Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR758773
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR758773/1
Verordening Burgerparticipatie Lansingerland 2026
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 01-07-2026
Intitulé
Verordening Burgerparticipatie Lansingerland 2026De gemeenteraad van de gemeente Lansingerland;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders (BR2500083) van 26 februari 2026;
gelet op de artikelen 149 en 150 van de Gemeentewet, de artikelen 3.1, 2.4 en 3.4 van de Omgevingswet en de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit;
gezien het advies van de commissie Algemeen Bestuur;
overwegende dat het wenselijk is de lokale democratie te versterken en uitvoering te geven aan de Motie ‘Right to Challenge’ (M2015-003).
Besluit vast te stellen de volgende verordening:
Verordening Burgerparticipatie Lansingerland 2026
Hoofdstuk 1 - Inleidende bepalingen
Artikel 1. Definities
Deze verordening verstaat onder:
- –
beleid: gedragslijn, project, programma of plan van de gemeente om een bepaald doel te realiseren;
- –
bestuursorgaan: het bestuursorgaan dat bevoegd is. Afhankelijk van de inhoud van het beleid of de taak is dat de gemeenteraad, het college of de burgemeester;
- –
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lansingerland;
- –
inspraak: de mogelijkheid die een bestuursorgaan inwoners en belanghebbenden biedt om hun mening te geven als bedoeld in artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet;
- –
inwoners: ingezetenen als bedoeld in artikel 2 van de Gemeentewet;
- –
burgerparticipatie: op initiatief van de gemeente betrekken van inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid;
- –
maatschappelijke partijen: verenigingen, stichtingen, buurtcomités en andere organisaties die een collectief vormen en tot doel hebben een actieve bijdrage te leveren aan de samenleving binnen de gemeente;
- –
ondernemers: bedrijven en instellingen die statutair binnen de gemeente zijn gevestigd of binnen de gemeente hun activiteiten verrichten;
- –
burgerinitiatief: inwoners of maatschappelijke partijen komen zelf in actie voor iets dat zij de moeite waard vinden voor (een deel van) de gemeente als gemeenschap en nodigen anderen uit om met hen mee te doen. De gemeente kan één van de genodigden zijn.
- –
uitdaagrecht: het recht van inwoners en maatschappelijke partijen om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen als bedoeld in artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet.
Artikel 2. Doelstelling
-
1. De gemeente wil met deze verordening:
- a.
De lokale democratie versterken, zodat iedereen, niemand uitgezonderd, kan meedoen en van invloed kan zijn, ook tussen gemeenteraadsverkiezingen in.
- b.
Bijdragen aan de democratische gezindheid in de gemeente, waarbij iedereen zich realiseert dat er verschillende perspectieven op de zaak zijn en dat we rekening met elkaar hebben te houden.
- c.
Onderstrepen open te staan voor samenwerking met inwoners en maatschappelijke partijen die verantwoordelijkheid willen dragen voor de uitvoering van een publieke dienst of taak.
- a.
Artikel 3. Reikwijdte
-
1. Iedere overheidsorganisatie is verantwoordelijk voor burgerparticipatie ten aanzien van haar eigen taken en beleid.
-
2. In principe vindt er burgerparticipatie plaats, maar elk bestuursorgaan van de gemeente maakt zelfstandig een afweging ten aanzien van zijn eigen beleid of burgerparticipatie plaatsvindt en ten aanzien van zijn eigen taken of om toepassing van het uitdaagrecht kan worden verzocht.
-
3. Het bestuursorgaan past bij burgerparticipatie bij het vaststellen of wijzigen van de omgevings-visie als bedoeld in artikel 3.1 van de Omgevingswet, het omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet of een programma als bedoeld in artikel 3.4 van de Omgevingswet, ook zoveel mogelijk deze verordening toe. Daarbij neemt het bestuursorgaan de motiverings-plicht als bedoeld in de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit in acht.
-
4. Er vindt geen burgerparticipatie of toepassing van het uitdaagrecht plaats als:
- a.
De uitkomst van de burgerparticipatie of de toepassing van het uitdaagrecht vanwege de spoedeisendheid niet kan worden afgewacht;
- b.
De verantwoordelijkheid van het betrokken bestuursorgaan voor kwetsbare groepen in de samenleving zwaarder moet wegen.
- a.
Hoofdstuk 2 – Burgerparticipatie
Artikel 4. Participatieplan
-
1. Het bestuursorgaan stelt een participatieplan op voorafgaand aan de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid en maakt het plan openbaar. De Visie Burgerparticipatie Lansingerland – Samen besturen (2023), die door de gemeenteraad is vastgesteld, vormt de basis voor het participatieplan. In het plan staan het proces en de planning van de burgerparticipatie.
-
2. Het participatieplan bevat in elk geval:
- a.
een omschrijving van het beleid dat wordt voorbereid, uitgevoerd of geëvalueerd;
- b.
de aanleiding en doelstelling van de burgerparticipatie;
- c.
de vragen die centraal staan;
- d.
de kaders en randvoorwaarden die gelden;
- e.
wie – in termen van rollen - worden uitgenodigd om mee te doen aan het proces;
- f.
de vormgeving en planning van het participatieproces;
- g.
de communicatiemiddelen die worden ingezet;
- h.
een omschrijving van het bestuurlijk-politieke (besluitvorming)proces.
- a.
-
3. Als het college de besluitvorming over beleid voor de gemeenteraad voorbereidt, stelt het college het participatieplan op en informeert de gemeenteraad over de inhoud.
Artikel 5. Inspraak
Als een bestuursorgaan in het kader van de burgerparticipatie voor inspraak kiest of als inspraak wettelijk is verplicht, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, tenzij het bestuursorgaan een ander proces vaststelt.
Artikel 6. Verantwoordingsdocument
-
1. Nadat burgerparticipatie heeft plaatsgevonden, stelt het bestuursorgaan een eindverslag van de burgerparticipatie op en maakt dit verslag openbaar.
-
2. Het eindverslag bevat in elk geval:
- a.
een beschrijving van het proces dat is gevolgd;
- b.
wie – in termen van rollen – deelnamen en hun verschillende belangen en standpunten;
- c.
een onderbouwing van wat is gedaan met de verschillende inbreng;
- d.
een evaluatie van het proces in termen van geleerde lessen.
- a.
-
3. Als het college op grond van artikel 4, derde lid het participatieplan heeft opgesteld, maakt het college ook het verantwoordingsdocument en informeert de gemeenteraad over de inhoud.
Artikel 7. Experimenteerproject
-
1. Het college stelt tweejaarlijks een experimenteerproject vast om de ontwikkeling van participatie te bevorderen en informeert de gemeenteraad hierover.
-
2. Het projectvoorstel omvat:
- a.
een keuze van de te beproeven nieuwe vorm van participatie;
- b.
focus op de doelgroep jongeren, specifiek jongeren onder de 18 zonder stemrecht;
- c.
een overzicht van de benodigde middelen en capaciteit;
- d.
een overzicht van de toetsingscriteria voor de evaluatie na het experiment;
- e.
het projectvoorstel wordt opgesteld in samenwerking met jeugd- en jongerenorganisaties in Lansingerland.
- a.
Hoofdstuk 3 – Uitdaagrecht
Artikel 8. Verzoek toepassing uitdaagrecht
-
1. Inwoners en maatschappelijke partijen kunnen bij het college een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht indienen.
-
2. Het verzoek bevat een omschrijving van de taak die de indiener voor ogen heeft, de reden dat de indiener het verzoek indient en het resultaat dat de indiener beoogt.
-
3. De indiener van het verzoek geeft bovendien in ieder geval aan:
- a.
wat de betrokkenheid, kennis en ervaring van de indiener met de taak is;
- b.
welke kosten of middelen er volgens de indiener aan de uitvoering van de taak verbonden zijn;
- c.
hoe de indiener de kwaliteit en de uitvoering van de taak wil waarborgen.
- a.
-
4. Het college kan naar aanleiding van het verzoek aanvullende informatie opvragen.
Artikel 9. Ondersteuning indiener verzoek toepassing uitdaagrecht
-
1. Het college zorgt voor ondersteuning van degene die een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht wil indienen of een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht heeft ingediend.
-
2. De ondersteuning bestaat uit het wegwijs maken in de politiek-bestuurlijk-ambtelijke verhoudingen, het toelichten van de regels en procedures, en het maken van afspraken.
Artikel 10. Beoordeling verzoek toepassing uitdaagrecht
-
1. Het college stuurt een ingediend verzoek door aan het bestuursorgaan dat bevoegd is om op het verzoek te reageren en informeert de indiener hierover.
-
2. Als de gemeenteraad op het verzoek om toepassing van het uitdaagrecht moet reageren, bereidt het college de reactie op het verzoek voor en maakt een raadsvoorstel.
