Beleidsplan voor- en vroegschoolse educatie vve 2026-2029 gemeente Tubbergen

Geldend van 17-03-2026 t/m heden

Intitulé

Beleidsplan voor- en vroegschoolse educatie vve 2026-2029 gemeente Tubbergen
  • 1.

    Het Beleidsplan voor- en vroegschoolse educatie vve 2026-2029 gemeente Tubbergen vast te stellen;

  • 2.

    Het Beleidsplan Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) Tubbergen uit 2020 in te trekken

Inleiding

De gemeente Tubbergen vindt het belangrijk dat alle kinderen de kans krijgen om zich te ontwikkelen, ongeacht hun achtergrond. Om ervoor te zorgen dat alle kinderen zoveel mogelijk met een gelijke beginsituatie starten, zet de gemeente voor- en vroegschoolse educatie (vve) in. Voor- en vroegschoolse educatie richt zich op stimulering van de brede ontwikkeling, met de focus op taalontwikkeling, voor kinderen van 2,5 tot 6 jaar. De gemeente is verantwoordelijk voor vve en voert hierop de regie. Maar daar heeft zij andere partijen uit het maatschappelijk middenveld bij nodig: kinderopvang, scholen en JGZ-GGD.

Het meest recente beleidsplan vve van de gemeente Tubbergen stamt uit 2020. Diverse lokale, regionale en landelijke ontwikkelingen maken het wenselijk het beleid te actualiseren, omdat deze ontwikkelingen invloed kunnen hebben op de lokale afspraken.

Het voorliggende beleidsplan is opgesteld in samenspraak met kinderdagverblijven, scholen en JGZ-GGD Twente.

Visie

Voor de ontwikkeling van een kind zijn de eerste zes jaar heel belangrijk. Het ene kind wil uitgedaagd worden door nieuwe dingen, een ander kind wil spelen. Er zijn ook kinderen die in hun ontwikkeling specifieke ondersteuning nodig hebben. Dan is het belangrijk dat een professional deze ondersteuning kan bieden, zoals met vve waarbij kinderen worden gestimuleerd in hun ontwikkeling. Door vve wil de gemeente voor kinderen een zoveel mogelijk gelijke start op de basisschool creëren.

De visie van de gemeente Tubbergen luidt dan ook:

“ De gemeente Tubbergen vindt het belangrijk dat kinderen zich zo goed mogelijk kunnen ontwikkelen en zoveel mogelijk starten met een gelijke beginsituatie. Hiervoor wordt vve-beleid ingezet, waarbij we rekening houden met ieders groeimogelijkheden. Professionals, ouders en kinderen werken vanuit respect en in openheid met elkaar samen en zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het opgroeien en de ontwikkeling van alle kinderen in onze gemeente. Voor de vve-kinderen en kinderen die een bijzondere onderwijs- of ontwikkelingsbehoefte hebben, wordt een warme overdracht gedaan van kinderopvang naar basisonderwijs.”

afbeelding binnen de regeling

Hoofdstuk 1 Wettelijk kader

In verband met voor- en vroegschoolse educatie zijn de volgende wetten van belang:

  • Wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie (Wet OKE)

  • Wet kinderopvang (Wko)

  • Wet op het Primair Onderwijs (WPO)

  • Wet op het onderwijstoezicht

  • Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (Wet IKK)

Wet OKE

Sinds 1 augustus 2010 is de Wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie (Wet OKE) van toepassing. Het doel van de wet is om de ontwikkeling van jonge kinderen te stimuleren. De wet leidt tot aanpassingen aan drie wetten: de Wet kinderopvang, de Wet op het onderwijstoezicht en de Wet op het Primair Onderwijs.

Onderdelen van de Wet OKE die van belang zijn voor vve, zijn:

  • De verplichting voor gemeenten om een hoogwaardig voorschools aanbod te hebben voor alle peuters (tussen 2½ en 4 jaar) met een risico op onderwijsachterstand.

  • De gemeente is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de voorschoolse educatie.

  • Het voeren van jaarlijks overleg binnen de gemeente en het maken van afspraken over onderwijsachterstandenbeleid, waaronder voor- en vroegschoolse educatie.

  • Het toezicht en handhaving op de kwaliteit van voorschoolse educatie.

  • Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie, met onder meer de eisen voor voorschoolse educatie.

afbeelding binnen de regeling

De kwaliteitseisen waaraan kinderdagverblijven moeten voldoen staan opgenomen in twee wetten, te weten:

1. Wet kinderopvang Wko

De Wet kinderopvang Wko verplicht een kinderdagverblijf of gastouderbureau te zorgen voor de veiligheid en gezondheid van de kinderen. Ook zijn kinderdagverblijven verplicht ouders te informeren over het beleid dat op de opvang wordt uitgevoerd. Via jaarlijkse inspecties (GGD) wordt het kwaliteitsniveau gecontroleerd. Kinderopvangcentra en gastouderbureaus die aan alle eisen voldoen, worden in een register bij de gemeente opgenomen. Als je kind bij een geregistreerde kinderopvangorganisatie is ondergebracht, vergoedt de rijksoverheid een deel van de kosten via de zogeheten KinderOpvangToeslag (KOT).

2. Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (Wet IKK)

Sinds 2018 is een aantal ingrijpende maatregelen en kwaliteitseisen ingevoerd waaraan kinderopvangorganisaties moeten voldoen. Deze eisen staan in de Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (IKK).

De kwaliteitseisen gelden voor alle kinderdagverblijven: zowel voor dagopvang als buitenschoolse opvang. De Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang bestaat uit vier thema’s:

  • De ontwikkeling van het kind staat centraal

  • Veiligheid en gezondheid

  • Stabiliteit en pedagogisch maatwerk

  • Kinderopvang is een vak

Wet op het Primair Onderwijs (WPO)

In deze wet is vastgelegd dat de gemeente zorgdraagt voor voldoende voorzieningen in aantal en spreiding, waar kinderen met een risico op een achterstand in de Nederlandse taal deel kunnen nemen aan voorschoolse educatie die voldoet aan in de Wet kinderopvang vastgestelde bepalingen. De gemeente is verplicht om hierover afspraken met aanbieders van voor- en vroegschoolse educatie te maken.

Landelijk Onderwijsachterstandenbeleid:

De landelijke overheid gebruikt sinds 2019 de volgende kenmerken in de omgeving van kinderen om te bepalen welke kinderen het meeste risico lopen op onderwijsachterstand:

  • -

    het opleidingsniveau van beide ouders;

  • -

    het land van herkomst van de moeder;

  • -

    de verblijfsduur van de moeder in Nederland;

  • -

    het gemiddelde opleidingsniveau van alle moeders op de school;

  • -

    of de ouders in de schuldsanering zitten

Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie (2022)

  • -

    Een kind kan ten minste 960 uur ve in 1,5 jaar tijd ontvangen (artikel 2, eerste lid);

  • -

    Inzet pedagogisch beleidsmedewerker/coach op hbo-niveau (artikel 2a) voor een minimaal aantal uren per jaar, dat jaarlijks wordt bepaald door het aantal vve-kinderen te vermenigvuldigen met 10 uur (artikel 2a, derde lid);

  • -

    Eén beroepskracht ve per 8 kinderen (artikel 3, eerste lid);

  • -

    Een ve-groep bestaat ten hoogste uit 16 kinderen (artikel 3, tweede lid);

  • -

    De beroepskracht heeft niveau SPW-3 (artikel 4, eerste lid) met een keuzedeel ve (artikel 4, tweede lid), niveau 3F (artikel 4, derde lid). De houder stelt jaarlijks een opleidingsplan vast (artikel 4, vierde lid) en evalueert dit jaarlijks (artikel 4, vierde lid);

  • -

    De houder heeft een pedagogisch beleidsplan (artikel 4a, eerste lid) met een visie op ve, de wijze waarop de ontwikkeling van het jonge kind wordt gestimuleerd op de gebieden van taal/rekenen/motoriek/sociaal-emotioneel, de wijze waarop de ontwikkeling wordt gevolgd, de wijze waarop ouders worden betrokken, het inrichten van passende ruimte en materiaal voor ve, een warme overdracht richting PO en de invulling van de inzet van pedagogisch professionals. De houder evalueert het pedagogisch beleidsplan jaarlijks (artikel 4a, tweede lid);

  • -

    Voor de ve wordt een erkend programma gebruikt (artikel 5);

  • -

    De ve vindt plaats in een kindercentrum (artikel 6).

Hoofdstuk 2 Inhoudelijke keuzes vve-beleid

Volgens het Nederlands Jeugdinstituut NJi dient de gemeente beleid te ontwikkelen op de volgende onderwerpen:

  • Doelgroepbepaling en toegang faciliteren;

  • Kwaliteitseisen stellen en naleven;

  • Locaties vve bepalen;

  • Afspraken maken en voortgang bespreken.

  • Doelgroepbepaling en toegang faciliteren

    • a.

      Doelgroepbepaling

      Wij vinden het belangrijk dat alle peuters in onze gemeente vve aangeboden krijgen ter stimulering van de ontwikkeling op taal-, sociaal/emotioneel, lichamelijk/motorisch en cognitief gebied. Dit betekent dat ook kinderen die geen ontwikkelingsachterstand hebben van harte welkom zijn om deel te nemen aan vve. Achterliggende gedachte is hierbij dat in onze gemeente kinderen door het Twentse dialect en/of door het wonen in het buitengebied niet altijd in staat zijn om met leeftijdsgenootjes te spelen en hun Nederlandse taal optimaal te ontwikkelen.

      De wetgeving schrijft voor dat de gemeente moet bepalen welke kinderen voor een vve-indicatie in aanmerking kunnen komen. Wij hanteren hiervoor de volgende uitgangspunten:

      • 1.

        Er is sprake van een via een ontwikkelingsvolgsysteem geconstateerde achterstand op het gebied van de taal-, en/of lichamelijke/motorische, en/of sociaal-emotionele en/of cognitieve ontwikkeling.

      • 2.

        De thuistaal is niet Nederlands of is dialect waardoor het kind niet voldoende in de gelegenheid is zich de Nederlandse taal voldoende eigen te maken.

      • 3.

        Uit de Van Wiechen-ontwikkelingstest die door de GGD wordt afgenomen, blijkt dat het kind zich onvoldoende heeft ontwikkeld op het gebied van taal.

      • 4.

        Het opleidingsniveau van beide ouders/verzorgers is maximaal LBO/VBO, praktijkonderwijs of VMBO basis- of kaderberoepsgerichte leerweg (Gewichtenleerlingen).

      • 5.

        Het kind is verwezen op verzoek van de kinderopvang.

      • 6.

        Professionele inschatting JGZ-GGD (Jeugdarts, Verpleegkundig Specialist, Jeugdverpleegkundige).

    • b.

      Toegang faciliteren

      De JGZ/Consultatiebureau begeleidt vrijwel alle kinderen en hun ouders/verzorgers uit de gemeente bij de groei, gezondheid en opvoeding van hun kind. Zij bepaalt op basis van de gemeentelijke doelgroepdefinitie en geverifieerde instrumenten of een peuter een (risico op een) onderwijsachterstand heeft. Deze peuter krijgt dan een vve-indicatie. Vaak gebeurt dit tijdens de reguliere contactmomenten rond het tweede, derde en vierde levensjaar van een kind.

      In een gesprek met de ouder(s) geeft het consultatiebureau informatie over het voorschools aanbod. De informatie over indicatie, de verwijzing en het wel/niet invulling geven aan de verwijzing door de ouders wordt bijgehouden in het digitaal dossier. Wanneer de JGZ een vve-indicatie afgeeft aan de ouders/verzorgers van het kind, kunnen deze ouders/verzorgers zelf een vve-aanbieder kiezen. Als ouders akkoord gaan met het uitwisselen van gegevens tussen de JGZ en de vve-aanbieder, komt de vve-indicatie automatisch in de upload van de vve-monitor tevoorschijn. De upload wordt inzichtelijk op het dashboard van de vve-aanbieder waar de ouders voor hebben gekozen. De JGZ geeft de ouderbrief en de gemeentelijke vve-folder mee aan ouders en geeft aan dat de vve-aanbieder binnen 4-6 weken contact opneemt. De JGZ blijft de kinderen volgen tijdens de contactmomenten vanuit de JGZ. Wanneer een kind met ve gestart is maakt het kinderdagverblijf een ontwikkelingsplan en volgt het kinderdagverblijf actief de ontwikkeling van het kind.

      De kinderdagverblijven leveren gegevens aan voor de monitoring van vve. Binnen onze gemeente wordt gebruik gemaakt van de monitor van Dimensional Insight. Deze monitor wordt gebruikt voor het doorzetten van de vve-indicaties en geeft daarnaast inzicht in bereik en non-bereik van kinderen met een vve-indicatie.

      Bij vve blijft sprake van vrijwillige deelname omdat de Leerplichtwet nog niet van toepassing is op kinderen in deze leeftijdscategorie. Als ouders van een kind met een vve-indicatie minder uren dan 16 uur gebruik willen maken van vve dan is dit toegestaan. Gestimuleerd wordt om, conform de wettelijke richtlijnen 16 uur per week gedurende 60 weken in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar, gebruik te maken van vve. Zodat wordt bijgedragen aan een zo groot mogelijke kans op een goede aansluiting bij het basisonderwijs.

      Als ouders minder gebruik willen maken van vve dan geïndiceerd, leggen kinderdagverblijven dit vast in het kindvolgsysteem. Ook is dan een akkoord van de gemeente Tubbergen nodig.

    • c.

      Communicatie

      Alle betrokken partijen hebben een rol in de informatievoorziening over vve. Uit het “Onderzoek vroeg- en voorschoolse educatie”, waarvoor gebruik is gemaakt van landelijke gegevens, blijkt dat veel ouders onbekend zijn met vve. Om het bereik van vve te vergroten, komen gemeente, scholen, kinderdagverblijven en JGZ met een gezamenlijke aanpak op communicatie. Informatie wordt laagdrempelig en meertalig aangeboden via meerdere media, waaronder de website en de folder Uk & Puk.

  • Kwaliteitseisen stellen en naleven

    • a.

      Doorgaande lijn

      In onze gemeente wordt binnen alle kinderdagverblijven gewerkt met de gecertificeerde vve-methode Uk en Puk. Uk en Puk kan worden aangeboden aan de grote groep, in kleine groepjes of op individueel niveau.

      De methode die gebruikt wordt in de groepen 1 en 2 van het basisonderwijs (vroegschool) sluit hierbij aan. Zo ontstaat een doorgaande lijn met een gezamenlijke afstemming op de vier SLO-gebieden (taal-, reken-, motorische en sociaal-emotionele ontwikkeling) en een afstemming op pedagogische visie en pedagogisch handelen. Ook kunnen activiteiten gezamenlijk worden opgepakt.

    • b.

      Betrokkenheid van ouders

      Voor- en vroegschoolse educatie is effectiever als ouders betrokken zijn bij de ontwikkeling van kinderen in de vve. Partnerschap tussen ouders en (voor)school blijkt een positieve invloed te hebben op de schoolresultaten van kinderen. Kinderen presteren beter op de basisschool en middelbare school, hun houding naar school is positiever, en kinderen blijven minder vaak zitten en vallen minder uit.

      Ook leidt betere samenwerking tussen ouders en school of ve-locatie tot een verbetering in het gedrag van kinderen. Het verbetert bijvoorbeeld de vaardigheden voor zelfregulatie, de sociaal-emotionele ontwikkeling en het aanpassingsvermogen. Kinderen blijken verder minder agressief gedrag te vertonen. Tot slot blijkt ook preventie van gezondheids- of gedragsproblemen effectiever wanneer professionals daarbij samenwerken met ouders.

      De kinderdagverblijven maken gebruik van informatie vanuit het ouderprogramma behorende bij Uk en Puk. In dit ouderprogramma worden ouders gestimuleerd om thuis ontwikkelingsactiviteiten te ondernemen met hun kind en worden ouders betrokken bij de vve-activiteiten in het kinderdagverblijf. Ouders worden benaderd op basis van gelijkwaardigheid en er wordt een vertrouwensrelatie opgebouwd.

    • c.

      Warme overdracht

      De kinderdagverblijven dragen samen met het basisonderwijs zorg voor een warme overdracht van het kind van het kinderdagverblijf naar het basisonderwijs. Het kinderdagverblijf draagt hierbij zorg voor de observatie van het kind op grond van het vve-programma en maakt gebruik van een overdrachtsformulier bij de warme overdracht van het kind naar het basisonderwijs. De warme overdracht vindt in de gemeente plaats bij de kinderen waar zorg om is en/of die een vve-indicatie hebben. Deze laatste groep kinderen worden tot minimaal 6 maanden voor aanvang van het basisonderwijs besproken, zodat het basisonderwijs in staat wordt gesteld om zich goed voor te bereiden op de komst van het kind.

    • d.

      Externe zorg

      Om signalen, na toestemming van de ouders, goed te delen is het belangrijk dat de professionals in de lokale zorgstructuur elkaar regelmatig treffen. Indien noodzakelijk worden in de kinderdagverblijven interne zorg-overleggen gehouden, waarbij naast de managers van het betreffende kinderdagverblijf onder meer betrokken kunnen worden de betrokken pedagogisch professional(s), de pedagogisch coach, de jeugdverpleegkundige van de GGD/JGZ en eventueel de jeugdconsulent van de gemeente. Op uitnodiging kunnen ook (externe) deskundigen aanschuiven. De kinderdagverblijven nemen het initiatief voor dit interne zorg-overleg.

      Als een vraagstuk niet kan worden opgelost binnen de eigen zorgstructuur, draagt het kinderdagverblijf in overleg met de ouders/verzorgers en betrokken deskundigen, zorg voor opschaling naar de gemeentelijke zorgstructuur.

      Verder voldoen de kinderdagverblijven aan de kwaliteitseisen uit het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie, zoals leidster:kind ratio, de maximale groepsgrootte, opleidingseisen en pedagogisch beleidsplan (zie ook hoofdstuk 1).

  • Locaties vve bepalen

    Vijf procent van de kinderen in Tubbergen vallen binnen de doelgroep met het hoogste risico op onderwijsachterstanden. Landelijk is dit 15%.

    De meeste kinderen binnen deze doelgroep wonen in de wijken Tubbergen (9%) en Albergen (5%). Hier zouden ve-locaties moeten worden aangewezen.

    Gemeente Tubbergen vindt het echter belangrijk dat alle peuters in de gemeente vve aangeboden krijgen ter stimulering van de ontwikkeling op taal-, sociaal/emotioneel, lichamelijk/motorisch en cognitief gebied. Dit betekent dat ook kinderen die geen achterstand hebben van harte welkom zijn om deel te nemen aan vve.

    In de gemeente Tubbergen is afgesproken dat alle kinderopvanginstellingen voorschoolse educatie aanbieden.

    Alle pedagogisch professionals zijn vve-gecertificeerd, waardoor vve breed aangeboden wordt aan alle kinderen die een kinderdagverblijf bezoeken. In andere gemeenten zijn slechts de pedagogisch professionals vve-gecertificeerd, die kinderen begeleiden met een vve-indicatie. De kwaliteit van de pedagogisch professionals in de kinderdagverblijven in de gemeenten Tubbergen is daarom hoog.

  • Afspraken maken en voortgang bespreken

    • a.

      Regie en coördinatie

      De gemeente Tubbergen is regievoerder van vve in de gemeente Tubbergen. De werkgroep breed vve is verantwoordelijk voor de coördinatie van vve op het gebied van uitvoering en van beleid. Het voorzitterschap ligt bij de beleidsmedewerker van de gemeente. Verdere leden van de werkgroep zijn de directeuren/managers van de kindercentra uit onze gemeente, iemand namens schoolbestuur TOF en de beleidsadviseur van de JGZ-GGD.

      De gemeente initieert de overleggen van de werkgroep breed vve.

    • b.

      Kwantitatieve resultaatafspraken

      • 1.

        Bereik:

        Doelgroepbereik gaat over het aantal doelgroeppeuters dat daadwerkelijk deelneemt aan voorschoolse educatie. Landelijke cijfers van de Inspectie voor het Onderwijs duiden op ongeveer 80% bereik. Wij vinden dat minimaal 85% van het aantal doelgroeppeuters dat bereikt moet worden met een vve aanbod, ook daadwerkelijk terecht komt op een voorschoolse voorziening waar zij vve aangeboden krijgen. Kinderdagverblijven doen hun best om ouders te overtuigen van nut en noodzaak van vve.

      • 2.

        Frequentie:

        Het aanbod is zo ingericht dat 100% van de doelgroeppeuters die worden geplaatst op een kinderdagverblijf, maximaal 16 uren per week het vve-programma Uk en Puk volgt.

      • 3.

        Duur:

        Minimaal 75% van de doelgroeppeuters volgt 1½ jaar een voorschools vve-programma.

      • 4.

        Doorstroom naar vroegschools vve-aanbod:

        100% Van de vve-doelgroeppeuters in de kinderdagverblijven die doorstromen naar een basisschool in de gemeente krijgen een volwaardig vroegschools educatief aanbod.

        Dat betekent dat leerkrachten van groep 1 en 2 ervoor zorgen dat leerlingen die een voorschools vve-aanbod hebben gehad, een onderwijsaanbod krijgen dat past bij de specifieke ondersteuningsbehoeften van deze kinderen. De ontwikkeling in de vier basisdomeinen (cognitief, sociaal emotioneel en motoriek) wordt gestimuleerd.

        Om de overdracht te vergemakkelijken, gebruiken de kinderdagverblijven een genormeerd kindvolgsysteem.

        Veel van bovengenoemde resultaatafspraken over bereik, frequentie en duur zijn beschikbaar via de vve-monitor.

      • 5.

        Registratie en evaluatie:

        Het kinderdagverblijf is gehouden een registratie bij te houden waarin de resultaten van vve worden opgenomen en verleent zijn medewerking aan de vve-monitoring en evaluatie in de gemeente.

        De resultaatafspraken worden ieder jaar met de gemeente geëvalueerd.

    • c.

      Kwalitatieve resultaatafspraken

      • 1.

        Basiskwaliteit voorschoolse educatie (ve):

        Alle kinderdagverblijven voldoen aan de voorwaarden zoals gesteld in het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie (2022), waarin is opgenomen:

        • -

          Tenminste 960 uur voorschoolse educatie in 1,5 jaar voor vve-geïndiceerde kinderen;

        • -

          Inzet pedagogisch beleidsmedewerker/coach op hbo-niveau;

        • -

          Grootte van de vve-groep met daaraan verbonden inzet van aantal beroepskrachten;

        • -

          Opleidingseisen pedagogisch professionals (niveau SPW-3 met een keuzedeel voorschoolse educatie, taalniveau 3F). De houder stelt jaarlijks een opleidingsplan vast en evalueert dit jaarlijks;

        • -

          Eisen pedagogische beleidsplan (een visie op voorschoolse educatie, de wijze waarop de ontwikkeling van het jonge kind wordt gestimuleerd op de gebieden van cognitie/motoriek/sociaal-emotioneel, de wijze waarop de ontwikkeling wordt gevolgd, de wijze waarop ouders worden betrokken, het inrichten van passende ruimte en materiaal voor ve, een warme overdracht richting PO en de invulling van de inzet van pedagogisch professionals). De houder evalueert het pedagogisch beleidsplan jaarlijks;

        • -

          Voor de ve wordt een erkend programma gebruikt, namelijk Uk & Puk;

        • -

          De ve vindt plaats in een kindcentrum.

      • 2.

        Het rapport van de toezichthoudende instantie (GGD) moet positief zijn op de gestelde vve-condities en bevat geen advies tot handhaving aan de gemeente.

      • 3.

        Van elk kinderdagverblijf wordt verwacht dat ze de brede ontwikkeling van alle kinderen systematisch volgt. Er wordt hiervoor gebruik gemaakt van een observatie-instrument waarin de ontwikkeling op de vier SLO-gebieden: taal, rekenen, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling wordt beoordeeld. Kinderdagverblijven leggen de observatie- en eventuele toetsgegevens vast in een kindvolgsysteem en geven zicht op de ontwikkeling (of de eventuele stagnatie).

      • 4.

        Het management van de kinderdagverblijven neemt deel aan de vier keer per jaar door de gemeente georganiseerde overleggen van de werkgroep breed vve.

    • d.

      Basiskwaliteit en kwaliteit vroegschoolse educatie

      Alle basisscholen zorgen er voor dat vve-doelgroeppeuters die bij hen instromen een onderwijsaanbod krijgen dat aansluit bij de specifieke ondersteuningsbehoeften. Hiervoor dient het kindvolgsysteem van de kinderopvang als uitgangspunt.

    • e.

      Toeleiding van kinderdagverblijf naar school

      • 1.

        Alle kinderdagverblijven maken gebruik van een genormeerd kindvolgsysteem.

      • 2.

        Bij de warme overdracht wordt gebruik gemaakt van het overdrachtsformulier.

    • f.

      Zorgplicht voor- en vroegschool:

      Met toestemming van ouders kan een kind worden ingebracht in het ondersteuningsteam van het kinderdagverblijf en/of de basisschool, zodat vroegtijdig eventuele specifieke ondersteuningsbehoeften worden besproken.

    • g.

      Jaarlijkse evaluatie

      Kinderdagverblijven evalueren jaarlijks de resultaten van vve op locatieniveau.

      De resultaatafspraken worden ieder jaar met de gemeente geëvalueerd.

Hoofdstuk 3 Financiën

De Rijksoverheid stelt geld beschikbaar aan gemeenten om het onderwijsachterstandenbeleid vorm te geven. De hoogte van de rijksbijdrage wordt bepaald aan de hand van de volgende indicatoren:

  • -

    het opleidingsniveau van beide ouders;

  • -

    het land van herkomst van de moeder;

  • -

    de verblijfsduur van de moeder in Nederland;

  • -

    het gemiddelde opleidingsniveau van alle moeders op de school;

  • -

    of de ouders in de schuldsanering zitten.

Kinderen uit een gezin met bovengenoemde indicatoren hebben een verhoogde kans op achterstanden.

Rijksbijdrage 2026

€ 64.000,--

Inzet eigen middelen

€ 30.000,--

Het totale beschikbare budget voor vve is € 94.000,--.

3.1 Evaluatie over de afgelopen periode

  • -

    Voor ouders met lage inkomens kan de eigen bijdrage te hoog zijn, waardoor zij ervoor kiezen hun kind niet naar een kinderdagverblijf te laten gaan;

  • -

    De gemeente Tubbergen kent weinig achterstandsleerlingen. Daarom is de doeluitkering die de gemeente ontvangt, in vergelijking met andere gemeenten, gering. Dit maakt het noodzakelijk om niet alleen inhoudelijk, maar zeker ook financieel de juiste afwegingen te maken;

  • -

    Door verdere harmonisatie van het vve-beleid in Dinkelland en Tubbergen kan nog meer samengewerkt worden en bespaard worden op financiële en/of administratieve lasten voor zowel de gemeente, kinderdagverblijven als ook de JGZ;

  • -

    Kinderdagverblijven zijn gehouden om een gescheiden boekhouding te voeren v.w.b. publieke en private middelen. De publieke gelden kunnen zo niet worden aangewend voor private activiteiten van de organisatie. Daarom geniet subsidieverstrekking de voorkeur boven facturering. Ook betekent subsidieverstrekking, voor zowel kinderdagverblijf als gemeente, administratieve lastenverlichting.

De vve-subsidie wordt jaarlijks geëvalueerd.

3.2 Subsidiëring vve

De gemeente subsidieert de volgende componenten:

  • -

    Bijdrage in de ouderbijdrage

    Gedurende de looptijd van dit beleidsplan gaat de gemeente uit van het uurloon voor de berekening van de KinderOpvangToeslag (KOT), inclusief jaarlijkse indexering.

  • -

    Opleidingskosten van de pedagogisch professionals die op een vve-groep staan.

    De gemeente Tubbergen betaalt alleen nog voor medewerkers de basisopleiding voor Uk & Puk en de jaarlijkse eerste hercertificering van die medewerker. De tegemoetkoming bedraagt dan € 350,-- per pedagogisch professional. De jaarlijkse tweede hercertificering wordt door de kinderopvang zelf betaald.

  • -

    Begeleidingsuren van een pedagogisch coach

    Het uurloon voor de pedagogisch coach blijft € 45,-- per uur.

De financiering van deze componenten wordt betaald aan de kinderopvanginstelling middels een subsidie. Bij de beschikking tot subsidieverlening wordt een voorschot betaald, waarna bij de beschikking tot subsidievaststelling verrekening plaatsvindt.

Het proces van de subsidieaanvragen blijft hetzelfde:

  • -

    Voor 1 oktober dienen de kinderdagverblijven de aanvraag tot subsidieverlening voor het daaropvolgend jaar in. De gemeente gaat wel strenger toezien op indiening voor 1 oktober;

  • -

    Voor 1 april dienen de kinderdagverblijven de aanvraag tot subsidievaststelling voor het voorafgaande jaar in. De gemeente gaat wel strenger toezien op indiening voor 1 april;

  • -

    Kinderdagverblijven, die een subsidie van meer dan € 50.000,-- ontvangen, mogen in verband met de accountantscontrole de aanvraag tot subsidievaststelling indienen vóór 1 september na het jaar waarvoor de subsidie is ontvangen.

Naar aanleiding van de wijziging in het bekostigen van de opleidingskosten Uk & Puk en de eerste hercertificering zal in 2026 de “Subsidieregeling Voor- en Vroegschoolse Educatie Tubbergen 2025” moeten worden aangepast.

Bijlage 1 Taken en verantwoordelijkheden

  • Taken en verantwoordelijkheden gemeente

    • 1.

      De gemeente voert de regie op de vve in de gemeente Tubbergen. De werkgroep breed vve is verantwoordelijk voor de coördinatie van vve op het gebied van uitvoering en van beleid. Het voorzitterschap van de werkgroep ligt bij de beleidsverantwoordelijke medewerker van de gemeente. Verdere leden zijn de directeuren/managers van de kindercentra uit onze gemeente, iemand namens schoolbestuur TOF en de beleidsadviseur van de JGZ-GGD;

    • 2.

      De gemeente neemt het initiatief tot een regelmatig overleg met de werkgroep, maximaal vier keer per jaar. De gemeente nodigt uit en zorgt voor de agenda. Eén van de andere aanwezigen notuleert per toerbeurt;

    • 3.

      De gemeente neemt het initiatief tot de jaarlijkse evaluatie van het vve-beleid en de resultaatafspraken. De gemeente nodigt uit en zorgt voor de agenda. Eén van de andere aanwezigen notuleert per toerbeurt;

    • 4.

      vve is een vast onderdeel van de Lokale Educatieve Agenda (LEA);

    • 5.

      Bij uitval van de beleidsmedewerker communiceert de gemeente dit tijdig aan de betrokken partijen uit het maatschappelijk middenveld en hoe dit wordt opgelost.

  • Taken en verantwoordelijkheden kindercentra en scholen

    • 1.

      De kinderopvang en scholen zijn aanwezig bij de structurele overleggen van de werkgroep;

    • 2.

      Bij de structurele vve-overleggen wordt per toerbeurt door de aanwezigen, met uitzondering van de voorzitter, een samenvattende besluitenlijst opgesteld;

    • 3.

      De kinderopvang en scholen verzamelen informatie ten behoeve van de jaarlijkse evaluatie van de resultaatafspraken.