Regeling vervalt per 01-01-2029

Subsidieregeling Duurzame Buurtinitiatieven Schagen

Geldend van 19-03-2026 t/m 31-12-2028

Intitulé

Subsidieregeling Duurzame Buurtinitiatieven Schagen

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a)

    Aanvrager: een initiatiefnemer die een rechts- of natuurlijk persoon is en een aanvraag doet in de zin van deze regeling die ten goede komt aan de duurzaamheidsdoelstellingen van Schagen.

  • b)

    ASV: Algemene Subsidieverordening Schagen.

  • c)

    Buurtinitiatieven: initiatieven genomen door bewoners, bewonersgroepen, maatschappelijke organisaties, cultuurinstellingen en/of ondernemers.

  • d)

    College: Burgemeester en wethouders van de gemeente Schagen.

  • e)

    Duurzaamheidsdoelstellingen: de doelstellingen zoals geformuleerd in het Duurzaamheidsprogramma 2020-2050 (of een opvolgende versie daarvan) van de gemeente Schagen. Gericht op energietransitie, klimaatadaptatie, vergroening van de leefomgeving en leefbaarheid in de buurt.

  • f)

    Gemeente: de gemeente Schagen.

  • g)

    Initiatiefnemers: personen, groepen of organisaties die het initiatief nemen en verantwoordelijk zijn voor het opzetten en uitvoeren van een initiatief binnen deze subsidieregeling.

  • h)

    Leefbaarheid: de mate waarin de kwaliteit van de leefomgeving is afgestemd op de menselijke behoeften, verlangens en eisen.

  • i)

    Lokale verbanden: bewonersgroepen, buurtverenigingen, stichtingen, sportclubs, ondernemingsverenigingen en/of andere samenwerkingsverbanden die gevestigd zijn in de gemeente Schagen en zich inzetten voor de leefomgeving, het welzijn of de belangen van bewoners in een specifieke wijk of buurt. Lokale bedrijven kunnen onderdeel zijn van een lokaal verband indien zij actief deelnemen en het initiatief zich richt op de lokale wijk of buurt.

  • j)

    Draagvlak: mate van steun, acceptatie of betrokkenheid van relevante belanghebbenden.

  • k)

    Openstellingsperiode: de vooraf bepaalde periodes waarin subsidieaanvragen kunnen worden ingediend.

  • l)

    Penvoerder: de persoon of organisatie die namens een samenwerkingsverband de subsidieaanvraag indient en verantwoordelijk is voor de uitvoering van de subsidie.

  • m)

    Sociale cohesie: maatschappelijke samenhang, de mate waarin mensen zich met elkaar verbonden voelen in een bepaalde buurt.

  • n)

    Subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaalde periode maximaal beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies op grond van deze regeling.

  • o)

    Tussentijdse bijeenkomst: een bijeenkomst georganiseerd door de gemeente waarbij initiatiefnemers ervaringen en kennis uitwisselen over hun lopende projecten.

  • p)

    Slotbijeenkomst: een afsluitende bijeenkomst georganiseerd door de gemeente waar initiatiefnemers de resultaten van hun projecten presenteren en evalueren.

Artikel 2. Doel van de subsidieregeling

Het doel van de subsidieregeling is om initiatiefnemers te stimuleren om in gezamenlijkheid bij te dragen aan het verduurzamen van hun wijk of buurt. Dit kan op het gebied van besparen of duurzaam opwekken van energie en/of warmte, het nemen van klimaatadaptieve maatregelen en/of het versterken van de biodiversiteit. Met deze regeling worden initiatiefnemers actief betrokken bij de uitvoering van de duurzaamheidsdoelstellingen en wordt de band tussen gemeente en inwoners versterkt.

Artikel 3. Doelgroep en aanvrager

  • 1. Subsidie op grond van deze regeling wordt uitsluitend verstrekt aan:

    • a.

      (Een samenwerking van) inwoners uit de gemeente Schagen die actief betrokken zijn bij het initiatief en waarbij het initiatief wordt gedragen door minimaal twee initiatiefnemers.

    • b.

      Lokale verbanden uit de gemeente Schagen die het buurtinitiatief uitvoeren.

  • 2. Iedere aanvrager wijst een penvoerder aan die als eerste aanspreekpunt geldt voor de gemeente.

Artikel 4. Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen

  • 1. Het college kan eenmalige subsidie verlenen voor buurtinitiatieven die bijdragen aan het doel van de subsidieregeling zoals verwoord onder artikel 2.

  • 2. Een voorwaarde is dat de activiteiten lokaal zijn georganiseerd en plaats vinden binnen de gemeente Schagen.

  • 3. Het initiatief dient zich daarnaast te kenmerken door een samenwerking van meerdere personen of partijen waarbij ook de buurt actief betrokken wordt.

  • 4. Voor de toepassing van het eerste lid dient het de gaan om activiteiten gericht op:

    • a.

      Energie- en/of warmte-initiatieven. Initiatieven gericht op het opwekken of besparen van energie en/of warmte of het duurzaam verwarmen van woningen of gebouwen

    • b.

      Biodiversiteit- en/of klimaatadaptatie-initiatieven. Initiatieven die bijdragen aan een groene leefomgeving en gericht zijn op het behouden of versterken van de biodiversiteit en/of op klimaatadaptieve maatregelen. Met uitzondering van technische maatregelen, tenzij deze in combinatie met vergroening worden toegepast.

  • 5. Subsidiabele activiteiten die verband houden met activiteiten onder het vierde lid bestaan uit:

    • a.

      Advieskosten voor het uitwerken van het projectidee tot een projectplan door een professioneel adviesbureau;

    • b.

      Proceskosten voor onder andere organisatie, communicatie, juridisch advies en inschrijvingskosten, met uitzondering van vrijwilligersuren.

  • 6. Aanvullend op het bepaalde in het vijfde lid kunnen subsidiabele activiteiten onder het vierde lid onder b. bestaan uit materialen en installeerkosten mits

    • a.

      Deze worden aangebracht in buurtverband en

    • b.

      Deze bijdragen aan een groene leefomgeving

Artikel 5. Subsidieplafond

  • 1. Deze regeling kent een subsidieplafond. Het plafond wordt bekendgemaakt via www.officielebekendmakingen.nl.

  • 2. Het subsidieplafond van deze regeling bedraagt € 50.000 bestaande uit onderstaande deelplafonds:

    • a.

      Deelplafond 1 (energie-initiatieven en klimaatadaptatie) a: € 25.000

    • b.

      Deelplafond 2 (groen en biodiversiteit) a: € 25.000

  • 3. Het subsidieplafond, de deelplafonds en de openstellingsperiode van de Subsidieregeling Duurzame Buurtinitiatieven Schagen, kunnen worden aangepast onder voorwaarde dat het totale subsidieplafond niet meer bedraagt dan € 100.000.

Artikel 6. Hoogte van de subsidie

  • 1. De subsidie bedraagt per aanvraag maximaal € 6.000.

  • 2. De subsidie bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten.

  • 3. Voor activiteiten zoals beschreven in artikel 4 lid 4 onder b, heeft het college, met inachtneming van het eerste lid, de bevoegdheid om te besluiten om de subsidie in de vorm van de benodigde materialen (in natura) te verstrekken.

Artikel 7. Indientermijn

  • 1. Deze regeling treedt in werking op 11 maart 2026 en geldt tot en met 31 december 2028 of totdat het subsidieplafond is bereikt.

  • 2. Aanvragen kunnen jaarlijks binnen de daartoe aangewezen indieningsperiodes worden ingediend zolang het subsidieplafond niet is bereikt:

    • a.

      Indieningsperiode 1: van 15 maart tot en met 1 mei

    • b.

      Indieningsperiode 2: van 15 september tot en met 1 november.

  • 3. Het subsidieplafond, de deelplafonds en de openstellingsperiode van de Subsidieregeling Duurzame Buurtinitiatieven Schagen, kunnen worden aangepast onder voorwaarde dat het totale subsidieplafond niet meer bedraagt dan € 100.000.

  • 4. Bij voldoende budget heeft het college in uitzonderlijke situaties de bevoegdheid om een aanvraag buiten de indieningsperiodes in behandeling te nemen.

Artikel 8. Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens

In aanvulling op artikel 6, tweede lid, van de ASV wordt bij de subsidieaanvraag een activiteitenplan overgelegd waarin in ieder geval het volgende wordt omschreven:

  • 1.

    Namen en contactgegevens van de initiatiefnemers;

  • 2.

    Eventuele andere bewoners, organisaties of samenwerkingspartners waarmee wordt samengewerkt;

  • 3.

    De activiteit(en) waarvoor subsidie wordt aangevraagd en welke concrete resultaten worden beoogd.

  • 4.

    Hoe de activiteiten bijdragen aan het doel van de subsidieregeling;

  • 5.

    De locatie of wijk waar het initiatief plaatsvindt en op welke wijze het initiatief onder de aandacht wordt gebracht bij bewoners in de buurt of wijk;

  • 6.

    Op welke manier bewoners worden betrokken bij de uitvoering, het onderhoud en/of het vervolg van het project;

  • 7.

    De totale kosten van het project en hoe die gedekt worden. De totale kosten dienen te worden onderbouwd door offertes. Indien er voor het initiatief elders financiering is aangevraagd of ontvangen, geef dan aan om welk bedrag het gaat en bij welke partij is aangevraagd;

Artikel 9. Wijze van beoordeling

  • 1. Indien het totaal van de voor subsidie in aanmerking komende aanvragen het subsidieplafond overschrijdt, worden de aanvragen gerangschikt op basis van een kwalitatieve beoordeling naar oordeel van het college. De aanvragen worden beoordeeld op bijdrage aan het doel van de subsidieregeling, de haalbaarheid van het plan, verwachte resultaten, in welke mate de buurt betrokken wordt, verdeling tussen subsidiabele activiteiten, spreiding van de initiatieven over de gemeente, en efficiënt gebruik van de middelen.

  • 2. Subsidie wordt verleend aan de hoogst gerangschikte aanvrager totdat het subsidieplafond is bereikt.

  • 3. Aanvragen die op grond van de rangschikking niet binnen het subsidieplafond passen, komen niet voor subsidie in aanmerking.

Artikel 10. Bevoorschotting

  • 1. Op verzoek van de subsidieontvanger kan de gemeente een voorschot verstrekken;

  • 2. Gemeente maakt een voorschot over indien naar haar oordeel de aangeleverde offertes in voldoende mate de verwachte kosten onderbouwen.

Artikel 11. Vaststelling

  • 1. Subsidieontvanger dient uiterlijk 8 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht een verzoek tot vaststelling in. Dit dient te gebeuren uiterlijk 1 jaar na de datum van de subsidieverlening. Dit verzoek tot vaststelling bestaat in ieder geval uit een projectverslag inclusief financiële verantwoording in het format van de begroting uit het projectplan. Hierin beschrijft de initiatiefnemer hoe het opzetten van het project is gegaan en waar de subsidie aan is besteed, inclusief bonnen/ facturen (e.d.) en betaalbewijzen (bankafschriften).

  • 2. Aan de hand van het verzoek tot vaststelling stelt de gemeente vast of de toegewezen gelden rechtmatig zijn uitgegeven. Als bij de afrekening blijkt dat de aanvrager is afgeweken van de aanvraag zonder dat hiervoor instemming is gevraagd van het college kan de subsidie worden verlaagd, ingetrokken of teruggevorderd. (Zie ook artikel 13 onder h.).

Artikel 12. Weigeringsgronden

  • 1. In aanvulling op artikel 9, eerste lid, van de ASV weigert het college een subsidie te verlenen indien:

    • a.

      De aanvraag primair is bedoeld om het voortbestaan van één organisatie te financieren, zonder bredere maatschappelijke of duurzame impact;

    • b.

      De activiteit een overwegend commercieel karakter heeft;

    • c.

      De activiteit uitsluitend gericht is op vermaak, zonder aantoonbare link met de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente;

    • d.

      Naar het oordeel van het college onvoldoende is aangetoond dat het initiatief wordt gedragen door meerdere bewoners en/of lokale partners;

    • e.

      De activiteit reeds heeft plaatsgevonden vóór indiening van de subsidieaanvraag;

    • f.

      Meer dan 10% van het aangevraagde bedrag bestemd is voor professionele ondersteuning, tenzij gemotiveerd aangetoond wordt dat dit noodzakelijk is voor de uitvoering van het initiatief;

    • g.

      Het initiatief een politiek of religieus doel dient.

  • 2. In aanvulling op artikel 9, tweede lid, van de ASV heeft het college de bevoegdheid te besluiten een subsidie geheel of gedeeltelijk te weigeren indien:

    • a.

      Het initiatief naar het oordeel van het college onvoldoende bijdraagt aan de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente Schagen;

    • b.

      Er sprake is van een initiatief waarvoor reeds financiering mogelijk is op grond van een andere (gemeentelijke) regeling;

    • c.

      Voor dezelfde activiteit al eerder subsidie is verleend binnen een bestaande subsidieregeling;

    • d.

      Er onvoldoende draagvlak bestaat voor het initiatief binnen de buurt of wijk, of indien bezwaren vanuit direct omwonenden of belanghebbenden zwaarder wegen dan de positieve reacties.

    • e.

      Het initiatief plaatsvindt of wordt geplaatst in de openbare ruimte en het initiatief naar oordeel van het college niet voldoet aan de vereisten voor behoud van de houdbare situatie in de openbare ruimte of nadelige gevolgen voor de kwaliteit van de openbare ruimte te verwachten zijn.

Artikel 13. Aanvullende verplichtingen

Naast de verplichtingen op grond van artikel 11 en 12 van de ASV, zijn aan de subsidie de volgende verplichtingen verbonden:

  • a.

    De initiatiefnemers nemen deel aan een slotbijeenkomst, georganiseerd door de gemeente. Via deze bijeenkomst wordt met de gemeente en met initiatiefnemers van andere buurtinitiatieven ervaring en kennis uitgewisseld;

  • b.

    De subsidieontvanger maakt de activiteiten bekend via de voor de buurt geëigende communicatiekanalen;

  • c.

    De gemeente is gerechtigd de resultaten van het initiatief te delen via haar communicatiekanalen, waaronder, maar niet uitsluitend: social media, het gemeenteblad en de nieuwsbrief Duurzaamheid, zonder gebruik van persoonsgegevens van de initiatiefnemer;

  • d.

    De subsidieontvanger draagt zorg voor eventueel benodigde vergunningen, ontheffingen en overige toestemmingen;

  • e.

    De subsidieontvanger draagt zorg voor de uitvoering en het beheer van het initiatief.

  • f.

    De subsidieontvanger draagt zorg voor het afsluiten van eventueel benodigde verzekeringen;

  • g.

    De subsidieontvanger dient binnen acht weken na afronding van de activiteit een kort verslag in, waaruit blijkt dat de activiteit heeft plaatsgevonden;

  • h.

    Wijzigingen in het initiatief of project dienen ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de gemeente;

  • i.

    In de verleningsbrief kan door de gemeente nader richting worden geven ten aanzien van gedragscodes, handelswijzen en andere verplichtingen die voortvloeien uit vastgestelde gemeentelijke beleidskaders;

  • j.

    De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) wordt overlegd, voor activiteiten die voor en of met jeugdigen worden uitgevoerd.

Artikel 14. Hardheidsclausule

Het college kan de bepalingen in deze regeling ten gunste van de aanvrager buiten toepassing verklaren of daarvan afwijken, voor zover toepassing, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 15. Controle

Het college is bevoegd steekproefsgewijs de juistheid van de aangeleverde gegevens te controleren in de administratie van de aanvrager. De aanvrager verleent hieraan haar volledige medewerking.

Artikel 16. Citeertitel

De regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Duurzame Buurtinitiatieven Schagen

Ondertekening

Schagen, 10 maart 2026

de gemeentesecretaris,

de burgemeester,