Nadere regels Aanjaagsubsidie Organiserend Vermogen Bedrijventerreinen Provincie Flevoland

Geldend van 24-03-2026 t/m heden

Intitulé

Nadere regels Aanjaagsubsidie Organiserend Vermogen Bedrijventerreinen Provincie Flevoland

Het college van Gedeputeerde Staten van Flevoland,

overwegende dat:

Provinciale Staten bij besluit van 8 april 2025 budget beschikbaar hebben gesteld voor “Ontzorgingsprogramma verduurzaming kleine en micro mkb-ondernemingen en bedrijventerreinen” 2024-2027. Hierbij hebben Provinciale Staten aangegeven dat deze middelen beschikbaar moeten worden gesteld door middel van subsidiering;

de Algemene Subsidieverordening Flevoland 2023 een procedureel kader geeft voor subsidiering van activiteiten die passen in het provinciaal beleid;

in deze Algemene Subsidieverordening Flevoland 2023 aan Gedeputeerde Staten de bevoegdheid is toegekend om nadere regels vast te stellen die onder meer betrekking hebben op subsidiecriteria;

gelet op het bepaalde in artikel 4, eerste lid van de Algemene Subsidieverordening Flevoland 2023.

BESLUITEN:

De volgende nadere regels vast te stellen:

Nadere regels Aanjaagsubsidie Organiserend Vermogen Bedrijventerreinen 2025 - 2027

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze nadere regels wordt verstaan onder:

  • a.

    ASF 2023: De Algemene Subsidieverordening Flevoland 2023;

  • b.

    bedrijventerrein: terrein dat vanwege zijn functie geschikt is voor gebruik door handel, nijverheid, industrie en commerciële en niet-commerciële dienstverlening door meer dan één bedrijf, is opgenomen in de IBIS-lijst en een minimale omvang heeft van 5 hectare netto;

  • c.

    collectief van bedrijven: meerdere, minimaal 3, juridisch zelfstandige ondernemingen die hun krachten bundelen om een gezamenlijk doel na te streven, dan wel een bestaande juridische samenwerkingsentiteit op een bedrijventerrein zoals een parkmanagementorganisatie, bedrijveninvesteringszone, coöperatie of VvE;

  • d.

    verduurzaming: alle activiteiten die bijdragen aan het realiseren van een toekomstbestendig bedrijventerrein en die vallen binnen een van de volgende thema’s:

    • 1.

      energietransitie inclusief gebiedsgerichte aanpak energiebesparing, netcongestie bij bedrijven en smart energy hubs;

    • 2.

      duurzaam watergebruik inclusief gebiedsgerichte aanpak waterbesparing bij bedrijven;

    • 3.

      circulariteit;

    • 4.

      klimaatadaptatie;

    • 5.

      biodiversiteit;

    • 6.

      weerbaarheid tegen criminaliteit en ondermijning;

    • 7.

      gedeelde (slimme) laadinfrastructuur of collectief aanbod van duurzame brandstoffen/energiedragers.

    • 8.

      collectieve vormen van vervoer van en naar een bedrijventerrein

Artikel 2. Doel van de nadere regels

Deze nadere regels hebben tot doel:

  • a.

    om het opzetten of opschalen, uitbreiden of intensiveren van een vorm van organiserend vermogen op een bedrijventerrein te stimuleren, ten behoeve van de verduurzaming, conform de uitvoering van de Economische Visie 2030 en de daaruit voortkomende Programmalijn Ruimtelijk Economische Ontwikkeling;

  • b.

    om aan potentiële aanvragers duidelijkheid te verschaffen welke specifieke bepalingen gelden om voor subsidie in aanmerking te komen.

Artikel 3. Doelgroep

Subsidie kan worden aangevraagd door een collectief van bedrijven op bedrijventerreinen onder voorwaarde dat het kan worden aangevraagd door rechtsvormen met of zonder rechtspersoonlijkheid.

Artikel 4. Subsidievorm

  • 1. Gedeputeerde Staten kunnen op grond van deze nadere regels een éénmalige subsidie verstrekken.

  • 2. De subsidie, bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt in de vorm van een geldbedrag.

Artikel 5. Hoogte van de subsidie

De subsidie bedraagt maximaal € 22.000.

Artikel 6. Subsidieplafond

Het subsidieplafond voor deze regeling bedraagt € 418.000,00.

Artikel 7. Aanvraagtermijn

Subsidieaanvragen kunnen vanaf 24 maart tot en met 2 maart 2027 worden ingediend.

Artikel 8. Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens

In aanvulling op de in te dienen gegevens op grond van artikel 15 van de ASF 2023 wordt bij de aanvraag een schriftelijke onderbouwing verstrekt waaruit blijkt hoe aan de criteria wordt voldaan van artikel 10 van deze nadere regels. De aanvrager maakt gebruik van het vooroverlegformulier, zoals bedoeld in artikel 16 van deze nadere regels.

Artikel 9. Weigeringsgronden

In aanvulling op artikel 12 eerste lid van de ASF 2023, wordt een subsidieaanvraag in ieder geval geweigerd wanneer:

  • a.

    de aanvraag niet voldoet aan deze nadere regels;

  • b.

    voor dezelfde activiteit reeds subsidie is verstrekt op basis van deze nadere regels;

  • c.

    het subsidieplafond is bereikt;

  • d.

    de aanvrager een overheidsinstelling betreft.

Artikel 10. Subsidiecriteria

Om voor een subsidie in aanmerking te kunnen komen, moeten de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd voldoen aan de volgende subsidiecriteria:

  • a.

    de procesondersteuning heeft betrekking op minimaal één bedrijventerrein in Flevoland;

  • b.

    er is draagvlak voor de procesondersteuning bij de gemeente waar het bedrijventerrein gelegen is, en het bedrijfsleven, dat onder meer bestaat uit op het bedrijventerrein gevestigde bedrijven, betrokken ondernemersverenigingen en/ of brancheorganisatie(s), en;

  • c.

    de aanjaagactiviteiten zijn gericht op het opzetten, opschalen, uitbreiden of intensiveren van het organiserend vermogen van het bedrijventerrein.

Artikel 11. Subsidiabele kosten

Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor de kosten die redelijkerwijs als noodzakelijk kunnen worden beschouwd voor:

  • a.

    de kosten voor inhuur van (externe) deskundigen of aanjager(s);

  • b.

    de kosten die direct verbonden zijn en gepaard gaan met, en ondersteunend zijn aan, het aanjagen, waaronder, maar niet uitsluitend:

    • I.

      het organiseren van (ondernemers)bijeenkomsten;

    • II.

      het informeren en communiceren over de aanjaagactiviteiten.

Artikel 12. Niet subsidiabele kosten

In aanvulling op artikel 9 van de ASF 2023 zijn de volgende kosten niet subsidiabel:

  • a.

    kosten in de projectvoorbereiding en het opstellen van een projectplan ten behoeve van Aanjaagsubsidie Organiserend Vermogen Bedrijventerreinen;

  • b.

    kosten die voortvloeien uit dan wel te maken hebben met personele inzet van medewerkers die werkzaam zijn voor de overheid;

  • c.

    Doorbelaste kosten van andere ondernemingen/instellingen/burgers die uit één of meer dezelfde bestuursleden/eigenaren bestaan.

Artikel 13. Verdeelcriteria

  • 1. Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2. Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van ontvangst.

  • 3. Voor zover door verstrekking van subsidie voor aanvragen, die op dezelfde dag zijn ontvangen, het subsidieplafond wordt overschreden vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats op basis van de hoogte van het aangevraagde subsidiebedrag, waarbij een lager aangevraagd subsidiebedrag voorgaat op een hoger aangevraagd subsidiebedrag.

  • 4. Indien toepassing van het derde lid ertoe leidt dat subsidieaanvragen op een gelijke plaats eindigen, wordt de onderlinge rangschikking van die aanvragen bepaald door middel van loting.

Artikel 14. Subsidievaststelling

  • 1. Gedeputeerde Staten stellen de subsidie ambtshalve vast.

  • 2. Een gereedmelding bevat tenminste een rapportage waarin de opgeleverde eindproducten, conclusies en resultaten staan beschreven.

Artikel 15. Verplichtingen subsidieontvanger

In aanvulling op de artikelen 20 tot en met 24 van de ASF 2023 is de subsidieontvanger verplicht:

  • a.

    medewerking te verlenen aan een daartoe bevoegd persoon die in opdracht van de provincie Flevoland ter plaatse vaststelt of subsidiabele activiteiten daadwerkelijk zijn uitgevoerd;

  • b.

    binnen 24 maanden na datum van de subsidieverlening de subsidiabele activiteit te hebben uitgevoerd;

Artikel 16. Vooroverleg

  • 1. Voordat een aanvraag wordt ingediend, vindt een vooroverleg met de Regionale Ontwikkelmaatschappij Flevoland (Horizon) plaats dat aangevraagd wordt met het daarvoor vastgestelde vooroverlegformulier.

  • 2. Het vooroverleg vindt plaats binnen zes weken na ontvangst van het vooroverlegformulier. Tijdens het vooroverleg wordt in ieder geval aan de orde gesteld:

    • a.

      informatie over het bedrijventerrein (o.a. IBIS-nummer, locatie aantal bedrijven);

    • b.

      aan- of afwezigheid van organiserend vermogen op het bedrijventerrein;

    • c.

      het thema, of de thema’s, waarop het aanjagen van collectiviteit (organiserend vermogen) betrekking heeft;

    • d.

      de mate waarin de beoogde aanjaagactiviteiten bijdragen aan de toekomstbestendigheid van het bedrijventerrein;

    • e.

      draagvlak voor de aanjaagactiviteiten: participatie- en investeringsbereidheid van betrokken stakeholders, waaronder, maar niet uitsluitend het aantal bedrijven, ondernemersverenigingen, bedrijvenkringen, gemeente;

    • f.

      overige financieringsmogelijkheden;

    • g.

      realistische planning en uitvoeringstermijn;

    • h.

      welke informatie bij de aanvraag wordt ingediend.

Artikel 17. Evaluatie

  • 1. De subsidieontvanger werkt mee aan een onderzoek dat erop gericht is de doeltreffendheid en de effecten van de subsidieverstrekking te evalueren.

  • 2. Aan het besluit tot het verlenen van een subsidie kunnen voorschriften worden verbonden over het verstrekken van inlichtingen, gegevens en stukken voor een evaluatie.

Artikel 18. Inwerkingtreding

Deze nadere regels treden in werking met ingang van de dag na bekendmaking in het Provinciaal Blad

Artikel 19. Citeertitel

Dit besluit kan worden aangehaald als: “nadere regels Aanjaagsubsidie Organiserend Vermogen Bedrijventerreinen Provincie Flevoland”.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van 10 maart 2026

Gedeputeerde Staten,

de secretaris,

de voorzitter,