Regeling vervalt per 01-08-2029

Meerjarige brede regeling combinatiefuncties Rotterdam – cultuur 2026-2029

Geldend van 19-03-2026 t/m 31-07-2029

Intitulé

Meerjarige brede regeling combinatiefuncties Rotterdam – cultuur 2026-2029

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam,

gelezen het voorstel van wethouder Onderwijs, Cultuur en Evenementen met kenmerk M2602-1543;

gelet op de artikelen 3, derde lid, 4, tweede lid, 5, tweede lid, 6, derde lid, 7, derde lid, 12a, 13 en 14 van de Subsidieverordening Rotterdam 2014;

overwegende dat het gewenst is voor de periode 1 augustus 2026 tot en met 31 juli 2029 een meerjarige regeling vast te stellen voor het subsidiëren van cultuurplaninstellingen voor het aanstellen van combinatiefunctionarissen cultuur c.q. cultuurcoaches voor het verrichten van cultuur-educatieve activiteiten in het Rotterdamse onderwijs;

besluit:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:

  • -

    cultuurcoach: kunstvakdocent of kunstprofessional in dienst bij één werkgever die werkzaamheden verricht ten behoeve van een combinatie van minimaal twee werkvelden of sectoren, waaronder cultuur en onderwijs;

  • -

    cultuureducatie: activiteiten die bijdragen aan het kennismaken, leren en ontwikkelen op het gebied van cultuur, zowel in het onderwijs als in de vrije tijd;

  • -

    cultuurplan: meerjarig subsidieprogramma van de gemeente Rotterdam voor kunst- en cultuurinstellingen in Rotterdam;

  • -

    cultuurplaninstelling: rechtspersoon die van het college een jaarlijkse subsidie ontvangt in het kader van het cultuurplan;

  • -

    fte: fulltime-equivalent, waarbij uitgegaan wordt van een werkbelasting van minimaal 36 uur per 1 fte;

  • -

    instelling: instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, waaraan beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs wordt verzorgd;

  • -

    school: erkende school of nevenvestiging daarvan als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;

  • -

    schooljaar: periode van 1 augustus tot en met 31 juli van het daaropvolgende jaar;

  • -

    student: student als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs.

Artikel 2 Toepassingsbereik

Deze subsidieregeling is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van een jaarlijkse subsidie door het college voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten in de periode 1 augustus 2026 tot en met 31 juli 2029.

Artikel 3 Activiteiten

Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor de inzet van een of meer cultuurcoaches op een of meer scholen of instellingen op het grondgebied van de gemeente Rotterdam in de schooljaren 2026-2027, 2027-2028 en 2028-2029. De activiteiten voldoen aan de volgende eisen:

  • a.

    de activiteiten dragen bij aan kwalitatief hoogwaardig cultuuronderwijs, waaronder in ieder geval wordt verstaan dat de activiteiten het cultuuronderwijs versterken op en rond de school of instelling waar de cultuurcoach werkzaam is op basis van aantoonbare lesuren en activiteiten onder leiding van de cultuurcoach;

  • b.

    de activiteiten dragen bij aan de duurzaamheid en borging van het cultuuronderwijs op de school of instelling;

  • c.

    de activiteiten vergroten de doorstroom van leerlingen of studenten naar het buitenschoolse cultuureducatieve aanbod in Rotterdam, en dragen met het oog daarop bij aan duurzame verbindingen en samenwerking tussen de aanvrager en de school, instelling of andere lokale maatschappelijke of culturele organisaties;

  • d.

    waar de activiteiten worden uitgevoerd is sprake van een minimale inzet van:

    • 1°.

      0,2 fte per cultuurcoach indien sprake is van basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, voortgezet onderwijs of beroepsonderwijs;

    • 2°.

      0,1 fte per cultuurcoach indien sprake is van speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs of speciaal en voortgezet speciaal onderwijs.

Artikel 4 Doelgroep

  • 1. Subsidie voor het schooljaar 2026-2027 wordt uitsluitend verstrekt aan cultuurplaninstellingen die in het kader van het cultuurplan cultuureducatie als taak hebben.

  • 2. Subsidie voor de schooljaren 2027-2028 en 2028-2029 wordt uitsluitend verstrekt aan de subsidieontvangers van het schooljaar 2026-2027.

Artikel 5 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

  • 1. Voor subsidie komen in aanmerking de loonkosten van de cultuurcoach die direct verbonden zijn met de uitvoering van de subsidiabele activiteiten, bedoeld in artikel 3, naar rato van het aantal uren dat de cultuurcoach wordt ingezet.

  • 2. De subsidie is inclusief de eventuele omzetbelasting die de subsidieontvanger over de lasten van de subsidieactiviteiten verschuldigd is.

  • 3. Niet voor subsidie in aanmerking komen kosten die zijn gemaakt vóór 1 augustus 2026.

Artikel 6 Hoogte van de subsidie

  • 1. De subsidie bedraagt ten hoogste € 50.000 per 1 fte per schooljaar.

  • 2. Een subsidie kan per aanvrager ten hoogste voor 5 fte per schooljaar worden verleend.

  • 3. Het resterende bedrag per fte of overige kosten dekt de aanvrager uit eigen middelen of bijdragen van derden.

  • 4. Voor het schooljaar 2027-2028 en 2028-2029 bedraagt het jaarlijkse subsidiebedrag ten hoogste het subsidiebedrag dat het college op grond van deze regeling aan de aanvrager heeft verstrekt voor het schooljaar 2026-2027, voor eenzelfde aantal fte.

Artikel 7 Subsidieplafond

  • 1. Het subsidieplafond voor de periode van 1 augustus 2026 tot en met 31 juli 2027 bedraagt € 1.350.000.

  • 2. Het college stelt jaarlijks het subsidieplafond vast voor de schooljaren na het schooljaar 2026-2027 en maakt dit per apart besluit bekend voor aanvang van het betreffende schooljaar.

  • 3. Het subsidieplafond wordt vastgesteld onder voorbehoud dat door de gemeenteraad voldoende middelen op de begroting beschikbaar worden gesteld.

Artikel 8 Wijze van verdeling subsidie schooljaar 2026-2027

  • 1. Verlening van subsidie voor het schooljaar 2026-2027 vindt plaats in volgorde van de door het college aangebrachte rangschikking, totdat het subsidieplafond is bereikt.

  • 2. Bij de rangschikking kent het college punten toe aan criteria op basis van de systematiek zoals opgenomen in de bijlage.

  • 3. Een aanvraag wordt enkel meegenomen in de rangschikking, indien minimaal twee punten voor elk criterium is toegekend.

  • 4. Indien aan twee of meer aanvragen hetzelfde puntenaantal is toegekend en het subsidieplafond met deze aanvragen overschreden zou worden, gaat de aanvraag met het hoogste puntenaantal voor het criterium kwaliteit voor. Indien de aanvragen ook hiervoor hetzelfde puntenaantal hebben behaald, gaat de aanvraag met het hoogste puntenaantal voor het criterium doorstroom en verbinding voor. Indien de aanvragen ook hiervoor hetzelfde puntenaantal hebben behaald, wordt door middel van loting de plaats in de rangschikking bepaald.

  • 5. Als door het verlenen van de volledig aangevraagde subsidie het subsidieplafond wordt overschreden, kan het college besluiten om de subsidie gedeeltelijk te verlenen.

Artikel 9 Wijze van verdeling subsidie schooljaren 2027-2028 en 2028-2029

  • 1. De subsidie voor de schooljaren 2027-2028 en 2028-2029 wordt op jaarlijkse aanvraag uitsluitend verstrekt aan de subsidieontvangers van het schooljaar 2026-2027.

  • 2. Indien het subsidieplafond voor het schooljaar 2027-2028 of 2028-2029 bij het inwilligen van alle aanvragen voor het desbetreffende schooljaar zou worden overschreden, worden alle aanvragen met eenzelfde percentage gekort.

Artikel 10 Aanvraag

  • 1. Een aanvraag om subsidie wordt uitsluitend digitaal ingediend via www.rotterdam.nl/subsidies met gebruikmaking van het daar beschikbare aanvraagformulier.

  • 2. Bij zijn aanvraag voor het schooljaar 2026-2027 overlegt de aanvrager de volgende gegevens:

    • a.

      een meerjarig activiteitenplan voor de periode 1 augustus 2026 tot en met 31 juli 2029 van maximaal vijftien pagina’s op A4-formaat op basis van de criteria genoemd in de bijlage;

    • b.

      de naam van de school of instelling of een overzicht van de scholen of instellingen waarmee samengewerkt zal worden voor de inzet van de cultuurcoach of cultuurcoaches;

    • c.

      een sluitende meerjarenbegroting en dekkingsplan met vermelding van alle kosten en inkomsten die met de cultuurcoach of cultuurcoaches samenhangen, waaronder de eigen of externe bijdrage;

    • d.

      een functiebeschrijving of geanonimiseerd curriculum vitae van de cultuurcoach;

    • e.

      een ondertekende verklaring van de onderwijsinstelling waarin de samenwerking met de aanvrager en, indien van toepassing, de financiële bijdrage van de onderwijsinstelling voor de cultuurcoach of cultuurcoaches wordt bevestigd, of een ondertekende samenwerkingsovereenkomst tussen de aanvrager en de onderwijsinstelling waarin het voorgaande is vastgelegd.

  • 3. Bij de jaarlijkse aanvraag voor de schooljaren 2027-2028 en 2028-2029 overlegt de aanvrager voor het desbetreffende schooljaar:

    • a.

      een activiteitenplan; en

    • b.

      een sluitende begroting.

  • 4. Een aanvrager kan ten hoogste één aanvraag indienen.

Artikel 11 Aanvraagtermijn

Een aanvraag om subsidie wordt ingediend uiterlijk op 15 mei voorafgaand aan het schooljaar waarop de aanvraag betrekking heeft.

Artikel 12 Beslistermijn

Het college beslist binnen acht weken na het sluiten van de aanvraagtermijn op de aanvraag, welke termijn met ten hoogste twaalf weken kan worden verlengd.

Artikel 13 Verplichtingen

Aan de subsidieontvanger worden de volgende verplichtingen opgelegd:

  • a.

    de activiteiten worden uitgevoerd door een cultuurcoach die beschikt over een onderwijsbevoegdheid of aantoonbaar ervaring heeft met het geven van cultuuronderwijs;

  • b.

    de subsidieontvanger draagt bij aan de versterking van de competenties van de cultuurcoach;

  • c.

    de subsidieontvanger meldt het direct aan het college als er inhoudelijke of financiële wijzigingen zijn ten opzichte van de aanvraag op basis waarvan de subsidie is verstrekt;

  • d.

    de subsidieontvanger ziet erop toe dat de cultuurcoach tijdens het uitvoeren van de gesubsidieerde activiteiten beschikt over een Verklaring Omtrent het Gedrag.

Artikel 14 Verantwoording en vaststelling subsidies tot € 25.000

  • 1. Een subsidie tot € 25.000 wordt direct bij subsidieverlening vastgesteld.

  • 2. De subsidieontvanger toont op verzoek van het college aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt zijn verricht, en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie zijn verbonden.

Artikel 15 Verantwoording en vaststelling subsidies vanaf € 25.000

Bij subsidies vanaf € 25.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling bij het college in uiterlijk op 31 maart na afloop van het schooljaar waarvoor de subsidie is verleend, met behulp van een vastgesteld formulier.

Artikel 16 Inwerkingtreding

Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst en vervalt op 1 augustus 2029, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die krachtens deze regeling zijn verleend.

Artikel 17 Citeertitel

Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Meerjarige brede regeling combinatiefuncties Rotterdam – cultuur 2026-2029.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van 10 maart 2026.

De secretaris,

G.J.D. Wigmans

De burgemeester,

C.J. Schouten

Bijlage als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Meerjarige brede regeling combinatiefuncties Rotterdam – cultuur 2026-2029

Criterium 1 Kwaliteit

De mate waarin de aanvraag bijdraagt aan kwalitatief hoogwaardig cultuuronderwijs op de school of instelling. Hierbij wordt gekeken naar:

  • a.

    de beschrijving van het cultuuronderwijs, waaronder de gehanteerde lesmethode;

  • b.

    de aansluiting van het cultuuronderwijs bij de doelstellingen van de school of instelling en bij de leerlingen of studenten;

  • c.

    het activiteitenplan welke een realistisch en onderbouwd overzicht van de activiteiten bevat alsmede logisch aansluit op de aspecten genoemd in onderdelen a en b.

Criterium 2 Duurzaamheid en borging

De mate waarin de aanvraag bijdraagt aan de duurzaamheid en borging van het cultuuronderwijs op de school of instelling. Hierbij wordt gekeken naar:

  • a.

    de borging van het cultuuronderwijs in het lesprogramma;

  • b.

    op welke wijze de cultuurcoach en het cultuuronderwijs structureel worden ingebed op de school of instelling.

Criterium 3 Doorstroom en verbinding

De mate waarin er wordt bijgedragen aan de doorstroom van leerlingen of studenten naar het buitenschoolse cultuureducatieve aanbod in Rotterdam en de mate waarin met het oog daarop wordt bijgedragen aan duurzame verbinding en samenwerking tussen de aanvrager en de school, instelling, of andere lokale maatschappelijke of culturele organisaties. Hierbij wordt gekeken naar:

  • a.

    op welke wijze de doorstroom van leerlingen of studenten naar het buitenschoolse culturele aanbod in Rotterdam zal worden bewerkstelligd, en in hoeverre dat overtuigend wordt beschreven in de aanvraag;

  • b.

    in hoeverre overtuigend een duurzame verbinding en samenwerking met de school of instelling, of andere lokale maatschappelijke of culturele organisaties wordt beschreven en onderbouwd.

Puntentelling

Bij de beoordeling wordt per criterium gebruik gemaakt van een waarderingsschaal in woorden als conclusie van de inhoudelijke beoordeling per criterium. Aan de waarderingsschaal in woorden zijn punten gekoppeld, om de score en de rangorde van de aanvragen te bepalen. Dit gebeurt aan de hand van de criteria en daarbij toegekende waarderingen met bijbehorende punten. Elk criterium weegt even zwaar.

waardering

punten

toelichting

zeer goed

5

uitsluitend positief, er zijn geen punten van kritiek

goed

4

positief, slechts één of enkele lichte punten van kritiek

voldoende

3

positief, met een aantal punten van kritiek

zwak

2

matig, met substantiële punten van kritiek

onvoldoende

1

onder de maat, de kritische punten hebben de overhand

Dit gemeenteblad ligt ook ter inzage bij het Concern Informatiecentrum Rotterdam (CIC): 010-267 2514 of bir@rotterdam.nl

Toelichting op de Meerjarige brede regeling combinatiefuncties Rotterdam – cultuur 2026-2029

Algemeen

De onderhavige regeling betreft een subsidieregeling voor het subsidiëren van cultuurplaninstellingen voor de inzet van de combinatiefunctionarissen cultuur, ook wel ‘cultuurcoaches’ genaamd. Deze regeling voorziet in de subsidiëring van deze activiteiten tijdens de periode van 1 augustus 2026 tot en met 31 juli 2029, dat wil zeggen voor drie aaneengesloten schooljaren, tot en met het schooljaar 2028-2029. In tegenstelling tot de eerdere ‘Brede regeling combinatiefuncties Rotterdam – cultuur’, op basis waarvan de subsidiëring van cultuurcoaches plaatsvond op basis van kalenderjaren, maakt deze regeling het mogelijk om deze activiteiten vanaf het schooljaar 2026-2027 (met ingang van 1 augustus 2026) te subsidiëren op basis van schooljaren. Het subsidietijdvak loopt gelijk met het schooljaar. Deze regeling heeft betrekking op jaarlijkse subsidies voor drie opeenvolgende schooljaren aan cultuurplaninstellingen die een of meer cultuurcoaches aanstellen voor het uitvoeren van cultuur-educatieve activiteiten op een of meer Rotterdamse scholen in het primair onderwijs, voortgezet onderwijs, speciaal onderwijs, of een of meer instellingen voor middelbaar beroepsonderwijs.

Het huidige Cultuurplan 2025-2028 omvat de periode 1 januari 2025 tot en met 31 december 2028. Dit betekent dat er sprake is van een periode waarin één of meer instellingen die op grond van deze regeling worden gesubsidieerd, mogelijk per 1 januari 2029 geen deel meer uitmaken van het nieuwe cultuurplan. Voor de uitvoering van de activiteiten op grond van deze regeling ziet het college dat niet als bezwaarlijk.

Artikelsgewijs

Artikel 1 Begripsbepalingen

Onder ‘instellingen’ in de zin van deze regeling vallen niet de instellingen met voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, zoals omschreven in Wet educatie en beroepsonderwijs. Het gaat in deze regeling om instellingen waaraan beroepsonderwijs wordt verzorgd als bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs.

Artikel 3 Activiteiten

Dit artikel bevat drempelvereisten om in aanmerking te komen voor subsidie. Aanvragen die niet aan een of meer van deze eisen voldoen zullen niet inhoudelijk worden beoordeeld, en aldus worden afgewezen.

Eén van de eisen waaraan de activiteiten moeten voldoen is de vergroting van de doorstroom naar het buitenschoolse cultuureducatieve aanbod. Dit bevordert de cultuurparticipatie in Rotterdam. Met het buitenschoolse cultuureducatieve aanbod wordt gedoeld op het cultuureducatieve aanbod in de vrije tijd; hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan cursussen of workshops op het gebied van muziek, dans, theater of beeldende kunst.

De verbinding met lokale maatschappelijke of culturele organisaties houdt verband met de beoogde vergroting van de doorstroom naar het buitenschoolse cultuureducatieve aanbod; die verbinding is dus geen doel op zich. Bij andere lokale maatschappelijke of culturele organisaties kan bijvoorbeeld worden gedacht aan culturele organisaties met buitenschools cultuuraanbod in de omgeving van de school of instelling, waar leerlingen of studenten hun talenten verder kunnen ontwikkelen.

Binnen de uren van de cultuurcoach is naast de lesuren ook ruimte voor deskundigheidsbevordering en eventuele coördinerende taken.

Artikel 4 Doelgroep

Alleen rechtspersonen die in het kader van het cultuurplan (Cultuurplan 2025-2028) subsidie ontvangen van het college, en in dat kader cultuureducatie als taak hebben, komen in aanmerking voor subsidie. Voor de schooljaren 2027-2028 en 2028-2029 komen uitsluitend de subsidieontvangers van het schooljaar 2026-2027 in aanmerking voor subsidie. Er is dus sprake van een gesloten kring van aanvragers.

Artikel 5 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

De subsidie is een tegemoetkoming in de loonkosten van de cultuurcoach. Het is geen bijdrage in de structurele organisatie- of cultuureducatiekosten van de cultuurinstelling.

Artikel 6 Hoogte van de subsidie

Het maximale te subsidiëren bedrag per fte is € 50.000 per schooljaar, met een maximum van 5 fte per schooljaar per aanvrager voor het schooljaar 2026-2027.

Voor de daaropvolgende schooljaren, 2027-2028 en 2028-2029, bedraagt het subsidiebedrag niet meer dan het bedrag dat is verstrekt voor het schooljaar 2026-2027, voor eenzelfde aantal fte. Voor de hoogte van het subsidiebedrag voor de schooljaren 2027-2028 en 2028-2029 wordt dus aangesloten bij het subsidiebedrag van het eerste schooljaar, 2026-2027.

Het subsidiebedrag dient als tegemoetkoming en dekt niet alle loonkosten. Van de aanvrager wordt een eigen of externe bijdrage verwacht om de overige kosten te dekken; die bijdrage moet worden opgenomen in de begroting bij de aanvraag. Het ligt voor de hand dat de externe bijdrage wordt ingebracht door de betrokken schoolbesturen.

Artikel 7 Subsidieplafond

Het budget is opgebouwd uit de door de gemeente Rotterdam ontvangen brede specifieke uitkering (SPUK) van het Rijk, aangevuld met een (eigen) gemeentelijke bijdrage.

Artikel 8 Wijze van verdeling subsidie schooljaar 2026-2027

Het college hanteert een tender om te bepalen welke aanvragen in aanmerking komen voor subsidie voor het schooljaar 2026-2027. De tijdige en volledige aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de drie criteria in de bijlage. Aan de hand van die beoordelingscriteria beoordeelt het college de kwaliteit van de aanvragen. Alleen aanvragen die voldoen aan de drempelvereisten worden inhoudelijk beoordeeld, en opgenomen in de rangschikking. Indien een aanvrager bijvoorbeeld niet het juiste aanvraagformulier gebruikt, of indien een aanvrager niet ingaat op een of meer van de criteria uit de bijlage, voldoet de aanvraag niet aan de drempelvereisten. In dat geval zal de aanvraag worden afgewezen.

Hieronder volgt een toelichting op de wijze van beoordeling.

Bij de beoordeling wordt per criterium gebruik gemaakt van een waarderingsschaal in woorden (‘zeer goed’, ‘goed’, ‘voldoende’, ‘matig’ of ‘onvoldoende’) als conclusie van de inhoudelijke beoordeling per criterium. Alle criteria wegen even zwaar. Per criterium kan maximaal 5 punten worden behaald, en voor alle criteria bij elkaar opgeteld kan maximaal 15 punten worden behaald. De waarderingsschaal in woorden bij elk criterium is een hulpmiddel voor een zorgvuldige en evenwichtige beoordeling van de ingediende aanvragen. Aan de waarderingsschaal in woorden zijn cijfers (punten) gekoppeld, om de rangorde van de aanvragen te bepalen. De beoordeling gebeurt aan de hand van de criteria en daarbij toegekende waarderingen met bijbehorende punten.

Voor elk criterium moet minimaal twee punten worden behaald. Als de aanvraag op een criterium een ‘onvoldoende’ (1 punt) scoort wordt de aanvraag niet in de rangschikking opgenomen, en wordt de aanvraag afgewezen.

Bij het toetsen aan de criteria staat de aanvraag centraal. Het college baseert zijn oordeel op de door de aanvrager in/bij zijn aanvraag ingediende gegevens en stukken.

Artikel 9 Wijze van verdeling schooljaren 2027-2028 en 2028-2029

Voor de schooljaren 2027-2028 en 2028-2029 wordt uitsluitend (jaarlijks) subsidie verleend aan de subsidieontvangers van het schooljaar 2026-2027. Omwille van de continuïteit is het de bedoeling om voor een periode van drie opeenvolgende schooljaren één vaste groep cultuurplaninstellingen te subsidiëren. Het voordeel daarvan is gelegen in de zekerheid voor de cultuurplaninstellingen/subsidieontvangers als werkgevers van de cultuurcoach, en de zekerheid voor de betrokken scholen en instellingen, die zo meer zekerheid hebben over de inzet van de cultuurcoaches. Het college wenst op deze manier een duurzame samenwerking tussen de cultuurplaninstellingen en onderwijsinstellingen te borgen c.q. te bewerkstelligen.

Artikel 10 Aanvraag

De aanvrager is zelf verantwoordelijk voor het tijdig, correct en volledig indienen van zijn aanvraag. Het college gaat uit van de in/bij de aanvraag vermelde informatie. Voor de aanvraag voor het schooljaar 2026-2027 is van belang, dat alleen tijdige en complete aanvragen (die voldoen aan de drempelvereisten) meetellen bij de beoordeling, en worden gerangschikt.

Voor het indienen van de aanvraag voor het schooljaar 2026-2027 moet gebruik worden gemaakt van een voorgeschreven (standaard) aanvraagformulier. Dit bevordert de rechtszekerheid en de uniformiteit van de behandeling van de aanvragen. Het standaard aanvraagformulier stelt het college beter in staat om de aanvragen te vergelijken.

Bij de aanvraag voor het schooljaar 2026-2027 moet de aanvrager onder andere een meerjarig activiteitenplan voor de periode 1 augustus 2026 tot en met 31 juli 2029 (voor de drie schooljaren 2026-2027, 2027-2028 en 2028-2029) bijvoegen, bestaande uit maximaal 15 pagina’s op A4-formaat. Het aantal pagina’s van het in te dienen meerjarig activiteitenplan is gemaximeerd, om een eerlijke en zuivere vergelijking van de aanvragen te bevorderen.

De cultuurplaninstellingen wiens aanvraag voor het schooljaar 2026-2027 is toegekend, dienen vervolgens in de aansluitende twee schooljaren 2027-2028 en 2028-2029 wederom een jaarlijkse aanvraag voor de activiteiten in. Voor de jaarlijkse aanvraag door deze subsidieontvangers voor de schooljaren 2027-2028 en 2028-2029, volstaat een activiteitenplan (jaarplan) en een begroting voor het desbetreffende schooljaar.

Aanvragers wiens aanvraag voor het schooljaar 2026-2027 zijn afgewezen, komen dus in de daaropvolgende schooljaren (2027-2028 en 2028-2029) niet in aanmerking voor een subsidie. Hetzelfde geldt voor aanvragers die geen aanvraag hebben ingediend voor het schooljaar 2026-2027.

Artikel 11 Aanvraagtermijn

De aanvraagtermijn geldt voor alle drie de schooljaren (2026-2027, 2027-2028 en 2028-2029).

Voor het schooljaar 2026-2027 geschiedt de subsidieverstrekking op basis van een tender. Bij een tender geldt een ‘harde’ sluitingsdatum voor de indiening van de aanvragen. Uiterlijk op 15 mei 2026 moeten al deze aanvragen volledig zijn ingediend. Dat betekent dat aanvragen die zijn ingediend na de sluiting van de aanvraagtermijn zullen worden afgewezen. Het college zal geen uitstel verlenen voor het indienen van die aanvraag. Dat is immers in strijd met het gelijke speelveld dat in het tendersysteem centraal staat.

Artikel 13 Verplichtingen

De subsidieontvanger dient onder andere bij te dragen aan de versterking van de competenties van de cultuurcoach, bijvoorbeeld door coaching of deelname aan het stedelijke cultuurcoachnetwerk.

Artikel 15 Verantwoording en vaststelling subsidies vanaf € 25.000

Bij subsidies vanaf € 25.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college, uiterlijk op 31 maart na het schooljaar waarvoor de subsidie is verleend. De subsidieontvanger zal in die gevallen driemaal een aanvraag tot subsidievaststelling indienen:

  • -

    voor vaststelling van de subsidie voor het schooljaar 2026-2027: uiterlijk op 31 maart 2028;

  • -

    voor vaststelling van de subsidie voor het schooljaar 2027-2028: uiterlijk op 31 maart 2029;

  • -

    voor vaststelling van de subsidie voor het schooljaar 2028-2029: uiterlijk op 31 maart 2030.

Voor deze categorie subsidies vanaf € 25.000 gelden de normen uit artikel 14 van de Subsidieverordening Rotterdam 2014.