Verordening rechtspositie raads- en burgerleden Hellendoorn 2026

Geldend van 19-03-2026 t/m heden

Intitulé

Verordening rechtspositie raads- en burgerleden Hellendoorn 2026

Nijverdal, 3 maart 2026, kenmerk 2026-000854

De raad van de gemeente Hellendoorn;

gelet op het bepaalde in de artikelen 95, eerste en tweede lid, 96, eerste en tweede lid en 99 van de Gemeentewet en de artikelen 3.1.3, eerste lid, 3.1.7, eerste lid, 3.3.2, 3.3.3, tweede lid, 3.3.8, 3.4.1 en 3.4.3, eerste lid van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers;

b e s l u i t :

vast te stellen de

Verordening rechtspositie raads- en burgerleden Hellendoorn 2026

Artikel 1 Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    raadslid: lid van de raad van Hellendoorn;

  • b.

    burgerlid: een door de raad benoemd lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet, dat niet tevens raadslid is, als bedoeld in artikel 8 van het Reglement van orde van de raad van Hellendoorn;

  • c.

    college: het college van burgemeester en wethouders;

  • d.

    griffier: functionaris als bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet of diens plaatsvervanger;

  • e.

    presidium: vergadering van fractievoorzitters, als bedoeld in artikel 8 van het Reglement van orde van de raad van Hellendoorn.

Artikel 2 Toelage lidmaatschap onderzoekscommissie of bijzondere commissie

Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid van de Gemeentewet ontvangt een maandelijkse toelage, zolang deze commissie actief is. De hoogte van de toelage bedraagt 25% van de maandelijkse vergoeding als bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, met dien verstande dat de maximale vergoeding per jaar ten hoogste driemaal de maandelijkse vergoeding als bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers bedraagt.

Artikel 3 Reis en verblijfkosten raads- en burgerleden

  • 1. Voor reizen als bedoeld in artikel 3.1 van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers en artikel 3.1.7 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers worden aan een raadslid of burgerlid vergoed:

    • a.

      de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer;

    • b.

      bij gebruik van een eigen vervoersmiddel het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt alsmede de parkeer- of stallingskosten, veerkosten en tolkosten.

  • 2. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.

  • 3. Als een raadslid of burgerlid een (tijdelijke) functionele beperking heeft, kan voor reizen als bedoeld in het eerste lid incidenteel een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking worden gesteld.

  • 4. De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of burgerlid maakt in verband met reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, worden ten laste van de gemeente vergoed.

Artikel 4 Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing

  • 1. Een raadslid of burgerlid dat wil deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van zijn functie als bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dient daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier.

  • 2. Deze aanvraag gaat vergezeld van stukken met inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie.

  • 3. De griffier beslist op de aanvraag op basis van de overlegde stukken en voor zover de kosten niet meer bedragen dan € 250,- per raadslid of burgerlid per jaar. In geval van hogere kosten beslist het presidium.

Artikel 5 Informatie- en communicatievoorzieningen

  • 1. Indien voor de duur van het raadslidmaatschap of het burgerlidmaatschap informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking worden gesteld door de gemeente, als bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, tekent het raadslid of burgerlid hiervoor een bruikleenovereenkomst. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.

  • 2. Een raadslid of burgerlid levert direct na de beëindiging van het raadslidmaatschap of het burgerlidmaatschap de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente.

Artikel 6 Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel

  • 1. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

  • 2. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h van de Wet op de loonbelasting 1964.

Artikel 7 Betaling vergoeding burgerleden

Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van de vergoeding van burgerleden per bijgewoonde vergadering, bedoeld in artikel 3.4.1 het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, periodiek plaats na vaststelling van de verslagen van de bijgewoonde vergaderingen.

Artikel 8 Betaling en declaratie van onkosten

  • 1. Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van die regelingen of op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door:

    • a.

      betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur; of

    • b.

      betaling vooruit uit eigen middelen.

  • 2. Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken. Het vereiste om bewijsstukken te overleggen geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft.

  • 3. Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen 60 dagen na factuurdatum of betaling door een raadslid of burgerlid ingediend bij de griffier.

  • Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan een raadslid of burgerlid binnen 4 weken na het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt.

Artikel 9 Intrekken oude verordening

De Verordening rechtspositie raads- en burgerleden gemeente Hellendoorn 2021, vastgesteld op 30 maart 2021, wordt ingetrokken met ingang van het in artikel 10, tweede lid van deze verordening genoemde tijdstip.

Artikel 10 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. Deze verordening wordt aangehaald als Verordening rechtspositie raads- en burgerleden Hellendoorn 2026.

  • 2. Deze verordening treedt in werking op de dag, volgend op die van zijn bekendmaking.

Ondertekening

De raad voornoemd,

de griffier, de voorzitter,