bedoeld in paragraaf 2.1.1.1 van de thans geldende aanbestedingswet uitkomt.
-
4. Het bestuursorgaan reageert binnen 8 weken op het verzoek. Het bestuursorgaan kan deze termijn met vier weken verdagen.
-
5. Het bestuursorgaan onderbouwt de reactie op het verzoek en maakt de reactie en de onderbouwing binnen 4 weken openbaar.
Hoofdstuk 5. Omgevingswet
Artikel 10. Participatie bij initiatieven in de fysieke leefomgeving
-
1. Het bestuursorgaan stelt voor inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden participatiebeleid op met daarin een handreiking voor participatie bij initiatieven die effect hebben op de fysieke leefomgeving.
-
2. De gemeenteraad wijst gevallen van activiteiten aan waarin participatie verplicht is voordat een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit kan worden ingediend.
-
3. Het college van burgemeester en wethouders stelt bij initiatieven een beoordelingskader op dat bepaalt wanneer en hoe initiatiefnemers aantoonbaar hebben voldaan aan de participatieverplichting van de in lid 2 bedoelde gevallen.
Artikel 11. Participatie bij instrumenten van de gemeente in de fysieke leefomgeving
-
1. Het bestuursorgaan past artikel 4 toe bij de vaststelling van de volgende instrumenten uit de Omgevingswet:
-
a. de omgevingsvisie;
-
b. een omgevingsprogramma;
-
c. het omgevingsplan en wijzigingen daarvan, wanneer dit nodig is om een door de gemeente geïnitieerde ontwikkeling mogelijk te maken; en
-
d. de aanvraag voor een omgevingsvergunning, wanneer deze nodig is voor een door de gemeente geïnitieerde ontwikkeling.
-
2. Los van bovenstaande geldt dat bij genoemde instrumenten afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing kan zijn op grond van de Omgevingswet.
-
3. Het bestuursorgaan kan besluiten tot een verkorte inzagetermijn als sprake is van een participatieproces waarbij afdeling 3.4 AWB niet verplicht is en als instrument te dienen om zienswijzen te verzamelen van een grote groep inwoners die op een eerder moment nog niet betrokken zijn geweest in het participatieproces.
Hoofdstuk 6. Participatiepool
Artikel 12. Doelstelling
-
1. Het doel van groepen in een participatiepool, is om de leefwereld van verschillende (doel)groepen meer te betrekken bij het ontwikkelen, uitvoeren en evalueren van beleid en regelingen, zodat die beter zijn afgestemd op de groep voor wie ze bedoeld zijn.
-
2. Minimaal 1 keer per jaar organiseren een of meerdere groepen uit de participatiepool een themabijeenkomst of workshop om ervaringskennis te delen met bestuur, ambtenaren of professionals. De regie hiertoe ligt bij de kerngroep.
Artikel 13. Samenstelling
-
1. De participatiepool is een verzameling van doelgroepen met wie de gemeente rechtstreeks in contact staat.
-
2. Een groep vormt zich aan de hand van een vraag van de gemeente of op eigen initiatief.
-
3. Aan de groepen nemen in ieder geval cliënten deel die in aanraking zijn of zijn geweest met de Wmo, Participatiewet, IAOZ, Jeugdwet en aanverwante wetten.
-
4. De samenstelling van de participatiepool kan veranderen. Dit hangt af van de thema’s en de beleidsvragen die voorliggen.
Artikel 14. Kerngroep participatie en ervaringskennis
-
1. De kerngroep is samengesteld uit een afvaardiging van alle doelgroepen en ambtenaren.
-
2. Het beheer van de werkwijze binnen de participatiepool ligt bij de kerngroep evenals de verantwoordelijkheid voor het organiseren van bijeenkomsten.
-
3. De kerngroep komt drie keer per jaar bij elkaar om de werkwijze te evalueren aan de hand van deze vragen:
-
- in hoeverre is het gelukt om ervaringskennis te gebruiken bij het ontwikkelen, uitvoeren en evalueren van beleid?
-
- in hoeverre is het de groepen hierbij gelukt om voorstellen te doen voor beleid?
-
- in hoeverre is het contact met de groepen tot stand gekomen en met welke groepen zoeken we nog contact?
-
4. De agenda voor de kerngroep wordt 14 dagen van te voren aan alle voorzitters van de groepen in de participatiepool gestuurd.
-
5.De groepen kunnen zelf agendapunten aanmelden bij de kerngroep.
-
6.Het verslag van de bijeenkomsten wordt gedeeld met de groepen in de participatiepool.
Artikel 15. Samenwerking en informatievoorziening
-
1. De gemeente zorgt voor tijdige en begrijpelijke informatie over zaken die relevant zijn voor de verschillende groepen.
-
2. De gemeente stelt groepen in staat om hun advies of bijdrage te vormen.
-
3. De gemeente stelt in samenspraak met groepen aanvullende spelregels op over de manier van samenwerken.
Artikel 16. Faciliteren doelgroepen participatiepool
-
1. De gemeente ondersteunt de groepen door middel van vergaderruimte, begeleiding en training.
-
2. De gemeente stelt ‘de Stem van Noardeast’ (digitale peilingsite https://stemvannoardeast.nl/ ) beschikbaar voor het gebruik door groepen uit de Participatiepool.
-
3. Voor door de gemeente geïnitieerde bijeenkomsten en activiteiten ontvangen de deelnemende groepen een onkostenvergoeding, zodat gemaakte kosten geen belemmering vormen om deel te nemen aan de Participatiepool.
Hoofdstuk 7. Slotbepalingen
Artikel 17. Evaluatie en monitoring
De uitvoering van deze verordening wordt eenmaal per 2 jaar geëvalueerd. Hierbij worden inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en deelnemers aan de Participatiepool betrokken.
Artikel 18. Intrekking oude verordening en overgangsrecht
-
1. De ‘Inspraakverordening Noardeast-Fryslân 2019’ wordt ingetrokken.
-
2. De inspraakverordening Noardeast-Fryslan 2019 blijft van toepassing op beleid waarvoor ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening reeds een inspraakprocedure op grond van die verordeningen was gestart.
Artikel 19. Inwerkingtreding en citeertitel
-
1. Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking.
-
2.Deze verordening wordt aangehaald als: Participatieverordening gemeente Noardeast-Fryslân 2025.
Ondertekening
Aldus besloten door de raad van de gemeente Noardeast-Fryslân in zijn openbare vergadering
d.d. .
De raad voornoemd,
de griffier, de voorzitter,
mr. S.K. Dijkstra mr. J.G. Kramer
Toelichting
De gemeente Noardeast-Fryslân wil de kennis en ervaring van inwoners, organisaties, bedrijven en andere belanghebbenden inzetten bij beleid, vanaf agendavorming tot beleidsontwikkeling, besluitvorming, uitvoering en evaluatie van het beleid. Daarnaast stimuleert de gemeente Noardeast-Fryslân dat inwoners samen het initiatief nemen om hun straat of dorp mooier, veiliger en socialer te maken.
Deze verordening regelt het betrekken van inwoners bij de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van gemeentelijk beleid. Deze verordening is daarnaast van toepassing op de manier waarop de gemeente ondersteuning biedt aan initiatieven van inwoners, organisaties, bedrijven of andere belanghebbenden.
Aanleiding
Met de voorgenomen wijziging van art 150 Gemeentewet ontstaat voor gemeenten de plicht om de inspraakverordening te verbreden naar een participatieverordening. De Wet versterking participatie op decentraal niveau regelt dat het decentraal bestuur inwoners in staat stelt te participeren bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid.
Bestuursorgaan
In de verordening wordt regelmatig gesproken over ‘het bestuursorgaan’. De gemeente heeft drie bestuursorganen: de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester. Indien expliciet een van deze bestuursorganen wordt bedoeld, dan wordt dit ook als zodanig benoemd. Indien de tekst rept over ‘het bestuursorgaan’, dan is het afhankelijk van de bevoegdheidsverdeling rond dit thema welk bestuursorgaan bedoeld wordt. Indien het betreffende besluit tot de bevoegdheid van de gemeenteraad behoort: de gemeenteraad. In gelijke zin geldt dit voor het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester.
Inwonersinitiatief
Een inwonersinitiatief wordt gedefinieerd als een maatschappelijk initiatief van inwoners, organisaties, bedrijven of andere belanghebbenden, of een combinatie daarvan. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om initiatieven van inwoners om een speeltuintje in de buurt te realiseren, of een gezamenlijke buurttuin. Dit wordt in het artikel over Overheidsparticipatie nader uitgewerkt. Niet gedoeld wordt op initiatieven van particulieren of projectontwikkelaars, die bijvoorbeeld een bepaalde bouwlocatie willen ontwikkelen. Deze initiatieven zijn vooral gericht op het privébelang van de indiener. In het hoofdstuk over de Omgevingswet staan enkele relevante bepalingen voor de laatstgenoemde groep initiatiefnemers.
Reikwijdte
Art. 3 bepaalt: Participatie vindt plaats met inwoners, organisaties, bedrijven en andere belanghebbenden die lokaal actief zijn of een lokaal belang hebben. Deze bepaling is met name opgenomen om de scope van de participanten te beperken tot organisaties die lokaal actief zijn. Dat betekent bijvoorbeeld dat landelijke belangengroepen niet kunnen deelnemen aan participatieprocessen in Noardeast-Fryslân, tenzij er sprake is van een lokale afdeling. Verder is de schaal van het project bepalend voor het aantal te betrekken inwoners. Bij zaken die een straat of buurt betreffen, worden alleen die inwoners uitgenodigd, maar bij zaken die de gemeente als geheel raken is de kring van betrokkenen ook groter. Daarnaast is het van belang dat duidelijk is namens wie een groep spreekt of wat hun draagvlak en netwerk is in de lokale omgeving.
Artikel 3:6 bepaalt: Deze verordening is niet van toepassing op participatie of andere initiatieven van inwoners, lokale ondernemers of maatschappelijke organisaties die al zijn geregeld in andere al dan niet gemeentelijke verordeningen, regelgeving of procedures.
Start participatieproces
Artikel 4 bevat bepalingen over de start van een participatieproces. Art 4:1 bepaalt dat het bestuursorgaan bij de start van elk participatieproces vaststelt op welke manier burgerparticipatie wordt toegepast. In de praktijk zal moeten uitwijzen of daadwerkelijk bij elk proces het bevoegde bestuursorgaan het besluit moet nemen of dat het kan worden gemandateerd. Mandatering zou logisch en praktisch zijn aangezien participatieprocessen op den duur routinematig gaan worden, als onderdeel van onze samenwerking met de Mienskip.
In de startnotitie wordt een participatieparagraaf opgenomen. Het gaat hierbij om een participatieparagraaf over een concreet participatieproces. Deze bepaling dwingt het bestuursorgaan om bij de start van een participatieproces goed na te denken en de hoofdlijnen van het participatieproces in 1 of 2 A4 kort en bondig weer te geven. Uit veel evaluaties blijkt dat het vaak aan de voorkant mis kan gaan.
De beslissing of er wel of niet burgerparticipatie plaatsvindt zal bij het betrokken bestuursorgaan berusten. In de praktijk zullen ambtenaren vanuit hun expertise advies uitbrengen wanneer een participatieproces wenselijk wordt geacht.
Bij de start wordt ook het niveau van participatie bepaald vanuit de participatieladder. Bij deze verschillende niveaus kunnen vervolgens weer verschillende vormen worden toegepast. Maatwerk is daarbij nodig; soms moet het algemeen belang ook zwaarder wegen. Als hulpmiddel werken we met een toolbox waarin wordt vastgelegd hoe de gemeente omgaat met participatie.
Art. 4:1.c bepaalt: het bevoegde bestuursorgaan stelt de inhoudelijke, financiële en overige kaders voor het participatieproces vast. Nieuwe inzichten kunnen ertoe leiden dat er aanvullende kaders worden gesteld of bestaande kaders worden bijgesteld. Het tussentijds bijsturen gebeurt op beargumenteerde wijze en de deelnemers worden hierover zo snel mogelijk geïnformeerd.
Kosten participatie
Het is belangrijk dat er aan de voorkant ook helderheid is over de kosten voor het organiseren van participatie. Bij participatie over projecten zullen deze kosten onderdeel uitmaken van het projectbudget. Indien er door inwoners een aanvraag wordt gedaan waarvoor een groter budget nodig is, vergt dit afzonderlijke besluitvorming door burgemeester en wethouders en/of de gemeenteraad.
Overheidsparticipatie
Artikel 7 bevat bepalingen over ‘Overheidsparticipatie’. Van overheidsparticipatie is sprake indien er een initiatief komt uit de samenleving (voor bijvoorbeeld een skatebaan of een speeltuin) en de overheid daarin participeert. Het college van burgemeester en wethouders is het bestuursorgaan dat bevoegd is om te reageren op initiatieven uit de samenleving.
Omgevingswet
Ook in de Omgevingswet wordt het belang van vroegtijdige participatie gehuldigd, dat is: voorafgaand aan de formele procedure. In de Omgevingswet wordt onder participatie het volgende verstaan: Het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden (burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere overheden) bij het proces van de besluitvorming over een project of activiteit.
Participatiepool
Vanuit wetten als de Participatiewet (artikel 47), de Wmo (artikel 2.1.3), de Jeugdwet en de IAOW Is de gemeente verplicht om participatie van cliënten te faciliteren.
Aanvullend op deze participatieverordening stelt de gemeente een set basisspelregels op over de samenwerking met de groepen. Deze kunnen in overleg met de groepen op maat gemaakt worden. Denk bijvoorbeeld aan fysiek of online overleg, belastbaarheid van deelnemers, duur van de inzetbaarheid of afspraken over de communicatie. Als er aanpassing van de set van basisspelregels nodig is, pakt de kerngroep dit op.
Evaluatie en monitoring
Participatie is een gezamenlijk leerproces van de gemeente met haar inwoners. We evalueren en stellen bij op basis van deze leerervaringen.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl