Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR758948
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR758948/1
Financiële verordening Gemeente Borne 2025
Geldend van 19-03-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2025
Intitulé
Financiële verordening Gemeente Borne 2025de raad van de gemeente Borne;
gelet op het raadsvoorstel d.d. 20 januari 2026, met kenmerk 25int07225, waarvan de motivering onlosmakelijk deel uitmaakt van dit besluit.
besluit:
De financiële verordening Gemeente Borne 2025 vast te stellen;
Artikel 1. Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
- -
Bestuurlijke agenda: samenstel van afspraken die de raad maakt bij het begin van een raadsperiode. Ook wel coalitieakkoord of raadsprogramma genoemd.
- -
College: het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Borne.
- -
Doelmatigheid: het realiseren van prestaties met zo min mogelijk middelen.
- -
Doeltreffendheid: de mate waarin de beoogde maatschappelijke effecten daadwerkelijk behaald zijn;
- -
Interne controle:
een proces is dat gericht is op het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid omtrent het bereiken van doelstellingen in de categorieën:
- •
bereiken van de strategische doelstellingen
- •
effectiviteit en efficiëntie van bedrijfsprocessen
- •
betrouwbaarheid van de (financiële) informatieverzorging
- •
naleving van relevante wet- en regelgeving
- •
- -
Investeringskrediet: een budget bestemd voor het vastleggen van vermogen voor een doel of object waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt.
- -
Onderhoud: werkzaamheden die er voor zorgen dat het object waarop de werkzaamheden worden toegepast functioneel blijft en het gewenste kwaliteitsniveau behoudt.
- -
Programma’s: vanuit het raadsakkoord zijn een aantal programma’s benoemd waarover in de P&C documenten wordt gerapporteerd over voortgang van de activiteiten, ambities en de kosten.
- -
Thema’s: nadat de raad de programma’s heeft vastgesteld aan het begin van de raadsperiode, stelt het college per programma de zogenaamde thema’s vast. Dit zijn clusters van beleid en/of uitvoering welke binnen de kader van het specifieke thema passen.
- -
Raad: de gemeenteraad van de gemeente Borne.
- -
Rechtmatigheid: in overeenstemming met wet- en regelgeving.
- -
Taakveld: eenheden waarin de programma’s, of de eenheden in overzichten en bedragen in het programmaplan, zijn onderverdeeld, zoals bedoeld in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.
Artikel 2. P&C-cyclus
-
1. Doel is om structureel ontwikkelingen in de samenleving in beeld te hebben en hierbij beleidsmatige en financiële keuzes te maken.
-
2. De inhoudelijke en financiële beleidskaders zijn leidend en de P&C-documenten zijn hiervan een afgeleide.
-
3. In de bestuurlijke agenda worden de prioriteiten vastgelegd voor de raadsperiode. De bestuurlijke agenda wordt vertaald in de (meerjaren-)begroting.
-
4. Voorafgaande aan het kalenderjaar wordt een P&C-gids opgesteld en vastgesteld door het college. De bestuurlijke data daaruit worden gedeeld met de raad.
Artikel 3. Planning P&C-cyclus
Voor aanvang van het kalenderjaar doet het college een voorstel aan de raad waarin ten minste de data voor het aanbieden en vaststellen van de begroting, de jaarstukken en eventuele tussentijdse rapportage(s) voor het komende kalenderjaar worden beschreven. De kaderbrief wordt ter kennisname gebracht aan de raad voorafgaand aan het opstellen van de begroting en deze brief geeft inzicht in het perspectief voor de raad.
Artikel 4. Programma-indeling
-
1. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een programma-indeling vast.
-
2. Het college kan binnen de programma’s thema’s vaststellen en wijzigen.
Artikel 5. Relatie begroting en investeringskredieten
-
1. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma en de investeringskredieten.
-
2. Voor investeringen in de loop van het begrotingsjaar groter dan € 50.000, die niet in de begroting zijn opgenomen, legt het college vooraf aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel en een voorstel voor het autoriseren van een investeringskrediet aan de raad voor.
-
3. Uitgaven kleiner dan € 50.000, inclusief eventuele dekking uit een bestemmingsreserve, worden geautoriseerd door het college. Deze worden vervolgens gemeld aan de gemeenteraad in de reguliere P&C producten.
-
4. Lopende uitgaven (eenmalige uitgaven, verspreid over meerdere begrotingsjaren, die niet geactiveerd worden) en investeringskredieten (eenmalige uitgaven die geactiveerd worden) worden voor zover deze niet zijn aangewend, overgeheveld naar het volgende begrotingsjaar.
Voor het nog niet aangewende deel van lopende kredieten, die gedekt worden door structurele
Baten of een onttrekking aan een reserve, vindt in het begrotingsjaar een dotatie aan de bestemmingsreserve “kredieten” plaats, zodat deze in het volgende begrotingsjaar als dekking ingezet kan worden.
-
5. Budgetoverhevelingen kunnen onder voorwaarden aan de raad worden voorgesteld in de financiële eindejaarswijzigingen. Deze voorwaarden worden door het college vastgesteld. Kredieten worden eventueel bij de jaarstukken overgeheveld.
Artikel 6. Uitvoering begroting
Het college draagt er zorg voor dat de geautoriseerde lasten van de programma´s niet worden overschreden. Tussentijds en achteraf wordt door het college verantwoording afgelegd over de uitvoering van beleid en de besteding van middelen. Het college kan binnen een programma de baten of lasten neutraal wijzigen.
Artikel 7. Incidentele baten en lasten
Het grensbedrag voor het opnemen van de incidentele baten en lasten in het verplichte overzicht incidentele baten en lasten in jaarrekening en begroting bedraagt € 100.000. Aanvullend worden ook incidentele baten en lasten met politieke relevantie opgenomen in het overzicht.
Artikel 8. Tussentijdse informatie
-
1. Het college informeert de raad tussentijds middels de halfjaarrapportage en financiële eindejaarswijzigingen over de realisatie van de programma’s. Budgetafwijkingen groter dan € 25.000 worden hierin ook toegelicht.
-
2. De inrichting van deze informatie sluit aan bij de programma indeling van de begroting.
Artikel 9. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording
-
1. In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteren burgemeester en wethouders aan de raad over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van 2% van de totale lasten van de gemeente, exclusief de dotaties aan de reserves.
-
2. In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde niet acceptabele onrechtmatigheden (fouten of onduidelijkheden) van de lasten groter dan € 100.000 nader toegelicht.
Artikel 10. Voorwaardencriterium
-
1. Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur.
-
2. Burgemeester en wethouders bieden de raad jaarlijks ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien. Burgemeester en wethouders operationaliseren dit normenkader in een toetsingskader ten behoeve van de interne beheersing.
Artikel 11. Begrotingscriterium
-
1. Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten;
-
2. De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 5 lid 1.
-
3. Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaalbedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd.
-
4. Uitgangspunt is dat iedere onderschrijding van de lasten en overschrijding van de baten in de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd indien deze niet tijdig aan de raad zijn gemeld. Onder ‘tijdig melden’ wordt verstaan middels bij raadsvoorstel of raadsmemo gedurende het boekjaar of bij de jaarstukken. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties:
- a.
Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren.
- b.
Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling.
- c.
De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage en begrotingswijzigingen.
- a.
Artikel 12. Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium
-
1. Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheershandelingen.
-
2. Burgemeester en wethouders zorgen voor en leggen vast de regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen.
Artikel 13. Waardering en afschrijving vaste activa
-
1. Immateriële en materiële vaste activa worden lineair afgeschreven op basis van verwachte economische levensduur van het actief. De afschrijvingstermijnen liggen vast in de afschrijvingstabel in bijlage 1 bij deze verordening. Het hanteren van afwijkende afschrijvingstermijnen ten opzichte van de afschrijvingstabel kan slechts toegepast worden indien er een afwijkingsbesluit door het college is gemaakt.
-
2. De afschrijvingstermijn wordt bij het investeringsvoorstel vastgelegd.
-
3. Bijdragen van de gemeente aan activa van derden kunnen worden geactiveerd.
-
4. Er wordt niet geactiveerd wanneer het gaat om duurzame aankopen met een verkrijgingsprijs van minder dan € 50.000.
-
5. Met afschrijven wordt begonnen in het jaar volgend op het jaar waarin het actief in gebruik genomen is.
-
6. Rente en afschrijving wordt berekend op basis van de boekwaarden van 1 januari.
Artikel 14. Reserves, voorzieningen en weerstandsvermogen
-
1. Het college zorgt voor een actuele nota reserves en voorzieningen. De raad stelt deze vast. Het bevat in ieder geval:
- a.
richtlijnen voor de vorming, het gebruik en vrijval van reserves en voorzieningen;
- b.
de norm voor de ratio weerstandsvermogen en de samenstelling van de beschikbare weerstandscapaciteit;
- c.
de regels voor resultaatbestemming.
- a.
-
2. Periodiek informeert het college de raad over de actuele risico’s en de beheersing ervan.
Artikel 15. Toerekening overhead
-
1. Aan heffingen die 100% kostendekkend zijn wordt overhead toegerekend volgens de volgende formule:
(Totale omvang taakveld overhead / (totale salarislasten – salarislasten overhead)) x 100%
Artikel 16. Treasuryfunctie
-
1. De treasuryfunctie dient tot het verzekeren van duurzame toegang tot de financiële markten, het beperken van de financiële risico’s, het minimaliseren van de kosten die gepaard gaan met treasury en het aantrekken van voldoende middelen voor het uitvoeren van de begroting.
-
2. Het college zorgt voor een actueel treasurystatuut en stelt het statuut vast en stuurt deze ter kennisgeving aan de raad. Het treasurystatuut bevat in ieder geval:
- a.
de uitgangspunten voor het beheren van risico’s die gepaard gaan met treasury;
- b.
de uitgangspunten voor het aantrekken en uitzetten van zowel kort als lang geld;
- c.
de uitgangspunten voor het verstrekken van garantstellingen;
- d.
de regels voor taken en bevoegdheden en verantwoordelijkheden;
- e.
de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening.
- a.
Artikel 17. Prijzen economische activiteiten
-
1. Voor de levering van goederen, diensten of werken, of het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden waarbij de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht.
-
2. In afwijking van het eerste lid kan een lager bedrag dan de integrale kostprijs worden berekend vanwege een publiek belang. Hierbij doet het college vooraf een voorstel aan de raad, waarin het publiek belang wordt gemotiveerd.
-
3. Motivering van het publiek belang is niet noodzakelijk wanneer het gaat om:
- a.
leveringen van goederen, diensten of werken en het verstrekken van leningen, garanties en kapitaal aan andere overheden voor zover deze leveringen en verstrekkingen zijn bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak;
- b.
een bevoordeling van activiteiten in het kader van een toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor prijsvoorschriften gelden;
- c.
een bevoordeling van sociale werkplaatsen;
- d.
een bevoordeling van onderwijsinstellingen;
- e.
een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese Unie en daarmee verenigbaar is.
- a.
Artikel 18. Verbonden partijen
Het college zorgt voor een actuele nota samenwerking. De raad stelt de nota vast. De nota besteedt in ieder geval aandacht aan:
- a.
verbonden partijen en andere samenwerkingsrelaties;
- b.
de visie op samenwerken en verbonden partijen en het beoogde resultaat.
Artikel 19. Grondbeleid
Het college zorgt voor een actuele nota grondbeleid. De raad stelt de nota vast. De nota besteedt in ieder geval aandacht aan:
- a.
de relatie met de programma’s van de begroting;
- b.
de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de gemeente;
- c.
te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten;
- d.
het verloop van de grondvoorraad;
- e.
uitgangspunten voor de verkoopprijzen van gronden;
- f.
de uitgifte van gronden in erfpacht en de bijstelling van erfpachtvergoedingen.
Artikel 20. Administratie
De administratie is zodanig van opzet en werking dat zij in ieder geval dienstbaar is aan:
- a.
het sturen en beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en de verschillende organisatieonderdelen;
- b.
het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van lasten, baten, activa, voorraden, vorderingen, schulden en contracten;
- c.
het verschaffen van informatie aan de budgethouders;
- d.
het controleren van de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en geldende wet- en regelgeving;
- e.
het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en geldende wet- en regelgeving;
- f.
de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen.
Artikel 21. Financiële organisatie
Het college draagt zorg voor en legt vast:
- a.
een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidige toewijzing van de gemeentelijke taken aan de verschillende organisatieonderdelen;
- b.
een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden;
- c.
de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten;
- d.
het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen;
- e.
het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen;
- f.
het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten; de te maken afspraken met de organisatieonderdelen over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen.
Artikel 22. Interne controle
-
1. Het college zorgt voor een onafhankelijke toetsing op de interne beheersing van aangewezen significante processen. Dit om te komen tot een getrouwe informatievoorziening. Hiertoe stelt het college een interne controle plan vast.
-
2. Het college zorgt op basis van de resultaten van de toets bedoeld in het eerste lid, indien nodig, voor een plan van verbetering. Het college neemt op basis van het plan van verbetering maatregelen voor herstel van de tekortkomingen.
Artikel 23. Intrekking oude verordening en overgangsrecht
De Verordening artikel 212 Gemeentewet 2023 versie 2 komt te vervallen per 1 januari 2025.
Artikel 24. Inwerkingtreding en citeertitel
-
1. Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2025.
-
2. Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam “Verordening artikel 212 Gemeentewet Gemeente Borne 2025”.
Ondertekening
Vastgesteld in de openbare vergadering van 3 maart 2026.
De voorzitter,
w.g.
De griffie
w.g.
BIJLAGE 1: afschrijvingstabel bij artikel 13
Afschrijvingsbeleid immateriële vaste activa:
De volgende immateriële vaste activa worden afgeschreven in:
- 1.
Maximaal 5 jaar: kosten voor onderzoek en ontwikkeling;
- 2.
Bijdragen aan activa in eigendom van derden: conform artikel 65, lid 6 Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten.
Afschrijvingsbeleid materiële vaste activa:
De volgende materiële vaste activa worden afgeschreven in:
- 1.
Maximaal 5 jaar: ICT applicaties, programmatuur en hardware;
- 2.
Maximaal 40 jaar: gebouwen;
- 3.
Maximaal 25 jaar: verbouwing en uitbreiding;
- 4.
Maximaal 15 jaar: installaties zoals lift en centrale verwarming;
- 5.
Maximaal 15 jaar: sport- en speelvoorzieningen;
- 6.
Maximaal 10 jaar: natuurgras, kunstgras
- 7.
Maximaal 10 jaar: machines en gereedschappen;
- 8.
Maximaal 8 jaar: leer- en hulpmiddelen;
- 9.
Maximaal 50 jaar: gemalen bouwkundig deel;
- 10.
Maximaal 15 jaar: gemalen mechanisch/ elektrisch deel;
- 11.
Maximaal 15 jaar: speeltoestellen en voorzieningen;
- 12.
Maximaal 8 jaar: vervoermiddelen;
- 13.
Maximaal 30 jaar: groen en bomen;
- 14.
Maximaal 60 jaar: wegen en riool.
Bijlage: Toelichting op de artikelen ‘Financiële verordening artikel 212 GW Gemeente Borne 2025’
Art. 1 Definities:
De belangrijkste begrippen worden toegelicht. De toelichting op de definitie interne controle is aangescherpt.
Art. 2 P&C-cyclus:
Dit is een artikel dat uitgangspunten voor een P&C-cyclus beschrijft. Het is richtinggevend.
Art. 3 Planning P&C-cyclus:
Door jaarlijks voorafgaand aan een nieuw kalenderjaar data vast te stellen voor het aanbieden en vaststellen van de P&C-documenten, kan de P&C-cyclus (binnen de kaders van regelgeving) meebewegen met de ontwikkeling van de P&C- en beleidcyclus.
Art. 4 Programma-indeling:
De oude regeling beschreef hier programmaonderdelen. In Borne noemen wij dit thema’s en zo ook opgenomen in deze herziene versie. De raad stelt de programma-indeling vast en het college stelt de thema’s vast.
Art. 5 Autorisatie begroting en investeringskredieten:
Ten opzichte van de vorige verordening is hier de verstrekking van uitgaven tot € 50.000 bij het college neergelegd. Dit is in de vorm van delegatie. Achteraf vindt er verantwoording hierover plaats aan de raad via de P&C producten. Hierbij expliciet benoemd dat er investeringskredieten groter dan € 50.000 beschikbaar kunnen worden gesteld door de raad. Dit kan bij de begroting of een separaat raadsbesluit. Ook is een lid opgenomen over de budgetoverhevelingen.
Art. 6 Uitvoering begroting:
Het artikel beschrijft in hoofdlijnen hoe het college moet omgaat met de geautoriseerde begroting. Aangevuld dat er ook verantwoording door het college aan de raad wordt afgelegd.
Art. 7. Incidentele baten en lasten:
Nieuw artikel gebaseerd op notitie Incidentele baten en lasten van de commissie BBV. Bevat uitgangspunten voor het overzicht van incidentele baten en lasten bij de begroting en jaarstukken. Bedrag is verhoogd naar € 100.000.
Art. 8. Tussentijdse informatie:
Het artikel laat ruimte om te gaan werken met andere vormen van informatievoorziening voor de raad. Het artikel maakt ook de huidige systematiek van één bestuursrapportage mogelijk.
Art. 9. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording:
Dit artikel is gewijzigd naar aanleiding van aangepaste regelgeving.
Art. 10. Voorwaardencriterium:
Dit artikel gaat over de voorwaarden van de rechtmatigheidsverantwoording en het jaarlijkse normenkader.
Art.11. Begrotingscriterium:
Dit artikel gaat over de begrotingsrechtmatigheid en de voorwaarden daarin.
Art.12. Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium
Dit artikel gaat over hoe om te gaan met het criterium van misbruik en oneigenlijk gebruik.
Art. 13. Waardering en afschrijving vaste activa:
Het artikel gaat over de waardering en afschrijving van vaste activa. Het drempelbedrag voor activeren is naar € 50.000. De afschrijvingstermijnen zijn in de bijlage van de financiële verordening opgenomen.
Art. 14. Reserves, voorzieningen en weerstandsvermogen:
Het artikel gaat over de nota reserves en voorzieningen en de opbouw daarvan.
Art. 15. Toerekening van overhead.
Dit artikel gaat over hoe overhead toegerekend wordt naar de tarieven. De formule is ook opgenomen.
Art. 16. Treasuryfunctie:
Artikel 212 van de Gemeentewet schrijft voor dat de verordening in elk geval regels voor de algemene doelstelling en de te hanteren richtlijnen en limieten van de financieringsfunctie bevat. Verdere uitwerking van de treasuryfunctie is te vinden in het treasurystatuut.
Art. 17. Prijzen economische activiteiten:
Artikel sluit aan bij het BBV en beschrijft hoe de gemeente omgaat met situaties waarbij wordt geconcurreerd met de open markt. Gebaseerd op de modelverordening van de VNG.
Art. 18. Verbonden partijen:
Korte toelichting op de paragraaf. Kaders liggen vast in het BBV.
Art. 19. Grondbeleid:
Korte toelichting op de paragraaf. Kaders liggen vast in het BBV.
Art. 20. Administratie:
Inhoudelijk beschrijft het artikel de basis voor de inrichting van de administratie.
Art. 21. Financiële organisatie:
1 Inhoudelijk beschrijft het artikel de basis voor de inrichting van de financiële organisatie.
Art. 22. Interne controle:
De inhoud is afgestemd met de Verordening 213a Gemeentewet (intern onderzoek over doelmatigheid en doeltreffendheid).
Art. 23. Intrekking oude verordening en overgangsrecht:
Hierdoor wordt de vorige verordening ingetrokken.
Art. 24. Inwerkingtreding en citeertitel:
Tekst aangepast aan de besluitvorming bij deze nieuwe verordening.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl