Uitvoering & Handhaving Strategie Omgevingstaken

Geldend van 18-03-2026 t/m heden

Intitulé

Uitvoering & Handhaving Strategie Omgevingstaken

Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Gooise Meren 2026-2029

De Uitvoering & Handhaving Strategie Omgevingstaken (hierna: U&H Strategie) geeft invulling aan de wettelijke plicht van de gemeente om een vastgestelde uitvoeringsstrategie te hebben voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) omgevingsrecht. Daarnaast geeft het de visie en ambities weer van het bestuur ten aanzien van de VTH-taken van de gemeente en hoe dit is vertaald naar doelen, maatregelen en uitvoering.

De U&H Strategie vormt de basis van het jaarlijks op te stellen uitvoeringsprogramma V en T&H. De stand van de uitvoering wordt jaarlijks weergegeven in het Verslag V en T&H.

De U&H Strategie treedt in werking met ingang van de datum van bekendmaking en zal geldig zijn totdat dit wordt vervangen door een nieuwere U&H Strategie Omgevingstaken Gooise Meren. Deze U&H Strategie 2026-2029 vervangt het VTH-Beleid 2021-2025 en het Addendum beleidsplan.

Dit besluit wordt bekendgemaakt door de gemeente via overheid.nl en via de gebruikelijke kanalen.

Afkortingen

AMvB Algemene Maatregel van Bestuur (Rijk)

APV Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Gooise Meren

Awb Algemene wet bestuursrecht

Bal Besluit activiteiten leefomgeving (AMvB onder de Omgevingswet)

Bbl Besluit bouwwerken leefomgeving (AMvB onder de Omgevingswet)

BGV Brandweer Gooi en Vechtstreek

BOA Buitengewoon opsporingsambtenaar

B&W Burgemeester en wethouders van de gemeente Gooise Meren

Bkl Besluit kwaliteit leefomgeving (AMvB onder de Omgevingswet)

BSB bestuurlijke strafbeschikking

CJIB Centraal Justitieel Incassobureau

CUP College-uitvoeringsprogramma 2023-2026

ETFAL Evenwichtige toedeling van functies aan locaties (de centrale toetsingsnorm onder de Omgevingswet)

IBT Interbestuurlijk Toezicht (door de Provincie op de gemeente)

LHSO Landelijke Handhaving Strategie Omgevingswet

Ob Omgevingsbesluit (AMvB onder de Omgevingswet)

OFGV Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek (milieu)

Ow Omgevingswet

Or Omgevingsregeling (Regeling onder de Omgevingswet)

Raad Raad van de gemeente van Gooise Meren

RIEC Regionale Informatie- en Expertisecentrum, ondersteunt deelnemers bij de aanpak van georganiseerde criminaliteit

U&H Uitvoering en Handhaving

VFL Verordening Fysieke Leefomgeving van de gemeente Gooise Meren

VNG Vereniging Nederlandse Gemeenten

VTH Vergunningen, Toezicht en Handhaving (de taken)

V de afdeling Vergunningen

T&H de afdeling Toezicht en Handhaving

Definities VTH

Ter definiëring van deze strategie wordt gebruik gemaakt van de termen vergunningen, toezicht en handhaving. In dat kader worden deze begrippen in deze nota als volgt gedefinieerd.

Vergunningverlening

In het omgevingsrecht wordt onder vergunningverlening verstaan het beoordelen en toetsen van aanvragen aan geldende wet- en regelgeving. Belangrijk is dat men zich hierbij realiseert dat het vaak gaat om het toetsen aan landelijke wetgeving. Uiteindelijk moet dit resulteren in een kwalitatief goed besluit, eventueel met voorschriften, binnen de hiervoor geldende proceduretijd.

Toezicht

Onder toezicht verstaat men het uitvoeren van controles en het naar aanleiding van klachten of meldingen verzamelen van informatie, teneinde te beoordelen of een handeling of zaak voldoet aan de daaraan gestelde eisen in wet en/of regelgeving. Preventief toezicht wordt onderscheiden van repressief (handhavings-)toezicht, waarbij het leed al (grotendeels) is geschied. Preventief toezicht wordt ingezet om naleving te bevorderen en overtreding te voorkomen dan wel te beperken. Het resultaat van preventief toezicht kan zijn dat voorschriften, zonder inzet van verdere handhavingsmiddelen, worden nageleefd. Toezicht omvat een breed scala aan activiteiten, waaronder in een voorlichtende, meedenkende en adviserende rol. Door middel van aansporing, overreding of een waarschuwing kan eventueel worden bereikt dat de voorschriften alsnog worden nageleefd. Indien ondanks dit voorgaande het gewenste effect niet bereikt wordt zal overgegaan worden tot handhaving.

Handhaving

Bij handhaving wordt gebruik gemaakt van de bestuursrechtelijke instrumenten die de gemeente, op grond van artikel 125 van de Gemeentewet, tot haar beschikking staan om de overtreding ongedaan te (laten) maken. De handhavingsinstrumenten die tot de beschikking staan, zijn het opleggen van een last onder dwangsom, het opleggen van een last onder bestuursdwang, het geheel of gedeeltelijk intrekken van een vergunning of ontheffing, het stellen van nadere voorwaarden en, waar dit mogelijk is, het opleggen van een bestuurlijke boete. Bestuursrechtelijke handhaving is, met uitzondering van de bestuurlijke boete, niet gericht op straffen maar op het opheffen van de strijdige situatie. Waar nodig kan met samenwerkingspartners echter ook besloten worden om, naast het bestuursrechtelijke traject, ook strafrechtelijk op te treden.

Bestuurlijke samenvatting

Inleiding

Dit is de Uitvoering & Handhaving Strategie Omgevingstaken (hierna: U&H Strategie) voor de fysieke leefomgeving van de gemeente Gooise Meren. Er wordt steeds meer integraal en programmagericht gewerkt. Elementen die daarbij steeds terugkeren zijn effectievere en efficiëntere handhaving, vermindering van de administratieve lasten, optimaliseren van de dienstverlening, minder vergunningplichtige activiteiten en in plaats daarvan meer algemene regels. Ook in Gooise Meren wordt een beroep gedaan op de eigen verantwoordelijkheid van burgers en bedrijven. Tegelijkertijd vraagt de samenleving dat vergunningverlening, toezicht en handhaving eenduidiger, uniform en begrijpelijk zijn.

Deze U&H Strategie geeft de bestuurlijke uitgangspunten en beleidskeuzes weer over de regelgeving op het gebied van het omgevingsrecht. Daaronder vallen bouwen, milieu en brandveiligheid. Daarnaast is ook een aantal taken opgenomen die voortkomen uit bijzondere wetten, zoals de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), de Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL), en de Alcoholwet. Ook de werkzaamheden van de buitengewoon opsporingsambtenaren (BOA’s) zijn meegenomen in dit plan. Op grond van de uitgangspunten, beleidskeuzes en een omgevingsanalyse zijn prioriteiten en operationele doelstellingen voor vergunningverlening, toezicht en handhaving geformuleerd.

Deze U&H Strategie wordt door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gooise Meren vastgesteld en daarna ter kennisname aan de gemeenteraad toegestuurd en gepubliceerd op de website overheid.nl en de gemeentelijke website.

Gooise Meren wil een veilige, schone en gezonde woon-, werk- en leefomgeving zijn voor haar inwoners, bedrijven en instellingen. Dit wil zij bereiken door veiligheid, leefbaarheid en duurzaamheid te vergroten en te waarborgen. Een servicegerichte, professionele en transparante dienstverlening op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving levert hieraan een belangrijke bijdrage. Vakkundigheid, betrokkenheid, behoorlijk bestuur, samenwerking en klantgerichtheid zijn daarbij kernwaarden.

Daarnaast is het hebben van een omgeving met een hoge ruimtelijk kwaliteit een belangrijk doel van de gemeente. Daaraan draagt deze U&H Strategie in hoge mate bij. Tenslotte wordt er ook wat van inwoners en bedrijven verwacht. In eerste instantie zijn zij zelf verantwoordelijk voor het in stand houden van een schone, veilige en leefbare leefomgeving.

De U&H Strategie 2026-2029 vervangt het VTH-Beleid 2021-2025.

Doelen voor de periode 2026-2029

In hoofdstuk 3.2 zijn algemene doelen geformuleerd voor deze vier jaar.

Dit zijn kwaliteitsdoelen van de reguliere, structurele wettelijke taken op de gebieden van vergunningverlening, toezicht en handhaving.

Daarnaast worden projecten voor de komende jaren genoemd, enkele voorbeelden:

  • Vergunningen (3.4.6),

Implementatie Ligplaatsen

Vuurwerkverbod

  • Toezicht (3.5.4)

Regio BOA tafel op politie meldkamer

Bereikbaarheid BOA’s verbeteren

Aanpak “waternomades”

  • Handhaving (3.5.4).

Projectmatige, gebiedsgerichte aanpak van bergingen in de voortuin, dakterrassen, erfafscheidingen, het herziene omgevingsplan bedrijventerrein Gooimeer-zuid.

Wat is er veranderd ten opzichte van het VTH Beleid 2021-2025?

De belangrijkste veranderingen zijn:

  • Wabo werd Omgevingswet, met nieuwe processen en procedures, met name voor bouwinitiatieven die vaker integraal worden beoordeeld

  • Met de wet wijzigde de naam van deze nota van VTH Beleid in U&H Strategie

  • De afdeling VTH is heringericht in de afdeling Vergunningen en de afdeling Toezicht & Handhaving als gevolg van de organisatieverandering

  • De wijzigingen uit het Addendum zijn opgenomen in deze U&H Strategie

  • Zaken die jaarlijks in het Programma V en TH terugkeren zijn in de U&H Strategie opgenomen en zullen niet, of zo beperkt mogelijk, jaarlijks worden herhaald in het Programma

  • Voor het Welstandsvrij beleid is een apart monitoringsplan opgesteld.

  • We zijn overgestapt van de LHS naar de LHSO = Landelijke handhavingsstrategie Omgevingswet, zie bijlage 10

  • De Leidraad dwangsommen en begunstigingstermijnen is geactualiseerd en opgenomen als bijlage 7

  • Nieuw beleidskeuzes Wet kwaliteitsborging bouwen bijlage 3

  • Nieuw beleid Bestuurlijke boete bijlage 8

  • Nieuw beleid Goed verhuurderschap bijlage 9

  • Waternet is per 1-1-2026 Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) geworden

U&H Strategie

Met deze U&H Strategie V en T&H legt het college de basis voor de programmatische en integrale uitvoering van de wettelijke taken op het gebied van het omgevingsrecht en het bereiken van de doelstellingen uit het collegeprogramma. Daarbij wordt invulling gegeven aan de visie van Gooise Meren: het creëren van een woon- en leefomgeving waarin de inwoners veilig zijn, zich veilig voelen en eventuele risico’s beperkt of voorkomen worden.

De U&H Strategie bevat een risicoanalyse met prioriteiten van de taken op het gebied van omgevingsrecht. De prioritering bepaalt de inzet op toetsing, toezicht en handhaving.

De uitgangspunten voor de VTH-werkzaamheden, zoals op welke wijze vergunningaanvragen worden getoetst, op welke punten wordt gecontroleerd bij verschillende bouwprojecten en welke toezichts- en handhavingsinstrumenten worden ingezet, worden beschreven. Op het gebied van vergunningverlening zijn doelstellingen en prestatie indicatoren opgenomen ten aanzien van de afhandeling. Daarbij zijn risico’s in kaart gebracht en is aan de hand daarvan en op basis van landelijke normen het niveau van toetsing vastgelegd. Voor toezicht en handhaving zijn prestatie-indicatoren vastgelegd.

Met deze U&H Strategie VTH wordt voldaan aan alle wettelijk eisen. Die omvatten een probleemanalyse, doelen en prioritering en strategieën voor vergunningen, toezicht en handhaving. Vergunningverlening enerzijds en toezicht en handhaving anderzijds is gescheiden, er is een regeling voor 24-uurs bereikbaarheid bij klachten en meldingen, hoe de gemeente ten aanzien van toezicht en handhaving met de eigen organisatie omgaat, hoe de samenwerking gezocht wordt met anderen, zowel intern als extern, etc.

1 Inleiding

1.1 Algemeen

In dit document staat de integrale strategie van de gemeente Gooise Meren op het gebied van vergunningverlening en toezicht in de fysieke leefomgeving voor de komende jaren.

De keuzes ten aanzien van de taken die de gemeente de komende vier jaar uitvoert, worden in deze U&H Strategie gemaakt. Deze keuzes worden grotendeels bepaald door het uitvoeren van een omgevingsanalyse (probleem- en risicoanalyse). Bij deze analyse is een inschatting gemaakt van de ernst van mogelijke effecten die overtredingen van regels kunnen hebben en de verwachte overtredingskans. Door de risico’s op deze manier in kaart te brengen is het mogelijk om risicogericht te werken. Hierdoor kan de beschikbare capaciteit adequaat ingezet. Dit wil overigens niet zeggen dat het bestuur geen keuzevrijheid meer heeft om bepaalde zaken ondanks een lagere prioriteit toch uit te voeren. Het bestuur zal dan motiveren waarom van de U&H Strategie wordt afgeweken. Het maken van andere keuzes heeft gevolgen voor de uitvoering van taken met een, in eerdere aanleg gestelde, hogere prioriteit.

1.2 Afbakening

De fysieke leefomgeving kent veel aspecten die impact kunnen hebben op de openbare ruimte en daardoor de kwaliteit van die omgeving kunnen beïnvloeden. De U&H Strategie richt zich specifiek op de VTH-taken die voortvloeien uit het omgevingsrecht zoals dat in wetten en andere regelgeving is vastgelegd. Te denken valt aan de uitvoerende taken op het gebied van bouwen, ruimtelijke ordening, brandveiligheid, de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en bijzondere wetten zoals de Alcoholwet en de Wet op de kansspelen (Wok).

Sinds 2013 heeft Gooise Meren haar milieutaken ondergebracht bij de Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek (OFGV). De OFGV is een regionale uitvoeringsorganisatie voor milieutaken. Dit geldt voor groene wetten, geluid, bodemsanering, luchtvaart, vuurwerk, asbest, enzovoort. De OFGV is verantwoordelijk voor vergunningverlening, toezicht en handhaving van milieuwetgeving. Ook adviseert de OFGV bij diverse ruimtelijke onderwerpen en andere vergunningprocedures, bijvoorbeeld ten aanzien van geluid (ook bij evenementen), externe veiligheid en bodemkwaliteit. De OFGV voert taken uit voor twee provincies (Flevoland en Noord-Holland) en voor alle gemeenten uit zowel Flevoland als de Gooi en Vechtstreek. De OFGV is gevestigd in Lelystad.

De U&H Strategie op milieugebied is opgenomen in het Regionale Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027 Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek, specifiek voor de taken die de OFGV uitvoert voor haar partners, zoals de gemeente Gooise Meren. Het is wettelijk verplicht om een uniforme strategie voor in ieder geval de basistaken (taken die verplicht zijn overgedragen aan de Omgevingsdienst) op te stellen. Aan deze verplichting is hiermee voldaan. Het thema milieu is daarom geen onderdeel van deze U&H Strategie.

Het instrument ‘projectbesluit’, zoals bedoeld in de Omgevingswet (bedoeld voor het realiseren van complexe projecten met een publiek belang, zoals infrastructuur, waterveiligheid of energievoorzieningen), wordt niet omschreven. Dit, omdat een projectbesluit alleen door gemeenten in uitzonderlijke gevallen mag worden genomen, als het Rijk of de provincie dit expliciet bepaalt. Dat is in de gemeente Gooise Meren momenteel niet aan de orde en wordt ook niet verwacht. Mocht dat wel gebeuren, zal dit worden opgepakt conform afdeling 5.2 van de Omgevingswet.

De uitvoering van taken op het gebied van sociale wetgeving, kinderopvang, leerplicht, belastingen en heffingen en de bevolkingsadministratie vallen niet onder het omgevingsrecht en zijn evenmin bij de afdelingen Vergunningen en Toezicht & Handhaving ondergebracht. Ze vallen om die reden niet onder deze U&H Strategie.

1.3 Leeswijzer en opbouw

De U&H Strategie begint met een bestuurlijke samenvatting. Ook staan daar de belangrijkste verschillen met het VTH Beleid 2022-2025 opgesomd.

Daarna is de structuur bepaald aan de hand van de volgende vragen:

  • Waarom maken we deze U&H Strategie? - Hoofdstuk 1 Inleiding en hoofdstuk 2 Kader.

  • Wat gaan we doen? - Hoofdstuk 3 Doelen, risicoanalyse en prioriteiten.

  • Hoe gaan we dat doen? - Hoofdstuk 4 Mensen en middelen en hoofdstuk 5 samenwerking.

In de bijlagen zijn diverse strategieën en uitvoeringsbeleid opgenomen. Zo wordt een compleet overzicht geboden.

In de U&H Strategie zijn aantallen opgenomen, zoals van formatie. Deze getallen kunnen wijzigen, het is geen statisch gegeven.

De exacte getallen worden jaarlijks, waar relevant, opgenomen in het Verslag VTH.

2 Kader

2.1 Waarom een U&H-strategie?

Het opstellen van meerjaren U&H-Strategie, jaarlijks een uitvoeringsprogramma en een jaarverslag is een verplichting volgens de Omgevingswet. De provincie ziet vanuit het kader van Interbestuurlijk Toezicht (IBT) toe of een strategische en operationele strategie aanwezig is die voldoet aan de gestelde procescriteria.

De U&H Strategie 2026-2029 vervangt het VTH-Beleid 2021-2025. Onder de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht ( Wabo) was het voor gemeenten verplicht een VTH-Beleid te maken. Onder de Omgevingswet heet deze verplichting Uitvoering & Handhaving Strategie. De wijzigingen zijn ingegeven door de gewijzigde actualiteit. De wettelijke eisen zijn hetzelfde; wat dat betreft is alleen de naam veranderd.

Met de vaststelling van deze beleidsnota wordt voldaan aan de kwaliteitseisen ten aanzien van de procescriteria uit de Wet VTH.

2.2 Beleidscyclus

De U&H Strategie is gebaseerd op de zogenaamde BIG-8. Dit model is ontworpen voor overheden in het kader van kwaliteitsmanagement. Het maakt vanuit een strategisch kader de vertaling naar operationeel strategie ten behoeve van kwaliteitsborging, samen met een sluitende planning en control cyclus.

afbeelding binnen de regeling

De BIG-8 is een dubbele plan-do-check-act cyclus waarbij strategie en uitvoering twee cirkels vormen die in elkaar grijpen en daardoor verbonden zijn. Hierdoor worden werkzaamheden doelmatig en planmatig uitgevoerd.

Figuur 1 U&H strategie heeft betrekking op de proceseisen in de eerste drie stappen van de BIG 8

De U&H-strategie betreft de eerste drie stappen van de BIG 8.

Stap 1 Rapportage en evaluatie

Stap 2 Strategisch beleidskader

Stap 3 Operationeel beleidskader

VTH uitvoeringsprogramma

Jaarlijks worden de algemene doelstellingen uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma en vastgesteld door het college van B&W.

In het uitvoeringsprogramma VTH worden de volgende elementen opgenomen:

  • -

    Een prognose van het soort en aantal vergunningen, ontheffingen en meldingen;

  • -

    De voorgenomen toezichts- en handhavingsactiviteiten voor dat jaar;

  • -

    De te realiseren productie in termen van controlebezoeken en handhavingsacties;

  • -

    De relatie met de gestelde ambities, doelen en prioriteiten in dit beleidsplan.

De doelstellingen zijn gebaseerd op de prioriteiten en gerelateerd aan de aanwezige capaciteit en (financiële) middelen.

2.3 Terugblik en evaluatie

VTH Jaarverslag

Jaarlijks wordt een verslag gemaakt, waarin de uitgevoerde activiteiten worden weergegeven en aangegeven, of en in hoeverre het gevoerde beleid slaagt en of de gestelde doel- en taakstellingen behaald zijn of gaan worden. Voor het monitoren van activiteiten wordt Zaaksysteem in Gooise Meren gebruikt. Als het gaat om activiteiten zoals omgevingsvergunningen activiteit bouwen, slopen, kappen, in- en uitrit, etc. wordt gebruik gemaakt van RX Mission. Zowel de vergunningverleners als de toezichthouders registreren hierin alles. De resultaten hiervan dienen als input voor het nieuwe uitvoeringsprogramma en zo nodig aanpassing van de U&H Strategie.

Basis U&H Strategie

Jaarlijks worden de VTH beleidsstukken, uitvoeringsprogramma en verslag aan de Provincie Noord-Holland gestuurd voor het Interbestuurlijk toezicht (IBT). In 2023 en 2024 is de Gemeente Gooise Meren in het kader van IBT “ adequaat” bevonden, de meest positieve beoordeling. In 2025 heeft de Provincie geen beoordeling uitgevoerd van de gemeente Gooise Meren vanwege de lage prioriteit. Het VTH-Beleid 2021-2025 vormt daarmee een goede basis voor deze U&H strategie 2026-2029.

Voorbereiding U&H Strategie

Ter voorbereiding op het opstellen van de U&H Strategie heeft er intern en extern een uitgebreide serie gesprekken plaatsgevonden. Ook B&W (1 september 2025) en de Raad werden hier door middel van een Thema uur (3 september 2025) bij betrokken. Via klanttevredenheid onderzoeken wordt structureel input van aanvragers opgehaald.

In de gesprekken werden de volgende belangrijkste punten naar voren gebracht:

  • De Raad hecht eraan dat in de Jaarverslagen VTH een goede monitoring en evaluatie plaatsvindt en dat de bijdrage aan de maatschappelijke doelen over meerder jaren getoond blijft worden

  • Waternet heeft naar voren gebracht dat een paragraaf over water in de U&H strategie heel zinvol zou zijn, met name m.b.t. bevoegdheidsverdeling

  • De oproep vanuit het Ondermijningsteam van de politie om naast de horeca ook andere vormen van Ondermijning te monitoren zoals bij gebouwen, jachthavens, bedrijven en vakantieparken

  • De ’boa’s hebben het voorkomen van jeugdoverlast als speerpunt. Daarbij hebben zij succes met het preventief aanspreken van jongeren

  • Toezichthouders deden de oproep deden om de zorgvuldigheid met betrekking tot de vergunningverlening te blijven bewaken. Daarnaast gaven zij aan de samenwerking met de brandweer als zeer positief te ervaren

  • Er wordt aandacht gevraagd voor de risico paragraaf die moet worden ingediend bij de melding/aanvraag bouwen onder de Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb)

  • De handhavingsjuristen hebben behoefte aan helder en uitvoerbaar beleid op een aantal nieuwe vlakken, zoals Goed verhuurderschap

  • Team Erfgoed wil aan de voorkant van het aanvraagproces worden betrokken met name daar waar meerdere beschermingsniveaus aanwezig zijn

2.4 Profiel van de gemeente Gooise Meren

Gooise Meren is ontstaan in 2016 na samenvoeging van de voormalige gemeenten Bussum, Muiden en Naarden. De gemeente ligt in het zuidoosten van de provincie Noord-Holland, in de regio Gooi en Vechtstreek. De gemeente bestaat uit vier kernen: Muiden, Muiderberg, Naarden en Bussum. De laatste twee zijn aaneengegroeid en vormen de stedelijke kern.

De naam Gooise Meren verwijst naar de gezamenlijke geografische ligging van de kernen. In het noorden grenst Gooise Meren aan de randmeren IJmeer en Gooimeer. Het IJmeer is onderdeel van het Natura 2000-gebied Markermeer & IJmeer. Het Gooimeer is eveneens een Natura 2000-gebied (Eemmeer en Gooimeer Zuidoever). Aan de zuidkant ligt het natuurmonument en Natura 2000-gebied Naardermeer. Dit is het eerste beschermde natuurgebied van Nederland. Gooise Meren is zeer waterrijk: ongeveer de helft van het oppervlak van de gemeente (in totaal 73,54 km²) bestaat uit water. Naarden- en Muiden vesting zijn twee historische vestingsteden die een belangrijke schakel vormden in de Hollandse waterlinie (erkend als UNESCO Werelderfgoed in 2021).

Het meer stedelijke deel wordt gevormd door het aaneengesloten bebouwde gebied van Naarden en Bussum. Hier wonen ongeveer 49.000 inwoners (totaal heeft Gooise Meren 61.000 inwoners). Aansluitend op dit stedelijke gebied is er binnen de gemeente ook veel open en groene ruimte. Bussum wordt aan drie zijden omgeven door groen: in het westen de Meentlanden, aansluitend op het Naardermeer, in het zuiden de bos- en heidegebieden van de Franse Kamp, het Spanderswoud en de Bussumerheide en tenslotte in het oosten de uitgestrekte voormalige landgoederen Crailo, de Beek en Oud Bussum. In het noorden van de gemeente, parallel aan de kustlijn van het Gooimeer, ligt het uitgestrekte bosgebied Valkeveen.

De gemeente kent qua infrastructuur goede voorzieningen. Het treinstation Naarden-Bussum is gelegen aan de spoorlijn van Amsterdam naar Amersfoort/Utrecht. Deze spoorlijn loopt via het Naardermeer, waar het dwars door heen loopt, door de woonkernen van Bussum en Naarden. In het noorden loopt de snelweg A1, waarvan het Gooise deel voor het grootste deel door de gemeente loopt. Ook de aansluiting op en vertakking vanaf de A1 naar de A6 richting Flevoland/Almere (knooppunt Muiderberg) ligt geheel op het grondgebied van de gemeente, nabij Muiderberg.

Gooise Meren kent weinig grootschalige woningbouwlocaties. Die zijn beperkt tot de ontwikkeling van De Krijgsman in de stad Muiden en buurtschap Crailo. De overige bouwlocaties betreffen veelal inbreiding.

Gooise Meren kent op 1 januari 2026 in totaal 36.936 panden. Hiervan is het overgrote deel (namelijk 31.846 woningen) gebouwd voor het jaar 2000.

Er zijn 68 ligplaatsen voor boten en 39 standplaatsen (vaste plek in de openbare ruimte waar iemand goederen of diensten mag aanbieden). Het aantal straatnamen bedraagt 729 met 33.056 huisnummeraanduidingen. De gemeente kent 4 beschermde stads- en dorpsgezichten. In totaal heeft de gemeente 288 rijksmonumenten en 154 gemeentelijke monumenten. Daarnaast zijn er nog 7 provinciale monumenten. Het woningbestand is zeer gevarieerd, van vooroorlogse arbeiderswijken tot villawijken, van VINEX-locaties tot historische kernen.

Verder kent de gemeente een groot aantal bedrijven die staan ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. In totaal betreft dit 12.060 bedrijven en instellingen (zowel hoofd- als nevenvestigingen).

Het aantal bedrijven en instellingen dat onder de milieuregels van de Omgevingswet valt is echter veel lager. Dit zijn er 1.068. Hiervan zijn er slechts 9 (milieu)vergunningsplichtig. De gemeente telt 43 agrarische bedrijven. Verreweg het grootste deel van het inrichtingenbestand is meldingsplichtig (type B) op grond van het Besluit Activiteiten Leefomgeving (Bal, voornamelijk milieuregels), namelijk 819. Daarnaast zijn er 223 inrichtingen die wel onder de werkingssfeer van het Bal vallen, zoals kantoren, maar die niet meldingplichtig zijn.

Een groot deel van de bedrijven is gevestigd op het bedrijventerrein Gooimeer Zuid, waar een grote variatie aan bedrijven is gevestigd. Een aantal bedrijven dat in Gooise Meren gevestigd is, valt onder het bevoegd gezag van de provincie Noord-Holland.

Alcoholwet

Gooise Meren heeft circa 210 punten waar alcoholische dranken tegen betaling verstrekt worden. Hiervan is het merendeel vergunning plichtig op grond van de Alcoholwet. Een klein deel, zoals supermarkten en cafetaria’s zijn dat niet, maar deze moeten wel voldoen aan de relevante voorschriften uit de Alcoholwet. Bij supermarkten en cafetaria’s vindt er af en toe doorverkoop plaats tussen volwassenen en minderjarigen.

Er zijn 4 uitgaansgelegenheden/nachtleven. Met name deze krijgen extra toezicht aandacht (hotspots) omdat hier er sterke aanwijzingen zijn dat hier vaker overtredingen plaatsvinden, zoals het schenken aan minderjarigen/niet controleren van identiteitsbewijzen.

APV/Evenementen

Opvallend is het grote aantal evenementen dat plaatsvindt in Gooise Meren. Dat loopt uiteen: van grote evenementen met grote aantallen mensen (de sinterklaasintocht met circa 20.000 bezoekers en het tweejaarlijkse fotofestival met eveneens duizenden bezoekers) tot kerstmarkten, wielerrondes en hardloopwedstrijden.

2.4.1 Bussum

Het meest dichtbevolkte deel van de gemeente, Bussum, heeft een centrum met een groot winkelbestand. Opvallend is de grote hoeveelheid horecabedrijven in het centrum. Nabij het centrum ligt ook een klein horeca uitgaansgebied. Bussum heeft een zwembad, een groot theater en een aantal instellingen voor voortgezet onderwijs. Er is een wekelijkse markt. Wat verder opvalt zijn enkele kleine bedrijventerreinen midden in dichtbevolkte wijken.

De wijken Spiegel en Bredius zijn beschermde dorpsgezichten. Het woningbestand van Bussum is zeer gevarieerd.

2.4.2 Naarden

Naarden is bekend van de geheel in tact gebleven stervormige vesting. Dit deel van de stad is volledig beschermd stadsgezicht. In dit deel van Gooise Meren vinden vaak grote evenementen plaats zoals de jaarlijkse Mattheus Passion, de Sinterklaasoptocht, het tweejaarlijkse fotofestival en een groot aantal andere evenementen in de Grote Kerk van Naarden. In Naarden-vesting bevindt zich relatief veel horeca. Buiten Naarden-vesting bevinden zich woonwijken. Nabij het Naarderwoonbos bevindt zich een grote jachthaven en een 18-holes golfbaan. Ten noordoosten van Naarden-vesting ligt een (akoestisch gezoneerd) bedrijventerrein met een grote variatie aan bedrijven. Nabij het Jac. Thijssepark ligt een kliniek/ziekenhuis , gespecialiseerd in met name orthopedische operaties. In de kern Naarden bevindt zich eveneens een groot bedrijf voor de productie van geur- en smaakstoffen (Givaudan), dat onder het bevoegd gezag van de Provincie valt.

2.4.3 Muiden

Muiden ligt aan de monding van de Vecht in het IJmeer (de voormalige Zuiderzee). Het is een historische kern (beschermd stadsgezicht) met als blikvanger het Muiderslot. In het IJmeer ligt het eiland Pampus dat ook tot de gemeente Gooise Meren behoort. Hier is een horeca uitspanning, waar regelmatig activiteiten plaatsvinden. Ook in Muiden is sprake van relatief veel horeca. Buiten Muiden, richting Amsterdam, ligt een groot winkelcentrum (Maxis) met grote detailhandelszaken van diverse landelijke ketens. In Muiden wordt gebouwd in de nieuwe wijk De Krijgsman.

2.4.4 Muiderberg

Muiderberg is de kleinste kern van Gooise Meren en gelegen op een zogenaamde stuwwal. Naast een oude kern heeft Muiderberg ook een nieuwbouwwijk. Muiderberg ligt aan de kust van het IJmeer. Hier vindt, vooral in de zomer, veel strandrecreatie plaats. In Muiderberg ligt ook de grootste, in 1642 gestichte, Joodse begraafplaats van Nederland. Muiderberg ligt in de oksel van de snelwegen A1 en A6. Parallel aan de A6 richting Flevoland loopt ook de spoorlijn naar Almere. Hier bevindt zich ook een groenrecycling bedrijf (Den Ouden) waar groenafval gecomposteerd wordt. Dit bedrijf valt onder het bevoegd gezag van de provincie.

De identiteit van de gemeente Gooise Meren wordt bepaald door de volgende ‘kernkwaliteiten’; de meest waardevolle eigenschappen van onze gemeente:

  • Goed leven in Gooise Meren: ruim en rustig wonen met een hoge ‘leefkwaliteit’

  • Verbondenheid in de kernen met een uniek historisch en eigen karakter

  • Een bijzondere parel van natuur-, water- en geschiedenis

  • Centrale ligging, midden in Nederland en goed bereikbaar via goede wegen, het water, fietspaden en openbaar vervoer.

Bron: Omgevingsvisie Gooise Meren

2.5 Missie en Visie

In dit hoofdstuk zijn er SMART doelstellingen geformuleerd op basis van de algemene opgave en ambities opgenomen in het collegeprogramma, de missie, visie en kernwaarden en deze zijn vertaald naar het VTH-terrein. De kernwaarden van de gemeente Gooise Meren zijn vervolgens gekoppeld aan de strategische doelstellingen.

2.5.1 Missie

De relevante punten uit de missie van de gemeente Gooise Meren zijn:

  • Gooise Meren biedt passende woonruimte.

  • De gemeente Gooise Meren is duurzaam, leefbaar en toekomstgericht.

  • De gemeente Gooise Meren groeit met behoud van de kwaliteit van de groene en veilige leefomgeving.

Bron: het College Uitvoeringsprogramma (CUP)

2.5.2 Visie

Het verlenen van vergunningen, het houden van toezicht op de naleving en het handhaven van regels doen we ook om bij te dragen aan een “hoger doel”. De Omgevingswet die tientallen wetten en honderden regels over de leefomgeving bundelt, geeft in artikel 1.3 als maatschappelijk doel:

“Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, gericht op het in onderlinge samenhang:

  • a.

    bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, en

  • b.

    het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke functies.”

Om de algemene visie geen holle frase te laten zijn hebben wij de dikgedrukte termen hieronder nader toegelicht.

afbeelding binnen de regeling

2.6 Wettelijke kaders van de U&H Strategie

De regelgeving rond de fysieke leefomgeving voor een groot deel landelijk vastgelegd en daarmee weinig beïnvloedbaar.

De wettelijke kaders worden bepaald door de gestelde vereisten in de Omgevingswet.

De Omgevingswet is de centrale wet die diverse wetten bundelt en reguleert hoe de fysieke leefomgeving (bouwen, milieu, water, natuur etc.) wordt beheerd.

De Omgevingswet wordt verder uitgewerkt in vier Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s), plus één aanvullende ministeriële regeling:

  • Omgevingsbesluit – regelt onder meer de procedures en algemene regels voor omgevingsvergunningen.

  • Besluit Activiteiten Leefomgeving (Bal) – bevat regels voor milieubelastende activiteiten.

  • Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl) – stelt technische eisen voor bouwwerken.

  • Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl) – omvat onder andere milieunormen en omgevingswaarden.

  • Omgevingsregeling – technische en administratieve uitwerking van bovengenoemde AMvB’s (zoals meetmethoden, procedures, uitvoeringsregels)

Schematische weergave wetstelsel zoals in de tekst uitgelegd:

afbeelding binnen de regeling

Uit de landelijke regelgeving vloeien echter ook lokale regels voort. Deze zijn vastgelegd in verordeningen, beleid, etc. Denk aan de Omgevingsvisie (vastgesteld in 2023, actualisatie ligt in februari 2026 voor aan de Raad), het Omgevingsplan en de Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL).

Participatie

Conform de Omgevingswet is participatie essentieel onderdeel bij de vorming van lokaal beleid. Hiertoe wordt in Q1 van 2026 de participatie- en inspraakverordening en een handreiking participatie vastgesteld. De Gemeente Gooise Meren hanteert voor de eigen organisatie de Leidraad Participatie (2022). Daarmee betrekt de Gemeente Gooise Meren haar inwoners/aanvragers bij haar werk. In 2026 wordt de Participatievisie uit 2016 geëvalueerd en geactualiseerd.

2.7 Ontwikkelingen in wet- en regelgeving

De landelijke wetgeving op het gebied van het omgevingsrecht is voortdurend in beweging.

Voor de komende tijd zijn de onderstaande aanpassingen in de regelgeving (met gevolgen voor de taakuitvoering) te voorzien met gevolgen voor de lokale regelgeving en ontwikkelingen.

2.7.1 Het omgevingsplan

De bestemmingsplannen zijn bij het in werking treden van de Omgevingswet van rechtswege omgezet in het Omgevingsplan. In de periode tot 2032 moet per type gebied de relevante en gewenste regels worden vastgesteld om te komen tot één Omgevingsplan voor de hele gemeente.

De Verordening Fysieke Leefomgeving bevat veel gemeentelijke regels met een ruimtelijke component, die voorheen in de APV stonden. Ook de VFL wordt opgenomen in het Omgevingsplan. Voor dit gehele traject is een plan van aanpak opgesteld.

De gemeente Gooise Meren heeft diverse bestemmingsplannen in 2026 in procedure, die zijn gestart onder de Wabo (overgangsrecht). Na vaststelling worden deze bestemmingsplannen geïntegreerd in het Omgevingsplan.

Een niet limitatief overzicht vindt u op de website:

Plannen en projecten - Bestuur - Gemeente Gooise Meren

Er is een start gemaakt met het maken van een Omgevingsplan voor het deelgebied Muiderberg. Dit is een overzichtelijk gebied, waardoor praktijkervaring kan worden opgedaan met het samenvoegen van alle expertise in één plan. Deelgebied Bussum-Zuid staat vervolgens in de planning. Vergunningverlening, toezicht en handhaving levert inbreng bij het Omgevingsplan met betrekking tot de toetsbaarheid en handhaafbaarheid van de op te nemen lokale regelgeving.

In het verlengde van het Omgevingsplan ligt het evenementenbeleid. Door het opnemen van de evenementenlocaties in het Omgevingsplan kan er m.b.t. het beleid ook maatwerk per kern worden geboden. Bovendien kunnen ook andere kaders van invloed zijn op het beleid. Hierbij kan gedacht worden aan zaken als:

  • hoe vaak mogen evenementen per kalenderjaar op een bepaalde locatie plaatsvinden

  • welke tijden worden hierbij acceptabel geacht, gelet op het woon- en leefklimaat

  • past het met betrekking tot natuur / flora en fauna e.d.

Alle ruimtelijke procedures worden zoveel mogelijk integraal benaderd. Om deze reden worden plannen in een vroeg stadium met de diverse inhoudelijke vakdisciplines besproken en inhoudelijk beoordeeld. De afdelingen Vergunningen en Toezicht &Handhavingspelen een belangrijke rol in de toetsing van de regels. Ruimtelijke ordening heeft een directe relatie met de uitvoering van de VTH-taken.

2.7.2 Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb)

De Wkb is gelijk met de Omgevingswet in werking getreden maar wordt gefaseerd ingevoerd. De invoering van de wet vraagt om beleidsmatige keuzes. Deze zijn opgenomen in bijalge 3.

2.7.3 Welstandsvrij bouwen

Gooisemeren wil de regeldruk bij bouwinitiatieven verminderen.

Hiervoor is een beleidslijn welstandsvrij bouwen door de gemeenteraad vastgesteld (Welstandsverordening oktober 2023). Deze is door de raad gekoppeld aan de vaststelling van het parapluplan Kleine Bouwwerken (februari 2026 )

Als gevolg hiervan zal een welstandstoets voor kleinere bouwwerken, zoals dakkapellen en airco installaties, in bepaalde wijken niet meer noodzakelijk zijn. De effecten hiervan op de uitstraling in de wijken wordt gemonitord en excessen kunnen zo nodig worden aangepakt.

De beleidslijn Welstandsvrij geldt slechts in enkele wijken (gebieden 15, 16, 20 en deels 21, zoals beschreven in de Welstandsnota Gooise Meren 2019).

2.7.4 Versterking VTH-stelsel (Omgevingswet & milieu)

Het rapport van de Commissie‑Van Aartsen (2021), die onderzoek deed naar het functioneren van het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) in het milieudomein, heeft verregaande gevolgen voor de Omgevingsdiensten, en de ontwikkelingen raken ook de VTH taken die de gemeente zelf uitvoert.

Zo was het voldoen aan VTH-kwaliteitscriteria voor de taken die de gemeente zelf uitvoert, een vrijwillige keuze voor de gemeente. Echter met de wetswijziging wordt voorzien dat het verplicht wordt ook voor deze “thuistaken” hieraan te voldoen.

2.7.5 Alcoholwet – wijzigingsvoorstel 2025

Er is een ingrijpend pakket wijzigingen in kaart gebracht, goedgekeurd door de Raad van State op 14 mei 2025:

  • Leeftijdscontrole bij online verkoop: leeftijdscheck verschuift ook naar leveranciers/bezorgers, met handhaving via NVWA.

  • Ontmoedigen kansspelen in horeca: mogelijk maken van “kleine kansspelen” zoals bingo op locaties mét alcoholvergunning.

  • Boetemaxima verhoging: het maximum bestuurlijke boetebedrag wordt uit de vijfde categorie Wetboek van Strafrecht (±€103.000) gehaald.

  • Scheiding bestuurlijke en strafrechtelijk optreden: strafrechtelijke afdwinging hoeft niet meer als bestuurlijke boetes mogelijk zijn.

  • Aanpassing terminologie en horeca-productregels.

Deze wijziging ligt nu ter behandeling voor aan de Tweede Kamer. In regionaal verband zal worden bekeken welke consequenties dit voor de uitvoering heeft.

De Gemeente Gooise Meren heeft een Drank- en Horecawet verordening (2017). Op grond van het overgangsrecht van de Alcoholwet is deze geldig. In 2026 wordt een nieuwe Alcoholwetverordening opgesteld, die de vigerende Drank- en Horecawet verordening geheel zal vervangen. Naast het actualiseren van de terminologie zullen ook enkele nieuwe burgemeester bevoegdheden worden voorgesteld te bevordering van de openbare orde en veiligheid. De wijziging van de Alcoholwet wordt afgewacht en eventuele consequenties voor de Alcoholwetverordening worden in een keer meegenomen.

2.7.6 Wet Veiligheidsregio’s & crisisbeheersing

Op 6 februari 2025 diende de minister en staatssecretaris een Kamerbrief over de herziening van de Wet Veiligheidsregio’s, fasering middels tranches, met de eerste consultatieronde gepland voor zomer 2025.

Focus ligt op versterking van bovenregionale en landelijke crisisbeheersing en brandweerzorg, met mogelijk hernoeming naar “Wet crisisbeheersing en brandweerzorg”.

Dit zal naar verwachting voornamelijk gevolgen hebben voor de Brandweer Gooi en Vechtstreek en daarmee ook voor de samenwerking tussen Vergunningen en Toezicht & Handhaving met de Brandweer. De komende jaren wordt duidelijk hoe dit concreet zal uitpakken.

2.7.7 Stelselwijziging BOA’s

Het kabinet werkt toe naar een fundamentele herziening van het BOA-bestel. Kern van de wijziging is dat het huidige versnipperde systeem met zes BOA-domeinen wordt vervangen door een veel eenvoudiger, eenduidiger stelsel, met meer nadruk op professionaliteit en rolvastheid.

Landelijke wet en regels die worden gewijzigd:

  • Wetboek van Strafvordering (art. 142 Sv)

  • Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar (BBO)

  • Wijziging van:

    • o

      Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar

    • o

      Regeling domeinlijsten BOA

Veel regels verschuiven naar AMvB-niveau, wat juridisch zwaarder en stabieler is.

Het nieuwe BOA-stelsel zou vanaf 2028 volledig moeten functioneren. De gemeente zal opnieuw moeten kijken naar de taken en bevoegdheden van de BOA’s. Waar het direct toezicht op de boa’s nu nog bij de politie? Ligt zal dit verschuiven naar de gemeente.

2.7.8 Wet goed verhuurderschap

Vanaf 2023 is de Wet Goed Verhuurderschap (Wgv) van kracht, met aanvullende bepalingen sinds 2024. Deze wet richt zich op het bevorderen van helder en eerlijk verhuurgedrag en beschermt huurders en woningzoekenden tegen misstanden zoals discriminatie, intimidatie, excessieve borg en onduidelijke selectieprocedures.

Verplichtingen voor verhuurders en bemiddelaars omvatten onder meer:

  • Geen discriminatie of intimidatie bij selectie

  • Heldere, transparante selectiecriteria en motivering van keuzes naar afgewezen kandidaten

  • Schriftelijke huurovereenkomsten, duidelijkheid over borg (max. 2 maanden kale huur) en servicekostenafrekening

  • Extra bescherming van arbeidsmigranten, inclusief informatievoorziening

Er handhavingsbeleid als bijlage bij deze U&H Strategie opgenomen. Er is een regionaal meldpunt ingericht. Bij klachten en handhavingsverzoeken treedt de gemeente op. Tevens wordt gericht gecontroleerd en zo nodig gehandhaafd bij vermoeden van ondermijning, daarbij wordt samengewerkt met het RIEC.

2.7.9 Participatie

Conform de Omgevingswet is participatie essentieel bij de vorming van lokaal beleid. Hiertoe wordt in Q1 van 2026 de participatie- en inspraakverordening en een handreiking participatie vastgesteld.

2.7.10 Algemene Plaatselijke Verordening (APV)

In de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) is de huishouding van de gemeente vastgelegd met name op het gebied van Openbare Orde- en Veiligheid.

Het deel openbare orde en veiligheid van de APV wordt niet in het Omgevingsplan opgenomen, maar blijft zijn plaats houden in de APV. Jaarlijks wordt gekeken of de aanbevelingen van de VNG of de lokale situatie aanleiding geven de verordening aan te passen.

2.7.11 Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL)

De VFL Gooise Meren bundelt de regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving binnen de gemeente Gooise Meren. De VFL draagt bij aan volksgezondheid, milieu, en het belang van de fysieke leefomgeving zelf. Deze verordening vervangt (deels) eerdere verordeningen / regelingen zoals de Algemene plaatselijke verordening ondergrondse infrastructuur (2022) en de Erfgoedverordening (2019).

De VFL heeft als doel:

  • Het samenbrengen van regels over de fysieke leefomgeving uit diverse gemeentelijke verordeningen

  • Het bevorderen van een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit

  • Het ondersteunen van een doelmatig beheer en gebruik van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke behoeften

Onderwerpen die onder de VFL vallen zijn: bodem, bouwwerken, cultureel erfgoed, werelderfgoed, infrastructuur, landschappen, lucht, natuur, water en watersystemen.

Gevolgen voor de fysieke leefomgeving kunnen voortkomen uit:

  • Wijzigingen in gebruik of inrichting

  • Gebruik van natuurlijke hulpbronnen

  • Emissies, hinder of risico’s

  • Het nalaten van activiteiten

2.7.12 Aanpak van ondermijnende (milieu) criminaliteit

Landelijk is een Landelijk Expertisecentrum Milieucriminaliteit (LEC) opgericht. Door meer capaciteit en kennisdeling tussen toezichthouders, OM en politie, betere gegevensuitwisseling en informatiedeling wordt de criminaliteit beter aangepakt.

Wettelijke verankering van verbeteringen

  • Aanpassing van de Wet VTH om de aanbevelingen van de commissie Van Aartsen te implementeren.

  • Versterking van de rol van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) als toezichthouder en adviseur.

  • Gemeenten en provincies moeten voldoen aan landelijke kwaliteitscriteria (3.0) voor VTH-taken, hiervoor wordt een AmvB opgesteld

  • Jaarlijkse rapportages over de uitvoering van VTH-taken

  • Betere gegevensuitwisseling

  • Betere monitoring van prestaties van omgevingsdiensten

Om mee te kunnen met deze ontwikkelingen investeert Gooise Meren in het verder digitaliseren van processen en het koppelen van systemen.

3 Doelen, risico-analyse en prioriteiten

afbeelding binnen de regeling

3.1 Algemene uitgangspunten

Gooise Meren past de volgende algemene uitgangspunten toe:

3.1.1 Risicogericht

Vergunningverlening, toezicht en handhaving vindt risicogericht plaats. Dit betekent dat er een omgevings- en risicoanalyse wordt uitgevoerd en prioriteiten gesteld worden. Deze activiteiten richten zich op die gebieden en onderwerpen waar de risico’s het grootst zijn en het naleefgedrag laag is. De gegevens van de risicoanalyse worden jaarlijks gebruikt bij het opstellen van het uitvoeringsprogramma. Hierin worden voor het betreffende jaar, op basis van de risicomatrix, de prioriteiten bepaald.

3.1.2 Efficiënte, heldere en transparantere uitvoering van taken

Vergunningverlening, toezicht en handhaving vindt zoveel mogelijk gestandaardiseerd plaats. Dit betekent dat er gebruik gemaakt wordt van protocollen, werkprocessen en instructies. Op die manier dient een uniforme werkwijze gegarandeerd te worden. Vergelijkbare situaties worden op vergelijkbare wijze afgehandeld: willekeur en rechtsongelijkheid wordt zo voorkomen en het proces is voorspelbaar. Dit betekent ook dat er vanuit de gemeente op een actieve manier gecommuniceerd moet worden. Dit moet bijdragen aan het draagvlak voor de regelgeving en het naleefgedrag.

3.1.3 Integraal werken

Door het integrale karakter van deze U&H Strategie wordt benadrukt dat uitvoering van taken op het gebied van VTH niet per deelaspect plaats vindt, maar dat alle van belang zijnde aspecten worden meegewogen. Zo nodig wordt bijvoorbeeld bij toezicht en handhaving ook op basis van verschillende wet- en regelgeving samen opgetreden. Vergunningverleners, toezichthouders en juristen werken zoveel mogelijk samen met interne (RO, verkeer, stedenbouw, groen, economische zaken etc.) en externe partners, zoals de OFGV, de Brandweer, Waternet en politie.

3.1.4 Mogelijk maken

De ontwikkelingen en initiatieven in de samenleving gaan vaak snel. Soms staat regelgeving daarbij in de weg, terwijl er wel de intentie is om ruimte te geven aan initiatieven uit de samenleving. Met de Omgevingswet (2024) wordt bedoeld om beter op deze ontwikkelingen in te kunnen spelen. Bij de uitvoering van taken op het gebied van omgevingsrecht betekent dit een omslag in het denken en een andere grondhouding: van alleen toetsen van een initiatief aan geldende regels naar meedenken om eventuele hindernissen te nemen. Hierin zit wel een spanningsveld. Regels zijn er uiteraard niet om initiatieven onmogelijk te maken, maar om, in het kader van het algemeen belang, derden te beschermen en rechtszekerheid te bieden. Daarnaast blijft de landelijke wetgeving altijd maatgevend en bepalend.

3.1.5 Goede naleving

Een goede naleving is belangrijk voor het beperken van de risico’s. Naleving wordt bevorderd door inzet van diverse middelen en een combinatie van preventieve (communicatie, vooroverleg, vergunningverlening en toezicht) en repressieve instrumenten (handhaving). Preventieve instrumenten hebben de voorkeur boven repressieve instrumenten. Indien het uiteindelijk komt tot een handhavingstraject, dan volgt Gooise Meren de Landelijke Handhavingsstrategie. Er kunnen echter omstandigheden of belangen zijn waardoor het gerechtvaardigd is om af te wijken van deze strategie. Indien dit het geval is, zal dit nadrukkelijk gemotiveerd worden.

3.1.6 Eigen verantwoordelijkheid

Naast de hierboven genoemde inzet door de gemeente ten aanzien van de VTH-taken blijft een initiatiefnemer altijd zelf verantwoordelijk voor zijn project en de gevolgen daarvan. De gemeente neemt haar verantwoordelijkheid voor uitvoering van haar taken, maar neemt daarmee niet de eindverantwoordelijkheid over van de initiatiefnemer. Bewoners, bedrijven en instellingen die initiatieven ontplooien zijn zelf verantwoordelijk voor naleving van de regels. Dit kan soms op gespannen voet staan met de veranderende rol van de gemeente om initiatieven vanuit de samenleving mogelijk te maken. Hier is oog voor bij de uitvoering van de VTH-taken, binnen de integrale belangenafweging die de gemeente daarbij moet maken.

3.2 Doelen, acties en monitoring

Om verder richting aan te geven aan de inspanningen worden doelen gesteld. Doelen die realistisch en meetbaar zijn. De gemeente Gooise Meren heeft onderstaande doelen en acties geformuleerd:

3.2.1 Vergunningverlening

3.2.1.1Doelen:

  • Vergunningaanvragen en bezwaarschriften kunnen digitaal worden ingediend waarmee wordt voldaan aan de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv), die op 1 januari 2026 definitief in werking is getreden

  • Aangevraagde vergunningen en ontheffingen worden binnen de wettelijke termijnen afgehandeld

  • Toetsing bij vergunningen is transparant, zwaarte van toetsing en onderbouwing is afhankelijk van de prioritering

  • Vergunningen zijn actueel en nieuwe en geactualiseerde vergunningen zijn volledig gedigitaliseerd en voldoen aan de eisen ten aanzien van dossiervorming

3.2.1.2Activiteiten

  • Het backofficesysteem (RxMission) communiceert met het DSO, werkprocessen, checklisten en standaardbrieven in B1 stijl zijn in het systeem vastgelegd. Communicatie met de aanvrager loopt via het backofficesysteem. Recent is de aanbesteding van dit systeem geweest waarbij RxMission tot 2035 is aangeschaft.

  • Meldingen en vragen aan de gemeente, bezwaar, beroep en evenementenvergunningen worden behandeld in het zaaksysteem (Zaaksysteem.nl), dit wordt op korte termijn gekoppeld aan het digitale portaal “Mijn Gooise Meren”.

  • Vergunningen die gedurende twee jaar niet zijn gebruikt worden ingetrokken tenzij er een duidelijke reden is waarom er nog geen gebruik van is gemaakt

  • Alle bouwdossiers zijn gedigitaliseerd en overgedragen aan het Gemeentearchief. Hiermee wordt voldaan aan een wettelijke verplichting.

  • In kaart brengen effecten welstandsvrij bouwen middels een schouw op excessen (3 keer per jaar) en het monitoren van het aantal handhavingsverzoeken

3.2.1.3Monitoring en normen

  • percentage bezwaar en beroepszaken dat ongegrond is, bij 95% ongegrond wordt de kwaliteit van de vergunningverlening goed geacht

  • percentage vergunningen dat binnen de wettelijke termijn, eventueel met verlenging wordt afgerond, streven is 95% binnen de termijn.

  • Het klanttevredenheidscijfer is een 6

3.2.2 Toezicht en handhaving

3.2.2.1Doelen:

  • Het handhavingsproces is met grote efficiency en effectiviteit ingericht met aandacht voor menselijke maat

  • 70% van de bedrijven en burgers die in de categorie ‘hoog risico’ vallen, voldoet zoals genoemd in de Bijlage 4 (Prioriteitenmatrix toezicht en handhaving), na de eerste controle aan de geldende regels

  • 95% van de bedrijven en burgers die in de categorie ‘hoog risico’ vallen, voldoet na de eerste hercontrole aan de geldende regels

  • 95% naleving van de parkeerbelasting

  • Verzoeken tot handhaving en meldingen worden adequaat opgepakt waarbij eigen verantwoordelijkheid wordt gestimuleerd. Na afhandeling (maar mogelijk ook tijdens de behandeling, indien deze meer tijd in beslag neemt) wordt de melder/klager op de hoogte gesteld van de bevindingen/resultaten

  • Toezicht en handhaving streven naar een gelijk speelveld, waarbij regels voor iedereen gelden en worden gehandhaafd door de gemeente

  • Verbeteren van de dienstverlening aan de burgers daar waar mogelijk

  • In toenemende mate informatie gestuurde toezicht en handhaving

3.2.2.2Activiteiten:

  • Toezicht en handhaving vinden plaats conform de vastgestelde strategie

  • De Landelijke Handhavingstrategie (LHSO, bijlage 10) wordt gebruikt voor uniform optreden.

  • In 2026 wordt het naleefgedrag voor het eerst eenduidig gemeten op feiten die zich daar goed voor lenen zoals de parkeerbelasting

  • In 2027, 2028 en 2029 wordt het naleefgedrag gemeten en geëvalueerd. Daarbij wordt bekeken welke maatregelen kunnen worden ingezet om het naleefgedrag verder positief te beïnvloeden

  • Overtredingen met een lagere prioriteit worden geclusterd en projectmatig opgepakt

  • Implementatie, gebruik, evaluatie en verbeteren van een meldingen applicatie voor burgers

  • Onderzoeken waar mogelijkheden liggen voor informatie gestuurde handhaving

3.2.2.3Monitoring en normen:

  • 95% van alle klachten en meldingen met betrekking tot de openbare ruimte worden binnen 5 werkdagen in behandeling genomen. In samenspraak met partijen wordt gezocht naar een passende oplossing

  • 95% van de handhavingsverzoeken, die niet vallen in de projectmatige aanpak, worden binnen de wettelijke termijn opgepakt

  • 95% van de handhavingsbeschikkingen houden stand in een eventuele bezwaar- of beroepsprocedure

  • het naleefpercentage wordt jaarlijks vermeld in het jaarverslag met referentie van voorgaande jaren

3.2.3 Duurzaamheid

3.2.3.1Duurzaamheid doelen:

  • wettelijke mogelijkheden om duurzaamheidsmaatregelen af te dwingen of om aan duurzaamheidseisen te voldoen worden benut

  • duurzaam handelen wordt bevorderd door voorlichten en stimuleren

  • Energieneutraal bouwen is een belangrijk onderwerp bij nieuwbouwprojecten (in bestuurlijke besluitvormingsstukken wordt nadrukkelijk vermeld of dit punt besproken is)

  • Uitvoering van de beleidsnota Energietransitie Gooise Meren “Onze koers voor 2024-2030 met doorkijk naar 2050”, vastgesteld door de gemeenteraad (12 februari 2025) en het Uitvoeringsprogramma Energietransitie 2026–2030 is 4 december 2025 vastgesteld door B&W.

3.2.3.2Duurzaamheid geplande activiteiten:

Vergunningverlening

  • Integratie van duurzaamheidseisen in omgevingsvergunningen

  • Toetsen op aardgasvrije nieuwbouw en renovatie conform de Energietransitie Gooise Meren

  • Controle op toepassing van isolatie, energiezuinige installaties en circulaire bouwmaterialen

  • Extra aandacht bij vergunningen voor duurzame initiatieven

  • Meer aanvragen voor zonnepanelen (daken, carports), warmtepompen en kleine windmolens worden verwacht (gestimuleerd door de maatschappelijke ontwikkelingen en organisaties zoals WattNu)

Toezicht

  • Actieve handhaving energiebesparingsplicht

  • Bedrijven moeten voldoen aan wettelijke energiebesparingsmaatregelen (Wet milieubeheer/Omgevingswet). De OFGV gaat in 2027 starten met het toezicht en handhaving op de naleving bedrijven grootverbruikers energie.

  • Controle op naleving van duurzaamheidsvoorwaarden

  • Bij bouwprojecten en verbouwingen: isolatie, installaties, sloop (circulair slopen; waarbij materialen worden gerecycled).

Handhaving

  • Strenger optreden bij niet-naleving. Bijvoorbeeld bij bedrijven die energiebesparingsmaatregelen niet uitvoeren. Duurzaamheid is verankerd in de Omgevingswet en gemeentelijke omgevingsvisie, wat handhaving versterkt.

3.3 Prioriteiten

Het spreekt voor zich dat de middelen waarmee de taken uitgevoerd moeten worden niet oneindig zijn. Hierbij moeten keuzes gemaakt worden. De beschikbare middelen worden zo effectief en efficiënt mogelijk ingezet om risico’s voor de omgeving zoveel mogelijk te beperken. Dit gebeurt door prioriteiten te stellen op basis van een inventarisatie en weging van risico’s. Dit wil overigens niet zeggen dat de inzet uitsluitend gericht is op deze prioriteiten. Het betekent wel dat de grootste inspanning gericht is op deze prioriteiten.

Voor het uitvoeren van de risicoanalyse wordt gebruik gemaakt van het landelijk veel gebruikte risicomodel zoals dat door het voormalige ministerie van Justitie ontwikkeld is. Dit model heeft de volgende definitie:

Risico = negatief effect x de kans dat dit effect voorkomt

Het negatief effect is het mogelijk ongewenste gevolg van een activiteit dat kan optreden. Negatieve effecten kunnen optreden op onder andere de gebieden fysieke veiligheid, gezondheid en milieu. De kans wordt bepaald door de mate waarin de regels worden nageleefd. Hoe beter het naleefgedrag hoe kleiner de kans dat negatieven effecten gaan optreden. De scores in de matrix zijn tot stand gekomen door inbreng van vergunningverleners en toezichthouders.

De risicoanalyse resulteert in een matrix waarin de omvang van het risico van de verschillende activiteiten inzichtelijk is gemaakt, zowel voor vergunningverlening als voor toezicht en handhaving. Deze matrix staat in de bijlagen 5 en 6.

3.4 Prioriteiten Vergunningverlening

3.4.1 Omgevingswet

Bouwwerken waar veel mensen of kwetsbare personen aanwezig zijn worden uitgebreider getoetst bij vergunningverlening dan kleine bouwwerken. Kleinere bouwwerken (dakkappelen, uitbouwen, fietsenbergingen), die niet passen binnen het Omgevingsplan en worden gerealiseerd in wijken die niet vallen onder beschermd stads- en dorpsgezicht, worden na een verkorte toetsing vergund, als ze in lijn zijn met wat eerder is vergund in de wijk. Afwijkende ontwerpen worden in basis geweigerd en niet uitgebreid getoetst of afwijken van het Omgevingsplan mogelijk is. De initiatiefnemer wordt in de gelegenheid gesteld zijn ontwerp aan te passen.

Er wordt voorrang verleend aan vergunningsaanvragen voor woningbouwprojecten van 10 of meer woningen. Dit om de beleidsdoelen met betrekking tot woningbouw niet te frustreren.

Voor grotere initiatieven is er de mogelijkheid de wenselijkheid en haalbaarheid in een vroeg stadium te verkennen middels de procedure van “Verken uw initiatief”. Voor kleinere initiatieven die niet passen binnen het omgevingsplan is er ook de mogelijkheid om eerst een conceptaanvraag in te dienen. Deze aanvragen hebben een lagere prioriteit.

Voor kadastrale splitsingen van in de praktijk al gesplitste woningen geldt een verkorte toetsing.

3.4.2 Evenementen

Evenementenvergunningen voor grotere evenementen worden uitgebreider getoetst.

Op basis van een risicoscan worden adviezen opgevraagd bij de hulpdiensten en gemeentelijke vak afdelingen, zoals de afdeling Verkeer, BOA’s en indien van belang Openbare Orde en Veiligheid.

Evenementen worden achteraf geëvalueerd wat er wel of niet goed is gegaan en daar wordt bij herhaling van het evenement rekening mee gehouden. Nieuwe initiatiefnemers worden vroegtijdig in de gelegenheid gesteld hun evenement te pitchen. Doel hiervan is dat evenementen organisatoren al voordat zij een aanvraag doen, weten waar zij bij het doen van een aanvraag rekening mee moeten houden.

Sinds 2017 bestaat de mogelijkheid om onder voorwaarden in aanmerking te komen voor een meerjarenvergunning voor een evenement. Het gaat daarbij om een vergunning van maximaal vijf jaar, waarbij het evenement minimaal drie jaar zonder problemen moet hebben plaatsgevonden binnen de gemeente.

Gooise Meren onderscheidt drie categorieën evenementen, te weten A, B en C. Deze indeling wordt landelijk veel gebruikt:

  • De A-evenementen hebben een beperkte impact op de directe omgeving en zijn alleen melding plichtig. Deze meldingen worden door de gemeente getoetst op eventuele melding plichtige elementen. Dit kan bijvoorbeeld een verkeersbesluit zijn of een ontheffing in het kader van de Alcoholwet. De melder ontvangt een bericht van de acceptatie van zijn melding met daarbij eventuele aanvullende voorschriften en/of aandachtspunten bij het organiseren van het evenement.

  • De B-evenementen hebben een grotere impact op de directe omgeving en zijn om die reden vergunningplichtig. Aanvragen worden standaard getoetst op volledigheid, veiligheid en of er overlast beperkende maatregelen worden getroffen. Indien er constructies zoals tribunes of tenten geplaatst worden, dan wordt advies gevraagd aan de bouwvergunningverleners. Indien een organisator nog niet bekend is bij de gemeente als evenementenorganisator, dan wordt altijd een afspraak gemaakt voor een overleg. Zo mogelijk wordt dit gedaan voordat de aanvraag formeel ingediend wordt.

  • De C-evenementen, met een grote impact op de omgeving, komen niet voor in Gooise Meren en laten we buiten beschouwing.

3.4.3 APV

Alle overige vergunningen, ontheffingen en meldingen die op basis van de APV worden aangevraagd worden in principe getoetst aan de geldende regels. Zo nodig wordt bij collega’s en externe partijen om advies gevraagd. Seksinrichtingen zijn in de APV gemaximeerd. De toetsing van aanvragen lijkt op de toets die ook voor de exploitatievergunningen wordt gedaan. Indien hiervoor aanvragen binnen komen, hetzij voor een nieuwe vergunning dan wel een wijziging, worden deze uitgebreid behandeld vanwege het hoge risico voor zowel overlast en veiligheid van de (wijde) omgeving

3.4.4 Alcoholwet vergunningen

De Alcoholwet vereist dat ieder bedrijf of instelling die alcoholhoudende dranken schenkt en/of verkoopt voor gebruik ter plaatse hiervoor een vergunning heeft. Voor slijterijen, waar alcohol verkocht wordt met een promillage van meer 15% voor gebruik elders dan ter plaatse geldt eveneens een vergunningplicht. Er wordt gewerkt op basis van de aanvragen die binnenkomen, waarbij de termijnen leidend zijn. Wanneer de aanvraag is ontvangen wordt de ontvankelijkheid getoetst en kan betrokkene in aanmerking komen voor een ontvankelijkheidsverklaring waardoor de horecaondernemer voor eigen rekening- en risico open mag, voor de duur waarop nog niet op de aanvraag is beslist. Bij wijziging van een bestaande vergunning, meestal het wijzigen van het aanhangsel vanwege een verandering in de leidinggevenden, wordt de aanvraag alleen getoetst aan het onderdeel dat gewijzigd wordt.

3.4.5 Wet Bibob

De Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob) geeft de gemeente de mogelijkheid de achtergrond van een bedrijf of persoon te laten onderzoeken. Als er ernstig gevaar dreigt dat de vergunning of subsidie wordt misbruikt kan de gemeente de aanvraag weigeren of de afgegeven vergunning of subsidie intrekken.

Uit de huidige beleidsregels komt een redelijk uniform toetsingskader naar voren. Volgens dit toetsingskader zal er een toets door het landelijk bureau Bibob plaatsvinden bij:

  • Elke aanvraag waarover de gemeente informatie ontvangt of heeft ontvangen van Justitie;

  • Elke aanvraag waarover de gemeente een tip heeft ontvangen van andere overheden of bestuursorganen;

  • Elke aanvraag die betrekking heeft op het verkrijgen van een exploitatievergunning voor een seks-inrichting, speelautomatenhal of een coffeeshop;

  • Alle andere aanvragen waarin handhavingsgegevens of indicaties die de vergunningverlener krijgt bij een aanvraag om een vergunning en/of ontheffing, aanleiding kunnen geven tot het instellen van een onderzoek.

De Wet Bibob zal niet worden toegepast op aanvragen die direct afkomstig zijn van een instantie waarover een andere overheidsdienst het bevoegd gezag is.

Momenteel worden vooral horeca aanvragen getoetst of bij heel sterke signalen dat er “iets mis is”. Maar er is de wens voor duidelijkere kaders wanneer andere vormen van Ondermijning te toetsen en te monitoren zoals bij gebouwen, jachthavens, bedrijven en vakantieparken.

Er wordt een nieuw Bibob‑beleid opgesteld, planning medio 2026. Uitgangspunt is een regionaal beleid in het licht van de vorming van het Bibob Expertise Team (BET), met lokale accenten. Er zijn meer gebieden waarop Bibob al wordt toegepast en het beleid zal gelijke behandeling in vergelijkbare gevallen bevorderen.

3.4.6 Andere projecten vergunningen

Op het gebied van vergunningverlening zijn de volgende specifieke projecten gepland in de komende jaren:

2026

2027

2028

2029

Implementatie ontheffingenstelsel ligplaatsen Naardertrekvaart

Implementatie ontheffingenstelsel ligplaatsen Muidertrekvaart

Implementatie ontheffingenstelsel ligplaatsen overig

 

Vuurwerkverbod implementeren

Vuurwerkverbod implementeren

 
 

Verruimde terrassen borgen in het omgevingsplan

Verruimde terrassen borgen in het omgevingsplan

 
 
 

Van regelgericht naar risicogericht (brandweer)

 
 

Actualisatie aanvraag-formulieren vergunningen APV

Actualisatie aanvraag-formulieren vergunningen Bijzondere wetten

 
 

3.4.7 Beleid

Het beleid voor zowel Vergunningen als Toezicht & Handhaving valt organisatorisch onder de afdeling Vergunningen. De planning is:

2026

2027

2028

2029

Omgevingsplan in overeenstemming brengen met VFL

Omgevingsplan in overeenstemming brengen met VFL

Omgevingsplan in overeenstemming brengen met VFL

Omgevingsplan in overeenstemming brengen met VFL waardoor deze op termijn vervalt

Inrichting Kapelstraat

 
 
 

U&H Strategie 2026-2029

Evalueren en zo nodig bijstellen U&H Strategie

Evalueren en zo nodig bijstellen U&H Strategie

Start actualiseren en vernieuwen U&H Strategie

APV en VFL check en zo nodig actualiseren

APV en VFL check en zo nodig actualiseren

APV en VFL check en zo nodig actualiseren

APV en VFL check en zo nodig actualiseren

Na aanpassing Alcoholwet de verordening actualiseren (regionaal)

 
 
 
 

Wegsleep-verordening

actualiseren

 
 

3.5 Prioriteiten Toezicht en handhaving

Tot nu gold, dat zodra er een handhavingsverzoek wordt ingediend dat betrekking heeft op een activiteit met een lage prioriteit er wel direct gehandhaafd werd. Dat is lastig uit te leggen, als dezelfde overtreding in de omgeving vaker voorkomt.

Jurisprudentie staat echter toe dat indien dergelijke handhavingsverzoeken in een planmatige aanpak worden meegenomen, en hier duidelijk over wordt gecommuniceerd, handhaving mag worden uitgesteld.

De volgende onderwerpen worden de komende vier jaar projectmatig opgepakt:

Terrassen, erfafscheidingen, in-/uitritten en fietsenstallingen en voorwerpen op of aan de weg. Jaarlijks wordt tenminste één van deze onderwerpen projectmatig gehandhaafd, in gebieden waar dit aan de orde is. B&W bepaalt welk onderwerp en welke buurt op grond van onder andere de impact op de omgeving, het aantal overtredingen en het aantal handhavingsverzoeken. Dit wordt opgenomen in het Jaarprogramma VTH. Vooraf wordt over de handhaving gecommuniceerd, zodat het voor elke overtreder een stimulans is om na te leven.

Wanneer er een constatering van een overtreding wordt gedaan, krijgt de overtreder wel altijd een brief. Waar mogelijk, wordt direct aangegeven of legalisatie achteraf mogelijk is dan wel welke aanpassingen daarvoor nodig zijn. Zie ook bijlage 2.

3.5.1 Woonruimte

Naast de bestaande prioriteiten veiligheid, brandveiligheid, gezondheid, bouwveiligheid, monumenten, beschermd stads/dorpsgezicht heeft toezicht op het onttrekken van woonruimte aan de voorraad een hoge prioriteit, denk aan permanente verhuur aan toeristen. Dit, gelet op de woningmarkt en de doelen van de gemeente. Overtreden door het wonen in een winkelpand of bijgebouwen heeft een lage prioriteit zolang er geen overlast is en er geen veiligheidsrisico’s zijn. Huisvesting van arbeidsmigranten is vaak niet veilig, soms worden deze mensen onder erbarmelijke omstandigheden gehuisvest.

Om misbruik te beperken zijn de beleidsregels Handhaving Wet Goed verhuurderschap opgesteld (bijlage 9). Vooralsnog wordt hier reactief op gehandhaafd; geleid door handhavingsverzoeken. Dit zijn vaak langdurige trajecten.

Indien in het kader van bestrijding van ondermijning een handhavingsproject Wet Goed verhuurderschap wordt gestart, wordt hierover achteraf gecommuniceerd.

Bij constatering van illegale bouw in aanbouw wordt dit meteen stil gelegd en gehandhaafd.

3.5.2 Brandveiligheid

De Regionale Brandweer Gooi en Vechtstreek (BGV) voert voor Gooise Meren de controles brandveilig gebruik gebouwen uit en levert bij constatering van overtreding de stukken bij de gemeente aan voor verdere handhaving. Ook adviseert de Brandweer de gemeente ten aanzien van APV/evenementen en in verband met brandveiligheid in relatie tot bouwactiviteiten. De brandweer maakt hiervoor een regionale risicoanalyse die wordt afgestemd met de gemeente.

Op dit moment wordt voor het bepalen van de risico’s en het stellen van prioriteiten de landelijk PREVAP methode gebruikt. De bouwwerken worden op basis van functies van het bouwwerk, omvang van het bouwwerk, aantal aanwezige personen, hun zelfredzaamheid, etc. ingedeeld in een viertal prioriteitsklassen. In de omgevingsanalyse is de PREVAP risicoanalyse integraal opgenomen. Hieruit resulteert een planning van controles brandveilig gebruik, waarbij gebouwen, zoals verzorgingshuizen, met de grootste risico’s vaker gecontroleerd zullen worden. Deze methode zal vervangen gaan worden door een risicogerichte aanpak (zie ook paragraaf 5.1.4)

3.5.3 Openbare ruimte

De inzet van de BOA’s is op hoofdlijnen als volgt verdeeld over de belangrijkste thema’s op grond van de prioriteitenmatrix (bijlage 6) en de frequentie dat dit voorkomt.

Onderwerp

Reguliere inzet verdeling

Verkeersveiligheid

60%

Jeugdoverlast

15%

Grote evenementen

2,5%

Ondermijnende criminaliteit

2,5%

Zwerfvuil, afvaldumpingen en milieuvervuiling

2,5%

Overig

Thema’s: adresonderzoek, controle visserijwet, handhaving hondenoverlast, loslopend vee, ondersteuning bij verkeersongevallen, overige meldingen politie, stank- en rookoverlast, vermiste personen of goederen, wet op kansspelen, Woonoverlast, Digitaal Opkopersregister, controle op horeca vergunningen

17,5%

De inzet van de boa’s is nader uitgewerkt in het Surveillanceplan Gooise Meren 2026-2029. Dit is vertrouwelijk van aard en richt zich vooral op overlast, leefbaarheid, openbare orde en veiligheid.

Gooise Meren bestaat uit verschillende kernen en wijken. In het kader van de risicoanalyse is gekeken welke aandachtspunten in welke wijk spelen

 

Jeugdoverlast

Evenementen

Horecaoverlast

Verkeersoverlast

Zwerfvuil en afvaldumpingen

Ondermijnende criminaliteit

Ligplaatsen

Fietsparkeren

Dr. A. Kuyperlaan (SDO Bussum, Spant & Fort Werk )

x

 
 
 
 
 
 
 

Bilderdijkpark/het Mouwtje

x

 
 
 
 
 
 
 

Naarden Vesting

x

x

x

x

x

 

x

x

Bussum Centrum

x

x

x

x

x

x

 

x

Muiderberg

x

 
 

x

 

x

 
 

Woonwijk Keverdijk

x

x

x

x

x

x

x

x

Muiden (Krijgsman)

x

x

 
 
 
 

x

 

Bedrijventerrein Gooimeer Zuid

 
 
 

x

 

x

 
 

Bussum-Zuid (De Engh)

x

 
 

x

 

x

 

x

Nijverheidswerf Bussum

 
 
 

x

 

x

 
 

Oud Valkveveen en omgeving

 
 
 

x

 
 
 
 

Scholen in Gooise Meren

x

 
 

x

 
 
 

x

Nieuwe Vaart Bussum

x

 
 

x

 

x

 
 

Het buitengebied

 
 
 
 

x

x

 
 

(Jacht)havens Gooise Meren

 
 
 
 
 

x

 
 

P&R Muiden

 
 
 
 
 
 
 
 

pilotenbuurt

x

 
 

x

 
 
 
 

Naardermeer

x

 
 
 

x

 
 
 

3.5.4 Projecten toezicht

Voor toezicht zijn de volgende specifieke projecten gepland in de komende jaren

2026

2027

2028

2029

Stelselwijziging BOA’s meerjarig opstart 2026

Stelselwijziging BOA’s meerjarig implementatie

Stelselwijziging BOA’s meerjarig realisatie 2028

 

Vuurwerkverbod implementeren

Vuurwerkverbod implementeren

 
 

BOA’s Categoriaal besluit bevoegdheden 5 jaar verlengen

 
 
 

Meldingen app implementeren

Meldingen app gebruiken, evalueren en verbeteren

Meldingen app gebruiken, evalueren en verbeteren

Meldingen app gebruiken, evalueren en verbeteren

Regio BOA tafel op politie meldkamer

 
 
 

onderzoeken toezicht parkeren vergunningen en/of fiscaal bij externe partij beleggen

Implementeren gekozen uitvoering en nulmeting

Monitoren en verbeteren gekozen uitvoering

Monitoren en verbeteren gekozen uitvoering

Plan van aanpak “waternomades”

“waternomades” convenant met het waterschap en andere gemeenten

 
 

Data gedreven toezicht onderzoeken en in gebruik nemen

Data gedreven toezicht onderzoeken, in gebruik nemen, uitvoeren, evalueren en verbeteren

Data gedreven toezicht

onderzoeken, in gebruik nemen, uitvoeren, evalueren en verbeteren

Data gedreven toezicht onderzoeken, in gebruik nemen, uitvoeren, evalueren en verbeteren

Fietshandhavingsproces verbeteren

 
 
 

Parkeren, de Raad heeft het Parkeerbeleid Gooise Meren 2025 “Maatwerkgericht in parkeren” vastgesteld. Als onderdeel van een algeheel verbeter en moderniseringsproces wordt onderzocht of de controles en handhaving parkeren door een externe partij kan worden gedaan en zo ja, in hoeverre.

Aanpak “waternomades”, door gebruik van een vaartuig als woning hebben deze mensen bepaalde rechten. Er wordt een convenant met het waterschap en andere gemeenten afgesloten voor een gezamenlijke aanpak.

3.5.5 Projecten handhaving

Handhavingsverzoeken en constateringen met een hoge prioriteit worden direct opgepakt. En veel handhavingszaken kennen wettelijke termijnen. Daarom is projectmatige aanpak veelal niet eenvoudig.

Voor de komende college periode worden een aantal veelvoorkomende onderwerpen met een lage prioriteit projectmatig opgepakt. De volgorde wordt bepaald aan de hand van de aantallen in de welstandsniveaus: beschermd, bijzonder, gewoon en welstandsvrij. De niveaukaart is opgenomen in de Welstandsnota 2019, hoofdstuk 6.

Voor de periode 2026-2030 bepaalt het college dat in beginsel de volgende onderwerpen met een lage prioriteit projectmatig worden opgepakt:

2026

2027

2028

2029

Bergingen/bouwwerken op voorerfgebied tot 6 m2 in gebieden met een bijzonder welstandniveau.

Erfafscheidingen grenzend aan openbaar toegankelijk gebied in gebieden met een bijzonder welstandniveau

Dakkapellen in voor- en achterdakvlak in gebieden met een bijzonder welstandniveau

Illegale bewoning

Of een situatie projectmatig wordt opgepakt is mede afhankelijk van de hoeveelheid meldingen en bevindingen op dit punt.

Om dit in beeld te brengen wordt een meldingenkaart gecreëerd, waarop in ieder geval de veelvoorkomende situaties met een lage prioriteit – letterlijk – in kaart worden gebracht.

De volgorde van de projecten wordt bepaald, en zo nodig tussentijds bijgesteld, aan de hand van het aantal bekende overtredingen en per welstandsgebied.

Handhavingsverzoeken voor deze onderwerpen worden gecontroleerd. Als er inderdaad sprake is van overtreding krijgt de overtreder een 1e brief. Verzoeker wordt altijd geïnformeerd. Verdere handhaving wordt uitgevoerd, wanneer de betreffende buurt projectmatig geheel wordt opgepakt.

Dit laat onverlet dat de praktijk andere keuzes kan brengen: handhavingsverzoeken of ambtelijke constateringen kunnen noodzaken tot een projectmatige aanpak, die afwijkt van het beleid. In dat geval wordt zodra dat mogelijk is weer teruggegrepen op het beleid.

En ook kunnen zaken/projecten met een lage prioriteit worden opgepakt wanneer dit naar het oordeel van team Handhaving nodig/mogelijk is.

Daarnaast wordt ook projectmatig gewerkt bij veelvoorkomende overtredingen van middelhoge of hoge prioriteit (denk aan de dakterrassen en arbeidsmigranten) en bij situaties die door het college als project zijn of worden aangewezen (zoals Gooi Meer Zuid).

Wanneer een project eerder af is, of langer duurt, wordt de planning daarop aangepast. Dan kan een volgend project naar voren worden gehaald of naar achteren verplaatst.

Niet alles kan worden gerealiseerd in vier jaar. Handhavingsverzoeken worden per geval beoordeeld. Wanneer een uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats, wordt dit bijvoorbeeld direct opgepakt.

Kamerbewoning en wonen heeft in het huidige beleid een lage prioriteit, ingegeven door de woningnood. Maar wanneer er sprake is van uitbuiting en andere onzuivere dingen in de praktijk, stijgt de prioriteit en wordt het wel direct opgepakt.

De planning kan worden aangepast wanneer de uitvoering meer of minder werk blijkt te zijn.

De volgende onderwerpen met lage prioriteit staan op de wachtlijst voor projectmatige aanpak:

  • In/uitritten

  • Voorwerpen op/aan/boven de weg

  • Aanleggen zonder archeologische of monumentale waarde

  • Wonen in bijgebouwen (zonder gevaar of uitbuiting e.d.)

  • Buitenunits voor- en achterzijde

Overig: oneigenlijk in bezit genomen gemeentegronden

Grondzaken is trekker van dit project en het betreft privaatrecht. Als het om de kale grond gaat, is dit een zaak voor Grondzaken. Als deze gronden ook bebouwd zijn, met bijv. een schutting of berging (meestal zijn de gronden immers aan de tuin toegevoegd) is het ook bestuursrecht en komt er handhavingswerk voor Toezicht & Handhaving bij kijken.

Opmerking verdient dat dit oneigenlijke grondgebruik ook veel gebeurt bij woningen van woningcorporaties. Deze corporaties worden dan op hun verantwoordelijkheid gewezen.

4 Mensen en middelen

4.1 Structuur en organisatie

Het college is op het gebied van de Omgevingswet het bevoegde bestuursorgaan voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. Binnen het college zijn portefeuillehouders aangewezen. Daarmee zijn zij bestuurlijk verantwoordelijk voor het gevoerde beleid en de uitvoering van taken die binnen hun portefeuille vallen. Vergunningverlening, toezicht en handhaving vallen in Gooise Meren onder de portefeuille van een wethouder. Uit de Alcoholwet vloeit rechtstreeks voort dat niet het college, maar de burgemeester het bevoegd gezag is ten aanzien van vergunningverlening, ontheffingen en toezicht en handhaving.

De burgemeester is ook het bevoegd gezag voor wat betreft een aantal bepalingen uit de APV. Hij zorgt er als coördinerend bestuurder ook voor dat waar nodig op bestuurlijk niveau afstemming plaatsvindt zodat er eenduidig en slagvaardig wordt opgetreden en gehandeld. Het management heeft regelmatig overleg met bestuurders om beleidsmatige en lopende zaken te bespreken.

afbeelding binnen de regeling

Afbeelding Organogram organisatie Gemeente Gooise Meren per 1 januari 2026

De formatieplaatsen die binnen de organisatie van de gemeente Gooise Meren betrokken zijn bij de uitvoering van de VTH-taken, zijn grotendeels werkzaam op de afdelingen Vergunningen en Toezicht en Handhaving.

4.2 Scheiding VTH-taken

Vergunningverlening en toezicht en handhaving is binnen Gooise Meren strikt gescheiden. Dit is nodig, niet alleen om te voorkomen dat belangverstrengeling kan ontstaan, maar ook omdat het ongewenst is dat een vergunningverlener zijn of haar eigen vergunning zou kunnen controleren. Deze scheiding is op drie manieren gerealiseerd, namelijk door:

  • -

    de betreffende medewerkers in verschillende afdelingen te organiseren.

  • -

    een duidelijke functieomschrijving;

  • -

    de toezichthouders als zodanig door het college aan te wijzen;

4.3 Middelen en leges

De benodigde middelen voor de VTH taken zijn opgenomen in de begroting die aan de raad in de reguliere planning- en control cyclus wordt aangeboden. De daadwerkelijke uitvoering, vastgelegd in de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s, vindt plaats binnen de, in de begroting opgenomen, kaders voor personeelskosten en directe budgetten.

De kosten die binnen Gooise Meren voor de VTH-taken, bestaan voornamelijk uit personele kosten van medewerkers, de gemeentelijke bijdrage aan de OFGV en de Veiligheidsregio (voor de taken van de brandweer). Daarnaast zijn er overige kosten zoals kosten voor software (backofficesysteem RX Mission, BySpy en BRS voor de boa’s) en de kosten voor de uitvoering van toezichtstaken op het gebied van de Alcoholwet door toezichthouders van Hilversum. Incidenteel worden kosten gemaakt voor uit te voeren van onderzoeken in het kader van toezicht en handhaving zoals bodem- en akoestische onderzoeken. Een bijzondere kostenpost is de inzet van de externe Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK). Daarnaast zijn er uiteraard nog diverse overheadkosten, zoals automatisering (Zaaksysteem), financiën, gebouwen, postregistratie, etc.

De benodigde en beschikbare (personele) middelen worden in de jaarlijkse Begroting en Jaarstukken van Gooise Meren weergegeven onder de volgende programma’s:

Programma 3: Passend wonen in een groene omgeving

Programma 4: Economisch vitaal en bereikbaar

Programma 5: Duidelijke en transparante dienstverlening

Programma 6: Financieel gezond

De middelen die de gemeente Gooise Meren beschikbaar stelt, worden bepaald op basis van de voorgaande jaren en een prognose van ontwikkelingen in de gemeente. Omdat het aantal aanvragen fluctueert, is er een budget voor inzet van een flexibele schil. Dit budget wordt ingezet om capaciteit in te huren bij piekbelasting.

Tegenover de uitgaven staan de legesinkomsten. Deze mogen over een langere periode niet meer dan kostendekkend zijn. Overigens komen niet alle taken in aanmerking voor legesdekking. Dit geldt voor alle bezwaar- en beroepsprocedures, meldingen, vergunning vrij bouwen en deels toezicht en handhaving. De hoogte van de leges en de berekening ervan is geregeld in de legesverordening van Gooise Meren die ieder jaar opnieuw wordt vastgesteld.

In 2025 zijn door een extern bureau kengetallen bepaald voor een aantal van de VTH taken van de Gemeente Gooise Meren op basis van het vergelijken met andere gemeenten. De kengetallen worden de komende jaren gebruikt als indicatie om de benodigde capaciteit en de hoogte van leges te bepalen. Per team worden de kengetallen weergegeven. Jaarlijks worden de kentallen geëvalueerd en zo nodig bijgesteld.

4.4 Afdeling Vergunningen

4.4.1 Team beleid

De 2 beleidsmedewerkers (ruim 1 fte) werken zowel voor de afdeling Vergunningen als Toezicht & Handhaving, maar vallen organisatorisch onder de afdeling Vergunningen. Ze dragen zorg voor het opstellen van de stukken in het kader van de Big 8, coördinatie en afstemming met de OFGV, Brandweer, deelname aan regionale projecten Alcoholwet en de advisering op het gebied van beleid op allerlei voor de afdeling relevante onderwerpen.

4.4.2 Team Casemanagers

Aanvragen voor omgevingsvergunning voor de Omgevingswet-activiteiten zoals bouwen en kappen worden behandeld door de afdeling Vergunningen. Op 1 januari 2026 is 13 fte formatie beschikbaar op het gebied van vergunningverlening en 5 fte op het gebied van administratie.

Tevens is er een secretaris (1 fte) voor de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK). De CRK wordt extern ingehuurd voor de welstandstoets op grond van de Verordening op de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) Gooise Meren 2023.

De meest voorkomende Omgevingswet taken met bijbehorende kengetallen zijn:

Product

Verwacht

kengetal

Aanvragen omgevingsvergunning totaal

850

 

per product

 
 

ingetrokken aanvragen en concepten

240

1

buiten behandeling laten

150

3

Omgevingsvergunningen eenvoudige werken (dakkapel, nokverhoging, overkapping) OPA

250

5

Omgevingsvergunning bouwactiviteit (bouwtechnisch deel)

90

24

Omgevingsvergunningen afwijken ruimtelijke regels, BOPA

225

40

Grote projecten BOPA

5

200

Omgevingsvergunningen onderdeel vellen houtopstand (kappen)

60

3

Omgevingsvergunningen onderdeel slopen bouwwerk

30

3

Concept aanvragen

100

12

Verken uw initiatief

10

80

Omgevingsvergunningen onderdeel brandveilig gebruik

5

8

Omgevingsvergunningen onderdeel monument

35

10

 
 

Overige

 
 

Meldingen brandveilig gebruik

25

2

Omgevingsvergunning onderdeel aanleggen

3

2

Omgevingsvergunning onderdeel in-/uitrit

20

4

4.4.3 Team APV en bijzondere wetgeving

Aanvragen in het kader van bijzondere wetten (waaronder de Alcoholwet, de Marktverordening en de Winkeltijdenwet), de Algemene Plaatselijke Verordening en de Verordening Fysieke Leefomgeving worden door het team APV en bijzondere wetgeving in behandeling genomen. Hiervoor is 3,28 fte formatie beschikbaar. Kleine APV vergunningen, parkeerontheffingen en meldingen worden door het Klantcontactcentrum (KCC) afgehandeld.

De meest voorkomende taken voor team APV met bijbehorende kentallen zijn:

Product

Verwacht

kengetal

Alcoholwet-vergunning

25

8

Wijzigen aanhangsel Alcoholwet-vergunning

25

2

Ontheffing schenken alcohol (tijdelijke vergunning, art. 35 Alcoholwet)

20

2

Evenement < 1000 bezoekers

30

8

Evenement 1000 - 5000 bezoekers

5

12

Evenement > 5000 bezoekers

4

125

Terugkerend evenement > 5000 bezoekers (meerjarige vergunning)

3

25

Terugkerend evenement jaarlijkse check

28

3

Klein evenementenvergunning (art. 2:25 lid 3 APV)

30

2

Standplaatsvergunning (weekmarkt en elders)

10

2

Vergunning plaatsen objecten op de openbare weg

100

1

Exploitatievergunning

25

14

Overige (collecte, loterij etc.)

7

1

Vuurwerkvergunning (verkoop consumentenvuurwerk)

4

1

Ontheffing geluidhinder

8

1

Ontheffing sluitingstijd aanvragen

5

2

Filmopnames maken

30

2

Aanwezigheidsvergunning wet op de kansspelen

3

2

Vliegen met een drone

4

2

Melding bouwobject plaatsen

560

0

Melding incidentele festiviteit

15

1

Verklaringen geen bezwaar

18

2

Ontheffing inrijverbod

43

0

Ontheffing ligplaatsen

50

2

Bezwaar Horeca en evenementen

7

20

4.4.4 Team vergunningen juristen

Jaarlijks wordt een groot aantal bezwaren ingesteld tegen verleende omgevings-vergunningen. Ook volgt bij besluiten op bezwaar regelmatig instelling van beroep plaats bij zowel rechtbank als Raad van State. In bezwaar- en beroepsprocedures vertegenwoordigen de juristen van de afdeling Vergunningen het college (het bevoegd gezag).

Ook geven zij juridische adviezen in vergunningprocedures.

Dit team bestaat 2,3 fte beschikbare formatie.

De meest voorkomende taken voor team juristen vergunningen (bezwaar en beroep Omgevingswet) met bijbehorende kentallen zijn:

Product

Verwacht

kengetal

Bezwaar tegen vergunning activiteit bouwen

25

20

Bezwaar tegen vergunning activiteit bouwen/planologisch afwijken

25

40

Bezwaar tegen vergunning vellen houtopstand (kappen)

10

20

Bezwaar tegen Omgevingsvergunning in-/uitrit

5

20

Bezwaar tegen geweigerde vergunning activiteit bouwen

1

20

Bezwaar tegen geweigerde vergunning activiteit bouwen/planologisch afwijken

10

40

Bezwaar tegen geweigerde vergunning activiteit vellen houtopstand (kappen)

2

20

Bezwaar tegen geweigerde vergunning activiteit uitrit

0

20

Beroep vergunning activiteit bouwen

5

40

Beroep vergunning bouwen/planologisch afwijken

5

80

Beroep tegen vergunning vellen houtopstand (kappen)

0

40

Verzoek voorlopige voorziening

2

40

Hoger beroep bij Raad van State

1

100

4.5 Afdeling Toezicht en Handhaving

4.5.1 Team Bouwtoezicht

De toezichtstaken op het gebied van ruimtelijke ordening en bouwen worden uitgevoerd door het team Toezicht. Dit team bestaat uit 2,89 fte aan formatie die controleren of een bouwproces verantwoord verloopt en er conform de verleende vergunningen gebouwd wordt.

De meest voorkomende taken voor team bouwtoezicht met bijbehorende kentallen zijn:

Product

Verwacht

kengetal

Bouwcontroles

1.000

2

Gereed meldingen bouw

350

2

Controles bestaande bouw

45

2

Klachten en meldingen

100

1

Slopen met asbest (asbestinventarisatierapporten)

200

0

NB: toezicht asbest wordt uitgevoerd door de OFGV, zowel op basis van meldingen als preventief

4.5.2 Team handhavingsjuristen

Als er overtredingen geconstateerd worden, en deze kunnen niet opgelost worden na tussenkomst van de toezichthouder of mediation, gaat de Gemeente Gooise Meren over tot handhaving. Dit kan zijn het opleggen van een last onder dwangsom, een last onder bestuursdwang (bouwstop) of een bestuurlijke boete. Er is 3,4 fte formatie beschikbaar.

Van het team handhavingsjuristen hebben we nog geen kengetallen. In 2026 wordt hiervoor een aanzet gemaakt.

4.5.3 Team BOA’s

Er is in totaal 7,36 fte in 2026 en 6,2 fte in 2027 aan Buitengewoon opsporingsambtenaren (BOA’s) beschikbaar. Daarvan zijn er zes in domein 1 en is één BOA werkzaam in domein 2. Twee Boa’s zijn bevoegd voor alcoholwet. De BOA domein 2 houdt zich voor een belangrijk deel bezig met milieu en groene wetgeving. De zes BOA’s domein 1 houden zich bezig met het toezicht in de openbare ruimte. Meer specifiek gaat het dan om de APV en de Wegenverkeerswet. De BOA’s zijn inzetbaar op het gebied van de openbare ruimte en voor het toezicht bij evenementen. Al deze BOA’s zijn ook bevoegd om op te treden in het kader van de Alcoholwet (het in het bezit hebben en gebruiken van alcoholische dranken door jongeren onder de 18 jaar in de openbare ruimte).

De fiscalisten (1,5 fte) en de marktmeester (1 fte) hebben beiden een hele specifieke taak. Voor de fiscalist is dat het controleren of de parkeerbelasting wordt nageleefd in de gebieden die zijn aangewezen voor betaald parkeren. Deze gebieden zijn in Bussum Centrum en in Muiden. Voor de marktmeester is dat zorgen voor een goed verloop van de weekmarkten in Bussum en Naarden en controleren of de marktverordening wordt nageleefd. Bij het uitoefenen van hun taak kunnen de fiscalist en marktmeester ook signalen van overlast en criminaliteit opvangen.

Naast de mensen zijn er ook middelen beschikbaar voor de BOA’s zoals software en hardware (bijvoorbeeld Abonnementen BRS (Boaregistratie), BySpy (digitale handhaving), aansluiting C2000, camera toezicht, ) deze kosten zijn opgenomen in de begroting.

4.5.4 Toezicht alcoholwet

Per 1 januari 2013 is de burgemeester, naast vergunningverlening, ook belast met toezicht en handhaving op grond van de Alcoholwet. Voorheen werd dit uitgevoerd door de NVWA.

De gemeenten in de Gooi en Vechtstreek hebben door middel van een samenwerkingsovereenkomst, geldig voor dezelfde periode als het PHP, de toezichtstaak Alcoholwet grotendeels ondergebracht bij de gemeente Hilversum. Gespecialiseerde BOA’s voeren, op grond van een jaarplanning, controles uit bij alcoholverstrekpunten. Het kan daarbij gaan om het controleren van de vergunning (is deze nog up-to-date, is de leidinggevende aanwezig, etc.). Ook wordt toegezien op het (niet) schenken van alcoholhoudende dranken aan minderjarigen (“ Nix<18”). Van de controlebezoeken wordt een rapportage opgesteld. Bij overtredingen wordt door de jurist van de afdeling VTH een handhavingsprocedure opgestart. Welke dit is, is afhankelijk van de overtreding.

Er is een regionaal Preventie en Handhaving Plan (PHP) 2026–2029: Alcohol & Middelen.

De gemeenteraad van Gooise Meren heeft het Preventie- en Handhavingsplan Alcohol en Middelen 2026–2029 vastgesteld op 18 december 2025. Dit besluit volgde na bespreking in het regiopodium en advies van de GGD Gooi & Vechtstreek. Bij het nieuwe PHP hoort ook een sanctiestrategie en stappenplan voor Alcoholwet-handhaving, vastgesteld via het Regionaal Veiligheidscollege door burgemeesters. Daarin is vastgelegd welke waarschuwing of sanctie volgt na een overtreding.

Hilversum heeft kengetallen bepaald, voor verschillende soorten toezicht Alcoholwet. Deze kengetallen zijn vastgelegd in het Bedrijfsplan toezicht Alcoholwet regio Gooi en Vechtstreek versie 2.0.

Op basis van deze kengetallen en de in de begroting vastgelegde bijdrage kunnen alle alcohol verstrekpunten in de gemeente Gooise Meren worden bezocht middels een mix van toezicht instrumenten. In de planning is opgenomen dat overtreders een 2e controle krijgen.

Taak

Omschrijving

Tijdsbesteding

Inzet personeel

Basiscontrole

Controleren op actualiteit en aanwezigheid vergunning, aanwezigheid leidinggevende e.d.

Administratieve afhandeling controle

Bij overtreding opleggen bestuurlijke boete of constatering terugkoppeling aan betreffende gemeente

1 uur/controle

Een Boa

Leeftijdscontrole

Controleren op verstrekken van alcohol aan personen van 18 jaar en ouder

Administratieve afhandeling controle

Bij overtreding opleggen bestuurlijke boete of constatering terugkoppeling aan betreffende gemeente

2 uur/controle

Twee Boa’s

Testkoperactie

Het inzetten van minder- en meerderjarige jongeren om te constateren of de leeftijd goed wordt vastgesteld en of er geen alcohol aan wordt verkocht aan jongeren onder de 18 jaar.

Administratieve afhandeling controle

Slijterij, snackbar en supermarkt (1.5 uur)

Overige controles (2,5 uur)

1 Boa

Evenementen controle

Bij evenementen controleren op een artikel 35 Alcoholwet ontheffing en leeftijdscontrole

4 uur/controle

2 Boa’s

4.6 Omgevingsdienst OFGV

De milieu taken zijn allemaal overgedragen aan de Omgevingsdienst Flevoland, Gooi & Vechtstreek (OFGV).

Middelen beschikbaar voor

2026

2027

2028

2029

Bijdrage Gooise Meren aan OFGV

€ 1.252K

€ 1.310

€ 1.310

€ 1.310

4.7 Brandveiligheid

De taken op het gebied van brandveiligheid worden voor Gooise Meren uitgevoerd door de Brandweer Gooi en Vechtstreek (BGV), onderdeel van de veiligheidsregio. De opdracht is vastgelegd in de Dienstverleningsovereenkomst (DVO) die in 2026 wordt geactualiseerd.

De financiële middelen hiervoor zijn vastgelegd in de begroting van de veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek waarbij de bijdrage van Gooise Meren is vastgelegd in haar begroting.

Middelen beschikbaar

2026

2027

2028

2029

Bijdrage Gooise Meren aan veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek

€ 5.839K

€ 5.839K

€ 5.839K

€ 5.839K

4.8 Kwaliteitseisen

Voor het uitvoeren van de VTH taken is deskundigheid nodig. De verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving is een eigen verantwoordelijkheid van de decentrale overheden.

In de Wet VTH is bepaald dat bevoegd gezagen verplicht zijn om ten aanzien van de kwaliteitscriteria een verordening op te stellen, waarin zij bepalen welke kwaliteit zij van toepassing verklaren bij de uitvoering van hun taken op het gebied van omgevingsrecht.

Op 21 december 2022 heeft de Raad de Verordening uitvoering en handhaving (omgevingsrecht) Gemeente Gooise Meren 2023 vastgesteld met beoogde in werking treding op het tijdstip waarop de Omgevingswet in werking zou treden.

De OFGV dient te voldoen aan de kwaliteitscriteria VTH 3.0.

Ten aanzien van de eigen taken of “thuis taken”, die de gemeentelijke organisatie zelf uitvoert, heeft Gooise Meren in de verordening bepaald dat B&W gemandateerd is om het kwaliteitsniveau vast te leggen. Dat wordt in 2026 vastgelegd.

De Gemeente Gooise Meren gaat in het eerste kwartaal van 2026 een onderzoek uitvoeren in hoeverre wordt voldaan aan de kwaliteitscriteria 3.0 en welke stappen nog nodig zijn om te voldoen aan de criteria. Op basis van dit advies zal B&W nader besluiten welke maatregelen zij noodzakelijk acht en gaat uitvoeren.

Gezien de krapte op de arbeidsmarkt worden junior medewerkers intern opgeleid. Hiervoor is een ontwikkelprogramma gemaakt waarin te volgen opleidingen zijn opgenomen.

4.9 Bereikbaarheid

De gemeente is uiteraard, op verschillende manieren, bereikbaar tijdens kantoortijden. Vragen en meldingen kunnen 24/7, dus ook buiten kantoortijd gedaan worden via de website. Daar staan ook de gegevens wanneer de partners van de Gemeente Gooise Meren dienen te worden benaderd en hoe dit kan.

Voor milieuklachten kunnen inwoners terecht bij de OFGV, in principe via de website. Voor spoedeisende klachten is er de milieu klachtentelefoon, tel: 0320 26 54 00. Dit telefoonnummer is 24 uur per dag, 7 dagen per week bereikbaar.

Bij acuut gevaar wordt geadviseerd om altijd 112 te bellen.

5 Samenwerking

Gooise Meren is voor de realisatie van haar doelen mede afhankelijk van andere organisaties. Dat betreft vergunningverlening, toezicht en handhaving maar ook op het gebied van advisering. Op het gebied van de Omgevingswet worden diverse taken door andere partijen uitgevoerd en/of mee samengewerkt, maar niet alleen op dat gebied. Deze samenwerkingen zijn vaak gebaseerd op een opdrachtgever-opdrachtnemer relatie.

De uitvoeringspartners hebben ook eigen wettelijke bevoegdheden en –taken. Samenwerking bestaat bij die taken voor een belangrijk deel uit signaaltoezicht, waarbij men elkaar attendeert op mogelijke overtredingen. Door regelmatig overleg en afstemming, zowel op bestuurlijk als op ambtelijk niveau, wordt een goede relatie met deze samenwerkingspartners onderhouden. Afspraken over procedures en verantwoordelijkheden worden zo nodig vastgelegd in dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s).

De DVO met de Brandweer wordt in 2026 geactualiseerd.

Met de gemeente Hilversum is er een samenwerkingsovereenkomst voor de controles Alcoholwet (2026-2029). In overleg met deze partners worden jaarlijkse werk- en uitvoeringsprogramma’s opgesteld, zodat de gemeentelijke prioriteiten en doelen ook op de gebieden waar zij afhankelijk is van samenwerkingspartners gewaarborgd zijn.

5.1 Externe samenwerking

5.1.1 Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek (OFGV)

Een deel van de Omgevingswet-taken, namelijk het verlenen en wijzigen van milieuvergunningen, de milieu toezichttaken in Gooise Meren, de bodemtaken en het be- en afhandelen van milieuklachten en –meldingen wordt namens B&W uitgevoerd door de OFGV. Ook heeft de OFGV een belangrijke adviserende taak op milieugebied. Dat geldt bijvoorbeeld voor geluidaspecten bij evenementen, diverse milieuaspecten bij aanvragen om bouwvergunningen, de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan, externe veiligheid, toezicht op slopen met asbest, etc. Regelmatig vindt overleg plaats over de lopende zaken op het gebied van vergunningverlening en handhaving. Daarnaast is er structureel overleg met de OFGV en de accounthouders. Tenslotte is de wethouder met de portefeuille vergunningen en handhaving lid van zowel het Algemeen Bestuur (AB) als het Dagelijks Bestuur (DB) van de OFGV. De OFGV stelt, in overleg met Gooise Meren, jaarlijks een uitvoeringsprogramma op, evenals een jaarverslag.

De afspraken met de OFGV zijn vastgelegd in een Gemeenschappelijke Regeling (GR). De OFGV werkt volgens de Uitvoering & Handhavingstrategie (U&H Strategie, 2024) op een eenduidige wijze voor alle aangesloten partners van de Omgevingsdienst. Alle partners van de OFGV hebben deze U&H Strategie vastgesteld, conform de verplichting uit het Omgevingsbesluit.

Interbestuurlijk Programma versterken VTH-stelsel

Met het versterken van het VTH-stelsel wordt vooral het functioneren van de OD's onder de loep genomen. Naar aanleiding van het rapport Van de commissie Van Aartsen (2022) is in 2023 een landelijk Interbestuurlijk Programma (IBP) opgestart met pijlers voor de uitwerking van de diverse aanbevelingen van de commissie. Dit is niet vrijblijvend.

Het doel van het ontwikkelproces is een sterk VTH-stelsel waarin Omgevingsdiensten op een eenduidige en krachtige wijze bijdragen aan een schone en veilige leefomgeving in Nederland en Gooise Meren.

Op grond van de aanbevelingen van het IBP zijn nieuwe, verplichte normen geformuleerd die Omgevingsdiensten naar een hoger en meer uniform niveau moeten tillen.

Ook de OFGV moet zich ontwikkelen. Er is een Ontwikkelplan opgesteld en door het AB vastgesteld (2024), waarmee de OFGV zal gaan voldoen aan de nieuwe landelijke normen. De komende jaren wordt het Ontwikkelplan uitgevoerd.

5.1.2 Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG)

De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) voert in opdracht van de Provincie Noord-Holland de Besluit risico's zware ongevallen (BRZO) en Richtlijn Industriële Emissies (RIE) bedrijven en de grondwatertaken uit. Dit betreft bedrijven waarvoor de provincie bevoegd gezag is. In de Gemeente Gooise Meren zijn er geen BRZO-bedrijven. In Gooise Meren is het bedrijf Givaudan in Naarden een RIE categorie 4 bedrijf (chemische industrie). Givaudan wordt jaarlijks twee keer fysiek gecontroleerd. Daarnaast zullen er ook administratieve controles plaatsvinden.

Den Ouden Organic 't Gooi (composteerbedrijf) in Muiderberg is een RIE categorie 5 bedrijf (afvalverwerken). Hier wordt overlast ervaren door omwonenden, met name geurklachten. Het bedrijf en de OD NZKG zijn actief om de klachten te verminderen en stemmen regelmatig af met de omwonenden.

5.1.3 Omgevingsdienst Noord Holland Noord (OD NHN)

De Omgevingsdienst Noord-Holland-Noord (OD NHN) voert de bepaalde taken voor de Provincie uit, zoals ontgrondingen, natuurvergunningen inclusief stikstof en oppervlaktewater maar ook toezicht zoals op en rond het Naardermeer.

5.1.4 Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek/Brandweer

In de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek – waar Gooise Meren deel van uitmaakt – werken gemeenten, brandweer, GHOR, politie en OM samen aan veiligheid.

De brandweer voert namens de gemeente een aantal taken uit. Als het gaat om het omgevingsrecht betreft dit advisering brandveiligheid bij bouw- en milieuaanvragen, evenementen, in behandeling nemen van gebruiksmeldingen, adviseren bij ruimtelijke plannen en het uitvoeren van brandveiligheidscontroles. Sinds de invoering van de Omgevingswet, wordt ook meegedacht en geadviseerd op de nieuwe Omgevingsvisie, het Omgevingsplan en toekomstige Programma´s. De brandweer wil voor haar advisering en toezicht overschakelen van een regelgerichte werkwijze naar een meer risicogerichte manier van werken. Daarmee wordt de aandacht gericht op zaken die er echt toe doen, vanzelfsprekend met goede onderbouwing. Het doel is om de effectiviteit te vergroten. Toezicht houden op brandveiligheid daar waar het ertoe doet. Deze ontwikkeling wordt de komende jaren geïmplementeerd in de werkwijze van de brandweer.

Een deel van deze activiteiten is goed te voorspellen zoals de periodieke brandveiligheidscontroles van bestaande gebouwen. Andere zaken zijn lastiger te begroten omdat het afhankelijk is van het aanbod aan vergunningaanvragen en meldingen.

Wanneer handhaving noodzakelijk is, wordt het dossier overgedragen aan de juristen van de gemeente. De BGV ondersteunt (op verzoek) bij de handhaving en doet ook de daarvoor noodzakelijke hercontroles.

Elk kwartaal, en zo nodig vaker, worden er gesprekken gevoerd met de BGV over afstemming van de taken en verbetering van de samenwerking. Als resultaat hiervan wordt de informatie-uitwisseling verbeterd. Jaarlijks wordt de planning van het reguliere toezicht op locatieniveau afgestemd tussen VTH en de BGV.

5.1.5 Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV)

De gemeente werkt intensief samen met de OFGV, het waterschap AGV en de provincie om toezicht en handhaving op water gerelateerde activiteiten effectief uit te voeren. Zie ook bijlage 1 de paragraaf Water. De Gemeente Gooise Meren gaat een Strategische Samenwerkingsagenda met Waterschap AGV opstellen.

Medewerkers de gemeente Gooise Meren kunnen op het maandelijkse spreekuur op het gemeentehuis een afspraak aanvragen met een medewerker van Waterschap AGV voor de beantwoording van alle vragen aan en overleg met het Waterschap

5.1.6 Provincie Noord-Holland

De provincie heeft verschillende rollen ten aanzien van Gooise Meren:

Bevoegd gezag Wet milieubeheer

In de eerste plaats is Noord-Holland het bevoegd gezag voor enkele inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer. Ook is er nog een voormalige vuilstort die onder het bevoegd gezag van de provincie valt.

Interbestuurlijk Toezicht (IBT)

In het kader van het interbestuurlijk toezicht houdt de Provincie toezicht op de uitvoering van medebewindstaken. Primair heeft de gemeenteraad de taak het college te controleren op het juist uitvoeren van haar taken op het gebied van het omgevingsrecht. Dit wordt horizontaal toezicht genoemd. De provincie heeft in een verordening vastgelegd welke gegevens gemeenten aan de provincie moet overleggen.

Coördinatie

Verder is de provincie op grond van paragraaf 5.2 van de Omgevingswet verantwoordelijk voor de coördinatie tussen alle organisaties in de provincie die zich bezig houden met omgevingsrecht. Hiertoe dienen zij een of meerdere overlegorganen in te stellen. Tenslotte is de provincie op grond van dezelfde paragraaf in de Omgevingswet de wettelijk regisseur kwaliteitseisen en ziet zij erop toe dat hieraan voldaan wordt.

Natuur toezicht en handhaving

Het gezamenlijke beheer van het Naardermeer vindt plaats op grond van de aanwijzing van het N2000 gebied door de Provincie Noord-Holland en Beheerplan Naardermeer, afgestemd met de partners. Op basis van deze plannen komen de diverse bevoegde gezagen jaarlijks bij elkaar om effectief en efficiënt de taken samen aan te pakken en te evalueren.

De Provincie Noord-Holland is bezig om een Handhavingsuitvoeringsprogramma op te stellen voor alle N2000 gebieden in Noord-Holland. Zolang dat er niet is blijven de lokale Handhavingsuitvoeringsprogramma’s Natura 2000, zoals voor het Naardermeer, in stand.

5.1.7 Politie en Openbaar Ministerie

Naast een bestuursrechtelijke aanpak van overtredingen van de Omgevingswet kan een strafrechtelijk optreden gewenst zijn en daardoor bijdragen aan een betere naleving. Gooise Meren beschikt over BOA’s, die bevoegd zijn om strafrechtelijk op te treden. Opgemerkt moet worden dat BOA’s weliswaar in dienst zijn van de gemeente maar dat zij, als zij strafrechtelijk optreden, dat doen onder de verantwoordelijkheid en uit naam van het Openbaar Ministerie. Gooise Meren heeft een samenwerkingsovereenkomst bestuurlijke strafbeschikking milieu ondertekend met de OFGV. De BOA’s van de OFGV kunnen daardoor strafrechtelijk optreden ten aanzien van milieuovertredingen. De “eigen” BOA’s (rechtstreeks in dienst bij de Gemeente Gooise Meren) treden, naast de Wegenverkeerswet, strafrechtelijk op ten aanzien van openbare orde feiten op grond van de APV. Er is jaarlijks overleg met het CJIB over de uitwisseling van gegevens hierover. Daarnaast is er een jaarlijkse bijeenkomst met werkgevers van BOA’s in de politieregio Midden-Nederland, georganiseerd door de politie.

In het driehoeksoverleg vindt ook zeer regelmatig overleg plaats tussen politie, brandweer, de officier van Justitie en burgemeester. Het zwaartepunt van dit overleg is openbare orde en veiligheid. Specifieke handhavingsproblemen kunnen worden ingebracht, met name wanneer een strafrechtelijke aanpak gewenst is.

Wekelijks vindt er overleg plaats tussen politie en BOA’s of andere medewerkers van Gooise Meren. Op het gebied van de Alcoholwet levert de politie advies bij vergunningverlening.

5.1.8 Gemeente Hilversum

Gespecialiseerde toezichthouders van de gemeente Hilversum voeren de controles in het kader van de Alcoholwet uit in de gemeente Gooise Meren. Zie ook paragraaf 4.5.4. Jaarlijks wordt een lijst opgesteld van te bezoeken alcohol verstrek punten. De toezichthouder stelt naar aanleiding van een controle een rapport op en stuurt dit naar de gemeente. Tenminste vier keer per jaar vindt er een stuurgroep overleg plaats waarbij vertegenwoordigers van alle gemeenten aanwezig zijn.

5.1.9 GGD en GHOR Gooi en Vechtstreek

De GGD is een belangrijke samenwerkingspartner onder andere op het gebied van de uitvoering van de Alcoholwet. De feitelijke handhaving in het geval van overtredingen wordt uitgevoerd door de gemeente. Hierdoor ontstaat een belangrijke samenwerkingsrelatie. Onder de Omgevingswet wordt gezondheid een belangrijke pilaar voor de samenwerking. De GHOR tenslotte is een belangrijke partner als het gaat om advisering bij grote evenementen.

5.1.10 Samenwerking met andere gemeenten

Zowel op formele als informele wijze wordt samengewerkt binnen de regio op diverse gebieden. Zo is bijvoorbeeld het PHP op grond van de Alcoholwet in regionaal verband opgesteld. Dat geldt ook voor de sanctiestrategie en het stappenplan handhaving van deze wet.

5.1.11 Overige samenwerking

Er is een convenant afgesloten met een aantal adviespartijen. Deze worden in het voortraject geraadpleegd: fietsersbond, seniorenraad, WAC, platform toegankelijkheid. Initiatiefnemers worden hierop geattendeerd.

5.2 Interne samenwerking

De vergunningverlenende en toezichthoudende taken worden uitgevoerd binnen de afdelingen Vergunningen en Toezicht & Handhaving. Een klein aantal taken wordt inhoudelijk door of in samenwerking met andere afdelingen uitgevoerd.

Voor het overige worden er, voor wat betreft de uitvoering van de Omgevingswet-taken, ook ondersteunende taken uitgevoerd door andere afdelingen. Dit betreft met name advies op verschillende beleidsvelden. Met de afdeling Beleid Ruimtelijke Ontwikkeling vindt wekelijks overleg plaats om bouwplannen te bespreken.

Op bestuurlijk niveau vindt afstemming plaats middels portefeuillehouder overleggen.

Samenwerking toezicht

Gooise Meren voert zoveel mogelijk integraal toezicht uit, waarbij zoveel mogelijk tussen de verschillende toezichthouders wordt samengewerkt, waardoor het aantal contactmomenten met inwoners en bedrijven wordt beperkt.

Het integraal toezichtmodel maakt onderscheid in drie niveaus van toezicht en is afhankelijk van de complexiteit van de wijze waarop toezicht wordt gehouden:

  • 1.

    Samen controleren: gezamenlijk controles uitvoeren in het kader van bouwen, brandpreventie, milieu en andere regelgeving. Dit is vooral van belang in complexere situaties waar de relevante aandachtspunten vragen om meerdere specialismen voor een goede beoordeling van de situatie;

  • 2.

    Voor elkaar controleren: integrale controle voor bouwen, brandpreventie, milieu en andere aspecten door één toezichthouder, vooral in relatief eenvoudige situaties waar geen bijzondere of specialistische kennis van de diverse vakgebieden vereist is;

  • 3.

    Voor elkaar signaleren: facetcontrole door één toezichthouder, waarbij deze op hoofdpunten ook kijkt naar andere aspecten en bijzonderheden en deze meldt aan de betrokken collega’s. Dit is vooral relevant in situaties waar een aspect om specialistische kennis vraagt en waar de overige aspecten op basis van meer algemene kennis en vaardigheden kunnen worden gecontroleerd. De collega die op de hoogte gesteld wordt kan natuurlijk vervolgens zelf altijd ook een controle uitvoeren naar aanleiding van het signaal dat hij ontvangen heeft.

Integraal wijkgericht toezicht

Om zo goed mogelijk in te kunnen spelen op de problemen die inwoners en bedrijven ervaren, zet Gooise Meren in op integraal wijkgericht of gebiedsgericht toezicht. Afhankelijk van de aard van de problematiek die uit de probleemanalyse volgt, wordt jaarlijks bij het opstellen van het uitvoeringsprogramma bepaald in welke wijken en/of gebieden welke inzet benodigd is, hoeveel daarvan nodig is en welke thema’s daarbij relevant zijn. Hierbij wordt samen gewerkt tussen de verschillende toezichthouders, zowel intern als extern, om de resultaten van de inzet zo effectief mogelijk te laten zijn. Dit is vooral relevant voor de BOA’s.

Ondertekening

Vastgesteld door B&W op 10 maart 2026

Het college van burgemeester en wethouders,

De burgemeester,

Drs. H.M.W. ter Heegde

de secretaris,

E.M. Voorhorst

Bijlage 1 Vergunningenstrategie

In deze bijlage wordt de strategie uitgewerkt voor vergunningverlening. Hier wordt besproken op welke wijze vergunningaanvragen, ontheffingen en meldingen worden getoetst in relatie tot prioritering en diepgang van de te toetsen elementen van iedere aanvraag, ontheffing of melding. De gemeente houdt zich bij de taakuitvoering aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals het zorgvuldigheidsbeginsel, het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel.

Uitgangspunt is dat burgers, bedrijven en instellingen verantwoordelijk zijn voor het indienen van goede en volledige aanvragen. De aanvraag vormt immers de basis voor de te verlenen vergunning of ontheffing. Bij aanvragen met een lage of gemiddelde prioriteit dient de aanvraag dusdanig volledig te zijn dat het plan voldoende beoordeeld kan worden.

Toetsingskaders vergunningaanvragen

Uitgangspunt is dat burgers, bedrijven en instellingen verantwoordelijk zijn voor het indienen van goede en volledige aanvragen. De aanvraag vormt immers de basis voor de te verlenen vergunning of ontheffing. Bij aanvragen met een lage of gemiddelde prioriteit dient de aanvraag dusdanig volledig te zijn dat het plan voldoende beoordeeld kan worden. Bij een toets aspect met lage prioriteit wordt een sneltoets uitgevoerd en vindt er steekproefsgewijs een intensievere toetsing plaats. Bij gemiddelde prioriteit wordt de aanvraag op de normale wijze inhoudelijk getoetst. Als het bouwwerk gelijk is aan een bouwwerk elders in de straat, dat is vergund, dan wordt een lichte toets gedaan en een vergunning afgegeven.

Bij een hoge prioriteit is een goede en volledige aanvraag belangrijk. De volledigheidstoets wordt uitgebreid uitgevoerd. Een vooroverleg is hier een goed instrument om te bewerkstellingen dat de aanvraag volledig en correct is. Bij legalisatie achteraf wordt geen vooroverleg toegestaan. De aanvraag wordt inhoudelijk uitvoerig getoetst of het past in het bestemmingsplan, zo nodig aan welstandscriteria en of het voldoet aan de wettelijke bouwtechnische eisen.

Omgevingswet vergunning

Binnen de Omgevingswet is er sprake van verschillende activiteiten waarvoor een vergunning aangevraagd kan worden. Onderstaand een samenvatting op welke aspecten bij welke activiteit wordt getoetst.

Activiteit

Waar wordt aan getoetst

Ruimtelijk

  • Omgevingsplanregels

  • Erfgoedbeleid

  • Beleidskaders zoals het Parkeerbeleid Gooise Meren (2025)

  • Beleidsregel Welstandsvrij Bouwen (2023)

  • Relevante beeldkwaliteitsplannen

  • Woonvisie Gooise Meren 2025–2030

  • Technische eisen (in Bbl)

  • Welstandsnota (2019), toetsing door Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK)

Technisch voor bouwwerken die niet vallen onder de Wkb (zie voor Wkb bijlage 3):

  • Bbl

  • Bouwverordening GM (totdat deze opgaat in het Omgevingsplan)

  • Constructie (toetsing door constructeur)

Kappen

  • Lijst waardevolle bomen

  • Advies bomendeskundige

Monumenten

  • Welstandsnota (2019), toetsing door Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK)

  • Erfgoed Gooise Meren, Visie en Uitvoeringsprogramma (2020)

  • Archeologische Verwachtingen- en Beleidskaart gemeente Gooise Meren (2021)

  • Gebiedsbiografie van de gemeente Gooise Meren

  • Visie op gebedshuizen Gooise Meren

  • Het overzicht van monumenten

Uitrit

  • Omgevingsplanregels

  • Advies verkeerskundige

Buitenplanse omgevingsactiviteit

In 2024 en 2025 paste circa 30% van de aanvragen niet binnen het vigerende Omgevingsplan. Met het uitwerken van de Omgevingsvisie, uitbreiden en optimaliseren van het Omgevingsplan wordt het percentage van aanvragen dat wél past in het Omgevingsplan steeds hoger.

In geval van een buitenplanse omgevingsactiviteit wordt beoordeeld of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA) mogelijk is.

Het instrument daarvoor is de Evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) en is de centrale toetsingsnorm onder de Omgevingswet. Het vervangt het oude begrip 'goede ruimtelijke ordening' en verplicht gemeenten om bij omgevingsplannen en vergunningen (zoals BOPA's) zorgvuldig af te wegen welke activiteiten, zoals wonen of werken, waar mogen plaatsvinden om leefbaarheid en milieukwaliteit te borgen.

De gemeenteraad van Gooise Meren heeft op basis van artikel 16.15 en 16.15a van de Omgevingswet een bindend adviesrecht vastgesteld voor aangewezen gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Dit is vastgelegd in het besluit “Buitenplanse activiteiten met een adviesrecht met instemming van de raad (verzwaard adviesrecht)”, inclusief de bijbehorende lijst met impactniveaus.

Dit betekent dat het college van burgemeester en wethouders bij aanvragen die binnen deze aangewezen categorieën vallen verplicht het advies van de gemeenteraad moet inwinnen, ongeacht of het college voornemens is de vergunning te verlenen of te weigeren. Het advies van de raad is bindend.

De gemeenteraad kan in zijn advies bovendien aangeven of aan de vergunning specifieke voorschriften moeten worden verbonden. Ook deze voorschriften zijn bindend voor het college, voor zover zij passen binnen de beoordelingsregels uit de Omgevingswet.

Het besluit voorziet daarnaast in de mogelijkheid dat het college een plan in een hogere impactcategorie kan onderbrengen wanneer de feitelijke impact groter wordt geacht dan de standaardindeling aangeeft. Dit maakt een zwaarder adviesrecht van de raad van toepassing.

Voor structurele of complexe initiatieven kan het Omgevingsplan worden gewijzigd. Kenmerken:

  • Verzoek tot wijziging bij de gemeente.

  • Vaststelling door gemeenteraad (of gedelegeerd aan college).

  • Ontwerpbesluit ter inzage (6 weken).

  • Procedure volgens de Awb.

Wanneer toepassen:

  • Meerdere regels moeten worden aangepast.

  • Structurele herontwikkeling.

  • BOPA biedt onvoldoende beoordelingsruimte.

Ook BOPA vergunningen worden verwerkt bij een volgende Omgevingsplanwijziging, zodat het Omgevingsplan actueel blijft.

Hieronder een selectie van de meest voorkomende vergunningen, waarbij inzichtelijk wordt gemaakt aan welke wet- en regelgeving wordt getoetst. Zaken als vliegen met een drone, vuurwerkverkoop, en ontheffing geluidshinder komen minder voor daarom zijn deze niet in onderstaande tabellen zijn opgenomen.

Private toetsing sommige bouwwerken

Zie Bijlage 3 Beleidskeuzes uitvoering Wkb.

Bouwtechnische toetsing

Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) bevat de technische bouwvoorschriften voor veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, duurzaamheid en toegankelijkheid.

Ter voorbereiding op de Wkb is de technische toets bij kleine bouwplannen komen te vervallen.

De Bouwverordening Gooise Meren 2016 bestaat formeel nog, maar veel bepalingen zijn vervallen of buiten werking gesteld sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet in2024. Een aantal bouwregels zijn lokaal en daardoor opgenomen in een vastgestelde bouwverordening. Aangezien steeds meer regelgeving landelijk geregeld is, is het aantal regels in de bouwverordening nog maar minimaal. Het betreft met name normen en regels ten aanzien van de plaats van gevelaanzichten en rooilijnen voor zover Omgevingsplan daarin niet voorzien. De overgebleven bepalingen van de bouwverordening gaan op termijn op in het Omgevingsplan en bijbehorende regelgeving die onder het regime van de Omgevingswet alle ruimtelijke plannen en een groot aantal verordeningen zullen gaan vervangen. Zolang echter de bouwverordening bestaat zal iedere aanvraag aan de daarin opgenomen voorschriften worden getoetst.

Beoordelingskader monumenten

Een omgevingsvergunning is vereist wanneer men:

  • een monument (deels) sloopt, wijzigt, verplaatst of herstelt;

  • historische onderdelen of interieuronderdelen verandert;

  • nieuwe bouwwerken toevoegt of bestaande afbreekt.

Dit geldt voor rijksmonumenten, provinciale monumenten, gemeentelijke monumenten (zoals aangewezen in de Erfgoedverordening) en objecten in rijks beschermde stads- en dorpsgezichten (Naarden Vesting, Muiden Vesting, Het Spiegel, Brediuskwartier)

Een aanvraag wordt getoetst aan:

  • Erfgoedverordening Gooise Meren 2016

  • Verordening Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) Gooise Meren 2023

Daarboven zijn er beleidsregels op herbestemming en voor zonnepanelen op erfgoed.

Op korte termijn gaat in procedure beleid over glasisolatie voor beschermde gezichten.

Aanvragers vinden informatie op de gemeentelijke informatiepagina Monument wijzigen.

Meldingen sloop en asbestverwijdering

Wanneer er asbest verwijderd gaat worden, wordt de toetsing gedaan door de OFGV.

Bodem, bouwstoffen en grondstromen

Voor deze aspecten wordt advies gevraagd bij de OFGV. Als het om zelfstandige aanvragen of meldingen gaat, dan worden deze in behandeling genomen door de OFGV en in mandaat behandeld.

Natuurbescherming, flora en fauna

Bij een bouwplan waarbij mogelijk verstoring van flora en fauna optreedt, moet aanvrager apart een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit via het DSO aanvragen — ook als aanvrager al een reguliere omgevingsvergunning heeft voor bouwen of slopen.

Een aparte aanvraag is vereist als:

  • Er beschermde soorten aanwezig zijn op de locatie.

  • De werkzaamheden schade kunnen veroorzaken aan deze soorten of hun leefgebied.

  • Er geen vrijstelling of gedragscode van toepassing is.

De provincie Noord-Holland is hier het bevoegd gezag en de Omgevingsdienst Noord-Holland-Noord (OD NHN) voert deze taak voor de provincie in mandaat uit.

Brandveilig gebruik

Op grond van de brandveiligheidsvoorschriften uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) én wanneer de brandweer op verzoek van het college/het bevoegd gezag als adviseur optreedt bij brandveilig gebruik wordt uitgevoerd door de regionale brandweerorganisatie (RBO). Dit is bijvoorbeeld bij gebouwen met verhoogd brandveiligheidsrisico, afwijkende, complexe of risicovolle situaties en wanneer VTH of de CRK dat nodig acht. De RBO toetst aan de langetermijnprestatie (LTP) brandveiligheid (Bbl)

De eenvoudiger gevallen worden getoetst en beoordeeld door de behandelende vergunningverleners (ook aan het Bbl).

Water

Binnen de gemeente Gooise Meren wordt uitvoering gegeven aan VTH-taken die betrekking hebben op waterkwaliteit, waterveiligheid, grondwater, hemelwaterafvoer en lozingen.

Doelen

Verhogen van naleving bij lozingsactiviteiten op gemeentelijke riolering

Verbeteren van samenwerking met het waterschap bij waterveiligheidsprojecten

Bevorderen van afkoppelen van hemelwater bij nieuwbouw en herinrichting

Bevoegd gezag en taakverdeling

VTH-taak

Bevoegd gezag

Uitvoering

Lozingen op oppervlaktewater

Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV)

Waterschap

Lozingen op de riolering

Gemeente Gooise Meren

Gemeente

Grondwateronttrekkingen en infiltraties

Provincie Noord-Holland

Provincie

Hemelwaterafvoer en afkoppelen

Gemeente Gooise Meren

Gemeente

Waterveiligheid (dijken, kades)

Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV)

Waterschap

Milieutaken m.b.t. waterkwaliteit

Gemeente of Provincie.

OFGV

Toezicht op lozingsvergunningen

 

OFGV (milieu) / Gemeente (riolering)

De gemeente richt zich op basisuitvoering, signaal gestuurd toezicht en het tijdig inschakelen van het juiste bevoegd gezag bij het uitvoeren van haar wettelijke VTH‑taken op het gebied van waterkwaliteit, waterveiligheid, lozingen en waterbeheer.

APV/VFL vergunningen

Algemene Weigeringsgronden

Alle vergunningen worden tenminste getoetst aan de Algemene weigeringsgronden. Daarnaast bevatten sommige artikelen daar bovenop nog eigen toetsingskaders.

Soort vergunning

Waar wordt aan getoetst

Alle vergunningen

de openbare orde, waaronder begrepen ondermijning;

 

de openbare veiligheid

 

de volksgezondheid

 

de bescherming van het milieu

 

ruimtelijke ordening

 

indien toestemming ontbreekt van de rechtmatige beheerder of eigenaar van de onroerende zaak welke voor het gebruikmaken van de vergunning of ontheffing is vereist.

Regulier evenement

Soort vergunning

Waar wordt aan getoetst

A Evenementen

  • Verkeersveiligheid

  • Brandveiligheid in het kader van het BGBOP

B Evenementen

Grotere evenementen worden extra uitgebreid getoetst aan

  • toegankelijkheid hulpdiensten

  • openbare orde en veiligheid.

  • Verkeersveiligheid

  • Brandveiligheid in het kader van het BGBOP

  • Advies GHOR

Klein evenement

Soort vergunning

Waar wordt aan getoetst

Klein evenement (melding)

het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 150 personen

 

Het evenement tussen 10.00 en 24.00 uur plaats vindt;

 

geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 10.00 uur of na 23.00 uur;

 

het evenement geen belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten

 

slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 25 m2 per object;

 

er een organisator is

 

de organisator ten minste 10 werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester

 

de melding als bedoeld onder .. is gedaan op een door het bevoegd gezag beschikbaar gesteld meldingsformulier.

Exploitatie openbare inrichting

Soort vergunning

Waar wordt aan getoetst

Exploitatie openbare inrichting

de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed

 

de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is.

Terrassen kunnen geweigerd worden indien:

indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan;

 

indien dat gebruik een belemmering kan worden voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg.

 

De burgemeester kan in het belang van de openbare orde nadere regels stellen ten aanzien van terrassen.

Ligplaatsen

Soort vergunning

Waar wordt aan getoetst

Ligplaatsenvergunning

Grootte van de boot

 

Afstand tot de woning

Melding incidentele festiviteiten

Soort vergunning

Waar wordt aan getoetst

Melding incidentele festiviteiten

Het is een inrichting toegestaan op maximaal 6 dagen of dagdelen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidsnormen, bedoeld in de artikelen 22.60, 22.63 en 22.67, van het omgevingsplan, niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college.

 

Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 6 dagen of dagdelen per kalenderjaar in verband met de viering van incidentele festiviteiten de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 22.239 van het omgevingsplan niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college .

 

Tijdens een incidentele festiviteit mag het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr, LT) als gevolg van de inrichting, gemeten invallend op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1.5 meter, niet meer bedragen dan 60 dB(A). Toeslagen voor de aard van het geluid, de meteo- correctieterm en de bedrijfsduurcorrectieterm alsmede de meteoraamcondities worden buiten beschouwing gelaten.

 

Tijdens een incidentele festiviteit mag het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr, LT) als gevolg van de inrichting, gemeten binnen in- of aanpandige woningen van derden, niet meer bedragen dan 50 dB(A). Toeslagen voor de aard van het geluid en de bedrijfsduurcorrectieterm worden buiten beschouwing gelaten.

 

De geluidswaarde is inclusief onversterkte muziek.

 

Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 22.60, 22.63 en 22.67, van het omgevingsplan, en artikel 4:5 van deze verordening - pas na 11.00 uur gestart en uiterlijk om 24.00 uur beëindigd. In afwijking hiervan mag voor een festiviteit die aanvangt op een vrijdag of een zaterdag een eindtijd aangehouden worden van uiterlijk 01.00 uur. Dit geldt eveneens voor de in lid 2 genoemde mogelijkheid om de verlichting langer in werking te houden. (Tijdens de festiviteit van zondag tot en met donderdag 24.00 uur en op vrijdag of zaterdag is de eindtijd 01.00 uur).

 

De geluidsnorm als geldt voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte.

 

Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.

Voorwerpen op of aan een openbare plaats

Soort vergunning

Waar wordt aan getoetst

Voorwerpen op of aan een openbare plaats

Het is verboden zonder voorafgaande vergunning van het college de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan

Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd

indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg

 

wanneer niet ten minste een vrije doorgang van 1,1 m wordt gelaten op voetpaden en van 3,5 m op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer

 

indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand

 

Het college kan in het belang van de openbare orde, de woon- en leefomgeving, de redelijke eisen van welstand en het doelmatig en veilig gebruik van de weg nadere regels stellen ten aanzien van uitstallingen en reclameborden, voorwerpen ten behoeve van (bouw)werkzaamheden, alsmede ten behoeve van foto- en filmopnamen

Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op:

evenementen als bedoeld in artikel 2:25 van de APV

 

terrassen als bedoeld in artikel 2:28 van de APV

 

standplaatsen als bedoeld in artikel 3.46

 

fietsen of bromfietsen

 

door het college aan te wijzen categorieën van voorwerpen

 

Beperkingengebied activiteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschap verordening

 

overige gevallen waarin krachtens een wettelijk voorschrift een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend

Tevens is het verbod in het eerste lid niet van toepassing op (bouw)-objecten die worden geplaatst buiten de vesting Naarden en buiten de vesting Muiden voor zover wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

degene die voornemens is een bouwplaats in te richten, doet daarvan uiterlijk 5 werkdagen van tevoren een melding aan het college

 

er geen sprake is van een bouwplaats inrichting als bedoeld in de uitvoeringsregel: ‘Nadere uitvoeringsregels ten aanzien van bouwobjecten’ die deel uitmaakt van deze verordening

 

de plaatsing van het object niet langer duurt dan twaalf weken gerekend vanaf de datum van melding aan het college

 

Er wordt voldaan aan de voorwaarden als bedoeld in de uitvoeringsregel: ‘Nadere uitvoeringsregels ten aanzien van bouwobjecten’ die deel uitmaakt van deze verordening

 

Het (bouw)-object dient te passen binnen een parkeervak (lengte 4.50 m x 2.40 m)

 

Tevens is het verbod niet van toepassing op het plaatsen van een oplaadpaal mits de oplaadpaal op verzoek van het college wordt geplaatst

 

Het college stelt nadere regels voor de categorieën, bedoeld in het vierde lid.

 

Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

 

Het college stelt nadere regels voor de categorieën. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening.

Standplaatsen

Soort vergunning

Waar wordt aan getoetst

Standplaatsvergunning en weigeringsgronden

 

Het is verboden zonder vergunning van het college op of aan de weg of aan een openbaar water dan wel op een andere - al dan niet met enige beperking - voor publiek toegankelijke en in de openlucht gelegen plaats:

Afstand tot de woning

 

met een voertuig, een kraam, een tafel of enig ander middel een standplaats in te nemen of te hebben teneinde in de uitoefening van de handel goederen te koop aan te bieden dan wel diensten aan te bieden;

 

anderszins goederen uit te stallen of uitgestald te hebben om deze te koop aan te bieden, te verkopen of te verstrekken aan publiek

 

Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan, dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen of goederen worden of zijn uitgestald

Het in het eerste lid, onder b, gestelde verbod geldt niet:

voor het door de winkelier ten behoeve van de verkoop voor zijn winkel uitstallen van goederen en/of reclameborden voor zover deze objecten zich bevinden binnen een strook van 1,00 meter, gerekend vanuit de voorgevel van een winkel en mits de vrijheid en veiligheid van het verkeer niet in gevaar worden gebracht, en mits het trottoir, gerekend vanuit de voorgevel, ter plekke minimaal 2,50 meter breed is. In voetgangersgebieden dient sprake te zijn van een minimale breedte van 5 meter, gerekend van de voorgevel van een pand tot aan de voorgevel van het tegenoverliggende pand.

Voor uitstallingen waarop lid 3 van dit artikel van toepassing is gelden in ieder geval de volgende regels:

de winkelier is verplicht de uitstalling buiten de openingstijden van het bijbehorende winkelpand van de openbare weg te verwijderen

 

een uitstalling mag niet voor een winkelingang of -uitgang worden geplaatst

 

de maximale hoogte van uitstallingen die niet aan de gevel aansluiten dient 1,50 meter te zijn.

 

De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet op de plaats die is aangewezen voor het houden van een markt, zulks gedurende de tijden dat de markt gehouden wordt, voor een evenement als bedoeld in artikel 2:24 van de APV.

 

In de kern Bussum is het bedoelde verbod tevens niet van toepassing op het innemen van een standplaats voor de duur van maximaal 3 dagen, mits daarvan tenminste 5 werkdagen van te voren melding wordt gedaan en tevens wordt voldaan aan de nadere regels uit de nota Standplaatsenbeleid Gooise Meren.

 

Burgemeester en wethouders kunnen dienaangaande nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, veiligheid en het uiterlijk aanzien van de gemeente.

Een vergunning kan worden geweigerd:

in het belang van de openbare orde

 

in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;

 

indien de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;

 

in het belang van de verkeersvrijheid of -veiligheid

 

wanneer als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel der gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt

 

vanwege strijd met het omgevingsplan of voorbereidingsbesluit

 

Indien dit door of namens de gemeente, de politie of de brandweer wordt geëist in het kader van het algemene belang, de openbare orde of veiligheid, dient de uitstalling geheel of gedeeltelijk te worden verwijderd zonder dat de initiatienemer recht heeft op schadevergoeding.

 

Het college kan in het belang van de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van uitstallingen en reclameborden.

 

Wie woont het dichtste bij

 

Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de provinciale omgevingsverordening dan wel Wet milieubeheer

 

Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen

Vellen van houtopstanden

Soort vergunning

Waar wordt aan getoetst

Vellen van houtopstanden

 

Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een houtopstand te vellen die:

Houtopstanden opgenomen op de Waardevolle bomenlijst gemeente Gooise Meren

 

Houtopstanden opgenomen op het Landelijk register monumentale bomen

 

Houtopstanden gelegen binnen een Waardevol gebied aangeduid op de kaart Waardevolle gebieden Gooise Meren

 

Houtopstanden gelegen in de bomenhoofdstructuur van de gemeente Gooise Meren

 

Houtopstanden die minder dan 10 jaar geleden zijn aangeplant als gevolg van een herplant- of instandhoudingsplicht

Een omgevingsvergunning, met inachtneming van de Beleidsregels bewaren van houtopstanden, wordt geweigerd indien het belang van verlening niet opweegt tegen één of meer van de volgende belangen:

Natuurwaarde van de houtopstand

 

Natuurwaarde van de houtopstand

 

De landschappelijke waarde van de houtopstand

 

De waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon

 

De beeldbepalende waarde van de houtopstand

 

De cultuurhistorische waarde van de houtopstand

 

De waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.

Bij de aanwezigheid van een of meer weigeringsgronden, kan in het kader van de belangenafweging een omgevingsvergunning alleen verleend worden indien

er sprake is van aantoonbare zwaarwegende omstandigheden waardoor de belangen van de aanvrager zwaarder wegen dan de belangen die ten grondslag liggen aan de weigeringsgronden ;

 

de conditie, de stabiliteit of de levensverwachting van de houtopstand dusdanig verminderd is aangetoond door een rapport dat het niet reëel is om deze te handhaven.

 

Aan de vergunning is de uitgestelde inwerkingtreding van toepassing verklaard wat inhoudt dat de omgevingsvergunning in werking treedt 4 weken na de dag van de verlening van de vergunning. Mocht er een verzoek tot voorlopige voorziening worden ingediend dan mag pas van de vergunning gebruikt worden totdat de rechter op het verzoek heeft beslist.

 

Het college kan aan de vergunning het voorschrift verbinden dat de vergunning een beperkte geldigheidsduur heeft na het onherroepelijk worden van vergunning.

 

Het vellen van een dode houtopstand ontslaat degene niet van de vergunningsplicht en eventuele herplantingplicht.

 

Bij vergunningvoorschrift kan een herplantplicht worden opgelegd.

Alcoholwet

Soort vergunning

Waar wordt aan getoetst

Alcoholvergunning

 

Leidinggevenden van het horecabedrijf en het slijtersbedrijf voldoen aan de volgende eisen:

ij hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt

 

zij zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag

 

zij mogen niet onder curatele staan.

Alcoholwet

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden naast de in het eerste lid gestelde eisen andere eisen ten aanzien van het zedelijk gedrag van leidinggevenden gesteld en kan de in dat lid, onder b, gestelde eis nader worden omschreven.

 

Leidinggevenden beschikken tevens over voldoende kennis en inzicht met betrekking tot sociale hygiëne en zijn ingeschreven in het Register sociale hygiëne.

 

De in het derde lid gestelde eis geldt niet voor leidinggevenden voor wier rekening en risico het horecabedrijf of het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend, indien die leidinggevenden geen bemoeienis hebben met de bedrijfsvoering of de exploitatie van het horecabedrijf of het slijtersbedrijf waarvoor vergunning wordt gevraagd of is verkregen en de vergunninghouder dit in een schriftelijke verklaring bevestigt.

 

Indien een paracommerciële rechtspersoon het horecabedrijf uitoefent, voldoen ten minste twee leidinggevenden aan de bij of krachtens dit artikel gestelde eisen.

 

Het eerste lid, onderdeel a, en het derde lid zijn tevens van toepassing op personen die onmiddellijk leidinggeven aan een horecabedrijf of slijtersbedrijf.

 

Justitiële documentatie

 

Politiecheck voorkomen in politiesystemen

 

SVH-Hygiëne

 

Inrichtingseisen

 

Artikel 35 ontheffing

 

De burgemeester kan ten aanzien van het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank op aanvraag ontheffing verlenen van het in artikel 3 voor de uitoefening van het horecabedrijf gestelde verbod, bij een in de beschikking aangewezen bijzondere gelegenheid van zeer tijdelijke aard voor een aaneengesloten periode van ten hoogste twaalf dagen, mits de verstrekking geschiedt onder onmiddellijke leiding van een persoon die:

  • de leeftijd van eenentwintig jaar heeft bereikt

  • niet in enig opzicht van slecht levensgedrag is

  • de naam van deze persoon staat op de ontheffing vermeld

 

Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend; aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.

 

Ten aanzien van een ontheffing is artikel 31, eerste lid, onder a en c, van overeenkomstige toepassing.

 

De ontheffing, of een afschrift daarvan, is ter plaatse aanwezig.

 

Een burgemeester kan naar aanleiding van een aanvraag voor ontheffingen als bedoeld in dit artikel, voor jaarlijks terugkerende identieke bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard, besluiten één ontheffing te verlenen, mits de verstrekking van zwak-alcoholhoudende drank telkenmale geschiedt onder onmiddellijke leiding van dezelfde persoon.

 

Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de aanvraag om een ontheffing als bedoeld in dit artikel.

 

Een aanvraag voor een ontheffing wordt gesteld op een formulier of een elektronische informatiedrager, die bij regeling van Onze Minister worden vastgesteld.

Bijlage 2 Nalevingsstrategie

Goed naleefgedrag draagt bij aan een veilige, schone en duurzame leefomgeving. Inwoners en bedrijven zijn voor een belangrijk deel zelf verantwoordelijk hiervoor. De gemeente Gooise Meren wil het naleefgedrag onder burgers, bedrijven en instellingen bevorderen. Als dat nodig is, wordt naleving afgedwongen. De nalevingstrategie laat zien op welke wijze en met de inzet van welke instrumenten, naleving van wet- en regelgeving kan worden bereikt. De verschillende instrumenten moeten zijn afgestemd op de doelgroep. Soms kan voorlichting en informeren voldoende zijn. In andere gevallen zal er meer druk moeten worden uitgeoefend om naleving af te dwingen. Er zijn veel factoren die invloed hebben op het naleefgedrag, zoals: is men bekend met de regelgeving, is er sprake van sociale controle door derden, wat is de afweging van iemand ten aanzien van de pakkans bij overtreding van een regel.

De nalevingstrategie bestaat uit vier instrumenten:

  • de preventiestrategie

  • de toezichtstrategie

  • de handhavingstrategie

  • de gedoogstrategie

Het spreekt voor zich dat deze instrumenten niet los van elkaar gezien kunnen worden, maar dat ze complementair zijn en elkaar aanvullen en versterken.

Ten aanzien van de Alcoholwet hebben gemeenten, en dus ook Gooise Meren, het Preventie- en Handhavingsplan alcohol vastgesteld (2025). Ook de brandweer combineert toezicht op brandveiligheid met voorlichting en preventie in het kader van het programma Veilig Leven. Hieronder zullen de verschillende instrumenten besproken worden, waarbij dus nadrukkelijk geldt dat een combinatie van deze instrumenten tot een betere naleving moet leiden.

Preventiestrategie

Preventieve handhaving is een breed begrip. Er valt alles onder dat bijdraagt aan het voorkomen van overtredingen. Een voorwaarde voor het goed kunnen werken van dit instrument is dat wet- en regelgeving helder en duidelijk is. De regels moeten bovendien op acceptatie kunnen rekenen. Preventie moet ertoe leiden dat irritaties waaraan argumenten kunnen worden ontleend om niet norm-conform te handelen weggenomen worden, dat het gewenste maatschappelijke gedrag bevestigd wordt en de redenen voor slecht naleefgedrag worden weggenomen.

Communicatie over wet- en regelgeving is hierbij een belangrijk instrument.

Communicatie wordt op verschillende manieren ingezet binnen de gemeentelijke organisatie. Een aantal voorbeelden hiervan zijn:

  • gebruik maken van de gemeentelijke website voor actuele informatie over diverse wet- en regelgeving

  • Voorlichtingsavonden over nieuwe regelgeving

  • vergunningverleners informeren aanvragers over wet- en regelgeving en over de achtergronden daarvan. Ook maken zij duidelijk waarom bepaalde voorwaarden gesteld worden. Bij gecompliceerde aanvragen heeft het de voorkeur om vooraf overleg of een ”Verken uw initiatief” gesprek te houden

  • tijdens toezichtcontroles wordt eveneens ingegaan op de achtergronden van wet- en regelgeving

  • in samenwerking met collega’s van de afdeling communicatie worden zo nodig brochures en folders opgesteld en worden voorlichtingsbijeenkomsten voorbereid en gegeven

  • strategie op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving wordt openbaar gemaakt, net als het jaarlijkse uitvoeringsprogramma en het jaarverslag

  • media-aandacht voor handhavingszaken kan eveneens een preventief effect hebben. Het informeren van media over handhavingsacties gebeurt echter met enige terughoudendheid en met oog voor de privacybelangen van betrokkenen. Het doel is niet “blaming en shaming” van overtreders, maar het verhogen van het bewustzijn op het risico om gecontroleerd te worden, de “pak-kans”

Met de afdeling communicatie wordt actief overlegd over de inzet van dit instrument in de nalevingsstrategie. Voor specifieke doelen wordt een communicatieplan gemaakt.

Toezichtstrategie

De toezichtstrategie wordt in sterke mate bepaald door de prioriteit toekenning. De gegeven prioriteit bepaalt hoe vaak (inspectiefrequentie) geïnspecteerd wordt, op welke thema’s en met welke diepgang, of in het kader van surveillance, op welke aspecten specifiek gelet wordt.

In bijlage 6 is de prioriteitenmatrix toezicht en handhaving opgenomen. Hieronder worden verschillende toezicht strategieën toegelicht.

Bijzondere aandacht hier verdient het vergunning vrije bouwen. Deregulering en verruiming hiervan hebben ertoe geleid dat steeds meer bouwactiviteiten zonder vergunning kunnen worden uitgevoerd. Aangezien deze zelden bij de gemeente bekend zijn vindt er ook geen toezicht plaats, los van het feit dat het vaak gaat om kleinere bouwactiviteiten die geen hoge prioriteit hebben. Het aantal klachten en meldingen is echter in de afgelopen tijd flink toegenomen. Als naar aanleiding van een klacht of melding wordt vastgesteld dat er toch een vergunning nodig is, worden de bouwactiviteiten stilgelegd en zal eerst een vergunningprocedure afgerond moeten worden. In het geval het bouwwerk al voltooid is zal eveneens alsnog deze procedure doorlopen moeten worden om het bouwwerk te legaliseren, indien mogelijk. Dergelijke activiteiten doen in toenemende mate een beroep op zowel toezichthouders als juridische handhaving.

Ook houden zij handhavingstoezicht, in die zin dat zij in hun surveillance en rondes ook oog hebben voor zaken als bouwen zonder vergunning, vergunningsvrij bouwen en gebruik in strijd met het bestemmingsplan. Eén toezichthouder bouwen is belast met de controle op de inrichtingseisen voor horecabedrijven. Samen met de brandweer of als er een opdracht vanuit de rijksoverheid houden ook ze toezicht bij bestaande gebouwen, zoals verzorgingshuizen en zwembaden. Zo nodig vindt daarbij afstemming met interne en/of externe partners plaats, zoals de OFGV en de brandweer. Bij voortdurende overtredingen zorgen zij voor input voor de juristen, zodat deze een handhavingsprocedure kunnen starten en voeren.

Voor het toezicht op de realisatie van initiatieven, waarvoor een omgevingsvergunning is afgegeven, wordt voor de activiteit bouwen in 2026 onderzocht of er een passend toezicht protocol is dat kan worden geïmplementeerd. Een toezichtprotocol bevordert eenduidig toezicht.

Het kan mogelijk zijn dat er een lager toezicht niveau vastgesteld dient te worden. Er kunnen aspecten zijn die niet door de gemeente gecontroleerd gaan worden omdat deze geen prioriteit hebben. Bijvoorbeeld het waterdicht zijn van een woning. Op grond van de eigen verantwoordelijkheid dient de eigenaar van een woning dit zelf te regelen.

Aan de andere kant is het mogelijk dat er juist meer toezicht plaatsvindt op het gebied van duurzaamheid en energie, aangezien dit een speerpunt vormt in Gooise Meren.

Basiswerkwijze toezicht

Hieronder wordt de basiswerkwijze voor de voorbereiding van een toezicht bezoek, de feitelijke uitvoering en rapportage van het toezicht bezoek beschreven.

a. Voorbereiding

Algemeen: afhankelijk van de toezichtstrategie wordt de toezichtactie voorbereid.

Type toezicht

Voorbereiding

Tijdelijke en voortdurende activiteiten

Dossieronderzoek: vergunningen, bezoekrapportages, correspondentie en andere relevante documenten.

  • Inzicht in de voor handhaving relevante kernmerken van het bedrijf of object, zoals relevante technische aspecten van de bedrijfsvoering, de meest risicovolle aspecten en het naleefgedrag. Zo nodig vindt intern afstemming plaats met vergunningverlening.

Gebiedsgericht werken

Waar mogelijk dossieronderzoek: rapportages, klachten en meldingen, registratiesysteem en andererelevante bronnen.

  • Inzicht in de voor handhaving relevante kernmerken van het gebied, zoals de meest risicovolle locaties of probleemlocaties c.q. naleefgedrag. Zo nodig vindt intern afstemming plaats met relevante organisatieonderdelen die meer achtergrondinformatie hebben over het gebied, zoals de financiële administratie (o.a. parkeervergunningen) en ontheffing- envergunningverleners.

b. Uitvoering

Type toezicht

Uitvoering

Tijdelijke en voortdurende activiteiten

De toezichthouder stelt zich waar mogelijk en wenselijk voor, legt het doel van het toezicht bezoek uit en legitimeert zich op verzoek. De toezichthouder neemt ter plekke geldige regels (bezoekersreglement, etc.) in acht. De toezichthoudercontroleert of wordt voldaan aan de geldende (vergunning) voorschriften. De onder toezicht staande wordt geïnformeerd over de bevindingen van het toezicht bezoek en welke vervolgacties hij of zij n.a.v. dit bezoek kan verwachten. Naast de feitelijke controle kan tijdens het toezicht bezoek voorlichting (bijvoorbeeldactuele ontwikkelingen, de gehanteerde sanctiestrategie) en advies (wijze waarop verbetering/correctie kan worden doorgevoerd) gegeven worden. Er wordentermijnen gesteld en meegedeeld waarbinnen overtredingen ongedaan gemaakt moeten worden. Ook wordt aangegeven wat de bezwaar- en beroepsmogelijkheden voor de overtreder zijn.

Gebiedsgericht werken

Bij het constateren van een overtreding wordt waar mogelijk de overtreder te woord gestaan en geïnformeerd over de overtreding en de sanctieprocedure. Daarnaast wordt eventueel voorlichting gegeven over het sanctiebeleid en advies gegeven over alternatieven (zoals parkeermogelijkheden). Ook wordt aangegeven wat de bezwaar-en beroepsmogelijkheden voor de overtreder zijn.

c. Rapportage

Type toezicht

Rapportage

Tijdelijke activiteiten

  • -

    Registratie controlegegevens in registratiesysteem.

  • -

    Vanwege de vaak beperkte duur van de activiteit is het lang niet altijd zinvol om over de bevindingen met de overtreder tecorresponderen. Er wordt wel een constateringsbrief verstuurd indien:

  • -

    de overtuiging bestaat dat afspraken niet zullen worden nagekomen;

  • -

    het een politiek zeer gevoelig dossier betreft;

  • -

    er sprake is van onwil / de betrokkene bekend staat als recidivist.

Voortdurende activiteiten

  • -

    Registratie controlegegevens in registratiesysteem.

  • -

    Toesturen constateringsbrief (goed- en foutbrief) naar gecontroleerde.

Gebiedsgericht werken

  • -

    Registratie overtredingen in registratiesysteem.

Vormen van toezicht

De keuze voor een toezicht vorm is afhankelijk van het onderwerp waarop toezicht wordt gehouden. Grofweg wordt onderscheid gemaakt in actief en passief toezicht. In onderstaand overzicht zijn de verschillende vormen van actief toezicht weergegeven:

Actief toezicht

Verbijzondering

Toelichting

1. Routinematig toezicht

 

Systematisch toezicht op eenzelfde object, bedrijf of gebied, waarbijde controlefrequentie jaarlijks (opnieuw) wordt bepaald.

De controlefrequentie is afhankelijk van prioriteit en naleefgedrag.

 

Volledig

Selectief

Representatief

Marginaal

Steekproefsgewijs

Controle van alle aspecten op detailniveau

Aspectcontrole/diepteonderzoek

Beoordeling op hoofdlijnen en kenmerkende details

Visuele inspectie, vluchtige beoordeling op het oog

Controle a.d.h.v. een aselecte of selecte steekproef

2. Toezicht op tijdelijke activiteiten

 

Toezicht op tijdelijke activiteiten, zoals bodemsaneringen en bouw- en sloopactiviteiten

 

Volledig Selectief Representatief Marginaal Steekproefsgewijs

Controle van alle aspecten op detailniveau

Aspectcontrole/diepte onderzoek

Beoordeling op hoofdlijnen en kenmerkende details Visuele inspectie, vluchtige beoordeling op het oog Controle a.d.h.v. een aselecte of selecte steekproef

3. Projectmatig toezicht

 

Toezicht dat zich richt op een specifiek thema, branche of gebied en een projectmatige aanpak vergen. De basis voor de keuze van projectmatige aanpak kan liggen in landelijke en/of regionale thema’s, zaken die binnen de gemeentegrenzen in een bepaald gebied of

binnen een bepaalde branche spelen.

4. Surveillance/schouw

 

Betreft gebiedsgericht toezicht, zoals bij parkeertoezicht

5. Administratief toezicht

 

Beoordelen van administratieve bescheiden, zoals rapportages, bewijsstukken e.d. De beoordeling kan zowel tijdens een controlebezoek als vanachter het bureau (wanneer gegevens worden

opgestuurd in geval van een rapportageverplichting).

6. Audits (Wkb)

 

In het geval dat een bouwwerk/bedrijf over een (gecertificeerd) kwaliteitszorgsystemen beschikt en zichzelf laat auditten door een externe daartoe erkende organisatie wordt alleen gecontroleerd op

uitgevoerde audits. Bijvoorbeeld in het kader van de Wkb.

Passief toezicht

Controles naar aanleiding van klachten, meldingen, calamiteiten of een handhavingsverzoek.

Klachten en meldingen komen op diverse manieren bij de gemeente binnen: via mail, telefonisch, door middel van een formulier op de website, per brief of door middel van social media.

Afhankelijk van de aard van de klacht wordt ter plaatse gekeken en gesproken met de melder, de overlast gevende en vervolgstappen bepaald.

Aard toezicht

Toelichting

Volledige inspectie

Beoordeling van alle onderdelen op detailniveau

Aspectcontrole/ diepteonderzoek

Controle van specifieke thema's of aspecten

Representatief/beperkt

Beoordeling op hoofdlijnen en kenmerkende details

Marginaal

Visuele inspectie, vluchtige beoordeling op het oog

Steekproefsgewijs / Ad hoc

Er vinden geen, steekproefsgewijs of op basis van klachten, meldingen, handhavingsverzoeken of calamiteiten inspecties plaats. Dit kan ook gelden voor gevallen waarin een vergunning- of meldingsplicht ontbreekt.

Gebiedsgericht toezicht

Afhankelijk van de omvang van de problematiek wordt bepaald hoe vaak en op welke thema’s een gebied wordt gecontroleerd.

Aard toezicht

Toelichting

Projectmatig

Gericht specifieke overtredingen opsporen op thema of gebied.

Surveillance/schouw

Controle op direct opvallende zaken tijdens een algemene toezichtronde (met auto, (brom-)fiets of lopend)

Ad-hoc controle

Controle op basis van klachten of meldingen

De gekozen vorm van toezicht kan variëren en is mede afhankelijk van het gewenste en reeds bereikte naleefgedrag.

Bouwtoezicht

Het toezicht op de realisatie van bouwwerken vormt voor het team bouwtoezicht de grootste taak. Daarnaast is uit de prioriteitenmatrix gebleken dat ook toezicht bij bestaande gebouwen aandacht verdient. Bij het integraal wijkgericht of gebiedsgericht toezicht wordt gelet op wijzigingen/bouwwerken met name aan monumenten.

Het gaat dan met name om gebouwen waar veel (kwetsbare) mensen verblijven. In het uitvoeringsprogramma zal hier ook aandacht voor zijn. Het zal dan met name gaan om thematisch toezicht, dat door of samen met de brandweer uitgevoerd zal worden. Ook controle op goed verhuurderschap (bijlage 7) en andere zaken die de duurzame woningvoorraad hebben, krijgt de komende jaren aandacht.

Ook andere zaken zullen de nodige aandacht krijgen. Met de afdeling BORG zullen de afspraken geactualiseerd worden voor de controles in het kader van omgevingsvergunningen kappen en voorwerpen op of boven de weg. Hetzelfde geldt voor inritvergunningen, maar dan met de afdeling MO.

Toezicht Brandveiligheid

Uit de risico-inventarisatie komt naar voren dat brandveiligheid een hoge prioriteit heeft. De brandweer stelt op basis van haar eigen risicobenadering zelf een lijst op met te controleren gebouwen en instellingen.

In het jaarlijkse uitvoeringsprogramma zal het aantal voor dat jaar vastgestelde aantal controles worden opgenomen. In sommige gevallen zullen de controles samen met een toezichthouder uit het team bouwtoezicht worden uitgevoerd.

Toezicht APV/evenementen

Uitgangspunt is dat evenementenorganisaties verantwoordelijk zijn voor de openbare orde en veiligheid op het evenement. Het toezicht op bepalingen uit de APV, of naar aanleiding van verleende vergunningen en/of ontheffingen op grond van de APV, ligt bij de BOA’s. In hun Surveillanceplan (zie hieronder) zal dit onderdeel speciaal worden opgenomen. Zeker als het gaat om zaken met een hoge prioriteit zal er tijd voor vrij gemaakt hiervoor worden. De APV vergunningverleners zetten alle verleende vergunningen en ontheffingen door naar de BOA’s zodat zij op de hoogte zijn. Zo nodig worden de BOA’s gevraagd naar de handhaafbaarheid van eventuele vergunningvoorschriften. Verder speelt de samenwerking met politie en andere hulpdiensten een rol als het gaat om bijvoorbeeld besluiten die invloed kunnen hebben op het verkeer. Dat geldt des te meer voor grote evenementen.

Alcoholwet

Zoals reeds eerder is aangegeven worden de controles Alcoholwet bij inrichtingen voor de hele regio uitgevoerd door toezichthouders van de gemeente Hilversum. Op grond van de prioriteitenmatrix, maar ook door zogenaamde hotspots te onderscheiden, wordt jaarlijks een controlelijst opgesteld met te bezoeken alcoholverstrekpunten. Hotspots zijn plaatsen waarvan bekend is dat jongeren er proberen alcohol te kopen of er veel komen of waarvan sterke aanwijzingen zijn, dat het naleefgedrag slecht is. In het jaarlijkse uitvoeringsprogramma wordt het aantal controles en de soort controle opgenomen.

BOA’s

Voor de BOA’s is een planning van activiteiten gemaakt. Hierin is de prioritering terug te vinden. De werkzaamheden van de BOA’s lenen zich bij uitstek voor een gebiedsgerichte benadering, waarbij dan specifiek aandacht uit kan gaan naar de items die volgens de prioriteitenmatrix extra aandacht moeten krijgen. De BOA’s verrichten daarnaast ook werkzaamheden ten aanzien van de controles op en het toezicht bij evenementen en andere APV vergunningen en –ontheffingen. Ook zijn zij belast met het toezicht op kansspelautomaten en het hebben van een aanwezigheidsvergunning hiervoor.

De gemeentelijke BOA domein 2 houdt regelmatig toezicht in het gebied Naardermeer.

De gemeente Gooise Meren plant dat er regelmatig een toezichtronde door het Natura 2000 gebied Naardermeer wordt gedaan. Dat kan meer of minder zijn, afhankelijk van de omstandigheden, verwachtte drukte, meldingen, enz. In het gebied wordt ook toezicht gehouden door de Provincie Noord-Holland, het Waterschap, de politie. Er wordt nauw samengewerkt en deze samenwerking is vastgelegd in het jaarlijkse Handhaving Uitvoering Programma Naardermeer. Ook de andere natuurgebieden worden door de Boa domein 2 gecontroleerd.

Toezicht Verkeerswetgeving, waaronder verschillende parkeerfeiten zoals hinderlijk/onveilig parkeren en parkeren zonder vergunning.

Handhavingsstrategie

Indien toezicht niet leidt tot beëindiging van de overtreding is de gemeente in beginsel verplicht om hiertegen op te treden. Professionele handhaving kenmerkt zich onder andere door een consequente uitvoering.

Handhaving kan zowel bestuursrechtelijk (gericht op herstel) als strafrechtelijk (gericht op voorkomen van herhaling en een voorbeeld).

Voor strafrechtelijk optreden zijn er de mogelijkheden;

  • door de politie, al dan niet in samenwerking met de gemeente

  • door de BOA’s, wanneer de BOA’s strafrechtelijk optreden, handelen zij namens het Openbaar Ministerie.

  • met een bestuurlijke boete, dit kan alleen wanneer een wet hiervoor specifiek de mogelijkheid biedt. Dit is de Omgevingswet (bijlage 8), de Wet goed verhuurderschap (bijlage 9), de Alcoholwet (uitgewerkt in het Regionale Preventie en Handhaving Plan) en de "wet Mulder" (Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften) waarbij verkeersovertredingen worden afgehandeld met een bestuurlijke boete. De bestuurlijke strafbeschikking (BSB) is een strafrechtelijk instrument dat ook door bestuursorganen kan worden opgelegd, wat de grenzen tussen de twee systemen vervaagt. In de praktijk wordt dit instrument niet gebruikt door de gemeente Gooise Meren.

Onder handhaving zoals dat bedoeld is in deze U&H Strategie wordt de bestuursrechtelijke handhaving verstaan: het afdwingen van normconform gedrag door de inzet van juridische/bestuursrechtelijke instrumenten zoals het opleggen van een last onder dwangsom, bestuursdwang en het intrekken van de vergunning en de strafrechtelijke handhavingsinstrumenten bestuurlijke boete en de bestuurlijke strafbeschikking. Handhaving is een bevoegdheid. Dit betekent dat het college, of in sommige gevallen de burgemeester, ook kan afzien van handhaving. Vanwege capaciteitsgebrek moeten er keuzes gemaakt worden met betrekking tot de zaken die men wel en niet adequaat oppakt.

In Gooise Meren wordt de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingswet (LHSO) toegepast. Een toelichting op dit instrument is opgenomen in bijlage 10.

Bij reguliere situaties wordt het volgende stappenplan gevolgd:

  • 1.

    Na constatering van de overtreding ontvangt betrokkene een waarschuwingsbrief waarin deze geïnformeerd wordt over de geconstateerde overtreding. Betrokkene krijgt de gelegenheid om binnen een bepaalde termijn de overtreding ongedaan te maken. Ook wordt aangekondigd dat als bij hercontrole blijkt dat de overtreding niet ongedaan is gemaakt, er bestuursrechtelijke maatregelen kunnen worden getroffen.

  • 2.

    Indien bij hercontrole blijkt dat de overtreding niet of niet geheel ongedaan is gemaakt, ontvangt de betrokkene een voornemen tot het opleggen van een bestuursrechtelijk maatregel. Dat is meestal een last onder dwangsom. Betrokkene krijgt de mogelijkheid om ten aanzien van dit voornemen binnen een gestelde termijn een zienswijze in te dienen.

  • 3.

    Indien na beoordeling van de zienswijze niet wordt afgezien van handhaving, en de overtreding voortduurt, wordt het besluit genomen tot het opleggen van een bestuursrechtelijke maatregel.

Hiervan kan worden afgeweken bij:

  • Gevaar: bij acuut gevaar voor personen en/of de omgeving, is direct optreden noodzakelijk;

  • Onherstelbare schade: indien onherstelbare schade plaatsvindt of dreigt plaats te vinden zal direct dan wel versneld optredende meest aangewezen werkwijze zijn;

  • Ernstige hinder: in deze situatie wordt stap 1 overgeslagen om de overtreding snel ongedaan te laten maken;

  • Herhaling van (vergelijkbare) overtredingen: indien optreden tegen een eerdere overtreding geen effect heeft gehad, kan bij herhaling van de overtreding gekozen worden voor een versnelde/direct aanpak. Het informeren van de betrokkene (stap 1) is in deze gevallen weinig zinvol omdat de eerdere waarschuwing niet tot het gewenste gedrag heeft geleid.

  • Wanneer de normale dwangsomprocedure op niets uitloopt want de overtreding is niet beëindigd wordt de dwangsom met 50% verhoogd. Als daar ook geen gehoor aan wordt gegeven volgt aangifte (OM) plus een last onder bestuursdwang.

Het handhavingsmiddel wordt bepaald aan de hand van de overtreding, conform het kader van de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingswet (LHSO). Naast bestuursrechtelijke handhaving kan ook strafrechtelijk worden opgetreden.

Handhaving kan opgestart worden naar aanleiding van eigen constateringen, klachten en meldingen. Ook komt het regelmatig voor dat er besluiten genomen moeten worden naar aanleiding van verzoeken om handhaving.

Er wordt op uiteenlopende onderwerpen en in toenemende mate een beroep gedaan op de juridische handhaving. Juridische procedures kunnen soms jaren duren, vooral door wachttijd bij de rechtbank en Raad van State. De werkvoorraad neemt hierdoor toe.

Het hoge aantal meldingen en handhavingsverzoeken vraagt om het stellen van prioriteiten.

Handhaving Wkb

De kwaliteitsborger kan zelf niet handhavend optreden. Wanneer hij een afwijking van de vergunning constateert, zal hij in gesprek met de aannemer proberen dit op te lossen.

Lukt dit niet, dan zal de kwaliteitsborger de afwijking moeten melden aan de gemeente.

De gemeente zal dan handhavend optreden. Er is nog weinig ervaring met de handhaving onder de Omgevingswet en de Wkb. Jurisprudentie over dergelijke zaken bij andere gemeenten wordt actief bestudeerd.

Handhaving Alcoholwet

Door de toezicht methode met een testkoper, worden vaker overtredingen geconstateerd (van verkopen van alcohol aan minderjarigen) en, conform regionale afspraken in het PHP (Preventie en Handhavingsplan alcohol en drugs), worden er boetes opgelegd. Bij de juridische behandeling van deze boetes blijken er soms ook andere zaken niet in orde. Dit geeft op dat moment veel uitzoekwerk.

Tegen dergelijke besluiten staat bezwaar en beroep open en dit vindt regelmatig plaats.

Ondermijning

Daarnaast is het Bestuurlijk interventieteam ondermijning (BIT, 2022) regionaal actief met als doel de controles op ondermijningsgevoelige activiteiten te intensiveren. Regionaal wordt een controleschema opgesteld. Daarom heeft de Gemeente Gooise Meren (OOV BOA’s, bouwinspecteurs, en handhavingsjuristen) capaciteit vrijgemaakt. De brede opzet levert veel informatie en nalevingsverbetering op. De off spin van toezicht op ondermijning is wel arbeidsintensief en vraagt veel juridische ondersteuning. Door de rapportages van externe toezichthouders is meer afstemming nodig en worden ook andere accenten in het werkveld gelegd.

Het RIEC heeft een steeds duidelijkere regierol en levert hoogwaardig juridisch advies.

In een schema ziet dit er als volgt uit:

Stappenplan

Aantal stappen

Omschrijving stappen

Regulier

3

De 3 stappen zoals hierboven omschreven worden doorlopen.

Versneld

2

Stap 1 uit het reguliere stappenplan wordt overgeslagen. Bij de eerste constatering van de overtreding wordt stap 2 ingezet (nemen voorgenomen besluit).

Direct

1

Stap 1 en 2 uit het regulieren stappenplan worden overgeslagen. Bij de eerste constatering van de overtreding volgt direct stap 3 (nemen besluit).

De leidraad dwangsommen en begunstigingstermijnen Gooise Meren (bijlage 7) wordt toegepast.

Naast de reguliere taken is de handhavingsstrategie ook van toepassing op bestemmingsplannen en monumenten, waarbij de LHSO wordt ingezet.

Voor monumenten heeft handhaving van een overtreding een hoge prioriteit aangezien overtreding doorgaans een onomkeerbaar karakter heeft (zie bijlage 6 prioriteitenmatrix toezicht en handhaving).

Voor een aantal taakvelden wordt een ander kader gevolgd. In het kader van de Alcoholwet is regionaal een Preventie en Handhavingsplan (PHP) 2026-2029 opgesteld en vastgesteld door de Raad van Gooise meren. Het PHP omvat een sanctiestrategie en stappenplan.

Bij overtredingen zijn bestuurlijke boetes aan de orde die rechtstreeks voortvloeien uit het landelijke Besluit bestuurlijke boete Alcoholwet.

Eigen gebouwen en inrichtingen en andere overheidsinstellingen

De gemeente heeft zelf ook gebouwen en activiteiten, waarvoor zij zelf op grond van wetgeving het bevoegd gezag is. Zo vallen gemeentelijke gebouwen zoals het gemeentehuis en de gemeentewerven onder het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en moet de gemeente zelf ook in geval van bouwen en gebruik voldoen aan de regelgeving uit de Omgevingswet en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) (brandveiligheid). Ook bezit de gemeente diverse gebouwen, zoals scholen en buurtcentra, waar deze regelgeving van toepassing is en waar de gemeente verantwoordelijk is voor naleving ervan. Het kan soms lastig zijn omdat toezichthouders en handhavers met collega’s te maken kunnen krijgen en het college in principe zich zelf zo nodig aanschrijft om een overtreding ongedaan te maken.

Het uitgangspunt is echter dat de eigen instellingen, maar ook andere overheidsinstellingen die eventueel binnen Gooise Meren gevestigd zijn, op gelijke wijze behandeld worden als inwoners, bedrijven en instellingen. Dit niet in de laatste plaats vanwege de voorbeeldfunctie en de geloofwaardigheid die de gemeente heeft in dit opzicht. Beheerders van gebouwen dienen de voorschriften na te leven en eventuele geconstateerde overtredingen zo spoedig mogelijk ongedaan te maken. De resultaten van het toezicht op eigen inrichtingen worden in het jaarverslag gerapporteerd.

Gedoogstrategie

Volgens inmiddels vaste jurisprudentie heeft een bevoegd gezag in principe de beginselplicht om te handhaven in het geval van overtredingen van wet- en regelgeving. Gedogen is het niet optreden tegen overtredingen door een orgaan dat tot zodanig optreden juridische gezien bevoegd is. Er wordt in dat geval bewust afgezien van het sanctioneren van overtredingen. Het uitgangspunt in Gooise Meren is dat er altijd handhavend opgetreden wordt. Gedogen is de uitzondering. Echter, er kunnen altijd bijzondere situaties voorkomen. De praktijk is weerbarstig en zit vaak vol met onverwachte verrassingen. Er zijn situaties denkbaar waarbij een uitzondering verantwoord is en het inzetten van een handhavingstraject niet in alle redelijkheid kan plaatsvinden. Er zijn dan twee mogelijkheden, namelijk gedogen of afzien van handhaving.

  • Afzien van handhaving volgt als uit de belangenafweging is gebleken dat handhaven zo onevenredig zwaar de belangen van de overtreder schaadt in verhouding tot het te beschermen belang, dat je niet meer mag handhaven. Indien wordt afgezien van handhaving wordt dit kenbaar gemaakt aan de overtreder middels een vrijwaringsbrief, die tevens in het (digitale) dossier wordt opgeslagen.

  • Gedogen is aan de orde als ook het te beschermen belang zwaar weegt en er uiteindelijk wel handhavend mag en moet worden opgetreden. Hieronder kan ook het voorkomen van precedentwerking vallen. In dat geval wordt (tijdelijk) bewust afgezien van handhavend optreden en wordt het gedogen schriftelijk vastgelegd in een persoonsgebonden gedoogbeschikking. Voorwaarde voor gedogen is dat er wel concreet zicht is op legalisatie in de toekomst of dat er een uitsterfconstructie (persoonsgebonden beschikking) wordt toegepast.

Gooise Meren onderschrijft het in 1996 door de Minister van het toenmalige ministerie van VROM en het ministerie van V&W vastgestelde beleidskader “ Grenzen aan gedogen” (TK 1996-1997, 25 085, nr. 2). De “Nota Gedogen in Nederland – Beleidsregels gedogen” bevat een verdere uitwerking van de voorwaarden en toepassing van gedogen.

Daar waar ruimte is voor een afweging volgt Gooise Meren dit kader.

Bij monumenten wordt extra terughoudend gedaan met gedogen.

Uitgangspunt voor gedogen is het uitzonderlijke karakter en is alleen mogelijk als wordt voldaan aan een of (liefst) meerdere van de volgende voorwaarden:

  • 1.

    De te gedogen activiteit is verantwoord uit het oogpunt van bescherming van de fysieke leefomgeving

  • 2.

    Er bestaat concreet zicht op legalisatie van de te gedogen activiteit

  • 3.

    Indien vooruitlopend op besluitvorming rond vergunningverlening wordt gedoogd, is een ontvankelijke vergunningaanvraag ingediend

  • 4.

    Er dient sprake te zijn van bijzondere omstandigheden die gedogen in het concrete geval rechtvaardigen

Naast deze inhoudelijke criteria zijn er ook nog procedurele criteria waaraan moet worden voldaan in het geval er wordt gedoogd:

  • -

    gedogen dient schriftelijk en uitdrukkelijk te gebeuren

  • -

    gedogen moet zoveel mogelijk worden beperkt in omvang en/of in tijd

  • -

    er moet een zorgvuldige, expliciete en kenbare belangenafweging (inspraak, publicatie, etc.) hebben plaatsgevonden

  • -

    gedogen dient aan controle onderhevig te zijn

  • -

    aan de gedoogbeschikking kunnen voorwaarden verbonden worden

Indien mogelijk wordt in de beschikking aangegeven onder welke omstandigheden het besluit zal worden ingetrokken en alsnog handhavend opgetreden zal worden. Wanneer blijkt dat de voorwaarden die zijn opgenomen in de gedoogbeschikking niet worden nageleefd, dan moet deze worden ingetrokken en dient er handhavend te worden opgetreden om de overtreding te beëindigen.

Bijlage 3 Beleidskeuzes uitvoering Wkb

Inleiding:

De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) is op 1 januari 2024 in werking getreden en geldt momenteel voor nieuwbouw van bouwwerken in gevolgklasse 1.

Wanneer een aanvraag onder de Wkb valt toetst de gemeente niet meer aan de technische bouwvoorschriften, niet vooraf en ook niet tijdens de bouw. De gemeente controleert wel of een aanvraag inderdaad onder de Wkb valt, en zo ja, of de melding compleet is

Een aanvraag valt onder de Wkb als:

  • Het gaat om nieuwbouw (geen verbouw).

  • Het bouwwerk valt onder gevolgklasse 1, zoals:

    • o

      Grondgebonden woningen (vrijstaand, rijtjeshuis, twee-onder-een-kap).

    • o

      Kleine bedrijfspanden (max. 2 bouwlagen).

    • o

      Woonboten.

    • o

      Kleine industriefuncties. [iplo.nl]

  • Het bouwwerk is niet een monument.

De Wkb treedt gefaseerd in werking. Het is nog niet bekend wanneer de gevolgklassen 2 en 3 respectievelijk verbouw in werking treden.

Een onafhankelijke kwaliteitsborger controleert of het bouwwerk technisch voldoet aan het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Deze toets gebeurt tijdens het bouwproces, niet vooraf.

Aanvrager doet een bouwmelding via het DSO, uiterlijk 4 weken voor de start van de bouw.

Bij de bouwmelding moet zijn gevoegd:

  • Een borgingsplan

  • Een risicobeoordeling

  • Gegevens van de kwaliteitsborger. De kwaliteitsborger moet zijn erkend en opgenomen in het landelijke register

Als de gemeente binnen die 4 weken géén reactie geeft, mag de initiatiefnemer ervan uitgaan dat de melding tijdig en volledig is gedaan. Na die 4 weken mag gestart worden met bouwen, tenzij de gemeente binnen die termijn aangeeft dat de melding onvolledig is.

Overwegende

  • dat de Wet kwaliteitsborging (Wkb) de Gooise Meren ruimte biedt om keuzes te maken in en met betrekking tot de uitvoering van de Wkb

  • dat de beleidskeuzes passen in de bedoeling van de wetgever inzake de Wkb, waarbij zoveel mogelijk de verantwoordelijkheid wordt gelegd bij de bouwer en de kwaliteitsborger

  • dat wordt voldaan aan de wettelijke verplichtingen van de gemeente

Gelet op

Hetgeen is bepaald in de Wkb

Dat

Met dit Wkb-beleid een afweging wordt gemaakt tussen het uitvoeren van taken conform de bedoeling van de wetgever en de verantwoordelijkheid die de gemeente houdt.

Inhoud

  • 1.

    Controlemomenten gemeente

  • 2.

    Toezicht en handhaving

  • 3.

    Signaal/melding kwaliteitsborger

  • 4.

    Toepassing van gelijkwaardige maatregelen

  • 5.

    Gereed meldingen; ”dossier bevoegd gezag”

  • 6.

    Gefaseerde oplevering

Controle volledigheid melding gemeente. Wanneer een kwaliteitsborger is betrokken wordt het toezicht aan de kwaliteitsborger overgelaten.

De gemeente toetst nog wel of er een Omgevingsvergunning nodig is en zo ja de aanvraag daarvan waarbij wordt getoetst of het initiatief past in het Omgevingsplan en of het voldoet aan redelijke eisen van Welstand.

De bouw (technische)melding door de kwaliteitsborger wordt gecontroleerd op volledigheid (waaronder de risico paragraaf) en of de kwaliteitsborger en diens instrument staat ingeschreven in het Register Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw.

Wanneer een kwaliteitsborger is betrokken, wordt het toezicht aan de kwaliteitsborger overgelaten.

Toezicht en handhaving: voortzetting vigerende VTH beleid

De bevoegdheid tot het houden van toezicht en handhaven blijft – ongeacht de reikwijdte van de Wkb - ook ongewijzigd bestaan. De gemeente kan na meldingen of steekproefsgewijs controleren op naleving van het Omgevingsplan. Ook blijft de gemeente verantwoordelijk voor het publiekrechtelijk toezicht op de naleving van het Bbl. Bij signalen dat niet wordt voldaan aan de bouwvoorschriften kan de gemeente handhavend op treden.

Voor de prioritering is de U&H Strategie van de gemeente Gooise Meren de basis.

De gemeente kijkt toe op de naleving Omgevingsplan activiteit voor het ruimtelijke deel.

Doorgaans wordt alleen toezicht op het bouwen gehouden, op basis van ontvangen meldingen/verzoeken om handhaving van belanghebbenden of een melding van de kwaliteitsborger.

Het blijft echter ook mogelijk om toezicht te houden aan de hand van eigen constateringen.

De bevoegdheid tot toezicht blijft, maar het wordt een uitzondering dat deze wordt toegepast.

Signaal/melding/constatering: overtreding leidt tot handhaving

Wanneer de kwaliteitsborger overtredingen constateert zal hij dat met de aannemer/opdrachtgever ongedaan laten maken. Wordt de overtreding niet ongedaan gemaakt, dient de kwaliteitsborger dit te melden bij de gemeente. Ook de omgeving kan signalen, meldingen en handhavingsverzoeken afgeven. Bij constateringen dat niet wordt voldaan aan de bouwtechnische eisen respectievelijk het ruimtelijke deel van de Omgevingsplan activiteit, wordt een handhavingstraject gestart.

Als vertrekpunt geldt dat er geen ruimte is voor gedogen. De prioritering is van toepassing.

Signalen dat er niet voldaan wordt aan de eisen worden in beginsel opgevolgd.

Toepassing van gelijkwaardige maatregelen: in beginsel toegestaan

De mogelijkheid bestaat dat een individu van de eisen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) afwijkt ten gunste van een gelijkwaardige maatregel. Een gelijkwaardige maatregel impliceert een afwijking van een specifiek voorschrift met hetzelfde beoogde resultaat, met mogelijke bijkomende voordelen. De voorgestelde gelijkwaardige maatregel(en) wordt door de Gemeente Gooise Meren getoetst of deze tot vergelijkbare of betere resultaten leidt in de betreffende situatie, met name wat betreft de constructieve veiligheid, brandveiligheid en gezondheid. Eventueel kan de gelijkwaardige maatregel efficiënter en/of kosten effectiever zijn, wat de (milieu)innovatie binnen de sector zou kunnen bevorderen.

De Gemeente Gooise Meren neemt een besluit.

Wanneer een gelijkwaardige maatregel wordt toegepast, is de WKB niet meer van toepassing, neemt de Gemeente Gooise Meren alle reguliere werkzaamheden van vergunningverlening (voor zover nog van toepassing) en bouwtoezicht (weer) op zich.

Gereed meldingen, “dossier bevoegd gezag”

Bij de gereed melding wordt dit “dossier bevoegd gezag’’ verstrekt. Het dossier wordt op compleetheid getoetst.

Indien nodig wordt aanvullende informatie opgevraagd. In het uiterste geval kan de gemeente ingebruikname van een bouwwerk verhinderen.

Gefaseerde oplevering: in beginsel toegestaan

Vergunningen kunnen worden aangevraagd voor meerdere bouwwerken in één vergunning. Gefaseerde oplevering wordt toegestaan waarbij het aanleveren van het dossier aan het bevoegd gezag pas wordt gedaan nadat alle bouwwerken klaar zijn.

Voorwaarde daarbij is dat

  • het stelsel van kwaliteitsborging levert het bevoegd gezag het bewijsvermoeden dat aan de voorschriften wordt voldaan bij gereedkomen van het bouwwerk en

  • de Wkb schrijft voor dat strijdigheden die aan het verlenen van de verklaring van de kwaliteitsborger in de weg staan direct worden gemeld

Bijlage 4 Toelichting prioriteiten matrixen

Ter verdieping van de paragrafen 7.6 en 7.7.

Om gericht te werken aan beschermen van de leefomgeving is een risicoanalyse uitgevoerd. Er is daarbij een relatie gelegd tussen de kans dat een ongewenste gebeurtenis zich voordoet en de negatieve effecten die deze gebeurtenis kan hebben. Ten aanzien van de vraag hoe groot de kans is dat een gebeurtenis zich voordoet wordt bepaald hoe het naleefgedrag is van de regels en voorschriften. Immers hoe lager het naleefgedrag hoe meer kans op het optreden van een ongewenste gebeurtenis. Deze risicoanalyse heeft als doel om objectief in beeld te brengen welke risico’s in de fysieke leefomgeving aanwezig zijn.

Er wordt gebruik gemaakt van de methodiek risico = negatief effect x kans. Hierbij worden de volgende vragen gesteld:

  • -

    Hoe vaak wordt een regel of voorschrift niet nageleefd?

  • -

    Hoe groot zijn de effecten op de leefomgeving bij niet naleving?

Deze methodiek is een gangbare landelijke risicobeoordelingsmethode, die door veel overheidsorganen wordt toegepast en is gebaseerd op de methode “Programmatisch handhaven – Gids voor gemeenten, waterschappen en provincies” van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV).

De negatieve effecten kunnen als volgt onderverdeeld worden:

  • 1.

    Fysieke veiligheid

    In welke mate is een ongewenste gebeurtenis een aantasting van de fysieke veiligheid?

  • 2.

    Schade aan de volksgezondheid

    In welke mate is een ongewenste gebeurtenis een bedreiging voor de volksgezondheid?

  • 3.

    Natuurschoon

    In welke mate is een ongewenste gebeurtenis een aantasting van het natuurschoon?

  • 4.

    Financieel-economische schade

    Hoe groot is de mogelijke financieel-economische schade voor de gemeenschap/voor de gemeente als een ongewenste gebeurtenis zich voordoet?

  • 5.

    Kwaliteit sociale leefomgeving

    In welke mate is een ongewenste gebeurtenis een aantasting van de kwaliteit van de sociale leefomgeving?

  • 6.

    Schade aan het bestuurlijke of gemeentelijke imago

    Hoe groot is de politiek-bestuurlijke afbreuk als een ongewenste gebeurtenis zich voordoet?

In de systematiek wordt per handhavingsthema aan de negatieve effecten een waarde toegekend aan de hand van een 5-puntsschaal:

1 = heel klein

2 = klein

3 = gemiddeld

4 = groot

5 = heel groot

De kans op het optreden van een ongewenste gebeurtenis wordt in de matrix als volgt gewogen :

1 = kleine kans,goed naleefgedrag, weinig kans op overtredingen

2 = gemiddelde kans, gemiddeld naleefgedrag (niet goed, niet slecht)

3 = grote kans, slecht naleefgedrag, grote kans op overtredingen

Het onderstaande schema maakt duidelijk hoe gekomen kan worden tot een prioriteitenstelling op grond van bovenstaande risico-elementen.

afbeelding binnen de regeling

De hoogte van de score bepaalt de prioriteit, variërend van laag (L), gemiddeld (M) en hoog (H). Daarbij gelden de volgende bandbreedten om te bepalen welke prioriteit een item krijgt:

0,8 – 3,3 lage prioriteit (L)

3,4 – 5,5 gemiddelde prioriteit (M)

5,6 en hoger hoge prioriteit (H)

Bijlage 5 Prioriteitenmatrix vergunningverlening

Prioriteitenmatrix VTH Gooise Meren 2026: vergunningen

0,8 – 3,3 lage prioriteit (L)

3,4 – 5,5 gemiddelde prioriteit (M)

5,6 en hoger hoge prioriteit (H)

1. Fysieke veiligheid

2. Volksgezondheid

3. Natuur/milieu

4. Financieel-economisch

5. Leefomgeving

6. Bestuurlijk imago

Gemiddeld effect

Kans op onjuiste aanvraag

Risicogetal

Risicowaardering

Omgevingsvergunning activiteit bouwen en ruimtelijke regels

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Aanvraag omgevingsvergunning activiteit bouwen voor:

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Woningen (grondgebonden, bijv. eengezinswoningen)

4

3

2

1

3

3

2,7

2

5,4

M

Woongebouwen, appartementen, kamerverhuur

5

3

3

3

4

4

3,7

2

7,4

H

Logiesgebouw, restaurant, café, horeca, bedrijf, kantoor, winkel

5

3

3

4

4

4

3,8

2

7,6

H

Maatschappelijke gebouwen, (kinder)dagverblijven, scholen, zorg, sport

5

3

3

4

4

4

3,8

2

7,6

H

Uitbouw, aanbouw, bijgebouw, dakkapel, gevelwijziging

1

2

1

1

2

1

1,3

2

2,6

L

Bouwwerken geen gebouw zijnde

1

1

1

1

2

1

1,2

2

2,4

L

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Omgevingsvergunning slopen (meer dan 10 m³ en/of in beschermd dorps- en stadsgezicht)

4

3

3

4

5

3

3,7

1

3,7

M

Aanvraag omgevingsvergunning wijzigen rijks- of gemeentelijk monument

1

1

1

3

3

4

2,2

2

4,4

M

Aanvraag omgevingsvergunning aanleggen

1

1

4

2

4

2

2,3

2

4,6

M

Aanvraag omgevingsvergunning afwijken ruimtelijke regels

1

1

3

3

4

3

2,5

2

5

M

Melding slopen

4

4

3

2

4

2

3,2

1

3,2

L

Melding slopen met asbest

4

5

2

3

4

3

3,5

1

3,5

L

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

0,8 – 3,3 lage prioriteit (L)

3,4 – 5,5 gemiddelde prioriteit (M)

5,6 en hoger hoge prioriteit (H)

1. Fysieke veiligheid

2. Volksgezondheid

3. Natuur/milieu

4. Financieel-economisch

5. Leefomgeving

6. Bestuurlijk imago

Gemiddeld effect

Kans op onjuiste aanvraag

Risicogetal

Risicowaardering

Omgevingsvergunning activiteit brandveilig gebruik

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Aanvraag omgevingsvergunning brandveilig gebruik

5

5

1

3

3

3

3,3

2

6,6

H

Melding brandveilig gebruik

5

5

2

3

3

3

3,5

2

7

H

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Omgevingsvergunning in relatie tot APV

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Aanvraag omgevingsvergunning aanleg in-/uitrit

4

1

1

1

3

2

2

2

4

M

Aanvraag omgevingsvergunning vellen houtopstand

1

1

4

2

4

2

2,3

1

2,3

L

Aanvraag omgevingsvergunning reclameobject

1

1

1

1

4

2

1,7

2

3,4

M

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

APV

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Vergunningaanvraag/melding van een evenement type A

2

2

1

1

2

1

1,5

3

4,5

M

Vergunningaanvraag evenement type B

3

3

1

3

4

4

2

3

6

H

Vergunningaanvraag evenement type C

4

3

1

4

4

5

3,5

3

10,5

H

Aanvraag om standplaatsvergunning

2

1

2

1

3

1

1,7

2

3,4

M

Aanvraag om marktplaats

2

1

2

3

3

2

2,2

2

4,4

M

Aanvraag om collectevergunning*

2

1

1

1

3

1

1,5

1

1,5

L

Melding incidentele activiteiten/festiviteiten (6-dagenregeling)

1

2

1

1

3

1

1,5

1

1,5

L

Aanvraag vergunning sex-inrichting

2

4

1

2

4

5

3

3

9

H

Aanvraag aanwezigheidsvergunning

1

4

1

2

3

1

2

2

4

M

Aanvraag om vergunning plaatsen voorwerpen op de openbare weg

4

1

2

3

3

1

2,3

1

2,3

L

Aanvraag vergunning verkoop consumentenvuurwerk

5

4

4

4

4

4

25

1

2,5

L

Aanvraag ontheffing geluidhinder (art. 4.6 APV)

1

3

3

2

4

1

2,3

1

2,5

L

0,8 – 3,3 lage prioriteit (L)

3,4 – 5,5 gemiddelde prioriteit (M)

5,6 en hoger hoge prioriteit (H)

1. Fysieke veiligheid

2. Volksgezondheid

3. Natuur/milieu

4. Financieel-economisch

5. Leefomgeving

6. Bestuurlijk imago

Gemiddeld effect

Kans op onjuiste aanvraag

Risicogetal

Risicowaardering

Alcoholwet

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Aanvraag Alcoholwetvergunning, art. 3 DHH

2

5

2

3

4

4

3,3

3

9,9

H

Wijzigen Alcoholwetvergunning

2

5

2

3

4

4

3,3

3

9,9

H

Aanvraag ontheffing verstrekken alcoholische dranken, art. 35 Alcoholwet

2

5

1

1

4

2

2,5

2

5

M

Wijzigen leidinggevende aanhangsel Alcoholwet-vergunning

1

3

1

1

2

1

1,5

3

4,5

M

Aanvraag exploitatievergunning APV

2

2

1

3

5

4

2,8

3

8,4

H

*Collectevergunningen moeten alleen aangevraagd worden door organisaties die niet ingeschreven staan bij het Centraal Bureau Fondswerving (CBF)

Bijlage 6 Prioriteitenmatrix toezicht en handhaving

Prioriteitenmatrix VTH Gooise Meren 2026: toezicht en handhaving

0,8 – 3,3 lage prioriteit (L)

3,4 – 5,5 gemiddelde prioriteit (M)

5,6 en hoger hoge prioriteit (H)

7. Fysieke veiligheid

8. Volksgezondheid

9. Natuur/milieu

10. Financieel-economisch

11. Leefomgeving

12. Bestuurlijk imago

Gemiddeld effect

Kans op overtreding

Risicogetal

Risicowaardering

Wabo/omgevingsvergunning

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Algemeen verzoek om handhaving

4

3

3

3

4

4

3,5

2

7

H

Handelen zonder of in strijd met een omgevingsvergunning voor het aanleggen

1

1

3

2

3

3

2,2

1

2,2

L

Strijdig gebruik bestemming: verkeerd gebruik grond/erf

1

1

2

1

4

3

2

2

4

M

Strijdig gebruik bestemming: wonen waar niet toegestaan bij onveilige en of onhygiënische situaties

2

3

1

1

4

4

2,5

3

7,5

H

Strijdig gebruik bestemming: wonen waar niet toegestaan

1

1

3

2

3

3

2,2

1

2,2

L

Strijdig gebruik bestemming: bedrijfsmatige activiteiten waar niet toegestaan

4

3

3

3

4

4

3,5

2

7

H

Strijdig gebruik bestemming: verkeerd gebruik overig

1

1

2

1

4

3

2

2

4

M

Bouwen zonder omgevingsvergunning, kan variëren, zie Leidraad dwangsommen

3

3

1

3

3

5

3,5

1

3,5

M

Bouwen in afwijking van de omgevings-vergunning (na in werking treden WKB is dit toezicht voor gevolgklasse I geen taak meer voor de gemeente, handhaving nog wel)

3

3

1

3

3

5

3,5

1

3,5

M

Veranderen van een Rijks of gemeentelijk monument zonder of in afwijking van omgevingsvergunning (onomkeerbaar)

4

3

1

3

3

3

2,8

2

5,6

H

Het splitsen van een gebouw zonder omgevingsvergunning

3

3

1

3

3

5

3,5

1

3,5

M

Slopen van een (deel van) een monument zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning(onomkeerbaar)

4

3

1

3

3

3

2,8

2

5,6

H

Slopen van een gebouw zonder voorafgaande melding (OFGV)

3

3

3

2

3

2

2,7

1

2,7

L

In gebruik hebben van een gebouw in strijd met de brandveiligheidseisen Bouwbesluit 2012

5

5

3

3

5

5

4,3

2

8,6

H

In gebruik hebben van een gebouw in strijd met de constructieve eisen Bouwbesluit 2012

5

3

1

1

3

5

3

2

6

H

Slopen met asbest zonder vergunning

5

5

5

4

5

4

4,7

2

9,4

H

Kamerbewoning zonder bouwactiviteit

1

1

3

2

3

3

2,2

1

2,2

L

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Omgevingsvergunning in relatie met APV

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Handelen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor kappen

2

1

5

1

4

3

2,7

2

5,4

M

Handelen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning aanleggen in-/uitrit

4

1

1

2

1

2

1,8

1

1,8

L

Handelen zonder of in afwijking van een reclamevergunning

1

1

1

1

4

1

1,5

2

3

L

0,8 – 3,3 lage prioriteit (L)

3,4 – 5,5 gemiddelde prioriteit (M)

5,6 en hoger hoge prioriteit (H)

1. Fysieke veiligheid

2. Volksgezondheid

3. Natuur/milieu

4. Financieel-economisch

5. Leefomgeving

6 Bestuurlijk imago

Gemiddeld effect

Kans op overtreding

Risicogetal

Risicowaardering

APV: Openbare ruimte

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Plaatsen objecten op en langs de openbare weg, autowrakken

3

3

1

3

4

1

2,5

2

5

M

Jeugdoverlast/hangjongeren

2

1

2

3

5

4

2,8

3

8,4

H

Plaatsen van aanhanger/caravan op de openbare weg, langer dan 3 dagen

1

1

1

1

4

1

1,5

2

3

L

Illegaal beplakken van reclame en/of aanbrengen graffiti

1

1

1

3

3

1

1,7

2

3,4

M

Het plaatsen van uitstallingen in strijd met beleid

1

1

1

1

4

1

1,5

2

3

L

Onveilig parkeren van fietsen en scooters

4

2

1

2

4

3

2,7

3

8,1

H

Onjuist parkeren van fietsen en scooters

1

1

1

1

3

1

1,3

1

1,3

L

Handelen in strijd met de Natuurwet in buitengebied

1

1

5

3

3

3

2,7

2

5,4

M

Overlast door honden

3

1

1

1

5

1

2

2

4

M

Zonder vergunning aanwezig hebben in een horecagelegenheid van een kansspelautomaat

1

4

1

3

1

1

1,8

1

1,8

L

Innemen standplaats zonder vergunning of in strijd met voorschriften

1

1

1

1

3

1

1,3

1

1,3

L

Diverse geluidoverlast/geuroverlast, etc. (hinder APV))

1

1

1

1

5

2

1,8

2

3,6

M

Hondenpoep

1

3

1

2

5

2

2,3

3

4,6

M

Zwerfvuil/afvaldumpingen

2

3

2

5

4

3

3,2

2

6,4

H

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

APV: evenementen

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Handelen zonder of in afwijking van een evenementenmelding type A

1

1

1

1

3

1

1,3

1

1,3

L

Handelen zonder of in afwijking van een evenementenvergunning type B

3

2

1

1

3

2

2

1

2

L

Handelen zonder of in afwijking van een evenementenvergunning type C

5

3

1

3

5

4

3,7

2

7,4

H

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Wegenverkeerswet

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Foutief parkeren Wegenverkeerswet WvW/Reglement verkeersregels en –tekens (Rvv)

4

1

1

1

4

2

2,3

3

6,9

H

Betaald parkeren (parkeren zonder betaling of overschrijding parkeertijd)

1

1

1

5

1

1

1,7

3

5,1

M

0,8 – 3,3 lage prioriteit (L)

3,4 – 5,5 gemiddelde prioriteit (M)

5,6 en hoger hoge prioriteit (H)

1. Fysieke veiligheid

2. Volksgezondheid

3. Natuur/milieu

4. Financieel-economisch

5. Leefomgeving

6. Bestuurlijk imago

Gemiddeld effect

Kans op overtreding

Risicogetal

Risicowaardering

Alcoholwet

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

In werking zijn zonder Alcoholwetvergunning, artikel 3

1

3

1

2

3

2

2

2

4

M

In werking zijn in afwijking van de verleende Alcoholwetvergunning, art. 3 Alcoholwet

1

5

1

2

5

2

2,7

1

2,7

L

Alcoholische dranken verstrekken zonder ontheffing art. 35 Alcoholwet

1

5

1

2

3

1

2,2

1

2,2

L

Geen leidinggevende aanwezige conform art. 24 Alcoholwet

4

1

1

1

4

2

2,3

3

6,9

H

Alcoholische drank verstrekken aan minderjarigen (jonger dan 18 jaar), artikel 20. Alcoholwet

1

5

1

4

4

3

3

3

9

H

In bezit hebben van alcoholische drank in de openbare ruimte door minderjarigen, art. 45 Alcoholwet

2

5

1

4

3

4

3,2

3

9,6

H

Alcohol verstrekken na toegestane schenktijd verordening para commerciële inrichtingen, art. 7 Alcoholverordening Gooise Meren

1

3

1

2

3

2

2

2

4

M

Bijlage 7 Leidraad dwangsommen en begunstigingstermijnen

Deze Leidraad dwangsommen en begunstigingstermijnen 2026 vervangt de Leidraad dwangsommen en begunstigingstermijnen Gooise Meren 2018, die daarmee geheel vervalt.

Inleiding

de gemeente is verplicht om inzichtelijk te maken op welke wijze uitvoering gegeven wordt aan bestuurlijke sancties en de termijnen die daarbij gehanteerd worden. Dit betreft de hoogte van de dwangsommen en de termijnen die hierbij gehanteerd worden voor sancties van overtredingen van de Omgevingswet.

In juni 20218 is de leidraad dwangsommen en begunstigingstermijnen vastgesteld. Met de komst van de Omgevingswet is de behoefte ontstaan om de destijds vastgestelde leidraad tegen het licht te houden om te actualiseren en op te nemen in de U&H strategie.

Leidraad dwangsommen en begunstigingstermijnen Gooise Meren 2026

Het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester zijn bevoegd om bestuursrechtelijke handhavingsinstrumenten in te zetten tegen overtreding van wettelijke bepalingen. De grondslag hiervoor wordt gevormd door artikel 125 van de Gemeentewet en artikel 5:21 e.v. van de Algemene wet bestuursrecht.

Eén van de instrumenten om een geconstateerde overtreding te doen beëindigen is het opleggen van een last onder dwangsom. Dit is een bestuursrechtelijke herstelsanctie en betreft een last tot het geheel of gedeeltelijk ongedaan maken van de overtreding en de betaling van een geldsom indien de last niet of niet volledig en tijdig wordt uitgevoerd. De last onder dwangsom kan ook ingezet worden om een dreigende overtreding van regelgeving te voorkomen of herhaling van een overtreding te voorkomen of om de gevolgen van de overtreding weg te nemen of te beperken.

In het licht van rechtszekerheid en het gelijkheidsbeginsel is het gewenst dat tegen overtredingen op een uniforme wijze wordt opgetreden. Dit geeft duidelijkheid en transparantie over de hoogte van dwangsommen en begunstigingstermijnen in relatie tot de overtreding. In de U&H-strategie is dan ook bepaald dat er voor de hoogte van de dwangsommen en de begunstigingstermijnen een leidraad is. Tegelijkertijd heeft Gooise Meren in het beleidsplan de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS) onderschreven en aansluiting hierbij gezocht. Deze strategie is vervangen door de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingswet (LHSO). Bij de procedure voor het opleggen van de last onder dwangsom wordt hiermee rekening gehouden.

Adressaat

De last onder dwangsom kan alleen opgelegd worden aan de overtreder. Dit is degene die de overtreding feitelijk of functioneel heeft begaan en het in zijn of haar macht heeft de last uit te voeren of na te komen om de overtreding ongedaan te maken of te voorkomen. Wie de overtreder is, is afhankelijk van de wettelijke bepaling die overtreden wordt. Als het gaat om bestuursrechtelijke handhavingsbesluiten die gericht zijn op naleving van de Omgevingswet (Ow) dan kunnen deze mede tegen de rechtsopvolger van diegene aan wie het handhavingsbesluit zijn gericht. Dit vloeit voort uit artikel 18.4a Omgevingswet. Het handhavingsbesluit kan dus ook tegen de rechtsopvolger ten uitvoer worden gelegd, inclusief het kostenverhaal. Voorwaarde is daarbij wel dat het handhavingsbesluit expliciet vermeldt dat dit het geval is. Deze registratie is overigens niet voor alle overtredingen verplicht.

Hoogte dwangsommen

De gemeente heeft bij het bepalen van de hoogte van de dwangsom een ruime mate van beleidsvrijheid. Het opleggen van een last onder dwangsom heeft als doel het ongedaan maken of voorkomen van overtredingen. Afhankelijk van de overtredingen stelt of het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester een dwangsom vast. Ook wordt een maximum vastgesteld waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd. De hoogte van een dwangsom is afhankelijk van de aard van de overtreding en staat in redelijk verhouding tot de zwaarte van de overtreding. De aard en ernst van de overtreding en de mogelijke gevolgen van de overtreding kunnen: vrijwel nihil, beperkt, van belang of aanzienlijk/ernstig zijn. De hoogte van de dwangsom is verder afhankelijk van de volgende zaken:

  • -

    De dwangsom moet dusdanig hoog zijn dat de overtreder geen voordeel heeft bij het laten voortduren van de overtreding;

  • -

    De maximum te verbeuren dwangsom is afgeleid van het behaalde economisch voordeel;

  • -

    De geschatte kosten om de overtreding ongedaan te maken moeten hoger zijn dan het geschatte financiële voordeel van de overtreder bij het laten voortduren van de overtreding;

  • -

    Het onrechtmatig verkregen voordeel dat de overtreder heeft, moet worden weggenomen;

  • -

    De bevestiging van normen gesteld in het belang van milieu, ruimtelijke ordening, natuur en landschap, veiligheid, volksgezondheid, etc.;

  • -

    De financiële omstandigheden van de overtreder spelen in beginsel geen rol bij het bepalen van de hoogte van de dwangsom.

Een dwangsom kan worden vastgesteld in de vorm van een bedrag ineens, een bedrag per tijdseenheid waarin de last niet is uitgevoerd of een bedrag per overtreding van de last. Als de dwangsom per tijdseenheid of per overtreding wordt opgelegd is het bevoegd gezag vanwege de rechtszekerheid richting overtreder verplicht een maximum bedrag in de beschikking vast te leggen waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd. Na het bereiken van het maximumbedrag kan besloten worden om een nieuwe last onder dwangsom op te leggen die in dat geval hoger is. Ook kan besloten worden om in plaats daarvan een last onder bestuursdwang op te leggen. Waar in de tabel is aangegeven dat de dwangsom wordt verbeurd per week of meervoud daarvan dat de overtreding voortduurt, geldt waar nodig ook voor het gedeelte van de week dat de overtreding heeft voortgeduurd.

De in de dwangsombeschikking gekozen hoogte van de dwangsom moet steeds voldoende onderbouwd zijn in die zin dat de hoogte van de dwangsom gebaseerd en/of afgestemd is op de inhoud van deze leidraad. In de beschikking kan in het algemeen worden volstaan met verwijzing naar deze leidraad. In specifieke situaties kan echter maatwerk noodzakelijk zijn. Afhankelijk van de specifieke feiten en omstandigheden van het individuele geval kan worden afgeweken van de hoogte van de dwangsom, de begunstigingstermijn en/of het maximum bedrag van de tabellen van deze beleidsregel. In deze bijzondere gevallen moet de afwijking van de leidraad altijd gemotiveerd worden.

Lengte begunstigingstermijn

Een begunstigingstermijn is de tijd die de overtreder krijgt om een overtreding te beëindigen voordat er dwangsommen in rekening gebracht gaan worden. Deze termijn komt op een zorgvuldige wijze tot stand. Dit houdt in dat de termijn voldoende lang is om als overtreder de opgelegde verplichtingen, die ertoe moeten leiden dat de overtreding ongedaan gemaakt wordt, uit te kunnen voeren en dat de termijn gezien de omstandigheden en ernst van de situatie redelijk is. De begunstigingstermijn gaat lopen op de dag na dagtekening van de handhavingsbeschikking. Voor de meest voorkomende overtredingen stelt deze leidraad begunstigingstermijnen vast.

De in de tabellen opgenomen termijnen zijn gemiddelden waarbij het mogelijk is te voldoen aan de last binnen de termijn. De termijn kan, afhankelijk van feiten en omstandigheden, worden aangepast, zowel korter als langer. Bij gevaarlijke situaties zoals brandveiligheid of gevaar voor de volksgezondheid zal de termijn vaak korter zijn. Dat kan ook als bijvoorbeeld al eerder een last onder dwangsom is op gelegd of wanneer duidelijk is dat er in kortere tijd voldaan kan worden aan de last om de overtreding ongedaan te maken. Indien wordt afgeweken van de in de tabel opgenomen termijn wordt dit in het handhavingsbesluit gemotiveerd.

Het uitgangspunt is dat de begunstigingstermijn niet verlengd wordt. Deze is immers op een zorgvuldige wijze tot stand gekomen. Slechts in uitzonderlijke omstandigheden kan de termijn verlengd worden op verzoek van de overtreder. Dit kan zijn omdat de overtreder aannemelijk maakt dat de last buiten zijn schuld niet binnen de termijn uitgevoerd kan worden. Ook kan het voorkomen dat de overtreder aannemelijk maakt dat opheffing van de overtreding binnen afzienbare tijd het geval zal zijn. Altijd zal de overtreder daarbij een concrete termijn moeten geven waarbinnen de last uitgevoerd zal worden.

Invordering van verbeurde dwangsommen

Indien na de begunstigingstermijn de overtreding niet ongedaan is gemaakt, verbeurt de overtreder van rechtswege een dwangsom. In een brief wordt dit aan de overtreder kenbaar gemaakt, met het verzoek het bedrag binnen 6 weken op de rekening van de gemeente over te maken.

Indien de overtreder niet binnen deze termijn betaalt volgt een zogenaamd invorderingsbesluit. In dit besluit staan de reden van verbeuring, het verbeurde bedrag, het verzoek om alsnog binnen een nieuwe termijn van 4 weken te betalen en de waarschuwing dat bij niet betalen ook de wettelijke rente betaald moeten worden plus de eventuele invorderingskosten voor de inzet van een gerechtsdeurwaarder. Tegen het invorderingsbesluit staat, net als tegen de handhavingsbeschikking met dwangsom, bezwaar en beroep open.

Na deze nieuwe periode van 4 weken volgt bij nog altijd niet betalen een herinnering om alsnog binnen twee weken te betalen. Wordt dan nog altijd niet betaald, dan volgt een door een deurwaarder bij exploot betekend dwangbevel aan de overtreder. De overtreder moet dan ook de bijkomende invorderingskosten en de wettelijke rente van het moment van verbeuring (dat wil zeggen na het einde van de begunstigingstermijn) betalen. Het is dus in het belang van de overtreder zo snel mogelijk de dwangsom te betalen om te voorkomen dat deze bijkomende kosten in rekening gebracht worden. Tegen het dwangbevel kan door de overtreder verzet aangetekend worden bij de burgerlijke rechter.

Bij de invordering van een dwangsom worden de volgende uitgangspunten gehanteerd. De hoofdregel hiervan is dat de overtreder altijd de volledige dwangsom betaalt. Bij het afzien van inning wordt een negatief precedent gecreëerd. Handhaving is dan niet meer afschrikwekkend genoeg en het ondergraaft de effectiviteit van toezicht en handhaving. Het kan bovendien leiden tot calculerend gedrag. Invordering van de dwangsom, tot aan inbeslagname aan toe, is dus altijd het sluitstuk van iedere handhavingsprocedure.

Afzien van invordering van de gehele dwangsom of een gedeelte daarvan is dan ook alleen mogelijk in uitzonderlijke gevallen. Deze zijn (limitatief en uitputtend) de volgende:

  • -

    Objectief aantoonbare overmacht (dit verschilt per situatie);

  • -

    Ernstige onvoorzienbare ziekte of ongeluk van de overtreder met blijvende ernstige gevolgen;

  • -

    Door (plotseling) overlijden van de overtreder of een direct gezinslid.

Indien door de gevolgen en nasleep van de in de vorige punten genoemde oorzaken men aanvullend niet in staat is geweest om aan de gemeente een verlenging van de begunstigingstermijn te vragen kan deze alsnog verleend worden.

Het kan voor komen dat de overtreder de verbeurde dwangsom niet in zijn geheel ineens kan betalen. In dat geval bestaat er de mogelijkheid van een betalingsregeling. Om hiervoor in aanmerking te komen moet de overtreder een schriftelijk verzoek hiertoe indienen bij de gemeente. Indien wordt ingestemd dan bedraagt de betalingsregeling voor bedrijven 6 maanden, voor particulieren 12 maanden. Wordt de regeling niet nageleefd dan wordt de vordering alsnog in handen gegeven van een deurwaarder. Overigens geldt in alle gevallen dat bij alle verbeurde dwangsommen de verjaring (na een jaar) tijdig gestuit moet worden door middel van een besluit hierover.

Herhaalde overtredingen (recidive)

Het kan soms voorkomen dat een dwangsomprocedure gevolgd is zonder dat dit tot een resultaat heeft geleid. Het maximum aan dwangsommen is verbeurd (volgelopen) en de overtreding is niet ongedaan gemaakt. In dat geval kan een nieuwe handhavingsprocedure gestart worden. Daarbij worden dan niet meer de bedragen uit de tabel van deze leidraad gevolgd. Immers, de eerste last onder dwangsom is blijkbaar onvoldoende prikkel geweest om de overtreding ongedaan te maken. De nieuwe dwangsom wordt dan minimaal twee maal zo hoog als de bedragen in de tabel.

Preventieve dwangsom

Een dwangsom kan ook opgelegd worden indien gevaar voor de overtreding overduidelijk dreigt. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn indien in de krant een evenement aangekondigd wordt terwijl daar geen vergunning voor is verleend. De in deze beleidsregel genoemde dwangsommen en begunstigingstermijnen zijn ook in die gevallen van toepassing.

Toelichting tabel

De tabellen vermelden de meest voorkomende overtredingen, de indicatieve hoogte van dwangsommen, de maximumbedragen en de begunstigingstermijnen. Voor overtredingen die niet in de tabellen zijn opgenomen wordt aan de hand van de feiten en omstandigheden van het concrete geval bekeken wat redelijke dwangsomhoogten en termijnen zijn. Hierbij dient de Leidraad dwangsombedragen en begunstigingstermijn (december 2025) van het Informatiepunt Leefomgeving als uitgangspunt.

De bedragen en termijnen in de tabellen moeten gezien worden als leidraad. In de concrete gevallen moet altijd beoordeeld worden of deze van toepassing zijn. Afwijkingen naar boven of beneden moeten steeds goed gemotiveerd worden in het handhavingsbesluit. Het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester zijn niet gehouden om in alle gevallen om op grond van deze leidraad en de tabellen een bepaalde dwangsomhoogte te bepalen. Dit zou kunnen leiden tot berekenend gedrag bij eventuele overtreders waarbij zij, afhankelijk van de hoogte van de dwangsom, welbewust risico’s gaan nemen door genoemde bedragen in te calculeren bij hun handelen. Het college en/of de burgemeester kan dan ook gemotiveerd afwijken van de tabel bij deze leidraad.

In de tabellen gaat het om overtreding op het gebied van bouwen, gebruik, brandveiligheid en de APV. De Sanctiestrategie Alcoholwet Gooi en Vechtstreek is tijdens de driehoek BTN van 23 oktober 2025 zijn de stukken rond de sanctiestrategie alcoholwet ter besluitvorming voorgelegd aan de leden van de driehoek (de stukken zijn in het DVC van 25 september 2025 besproken en als hamerstukken ter besluitvorming voorgedragen in de BTN en BTZ van oktober 2025).

Voor de Verordening Drank- en Horecawet Gooise Meren 2017 en de Wet op de kansspelen is een afzonderlijk stappenplan handhaving vastgesteld, evenals voor de in de gemeente aanwezige coffeeshop. Voor de Wet op de Kinderopvang geldt een regionaal vastgesteld stappenplan handhaving. Voor milieuovertredingen geldt dat de Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek (OFGV) zelf een leidraad dwangsommen en begunstigingstermijnen hanteert aangezien de uitvoering van milieutaken door Gooise Meren daar zijn ondergebracht.

Dwangsommen hoogte en lengte begunstigingstermijnen

Compar-timent

Overtreding

Hoogte dwangsom

Modaliteit

Maximum

Begunstigingstermijn

Grondslag

Bouwen en slopen

Bouwen zonder vergunning:

 
 
 
 

Artikel 5.1 Omgevingswet

 

Gebouw < 50 m²

€3.000

Per week

€9.000

4 weken

 
 

Gebouw > 50 m² < 200 m²

€6.000

Per week

€18.000

6 weken

 
 

Gebouw > 200 m² < 500 m²

€9.000

Per week

€27.000

6 weken

 
 

Gebouw > 500 m² < 1000 m²

€15.000

Per 2 weken

€45.000

8 weken

 
 

Gebouw > 1000 m²

€20.000

Per 2 weken

€60.000

8 weken

 
 

Steiger plaatsen

€150

Per week

€450

1 maand

 
 

Reclamebord aanbrengen

€750

Per week

€2.250

1 week

 
 

Aanbrengen erfafscheiding

€2.250

Per week

€6.750

4 weken

Artikel 2.26 Bbl

 

Wijzigen gevelindeling (naar openbaar toegankelijk gebied gerichte zijgevel of voorgevel)

€4.500

Per week

€13.500

8 weken

 
 

Plaatsen speeltoestel

€3.000

Per week

€9.000

2 weken

 
 

Overige bouwwerken, geen gebouw zijnde

€7.500

Per week

€22.500

6 weken

 
 

Bouw/sloop voortzetten na stillegging bouw/sloop

€15.000

€5.000

Ineens

Per dag (na constatering dat werkzaamheden toch voortduren)

€45.000

direct

Artikel 5.1 van de Ow, voor slopen 7:10 lid 1 van het Bbl

 

Bouwen/slopen in afwijking van de vergunning

€4.500*

Per week

€13.500*

6 weken

Artikel 2.25/2.26 Bbl

 

Zonder melding voortzetten slopen zonder asbest

€750*

Per dag

€2.250*

direct

Artikel 7.10 Bbl

 

Zonder melding voortzetten slopen met asbest

€3.000*

Per dag

€9.000*

direct

Artikel 7.10 Bbl

 

Voortzetten slopen in afwijking van melding

€1.200

Per dag

€3.600

direct

Artikel 7.10 en 7.11 Bbl

 

Verstoren, verplaatsen, wijzigen en/of herstellen van (Rijks)monument zonder vergunning (kleine overtreding)

€30.000

Ineens

€60.000

8 weken

Artikel 2.30 Bbl

 

Verstoren, verplaatsen, wijzigen en/of herstellen van (Rijks)monument zonder vergunning (gemiddelde overtreding)

€60.000

Ineens

€120.000

8 weken

Artikel 2.30 Bbl

 

Verstoren, verplaatsen, wijzigen en/of herstellen van de (Rijks)monument zonder vergunning (zware overtreding)

€90.000

Ineens

€270.000

8 weken

Artikel 2.30 Bbl

Aanleggen

Aanleggen zonder of in afwijking vergunning

€15.000

Per week

€45.000

6 weken

Artikel 2.25 en 2.26 Bbl

 

Aanleggen van een dakterras zonder of in afwijking van een vergunning

€2.000

Per constatering

€ 6.000

4 weken

Artikel 2.25 onder e Bbl

Strijdig gebruik

Illegale bewoning (bij)gebouwen

€4.500

Per week

€13.500

6 weken

Omgevingsplan

 

Overig illegaal gebruik

€4.500

Per week

€13.500

6 weken

Omgevingsplan

 

Permanente bewoning recreatiewoningen

€4.500

Per week

€13.500

12 – 26 weken

Omgevingsplan

 

Voortzetting gebruik/ in stand houden bouwwerken na eindigen tijdelijke vergunning

€4.500

Per week

€13.500

6 weken

Omgevingsplan

 

Bedrijfsmatig strijdig gebruik

€9.000

Per week

€27.000

6 weken

Omgevingsplan

 

Gebruik in stand met Omgevingsplan zoals verkeerd gebruik grond/erf, illegale handelingen buitengebied etc.

€3.000

Per week

€9.000

8 weken

Omgevingsplan

 

Strijdig gebruik bestemming: wonen of bedrijfsmatige activiteiten waar niet is toegestaan

€5.000

Per week

€15.000

10 weken

Omgevingsplan

Natuur

Bouwen/slopen/aanleggen zonder of in afwijking van een vergunning in een natuurgebied.

€100 per m²

Per constatering

 

6 weken

 
 

Bouwen/slopen/aanleggen zonder of in afwijking van een vergunning in Natura 2000.

€200 per m²

Per constatering

 

6 weken

 

Bodem

Mestbassin niet conform de bouwtechnische richtlijnen

€3.000,-

Per constatering

€ 9.000

4 weken

Artikel 4.7 t/m 4.9 Bbl

 

Opslag vaste mest zonder voorzieningen

€4.000,-

Per constatering

€ 12.000

4 weken

Art. 3.45 e.v. Bal

Kappen

in afwijking van of zonder een vergunning (in Natura 2000)*

De hoogte van het bedrag wordt bepaald door de waarde van de boom.

Ineens

 
 

Vfl art. 3.76 is van toepassing

 

Niet herplanten na kappen

De hoogte van het bedrag wordt bepaald door de waarde van de boom.

Ineens

 
 
 

Brandveilig gebruik

Handelen zonder gebruiksmelding voor brandveilig gebruik of in afwijking van opgelegde nadere voorwaarden

€20.000

(was 10.000)

Ineens

€ 60.000

8 weken

Artikel 6.7 – 6.10 Bbl

 

Handelen zonder vergunning voor brandveilig gebruik of in afwijking van voorschriften uit de vergunning

€30.000

Ineens

€90.000

8 weken

Hoofdstuk 6 Bbl

 

Een brand- en rookwerende scheiding is niet aanwezig of voldoet niet aan voorschriften voor weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO)

€5.000

Per week

€15.000

8 weken

Artikel 4.53 en 4.54 en 3.41 Bbl

 

Rookmelder ontbreekt of voldoet niet

€250 per object

Per constatering

€ 750

8 weken

Artikel 4.20 en 4.21 Bbl

 

Vluchtroute aanduiding is niet aanwezig of voldoet niet

€500

Per week

€1.500

4 weken

Artikel 4.31 en 4.32 Bbl

 

Vluchtroute is niet aanwezig of voldoet niet (bijvoorbeeld door opslag goederen in vluchtweg)

€2.000

Per week

€6.000

2 weken

Artikel 4.30 – 4.33 Bbl

 

Een deur in een vluchtroute voldoet niet

€1000

Per week

€3000

4 weken

Artikel 4.33-4.35 en 4.53 Bbl

 

Zelfsluitende branddeuren zijn vastgezet

€2.000

Per week

€6.000

2 weken

Artikel 4.53 – 4.54 Bbl

 

Blustoestellen en brandslangen worden niet onderhouden en gecontroleerd

€500

Per week, per toestel

€1.500

4 weken

Artikel 6.32 en 6.33 Bbl

 

Opslag van (brandbare) goederen in de stookruimte

€500

Per week

€1.500

2 weken

Artikel 6.31 en 6.32 Bbl

 

Brandmeldinstallatie is niet onderhouden, niet goedgekeurd, voldoet niet of wordt niet gecontroleerd

€5.000

Per week

€ 15.000

8 weken

Artikel 6.32, 6.33 en 4.20 t/m 4.22 Bbl

APV: Exploitatie horeca

Exploitatie inrichting zonder exploitatievergunning

€2.250

Per constatering

€6.750

1 tot enkele dagen (afh. van situatie)

Artikel 2.28 APV

 

Exploitatie inrichting in afwijking van voorschrift

€1.500

Per week

€4.500

1 tot enkele dagen (afh. van ernst overtreding)

Artikel 2.28 APV

 

Exploitatie terras zonder vergunning

€2.250

Per constatering

€6.750

1 tot enkele dagen (afh. van situatie)

Artikel 2.28 APV

APV: Sluitingstijden horeca

Geopend na sluitingstijd of in strijd met regels sluitingstijden

€2.250

Per constatering

€6.750

Geen (preventief)

Artikel 2.29 APV

VFL: Parkeren

Parkeren reclamevoertuigen

750

Per week, per voertuig

€ 2.250

4 weken, geen indien preventief

Artikel 3.32 VFL

 

Parkeren van grote of uitzicht belemmerende voertuigen

€2.250

Per week

€6.750

4 weken, geen bij voorkomen herhaling

Artikel 3.37 / 3.38 VFL

VFL: Standplaatsen

Innemen standplaats zonder vergunning

€2.250

Per constatering

€6.750

Per direct

Artikel 3.45 / 3.46 VFL

VFL: Wegen

Aanbrengen of veranderen uitweg/inrit zonder vergunning

€ 7500

ineens

€22.500

4 weken

Artikel 3.27 / 3.28 VFL

 

Overhangend groen of andere belemmerende voorwerpen op de openbare weg

€750

Per week

€2.250

4 weken

Artikel 3.25 / 3.29 VFL

VFL: Openbare ruimte

Voorwerpen op of aan een openbare plaats

€3.000

Per constatering

€9.000

4 weken

Artikel 3.25 VFL

APV: Evenementen

Een evenement organiseren en houden zonder of in afwijking van een vergunning

€9.000

Per overtreding

€ 27.000

Geen (preventief, voorkomen van herhaling)

Artikel 2.24 en 2.25 APV

APV: Dieren

Loslopende honden

€750

Per overtreding

€ 2.250

Geen (preventief, voorkomen van herhaling)

Artikel 2.57 APV

 

Gevaarlijke honden

€3.000

Per overtreding

€ 6.000

Geen (preventief, voorkomen van herhaling)

Artikel 2.59 APV

Verordening Fysieke leefomgeving

Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen

€ 50 - €2.500

Per constatering

€25.000 maximaal

Direct

Artikel 3.21 VFL

Huisvestingswet/Huisvestingsverordening

Het in gebruik geven* van een woning zonder huisvestingsvergunning

€1000

Per week

Bij recidive kan dit bedrag worden verdubbeld

€ 3000

6 weken

Artikel 8, tweede lid van de Huisvestingswet

En

Artikel 2.1.2, tweede lid, van de Huisvestingsverordening

 

Het zonder omzettingsvergunning van een zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimtes

€10.000

 

€ 30.000

6 weken

Artikel 21 Huisvestingswet

* Voor het kappen zonder vergunning wordt de sanctionering in de Vfl art. 3.76 toegepast.

*De kosten voor asbestsanering zijn heel hoog. Daarom kan volgens de LHSO aan de calculerende overtreder een veelvoud van de boete worden opgelegd.

Van de genoemde bedragen en begunstigingstermijnen kan gemotiveerd worden afgeweken. Bij de oplegging van een tweede last onder dwangsom vallen de bedragen in elk geval hoger uit.

Bijlage 8 Bestuurlijke boete

Beleidsregels bestuurlijke boete Omgevingswet Gooise Meren 2026

Inzake bouwen, slopen, brandveilig gebruik, erfgoed en kappen.

Inleiding

De bestuurlijke boete (BB) vormt een belangrijk aanvullend instrument op het bestaande bestuurlijke handhavingsbeleid. Waar het handhavingsbeleid zich richt op herstel van de rechtmatige situatie, biedt de bestuurlijke boete ons de mogelijkheid om direct en effectief te sanctioneren wanneer dat nodig is. Dit versterkt onze aanpak doordat we overtredingen niet alleen beëindigen, maar ook daadwerkelijk ontmoedigen.

Met dit beleid leggen we vast wanneer en hoe we de bestuurlijke boete inzetten, zodat dit instrument zorgvuldig, consistent en voorspelbaar wordt toegepast. Hierdoor vergroten we de naleving en ondersteunen we een sterkere, meer geloofwaardige handhavingsketen.

1. Intitulé

Deze beleidsregels worden aangehaald als: “Beleidsregels bestuurlijke boete Omgevingswet”.

2. Juridische grondslagen

Dit beleid is gebaseerd op onder andere:

  • Omgevingswet, artikelen 18.12 en 18.13 (boetebevoegdheden)

  • Awb, titel 5.4 (randvoorwaarden en procedure)

  • Verordening fysieke leefomgeving

  • Wetboek van Strafrecht, artikel 23, lid 4 (boetecategorieën geïndexeerd per 1 1 2026)

  • Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO)

  • Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) – brandveiligheid en gebruiksregels

De Wet goed verhuurderschap en de Alcoholwet hebben een separaat beleid

3. Algemene bepalingen

Begripsbepalingen

  • 1.

    Bestuurlijke boete: de bestraffende sanctie als bedoeld in art. 5:40 Awb.

  • 2.

    Overtreder / Overtreding: als bedoeld in art. 5:1 Awb.

  • 3.

    Boeterapport: rapport als bedoeld in art. 5:48 Awb.

  • 4.

    Recidive: het opnieuw overtreden van dezelfde of vergelijkbare materiële norm binnen 5 jaar na de eerste boete/, ongeacht locatie.

  • 5.

    Onder bedrijfsmatig wordt in dit beleid verstaan; het handelen door een persoon of organisatie, die vanuit zijn 0f haar functie of expertise geacht wordt op de hoogte te zijn van de wet- en regelgeving of iemand met wie al is gecommuniceerd over de regels, of recidive

Voorrangsbepalingen en definities uit uitvoeringsregelgeving

  • 1.

    Begripsbepalingen uit de Awb/Bbl/Bal/Bkl/Omgevingswet/Omgevingsbesluit/ Omgevingsregeling zijn van toepassing, tenzij in deze beleidsregels anders is bepaald.

  • 2.

    Op dit beleid zijn de definities uit het omgevingsplan aanvullend van toepassing, tenzij anders bepaald.

4. Reikwijdte en afbakening

  • 4.1

    De bestuurlijke boete wordt op grond van artikel 18.12 van de Omgevingswet opgelegd in de volgende gevallen:

    • a.

      het bedrijfsmatig of in een omvang die als bedrijfsmatig kan worden aangemerkt, bewonen of laten bewonen van ruimten en/of panden, zonder daarvoor over de vereiste omgevingsvergunning te beschikken ()

    • b.

      het bedrijfsmatig of in een omvang die als bedrijfsmatig kan worden aangemerkt, verkameren van ruimten en/of panden, zonder daarvoor over de vereiste omgevingsvergunning te beschikken,

    • c.

      het zonder vereiste omgevingsvergunning vellen van houtopstand als bedoeld in afdeling 3.6 van de Vfl

    • d.

      het zonder vereiste omgevingsvergunning slopen of laten slopen van monumentale bouwwerken of onderdelen daarvan,

    • e.

      het zonder vereiste omgevingsvergunning slopen of laten slopen van bouwwerken of onderdelen daarvan die horen bij karakteristieke ensembles,

    • f.

      het verrichten of laten verrichten van een rijksmonumentenactiviteit als bedoeld in de Omgevingswet,

    • g.

      het zonder vereiste gebruiksmelding in gebruik nemen van bouwwerken,

    • h.

      brandgevaarlijke situaties zoals genoemd in 7.4 van deze beleidsregels

  • 4.2

    Een bestuurlijke boete wordt ook opgelegd in andere gevallen dan in lid 1 genoemd en waarin naar het oordeel van het college sprake is van opzet of kwade wil. Van opzet of kwade wil is in ieder geval sprake wanneer de overtreder eerder voor dezelfde overtreding is aangeschreven met een bestuurlijke herstelsanctie en daaraan geen uitvoering heeft gegeven.

  • 4.3

    Het college is bevoegd een bestuurlijke boete op te leggen in situaties die niet zijn voorzien in deze beleidsregel als naar zijn oordeel in betreffende situatie, sprake is van onherstelbare of nagenoeg onherstelbare schade en/of nadelige gevolgen voor de veiligheid, leefbaarheid en gezondheid van de fysieke leefomgeving.

  • 4.4

    Als sprake is van meerdere overtreders wordt aan elk van de overtreders de bestuurlijke boete opgelegd, mits sprake is van verschillende hoedanigheden.

5. Procedure en waarborgen

5.1 Boeterapport en zienswijze (art. 5:48, 5:50 en 5:53 Awb)

Voordat de bestuurlijke boete wordt opgelegd, vindt onderzoek plaats waarvan de resultaten in een boeterapport worden opgenomen.

De overtreder wordt in de gelegenheid gesteld over het voornemen tot het opleggen van een bestuurlijke boete zijn zienswijze naar voren te brengen binnen twee weken. Van deze termijn kan gemotiveerd worden afgeweken.

Het boeterapport wordt bij de uitnodiging daartoe aan de overtreder toegezonden of uitgereikt.

Het college vermeldt in het besluit hoe zienswijzen zijn meegewogen in de boete-afweging en hoe het besluit is getoetst aan het evenredigheidsbeginsel.

5.4 Samenloop, keuze sancties en cumulatie

  • 1.

    Het opleggen van de bestuurlijke boete sluit niet uit dat voor dezelfde overtreding ook een herstelsanctie kan worden opgelegd. Of hiervan gebruik wordt gemaakt, is ter beoordeling aan het college met inachtneming van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur

  • 2.

    Bij eendaadse samenloop van overtredingen waarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd of bij een voortgezette handeling, en in gevallen waarin weliswaar geen sprake is van eendaadse samenloop, maar waarin de gedragingen zodanig samenhangen dat het onevenredig is om de overtredingen afzonderlijk te beboeten, wordt alleen de hoogste bestuurlijke boete opgelegd

  • 3.

    Bij meer overtredingen van hetzelfde voorschrift worden daarvoor niet meer dan drie bestuurlijke boetes opgelegd.

  • 4.

    Indien een overtreding die bestuurlijk beboetbaar is, ook als strafbaar feit is aangemerkt, zal, op basis van artikel 5:44 van de Algemene wet bestuursrecht, de geconstateerde overtredingen met het Openbaar Ministerie worden afgestemd

  • 5.

    Afstemming met partners en LHSO vindt plaats waar nodig (o.a. bij zwaardere casuïstiek)

6. Algemene maxima bestuurlijke boete

  • De bestuurlijke boete bedraagt op grond van artikel 18.12 van de Omgevingswet ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor:2e categorie Sr (max. € 5.500).

  • 4e categorie Sr (max. € 27.500; bij OW overtredingen m.b.t. leefbaarheid/veiligheid).

  • 5e categorie Sr (max. € 110.000; bij overtreding van erfgoedregels).

7. Boetetabellen per domein

7.1 Algemeen

Bepalen bestuurlijke boete

Stap 1 — Zwaarte van de overtreding vaststellen

Gebruik objectieve criteria:

  • Risico voor veiligheid/gezondheid

  • Omvang van de hinder of schade

  • Omkeerbaarheid van de overtreding

  • Duur van de overtreding

  • Mate van professionaliteit van de overtreder

Stap 2 — Basisboete kopelen aan zwaarte overtreding

7.2 Bewonen, laten bewonen of verkameren

Overtreding

Particulier

Bedrijf

Toelichting

Het bedrijfsmatig of in een omvang die als bedrijfsmatig kan worden aangemerkt, bewonen of laten bewonen van ruimten en/of panden, zonder daarvoor over de vereiste omgevingsvergunning te beschikken

€ 1.250

€ 5.000

Standaard 2e categorie.

Het bedrijfsmatig of in een omvang die als bedrijfsmatig kan worden aangemerkt verkameren van ruimten en/of panden, zonder daarvoor over de vereiste omgevingsvergunning te beschikken

€ 1.250

€ 5.000

OW‑plicht. Monumenten, beschermd stadgezicht wegen zwaarder

7.3 Bouwen & slopen

Overtreding

Particulier

Bedrijf

Toelichting

Het zonder vereiste gebruiksmelding in gebruik nemen van bouwwerken

€ 1.250

€ 5.000

Standaard 2e categorie.

Slopen zonder vergunning/melding

€ 1.000

€ 4.500

OW‑plicht. Monumenten, beschermd stadgezicht wegen zwaarder

Niet naleven bouwveiligheidsmaatregelen (Bbl)

€ 1.500

€ 5.000

Risicogericht

Zeer risicovolle situatie (direct gevaar)

€ 6.000

€ 12.000

Verhoogde categorie (tot 4e cat.)

7.4 Brandveilig gebruik (Bbl)

Overtreding

Particulier

Bedrijf/instelling

Geen gebruiksmelding waar vereist

€ 500

€ 2.000

Blokkeren vluchtroutes

€ 750

€ 2.500

Uitschakelen / onvoldoende functioneren BMI/OAI/RWA

€ 1.500

€ 5.000

Direct gevaar voor aanwezigen

€ 6.000

€ 12.000

7.5 Erfgoed & monumenten (art. 18.13 Ow)

Overtreding

Particulier

Bedrijf

Het zonder vereiste omgevingsvergunning slopen of laten slopen van monumentale bouwwerken of onderdelen daarvan

€ 10.000

€ 25.000

Wijzigen of gedeeltelijk slopen monument zonder vergunning

€ 5.000

€ 15.000

Het zonder vereiste omgevingsvergunning slopen of laten slopen van bouwwerken of onderdelen daarvan die horen bij karakteristieke ensembles

€ 10.000

€ 25.000

Overtreding beschermd stads‑/dorpsgezicht zowel sloop als bouw

€ 5.000

€ 15.000

Aanleggen of veranderen historische landschappelijke kenmerken

€ 10.000

€ 25.000

Aanleggen of wijzigen gronden met gevolgen voor archeologische waarden

€ 10.000

€ 25.000

Het doen van archeologische opgravingen zonder de vereiste toestemmingen

€ 10.000

€ 25.000

7.5 Boomkap zonder vergunning (VFL + OW)

Gebaseerd op de VFL waardevolle bomen en waardevolle gebieden Afdeling 3.6 Activiteiten met betrekking tot bomen, en OW bevoegdheden.

Informatie m.b.t. vergunningplichten: waardevolle bomenlijst, waardevolle gebieden, en <10 jaar geplante/herplante bomen.

Differentiatiesystematiek

  • Leeftijd / omvang

  • jonge boom <10 jaar (VFL/APV vergunningplicht).

  • volwassen boom >10 jaar, niet waardevol.

  • waardevolle boom (waardevolle bomenlijst / waardevol gebied).

  • monumentale boom (structuur/karakteristiek; zie beleidsregels houtopstanden).

  • Locatie

  • waardevol gebied (zwaardere bescherming).

  • Impact / ecologie

  • ecologische schade, broedseizoen, beschermde soorten.

Boetetabel boomkap

Overtreding

Particulier

Bedrijf

Toelichting

Kap jonge boom (<10 jaar, niet‑waardevol)

€ 400

€ 1.250

Vergunningplicht volgens APV/VFL

Kap volwassen boom (>10 jaar, niet‑waardevol)

€ 750

€ 2.500

Minder zwaar dan waardevolle bomen

Kap waardevolle boom

€ 5.000

€ 15.000

Waardevolle bomenlijst/waardevolle gebieden

Kap monumentale boom

€ 15.000

€ 40.000

Erfgoed‑karakter, niet herstelbaar

Kap met ecologische schade (broedseizoen/soorten)

€ 6.000

€ 20.000

Flora‑fauna risico’s

De in de tabellen genoemde basisbedragen gelden voor de eerste overtreding (particulier/bedrijf).

8. Maatwerk bestuurlijke boete

8.1 Verhoging basisboete bij recidive

  • 1.

    De basisboete wordt verhoogd met 50% indien aan dezelfde overtreder voor een soortgelijke overtreding in de voorafgaande periode van vijf jaar een bestuurlijke boete is opgelegd.

  • 2.

    De basisboete wordt verhoogd met 100% indien aan dezelfde overtreder voor een soortgelijke overtreding in de voorafgaande periode van vijf jaar meer dan één bestuurlijke boete is opgelegd.

  • 3.

    Indien bij de overtreding sprake is van een onmiddellijke dreiging voor de omgeving is de in de voorafgaande leden bedoelde voorafgaande periode tien jaar in plaats van vijf jaar.

De wettelijke maxima blijven gelden.

8.2 Verhoging basisboete bij aanzienlijk verkregen voordeel

De basisboete wordt verhoogd met 100% indien deze boete door het met de overtreding verkregen voordeel aanmerkelijk wordt overschreden.

8.3 Andere boete verhogende of boete verlagende omstandigheden

  • 1.

    De boete na toepassing van de artikelen 3 tot en met 6 wordt als volgt verhoogd:

    • a.

      bij opzet met 100%;

    • b.

      bij grove schuld met 75%;

    • c.

      indien de overtreder het onderzoek naar de overtreding heeft belemmerd met 50%;

    • d.

      indien de overtreder bij een eerdere inspectie op deze overtreding of een soortgelijke eerdere overtreding werd gewezen en deze overtreding niet werd beëindigd of voorkomen, met 25%;

    • e.

      indien de overtreding een aanzienlijke tijd voortduurde, met 25%.

  • 2.

    De boete na toepassing van de artikelen 3 tot en met 6 wordt als volgt verlaagd:

    • a.

      bij sterk verminderde verwijtbaarheid met 50%;

    • b.

      bij verdergaande medewerking aan het onderzoek met 25%;

    • c.

      indien de overtreder effectieve maatregelen heeft getroffen om de overtreding te beëindigen met 25%;

    • d.

      de overtreder voorafgaand aan het voornemen boeteoplegging uit eigen beweging onderzoek heeft gedaan en daarna effectieve maatregelen heeft getroffen om herhaling van de overtreding te voorkomen met 50%.

8.4 Matiging wegens overschrijding redelijke termijn

  • 1.

    Indien tussen het constateren van de overtreding en het toezenden van het boeterapport meer dan zes maanden zijn verstreken, wordt de bestuurlijke boete na toepassing van de voorgaande bepalingen verlaagd met 5%.

  • 2.

    Indien tussen de toezending van het boeterapport en het bekend maken van de boete meer dan drie maanden zijn verstreken, wordt de bestuurlijke boete na toepassing van de voorgaande bepalingen verlaagd met 5%.

8.5 Toepassing aan omzet gerelateerde basisboete

  • 1.

    In afwijking van artikel 3 en indien dat hoger is, bedraagt de basisboete 5% van de omzet van de overtreder indien sprake is van een onmiddellijke dreiging voor de omgeving en 2,5% van de omzet van de overtreder indien geen sprake is van een onmiddellijke dreiging voor de omgeving en deze dreiging meer dan gering is in de volgende gevallen:

    • a.

      de gevolgen voor de omgeving zijn zeer aanzienlijk of zouden dat kunnen zijn geweest

    • b.

      er is sprake van opzet of grove schuld

    • c.

      de aanzienlijke omvang en financiële draagkracht van de overtreder met het oog op het karakter van de overtreding en de speciaal-preventieve werking van de bestuurlijke boete die daarvoor wordt opgelegd

  • 2.

    De bepaling is niet van toepassing indien de overtreder een natuurlijke persoon is.

9. Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen, ten gunste van de overtreder, afwijken van de bepalingen in deze beleidsregels, als toepassing van deze regels tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

10. Overgangsbepaling

Wanneer de overtreding(en) geheel of deels hebben plaatsgevonden vóór de inwerkingtreding van dit beleid, geldt het voor de overtreder meest gunstigste regime.

11. Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking op de dag na publicatie in het Gemeenteblad.

Bijlage 9 Goed verhuurderschap

Inleiding:

Bij de uitvoering van de taken op gebied van Goed verhuurderschap gaat de Gemeente Gooise Meren zoveel mogelijk uit van de Wet goed verhuurderschap. Aanvullend en verduidelijkend stelt B&W het navolgende:

Artikel 1. Begripsbepalingen

  • 1.

    Voor de toepassing van de taken Goed verhuurderschap worden de begrippen gehanteerd zoals gedefinieerd in artikel 1 van de Wet goed verhuurderschap, tenzij in deze beleidsregel anders is bepaald.

  • 2.

    In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

    • -

      bedrijfsmatige verhuur: het verhuren van meerdere woon- of verblijfsruimte, dan wel het in bezit hebben van meerdere woon- of verblijfsruimte met het oog op verhuur, of het beroepsmatig betrokken zijn bij huisvesting en de exploitatie van onroerende zaken.

      Hieronder vallen in ieder geval: verhuurders en verhuurbemiddelaars.

    • -

      wet: Wet goed verhuurderschap

Artikel 2. Handhaving

Ingeval van overtreding van de artikelen 2, 3 of 2a van de wet, dan wel van het verbod als bedoeld in artikel 2b, wordt als volgt gehandhaafd:

Bedrijfsmatige verhuur :

Gericht op het voldoen aan de administratieve eisen

Overtreding van Artikelen

Toelichting artikel (wettekst)

Eerste overtreding

Tweede geconstateerde overtreding

Derde geconstateerde overtreding

Vierde geconstateerde overtreding

Artikel 2, tweede lid, onder d

Niet schriftelijk vastleggen van de huurovereenkomst

Bestuurlijke waarschuwing

die inhoudt dat men binnen een bepaalde periode, bijv. 2 weken, de overtreding moet beëindigen.

Last onder dwangsom (LOD) ineens van de huur van 1 maand. Bij een onbekende huur een vast bedrag van €1500,00

Invorderen LOD opgelegd na de 2e geconstateerde overtreding. Plus een nieuwe LOD ineens met een verhoging van de LOD met 50%

1. Invorderen LOD opgelegd na 3e geconstateerde overtreding

en

2. Bestuurlijke boete van € 10.000,-

Artikel 2, tweede lid, onder e

Niet schriftelijk verstrekken van diverse informatie aan huurder(s) door verhuurder

Bestuurlijke waarschuwing

LOD ineens van de huur van . 1 maand. Bij een onbekende huur een vast bedrag van €1000,00

Invorderen LOD opgelegd na de 2e geconstateerde overtreding. Plus een nieuwe LOD ineens met een verhoging van de LOD met 30%

1. Invorderen LOD opgelegd na 3e geconstateerde overtreding

en

2. Bestuurlijke boete van € 5.000,-

Artikel 2 derde lid onder b

Informatie niet verstrekt in een taal waarin de arbeidsmigrant helder kan communiceren.

Bestuurlijke waarschuwing

LOD ineens van de huur van . 1 maand. Bij een onbekende huur een vast bedrag van €1000,00

Invorderen LOD opgelegd na de 2e geconstateerde overtreding. Plus een nieuwe LOD ineens met een verhoging van de LOD met 30%

1. Invorderen LOD opgelegd na 3e geconstateerde overtreding

en

2. Bestuurlijke boete van € 5.000,-

gericht tegen onrechtmatig financieel gewin

Artikel 2, tweede lid, onder c

In rekening brengen van een te hoge waarborgsom

Bestuurlijke boete van € 5.000,-

Bestuurlijke boete van € 10.000,-

Bestuurlijke boete van € 20.000,-

In beheer name

Artikel 2, tweede lid, onder f

In rekening brengen van onrechtmatige servicekosten

Bestuurlijke boete van € 5.000,-

Bestuurlijke boete van € 10.000,-

Bestuurlijke boete van € 20.000,-

In beheer name

Artikel 2, vierde lid

Berekenen van dubbele bemiddelingskosten

Bestuurlijke boete van € 5.000,-

Bestuurlijke boete van € 10.000,-

Bestuurlijke boete van € 20.000,-

In beheer name

Artikel 2a

In rekening brengen van een te hoge huurprijs

Bestuurlijke boete van € 5.000,-

Bestuurlijke boete van € 10.000,-

Bestuurlijke boete van € 20.000,-

In beheer name

Artikel 2a

Het toepassen van te hoge huurverhoging

Bestuurlijke boete van € 5.000,-

Bestuurlijke boete van € 10.000,-

Bestuurlijke boete van € 20.000,-

In beheer name

gericht op het voorkomen van misstanden bij verhuur

Artikel 2, tweede lid, onder a

Iedere vorm van ongerechtvaardigd onderscheid in de selectieprocedure

Bestuurlijke boete van € 10.000,-

Bestuurlijke boete van € 20.000,-

Bestuurlijke boete van € 40.000,-

In beheer name

Artikel 2, tweede lid, onder b

Iedere vorm van intimidatie

Bestuurlijke boete van € 10.000,-

Bestuurlijke boete van € 20.000,-

Bestuurlijke boete van € 40.000,-

In beheer name

Artikel 2, derde lid, onder a

Huurovereenkomst niet afzonderlijk van arbeidsovereenkomst

Bestuurlijke boete van € 10.000,-

Bestuurlijke boete van € 20.000,-

Bestuurlijke boete van € 40.000,-

In beheer name

Alle verhuur van woon- of verblijfsruimte, die niet onder bedrijfsmatige verhuur valt

Gericht op het voldoen aan de administratieve eisen

Overtreding van Artikelen

Toelichting artikel

Eerste overtreding

Tweede overtreding

Derde overtreding

Vierde overtreding

Artikel 2, tweede lid, onder d

Niet schriftelijk vastleggen van de huurovereenkomst

Bestuurlijke waarschu-wing

LOD ineens van de huur van 1 maand. Bij een onbekende huur een vast bedrag van € 500,-

Invorderen LOD opgelegd na de 2e geconstateerde overtreding. Plus een nieuwe LOD ineens met een verhoging van de LOD met 30%

1. Invorderen LOD opgelegd na 3e geconstateerde overtreding

en

2. Bestuurlijke boete van € 5.000,-

Artikel 2, tweede lid, onder e

Niet schriftelijk verstrekken van diverse informatie aan de huurder

Bestuurlijke waarschu-wing

LOD ineens van de huur van . 1 maand. Bij een onbekende huur een vast bedrag van € 500,-

Invorderen LOD opgelegd na de 2e geconstateerde overtreding. Plus een nieuwe LOD ineens met een verhoging van de LOD met 30%

1. Invorderen LOD opgelegd na 3e geconstateerde overtreding

en

2. Bestuurlijke boete van € 2.500,-

Artikel 2 derde lid onder b

Informatie niet verstrekt in een taal waarin de arbeidsmigrant helder kan communiceren.

Bestuurlijke waarschu-wing

LOD ineens van de huur van . 1 maand. Bij een onbekende huur een vast bedrag van € 500,00

Invorderen LOD opgelegd na de 2e geconstateerde overtreding. Plus een nieuwe LOD ineens met een verhoging van de LOD met 30%

1. Invorderen LOD opgelegd na 3e geconstateerde overtreding

en

2. Bestuurlijke boete van € 2.500,-

gericht tegen onrechtmatig financieel gewin

Artikel 2, tweede lid, onder c

In rekening brengen van een te hoge waarborgsom

Bestuurlijke boete van € 2.500,-

Bestuurlijke boete van € 5.000,-

Bestuurlijke boete van € 10.000,-

In beheer name

Artikel 2, tweede lid, onder f

In rekening brengen van onrechtmatige servicekosten

Bestuurlijke boete van € 2.500,-

Bestuurlijke boete van € 5.000,-

Bestuurlijke boete van € 10.000,-

In beheer name

Artikel 2, vierde lid

Berekenen van dubbele bemiddelingskosten

Bestuurlijke boete van € 2.500,-

Bestuurlijke boete van € 5.000,-

Bestuurlijke boete van € 10.000,-

In beheer name

Artikel 2a

In rekening brengen van een te hoge huurprijs

Bestuurlijke boete van € 2.500,-

Bestuurlijke boete van € 5.000,-

Bestuurlijke boete van € 10.000,-

In beheer name

Artikel 2a

Het toepassen van te hoge huurverhoging

Bestuurlijke boete van € 2.500,-

Bestuurlijke boete van € 5.000,-

Bestuurlijke boete van € 10.000,-

In beheer name

gericht op het voorkomen van misstanden bij verhuur

Artikel 2, tweede lid, onder a

Iedere vorm van ongerecht-vaardigd onderscheid in de selectieprocedure

Bestuurlijke boete van € 5.000,-

Bestuurlijke boete van € 10.000,-

Bestuurlijke boete van € 20.000,-

In beheer name

Artikel 2, tweede lid, onder b

Iedere vorm van intimidatie

Bestuurlijke boete van € 5.000,-

Bestuurlijke boete van € 10.000,-

Bestuurlijke boete van € 20.000,-

In beheer name

Artikel 2, derde lid, onder a

Huurovereenkomst niet afzonderlijk van arbeidsovereenkomst

Bestuurlijke boete van € 5.000,-

Bestuurlijke boete van € 10.000,-

Bestuurlijke boete van € 20.000,-

In beheer name

Artikel 3. Samenloop bij meerdere overtredingen

  • 1.

    De in artikel 2 opgenomen bedragen gelden per afzonderlijke overtreding. Indien meerdere bepalingen gelijktijdig worden overtreden, worden de bijbehorende bedragen, bij elkaar opgeteld, opgelegd, met inachtneming van het wettelijk maximum zoals vastgesteld in artikel 19 van de wet.

  • 2.

    Van oplegging als bedoeld in het eerste lid kan geheel of gedeeltelijk worden afgezien indien sprake is van bijzondere of zwaarwegende omstandigheden.

  • 3.

    De samenloop, als bedoeld in het eerste lid, kan geheel of gedeeltelijk worden aangepast indien sprake is van meer of mindere mate van verwijtbaarheid. Overtreder dient dit zelf aan te geven en aan te tonen. In hoeverre hieraan tegemoet wordt gekomen, wordt per situatie beoordeeld.

Artikel 4. Vervolging door OM

Wanneer het OM verhuurder vervolgt legt de gemeente geen bestuurlijke boete op (Awb 5:44). Een herstelsanctie kan wel.

Artikel 5. begrijpelijke taal

Onder begrijpelijke taal als bedoeld in artikel 2 lid 3 onder b van de wet, wordt in ieder geval verstaan Nederlands, Engels of Duits.

Artikel 6. meerdere huurders

Bij meerdere huurders waarbij de wet aantoonbaar niet wordt nageleefd, wordt het totaal opgeteld van elke huurder waar de overtreding is geconstateerd.

Artikel 7. Huurcommissie

De huurcommissie werkt separaat en kan op verzoek van huurder bepalen of de huur juist is. Er kan gebruik gemaakt worden van de uitspraak van de huurcommissie voor het bepalen of handhaving aan de orde is.

Artikel 8. Handreiking Goed verhuurderschap

Waar deze beleidsregel niet in voorziet, wordt verwezen naar voornoemde Handreiking van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG).

Artikel 9. Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking een dag na bekendmaking en werkt terug tot en met 1 juli 2024 (in werking treding wet).

Artikel 10 . Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel “U&H Strategie goed verhuurderschap gemeente Gooise Meren”.

Bijlage 10 Toepassing LHSO

De Landelijke Handhavingstrategie Omgevingswet (LHSO), versie oktober 20222, is opgesteld in samenwerking opgesteld met de VNG, het IPO, het OM, de UvW, het ministerie van I&W, de Inspectie Leefomgeving en Transport, Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid, politie en de vereniging van Omgevingsdiensten.

Gelijke aanpak handhaving

Doel van de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) is dat handhavende instanties, zoals overheden, omgevingsdiensten, het OM en de politie, op dezelfde manier optreden bij overtredingen. Zo ontstaat er een gelijk speelveld, wordt het rechtsgevoel gerespecteerd en blijft de leefomgeving veilig, schoon en gezond.

Vernieuwing door de LHSO

In het VTH Beleid tot 2025 werd de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS, 2014) gehanteerd. In deze U&H Strategie stapt de gemeente Gooise Meren over op de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO, 2022).

De LHSO is afgestemd op de Omgevingswet (2024) en heeft een bredere scope, op de volledige Omgevingswet. De terminologie is geactualiseerd in de LHSO, met duidelijkere indelingen van bestuursrechtelijke interventies (herstellend, ingrijpend, bestraffend), inclusief de bestuurlijke boete. In de LHSO is de afstemming tussen bestuursrecht en strafrecht duidelijker en beter geborgd.

De focus op ketensamenwerking (politie, OM, omgevingsdiensten) is aangevuld en benadrukt in de LHSO, met expliciete moment-openingen voor overleg. Met het omarmen van de LHSO wordt de handhavingstrategie van Gemeente Gooise Meren beter in lijn met andere gemeenten en omgevingsdiensten.

Samenvatting LHSO

De volledige tekst van de LHSO is van toepassing, deze staat op de website van het IPLO. Voor de volledigheid is de LHSO hier samengevat.

Uitgangspunten

Uniformiteit tussen handhavende partijen: gemeente, OD’s, politie en OM, leidt tot een gelijk speelveld, betrouwbaar rechtsbesef en kwaliteitsborging van de fysieke leefomgeving.

Transparantie en verantwoording: heldere documentatie en motivering van interventies richting raad en inwoners, gekoppeld aan kwaliteitscriteria en jaarverslaglegging.

Stappenplan voor interventie (toezicht & handhaving)

  • 1.

    Positionering van bevindingen

    Vaststelling van het locatie- en ernstniveau van de overtreding via de basisinterventiematrix.

  • 2.

    Verzwarende aspecten

    Recidive of ernst leidt tot zwaardere interventie.

  • 3.

    Interventiekeuze

    Keuze uit algemene of domein specifieke interventiematrices (bijv. bouw, milieu).

  • 4.

    Afstemming met partners

    Overleg met politie, OM of andere OD’s bij complexere overtredingen.

  • 5.

    Vastlegging en verantwoording

    Documentatie van alle stappen en besluiten voor vervolg en toetsing.

Compacte interventiematrix:

Gedrag / Gevolg

Vrijwel nihil (1)

Beperkt (2)

Van belang (3)

Aanzienlijk/onherstelbaar (4)

Goed willend (A)

Informeren/aanspreken

Informeren/ aanspreken

Waarschuwen / gesprek / bestuurlijke boete / strafbeschikking / proces-verbaal

Verscherpt toezicht / LOD / LOB / stilleggen / bestuurlijke boete / strafbeschikking / proces-verbaal

Onver- schillig (B)

Informeren/aanspreken

Waarschuwen / gesprek / strafbeschikking / proces-verbaal

Verscherpt toezicht / LOD / LOB / stilleggen / bestuurlijke boete / strafbeschikking / proces-verbaal

Verscherpt toezicht / LOD / LOB / stilleggen / bestuurlijke boete / strafbeschikking / proces-verbaal

Calcu-lerend (C)

Waarschuwen / gesprek / bestuurlijke boete / strafbeschikking / proces-verbaal

Verscherpt toezicht / LOD / LOB / stilleggen / bestuurlijke boete / strafbeschikking / proces-verbaal

Verscherpt toezicht / LOD / LOB / stilleggen / bestuurlijke boete / strafbeschikking / proces-verbaal

LOD / LOB / stilleggen / schorsen/intrekken vergunning / exploitatieverbod/sluiting / strafbeschikking / proces-verbaal

Notoir / crimineel (D)

Waarschuwen / gesprek / bestuurlijke boete / strafbeschikking / proces-verbaal

LOD / LOB / stilleggen / bestuurlijke boete / proces-verbaal

LOD / LOB / stilleggen / schorsen/intrekken vergunning / exploitatieverbod/sluiting / proces-verbaal

LOD / LOB / stilleggen / schorsen/intrekken vergunning / exploitatieverbod/sluiting / proces-verbaal

Instrumentarium en digitale hulpmiddelen

Ontwikkelde standard tools ter ondersteuning, zoals checklists, interventiematrices, en inspectiedashboards (Inspectieview, Intell) zorgen voor consistentie en efficiency.

Bevat nu een expliciete besturingslijn voor bestuurlijke boetes, conform Omgevingswet-mogelijkheden.

Specificatie voor Gooise Meren VTH

LHSO biedt het juridische en procesmatige kader om concrete VTH-taken uit te voeren: vergunningverlening, inspecties, toezichtbezoeken, handhavings-interventies, dwangsommen, bestuurlijke boetes en eventuele strafrechtelijke rapportages.

De gemeentelijke VTH-verordening, gebaseerd op de Omgevingswet, vereist heldere kwaliteitscriteria, jaarlijkse kwaliteitsrapportering en motivering bij afwijking. De gemeente Gooise Meren heeft dit juridisch verankerd in de Verordening uitvoering en handhaving (omgevingsrecht) 2023.

Dankzij de LHSO kunnen standaard dwangsommen en termijnen (zie bijlage 7) direct worden toegepast binnen de uitvoeringspraktijk van Gooise Meren.