Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR758742
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR758742/1
Verordening inzake de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Tholen
Geldend van 17-03-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2025
Intitulé
Verordening inzake de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente TholenDe raad van de gemeente Tholen;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 11 februari 2025,
gelet op artikel 212 van de Gemeentewet;
b e s l u i t :
Vast te stellen de volgende verordening: 'Verordening inzake de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Tholen' (Financiële verordening gemeente Tholen 2025).
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepaling
In deze verordening wordt verstaan onder:
- -
administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd;
- -
afdeling: iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie met een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het college;
- -
inkomsten: totaal van de baten voor toevoegingen en onttrekkingen van reserves;
- -
netto schuld per inwoner: bruto schuld minus de omvang van de geldelijke bezittingen gedeeld door het aantal inwoners op 31 december van het begrotingsjaar. Onder bruto schuld wordt verstaan het totaal van langlopende leningen, kortlopende schulden, crediteurenvorderingen en overlopende passiva. Onder geldelijke bezittingen wordt verstaan het totaal van leningen aan deelnemingen, leningen aan overige verbonden partijen, leningen aan derden, langlopende uitzettingen, kortlopende uitzettingen, debiteurenvorderingen, liquide middelen en overlopende activa;
- -
onbenutte belastingcapaciteit onroerende zaakbelasting: verschil tussen de opbrengst onroerende zaakbelasting bij de tarieven die minimaal nodig zijn voor toegang tot de procedure van artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet en de (geraamde) opbrengst onroerende zaakbelasting;
- -
overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin de gemeente, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt.
- -
Rechtmatigheidsverantwoording: de rapportage van het college waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van de financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan overeenstemmen met de relevante wet- en regelgeving.
Hoofdstuk 2. Begroting en verantwoording
Artikel 2. Programma-indeling
-
1. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een programma-indeling voor die raadsperiode vast.
-
2. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op voorstel van het college de taakvelden per programma vast.
-
3. De raad stelt op voorstel van het college per programma de beleidsindicatoren vast. Het voorstel van het college bevat ten minste de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.
-
4. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd.
Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken
-
1. Bij de begroting en de jaarstukken worden onder elk van de programma’s, het overzicht van algemene dekkingsmiddelen en het overzicht van de overhead de baten en lasten per taakveld weergegeven.
-
2. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven.
-
3. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie.
Artikel 4. Kaders begroting
-
1. Het college biedt jaarlijks de raad een kadernota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad stelt deze kadernota vast.
-
2. Het college actualiseert jaarlijks bij de kadernota de omvang van geplande investeringen en maakt een doorkijk van de globale financiële consequenties voor de komende 10 jaren (duurzaam financieel beleid).
Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten
-
1. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma.
-
2. Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd.
-
3. Bij de behandeling van de tussenrapportage(s) bedoeld in artikel 6, lid 1 of door middel van separate verzamelwijziging(en), doet het college aan de raad voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het beleid. In geval van investeringen met een meerjarig karakter doet het college indien nodig ook bij iedere kadernota op grond van geactualiseerde ramingen voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten.
-
4. Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor.
Artikel 6. Tussentijdse rapportage
-
1. Het college informeert de raad door middel van tussentijdse rapportage(s) over de realisatie van de begroting van de gemeente gedurende het lopende boekjaar.
Artikel 7. Informatieplicht
Het college besluit niet over:
- a.
het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties;
- b.
het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen,
dan nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen.
Artikel 8. EMU-saldo
Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting.
Hoofdstuk 3. Rechtmatigheidsverantwoording
Artikel 9. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording
-
1. De raad stelt vast op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen van deze paragraaf, wil worden geïnformeerd over rechtmatigheid. Vaststelling geschiedt jaarlijks door de vaststelling van het controleprotocol.
Artikel 10. Voorwaardencriterium
-
1. Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur.
-
2. Het college biedt de raad jaarlijks ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien. Het college operationaliseert dit normenkader in een toetsingskader ten behoeve van de interne beheersing.
Artikel 11. Begrotingscriterium
-
1. Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen;
-
2. De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 5.
-
3. Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaalbedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd.
-
4. Uitgangspunt is dat iedere overschrijding van lasten en/of overschrijding van investeringskredieten als onrechtmatig wordt beschouwd. Overschrijdingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties:
- a.
Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren;
- b.
Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling;
- c.
Er is sprake van overschrijding van lasten die hun oorsprong kennen in de laatste twee maanden van het lopende boekjaar.
- a.
-
5. Andere begrotingsafwijkingen zoals overschrijdingen van baten en/of onderschrijdingen van lasten en baten zijn op zichzelf niet onrechtmatig. Deze kunnen alleen onrechtmatig zijn als deze niet tijdig zijn gemeld. Afwijkingen die uiterlijk in de jaarrekening worden gemeld en toegelicht worden als tijdig beschouwd.
-
6. Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van de raad, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), en worden nader toegelicht in de toelichting op de baten en lasten in de jaarrekening en bij de programma’s.
Artikel 12. Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium
-
1. Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheershandelingen.
-
2. Het college zorgt voor en legt vast de regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen. Bij afwezigheid van een niet of niet actueel misbruik en oneigenlijk gebruik beleid wordt dit toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering.
Hoofdstuk 4. Financieel beleid
Artikel 13. Waardering en afschrijving vaste activa
-
1. Immateriële en materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek en de termijnen zoals vermeld in de bijlage afschrijvingsbeleid bij deze verordening.
-
2. Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht.
Artikel 14. Voorziening voor oninbare vorderingen
-
1. Voor openstaande vorderingen betreffende bijstandsvertrekking, wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van het historische percentage van oninbaarheid.
-
2. Voor alle overige vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op de inbaarheid van de openstaande vorderingen.
Artikel 15. Voorziening voor verliesgevende grondexploitaties
Een (eventuele) voorziening voor verliesgevende grondexploitaties wordt gewaardeerd tegen nominale waarde, zijnde het resultaat van de grondexploitatiebegroting op eindwaarde.
Artikel 16. Reserves en voorzieningen
-
1. Bij de begroting en de jaarstukken vindt geen toerekening van rente over de reserves en voorzieningen aan de taakvelden plaats.
-
2. De raad benoemt jaarlijks in een tussentijdse rapportage de specifieke saldi die nog in het lopende begrotingsjaar ten gunste of ten laste van een bestemmingsreserve mogen worden gebracht.
-
3. Primair wordt ingezet op het verbeteren van de exploitatieruimte. Jaarrekeningresultaten worden toegevoegd (of onttrokken) aan de algemene reserve niet vrij besteedbaar. Pas wanneer de doelstellingen op het gebied van weerstandsvermogen, solvabiliteit en schuldquote gerealiseerd zijn, komt een andere bestemming voor het jaarrekeningresultaat in beeld;
-
4. Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve wordt minimaal aangegeven:
- a.
Het specifieke doel van de reserve;
- b.
De voeding van de reserve;
- c.
De (maximale) hoogte van de reserve;
- d.
De verwachte onttrekkingen aan de reserve.
- a.
Artikel 17. Kostprijsberekening
-
1. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken.
-
2. Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in gebruik zijnde activa. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid betrokken.
-
3. In afwijking van het eerste lid, wordt bij grondexploitaties wel een intracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd.
-
4. Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken, diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt uitgegaan van de volgende formule: opslag overhead = totale overhead / totale salarissen en sociale lasten personeel in dienst alle taakvelden exclusief overhead.
-
5. De rente voor de financiering van de in gebruik zijnde activa, wordt aan de taakvelden toegerekend met behulp van een omslag. De omslagrente wordt berekend door de aan de taakvelden toe te rekenen rente te delen door de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa die integraal zijn gefinancierd. Het is niet toegestaan om per investering of taakveld een andere toerekening toe te passen. Het bij de begroting (voor)gecalculeerde omslagrentepercentage mag binnen een marge van 0,5% worden afgerond.
-
6. In de omslagrente als bedoeld in het vijfde lid, wordt geen rentevergoeding over de reserves en voorzieningen meegenomen.
Artikel 18. Prijzen economische activiteiten
-
1. Voor de levering van goederen, diensten of werken door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden waarbij de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht.
-
2. Bij het verstrekken van leningen of garanties door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden worden ten minste de geraamde integrale kosten in rekening gebracht.
-
3. Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding van ten minste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen.
-
4. Bij afwijking van het eerste, tweede of derde lid vanwege een publiek belang doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de activiteiten wordt gemotiveerd.
-
5. Raadsbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld in het vorige lid zijn niet nodig als minder dan de integrale kostprijs in rekening wordt gebracht en sprake is van:
- a.
leveringen van goederen, diensten of werken en het verstrekken van leningen, garanties en kapitaal aan andere overheden voor zover deze leveringen en verstrekkingen zijn bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak door die andere overheid;
- b.
een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij wet opgedragen publiekrechtelijke taak;
- c.
een bevoordeling van activiteiten in het kader van een toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor prijsvoorschriften gelden;
- d.
een bevoordeling van sociale werkplaatsen;
- e.
een bevoordeling van onderwijsinstellingen;
- f.
een bevoordeling van publieke media-instellingen; en
- g.
een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese Unie en daarmee verenigbaar is.
- a.
Artikel 19. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen
Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen en retributies.
Artikel 20. Financieringsfunctie
Het college neemt bij de uitvoering van de financieringsfunctie de richtlijnen in acht die door de raad zijn vastgesteld in het Treasurystatuut van de gemeente Tholen.
Artikel 21. Structurele en incidentele baten en lasten
Het college hanteert bij het opstellen van het overzicht van incidentele baten en lasten een ondergrens van € 50.000 voor het afzonderlijk gespecificeerd opnemen van incidentele baten en lasten.
Artikel 22 Financiële kengetallen
De raad streeft naar de volgende financiële kengetallen:
- a.
een solvabiliteitsratio van 30%;
- b.
een netto schuldquote van maximaal 90%;
- c.
een ratio grondexploitatie van maximaal 20%;
- d.
een structurele exploitatieruimte van € 250.000 (betreffende de post onvoorzien);
- e.
een onbenutte belastingcapaciteit van maximaal 90%.
Rapportage over de financiële kengetallen vindt plaats middels de jaarrekening.
Hoofdstuk 5. Paragrafen
Artikel 23. Lokale heffingen
Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf lokale heffingen minimaal de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op.
Artikel 24. Financiering
In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval de berekening van het omslagrentepercentage, bedoeld in artikel 12, vijfde lid op.
Artikel 25. Weerstandsvermogen en risicobeheersing
-
1. In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de begroting en de jaarstukken neemt het college minimaal de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op;
-
2. Het college neemt bij de uitvoering van het risicomanagement de volgende kaders in acht:
- a.
De benodigde weerstandscapaciteit wordt berekend op basis van risicosimulatie met behulp van de Monte Carlo simulatie, uitgaande van een zekerheid van 90%;
- b.
De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de algemene reserve niet vrij besteedbaar, de post onvoorzien en de onbenutte belastingcapaciteit;
- c.
Bij grote risicovolle projecten wordt vooraf een risicoanalyse uitgevoerd.
- a.
Artikel 26. Onderhoud kapitaalgoederen
-
1. Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen minimaal de verplichte onderdelen op grond van artikel 12 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op.
-
2. Het college biedt de raad ten minste eens in de vijf jaar een onderhoudsplan openbare ruimte aan. Het plan geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en de kosten van het onderhoud voor het openbaar groen, water, wegen, en openbare verlichting. De raad stelt het plan vast.
-
3. Het college biedt de raad ten minste eens in de vijf jaar een rioleringsplan aan. Het plan geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud, de uitbreiding van de riolering en de kosten van het onderhoud en de eventuele uitbreidingen. De raad stelt het plan vast.
-
4. Het college biedt de raad ten minste eens in de vijf jaar een onderhoudsplan gebouwen aan. Het plan bevat voorstellen voor het te plegen onderhoud en de bijbehorende kosten aan de gemeentelijke gebouwen. De raad stelt het plan vast.
Artikel 27. Bedrijfsvoering
In de paragraaf bedrijfsvoering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op:
- a.
de omvang, opbouw en ontwikkeling van het personeelsbestand op;
- b.
een toelichting op alle afwijkingen in rechtmatigheid die in de rechtmatigheidsverantwoording zijn opgenomen, voor zover deze de rapportagegrens, zoals bedoeld in artikel 9 overschrijden of voldoen aan kwalitatieve criteria rapportagegrens, en eventueel welke maatregelen worden genomen om deze afwijkingen in de toekomst te voorkomen;
- c.
een overzicht van en toelichting op niet-financiële onrechtmatigheden in verband met het niet naleven van bepalingen in de Wet financiering decentrale overheden en de bijbehorende ministeriële regelingen, als deze voorkomen.
Artikel 28. Verbonden partijen
In de paragraaf verbonden partijen bij de begroting en de jaarstukken neemt het college minimaal de verplichte onderdelen op grond van artikel 15 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op.
Artikel 29. Grondbeleid
-
1. In de paragraaf grondbeleid bij de begroting en de jaarstukken neemt het college minimaal de verplichte onderdelen op grond van artikel van 16 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op;
-
2. Het college biedt de raad ten minste eens in de tien jaar een nota grondbeleid aan. De raad stelt de nota vast. In de nota wordt aandacht besteed aan:
- a.
de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de gemeente;
- b.
te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten;
- c.
het verloop van de grondvoorraad;
- d.
de uitgangspunten voor de verkoopprijzen van gronden.
- a.
Hoofdstuk 6. Financiële organisatie en financieel beheer
Artikel 30. Administratie
De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor:
- a.
het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de afdelingen;
- b.
het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden, contracten, etc.;
- c.
het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgets en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties;
- d.
het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid;
- e.
het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving; en
- f.
de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving;
- g.
de controle van de prestatielevering van inkopen boven de € 10.000
Artikel 31. Financiële organisatie
Het college draagt zorgt voor:
- a.
een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de afdelingen;
- b.
een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden;
- c.
de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgets en investeringskredieten;
- d.
de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie;
- e.
de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen;
- f.
de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van baten en lasten aan de taakvelden;
- g.
het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten;
- h.
het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen; en
- i.
het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan.
Artikel 32. Interne controle
-
1. Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a, van de Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b, van de Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen rapporteert het college aan de raad over genomen maatregelen tot herstel van de tekortkomingen.
-
2. Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het financieel vermogen van de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen ten minste eenmaal in de vijf jaar. Bij afwijkingen in de registratie neemt het college maatregelen voor herstel van de tekortkomingen.
Hoofdstuk 7. Slotbepalingen
Artikel 33. Intrekken oude verordening en overgangsrecht
-
1. De Financiële verordening gemeente Tholen 2023, zoals vastgesteld op 23 maart 2023 wordt ingetrokken.
-
2. Op investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut die voor 1 januari 2017 zijn gedaan, blijft de Financiële verordening gemeente Tholen 2017 van toepassing.
Artikel 34. Inwerkingtreding en citeertitel
-
1. Deze verordening treedt in werking op de dag na die van bekendmaking en heeft terugwerkende kracht tot 1 januari 2025.
-
2. Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening gemeente Tholen 2025.
Ondertekening
Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Tholen in zijn openbare vergadering van 17 april 2025
w.g. M.L.P. Sijbers,
voorzitter.
w.g. L. Vermeij,
griffier.
Bijlage afschrijvingsbeleid bij artikel 13
Een gemeente heeft keuzevrijheid in het vaststellen van het afschrijvingsbeleid. In artikel 212 van de Gemeentewet is opgenomen dat de raad bij verordening de uitgangspunten voor het financieel beleid vaststelt. De verordening bevat in ieder geval regels voor waardering en afschrijving van vaste activa.
Afschrijvingsmethoden per (sub)categorie
De gemeente Tholen hanteert de lineaire afschrijvingsmethode. Ieder jaar wordt hetzelfde bedrag afgeschreven. De vermindering van de boekwaarde is daarmee boekhoudkundig ieder jaar gelijk, maar de jaarlijkse rentelast wordt ieder jaar lager.
Moment van starten met afschrijven
Met afschrijven wordt gestart vanaf het begin van het jaar waarin de investering gereedkomt of verworven wordt (een volledig jaar afschrijving).
Afschrijvingstermijn per (sub)categorie
Immateriële vaste activa
De volgende immateriële vaste activa worden lineair afgeschreven:
- -
Bijdragen aan activa in eigendom van derden: afschrijvingsduur gelijk aan die van de activa waarvoor de bijdrage aan derden wordt verstrekt;
- -
Kosten voor onderzoek en ontwikkeling: 5 jaar;
- -
Agio of disagio bij leningen: afschrijvingsduur gelijk aan de looptijd van de lening.
Materiële vaste activa met economisch nut
- -
gronden en terreinen: geen afschrijving;
- -
rioleringen: 50 jaar;
- -
aanleg begraafplaatsen: 50 jaar;
- -
nieuwbouw kantoor-, bedrijfs- en schoolgebouwen: 40 jaar;
- -
renovatie kantoor- en bedrijfs- en schoolgebouwen: 25 jaar;
- -
automatiseringsapparatuur en -applicaties: 5 jaar;
- -
meubilair: 10 jaar;
- -
aanhangwagens, personenauto’s en lichte motorvoertuigen: 10 jaar;
In die gevallen waarin bovenstaande geen uitsluiting geeft, geldt de economische levensduur als norm voor de afschrijving.
Materiële vaste activa met maatschappelijk nut
De volgende materiële vaste activa met maatschappelijk nut worden lineair afgeschreven:
- -
sportvelden: 25 jaar;
- -
wegen en pleinen: 25 jaar;
- -
openbare verlichting: 35 jaar;
- -
havens, kades en waterkeringen: 25-75 jaar.
Ondergrens activering
Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 100.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd;
Restwaarde
Om te voorkomen dat bij verkoop van een actief alsnog een verlies moet worden genomen, wordt de restwaarde op nihil gesteld. Alleen wanneer de restwaarde vastligt, is een hogere restwaarde dan nihil acceptabel.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl