Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR758857
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR758857/1
Beleidsregel Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek Haarlem 2025, 2026 en 2027
Geldend van 18-03-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2025
Intitulé
Beleidsregel Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek Haarlem 2025, 2026 en 2027Het college van de gemeente Haarlem
Gelet op artikel 78gg van de Participatiewet en artikel 1:4 lid 4 Awb en titel 4.3 Awb
[De grondslag artikel 1:4 lid 4 Awb bevat een kennelijke verschrijving. Hier wordt bedoeld: artikel 1:3 lid 4 Awb]
overwegende, dat het college van burgemeester en wethouders (hierna het college):
- •
het wenselijk vindt om aan te geven in welke situaties en onder welke voorwaarden een huishouden een vaste tegemoetkoming kan worden verstrekt of geweigerd en
- •
daartoe een beleidsregel wenst vast te stellen;
Besluit vast te stellen de Beleidsregel Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek Haarlem 2025, 2026 en 2027
Artikel 1. Begripsbepalingen
-
1. Alle begrippen die worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet (Pw) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
-
2. In deze beleidsregel wordt verstaan onder
- a.
College: het college van burgemeester en wethouders.
- b.
Huishouden: twee personen die fiscaal partner en toeslagpartner van elkaar zijn voor het jaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft.
- c.
Vaste tegemoetkoming: het bedrag dat over de kalenderjaren 2025, 2026 en 2027 per jaar wordt vastgesteld bij ministeriële regeling in het kader van artikel 78gg, Participatiewet.
- d.
Alleenverdiener: een huishouden zoals bedoeld in artikel 78gg, Participatiewet.
- a.
Artikel 2. Ambtshalve toekenning
-
1. Het college kent aan ieder huishouden waarvan voor het betreffende kalenderjaar het Burgerservicenummer van de meestverdienende partner is verstrekt aan het college op grond van artikel 78gg, vijfde lid, Participatiewet, ambtshalve de vaste tegemoetkoming alleenverdienersproblematiek voor dat kalenderjaar toe.
-
2. Het college kent verder de vaste tegemoetkoming over 2025, 2026 en/of 2027 ambtshalve toe aan het huishouden, indien:
- a.
het huishouden in het voorgaande jaar een compensatie heeft gekregen in de vorm van bijzondere bijstand of een vaste tegemoetkoming;
- b.
het huishouden voor desbetreffende jaar nog geen vaste tegemoetkoming toegekend heeft gekregen;
- c.
op basis van de bij het college bekende gegevens het college vermoedt dat het huishouden aanspraak kan maken op de vaste tegemoetkoming;
- d.
er zich tussentijds geen relevante wijzigingen hebben voorgedaan in de situatie van het huishouden of de achterliggende wetten; en
- e.
de meestverdienende partner ingeschreven staat in de gemeente.
- a.
-
3. Indien het huishouden geen bijstandsuitkering ontvangt, voert het college voorafgaand aan de ambtshalve toekenning een lichte toets uit op basis van de ministeriële regeling in het kader van artikel 78gg van de Participatiewet, om te beoordelen of het huishouden naar verwachting voldoet aan de voorwaarden voor de vaste tegemoetkoming.
Artikel 3. Aanvraag op uitnodiging
-
1. Het college nodigt een huishouden uit om over het kalenderjaar 2025, 2026 en 2027 een aanvraag voor de vaste tegemoetkoming in te dienen, uitsluitend indien op basis van actuele signalen wordt vermoed dat het huishouden aanspraak kan maken op de vaste tegemoetkoming. Deze signalen kunnen voortkomen uit:
- a.
gemeentelijke bestandsanalyses óf;
- b.
een nieuwe aanvraag voor een bijstandsuitkering, bijzondere bijstand, minimaregelingen of schulddienstverlening óf;
- c.
hulpverlening of maatschappelijke partners.
- a.
Artikel 4. Aanvraag zelfmelder
-
1. Het huishouden kan een aanvraag voor een vaste tegemoetkoming alleenverdienersproblematiek indienen bij het college.
-
2. De aanvraag om een vaste tegemoetkoming alleenverdienersproblematiek kan vormvrij worden ingediend bij het college.
-
3. Het college beoordeelt of de aanvrager een alleenverdiener is, als bedoeld in artikel 1 lid 2 onder d.
-
4. Het college beoordeelt of de meestverdienende partner in het huishouden op de datum van aanvraag ingeschreven staat in de gemeente en het huishouden voor het betreffende jaar nog geen vaste tegemoetkoming alleenverdienersproblematiek heeft ontvangen.
-
5. Bij de vaststelling van het inkomen om te bepalen of het huishouden tot de doelgroep van alleenverdieners behoort, telt alleen het inkomen van beide fiscale en toeslagpartners mee.
-
6. Als er sprake is van een vast maandinkomen, toetst het college het inkomen van de meest recente maand van het jaar voorafgaand aan de datum van aanvraag. Het college rekent dit maandinkomen om naar een verwacht jaarinkomen.
-
7. Als er sprake is van een variabel maandinkomen, toetst het college het inkomen van de meest recente drie achtereenvolgende maanden voorafgaand aan de datum van aanvraag. Het college rekent deze maandinkomens om naar een verwacht jaarinkomen.
-
8. Als de definitieve aanslag inkomstenbelasting of definitieve beschikking voor toeslagen over het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd al bekend is, dan gebruikt het college het belastbaar jaarinkomen waar deze aanslag of beschikking op is gebaseerd.
-
9. Bij de vaststelling van het vermogen hanteert het college de vermogensgrens van de zorgtoeslag zoals die geldt voor het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd. Het peilmoment van het vermogen is 1 januari 00:00 van het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd.
-
10. De vaste tegemoetkoming over de kalenderjaren 2025, 2026 en 2027 wordt uiterlijk 31 december 2028 aangevraagd.
Artikel 5. Toekenning
Het college kent de vaste tegemoetkoming eenmaal voor het betreffende kalenderjaar toe en voor het gehele bedrag.
Artikel 6. Verstrekking
Het college verstrekt de vaste tegemoetkoming in één keer. De verstrekking voor het betreffende kalenderjaar loopt door als het huishouden uit de gemeente verhuist.
SLOTBEPALINGEN
Artikel 7. Inwerkingtreding
Deze beleidsregel treedt met terugwerkende kracht in werking met ingang van 1 januari 2025.
Artikel 8. Citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek Haarlem 2025, 2026 en 2027.
Ondertekening
Aldus besloten te Haarlem op 18 november 2025,
de secretaris,
de burgemeester,
Toelichting
Artikel 1. Begripsbepalingen
Dit artikel geeft een definitie voor de begrippen college, alleenverdiener, huishouden en vaste tegemoetkoming.
Artikel 2. Ambtshalve toekenning
Ieder huishouden waarvan het Burgerservicenummer van de meestverdienende partner staat vermeld op de lijst van de Belastingdienst wordt ambtshalve de vaste tegemoetkoming toegekend. De Wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek (Wtrap) biedt hier een grondslag voor.
Of een huishouden ‘bekend’ kan niet gebaseerd worden op enkel de lijst van de Belastingdienst van het voorgaande jaar. De inkomstengegevens op die lijst zijn twee jaar oud. Met ‘bekend’ worden huishoudens bedoeld waarvan het college in het voorgaande jaar heeft vastgesteld dat het een alleenverdienerhuishouden was en een tegemoetkoming heeft uitgekeerd. Deze huishoudens kunnen in het huidige jaar weer alleenverdienerhuishouden zijn maar niet op de lijst staan, omdat deze lijst gebaseerd is op gegevens van twee jaar oud.
Voorbeeld I: In 2025 wordt getoetst of de omstandigheden zijn gewijzigd voor huishoudens die een tegemoetkoming hebben ontvangen tijdens fase I (2023 en/of 2024). Wanneer de omstandigheden niet zijn gewijzigd, kan het college de vaste tegemoetkoming in 2025 ambtshalve toekennen. Deze huishoudens behoren in de actualiteit tot de doelgroep van de alleenverdienersproblematiek.
Voorbeeld II: In 2025 heeft een huishouden de vaste tegemoetkoming ontvangen na te zijn beoordeeld door het college. Het huishouden komt in 2026 niet voor op de lijst van de Belastingdienst. De omstandigheden zijn niet gewijzigd. De vaste tegemoetkoming wordt over 2026 ambtshalve uitgekeerd.
Het college kiest ervoor om voor een ambtshalve toekenning een lichte toets uit te voeren bij huishoudens die geen bijstandsuitkering ontvangen. Van de inwoners op de lijst van de Belastingdienst staat alleen vast dat zij op de peildatum van de lijst nog in leven waren en woonachtig in de gemeente Haarlem.
Een lichte toets kan bestaan uit controlevragen als:
- •
Is de persoon momenteel nog in leven?
- •
Heeft de persoon van het Burgerservicenummer op de peildatum een partner die geboren is na 1962
- •
Suwinet-check op peildatum op inkomstenbron (loonderving of Wajong-uitkering van UWV, loondervingsuitkering van een particuliere verzekeraar)
Artikel 3. Aanvraag op uitnodiging
Naast het ambtshalve verstrekken van de reeds bekende huishoudens, nodigt het college huishoudens uit tot het doen van een aanvraag. Zij kunnen bijvoorbeeld recent de bijstand zijn ingestroomd. Het college kan ook deze huishoudens tegenkomen wanneer het eigen bestanden doorzoekt.
Artikel 4. Aanvraag zelfmelder
Alle andere huishoudens die vermoeden dat zij tot de doelgroep van de alleenverdieners behoren kunnen zelf een aanvraag indienen. Dit artikel bepaalt daarbij wat de criteria zijn om te bepalen of het huishouden recht heeft op de vaste tegemoetkoming.
Voor de berekening van het inkomen wordt het volgende gehanteerd:
- •
Een vast maandelijks inkomen: Hiervoor hanteert het college een referteperiode van één maand.
- •
Een variabel maandelijks inkomen: Hiervoor hanteert het college een referteperiode van de drie meest recente maanden.
Het vaste of variabele inkomen moet vervolgens naar een jaarinkomen worden omgerekend.
Bij de vaststelling van de lijst door de Belastingdienst voor ambtshalve toekenning van de tegemoetkoming, is rekening gehouden met de vermogensgrenzen van de toeslagen. Vanwege rechtsgelijkheid en de bedoeling van de regeling wordt voor zelfmelders met deze vermogensgrenzen rekening gehouden. In de beleidsregels is daarom de vermogensgrens van de zorgtoeslag opgenomen als criterium bij de beoordeling of een huishouden tot de doelgroep alleenverdienersproblematiek behoort.
Artikel 5. Toekenning
De toekenning van de vaste tegemoetkoming is eenmaal per kalenderjaar voor het hele bedrag.
Om te voorkomen dat alleenverdienerhuishoudens in geval van verhuizing tussen de wal en het schip belanden, wordt voor alle ambtshalve toekenningen uitgegaan van de datum waarop de definitieve lijst van de Belastingdienst als peildatum voor de woonplaats is gebaseerd. Voor 2025 is dat 15 januari 2025. De meestverdienende partner, waarvan het Burgerservicenummer op de lijst staat vermeld, was op die datum inwoner van Haarlem.
Artikel 6. Verstrekking
Het college verstrekt de vaste tegemoetkoming in één keer. Ook als de inwoner gedurende het jaar buiten Haarlem verhuist blijft het college het resterende bedrag uitkeren.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl