Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR758790
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR758790/1
Gedragscode bestuurlijke integriteit college van burgemeester en wethouders Zeewolde 2026
Geldend van 17-03-2026 t/m heden
Intitulé
Gedragscode bestuurlijke integriteit college van burgemeester en wethouders Zeewolde 2026De raad van de gemeente Zeewolde,
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 20 januari 2026;
gelezen het bepaalde in artikel 41c en 69 van de Gemeentewet
Besluit
vast te stellen de navolgende Gedragscode bestuurlijke integriteit college van burgemeester en wethouders Zeewolde 2026, met bijlagen,
Inleiding
In Nederland worden met enige regelmaat bedenkingen geuit over de integriteit van de politiek. Wethouders worden bevraagd over hun declaratiegedrag, raadsleden over vriendjespolitiek, leden van de Tweede Kamer en Commissarissen van de Koning over nevenfuncties en de inkomsten die zij daaruit genereren. Incidenten die politieke ambtsdragers betreffen halen de dag- en weekbladen. Opiniemakers uiten hun zorgen en oordelen.
Intussen kent de Nederlandse politiek een hoog niveau van integriteit. Vergeleken met hun collega's in andere landen begaan politieke ambtsdragers in Nederland weinig schendingen. Dit is het geval, hoewel politici aan veel verleidingen blootstaan en zich veel kansen aan hen voordoen om op die verleidingen in te gaan. Omkoping (corruptie) hebben we zo goed als uitgebannen.
Het grootste risico van de ongerustheid en de reactie op de incidenten die zich voordoen, is dat de geloofwaardigheid van de politiek blijvende schade oploopt. Daarnaast valt niet uit te sluiten dat er onder druk van de gealarmeerde publieke opinie ondoordachte en dus onverstandige maatregelen worden getroffen – maatregelen die beogen om de geloofwaardigheid van de politiek te versterken, maar juist het tegendeel veroorzaken. Het gevaar bestaat dat individuele politieke ambtsdragers hiervan slachtoffer worden, dat er bij het sanctioneren geen verschil meer wordt gemaakt tussen een lichte overtreding en een ernstige schending en dat enkel en alleen al de verdenking het einde van een politieke carrière kan betekenen.
Doel van deze gedragscode
Deze code wil duidelijkheid geven over wat de wet vraagt van collegeleden. De gedragscode heeft als doel de politieke ambtsdragers weerbaarder te maken in de huidige politieke context. Dit doet de code in eerste instantie door in heldere taal duidelijkheid te geven over wat de wet van hen verlangt, zodat collegeleden beschermd zijn tegen onnodige misstappen. De code biedt daarmee basis voor het onderlinge gesprek over integriteit. Integriteit kent uiteindelijk pas betekenis door handelen. De gedragscode biedt bovendien een basis om op zorgvuldige wijze op te kunnen treden tegen (mogelijke) schendingen. Het stelt namelijk de voorwaarden vast waaraan het handelen van politieke ambtsdragers minimaal moet voldoen. Een schending van de gedragscode is een schending van de zuiverheid van de politieke en bestuurlijke besluitvorming.
Op vier plekken is de code strenger dan de wet:
- •
deze code verplicht collegeleden ertoe niet alleen belangenverstrengeling en corruptie te voorkomen, maar ook de schijn daarvan tegen te gaan waar dat kan;
- •
deze code draagt collegeleden op hun financiële belangen bekend te maken;
- •
deze code hanteert een ‘nee, tenzij’-beleid voor van het aannemen van geschenken;
- •
deze code onderstreept het belang van onderlinge omgangsvormen, mede met het oog op de kwaliteit van en het vertrouwen in het lokaal bestuur.
In de bijlagen vindt u specifieke verwijzingen naar alle relevante wetsartikelen. 1
Begrippen
Het gemeentebestuur bestaat uit raad, college en burgemeester. Dit zijn de drie bestuursorganen. In de raad ligt het accent op het maken van politieke keuzes, het college is belast met het dagelijks bestuur. De burgemeester is voorzitter van beide vorenbedoelde bestuursorganen en heeft daarnaast een aantal eigen taken.
Voor elk van de drie bestuursorganen vraagt de wet een door de raad vast te stellen gedragscode. Voor Zeewolde zijn in het verleden twee aparte codes opgesteld, die vanuit eenzelfde perspectief zijn geschreven.
De voorliggende gedragscode is bestemd voor de collegeleden van de gemeente Zeewolde, daaronder wordt verstaan de burgemeester en de wethouders. Waar in deze gedragscode wordt gesproken over “collegeleden”, wordt ook de burgemeester als bestuursorgaan bedoeld.
Een complete code in heldere taal is van grote betekenis voor zowel zorgvuldige naleving van de regels als de handhaving ervan. De code heeft, met andere woorden, zowel een preventieve als een repressieve functie.
Deze gedragscode heeft een aantal basale kenmerken. De gedragscode:
- •
ontlast de morele oordeelsvorming van individuen;
- •
stelt de norm;
- •
definieert specifieke handelingen als schendingen;
- •
maakt zorgvuldig optreden tegen schendingen mogelijk.
Afspraken over hoe te handelen in geval van een vermoeden van een schending van de regels uit deze gedragscode zijn separaat vastgelegd in het protocol Procesafspraken over de handhaving van de integriteit van het gemeentebestuur.
Paragraaf 1. Regels rond (schijn van) belangenverstrengeling
Artikel 1
Een collegelid mag zijn invloed en stem niet gebruiken om een persoonlijk belang veilig te stellen of het belang van een ander of van een organisatie waarbij een collegelid een persoonlijke betrokkenheid heeft.
Artikel 1.1
Een collegelid moet actief en uit zichzelf (de schijn van) belangenverstrengeling tegengaan.
Artikel 1.2
Een collegelid onthoudt zich alleen van deelname aan de beraadslaging en de stemming als er sprake is van een beslissing waarbij belangenverstrengeling kan optreden. Het gaat dan om kwesties waarbij hij zelf een persoonlijk belang heeft of om kwesties waarbij het gaat om een belang van een individu of organisatie waarbij het collegelid een substantiële betrokkenheid heeft.
Artikel 1.3
Een collegelid onthoudt zich bij beslissingen waarbij belangenverstrengeling kan optreden niet alleen van stemming (zie artikel 1.2) maar ook van beïnvloeding van de besluitvorming gedurende het hele besluitvormingsproces
Artikel 1.4
Een collegelid mag bepaalde in de Gemeentewet opgesomde functies niet uitoefenen en bepaalde in de Gemeentewet genoemde overeenkomsten en handelingen niet aangaan.
Artikel 1.5
Een college vervult geen nevenfuncties waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van zijn functie. Een voornemen tot aanvaarding van een betaalde of onbetaalde nevenfunctie maakt hij kenbaar aan de raad. Indien de raad van oordeel is dat de uitoefening van de betreffende functie onverenigbaar is met zijn functie, laat de raad dit binnen 8 weken na het melden van het voornemen aan het collegelid weten.
Artikel 1.5a
Bij aanvaarding van de nevenfunctie maakt het collegelid deze openbaar. Als de wethouder niet in deeltijd werkt, maakt hij de inkomsten uit betaalde nevenfuncties ook openbaar.
Artikel 1.6
Collegeleden maken openbaar welke betaalde en onbetaalde functies zij vervullen naast het collegelidmaatschap.
Artikel 1.7
De gemeentesecretaris draagt zorgt voor een geactualiseerde openbare lijst met functies van collegeleden en de burgemeester met vermelding of de nevenfuncties al dan niet bezoldigd zijn. De gemeentesecretaris vermeldt deze functies openbaar op de website van de gemeente. Een collegelid meldt een wijziging in de nevenfuncties direct bij de gemeentesecretaris.
Artikel 1.8
Een collegelid doet er opgaaf van dat hij substantiële financiële belangen heeft – bijvoorbeeld in de vorm van aandelen, opties en derivaten – in ondernemingen waarmee de gemeente zaken doet of waarin de gemeente een belang heeft. Deze financiële belangen zijn openbaar en worden ter inzage gelegd. Ook een tussentijds ontstaan substantieel financieel belang dient opgegeven te worden.
Artikel 1.9
De gemeentesecretaris draagt zorg voor een geactualiseerde openbare lijst met gemelde financiële belangen van collegeleden.
Paragraaf 2. Regels rond (schijn van) corruptie
Artikel 2
Een collegelid mag zijn invloed en zijn stem niet laten kopen of beïnvloeden door geld, goederen of diensten die hem zijn gegeven of hem in het vooruitzicht zijn gesteld.
Artikel 2.1
Een collegelid moet actief en uit zichzelf (de schijn van) corruptie tegengaan.
Artikel 2.2
Een collegelid neemt geen geschenken aan die hem uit hoofde van of vanwege zijn functie worden aangeboden, tenzij:
- a.
het weigeren, teruggeven of terugsturen indruist tegen de gangbare fatsoensnormen, de gever zou kwetsen of bijzonder in verlegenheid zou brengen;
- b.
het weigeren, teruggeven of terugsturen om praktische redenen onwerkbaar is;
- c.
het gaat om een incidentele, kleine attentie (zoals een bloemetje of fles wijn) met een maximum bedrag van 50 euro, waarbij de schijn van beïnvloeding minimaal is.
Artikel 2.3
Als geschenken om een van de in artikel 2.2 genoemde redenen niet zijn geweigerd, teruggegeven of teruggestuurd, of om andere redenen toch in het bezit zijn van het collegelid, wordt dit gemeld aan de gemeentesecretaris, tenzij het gaat om het genoemde onder artikel 2.2 onder c. De geschenken worden dan alsnog teruggestuurd of ze worden eigendom van de gemeente. De gemeentesecretaris zorgt voor de registratie van giften en hun gemeentelijke bestemming.
Artikel 2.4
Een collegelid accepteert geen faciliteiten en diensten van anderen die hem uit hoofde van of vanwege zijn functie worden aangeboden, tenzij:
- a.
het weigeren ervan het werk als collegelid onmogelijk of onwerkbaar zou maken en
- b.
tegelijkertijd de schijn van omkoping of beïnvloeding minimaal is.
Artikel 2.5
Een collegelid gebruikt faciliteiten of diensten van anderen die uit hoofde of vanwege de functie worden aangeboden, niet voor privédoeleinden.
Artikel 2.6
Een collegelid accepteert uitnodigingen voor werkbezoeken, netwerkbijeenkomsten, lunches, diners en recepties die niet door de gemeente zijn georganiseerd en/of betaald alleen als:
- a.
dat behoort tot de uitoefening van het werk als collegelid en
- b.
de aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel (protocollaire taken, formele vertegenwoordiging van de gemeente, uitnodiging met beschreven doel omtrent de wenselijkheid van de aanwezigheid) en
- c.
tegelijkertijd de schijn van omkoping of beïnvloeding minimaal is.
Artikel 2.7
Een collegelid accepteert werkbezoeken waarbij reis- en verblijfkosten door anderen worden betaald alleen bij hoge uitzondering. Een dergelijke uitnodiging moet worden besproken in het college. De uitnodiging mag alleen worden geaccepteerd als het bezoek aantoonbaar van belang is voor de gemeente en de schijn van omkoping of beïnvloeding minimaal is. Van een dergelijk werkbezoek wordt verslag gedaan aan het college.
Paragraaf 3. Regels rond het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen
Artikel 3
Een collegelid houdt zich aan het beleid dat is vastgesteld voor het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen.
Paragraaf 4. Regels rond informatie
Artikel 4
De raad ziet erop toe dat het college van burgemeester en wethouders de raad goed informeert. Het college en de burgemeester verstrekken alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft, tenzij dit in strijd is met het openbaar belang. De raad, het college en de burgemeester kunnen geheimhouding opleggen overeenkomstig de wet.
Artikel 4.1
Een collegelid is open en transparant over zijn eigen beslissingen en zijn beweegredenen daarvoor. Hij handelt in overeenstemming met de Gemeentewet en de Wet open overheid.
Artikel 4.2
Een collegelid dat de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het geheime of vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behalve als de wet hem tot mededeling verplicht.
Artikel 4.3
Een collegelid maakt niet ten eigen bate of ten bate van een ander gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen informatie.
Artikel 4.4
Een collegelid gaat zorgvuldig om met mondelinge en schriftelijke informatie die hij ontvangt. Hij maakt die niet openbaar noch geeft hij die door aan anderen zonder instemming van de afzender, tenzij het informatie is die breder is verspreid. Bij twijfel over de bedoeling van de afzender informeert hij hier eerst naar.
Artikel 4.5
Wanneer een collegelid aftreedt, geeft hij alle informatie, welke niet al reeds openbaar is, over de gemeente Zeewolde waarover hij beschikt, op papier dan wel in digitale vorm, terug aan de gemeente of vernietigt deze zo spoedig mogelijk.
Paragraaf 5. Regels rond de onderlinge omgang en de gang van zaken tijdens de vergaderingen
Artikel 5
Politieke ambtsdragers gaan respectvol met elkaar en met ambtenaren om, zijn open en eerlijk en bevorderen het debat op basis van feiten.
Artikel 5.1
Collegeleden houden zich tijdens vergaderingen en bijeenkomsten aan het “Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeewolde houdende regels omtrent de vergaderingen en andere werkzaamheden van het college”, dan wel een opvolgend besluit van deze regeling. Aanwijzingen van de voorzitter volgen zij op.
Artikel 5.2
Collegeleden onthouden zich in het openbaar, dus ook in commissie-, raadsvergaderingen en raadsinformatiebijeenkomsten van negatieve uitlatingen over gemeenteambtenaren.
Artikel 5.3
Collegeleden bejegenen elkaar, bestuurders, de griffie(r), gemeenteraadsleden en andere ambtenaren op correcte wijze in woord, gebaar en geschrift. Ook in de media en op sociale media vallen zij elkaar niet persoonlijk aan.
Artikel 5.4
Collegeleden twijfelen niet in het openbaar in de raad, de media of op sociale media aan elkaars integriteit of aan de integriteit van een andere bestuurder. Zij erkennen en bevestigen elkaar proactief in hun ambt als bestuurder, die in zijn handelen het algemeen belang nastreeft en de rechten van individuen beschermt.
Artikel 5.5
Collegeleden zijn zich ervan bewust dat ze als bestuurder de gemeente vertegenwoordigen en in het openbaar niet de eigen/persoonlijke mening bekendmaken, maar de besluiten van het bestuur uitdragen.
Artikel 5.6
Bij onenigheid in de onderlinge omgang of de gang van zaken tijdens vergaderingen gaan collegeleden, mogelijk onder begeleiding, onderling het gesprek aan met elkaar.
Artikel 5.7
Voor het gebruik van social media gelden drie uitgangspunten:
- a.
collegeleden behandelen elkaar en andere collega’s respectvol;
- b.
informatie, die vertrouwelijk of geheim is of waarbij men kan vermoeden dat openbaarmaking schade toebrengt aan de gemeente, wordt niet gepubliceerd;
- c.
er worden geen persoonlijke meningen geuit.
Paragraaf 6. Regels rond de vaststelling en de handhaving van de gedragscode
Artikel 6.1
Het college ziet erop toe dat deze gedragscode nageleefd wordt. De gemeentesecretaris ondersteunt het college hierbij.
Artikel 6.2
Minimaal één keer per bestuursperiode evalueert het college van B&W de gedragscodes van de wethouders en de burgemeester op actualiteit, functioneren en de mate waarin deze naar behoren worden nageleefd. De burgemeester betrekt de oogst van deze evaluatie in de periodieke evaluaties van alle gedragscodes met de raad.
Artikel 6.3
Indien een collegelid twijfelt aan een eigen handeling of die van een andere politieke ambtsdrager, volgt het collegelid de processtappen zoals vastgelegd in het Protocol Procesafspraken over de handhaving van de integriteit van het gemeentebestuur Zeewolde.
Artikel 6.4.
Onverminderd de voor ieder lid van het college geldende plicht aangifte te doen van strafbare feiten die bestaan in of gepaard gaan met schendingen van de ambtsplicht of onrechtmatige toepassing van bevoegdheden, spreken collegeleden elkaar aan op het gedrag.
Artikel 6.5
De raad ziet er tevens op toe dat deze gedragscode wordt nageleefd. De griffier ondersteunt de raad hierbij.
Paragraaf 7. Regels rond de inwerkingtreding en citeertitel
Artikel 7
Tegelijk met de inwerkingtreding van deze verordening wordt de “Gedragscode bestuurlijke integriteit college van burgemeester en wethouders gemeente Zeewolde 2022”, zoals vastgesteld door de raad in de openbare vergadering van 27 juni 2022, ingetrokken.
Artikel 7.1
Deze gedragscode treedt in werking op de dag na publicatie.
Artikel 7.2
Deze gedragscode wordt aangehaald als “Gedragscode Bestuurlijke Integriteit college van burgemeester en wethouders Zeewolde 2025”.
[Artikel 7.2 bevat een kennelijke verschrijving, hier wordt bedoeld: Deze gedragscode wordt aangehaald als “Gedragscode Bestuurlijke Integriteit college van burgemeester en wethouders Zeewolde 2026”.]
Ondertekening
Aldus besloten door de raad van de gemeente Zeewolde in de openbare vergadering van 26 februari 2026,
de griffier,
J. Kooij
de voorzitter,
A.M. Harmsma
Bijlage 1 Specifiek uitgesloten combinaties van functies
Artikel 36b van de Gemeentewet (wethouder)
- 1.
Een wethouder is niet tevens:
- a.
minister;
- b.
staatssecretaris;
- c.
lid van de Raad van State;
- d.
lid van de Algemene Rekenkamer;
- e.
Nationale ombudsman;
- f.
substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van deWet Nationale ombudsman;
- g.
commissaris van de Koning;
- h.
gedeputeerde;
- i.
secretaris van de provincie;
- j.
griffier van de provincie;
- k.
lid van de rekenkamer van de provincie waarin de gemeente waar hij wethouder is, is gelegen;
- l.
lid van de raad van een gemeente;
- m.
burgemeester;
- n.
lid van de rekenkamer;
- o.
ombudsman of lid van de ombudscommissie als bedoeld in artikel 81p, eerste lid;
- p.
ambtenaar, in dienst van die gemeente of uit anderen hoofde aan het gemeentebestuur ondergeschikt;
- q.
ambtenaar, in dienst van de Staat of de provincie, tot wiens taak behoort het verrichten van werkzaamheden in het kader van het toezicht op de gemeente;
- r.
functionaris die krachtens de wet of een algemene maatregel van bestuur het gemeentebestuur van advies dient.
- a.
- 2.
In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder l, kan een wethouder tevens lid zijn van de raad van de gemeente waar hij wethouder is gedurende het tijdvak dat:
- a.
aanvangt op de dag van de stemming voor de verkiezing van de leden van de raad en eindigt op het tijdstip waarop de wethouders ingevolge artikel 42, eerste lid, aftreden, of
- b.
aanvangt op het tijdstip van zijn benoeming tot wethouder en eindigt op het tijdstip waarop de goedkeuring van de geloofsbrief van zijn opvolger als lid van de raad onherroepelijk is geworden of waarop het centraal stembureau heeft beslist dat geen opvolger kan worden benoemd. Hij wordt geacht ontslag te nemen als lid van de raad met ingang van het tijdstip waarop hij zijn benoeming tot wethouder aanvaardt. Artikel X 6 van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing.
- a.
- 3.
In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder p, kan een wethouder tevens zijn:
- a.
ambtenaar van de burgerlijke stand;
- b.
vrijwilliger of ander persoon die uit hoofde van een wettelijke verplichting niet bij wijze van beroep hulpdiensten verricht.
- a.
Artikel 68 van de Gemeentewet (burgemeester)
- 1.
De burgemeester is niet tevens:
- a.
minister;
- b.
staatssecretaris;
- c.
lid van de Raad van State;
- d.
lid van de Algemene Rekenkamer;
- e.
Nationale ombudsman;
- f.
substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman;
- g.
commissaris van de Koning;
- h.
gedeputeerde;
- i.
secretaris van de provincie;
- j.
griffier van de provincie;
- k.
lid van de rekenkamer van de provincie waarin de gemeente waar hij burgemeester is, is gelegen;
- l.
lid van een raad;
- m.
wethouder;
- n.
lid van de rekenkamer;
- o.
ombudsman of lid van de ombudscommissie als bedoeld in artikel 81p, eerste lid;
- p.
ambtenaar of ambtenaar van politie, in dienst van die gemeente of uit anderen hoofde daaraan ondergeschikt;
- q.
ambtenaar, in dienst van de Staat of de provincie, tot wiens taak behoort het verrichten van werkzaamheden in het kader van het toezicht op de gemeente;
- r.
functionaris die krachtens de wet of een algemene maatregel van bestuur het gemeentebestuur van advies dient.
- a.
- 2.
In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder p, kan een burgemeester tevens ambtenaar van de burgerlijke stand zijn.
Bijlage 2 Specifiek verboden overeenkomsten/handelingen
Artikel 15 van de Gemeentewet
- 1.
Een lid van de raad mag niet:
- a.
als advocaat of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de gemeente of het gemeentebestuur dan wel ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur;
- b.
als gemachtigde in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur;
- c.
als vertegenwoordiger of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het met de gemeente aangaan van:
- 1e.
overeenkomsten als bedoeld in onderdeel d;
- 2e.
overeenkomsten tot het leveren van onroerende zaken aan de gemeente;
- 1e.
- d.
rechtstreeks of middellijk een overeenkomst aangaan betreffende:
- 1e.
het aannemen van werk ten behoeve van de gemeente;
- 2e.
het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de gemeente;
- 3e.
het leveren van roerende zaken anders dan om niet aan de gemeente;
- 4e.
het verhuren van roerende zaken aan de gemeente;
- 5e.
het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van de gemeente;
- 6e.
het van de gemeente onderhands verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen;
- 7e.
het onderhands huren of pachten van de gemeente.
- 1e.
- a.
- 2.
Van het eerste lid, aanhef en onder d, kunnen gedeputeerde staten ontheffing verlenen.
- 3.
De raad stelt voor zijn leden een gedragscode vast.
Artikel 41c van de Gemeentewet
- 1.
Artikel 15, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de wethouders.
- 2.
De raad stelt voor de wethouders een gedragscode vast.
Artikel 69 van de Gemeentewet
- 1.
Artikel 15, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de burgemeester met dien verstande dat de ontheffing, bedoeld in het tweede lid van dat artikel, wordt verleend door de commissaris van de Koning.
- 2.
De raad stelt voor de burgemeester een gedragscode vast.
Bijlage 3 Enkele formele sancties
Artikel 46 van de Gemeentewet
- 1.
Indien degene wiens benoeming tot wethouder is ingegaan, een functie bekleedt als bedoeld in artikel 36b, eerste lid, en het tweede of derde lid van dat artikel niet van toepassing zijn, draagt hij er onverwijld zorg voor dat hij uit die functie wordt ontheven.
- 2.
De raad verleent hem ontslag indien hij dit nalaat.
- 3.
Het ontslag gaat in terstond na de bekendmaking van het ontslagbesluit
- 4.
In het geval, bedoeld in het tweede lid, is artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
Artikel 47 van de Gemeentewet
- 1.
Indien een wethouder niet langer voldoet aan de vereisten voor het wethouderschap, bedoeld in artikel 36a, eerste en tweede lid, of een functie gaat bekleden als bedoeld in artikel 36b, eerste lid, en het tweede of derde lid van dat artikel niet van toepassing zijn, neemt hij onmiddellijk ontslag. Hij doet hiervan schriftelijk mededeling aan de raad.
- 2.
Artikel 46, tweede, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 49 van de Gemeentewet
Indien een uitspraak van de raad inhoudende de opzegging van zijn vertrouwen in een wethouder er niet toe leidt dat de betrokken wethouder onmiddellijk ontslag neemt, kan de raad besluiten tot ontslag. Op het ontslagbesluit is artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
Artikel 61b, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet
- 1.
De burgemeester kan te allen tijde bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister worden ontslagen.
- 2.
Indien sprake is van een verstoorde verhouding tussen de burgemeester en de raad, kan de raad, door tussenkomst van de commissaris van de Koning, een aanbeveling tot ontslag zenden aan Onze Minister.
Artikel 62 van de Gemeentewet
- 1.
De burgemeester kan bij koninklijk besluit worden geschorst.
- 2.
Onze Minister kan, in afwachting van een besluit omtrent schorsing, bepalen dat de burgemeester zijn functie niet uitoefent.
- 3.
Een besluit als bedoeld in het tweede lid vervalt, indien niet binnen een maand een besluit omtrent de schorsing is genomen.
Bijlage 4 Toelichting
Paragraaf 1
De wetgever heeft collegeleden op verschillende manieren bescherming geboden tegen de verleiding van belangenverstrengeling en tegen de schijn ervan. De bepalingen van de artikelen, genoemd in de bijlagen 1 en 2 zijn hier een voorbeeld van.
Toelichting bij artikel 1.2:
Bij de termen “persoonlijk belang” en “substantiële betrokkenheid”, gaat het in ieder geval om kwesties waarbij een familielid tot en met de tweede graad betrokken is, dan wel een naaste vriend(in). Vanzelfsprekend valt een vaste levenspartner hier ook onder.
Paragraaf 2
Toelichting bij artikel 2 en 2.1:
Artikel 2 geeft een definitie van corruptie voor collegeleden Ging het bij belangenverstrengeling nog om het onterecht laten meewegen van een persoonlijk belang bij de besluitvorming, bij corruptie gaat het om omkoping van een politieke ambtsdrager. Belangenverstrengeling is niet in het wetboek van strafrecht opgenomen, corruptie is dat wel. In de artikelen 2.1 t/m 2.7 zijn regels opgenomen om de politieke ambtsdrager te helpen om de (schijn van) corruptie te voorkomen. De ambtseed is hierbij ondersteunend.
Toelichting bij artikel 2.2-2.3:
Geschenken zijn een sluiproute naar corruptie. Ze kunnen worden gebruikt om de besluitvorming te beïnvloeden. Ze kunnen corrumperen of de aanloop daartoe vormen. Ze kunnen daarnaast ook de schijn opwekken. Artikel 2.2 is geformuleerd als een ‘nee, tenzij’-regel; een collegelid neemt dus geen geschenken aan, tenzij er goede redenen zijn om hiervan af te wijken. De afwijkingen dienen vervolgens bekend gemaakt te worden bij de gemeentesecretaris, die bepaalt welke vervolgstappen nodig zijn.
Toelichting bij artikel 2.4-2.5:
Het accepteren van faciliteiten of diensten van anderen kan een afhankelijkheid of dankbaarheid creëren die de zuiverheid van het besluitvormingsproces kan aantasten. Ook met het aannemen van faciliteiten en diensten kan een collegelid gecorrumpeerd raken. Het kan daarnaast ook de schijn van corruptie wekken.
Toelichting bij artikel 2.6:
Werkbezoeken zijn bedoeld om een collegelid in de gelegenheid te stellen zich inhoudelijk te informeren en noodzakelijke contacten te leggen en onderhouden binnen en buiten de gemeente. De verplichting om actief het ontstaan van de schijn van corruptie tegen te gaan, betekent dat lunchen, dineren of naar recepties gaan op kosten van anderen waar mogelijk moet worden vermeden, tenzij de redenen van artikel 2.6 van de gedragscode van toepassing zijn.
Toelichting bij artikel 2.7:
Wat voor lunches en diners geldt, geldt nog sterker voor reizen en overnachten op kosten van derden. Dat wordt in de regel met grote argwaan bekeken. Het is beter in deze gevallen alle schijn te vermijden.
Paragraaf 3
Collegeleden krijgen voor hun werk de beschikking over een aantal faciliteiten en over financiële middelen van de gemeente. Het gebruik hiervan voor privé- of partijdoeleinden is niet toegestaan.
Paragraaf 4
Het handelen van de overheid, wetten, verordeningen en beleid hebben grote invloed op het leven van burgers. Daaruit volgt dat de burger er recht op heeft over het overheidshandelen goed geïnformeerd te worden. De burger heeft er ook recht op de onderliggende redeneringen en afwegingen te kennen en te weten wie welke positie heeft ingenomen. Dit alles bij elkaar opgeteld schept een verplichting voor het ambtenarenapparaat, het college en de raad om de burger nauwkeurig en op tijd op de hoogte te brengen van wat er wordt besproken, besloten en uitgevoerd.
Dit neemt niet weg dat het ook voorkomt dat informatie rond overheidshandelen niet bekend en verspreid mag worden. Het gaat dan altijd om gevallen waarin het openbaar maken zou leiden tot het schenden van rechten van burgers, tot het onterecht toebrengen van schade aan burgers en/of tot het onterecht toebrengen van schade aan collectieve belangen. Het college dient zeer prudent om te gaan met het geheim verklaren van stukken. En de raad moet hierop toezien. Het formele etiket ‘geheim’ heeft een expliciete betekenis – ook in strafrechtelijke zin – en moet niet vervangen worden door ‘vertrouwelijk’.2
Een ander aandachtspunt betreft de wijze waarop collegeleden omgaan met niet geheim verklaarde informatie waarover zij wel, maar burgers niet beschikken omdat deze informatie (nog) niet publiek is. Het gaat dan bijvoorbeeld over informatie die in een besloten vergadering is besproken.
De geheimhoudingsplicht op grond van artikel 2:5 Algemene Wet Bestuursrecht3 is van toepassing op iedereen die betrokken is bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en is bedoeld voor veel meer personen dan alleen de personen die deel uitmaken van het gemeentebestuur. Er ontstaat een geheimhoudingsplicht doordat de persoon die beschikking heeft over bepaalde gegevens het vertrouwelijke karakter daarvan kent of redelijkerwijs moet vermoeden.
Personen die in het verleden een ambt vervulde, zoals onder andere collegeleden, en daardoor de beschikking hadden tot geheime informatie, zijn verbonden aan artikel 272 Wetboek van Strafrecht4 . Voor strafbaarstelling is opzet vereist (willens en wetens geheime/vertrouwelijke informatie naar buiten lekken).
Collegeleden zorgen ervoor dat zij dergelijke informatie niet gebruiken in hun eigen voordeel of in het voordeel van personen of organisaties met wie zij verbonden zijn.
Gezien het belang van de gemeente dat sommige informatie niet op straat moet komen te liggen wordt er gevraagd bij aftreden de (digitale) stukken terug te geven of te vernietigen. Het gaat specifiek om stukken waarop geheimhouding is opgelegd en andere vertrouwelijke stukken waar naar hun aard prudent mee omgegaan moet worden en niet om stukken die via de geëigende kanalen (ter inzagelegging op het gemeentehuis, publicatie op de website van de gemeente) voor een ieder beschikbaar zijn.
Een laatste opmerking betreft het informatierecht van de raad. Het college verstrekt de raad alle inlichtingen die hij nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Daarnaast geeft het college de raad mondeling of schriftelijk alle door een of meer leden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang. Als grens aan het verstrekken van inlichtingen aan de raad geldt dat het moet gaan om informatie die noodzakelijk is voor het uitoefenen van zijn taak.
Paragraaf 5
Elk raadslid, elke bestuurder en elke ambtenaar is een medemens en medeburger. Op basis daarvan verdient ieder raadslid, iedere bestuurder en iedere ambtenaar een correcte bejegening. Een respectvolle omgang met elkaar maakt het daarnaast beter mogelijk met elkaar tot een werkelijke beraadslaging te komen. Dat is wezenlijk voor een zorgvuldige besluitvorming. Bovendien is de manier waarop het college en de raad met elkaar omgaan van invloed op de geloofwaardigheid van de politiek.
Hoofdstuk 6
De Gemeentewet schrijft voor dat de raad voor alle bestuursorganen in de gemeente een gedragscode vaststelt. In Zeewolde is afgesproken dat het college van B&W de codes (voor de burgemeester en voor de wethouders) parafeert.
Het is raadzaam om op gezette tijden de tekst van de gedragscodes van Zeewolde tegen het licht te houden: voldoen de formuleringen nog? Over welke onderwerpen worden de meeste vragen gesteld? Zijn de praktijkvoorbeelden voldoende herkenbaar? Is er behoefte aan een themabijeenkomst of andere vormen van gesprek? Op die manier blijft de gedragscode een levend document.
Belangrijk is dat erop wordt toegezien dat de gedragscodes daadwerkelijk worden nageleefd. Hierin zijn immers de regels voor politieke ambtsdragers opgenomen die zijn gebaseerd op de wet. Ze leggen de voorwaarden vast waaraan het handelen van politieke ambtsdragers minimaal moet voldoen. Als politieke ambtsdragers zich niet aan deze regels houden, komen zij daarmee als het ware onder het morele minimum dat zij met elkaar hebben afgesproken. Een schending van de gedragscode is een schending van de integriteit van de politiek.
Het toezien op de naleving van de gedragscodes is niet alleen een verantwoordelijkheid van de raad, maar een gedeelde verantwoordelijkheid van alle betrokkenen. Bijzondere rollen zijn weggelegd voor onder meer de burgemeester als voorzitter van college en raad, de fractievoorzitters, de raadsgriffier en de partij- c.q. afdelingsbesturen.
In het Protocol procesafspraken integriteit Zeewolde 2022 zijn de stappen vastgelegd die gevolgd kunnen worden in geval er sprake is van een vermoeden van een integriteitschending. In de handhaving van de gedragscode zijn verschillende fasen te onderscheiden:
- •
het bespreken van lastige integriteitkwesties;
- •
het signaleren van vermoedens van schendingen van de gedragscode;
- •
het eventueel onderzoeken van vermoedens van schendingen van de gedragscode;
- •
het eventueel sanctioneren van schendingen van de gedragscode.
In iedere fase is het van belang om (1) onpartijdig, (2) terughoudend met publiciteit en (3) zorgvuldig te zijn. Alleen dan kan een rechtvaardige handhaving worden gegarandeerd. Indien is komen vast te staan dat een politieke ambtsdrager een regel van de gedragscode heeft overtreden, kan dit tot een sanctie leiden. Deze sanctie dient proportioneel te zijn. Bij het bepalen ervan spelen de aard van de schending en de context waarbinnen de schending heeft plaatsgevonden een belangrijke rol.
Noot
1Deze code is gebaseerd op de wetgeving en regelgeving die gelden op 31 maart 2022. Wijzigingen in wet- en regelgeving kunnen gevolgen hebben voor de gedragscode. Wetgeving is altijd leidend
Noot
2In de ‘circulaire geheimhoudingsregeling’ d.d. 29 april 2016 (kenmerk 2016-0000092386) schrijft de minister van BZK: ‘Omdat het niet op voorhand duidelijk is of het delen van informatie die als ‘vertrouwelijk’ is aangemerkt ook strafrechtelijk consequenties kan hebben, is het voor de onderhavige bestuurlijke praktijk aangewezen de term ‘vertrouwelijk’ niet te gebruiken maar slechts de term ‘geheim’
Noot
3Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit
Noot
4Hij die enig geheim waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat hij uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift dan wel van vroeger ambt of beroep verplicht is het te bewaren, opzettelijk schendt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl