Subsidieregeling voor professionele instellingen in het sociaal domein gemeente Vaals 2026

Geldend van 17-03-2026 t/m heden

Intitulé

Subsidieregeling voor professionele instellingen in het sociaal domein gemeente Vaals 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vaals;

Gelet op artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Gemeente Vaals;

besluit vast te stellen:

de navolgende Subsidieregeling voor professionele instellingen in het sociaal domein gemeente Vaals 2026.

Toelichting

Deze subsidieregel vormt een nadere uitwerking van de Algemene subsidieverordening van de gemeente Vaals en richt zich op de subsidieverstrekking aan professionele instellingen in het sociaal domein. Deze subsidieregel beschrijft het proces van de subsidieverstrekking. De gemeente Vaals kiest voor resultaatgericht subsidiëren en kiest hierbij voor de methode van Beleidsgestuurde Contract Financiering (BCF).

De methode BCF kent een stappenplan dat als volgt in deze subsidieregeling is verwerkt:

Stap 1

Artikel 1.3

Het college bepaalt aan welke doelen een subsidie voor professionele instellingen in het sociaal domein moet bijdragen

Stap 2

Artikel 2

Bijlage 1

Het college beslist welke partijen op basis van die doelen voor subsidie in aanmerking kan komen

Stap 3

Artikel 2

Het college nodigt deze partijen uit tot het doen van een subsidieaanvraag

Stap 4

Artikel 3

De partijen dienen hun aanvraag in

Stap 5

Artikel 3.5

Het college beoordeelt de aanvraag en beslist erover met een subsidiebeschikking

Stap 6

Artikel 4.1

College en partijen gaan een subsidieovereenkomst aan

Stap 7

Artikel 4.1

Gedurende de periode waarvoor subsidie is toegekend monitoren gemeente en partijen gezamenlijk de voortgang

Stap 8

Artikel 3.5

Het college draagt zorg voor betaling van de subsidie

Stap 9

Artikel 4.2

Na afloop van een subsidiejaar dient de partij een subsidieverantwoording in

Stap 10

Artikel 4.3

Na afloop van een subsidiejaar stelt het college de subsidie voor het subsidiejaar vast.

Hoofdstuk 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1.1. Begripsomschrijvingen

Voor deze subsidieregeling gelden de begripsomschrijvingen zoals hieronder vermeld. Voor zover begrippen niet gedefinieerd zijn geldt de begripsomschrijving zoals opgenomen in de algemene subsidieverordening Vaals.

  • 1.

    Resultaatgericht subsidiëren

    Een resultaatgericht subsidiesysteem heeft extra aandacht voor de vertaalslag van doelen (van de subsidiegever) naar de gewenste resultaten die de uitvoeringsorganisatie moet realiseren. Uitgangspunt is dat de gemeente, als subsidieverstrekker, een opdracht formuleert aan de maatschappelijke organisatie subsidieontvanger. De gemeente doet dit op basis van haar beleidsdoelstellingen (wat wil de gemeente dat de organisatie uitvoert).

    Vanuit een gedeelde visie tussen deze twee partijen en met respect voor hun verschillende verantwoordelijkheden komt er een interactief proces tot stand waarin de stappen worden gezet om te komen tot een afgestemde beleidscyclus. In deze cyclus toont de organisatie aan welke resultaten er zijn bereikt.

  • 2.

    Professionele instellingen

    Professionele instellingen zijn instellingen die -voor de uitvoering van hun taak- gebruik maken van beroepskrachten. Aanvullend kunnen zij vrijwilligers inzetten.

  • 3.

    Sociaal domein

    Het sociaal domein gaat over alles wat mensen in hun directe bestaan raakt. Het heeft primair betrekking op hulp en ondersteuning, welzijn, arbeid, onderwijs, gezondheid en vrijetijdsbesteding. Het sociale domein gaat dus om mensen en de wijze waarop zij in staat zijn om deel te nemen aan de samenleving. Een veilige leefomgeving (op basis van de Wmo 2015, de Participatiewet en de Jeugdwet) is een belangrijke randvoorwaarde hiervoor.

Artikel 1.2 Toepassingsbereik

Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders voor de in artikel 2.1 bedoelde activiteiten en tot aan het in artikel 3.3 genoemde en in bijlage 1 verder uitgewerkte subsidieplafond.

Artikel 1.3 Maatschappelijk doel

Het college stelt de beleidsdoelstellingen vast waar met de subsidie op grond van deze subsidieregeling aan bijgedragen dient te worden. Deze zijn uitgewerkt in het document “Beoogde doelen en maatschappelijke effecten van de subsidies voor professionele instellingen in het sociaal domein 2026-2027”.

Hoofdstuk 2: ACTIVITEITEN SUBSIDIEREGELING EN DE VOORWAARDEN

Artikel 2.1 Subsidiabele activiteiten

  • 1. Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor activiteiten die een bijdrage leveren aan de door het college vastgestelde beleidsdoelstellingen. Deze zijn uitgewerkt in het document “Beoogde doelen en maatschappelijke effecten van de subsidies voor professionele instellingen in het sociaal domein 2026-2027”.

Artikel 2.2 Voorwaarden

  • 1. De subsidie kan aangevraagd worden door professionele instellingen die een bijdrage leveren aan de verwezenlijking van beleidsdoelen die zonder subsidie niet of niet geheel gerealiseerd zouden kunnen worden.

  • 2. Het college hanteert hiervoor de volgende criteria:

    • a.

      De instelling verleent algemeen toegankelijke dienstverlening op het gebied van sociaal domein.

    • b.

      De instelling werkt met professionele krachten in een of meer specifieke welzijnssectoren ten behoeve van inwoners van de gemeente Vaals. Hierbij worden eventueel ter aanvulling vrijwilligers en/of ervaringsdeskundigen ingezet.

Artikel 2.3 Selectie van subsidiepartners

  • 1. De gemeente selecteert beoogde subsidiepartners op basis van de criteria in bijlage 1.

  • 2. Voorafgaand vindt interactie plaats tussen de gemeente en de instellingen, waarbij de maatschappelijk opgave wordt gedefinieerd en verder aangescherpt door middel van doelstellingen, resultaten en indicatoren.

  • 3. Indien naast de geselecteerde beoogde subsidiepartners andere partijen een beroep doen op de subsidie, worden zij eveneens beoordeeld op de criteria in bijlage 1.

  • 4. Per in bijlage 1, artikel 1.1, beschreven activiteit wordt een drempelbedrag van € 50.000 voor de gehanteerde subsidieperiode van 2 jaar gehanteerd. Onder het drempelbedrag is geen tweede inschrijving mogelijk.

  • 5. Per taakveld wordt de subsidie aan 1 partij toegekend. Bij meerdere partners vindt geen gelijke verdeling plaats maar selecteert het college 1 partij op basis van de hier genoemde criteria.

Hoofdstuk 3: AANVRAAG

Artikel 3.1 De aanvraag

  • 1. Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk ingediend bij burgemeester en wethouders. Als hiervoor een aanvraagformulier is vastgesteld geschiedt dit met gebruikmaking daarvan.

  • 2. Bij een eerste subsidieaanvraag legt de subsidieaanvrager, als bijlagen, over:

    • a.

      een afschrift van de oprichtingsakte en de statuten;

    • b.

      een beschrijving van de organisatievorm, voor zover dat niet in de statuten is opgenomen;

    • c.

      een uittreksel van de inschrijving bij de Kamer van Koophandel.

    • d.

      Bij wijzigingen in de statuten of de inschrijving van de kamer van koophandel wordt de gemeente hierover geïnformeerd.

  • 3. Bij een aanvraag om subsidie op grond van deze subsidieregel moeten de volgende stukken worden ingediend:

    • a.

      een werkplan, met daarin een beschrijving van de eigen doelstellingen, resultaten en activiteiten. In deze beschrijving is een koppeling opgenomen met de doelstellingen van de gemeente en bijbehorende indicatoren.

      Met andere woorden, de subsidievrager laat zien hoe de uitvoering van de organisatie bijdraagt aan de gemeentelijke doelstellingen.

    • b.

      een begroting en dekkingsplan van de kosten van de activiteiten, waar de subsidie voor wordt aangevraagd. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij andere bestuursorganen of private organisaties of personen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan.

  • 4. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van, de in het tweede en derde lid genoemde gegevens te vragen als dit voor het nemen van een beslissing op de aanvraag noodzakelijk of voldoende zijn.

Artikel 3.2 Aanvraagtermijn

Een aanvraag om een subsidie wordt ingediend tussen 1 juni en 1 juli voorafgaand aan de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft.

Artikel 3.3 Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud

  • 1. De beschikbare subsidiebedragen zijn opgenomen in de begroting 2026 van de gemeente Vaals en nader uitgewerkt in bijlage 1 bij deze subsidieregeling.

  • 2. De beschikbare subsidiebedragen zijn onder voorbehoud van de definitief begrote bedragen voor het jaar waar de subsidie betrekking op heeft.

Artikel 3.4 Wijze van verdeling

In bijlage 1 is opgenomen hoe de subsidie over de verschillende taakvelden verdeeld wordt.

Artikel 3.5 Beslissing op de subsidieaanvraag

  • 1. Het college informeert de instelling met een beschikking over de gehele of gedeeltelijke toekenning van de subsidie, danwel over de afwijzing van het subsidieverzoek.

  • 2. In de beschikking is opgenomen:

    • a.

      De activiteiten waarvoor subsidie wordt toegekend

    • b.

      Welke voorwaarden aan de subsidie zijn verbonden;

    • c.

      Welke bepalingen eventueel niet van toepassing zijn;

    • d.

      Het toegekende subsidiebedrag en de wijze van bevoorschotting;

    • e.

      De wijze van verantwoording en vaststelling van het subsidiebedrag na afloop van de subsidieperiode.

    • f.

      Aan een beschikking tot subsidieverlening kunnen verplichtingen worden verbonden met betrekking tot het beheer en gebruik van hetgeen met de subsidie tot stand is gebracht.

Artikel 3.6 Beslistermijn

  • 1. Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend.

  • 2. Burgemeester en wethouders kunnen op een schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de instelling afwijken van de in lid 1 genoemde beslistermijn.

Hoofdstuk 4: MONITORING EN VASTSTELLING

Artikel 4.1 Nadere voorwaarden voor de subsidie

  • 1. Subsidies kunnen worden toegekend onder voorwaarde van totstandkoming van een subsidie-overeenkomst.

  • 2. Het college stelt indicatoren voor monitoring vast.

  • 3. Monitoringsgesprekken vinden binnen 1 maand na afloop van het kwartaal plaats.

  • 4. Op basis van de monitoringsgesprekken kunnen de subsidie-afspraken aangescherpt worden.

  • 5. Bij afwijkingen in de realisatie, een (risico van) overschrijding of een onderuitputting van het budget meldt de instelling dit onverwijld bij het college.

  • 6. Het college kan voorschotten verstrekken.

  • 7. Het college kan een budgetplafond vaststellen zoals bedoeld in artikel 3.3 van deze subsidieregeling.

  • 8. Het college kan beslissen een meerjarig toegekende subsidie te indexeren.

  • 9. De indexering kan niet hoger zijn dan de vastgestelde OVA-percentages per kalenderjaar.

Artikel 4.2 Verantwoording

  • 1. De subsidie-ontvanger dient jaarlijks een inhoudelijke jaarverantwoording in.

  • 2. De voorlopige verantwoording van de jaarbedragen worden voor 1 maart van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar ingediend.

  • 3. De definitieve jaarverantwoording wordt vóór 15 april van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar ingediend, dan wel uiterlijk 16 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht.

  • 4. De verantwoording bevat:

    • a.

      een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de afgesproken resultaten zijn behaald en daarbij een aantoonbare bijdrage hebben geleverd aan de gemeentelijke doelstellingen. Afwijkingen ten aanzien van hetgeen is afgesproken worden onderbouwd uitgelegd.

    • b.

      een overzicht van de behaalde resultaten + activiteiten (inspanningsverplichting) en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening).

    • c.

      een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; en

    • d.

      Het college kan verzoeken dat een verklaring van getrouwheid van een registeraccountant dan wel van een accountant administratieconsulent met certificerende bevoegdheid die betrekking heeft op de organisatie, overlegd wordt, waaruit het oordeel blijkt dat subsidie rechtmatig is besteed en dat de afgesproken activiteiten dan wel prestaties zijn verricht/gerealiseerd. Tevens dient de jaarrekening vergezeld te gaan van het accountantsrapport waarop de verklaring is gebaseerd.

Artikel 4.3 Subsidievaststelling

  • 1. Burgemeester en wethouders stellen de subsidie 3 maanden na de indiening van de inhoudelijke jaarverantwoording vast vóór 1 juli van het jaar volgend op het subsidiejaar.

  • 2. Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in de artikel 2.2, lid 2 aanhef en onder a en b, is ingediend, kunnen burgemeester en wethouders de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Wordt de aanvraag niet binnen deze termijn ingediend dan kunnen zij overgaan tot ambtshalve vaststelling, alsdan kan een terugvordering aan de orde zijn.

Hoofdstuk 5: SLOTBEPALINGEN

Artikel 5.1 Hardheidsclausule

Het college kan van deze subsidieregeling afwijken als daaraan vasthouden voor een subsidieaanvrager of ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen.

Artikel 5.2. Intrekking oude regeling, inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 april 2026.

    [Dit onderdeel bevat een kennelijke verschrijving. In het collegebesluit is opgenomen: De Subsidieregeling voor professionele instellingen in het sociaal domein gemeente Vaals 2026 vast te stellen en de datum van inwerkingtreding te bepalen op 10 maart 2026. Deze regeling bevat daarom de vroegst mogelijke datum van inwerkingtreding.]

  • 2. De “Beleidsregel voor de subsidiëring van professionele instellingen op het gebied van welzijn en het sociaal domein 2025-2026” wordt gelijktijdig ingetrokken.

  • 3. Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling voor professionele instellingen in het sociaal domein gemeente Vaals 2026.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Vaals d.d. 3 maart 2026

De secretaris,

mr. drs. J.H.M.J. Bertram

de burgemeester,

mr. H.M.H. Leunessen

Bijlage 1 Subsidieplafond en verdeling

  • 1.

    Activiteiten

    • 1.1

      De subsidie voor professionele instellingen kan ingezet worden voor de volgende activiteiten:

      Jeugd- en jongerenwerk, inclusief opvoedondersteuning en casemanagement tijdelijk huisverbod

      Professionele onafhankelijke clientondersteuning

      Integrale vroeghulp

      Huiskamerprojecten voor senioren onder professionele begeleiding

      Preventie van jeugdoverlast en jeugdcriminaliteit

  • 2.

    Subsidieplafonds

    • 2.1

      In de begroting 2026 zijn voor deze activiteiten de van toepassing zijnde bedragen begroot:

      Jeugd- en jongerenwerk, inclusief opvoedondersteuning en casemanagement tijdelijk huisverbod

      € 173.563 THV PM, bedrag per daadwerkelijke casus

      Professionele onafhankelijke clientondersteuning

      € 41.556

      Integrale vroeghulp

      PM, bedrag per daadwerkelijke casus

      Huiskamerprojecten voor senioren onder professionele begeleiding

      € 25.413

      Preventie van jeugdoverlast en jeugdcriminaliteit

      € 6.555

    • 2.2

      De gemeenteraad bepaalt jaarlijks het subsidieplafond in de begroting van het volgende jaar, hetgeen kan leiden tot aanpassing van de in deze bijlage genoemde bedragen.

    • 2.3

      Bij een tweejaarlijkse subsidie kan het subsidieplafond voor het tweede jaar verhoogd worden met het indexeringspercentage zoals genoemd in artikel 4.1.9 van deze regeling (het OVA-percentage zoals bekend op peildatum 01-07 van het lopende jaar).

  • 3.

    subsidieverdeling

    • 3.1

      Het college kent subsidie toe op basis van de volgende criteria:

      • a)

        Mate waarin de organisatie uitvoering geeft aan de beleidsdoelstellingen, met name de opgave “sterke sociale basis”: 45 %.

      • b)

        De volgende overige criteria: 45 %

        • -

          Strategisch partnerschap

        • -

          Bekendheid met en aanwezigheid in lokale netwerken

        • -

          Domeinoverstijgende samenwerking

        • -

          Duurzaamheid van de dienstverlening

        • -

          Inzetbaarheid en samenwerking op meer beleidsterreinen waar dat dienstbaar is aan de uitvoering van de beleidsdoelstellingen

        • -

          Objectiveerbare kwaliteit

      • c)

        Innoverend vermogen: 10 %