Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR758951
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR758951/1
Nadere regels bekostiging leerlingenvervoer gemeente Beek 2026
Geldend van 20-03-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-03-2026
Intitulé
Nadere regels bekostiging leerlingenvervoer gemeente Beek 2026Voor de bekostiging van het Leerlingenvervoer heeft de gemeente een Verordening bekosti-ging leerlingenvervoer Gemeente Beek 2022 opgesteld. Ter verduidelijking van de uitvoering van deze verordening zijn deze nadere regels opgesteld door het College van Burgermees-ter en Wethouders, zoals bepaald in artikel 6.8 van de Verordening.
Algemeen
Artikel 1: Definities
-
1. Alle definities in de Verordening bekostiging leerlingenvervoer Gemeente Beek 2022 zijn van toepassing op deze nadere regels.
-
2. Alle begrippen die in deze nadere regels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wet op primair onderwijs, de Wet op voortgezet onderwijs 2020, de Wet op de expertisecentra, de Algemene wet be-stuursrecht en de Verordening bekostiging leerlingenvervoer Gemeente Beek 2022.
-
3. Verordening: Verordening bekostiging leerlingenvervoer Gemeente Beek 2022.
-
4. Aanvrager: ouders als bedoeld in de verordening waaronder begrepen de co-ouders of degene waarbij het kind tenminste aaneengesloten drie maanden feitelijk verblijft.
-
5. Eenoudergezin: een huishouden bestaande uit één volwassene met één of meer thuiswonende kinderen.
-
6. Woning: de plaats waar de leerling structureel -langer dan drie maanden- en feitelijk verblijft.
-
7. Voor Elkaar Pas (VEP): een op naam van de leerling gestelde OV-chipkaart van Arriva die door de gemeente Beek kan worden aangeschaft ten behoeve van het leer-lingenvervoer.
Artikel 2: Woning van de leerling
Indien een leerling feitelijk verblijft op meerdere adressen, is per verblijfsadres een separate aanvraag leerlingenvervoer vereist. Een verblijfsadres komt uitsluitend in aanmerking indien sprake is van een structureel verblijf van ten minste twee nachten per week.
Artikel 3: Nevenvestigingen van scholen
Het vervoer voor leerlingen die recht hebben op bekostiging leerlingenvervoer en structureel op nevenvestigingen worden geplaatst waar passend onderwijs wordt gegeven. Deze locatie wordt getoetst aan de afstandscriteria dichtstbijzijnde toegankelijke school en moet voldoen aan de andere voorwaarden in de Verordening. De nevenvestiging beschikt ook over een Brin-nummer.
Artikel 4: Wachtlijsten
Een school die vol is heeft geen zorgplicht voor de leerling. Wanneer leerlingen te maken krijgen met wachtlijsten op de dichtstbijzijnde toegankelijke school, wordt het vervoer naar de dan dichtstbijzijnde school vergoed voor de duur van maximaal een schooljaar. Bij het nieuwe schooljaar, of indien er eerder plek is voor de leerling, zal de vergoeding echter wel worden gebaseerd op de dichtstbijzijnde toegankelijke school. Hieraan wordt als voorwaarde gesteld dat de leerling op de wachtlijst blijft staan. Wanneer de ouders de leerling van de wachtlijst afhalen, vervalt het recht op een vergoeding naar de verder weg gelegen school.
Artikel 5: Hoogbegaafdheid
Het onderwijs voor hoogbegaafden valt onder regulier basisonderwijs en valt daardoor onder de WPO. Als een kind is aangewezen op voltijds hoogbegaafdenonderwijs is leerlingenver-voer mogelijk naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school als wordt voldaan aan de voor-waarden uit de Verordening. Ouders dienen bewijzen te overleggen dat het kind is aange-wezen op voltijds hoogbegaafdenonderwijs. Hoogbegaafdheid alleen is geen reden om ver-voer te verstrekken naar een verder weg gelegen school voor primair onderwijs. De ouders moeten aantonen, door een verklaring van het schoolbestuur van dichterbij gelegen scholen dat hun kind niet naar een school kan die dichterbij ligt.
Artikel 6: Stage
-
1. De stage is onderdeel van het onderwijsprogramma in het VSO met een arbeidsge-richt uitstroomprofiel.
-
2. Conform artikel 15.4 van de Verordening verstrekt het college een vervoersvoorzie-ning uitsluitend naar de dichtstbijzijnde toegankelijke stageplek.
-
3. Indien de dichtstbijzijnde toegankelijke stageplek niet ligt op een bestaande route van de vervoerder, bekostigt het college het vervoer alleen wanneer de stageplek maxi-maal 15 kilometer vanaf de woning van de leerling ligt.
-
4. Indien de leerling afhankelijk is van aangepast vervoer wordt vervoerd van en naar het stageadres gecombineerd met andere schoolroutes.
-
5. Het college zet geen individueel vervoer in als de reistijd bij aangepast vervoer naar het stageadres door de gecombineerde route meer dan 60 minuten bedraagt.
Artikel 7: Combinatie van onderwijs met medische behandeling of zorg
-
1. Vervoer naar zorginstellingen, medisch kinderdagverblijven en andere instellingen val-len buiten de verantwoordelijkheid van het college voor de bekostiging van het leerlin-genvervoer.
-
2. Bij een gecombineerd traject van onderwijs en zorg, komt de leerling uitsluitend in aanmerking voor leerlingenvervoer als aan de eisen van de verordening wordt vol-daan. Het college volgt hierbij de richtlijnen vervoer Jeugd Zuid-Limburg.
-
3. Uit het knooppuntoverleg moet blijken dat onderwijs gedurende het gehele zorgtraject voorliggend is.
-
4. Volgt een kind ook onderwijs op of nabij een zorglocatie, dan kunnen de ouders een (gedeeltelijke) tegemoetkoming voor het leerlingenvervoer krijgen, als het kind voor meer dan 50% onderwijs ontvangt en aan de overige eisen van de Verordening is vol-daan.
-
5. Hierbij geldt dat het college leerlingenvervoer aanbiedt in aansluiting op het begin en einde van de schooldag volgens de schoolgids (zie Verordening artikel 1, onder “reis-tijd”). Krijgen leerlingen voor, tijdens of na schooltijd zorg of behandelingen, dan zijn toch de schooltijden leidend voor het leerlingenvervoer.
Artikel 8: Route, berekening afstand en vergoeding reiskosten
-
1. Voor het bepalen van de afstand tussen de woning en het schooladres wordt gebruik gemaakt van de routeplanner van Google Maps routeplanner kortste route.
-
2. Voor het bepalen van de reistijd met het openbaar vervoer wordt gebruik gemaakt van 9292ov.nl.
-
3. Er wordt alleen vervoerd naar schoollocaties met een Brin-nummer.
-
4. De Reisregeling Binnenland is in 2020 vervallen. Op dit moment wordt in plaats daar-van de belastingvrije kilometervergoeding gehanteerd voor vervoer per auto. Met een kilometervergoeding van € 0,23 vier maal de enkele reis. Voor de fietsvergoeding geldt € 0,11 per gereden kilometer. Dit is gebaseerd op 50% van de kilometervergoe-ding voor autogebruik, naar beneden afgerond. De bedragen worden uitgekeerd voor de kilometers die de leerling aflegt.
Artikel 9: Gebruik fiets
Waar mogelijk worden de mogelijkheden van de leerling benut en het reizen met de fiets (al dan niet onder begeleiding) gestimuleerd. Dit houdt in dat fietsvergoedingen zullen worden verstrekt op basis van een kilometervergoeding voor de fiets (dan wel bromfiets). De fiets-route wordt op basis van de Google Maps routeplanner, kortste route, berekend.
Artikel 10: Combinaties van vervoersvoorzieningen
Indien uit de beoordeling blijkt dat de best passende vervoersvoorziening bestaat uit een combinatie van verschillende vormen van vervoer, bepaalt het college de wijze van bekosti-ging. Uitgangspunt bij een combinatie is zelfstandigheid en goedkoopst passend.
Artikel 11: Schooltijden, wachttijden en afzetmarge
Aangepast vervoer wordt georganiseerd op standaard schooltijden per schoollocatie zoals deze genoemd zijn in de schoolgids, zo nodig uitgesplitst naar onderbouw/bovenbouw. Dit betekent, dat het aangepaste vervoer op wisselende en afwijkende schooltijden niet wordt bekostigd. Voor het vervoeren van leerlingen van dezelfde locatie of van meerdere locaties gecombineerd in één route, die afwijkende begintijden of eindtijden hebben, geldt als uit-gangspunt dat de leerlingen zoveel mogelijk op dezelfde begin- en/of eindtijden worden ver-voerd. Wachttijden tot maximaal drie lesuren voor het voortgezet onderwijs worden ook ge-accepteerd. Het kan dus voorkomen dat leerlingen drie lesuren op school moeten wachten, omdat ze gecombineerd vervoerd worden met leerlingen van dezelfde school of van een school waarmee een combinatie gemaakt wordt.
Verzoeken om leerlingen op afwijkende tijden op te halen, bijvoorbeeld voor huiswerkbege-leiding, proefwerkweken, straf of doktersbezoek, worden niet gehonoreerd. Ouders zijn dan zelf verantwoordelijk voor het vervoer van hun kind. De schoolgids is en blijft leidend.
De afzet- en ophaaltijd aan school moet gelegen zijn binnen een tijdsmarge van maximaal vijftien (15) minuten en minimaal vijf (5) minuten voor het aanvangstijdstip respectievelijk na het eindtijdstip van de school. Het ophaaltijdstip aan het einde van de lessen is nooit eerder dan het tijdstip waarop de lessen eindigen. Bij een gewijzigde eindtijd door o.a. lesuitval is de school of de ouder verantwoordelijk voor opvang van de leerlingen.
Artikel 12: Begeleiding is onmogelijk of begeleiding leidt tot ernstige benadeling
Van een ernstige benadeling van het gezin is naar het oordeel van het college sprake als één van de volgende situaties aanwezig is:
- 1.
Er is sprake van een eenoudergezin en de ouder heeft een structurele lichamelijke of zintuiglijke en/of psychische handicap waardoor begeleiding niet moge-lijk is. Het bestaan van deze situatie moet onderbouwd worden door een verklaring van een medisch specialist;
- 2.
Er is sprake van een gezin waarbij beide ouders aangeven op medische gronden de leerling niet te kunnen begeleiden. Het bestaan van deze situatie moet voor beide ou-ders onderbouwd worden door een verklaring van een medisch specialist;
- 3.
Er sprake is van een eenoudergezin waar nog een ander jonger kind is dat, gelet op de leeftijd van het kind in kwestie niet geacht kan worden zelfstandig naar school te gaan, en tevens vaststaat dat de ouder de begeleiding van het ene kind niet kan combineren met het vervoeren van en naar school van het andere kind. Ook zal aan-getoond moeten worden dat begeleiding door anderen niet mogelijk is;
- 4.
De ouder van een eenoudergezin kan niet langer zijn/haar werk uitoefenen als hij zorg moet dragen voor de begeleiding naar school van zijn kind. Het volgen van een (re-) integratietraject of voltijdsopleiding wordt gelijkgesteld met werk. In deze gevallen kan een inschrijfbewijs van de opleiding worden opgevraagd;
- 5.
De leerling kan uitsluitend onder begeleiding met openbaar vervoer reizen, waarbij de reistijd voor de begeleider meer dan 6 uur per dag in beslag neemt naar het reguliere basisonderwijs en meer dan 3 uur per dag naar het S(B)O/V(S)O. De noodzaak van begeleiding moet in zulke gevallen voldoende worden aangetoond. Er wordt met de aanvrager afspraken gemaakt om de leerling zo spoedig mogelijk te helpen in het zelfstandig reizen.
- 6.
Bij een tweeoudergezin en een combinatie van bovenstaande leidt tot eenzelfde ern-stige benadeling. Het enkele feit dat de ouders beiden werken is zonder bijkomende omstandigheden die een belemmering zijn om zelf te begeleiden of anderen namens hen te laten begeleiden geen reden om aangepast vervoer toe te kennen.
Artikel 13: Voor elkaar pas (VEP)
-
1. De VEP wordt beschikbaar gesteld voor de leerling die in aanmerking komt voor een bekostiging van het openbaar vervoer en ook daadwerkelijk met het openbaar vervoer gaat reizen / geen gebruik maakt van eigen vervoer.
-
2. De VEP is leerling gebonden en wordt ingesteld op het goedkoopste reistraject van woning naar school.
-
3. De pas is zeven dagen per week te gebruiken binnen de zone van het abonnement.
-
4. Wordt de VEP verstrekt in combinatie met een andere vervoersvoorziening, dan wordt de VEP uitsluitend voor de betreffende momenten dat het nodig is ingezet.
-
5. Bij de VEP kan tevens een niet op naam gestelde begeleiderspas verstrekt worden. In ieder geval tot elf jaar of indien begeleiding nodig is.
-
6. De VEP kan tevens tijdelijk als oefenpas worden ingezet ter bevordering van de zelf-standigheid.
-
7. Bij verlies of breuk van de pas zijn de kosten voor rekening van de ouders.
-
8. Voor leerlingen in het voortgezet onderwijs (VO) en het voortgezet speciaal onderwijs (VSO) geldt dat het recht op bekostiging van de VEP vervalt na één jaar gebruik van de pas, tenzij door de ouders wordt aangetoond dat begeleiding bij het reizen nog noodzakelijk is. De noodzaak tot begeleiding wordt onderbouwd met relevante infor-matie, zoals medische, gedragskundige of andere deskundigenverklaringen. Indien begeleiding noodzakelijk wordt geacht, blijft recht bestaan op bekostiging van deze vorm van leerlingenvervoer.
Artikel 14: Aangepast vervoer
-
1. Aangepast vervoer vindt plaats op basis van collectief busvervoer.
-
2. Bij de toekenning wordt het vervoersschema vastgelegd in het besluit en uitgezet bij de vervoerder. Het is niet mogelijk om af te wijken van het vervoersschema zonder goedkeuring van het college.
-
3. Het vervoersschema kan uitsluitend worden veranderd als sprake is van een structu-rele wijziging. Een structurele wijziging houdt in dat deze tenminste drie maanden duurt.
-
4. Kortdurende wijzigingen die van invloed zijn op de organisatie van het aangepaste vervoer moeten tijdig door de ouders worden gemeld bij de vervoerder zonder tus-senkomst van de gemeente.
-
5. De ouder moet er voor zorgen dat iemand thuis is voor de warme overdracht van de leerling na terugkeer uit school.
-
6. Indien bij terugkeer niemand aanwezig is, ook niet na herhaaldelijke pogingen, kan de vervoerder noodgedwongen uitwijken naar een noodopvanglocatie. De hierdoor ge-maakte kosten kunnen, indien sprake is van verwijtbaar handelen, aan de ouders in rekening worden gebracht.
Artikel 15: Vervoer van en naar een tweede haal of breng adres
Indien reeds aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening voor het vervoer van de woning naar school en terug, kan het college op verzoek een vervoersvoorziening toekennen voor het vervoer van en naar de school vanaf, dan wel naar, een tweede adres binnen de Ge-meente Beek. Op deze toekenning zijn de volgende voorwaarden van toepassing:
- •
er is één ander adres, naast de woning, toegestaan;
- •
Het afwijkende adres ligt binnen een straal van 500 meter van de woning en in dezelf-de gemeente als het woonadres
- •
er dient sprake te zijn van een vast patroon, dat wil zeggen één vast tweede adres alsook op vaste dagen per week, voor een periode van tenminste drie maanden.
- •
De mogelijkheid bestaat ook om een kind na schooltijd af te zetten bij de buiten-schoolse opvang binnen de gemeente Beek.
Artikel 16: Eigen vervoer
-
1. De Verordening geeft aan dat eigen vervoer alleen op verzoek of vraag van ouders ingezet kan worden. In de uitvoering zal aan ouders gevraagd worden of zij de leerling zelf kunnen en willen vervoeren. Dit in het kader van eigen regie, het bevorderen van het zelf oplossend vermogen en de zelfstandigheid.
-
2. Er worden maximaal twee retourreizen per dag vergoed: aan het begin en aan het einde van de schooldag. Er wordt geen bekostiging verstrekt voor de kosten die ont-staan indien de leerling ook tussen de middag wordt vervoerd.
-
3. Indien de leerling recht heeft op aangepast vervoer en ouders maken de keuze om zelf te rijden heeft de ouder recht op een kilometervergoeding. Indien de leerling geen recht heeft op aangepast vervoer maar wel op een OV-vergoeding en de ouders kie-zen om zelf te rijden dan bestaat er recht op een bekostiging op basis van de hoogte van de OV-vergoeding.
-
4. Indien ouders twee of meer leerlingen vervoeren met een beschikking vanuit het leer-lingenvervoer is er recht op een kilometervergoeding vanuit de woning van de leerling die het verst van de school verwijderd is. Ook als er in dit geval alleen recht is op een OV-vergoeding.
-
5. In geval van een eigen bijdrage komen de ouders voor vergoeding in aanmerking zo-dra de kosten meer bedragen dan de eigen bijdrage.
-
6. Vanaf 1 januari 2027 wordt wanneer er recht bestaat op een OV-vergoeding en de ouders zelf het vervoer verzorgen de hoogte van de vergoeding gebaseerd op de ta-rieven van Arriva Voordeel Jeugd Limburg (prijspeil 1-1-2027). De maximale vergoe-ding bedraagt € 0 per jaar voor kinderen jonger dan 12 jaar en maximaal € 600 per jaar voor kinderen van 12 jaar en ouder. De hoogte van de vergoeding wordt vastge-steld op basis van de prijs van het Arriva abonnement dat aansluit bij de leeftijd van het kind op 1 januari van het kalenderjaar waarin de aanvraag wordt ingediend.
Artikel 17: Gedragingen in het aangepast vervoer
17.1. Ongewenst gedrag
Een leerling aan wie een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer is verstrekt, kan tijdelijk of voor de rest van het schooljaar de toegang tot dit vervoer ontzegd worden in-dien bij herhaling is gebleken dat de leerling (of diens ouders) door onaanvaardbaar wange-drag of anderszins de orde in de bus verstoort of de veiligheid van bus en inzittenden in ge-vaar brengt.
- 1.
Eerste melding:
De vervoerder probeert het probleem op te lossen en doet, indien geen verbetering optreedt, een schriftelijke melding bij de gemeente. De vervoerder vermeldt welke contactmomenten met ouders hebben plaatsgevonden.
- 2.
Tweede melding:
De gemeente onderzoekt de melding en spreekt met vervoerder, chauffeur, ouders en/of school.
Bij toerekenbaar wangedrag volgt een gesprek met ouders en eventueel de leerling, een waarschuwingsbrief en een schorsing van één dag.
Indien het gedrag voortkomt uit een ernstige beperking van de leerling wordt samen met ouders, vervoerder en eventueel de school naar een passende oplossing gezocht (zoals begeleiding, OV of eigen vervoer).
- 3.
Derde melding:
Een tweede waarschuwingsbrief volgt, inclusief waarschuwing dat uitsluiting mogelijk is. De leerling wordt een week geschorst. Het leerrecht wordt betrokken.
- 4.
Vierde melding:
De leerling wordt uitgesloten van vervoer tot het einde van het schooljaar, met een minimumduur van drie maanden (exclusief vakanties). Het leerrecht wordt betrokken.
17.2. Zeer ernstig gedrag:
Bij wapenbezit, geweld, bedreiging, vernieling of anderszins ernstig onveilig gedrag kan di-rect worden geschorst voor de rest van het schooljaar. De ouder ontvangt hierover een brief.
17.3. Loosmeldingen
Bij tevergeefs aanbieden of ophalen van een leerling handelt de vervoerder als volgt:
- •
Op de heenrit informeert de chauffeur de centrale, die contact opneemt met ouders.
- •
Op de terugrit wordt hetzelfde gedaan en rijdt de chauffeur aan het einde van de route nogmaals langs het afzetadres.
- •
De leerling blijft in het voertuig totdat een ouder of netwerkpersoon aanwezig is.
Bij herhaalde loosmeldingen:
- •
informeert de vervoerder de gemeente,
- •
volgt een gesprek met ouders en eventueel een waarschuwingsbrief,
- •
en bij aanhoudende situaties wordt dit beschouwd als wangedrag, met mogelijke schorsing (conform artikel 17.1).
Artikel 18: Vervoer naar school buitenland
Het is niet mogelijk om in aanmerking te komen voor een bekostiging van het leerlingenver-voer naar scholen die gevestigd zijn in het buitenland.
Artikel 19: Meerjarenbeschikking
In het kader van vermindering van de regeldruk en vanuit het oogpunt van lastenverlichting voor de burger is het wenselijk om, indien mogelijk, voor een langere periode dan 1 school-jaar de vervoersvoorziening toe te kennen. Een meerjarenbeschikking kan tussentijds gewij-zigd/ingetrokken worden indien niet voldaan wordt aan de eisen van de Verordening leerlin-genvervoer, de voorwaarden in deze nadere regels en/of als er sprake is van bijzondere omstandigheden.
In ieder geval kan aan leerlingen een meerjarenbeschikking worden afgegeven als van de leerling te verwachten is dat er geen verandering zal optreden in de beperking van de leer-ling en deze dus aan de geldende criteria blijft voldoen. Als er in de situatie van de leerling echter verandering valt te verwachten, bijvoorbeeld een verbetering in de lichamelijke of geestelijke toestand, dient te worden gekozen voor een verstrekking over een termijn van maximaal één schooljaar. In de gevallen dat een meerjarenbeschikking wordt afgegeven, zal door de gemeente steekproefsgewijs controle van de afgegeven meerjarenbeschikkingen worden uitgevoerd.
Artikel 20: Eigen bijdrage
De eigen bijdrage op de eerste zes kilometer naar regulier basisonderwijs en op de eerste vier kilometer naar speciaal basisonderwijs voor ouders met een inkomen meer dan € 33.750, (geldend voor schooljaar 2026-2027, het verzamelinkomen wordt jaarlijks geïn-dexeerd) is gelijk aan de kosten van een Arriva busabonnement voor de leeftijdscategorie 12 tot 18 jaar.
Artikel 21: Uitbetaling bekostiging
-
1. De toegekende reiskostenvergoeding (SBO of regulier onderwijs) of kilometervergoe-ding (SO/V(S)O) wordt per schooljaar in termijnen vooraf betaald.
-
2. De kilometervergoeding naar SO/V(S)O wordt berekend op basis van het reguliere aantal schooldagen van 200 per jaar.
-
3. De eigen bijdrage zal worden verrekend met de toegekende vergoeding.
-
4. Het college kan een aanwezigheidsoverzicht opvragen bij de school. Bij veel gemiste schooldagen of uitschrijving op de locatie waar een vergoeding voor gevraagd is, kan het college onterecht genoten vergoeding terugvorderen.
Artikel 22: (Intrekking en) inwerkingtreding
-
1. De Nadere regels leerlingenvervoer Gemeente Beek 2025 worden ingetrokken, met dien verstande dat deze nadere regels van toepassing blijven op aanvragen die vóór 1 maart 2026 zijn ingediend en op besluiten vervoersvoorziening leerlingenvervoer die betrekking hebben op een aanvraag die vóór 1 maart 2026 zijn genomen.
-
2. Deze nadere regels zijn van toepassing op vervoersaanvragen die zijn ingediend op of na 1 maart 2026.
-
3. De Nadere regels leerlingenvervoer Gemeente Beek 2026, treden in werking op de dag na de bekendmaking en werken terug tot en met 1 maart 2026.
Artikel 23: Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als:
Nadere regels bekostiging leerlingenvervoer gemeente Beek 2026
Ondertekening
Aldus vastgesteld op 10-03-2026 door van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beek
Paul de Jonge
Gemeentesecretaris
Christine van Basten-Boddin
Burgemeester
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl