Subsidieregeling Kunst en Cultuur gemeente Oostzaan 2026

Geldend van 19-03-2026 t/m 15-07-2026

Intitulé

Subsidieregeling Kunst en Cultuur gemeente Oostzaan 2026

Het college van de gemeente Oostzaan;

overwegende dat het gemeentebestuur een breed divers aanbod van kunst en cultuur en cultureel erfgoed in Oostzaan wil bevorderen, toegankelijk voor alle inwoners en specifiek gericht op jeugdigen, ouderen en/of inwoners met een beperking, door het verstrekken van subsidies voor activiteiten die daaraan bijdragen;

gelet op de Algemene Subsidieverordening gemeente Oostzaan 2026;

besluit vast te stellen de Subsidieregeling Kunst en Cultuur gemeente Oostzaan 2026:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Alle begrippen die in deze regeling worden gebruikt en niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Algemene Subsidieverordening gemeente Oostzaan 2026 (Asv) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

  • 1.

    Actieve leden: contributie betalende leden van de organisatie die actief deelnemen. De peildatum is een door de organisatie te kiezen vast moment in het jaar, dat ligt tussen 1 januari en 1 september, voorafgaand aan de datum van de aanvraag. Elk jaar hanteert de vereniging dezelfde peildatum.

  • 2.

    Amateuristische basis: verenigingen / stichtingen met leden/ deelnemers die zonder financiële beloning, of met een financiële beloning maximaal ter hoogte van een vrijwilligersvergoeding, de kunst- of cultuuractiviteiten beoefenen.

  • 3.

    Asv: de Algemene Subsidieverordening gemeente Oostzaan 2026.

  • 4.

    Beperking: we onderscheiden de volgende beperkingen die inwoners kunnen hebben: een zintuigelijke (auditieve of visuele), lichamelijke of verstandelijke beperking of psychische problemen.

  • 5.

    Cultureel erfgoed: aspecten van cultureel erfgoed zijn bijvoorbeeld het landschap, verstedelijking, industrie, gebouwen, molens, waterlopen en (spoor-)wegen, economische activiteiten, kunst, gebruiksvoorwerpen. Hiertoe behoren ook de gemeentelijke monumenten. Dergelijke aspecten worden voor de inwoners zichtbaar gemaakt, bewaard, verzorgd, onderhouden en gepresenteerd aan het publiek. Hierdoor krijgen inwoners een ruimere blik op hun eigen leven, de tijd en de omgeving waarin ze leven.

  • 6.

    Jeugdigen: in de gemeente Oostzaan wonende personen tot een leeftijd van 18 jaar.

  • 7.

    Openbare activiteiten: vooraf aangekondigde optredens, uitvoeringen en producties in de gemeente Oostzaan die voor iedereen vrij toegankelijk zijn of met een geldig toegangsbewijs.

  • 8.

    Subsidieplafond: het bedrag dat ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies in deze subsidieregeling in het desbetreffende subsidiejaar.

  • 9.

    Tijdelijke expositie: tijdelijke tentoonstelling met een minimale periode van 6 weken. Het kan ook een reizende tentoonstelling zijn. Een wisseltentoonstelling is in één of meer ruimten te zien die daar speciaal voor ingericht worden.

  • 10.

    Wet: Algemene wet bestuursrecht

Artikel 2. Toepassingsbereik

  • 1. Het bepaalde in deze subsidieregeling is van toepassing op de verstrekking van boekjaarsubsidies door het college voor de in artikel 4 bedoelde activiteiten en voor de in artikel 5 genoemde doelgroepen. De activiteiten dienen bij te dragen aan het in artikel 3 omschreven maatschappelijk effect.

  • 2. De subsidie kan in aanvulling op artikel 1.d Asv per boekjaar of voor drie boekjaren aan een aanvrager worden verstrekt. Indien de subsidie voor drie boekjaren wordt verstrekt, dient jaarlijks opgave gedaan te worden van het aantal actieve leden. De hoogte van de subsidie wordt jaarlijks aangepast op basis van het aantal actieve leden en jaarlijks geïndexeerd.

  • 3. Indien sprake is van een subsidie voor drie boekjaren, is het eerste jaar 2027, 2030 en vervolgens elke drie jaar.

Artikel 3: Maatschappelijk effect

Subsidie wordt uitsluitend verleend aan activiteiten die:

  • 1.

    Bijdragen aan de bestuurlijke doelstellingen, zoals vastgelegd in het collegeakkoord, de programmabegroting;

  • 2.

    Bijdragen aan het toegankelijk maken van kunst en cultuur.

Artikel 4. Activiteiten

Subsidie wordt verstrekt voor de volgende openbare activiteiten, die (online) zichtbaar zijn voor inwoners:

  • 1.

    Amateurkunst:

    • a.

      Het in verenigingsverband zingen, muziek maken en toneelspelen;

    • b.

      Openbare zang-, muziek- en toneelvoorstellingen;

    • c.

      Tijdelijke exposities;

    • d.

      De gemeente Oostzaan wil ook activiteiten met een bijzondere kwaliteit en die onderscheidend zijn van de rest stimuleren. Activiteiten kunnen onder andere onderscheidend zijn door samenwerkingen, een nieuw product of het aanboren van een ander publiek.

  • 2.

    Cultureel erfgoed:

    • a.

      Het in stand houden, verzamelen, toegankelijk maken, presenteren en bewustwording stimuleren van het cultureel erfgoed van de gemeente Oostzaan.

Artikel 5. Doelgroep

Subsidie voor de activiteiten onder 4.1 wordt uitsluitend verstrekt aan aanvragers, die aan de volgende voorwaarde voldoen:

  • a.

    Aanvrager is een toneelvereniging, zangvereniging of muziekvereniging, die op amateuristische basis kunst- en cultuuractiviteiten beoefent. De aanvrager kan ook een stichting zijn die activiteiten beoefent voor toneel, zang, muziek; of

  • b.

    Aanvrager is een beeldend kunstenaar, of een groep van beeldend kunstenaars;

  • c.

    Aanvrager werkt zoveel mogelijk samen met andere aanvragers en/ of scholen;

  • d.

    De activiteiten worden in de gemeente Oostzaan georganiseerd, in het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

Subsidie voor de activiteiten onder 4.2 wordt uitsluitend verstrekt aan aanvragers, die aan de volgende voorwaarde voldoen:

  • a.

    Aanvrager is een rechtspersoon zonder winstoogmerk.

  • b.

    De activiteiten vinden in de gemeente Oostzaan plaats en richten zich op het cultureel erfgoed van de gemeente Oostzaan.

  • c.

    De activiteiten zijn toegankelijk voor een breed publiek en laagdrempelig.

Artikel 6. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

  • 1. Voor de activiteiten zoals beschreven in artikel 4.1: Ongeacht de kosten die de subsidieontvanger maakt, wordt per jeugdlid van een harmonie/ fanfare/ muziekvereniging, per categorie vereniging en per activiteit één normbedrag uitgekeerd.

  • 2. Voor de activiteiten zoals beschreven in artikel 4.2: Ongeacht de kosten die de subsidieontvanger maakt, wordt subsidie-ontvanger één normbedrag uitgekeerd.

Artikel 7. Hoogte van de subsidie

  • 1. De normbedragen, voor de activiteiten zoals beschreven in artikel 4.1, zijn als volgt:

    • a.

      Een basisbedrag van € 375.

    • b.

      Per jeugdlid € 6,46.

    • c.

      Een vast bedrag van € 630 per muziekvereniging voor de vervanging en onderhoud van instrumenten.

    • d.

      Per breed toegankelijk en laagdrempelig openbaar optreden een bedrag van € 150, met een maximum van 2 per organisatie.

    • e.

      Per tijdelijke expositie een bedrag van maximaal € 500, met een maximum van 2 per aanvrager. Het college beoordeelt de aanvragen op een redelijke bijdrage aan de activiteit.

    • f.

      Voor onderscheidende activiteiten is jaarlijks een bedrag beschikbaar van maximaal € 568. Het college beoordeelt de aanvragen op een redelijke bijdrage aan de activiteit en de mate van eigen bijdrage van de aanvrager.

  • 2. Het normbedrag, voor de activiteiten zoals beschreven in artikel 4.2, is als volgt:

    • a.

      Een basisbedrag van € 610.

  • 3. De bedragen zoals vermeld onder 1 en 2 worden overeenkomstig artikel 7, derde lid Asv, jaarlijks geïndexeerd op basis van de bij de kadernota vastgestelde begrotingsinflatie. Dit voor het eerst in 2027.

Artikel 8. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud

  • 1. Overeenkomstig artikel 6 lid 1 Asv stelt het college jaarlijks een subsidieplafond vast voor deze subsidieregeling. Het subsidieplafond is onder voorbehoud van vaststelling van de programmabegroting door de gemeenteraad.

  • 2. Er worden deelsubsidieplafonds vastgesteld. Eén voor activiteiten gericht op amateurkunst in de vorm van boekjaarsubsidies (artikel 4.1), één voor activiteiten gericht op amateurkunst in de vorm van eenmalige subsidies (artikel 4.1), een voor activiteiten gericht op cultureel erfgoed (artikel 4.2).

  • 3. Wanneer het aangevraagde bedrag voor het de ene categorie activiteiten lager uitvalt dan het gereserveerde budget, terwijl er voor de andere categorie juist meer dan het gereserveerde budget wordt aangevraagd, wordt er geschoven in de budgetten.

Artikel 9. Wijze van verdeling

  • 1. Indien het totaal van de toe te kennen subsidie de deelsubsidieplafonds voor boekjaarsubsidies overschrijdt, wordt het totale beschikbare bedrag evenredig over de voor subsidie in aanmerking komende activiteiten verdeeld. Dat wil zeggen dat elke subsidie met een zelfde percentage wordt gekort.

  • 2. Voor eenmalige subsidies voor activiteiten gericht op amateurkunst geldt de volgende wijze van verdeling:

    • a.

      De verlening van subsidies vindt plaats op volgorde van ontvangst van complete aanvragen, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.

    • b.

      Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de wet de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen.

    • c.

      Indien het vastgestelde subsidieplafond dreigt te worden overschreden of wordt overschreden als gevolg van het aantal aanvragen dat op dezelfde dag wordt ontvangen, worden de aanvragen die op die dag ontvangen zijn, door middel van loting gerangschikt.

  • 3. Nadat de hoogte van de subsidie op grond van lid 1 van dit artikel is bepaald, geldt voor het jaar 2027 een overgangstermijn:

    • a.

      Als de hoogte van de subsidie in 2027 lager is dan in 2026, zal het verschil voor 100% worden gecompenseerd. Dit betekent dat de hoogte van de subsidie in 2027 nooit lager kan zijn dan in 2026.

    • b.

      Na het berekenen van de hoogte van de subsidie, op basis van a., wordt de indexering over het gehele bedrag toegepast.

Artikel 10. Aanvraag

De werkwijze van een aanvraag voor subsidie is geregeld in artikel 8 Asv. Aanvullend geldt het volgende:

  • 1.

    Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend via de website van de gemeente Oostzaan met gebruikmaking van het aanvraagformulier ‘Kunst en Cultuur’.

  • 2.

    Niet volledig ingevulde aanvraagformulieren worden niet in behandeling genomen. Aanvragers worden in de gelegenheid gesteld de gegevens binnen 14 dagen aan te vullen. Aanvragers krijgen hierover bericht.

  • 3.

    Op het aanvraagformulier dient door subsidie-ontvangers, zoals bedoeld in artikel 5 opgave te worden gedaan van het aantal actieve leden.

  • 4.

    Verplichte bijlagen zijn, in afwijking van artikel 8 lid 2 Asv:

    • a.

      een activiteitenplan van het jaar waarvoor subsidie wordt gevraagd: een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, met de doelen, prestaties en resultaten welke met die activiteiten worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen. Eveneens dienen de samenwerkingspartners te worden benoemd en de vorm die de samenwerking heeft.

    • b.

      een begroting (inclusief dekkingsplan) van het jaar waarvoor subsidie wordt gevraagd. Indien gewerkt wordt met een begroting per seizoen, dient de begroting van het seizoen, dat eindigt in het jaar waarvoor subsidie wordt gevraagd te worden ingediend, met een toelichting op de verwachting voor het eerste halfjaar na het seizoen.

    • c.

      De meest recente balans.

Artikel 11. Aanvraagtermijn

Een aanvraag voor een subsidie wordt, in aanvulling op artikel 9.1 Asv, ingediend tussen 1 september en 30 september voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft.

Artikel 12. Beslistermijn

Het college beslist uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag voor subsidie is ingediend.

Artikel 13. Aanvullende weigeringsgronden

Niet van toepassing.

Artikel 14. Algemene verplichtingen van de subsidie-ontvanger

  • 1. Het college kan bij de verleningsbeschikking aanvullende verplichtingen aan de subsidie-ontvanger opleggen.

  • 2. Het college kan steekproefsgewijs het door de vereniging opgegeven ledenaantal controleren door inzicht te vragen in de ledenadministratie van de vereniging. De vereniging dient hieraan haar medewerking te verlenen.

  • 3. Overeenkomstig artikel 14, vierde lid Asv, behoeft de subsidie-ontvanger toestemming van het college voor de volgende onderdelen van het bepaalde in artikel 4:71 van de wet:

    • a.

      het oprichten van dan wel deelnemen in een rechtspersoon;

    • b.

      het wijzigen van de statuten;

    • c.

      het aangaan van kredietovereenkomsten en van overeenkomsten van geldlening;

    • d.

      het aangaan van overeenkomsten waarbij de subsidie-ontvanger zich verbindt tot zekerheidsstelling met inbegrip van zekerheidsstelling voor schulden van derden of waarbij hij zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt of zich voor een derde sterk maakt;

    • e.

      het vormen van fondsen en reserveringen;

    • f.

      het ontbinden van de rechtspersoon;

    • g.

      het doen van aangifte tot zijn faillissement of het aanvragen van zijn surséance van betaling.

Artikel 15. Publicatie

  • 1. In afwijking van artikel 4:24 van de wet, publiceert het college jaarlijks een overzicht van alle verleende subsidies die op grond van deze regeling zijn toegekend.

  • 2. Over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidies in de praktijk, in relatie tot de andere ingezette acties per beleidsterrein, doet het college verslag via de reguliere planning en control cyclus en (tussentijdse) evaluatie van beleid.

Artikel 16. Hardheidsclausule

Het college kan, in bijzondere gevallen, een artikel of artikelen van deze subsidieregeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing gelet op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. Het van toepassing verklaren van dit artikel wordt gemotiveerd in het besluit.

Artikel 17. Slotbepalingen

  • 1. Deze subsidieregeling treedt in werking de dag na de bekendmaking.

  • 2. Deze subsidieregeling kan worden aangehaald als ‘Subsidieregeling Kunst en Cultuur gemeente Oostzaan 2026’.

  • 3. Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze subsidieregeling worden de ‘Subsidieregeling muziek en toneel Oostzaan 2015’ en de ‘Subsidieregeling overige kunst en cultuur 2015’ ingetrokken maar behouden hun werking voor subsidies die zijn verstrekt tot de inwerkingtreding van deze regeling.

Ondertekening

Vastgesteld door het college van de gemeente Oostzaan op 10 maart 2026.