Landsbesluit, houdende algemene maatregelen, van de 19de februari 2026 tot intrekking en opnieuw vaststelling van het Organisatiebesluit Justitie in verband met de correcte regeling van de inwerkingtreding daarvan (Organisatiebesluit Justitie)

Geldend van 10-03-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 10-10-2010

Intitulé

Landsbesluit, houdende algemene maatregelen, van de 19de februari 2026 tot intrekking en opnieuw vaststelling van het Organisatiebesluit Justitie in verband met de correcte regeling van de inwerkingtreding daarvan (Organisatiebesluit Justitie)

IN NAAM VAN DE KONING!

De Gouverneur van Sint Maarten,

In overweging genomen hebbende:

dat het, omwille van de rechtszekerheid, dringend gewenst en aangewezen is dat het Organisatiebesluit Justitie wordt ingetrokken en dit landsbesluit, houdende algemene maatregelen, opnieuw vast te stellen onder dezelfde benaming, waarbij wordt voorzien dat de artikelen en onderdelen daarvan met terugwerkende kracht op verschillende tijdstippen in werking treden;

Gelet op:

de artikelen 10 en 20 van de Landsverordening Inrichting en Organisatie Landsoverheid;

Heeft, de Raad van Advies gehoord, besloten:

HOOFDSTUK I: Taken

Artikel 1

Het Ministerie van Justitie heeft ten minste de volgende algemene taken:

  • a.

    de voorbereiding van beleid met betrekking tot aangelegenheden welke het ministerie raken;

  • b.

    de voorbereiding van wet- en regelgeving met betrekking tot aangelegenheden welke het ministerie raken;

  • c.

    de coördinatie en uitvoering van hetgeen bij of krachtens wettelijke regeling aan het ministerie in het bijzonder is opgedragen of geacht moet worden daartoe te behoren;

  • d.

    de coördinatie en uitvoering van hetgeen krachtens medeondertekening valt onder de verantwoordelijkheid van de bewindspersoon die verantwoordelijk is voor het ministerie;

  • e.

    het monitoren, controleren en evalueren van het beleid en de uitvoering hiervan door de afdelingen en uitvoerende organisaties. In dit kader wordt gekeken naar de effectiviteit en efficiëntie van beleid.

Artikel 2

Onverminderd artikel 1 heeft het ministerie de volgende hoofdtaken:

  • a.

    het ontwikkelen, vaststellen (codificatie) en wijzigen van het burgerlijk recht, strafrecht, bestuursrecht, handelsrecht, burgerlijk procesrecht en strafprocesrecht;

  • b.

    vreemdelingen zaken inclusief toelating en uitzetting;

  • c.

    justitiële jeugdbescherming;

  • d.

    beleid, wet- en regelgeving inzake de handhaving van de openbare orde;

  • e.

    beleid, wet- en regelgeving inzake criminaliteitsbestrijding en preventie;

  • f.

    beleid, wet- en regelgeving inzake de detentiezorg, het gevangeniswezen, de vrijheidsbeneming en invrijheidstelling, waaronder gratie, amnestie en generaal pardon;

  • g.

    de kustwacht en het politiewezen;

  • h.

    het justitiële apparaat, de rechtsprekende macht en het openbaar ministerie.

HOOFDSTUK II: Onderverdeling

Artikel 3

  • 1. Er is een stafbureau ter ondersteuning van de secretaris-generaal.

  • 2. Onverminderd de algemene taak, genoemd in het eerste lid, is het stafbureau belast met de algemene aandachtsgebieden en programma’s die binnen de sector afdeling- of dienstoverstijgend zijn.

Artikel 4

Het ministerie bestaat voorts uit de volgende afdelingen en uitvoerende organisaties:

  • a.

    de afdeling Justitiële Zaken;

  • b.

    uitvoerende organisaties:

    • i.

      Korps Politie Sint Maarten;

    • ii.

      Gevangenis en Huis van bewaring;

    • iii.

      Immigratie- en Grensbewakingsdienst (Immigration and Border Protection Services);

    • iv.

      Landsrecherche;

    • v.

      Douane;

    • vi.

      Meldpunt Ongebruikelijke Transacties.

Artikel 5

Het formatieplan, alsmede alle functiebeschrijvingen van de gehele sector worden beschreven in bijlage 1: Functieboek Justitie, en vormen een integraal onderdeel van dit besluit.

HOOFDSTUK III: De inrichting van afdelingen, secties en uitvoerende organisaties

Artikel 6

  • 1. Het hoofd van een afdeling is belast met de leiding van de afdeling en is de eerstverantwoordelijke voor het functioneren van de afdeling.

  • 2. Het afdelingshoofd neemt de uitvoering van deze taak de door de secretaris-generaal gegeven aanwijzingen in acht.

  • 3. Het afdelingshoofd rapporteert over de uitvoering van de dagelijkse managementtaken aan de secretaris- generaal.

  • 4. Het afdelingshoofd heeft voor wat betreft de totstandkoming van beleidsvoorbereiding en beleidsuitvoering een informatieplicht ten aanzien van de secretaris-generaal.

  • 5. Het afdelingshoofd neemt kennis van alle inkomende stukken.

  • 6. Alle uitgaande adviezen worden door het afdelingshoofd ondertekend.

  • 7. Het afdelingshoofd brengt diens bevindingen, alsmede alle gewichtige voorvallen, de belangen van de afdeling betreffende ten spoedigste ter kennis van de secretaris-generaal.

  • 8. De secretaris-generaal wijst op aanbeveling van het afdelingshoofd een plaatsvervangend afdelingshoofd aan.

Artikel 7

  • 1. Het hoofd van een sectie is belast met en verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding van de sectie.

  • 2. Het sectiehoofd neemt bij de uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, de aanwijzingen van het afdelingshoofd in acht.

  • 3. Het sectiehoofd is voor de uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, verantwoording verschuldigd aan het afdelingshoofd.

  • 4. Het sectiehoofd neemt kennis van alle inkomende stukken de sectie betreffende.

  • 5. Alle uitgaande stukken van de sectie worden door het sectiehoofd ondertekend en ter accordering en ondertekening voorgelegd aan het afdelingshoofd.

  • 6. Het sectiehoofd brengt diens bevindingen, alsmede alle gewichtige voorvallen, de belangen van de sectie of afdeling betreffende ten spoedigste ter kennis van het afdelingshoofd.

Artikel 8

  • 1. Het afdelingshoofd draagt zorg voor het stafoverleg met de sectiehoofden en ziet toe op het doen plaatsvinden van werkoverleg binnen de secties.

  • 2. Het afdelingshoofd legt de Administratieve Organisatie voor de afdeling en de overige werkinstructies voor het personeel schriftelijk vast.

  • 3. Het afdelingshoofd brengt de Administratieve Organisatie en werkinstructies, als bedoeld onder lid 2, onverwijld ter kennis van de secretaris-generaal.

  • 4. Het afdelingshoofd ziet al dan niet door tussenkomst van het sectiehoofd op gepaste wijze toe op het gedrag en de wijze van dienstvervulling van het personeel werkzaam bij de afdeling.

Artikel 9

Het afdelingshoofd brengt jaarlijks vóór 15 januari schriftelijk verslag uit aan de secretaris-generaal betreffende de werkzaamheden die door de afdeling in het voorafgaande jaar zijn uitgevoerd en van andere vermeldenswaardige zaken die in aanmerking komen voor opneming in het jaarverslag van het ministerie.

Artikel 10

  • 1. Het diensthoofd van een uitvoerende organisatie is belast met de leiding van de dienst en is de eindverantwoordelijke voor het functioneren van de dienst.

  • 2. Het diensthoofd sluit jaarlijks een managementovereenkomst af met de secretaris-generaal waarin de kwaliteit en kwantiteit van de te leveren diensten worden vastgelegd alsmede de financiële en beleidskaders waarbinnen deze gerealiseerd moeten worden.

  • 3. Het diensthoofd neemt bij de uitvoering van deze taak de aanwijzingen en werkprocessen ten aanzien financiën, personeel, facilitaire zaken en ICT in acht.

  • 4. Het diensthoofd neemt op basis van een overeenkomst ondersteunende diensten af van de Dienst Middelen en Ondersteuning (DMO) met betrekking tot: personeel en organisatie, automatisering, archief- en informatievoorziening en facilitaire zaken.

  • 5. De artikelen 7, 8 en 9 zijn van overeenkomstige toepassing op uitvoerende diensten.

  • 6. Het diensthoofd verleent medewerking aan eventuele onderzoeken naar het functioneren van de dienst door een inspectiedienst of andere instanties door de secretaris-generaal aangewezen.

HOOFDSTUK IV: Doelstellingen en taken per afdeling of dienst

Artikel 11 Afdeling Justitiële Zaken

  • 1. Ter verwezenlijking van de doelstelling van het ministerie is de afdeling verantwoordelijk voor de volgende taken:

    • a.

      het opstellen van beleid en het doen van voorstellen voor het ontwikkelen, bijstellen, bewaken en (doen) uitvoeren van het beleid ten behoeve van activiteiten die strekken tot internalisatie van maatschappelijk aanvaardbare normen en waarden en normconform gedrag gebaseerd op vroegtijdige signalering en gedegen onderzoek, waaronder het budgettaire instrumentarium;

    • b.

      het opstellen van beleid en het doen van voorstellen voor het ontwikkelen, bijstellen, bewaken en (doen) uitvoeren van het beleid ten behoeve van effectieve en efficiënte opsporing en vervolging, alternatieve strafafdoening en slachtofferzorg, waaronder het budgettaire instrumentarium;

    • c.

      het bewaken van de kwaliteit van de rechtshandhaving en justitiële klachtenbehandeling;

    • d.

      het bewaken van de kwaliteit van de politie en het openbaar ministerie;

    • e.

      het voorbereiden, implementeren en beheren van de landelijke wet- en regelgeving inzake criminaliteitspreventie, de bevordering van de veiligheid, een effectieve en efficiënte opsporing en vervolging, alternatieve strafafdoening en slachtofferzorg, alsmede het monitoren van de naleving van deze wet- en regelgeving;

    • f.

      het voorbereiden, implementeren en beheren van het burgerlijk (proces)recht, handelsrecht, en het bestuursprocesrecht, alsmede het monitoren van de naleving van deze wet- en regelgeving;

    • g.

      het opstellen van beleid en het doen van voorstellen voor het ontwikkelen, bijstellen, bewaken en (doen) uitvoeren van het beleid ten behoeve van de handhaving van de fundamentele principes die aan de rechtsorde ten grondslag liggen en ten behoeve van de waarborging van fundamentele rechten en vrijheden, zulks in relatie tot het strafrechtelijk systeem, waaronder het budgettaire instrumentarium;

    • h.

      het voorbereiden, implementeren en beheren van de wet- en regelgeving ter waarborging van de fundamentele rechten en vrijheden van de mens, zulks in relatie tot het strafrechtelijk systeem, alsmede het monitoren van de naleving van deze wet- en regelgeving;

    • i.

      het voorbereiden, implementeren en beheren van de wet- en regelgeving ter bevordering van het welzijn en de resocialisatie van gedetineerden en de instandhouding van randvoorwaarden die nodig zijn voor een humane strafexecutie, alsmede het monitoren van de naleving van deze wet- en regelgeving;

    • j.

      het voorbereiden, implementeren en beheren van de wet- en regelgeving ter voorkoming van de zedelijke en lichamelijke ondergang van minderjarigen en de bevordering van op (weder)opvoeding gerichte activiteiten, alsmede het monitoren van de naleving van deze wet- en regelgeving;

    • k.

      het opstellen van beleid en het doen van voorstellen voor het ontwikkelen, bijstellen, bewaken en (doen) uitvoeren van het beleid ter bevordering van voorzieningen voor het welzijn en de resocialisatie van gedetineerden en instandhouding van de randvoorwaarden die nodig zijn voor een humane strafexecutie, waaronder het budgettaire instrumentarium;

    • l.

      het bewaken van de kwaliteit van de detentiezorg;

    • m.

      het bewaken van de kwaliteit van het reclasseringswezen en de slachtofferzorg;

    • n.

      het opstellen van beleid en het doen van voorstellen voor het ontwikkelen, bijstellen, bewaken en (doen) uitvoeren van het beleid ter voorkoming van zedelijke en lichamelijke ondergang van minderjarigen en de bevordering van op (weder) opvoeding gerichte activiteiten, waaronder het budgettaire instrumentarium;

    • o.

      het bewaken van de kwaliteit van de justitiële jeugdbescherming.

  • 2. De afdeling omvat de sectie Beleid en Wetgeving.

Artikel 12 Korps Politie Sint Maarten

  • 1. De algemene doelstelling van de dienst is: alert en professioneel ingrijpen bij (dreigende) strafbare feiten, ordeverstoringen, overlast en noodsituaties door een integere werkwijze die gebaseerd is op nabijheid, beschikbaarheid en voorspelbaarheid. Tevens het ondersteunen van het eigen vermogen van burgers en samenleving om veiligheidsproblemen in de eigen leefomgeving te voorkomen en beheersbaar te houden. Daarmee het vertrouwen in de rechtsstaat en het gevoel van mensen te bevorderen zodat zij leven in een maatschappij die naar rechtvaardigheid streeft en waarin het normaal is zich aan de regels te houden.

  • 2. Ter verwezenlijking van de doelstelling is de dienst verantwoordelijk voor de volgende taken;

    • a.

      het zorgdragen voor de uitvoering van het Nationaal Criminaliteitsbeleid;

    • b.

      handhaving van de openbare orde en de openbare rechtsorde;

    • c.

      opsporing van strafbare feiten;

    • d.

      hulpverlening bij nood;

    • e.

      signalering van en advisering bij (on)veiligheidssituaties;

    • f.

      het handhaven van verkeers- en vervoersregels.

  • 3. Het Korps Politie Sint Maarten is als volgt onderverdeeld:

    • a.

      Dienst Basispolitiezorg;

    • b.

      Dienst Opsporing;

    • c.

      Sectie Staf;

    • d.

      Sectie Bedrijfsvoering;

    • e.

      Unit Informatie;

    • f.

      Unit Executieve Ondersteuning.

Artikel 13 Gevangenis en Huis van Bewaring

  • 1. De algemene doelstellingen van de dienst zijn:

    • a.

      het op een humane wijze doen uitvoeren van detentie en overige rechtelijke vrijheidsbenemende maatregelen;

    • b.

      het aanbieden van programma’s om de resocialisatie van de gedetineerden te bevorderen.

  • 2. Ter verwezenlijking van de doelstelling is de dienst verantwoordelijk voor de volgende taken:

    • a.

      het in bewaring stellen of in hechtenis nemen van gedetineerden;

    • b.

      het zorgdragen voor een gestructureerde reïntegratieprogramma.

  • 3. De Gevangenis en Huis van Bewaring is als volgt onderverdeeld:

    • a.

      Sectie Ondersteuning;

    • b.

      Sectie Beveiliging;

    • c.

      Sectie Detentie;

    • d.

      Sectie Correctie;

    • e.

      Sectie Specialistische Detentie.

  • 4. Het Miss Lalie Center (MLC) maakt deel uit van de Gevangenis en Huis van Bewaring en is als volgt onderverdeeld:

    • a.

      Unit Ondersteuning;

    • b.

      Unit Correctie;

    • c.

      Unit Beveiliging.

Artikel 14 Immigratie- en Grensbewakingsdienst (Immigration and Border Protection Services)

  • 1. De algemene doelstelling van de dienst is het zorgdragen voor de coördinatie en uitvoering van een consequent, restrictief en transparant vreemdelingenbeleid waaronder toegang, toelating, (tijdelijk) verblijf, toezicht en terugkeer van vreemdelingen naar hun land van herkomst, alsmede de coördinatie van de uitvoering van de Rijkswet op het Nederlanderschap in Sint Maarten.

  • 2. Ter verwezenlijking van de doelstelling is de dienst verantwoordelijk voor de volgende taken:

    • a.

      de zorg voor de uitvoering van het visa beleid en afstemming hiervan met de Koninkrijkspartners en de Collectivité de Saint Martin;

    • b.

      de zorg voor het toegangsbeleid en de coördinatie van toegang tot Sint Maarten inclusief voorschriften voor de grensbewaking en controle ten aanzien van vreemdelingen;

    • c.

      de zorg voor de uitvoering van het toelatingsbeleid waaronder het ontwikkelen beleidsvoorstellen voor het verbeteren van de uitvoering hiervan;

    • d.

      de zorg voor het terugkeerbeleid en de coördinatie van terugkeer bij vrijwillig terugkeer of gedwongen terugkeer naar landen van herkomst van de vreemdelingen;

    • e.

      de zorg van het toezichtbeleid en de coördinatie van het toezicht op administratief, bestuursrechtelijk en handhavingsgebied;

    • f.

      de zorg voor de uitvoering van het naturalisatiebeleid op basis van de Rijkswet op het Nederlanderschap;

    • g.

      de zorg van de procesvertegenwoordiging van de Minister van Justitie in bestuursrechtelijke procedures.

  • 3. De Immigratie- en Grensbewakingsdienst (Immigration and Border Protection Services) is als volgt onderverdeeld:

    • a.

      Sectie Ondersteuning;

    • b.

      Sectie Compliance;

    • c.

      Sectie Toelating en Verblijf;

    • d.

      Sectie Grensbewaking, bestaande uit:

      Unit Mobiele Opsporing en Toezicht;

      Unit IGD-Detentie;

      Unit Informatie.

Artikel 15 Landsrecherche

  • 1. De algemene doelstelling van de dienst is: het verrichten van strafrechtelijke onderzoeken binnen het ambtelijk apparaat ten behoeve van het integer functioneren van dit apparaat.

  • 2. Ter verwezenlijking van de doelstelling is de dienst verantwoordelijk voor de volgende taken:

    • a.

      het verrichten van strafrechtelijke onderzoeken binnen het ambtelijk apparaat of ten aanzien van bekleders van een openbaar ambt;

    • b.

      het instellen van onderzoeken van strafrechtelijke aard binnen het politieapparaat welke door de procureur-generaal kan worden gelast;

    • c.

      het leveren van bijstand in opdracht van de procureur-generaal.

  • 3. De Landsrecherche is onderverdeeld als volgt:

    • a.

      Sectie Ondersteuning;

    • b.

      Sectie CID;

    • c.

      Sectie Specialismen;

    • d.

      Sectie Tactiek;

    • e.

      Sectie Informatie en Ondersteuning.

Artikel 16 Douane

  • 1. De algemene doelstelling van de dienst is: het beheersen van de goederenstroom langs de landsgrenzen.

  • 2. Ter verwezenlijking van de doelstelling is de dienst verantwoordelijk voor de volgende taken:

    • a.

      toezicht en controle van de in-, uit- en doorvoer van alle goederen langs de landsgrenzen;

    • b.

      opsporing van terzake in-, uit-, en doorvoer van verboden goederen en mede toezicht op de naleving van relevante wetgeving op het gebied van economie, gezondheid, milieu, veiligheid en financiën;

    • c.

      heffing en inning van alle invoerrechten en andere belastingen bij invoer;

    • d.

      bescherming van de kwaliteit van de samenleving (veiligheid, gezondheid, economie, flora en fauna, cultuur);

    • e.

      verstrekken van informatie voor het opstellen van handelsstatistieken;

    • f.

      verstrekken van informatie aan de Minister van Financiën ten behoeve van nationaal beleid en internationale samenwerking.

  • 3. De Douane is als volgt onderverdeeld:

    • a.

      Sectie Ondersteuning;

    • b.

      Sectie Havens;

    • c.

      Sectie Opsporing.

Artikel 17 Meldpunt Ongebruikelijke Transacties

  • 1. De algemene doelstelling van de dienst is: het op effectieve wijze opsporen en voorkomen van het witwassen van geld en de hieraan ten grondslag liggende misdrijven.

  • 2. Ter verwezenlijking van de doelstelling is de dienst verantwoordelijk voor de volgende taken:

    • a.

      het verzamelen, registreren, bewerken en analyseren van gegevens ter voorkoming en opsporing van het witwassen van geld en hieraan ten grondslag liggende misdrijven;

    • b.

      het verstrekken van gegevens aan de bevoegde autoriteiten;

    • c.

      het verrichten van onderzoeken naar de ontwikkelingen op het beleidsterrein en verbetering van de methoden voor opsporing en voorkoming;

    • d.

      het geven van aanbevelingen aan de relevante bedrijfstakken over te treffen maatregelen ter voorkoming van het witwassen van geld;

    • e.

      het geven van voorlichting;

    • f.

      het uitbrengen van periodieke verslagen aan de Ministers van Financiën en Justitie.

  • 3. Het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties is als volgt onderverdeeld:

    • a.

      Sectie Ondersteuning;

    • b.

      Sectie Toezicht en Handhaving;

    • c.

      Sectie Onderzoek.

HOOFDSTUK V: Slotbepalingen

Artikel 18

Het Organisatiebesluit Justitie wordt ingetrokken.

Artikel 19

Dit landsbesluit, houdende algemene maatregelen, treedt, gezien het spoedeisend belang hiervan als bedoeld in artikel 127, derde lid, van de Staatsregeling, in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Afkondigingsblad waarin deze wordt geplaatst en werkt terug tot en met 10 oktober 2010, met uitzondering van de hoofdstukken van de bijlage, genoemd in artikel 5, die betrekking hebben op de functieboeken van het Stafbureau, de Afdeling Justitiële Zaken, de Immigratie- en Grensbewakingsdienst, behoudens de sectie Grensbewaking, en het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties, die alle terugwerken tot en met 1 december 2021.

Artikel 20

Dit landsbesluit, houdende algemene maatregelen, wordt aangehaald als: Organisatiebesluit Justitie.

Dit landsbesluit, houdende algemene maatregelen, wordt met bijbehorende nota van toelichting in het Afkondigingsblad geplaatst.

De bijlage, genoemd in artikel 5, wordt ter inzage gelegd bij het Ministerie van Justitie.

Ondertekening

Gegeven te Philipsburg, de negentiende februari 2026

De Gouverneur van Sint Maarten

De vijfentwintigste februari 2026

De Minister van Justitie

Uitgegeven de negende maart 2026

De Minister van Algemene Zaken

Namens deze,

Hoofd afdeling Juridische Zaken & Wetgeving

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen deel

Dit landsbesluit, houdende algemene maatregelen, strekt tot het intrekken en vervangen van het Organisatiebesluit Justitie, zoals gewijzigd bij het landsbesluit, houdende algemene maatregelen, van 20 december 2021 tot wijziging van het Organisatiebesluit Justitie in verband met de introductie van het in de bijlage opgenomen Functieboek Justitie (AB 2021 no. 78) – verder te noemen: het Wijzigingsbesluit. Het betreft hier reparatieregelgeving conform de aanbevelingen van de Raad van Advies. Met het onderhavige landsbesluit, houdende algemene maatregelen, wordt alsnog erin voorzien dat de verschillende artikelen en onderdelen ervan, in het bijzonder van het Functieboek Justitie, op juiste wijste met terugwerkende kracht op verschillende tijdstippen in werking treden.

Georganiseerd overleg

Hoewel de onderhavige wijziging van sec formele aard is en geen materiële wijzigingen met zich brengt waarvoor overleg met de vakbonden vereist zou zijn, is in het kader van de voorbereiding van dit landsbesluit, houdende algemene maatregelen, overleg gepleegd met de CCSU. Daarbij zijn geen bezwaren geuit door de CCSU.

Raad van Advies

In diens advies van 25 april 2024, no. SM/02-24-LB heeft de Raad van Advies onder meer geadviseerd het Organisatiebesluit Justitie integraal in te trekken en opnieuw vast te stellen, met daarin een correcte, gedifferentieerde inwerkingtreding. Met het onderhavige landsbesluit, houdende algemene maatregelen, wordt uitvoering aan dit advies gegeven.

Financiële paragraaf

Voorop wordt gesteld dat het onderhavige landsbesluit, houdende algemene maatregelen, reparatieregelgeving betreft die uitsluitend van formeel-juridische aard is. Het besluit brengt geen materiële wijziging van het Organisatiebesluit Justitie of het Functieboek Justitie met zich en creëert geen nieuwe aanspraken. Het strekt ertoe de rechtszekerheid te herstellen door bevestiging van de geldende functie- en formatiegrondslagen met terugwerkende kracht. Strikt genomen brengt dit landsbesluit derhalve geen nieuwe financiële consequenties met zich. De hier beschreven financiële effecten betreffen reeds bestaande, eerder onderkende en begrote lasten die voortvloeien uit de materiële rechtspositie van het personeel.

De regering acht het aangewezen te benadrukken dat met de aan dit landsbesluit, houdende algemene maatregelen, verbonden terugwerkende kracht wordt beoogd de rechtszekerheid van de onder het Ministerie van Justitie ressorterende ambtenaren te waarborgen. Het gaat om een begunstigende regeling, waarbij de rechtspositie en belangen van deze ambtenaren centraal staan. De betrokken ambtenaren hebben sinds 10 oktober 2010 in relatieve onzekerheid gewerkt. Uit oogpunt van goed werkgeverschap mag het niet voor rekening en risico van de ambtenaren komen dat het Land Sint Maarten geruime tijd nodig heeft gehad om de rechtspositionele huishouding op orde te brengen. De regering beschouwt het daarom als de meest rechtvaardige oplossing om dit besluit met terugwerkende kracht te nemen.

De regering onderkent dat de precaire financiële situatie van het Land noopt tot uiterste zorgvuldigheid bij besluiten die aanzienlijke financiële gevolgen hebben, in het bijzonder wanneer deze leiden tot structurele lasten op de begroting. Tegelijkertijd is van belang dat het merendeel van de ambtenaren die door deze maatregel worden geraakt niet werkzaam is in de hoogste salarisschalen. Voor hen is een evenwichtige en eerlijke beloning essentieel, mede in verhouding tot vergelijkbare functies elders binnen het Koninkrijk. Daarbij komt dat de kosten van levensonderhoud op Sint Maarten sinds 2010 aanzienlijk zijn gestegen.

De eenmalige kosten die voortvloeien uit de correctie met terugwerkende kracht voor zowel actieve als inactieve ambtenaren, als gevolg van de retroactieve toepassing van het Functieboek Justitie en de bijbehorende salaristabellen tot 10 oktober 2010, worden geraamd op ongeveer Cg 44,6 miljoen. Dit bedrag omvat de werkgeversbijdragen voor pensioen- en sociale premies.

De raming betreft circa 760 (actieve en voormalige) ambtenaren over de periode 10 oktober 2010 tot eind 2023. De uiteindelijke financiële impact kan pas definitief worden vastgesteld nadat per individuele ambtenaar de plaatsing bij landsbesluit is bekrachtigd en onherroepelijk is geworden. De lasten bestaan uit een incidenteel bedrag van Cg 44,588,500 en een structureel bedrag van Cg 2,335,935 per jaar. Conform artikel 20, tweede lid, van de Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten is vooraf advies ingewonnen bij de Minister van Financiën. Deze heeft op 10 juli 2023 positief geadviseerd en bevestigd dat zowel de incidentele last als de structurele jaarlijkse kosten binnen de begroting 2023 kunnen worden opgevangen.

Het incidentele bedrag is opgebouwd uit:

  • -

    Cg 38,772,609 aan salariskosten (inclusief vakantiegelden, werkgeversbijdragen pensioen en sociale premies);

  • -

    Cg 3,877,261 als correctiefactor (10%) voor niet-actief personeel;

  • -

    Cg 1,938,630 als foutmarge (5%).

Van dit bedrag wordt ongeveer 34,4% ingehouden voor pensioen- en sociale premies en circa Cg 8,7 miljoen aan loonbelasting. De berekening omvat tevens een inschatting van mogelijke lasten voor voormalige ambtenaren die met pensioen zijn gegaan of zijn overleden, inclusief de rechten van nabestaanden.

Conform het convenant met de vakbonden en het georganiseerd overleg (CCSU) zal de uitbetaling plaatsvinden in termijnen gedurende een periode van één tot tien jaar. Hiervoor wordt vanaf 2024 jaarlijks circa Cg 5 miljoen gereserveerd in de meerjarenbegroting.

Artikelsgewijs deel

Artikelen 1 tot en met 18

Het Organisatiebesluit Justitie heeft als geheel reeds het volledige wetgevingstraject doorlopen. De inhoud van de afzonderlijke artikelen behoeft daarom geen nadere bespreking. Het intrekken en opnieuw vaststellen van de regeling wordt een juridisch juiste en effectieve methode geacht om de gefaseerde inwerkingtreding ervan alsnog op correcte wijze te regelen.

Artikel 19

Dit artikel regelt de gefaseerde en onmiddellijke inwerkingtreding van dit landsbesluit, houdende algemene maatregelen. De intrekking en vervanging van het Organisatiebesluit Justitie is aan te merken als reparatieregelgeving in de zin van artikel 17, tweede lid, onderdeel c, van de Landsverordening Constitutioneel Hof. Daarmee wordt een gebleken onjuistheid hersteld in de inwerkingtredingsbepaling van het wijzigingsbesluit van 20 december 2021 (AB 2021 no. 78) en in het daarop gebaseerde inwerkingtredingsbesluit van 22 december 2023 (AB 2023 no. 68, LB-23/653).

Met laatstgenoemd landsbesluit is ten onrechte één uniforme inwerkingtredingsdatum - 20 december 2021 - vastgesteld. Daarmee is voorbijgegaan aan de historische en juridische werkelijkheid dat een aantal functieboeken – te weten die van het Korps Politie Sint Maarten, de Landsrecherche, de Douane, de sectie Grensbewaking en de Gevangenis en Huis van Bewaring – reeds met ingang van 10 oktober 2010 in werking had moeten treden, zodat de desbetreffende organisaties, functiebeschrijvingen en salarisschalen vanaf de staatkundige hervorming een formele wettelijke grondslag zouden hebben.

Voor de organisatieonderdelen waarvoor bestaande functieboeken werden vervangen – het Stafbureau, de Afdeling Justitiële Zaken, het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties en de Immigratie- en Grensbewakingsdienst (met uitzondering van de sectie Grensbewaking) – is gekozen voor 1 december 2021, in plaats van 20 december 2021, als inwerkingtredingsdatum opdat wordt voorkomen dat wijzigingen midden in een maand ingrijpen in plaatsings- of salarisprocessen.

De Minister van Justitie