Instellingsbesluit Cultuurhaven Rotterdam

Geldend van 18-03-2026 t/m heden

Intitulé

Instellingsbesluit Cultuurhaven Rotterdam

De Raad van de gemeente Rotterdam,

gelezen het herziene raadsvoorstel van burgemeester en wethouders van 24 februari 2026

(raadsvoorstel nr. 26bb001588); 26bb001545;

gelet op de artikelen 84 en 149 van de Gemeentewet;

overwegende dat:

het gemeentebestuur het wenselijk acht om gevraagd en ongevraagd advies te ontvangen op het vlak van kunst- en cultuurbeleid en dat deze advisering een nieuwe, onafhankelijke en representatieve advies- en ontwerpstructuur vergt, met een nauwe verbinding met de stad en de cultuursector;

besluit:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • -

    adviescommissie: commissie als bedoeld in artikel 84 van de Gemeentewet;

  • -

    college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam;

  • -

    raad: gemeenteraad van de gemeente Rotterdam;

  • -

    Uitgangspuntennota: door de gemeenteraad vastgestelde nota, waarin het cultuurbeleid en het financiële kader voor een periode van vier jaar is vastgelegd.

Artikel 2 Instelling en taak adviescommissie

  • 1. Er is een adviescommissie genaamd de Cultuurhaven Rotterdam, die belast is met:

    • a.

      het gevraagd of ongevraagd adviseren van het college of de raad over het stelsel, de randvoorwaarden en de lange termijnontwikkeling van het culturele ecosysteem van Rotterdam;

    • b.

      het bieden van een breed platform op het gebied van kunst en cultuur, gericht op representatie, democratisering en burgerparticipatie;

    • c.

      het functioneren als kennismotor die data en inzichten samenbrengt, verzamelt en ontwikkelt, en deze actief deelt in het culturele veld en daarbuiten.

  • 2. De Cultuurhaven Rotterdam besteedt in haar adviezen in ieder geval aandacht aan de volle breedte van de cultuursector inclusief niet door het college gesubsidieerde culturele activiteiten, de relatie tussen de cultuursector en andere voor cultuur relevante sectoren, en de groei van de stad in relatie tot culturele activiteiten en voorzieningen. Hierbij wordt uitgegaan van de volgende vier pijlers:

    • a.

      publieke pijler van wijken en gebieden;

    • b.

      artistieke pijler van experts;

    • c.

      sociaal-maatschappelijke pijler met thematafels; en

    • d.

      economische pijler van culturele ondernemers.

  • 3. De Cultuurhaven Rotterdam maakt een verkenning voor de Uitgangspuntennota.

  • 4. De adviezen van de Cultuurhaven Rotterdam zijn openbaar. Zij worden gelijktijdig uitgebracht aan het college en de raad en zijn vervolgens online te lezen via de website van de Cultuurhaven, te weten www.cultuurhavenrotterdam.nl.

  • 5. Van adviezen van de Cultuurhaven Rotterdam kan slechts gemotiveerd worden afgeweken. Indien het college afwijkt van een advies, wordt de raad hiervan in kennis gesteld.

  • 6. De Cultuurhaven Rotterdam brengt jaarlijks voor 1 april een verslag uit met een inhoudelijke en financiële rapportage van zijn werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar. Het verslag wordt gelijktijdig gezonden aan het college en de raad.

Artikel 3 Samenstelling adviescommissie

  • 1. De Cultuurhaven Rotterdam bestaat uit een oneven aantal van minimaal vijftien en maximaal eenentwintig leden, met inbegrip van de voorzitter.

  • 2. De raad benoemt, schorst en ontslaat de voorzitter en de overige leden op voordracht van het college.

  • 3. Ten minste een derde gedeelte van de leden is niet werkzaam in de cultuursector.

Artikel 4 Benoeming

  • 1. De raad stelt een profielschets vast van de voorzitter en een generieke profielschets van de overige leden, waarna de vacature openbaar gemaakt wordt.

  • 2. De voorzitter en de overige leden worden benoemd voor een periode van maximaal vier jaar. Zij kunnen eenmaal voor een periode van ten hoogste twee jaar worden herbenoemd.

  • 3. Voorafgaand aan de benoeming van de voorzitter en de overige leden vindt openbare bekendmaking van de vacatures plaats.

  • 4. De Cultuurhaven Rotterdam wijst uit haar midden twee vicevoorzitters aan.

  • 5. De voorzitter en de overige leden worden op persoonlijke titel benoemd.

Artikel 5 Uitvoerend secretaris en ondersteunend bureau

  • 1. De Cultuurhaven Rotterdam wordt bijgestaan door een uitvoerend secretaris en een ondersteunend bureau. De uitvoerend secretaris is geen lid van de adviescommissie.

  • 2. De voorzitter geeft leiding aan de werkzaamheden van de uitvoerend secretaris.

  • 3. De uitvoerend secretaris staat onder gezag van de adviescommissie en legt voor zijn werkzaamheden uitsluitend verantwoording af aan de adviescommissie.

Artikel 6 Taken voorzitter en uitvoerend secretaris

  • 1. Tot de taken van de voorzitter behoren ten minste:

    • a.

      het tijdig doen opstellen van de agenda, in overleg met de uitvoerend secretaris;

    • b.

      het doen uitnodigen van de leden voor de vergadering;

    • c.

      het leiden van de vergadering;

    • d.

      het bewaken van de integriteit in de Cultuurhaven Rotterdam en van de kwaliteit van de adviezen en het adviseringsproces;

    • e.

      het toezenden van de adviezen aan het college of de raad.

  • 2. Tot de taken van de uitvoerend secretaris behoren ten minste:

    • a.

      het mede opstellen en tijdig versturen van de agenda en bijbehorende stukken aan de voorzitter en de overige leden;

    • b.

      het verstrekken van de benodigde informatie aan de voorzitter en de overige leden van de adviescommissie;

    • c.

      het bijwonen van de vergaderingen, het bijhouden van de presentielijst en de verslaglegging;

    • d.

      het opstellen van de conceptadviezen;

    • e.

      het mede bewaken van de kwaliteit en de integriteit van de adviezen en het adviseringsproces.

Artikel 7 Onverenigbare functies

  • 1. Het lidmaatschap van de Cultuurhaven Rotterdam is onverenigbaar met:

    • a.

      het ambt van burgemeester of wethouder van Rotterdam;

    • b.

      het lidmaatschap van de gemeenteraad van Rotterdam;

    • c.

      het op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaam zijn voor de gemeente Rotterdam of het anderszins verrichten van werkzaamheden voor de gemeente Rotterdam;

    • d.

      een functie in het bestuur, de directie of de raad van toezicht van een organisatie die subsidie ontvangt vanuit de cultuurbegroting van de gemeente Rotterdam;

    • e.

      de persoon in kwestie een belang heeft bij gesubsidieerde culturele instellingen en organisaties in Rotterdam, waaronder in ieder geval wordt verstaan de betrokkenheid van diens partner of familielid in de eerste graad.

  • 2. De functies en nevenfuncties van de voorzitter en de overige leden van de Cultuurhaven Rotterdam worden gepubliceerd op de website van de Cultuurhaven, www.cultuurhavenrotterdam.nl.

Artikel 8 Belangenverstrengeling

  • 1. De voorzitter of een lid van de Cultuurhaven Rotterdam onthoudt zich van deelneming aan de behandeling van een advies waarbij hij een direct of indirect belang heeft.

  • 2. Onder het hebben van een belang wordt in ieder geval begrepen een familierelatie in de eerste graad.

  • 3. Indien een advies wordt gegeven over een onderwerp als bedoeld in het eerste lid, wordt in het advies vermeld op welke wijze toepassing is gegeven aan dit artikel.

Artikel 9 Einde lidmaatschap

Het lidmaatschap eindigt:

  • a.

    door het verstrijken van de benoemingsperiode;

  • b.

    op eigen verzoek;

  • c.

    door een ontslagbesluit van de gemeenteraad;

  • d.

    door overlijden;

  • e.

    door aanvaarding van een onverenigbare functie als bedoeld in artikel 7.

Artikel 10 Vergaderingen

  • 1. De Cultuurhaven Rotterdam vergadert vier keer per jaar. Indien naar het oordeel van de voorzitter sprake is van een bijzondere situatie, of op verzoek van ten minste vijf leden, kan ook meer dan vier keer vergaderd worden.

  • 2. De vergaderingen van de Cultuurhaven Rotterdam zijn niet openbaar, tenzij de voorzitter of tenminste de helft van de ter vergadering aanwezige leden anders beslist.

  • 3. De Cultuurhaven Rotterdam beslist met gewone meerderheid van stemmen van de bij de stemming aanwezige leden.

  • 4. Indien de stemming resulteert in hetzelfde aantal voor- en tegenstemmen, beslist de voorzitter.

Artikel 11 Werkgroepen en externe deskundigen

  • 1. De Cultuurhaven Rotterdam kan zich laten bijstaan door externe deskundigen en werkgroepen instellen.

  • 2. Een beslissing van de Cultuurhaven Rotterdam tot instellen van een werkgroep bevat de taakopdracht aan die werkgroep en de termijn waarbinnen die opdracht wordt vervuld.

  • 3. De Cultuurhaven Rotterdam kan een werkgroep en externe deskundigen aanwijzingen en richtlijnen geven over de vervulling van de aan hen opgedragen taak.

  • 4. Op adviseurs is artikel 7 onderdelen a en b van overeenkomstige toepassing.

  • 5. De Cultuurhaven Rotterdam organiseert de werkgroepen, rekening houdend met de vier pijlers zoals genoemd in artikel 2, tweede lid.

Artikel 12 Huishoudelijk reglement

  • 1. De Cultuurhaven Rotterdam stelt een huishoudelijk reglement over haar werkwijze vast, waarin in ieder geval regels worden vastgelegd over de verdeling van taken, de samenstelling van werkgroepen, het aanwijzen van externe deskundigen en de wijze waarop de advisering tot stand komt, in ieder geval voor zover het de advisering over de Uitgangspuntennota betreft.

  • 2. Het college wordt in de gelegenheid gesteld te reageren op een voorstel voor het opstellen of wijzigen van het huishoudelijk reglement.

Artikel 13 Zorgplicht archiefbescheiden

  • 1. De adviescommissie draagt zorg voor de archiefbescheiden van de Cultuurhaven Rotterdam.

  • 2. De secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de adviescommissie, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.

  • 3. Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden wordt aangewezen de archiefbewaarplaats van de gemeente Rotterdam.

  • 4. Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de Cultuurhaven Rotterdam, voor zover deze zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, is belast de archivaris van de gemeente Rotterdam.

  • 5. Het archief bevat tenminste gespreksverslagen, verslagen van vergaderingen en andere documenten die ten grondslag hebben gelegen aan de adviezen van de adviescommissie en andere documenten die inzicht geven in de totstandkoming van de door haar uitgebrachte rapporten, verslagen en adviezen.

Artikel 14 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het gemeenteblad waarin het wordt geplaatst.

Artikel 15 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Cultuurhaven Rotterdam.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 26 februari 2026.

De griffier,

I.C.M. Broeders

De voorzitter,

C.J. Schouten

Dit gemeenteblad ligt ook ter inzage bij het Concern Informatiecentrum Rotterdam (CIC): 010-267 2514 of bir@rotterdam.nl

Toelichting bij het Instellingsbesluit Cultuurhaven Rotterdam

Algemeen

Dit besluit regelt de instelling, functie, taken en organisatie van de Cultuurhaven Rotterdam. Dit is een onafhankelijke adviescommissie op het gebied van kunst en cultuur die recht doet aan de diversiteit en meerstemmigheid van Rotterdam. De Cultuurhaven adviseert zowel de gemeenteraad als het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam, zowel gevraagd als ongevraagd. Het adviesorgaan is onafhankelijk in zijn oordeelsvorming, zowel in relatie tot het gemeentebestuur als tot het culturele veld. Onafhankelijkheid wordt gekenmerkt door de volgende waarden: autonomie, integriteit, draagvlak, zonder politieke of commerciële beïnvloeding.

De Cultuurhaven vervult geen uitvoerende, subsidieverdelende of toezichthoudende rol en treedt niet op als belangenbehartiger van individuele instellingen, makers of organisaties.

De advisering richt zich op het stelsel, de randvoorwaarden en de lange termijnontwikkeling van het culturele ecosysteem van Rotterdam. Een doel van de adviescommissie is het versterken van democratisering en daadwerkelijke participatie en eigenaarschap in cultuur, door bewoners, makers en initiatiefnemers, ondernemers en andere vertegenwoordigers van binnen en buiten de cultuursector.

De Cultuurhaven bestaat uit minimaal vijftien en maximaal eenentwintig leden, met inbegrip van de voorzitter. De gemeenteraad benoemt, schorst en ontslaat de voorzitter en de overige leden op voordracht van het college. De voorzitter en de overige leden worden benoemd voor een periode van vier jaar. Zij zijn herbenoembaar voor een periode van twee jaar. In totaal betreft het dus een maximale zittingsduur van zes jaar. De adviescommissie krijgt de beschikking over eigen ondersteuning, organisatie, huisvesting en activiteiten, inclusief een uitvoerend secretaris. Het college stelt dit ter beschikking binnen het budget van de cultuurbegroting.

Artikelsgewijs

Artikel 2

Met “relevante sectoren” wordt gedoeld op beleidsterreinen en maatschappelijke domeinen die in verbinding staan met cultuur, en waarvan ontwikkelingen aantoonbare invloed hebben op het culturele ecosysteem van Rotterdam, of waarop cultuur een betekenisvolle bijdrage kan leveren. Het betreft onder meer, maar niet uitsluitend, de domeinen:

  • a.

    stedelijke ontwikkeling en ruimtelijke ordening (zoals gebiedsontwikkeling, erfgoed, placemaking);

  • b.

    sociaal-maatschappelijke domeinen (zoals welzijn, zorg, onderwijs en participatie);

  • c.

    economie en werk (zoals creatieve industrie, toerisme, arbeidsmarktpositie van makers);

  • d.

    duurzaamheid en transities (zoals klimaatadaptatie, circulariteit en sociale transities);

  • e.

    digitalisering en technologie (zoals digitale cultuur, AI, media en toegang tot cultuur).

De Cultuurhaven beziet deze sectoren steeds vanuit een cultureel perspectief. Advisering in relatie tot deze andere sectoren vindt uitsluitend plaats voor zover dit direct raakt aan de positie, ontwikkeling, infrastructuur of maatschappelijke betekenis van kunst en cultuur in de stad. De Cultuurhaven heeft geen taak ten aanzien van het inhoudelijk beoordelen of sturen van beleid binnen deze sectoren zelf.

Artikel 3

Minimaal een derde van de leden van de Cultuurhaven Rotterdam is niet werkzaam in de culturele sector.

Artikel 7

Dat het lidmaatschap van de raad en het college onverenigbaar is met het lidmaatschap van deze commissie is een aanvulling op het bepaalde in artikel 13, artikel 36b en artikel 68 van de Gemeentewet. Dit heeft te maken met het feit dat de commissie zowel de raad als het college adviseert, zonder last of ruggenspraak.

Overigens wordt er nog op gewezen dat artikel 81f, eerste lid, onderdeel o, van de Gemeentewet bepaalt dat een lid van de rekenkamer niet tevens lid van een commissie kan zijn. Omdat dit al bij de wet is geregeld, is deze onverenigbaarheid niet ook nog in de onderhavige regeling opgenomen.

Artikel 10

Uitgangspunt is dat vier vergaderingen per jaar voldoende zijn om alle gevraagde en ongevraagde adviezen te bespreken en vast te stellen. In bijzondere situaties kan echter extra vergaderd worden. Bijvoorbeeld indien er na bespreking van een advies nog belangrijke verschillen van mening zijn binnen de commissie. Uitgangspunt is dat de leden van de Cultuurhaven Rotterdam streven naar besluitvorming op basis van consensus.

Artikel 11

De werkgroepen dienen ter inhoudelijke voeding van de leden van de cultuurhaven en worden ingesteld langs de lijn van de vier pijlers zoals genoemd in artikel 2, tweede lid. Zij hebben geen beslissende bevoegdheid, maar helpen de leden van de cultuurhaven om diep in de haarvaten van de Rotterdamse samenleving de benodigde input voor hun adviezen op te halen. De uiteindelijke advisering berust bij de benoemde leden van de Cultuurhaven, die daarbij integrale afwegingen maken en de verantwoordelijkheid dragen voor de inhoud en kwaliteit van haar adviezen.