-
3. Onverminderd artikel 3, vierde lid, wijst het bestuursorgaan een verzoek af als:
- a.
het verzoek is gericht op een taak waarvan de aard zich tegen toepassing van het uitdaagrecht verzet;
- b.
het verzoek in strijd is met de samenlevingsvisie of de omgevingsvisie.
- a.
-
4. Het bestuursorgaan kan een verzoek afwijzen als:
- a.
het bestuursorgaan van oordeel is dat de taak met de toepassing van het uitdaagrecht niet beter wordt uitgevoerd of de kosten hoger zijn;
- b.
als de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde als bedoeld in paragraaf 2.1.1.1 van de Aanbestedingswet 2012 uitkomt.
- a.
-
5. Het bestuursorgaan reageert binnen acht weken op het verzoek. Het bestuursorgaan kan deze termijn met vier weken verdagen.
-
6. Het bestuursorgaan onderbouwt de reactie op het verzoek en maakt de reactie en de onderbouwing openbaar.
Artikel 11. Uitvoering taak
-
1. Als het bestuursorgaan het verzoek om toepassing van het uitdaagrecht toewijst, maakt het met de indiener afspraken over:
- a.
het proces, het resultaat en de looptijd van de uitvoering van de taak;
- b.
het budget en de financieringswijze van de uitvoering van de taak;
- c.
het contact met het bestuursorgaan en de ondersteuning door het bestuursorgaan gedurende de uitvoering van de taak;
- d.
de stappen bij het niet nakomen van de gemaakte afspraken en het tussentijds beëindigen van de uitvoering van de taak; en
- e.
de evaluatie van de uitvoering van de taak.
- a.
Hoofdstuk 4 – Burgerinitiatieven
Artikel 12. Verzoek aan gemeente om deelname aan burgerinitiatief
-
1. Inwoners en maatschappelijke organisaties die een activiteit willen organiseren, kunnen het college om advies vragen bij:
- a.
het formuleren van het initiatief en de uitnodiging aan anderen om mee te doen en/of
- b.
het proces om het initiatief verder te brengen en uit te laten groeien tot een succes.
- a.
-
2. De uitnodiging aan de gemeente voor deelname aan het initiatief bevat in ieder geval een omschrijving van het initiatief en de soort(en) bijdrage(n) die de initiatiefnemer vraagt van de gemeente en een onderbouwing van dit verzoek.
-
3. Een uitnodiging aan de gemeente voor deelname aan een burgerinitiatief kan worden ingediend bij het college.
-
4. Het college stuurt de uitnodiging door naar het bestuursorgaan waarvoor deze is bedoeld en informeert de initiatiefnemer hierover.
-
5. Wanneer de uitnodiging is bedoeld voor de burgemeester of het college dan wordt binnen vier weken op de uitnodiging gereageerd met een argumentatie waar wel en/of niet aan kan worden bijgedragen. De gemeenteraad heeft 12 weken nodig om te reageren. Het college verzorgt de voorbereiding van deze reactie.
Hoofdstuk 5 - Slotbepalingen
Artikel 13. Burgerparticipatieparagraaf
-
1. Het college neemt elk jaar een paragraaf in de begroting op waarin de speerpunten voor burgerparticipatie in het komend jaar worden benoemd.
-
2. Het college neemt elk jaar een paragraaf in het jaarverslag op waarin het college verslag doet van de uitvoering van deze verordening.
Artikel 14. Nadere regels college
-
1. Het college kan over burgerparticipatie, het uitdaagrecht of burgerinitiatieven nadere regels vaststellen.
Artikel 15. Hardheidsclausule
-
1. Het bestuursorgaan kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening en onderbouwt dit.
Artikel 16. Intrekking oude verordening en overgangsrecht
-
1. De Verordening Inspraak en Interactieve beleidsvorming Lansingerland 2018 wordt ingetrokken.
-
2. De Verordening Inspraak en Interactieve beleidsvorming Lansingerland 2018 blijft van toepassing op beleid waarvoor ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening reeds een participatieprocedure op grond van die verordening was gestart.
Artikel 17. Inwerkingtreding en citeerregel
-
1. Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2026.
-
2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Burgerparticipatie Lansingerland, 2026.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 26 februari 2026.
De griffier,
Eveline Hamelink-van Rens
De voorzitter,
Rik van der Linden
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl