Beleidsregels voor subsidieverlening Maatschappelijke Ontwikkeling 2026

Geldend van 14-03-2026 t/m heden

Intitulé

Beleidsregels voor subsidieverlening Maatschappelijke Ontwikkeling 2026

1. Inleiding

De gemeente Voorne aan Zee werkt samen met maatschappelijke instellingen om haar doelen op het sociaal domein te behalen. Deze beleidsregels hebben betrekking op de verdeling van de subsidiegelden over aanvragers op het terrein van Maatschappelijke Ontwikkeling (MO).

De beleidsregels voor subsidieverlening vallen onder de Algemene subsidieverordening (Asv 2023) van de gemeente Voorne aan Zee. De Asv stelt overkoepelende regels ten opzichte van subsidieaanvraag en subsidieafhandeling. De Asv is een raadsbevoegdheid en geldt voor alle vormen van subsidieverlening binnen de gemeente. De beleidsregels voor subsidieverlening dienen als specifieke regeling voor de verdeling van gelden voor een bepaald domein, doel of thema. Voor MO wordt jaarlijks een subsidieplafond door de gemeenteraad beschikbaar gesteld in de begroting voor het desbetreffende kalenderjaar. Dit is een pot aan subsidiegelden die door het college, aan de hand van de beleidsregels voor subsidieverlening, wordt verdeeld onder de subsidieaanvragers.

Inhoudelijk worden de kaders van de subsidieverdeling bepaald door het college. Daarvoor worden het collegeprogramma, de jaarlijkse begroting, visie sociaal domein en overige beleidsstukken gebruikt als onderleggers. De beleidsregels voor subsidieverlening MO dienen als vertaling van de inhoudelijke kapstok naar de verdeling van de subsidiegelden per aanvrager. Het doel is om de subsidiegelden zo effectief en efficiënt mogelijk te besteden, zodat er zoveel mogelijk maatschappelijke waarde voor inwoners ontstaat.

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 behandelt het algemene kader van subsidieverdeling. In hoofdstuk 3 wordt een toelichting gegeven op de inhoudelijke beleidslijn bij de verdeling van de gelden. Vanaf hoofdstuk 4 komen de verschillende beleidsterreinen aan bod. De toekenning van subsidies gebeurt per beleidsterrein, waarbij onderscheid gemaakt is in de volgende beleidsterreinen: waarderingssubsidies welzijn, gezondheid, cultuur, evenementen, sport, armoede, zorg, ontwikkeling en dorps- en wijkraden.

2. Subsidiebeleid

2.1 Algemene kaders

Deze beleidsregels zijn een uitwerking van de Algemene subsidieverordening Voorne aan Zee eerste wijziging, hierna te noemen Asv 2023. Zij zijn gebaseerd op de Asv 2023 eerste wijziging, artikel 149 van de Gemeentewet en afdeling 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De omschrijvingen uit de Asv 2023 eerste wijziging zijn van overeenkomstige toepassing.

2.1.1 Doel van subsidies

Subsidie wordt verstrekt aan instellingen die maatschappelijke waarde voor de gemeente hebben en bijdragen aan de maatschappelijke effecten die wij binnen onze gemeente willen bereiken en waarvoor geldt dat zij deze effecten zonder subsidie niet kunnen bereiken.

2.1.2 Subsidieplafond

Subsidiebesluiten worden door het college genomen binnen de budgetten die daarvoor door de gemeenteraad worden verstrekt in de begroting. In hoofdstuk 3 is toegelicht op welke gronden de subsidiegelden worden verdeeld onder aanvragers.

2.1.3 Maatschappelijke effecten en Maatschappelijke opgaven

Voor Maatschappelijke Ontwikkeling worden de subsidieaanvragen via het model van ‘Maatschappelijke effecten en Maatschappelijke opgaven’ beoordeeld. Het werken met het model van Maatschappelijke effecten en Maatschappelijke opgaven is in ontwikkeling. Op grond hiervan zijn de beleidsregels voor subsidieverlening maatschappelijke ontwikkeling vernieuwd per 1-1-2026. Van aanvragers wordt verwacht dat zij kunnen aantonen op welke wijze en in welke mate zij bijdragen aan de te behalen effecten en opgaven. Aanvragers vertalen hun eigen dienstverlening naar de gemeentelijke effecten en opgaven, specifiek in relatie tot het betreffende beleidsterrein.

2.2 Inwerkingtreding

De “beleidsregels voor subsidieverlening maatschappelijke ontwikkeling 2026” treden per 1-1-2026 in werking.

2.2.1 Vervallen regelingen sociaal domein

De volgende beleidsregels zijn vervallen na publicatie van de nieuwe beleidsregels:

De “beleidsregels voor subsidieverlening maatschappelijke ontwikkeling 2024”.

2.3 Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als “Beleidsregels voor subsidieverlening MO 2026”.

3. Algemene beleidslijnen subsidies

3.1 Inhoudelijke kaders

Inhoudelijk worden de kaders van de subsidieverdeling bepaald door het collegeprogramma, de jaarlijkse begroting en de visie sociaal domein. De toekenning van de subsidiegelden gebeurt aan de hand van het model van Maatschappelijke effecten en Maatschappelijke opgaven en de voorgenomen beleidsontwikkeling op diverse beleidsvelden.

Afspraken over individueel te leveren prestaties in de vorm van maatschappelijke effecten, maatschappelijke opgaven, activiteiten/producten/diensten, werkwijzen, prestatie-indicatoren en aanvullende voorwaarden worden vastgelegd in de subsidiebeschikking. Elke subsidieontvanger krijgt na toekenning van de subsidie een subsidiebeschikking toegestuurd.

3.1.1 Uitgangspunten voor subsidieverlening

Subsidieaanvragen worden getoetst op de bijdrage aan de maatschappelijke effecten en/of opgaven zoals verder uitgewerkt in paragraaf 3.1.2 en bijlage 1. Deze effecten en opgaven zijn gebaseerd op de doelstellingen uit het collegeprogramma, visie sociaal domein en onderliggende beleidsstukken van de gemeente Voorne aan Zee:

  • -

    Maatschappelijke effect: een (gewenste) lange termijn verandering in de samenleving die bijdraagt aan de realisatie van de gestelde sociaal-maatschappelijke doelen binnen de gemeente;

  • -

    Maatschappelijke opgave: een maatschappelijk vraagstuk waaraan de komende periode gewerkt wordt om maatschappelijke effecten te kunnen bereiken.

  • -

    Beleidsdoel: een specifieke doelstelling van een beleidsveld, om binnen 4 jaar te realiseren.

Van subsidieaanvragers wordt verwacht dat zij bijdragen aan het bereiken van de maatschappelijke effecten en opgaven. In hun subsidieaanvraag geven aanvragers hierop een toelichting. Subsidieaanvragers doen een aanvraag per beleidsterrein en/of maatschappelijk effect. In de hoofdstukken 4 t/m 15 zijn de beleidsterreinen toegelicht. De beleidsdoelen zijn een logisch vervolg op de te behalen effecten en opgaven.

3.1.2 Model Maatschappelijke effecten en opgaven

Onderstaand is het model van maatschappelijke effecten en opgaven uitgebeeld. De toelichting op de termen is te vinden in bijlage 1.

afbeelding binnen de regeling

3.2 Soorten subsidies

Subsidies onderscheiden zich in juridische zin slechts door het feit of het jaarlijkse dan wel eenmalige subsidies zijn. In de Asv 2023 eerste wijziging is vastgehouden aan deze juridische onderverdeling. In deze beleidsregels zijn jaarlijkse en eenmalige subsidies verder onderverdeeld.

3.2.1 Eenmalige subsidie

Eenmalige subsidies zijn subsidies die voor een eenmalige maatschappelijke bijdrage van een subsidieontvanger, voor of een specifiek tijdsgebonden doel, of een activiteit of een effect/opgave waarvoor het college slechts voor een van tevoren bepaalde tijd subsidie wil verlenen. Deze subsidies kunnen daarmee dan ook niet jaarlijks worden aangevraagd.

Onder de eenmalige subsidies vallen:

  • Projectsubsidies: subsidie met een duidelijk begin- en eindpunt. De subsidie is tijdelijk en verbonden aan een specifieke prestatie.

  • Investeringssubsidie: subsidie die is bedoeld voor het verwerven, nieuw te bouwen, uit te breiden of het renoveren van (sport)accommodaties.

  • Incidentele subsidies: subsidie die bedoeld is voor een uitwisseling, een eenmalige waardering van een instelling of een bijdrage aan jubilea.

3.2.2 Jaarlijkse subsidies

De jaarlijkse subsidie heeft betrekking op de bijdrage van een organisatie aan de maatschappelijke effecten en waarmee de gemeente een langdurige subsidierelatie (drie jaar of meer) heeft of de intentie heeft om deze relatie aan te gaan.

Hieronder vallen:

  • De budgetsubsidie: een subsidie groter dan €5.000,- die gericht is op het behalen van maatschappelijke effecten/opgaven en waarvoor prestatieafspraken met de aanvrager worden gemaakt.

  • De waarderingssubsidie: een subsidie van ten hoogste €5.000,- die bedoeld is voor instellingen om hen te waarderen voor de maatschappelijke bijdrage die zij leveren.

  • De dorps- of wijkraadsubsidie: een subsidie die specifiek in het leven is geroepen om dorps- en wijkraden te ondersteunen in hun rol in de samenleving. Deze subsidie varieert in omvang.

3.3 Indexering

Subsidieontvangers die een budgetsubsidie ontvangen kunnen in aanmerking komen voor indexering. Dit percentage wordt jaarlijks vastgesteld voor de gemeente, instellingen dienen dit wel zelf aan te vragen. Indexering wordt toegepast onder voorwaarden dat en de gemeentelijke begroting ruimte laat voor ophoging en onder de voorwaarde dat de dienstverlening van de aanvrager aantoonbaar in het geding komt zonder indexering.

3.4 Nadere verplichtingen

Naast de in de Asv 2023 eerste wijziging vermelde verplichtingen is het college bevoegd om nadere verplichtingen aan subsidieverlening in de beleidsregels te stellen. Eventuele nadere verplichtingen staan per beleidsveld/categorie beschreven in de onderstaande hoofdstukken.

3.5 Eigen middelen subsidieaanvrager

Het college kan de inbreng van eigen middelen of middelen van derden als voorwaarde stellen voor het ontvangen van subsidie. Mocht dit aan de orde zijn, dan wordt dit vermeld in de verleningsbeschikking. Bronnen voor eigen middelen zijn onder meer: eigen inkomsten, contributie, fondsenwerving, subsidies of bijdragen van derden.

3.6 Maximaal beschikbare budgetten: subsidieplafond

Met het vaststellen van de jaarlijkse begroting wordt door de gemeenteraad een maximaal bedrag vastgelegd wat door het college aan subsidies besteed mag worden. Het zogeheten subsidieplafond wordt door het college verdeeld onder alle subsidieaanvragers.

3.7 Reserve

Subsidieontvangers die een subsidie groter dan €50.000,- ontvangen, mogen (een vorm van) reserve opbouwen (artikel 13 van de Asv 2023 eerste wijziging). Andere subsidieontvangers kunnen hiertoe een schriftelijk verzoek indienen bij het college.

Reserveopbouw kan onder de volgende voorwaarden:

  • Uit de subsidievaststelling blijkt dat de subsidieontvanger aan haar verplichtingen heeft voldaan.

  • De subsidieontvanger mag voor het desbetreffende kalenderjaar voor maximaal 5% van de ontvangen subsidie aan reserve opbouwen.

  • Instellingen die een hoger percentage dan 5% aan reserve wensen op te bouwen, dienen bij hun verzoek tot vaststelling hiervoor een onderbouwing aan. Het college beslist of hiervoor voldoende (financiële of inhoudelijke) grond is.

  • De reserve dient boekhoudkundig naar de gemeente Voorne aan Zee te herleiden te zijn. Een reserve Voorne aan Zee stelt instellingen in de gelegenheid om tegenvallers of indexeringen/inflatie (gedeeltelijk) zelf op te vangen voor wat betreft het verzorgingsgebied van de gemeente Voorne aan Zee.

3.8 Voorziening

Alle subsidieontvangers mogen een voorziening op de balans opnemen. Voorzieningen mogen worden opgebouwd vanuit de subsidie, zover het de subsidiedoelstellingen ondersteunt. De voorziening dient boekhoudkundig naar de gemeente Voorne aan Zee te herleiden zijn.

3.9 Wijzigingen bij de subsidieontvanger

De subsidieontvanger dient conform artikel 11 van de Asv 2023 eerste wijziging het college tijdig te informeren bij wijzigingen. In aanvulling hierop:

  • De subsidieontvangers kunnen hun subsidie niet zelfstandig overdoen naar een andere rechtspersoon.

  • Bij het beëindigen van de rechtspersoon vervalt de subsidierelatie met de gemeente.

  • In gevallen van fusie/overname kan een andere/nieuwe rechtspersoon het college verzoeken om de subsidierelatie over te mogen nemen. Er is hiervoor toestemming van het college nodig.

3.10 Uitbetaling van de subsidie

Subsidieontvangers ontvangen hun subsidie voor 80% bevoorschot bij aanvang van het kalenderjaar/ aanvang van de subsidieperiode. De resterende 20% van de subsidie wordt in beginsel na vaststelling van de subsidie uitbetaald.

In specifieke omstandigheden kan het college hiervan afwijken en overgaan tot lagere of hogere bevoorschotting (per periode). De vorm van bevoorschotting is opgenomen in de verleningsbeschikking en wordt per instelling aan de hand van de omstandigheden van het geval bepaald.

3.11 Stoppen van subsidies

Voor langdurige subsidierelaties van drie jaar of langer geldt dat de gemeente de subsidierelatie niet direct kan beëindigen bij gewijzigd beleid of gewijzigde omstandigheden. Dit is in overeenstemming met richtlijn voor subsidierecht vanuit de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Algemene wet bestuursrecht.

  • De gemeente kondigt binnen een redelijke termijn aan dat een subsidierelatie afgebouwd gaat worden.

  • De gemeente gaat na aankondiging in gesprek met de aanvrager om de gevolgen van het (gedeeltelijk) beëindigen van de subsidierelatie te bespreken.

  • Dit kan resulteren in een (gedeeltelijke) beëindiging met afbouwregeling.

  • De gemeente is niet verantwoordelijk voor nevenkosten die samenhangen bij het beëindigen van de subsidierelatie.

  • Een subsidieontvanger kan zelf besluiten om de subsidierelatie bij aankondiging van of tijdens de afbouwperiode eenzijdig te beëindigen. Dit dient een ontvanger tenminste zes maanden voorafgaand aan dit voornemen kenbaar te maken aan de gemeente. Gemeente en subsidieontvanger maken afspraken over afbouw en overdracht van werkzaamheden.

3.12 Verlaging van subsidies

Subsidies worden jaarlijks door het college opnieuw verdeeld afhankelijk van het beschikbare subsidieplafond en gemeentelijke prioriteiten. Dit kan betekenen dat een aanvrager een aanpassing (hoger of lager) op de subsidieverlening ten opzichte van een voorgaand jaar krijgt. Er gelden hierbij spelregels.

Verlaging

  • Subsidies met een looptijd korter dan 3 jaar kunnen direct gestopt of verlaagd worden.

  • Subsidies met een looptijd van drie jaar of meer worden via onderstaande richtlijnen verlaagd.

    • o

      Via vernieuwing/wijziging: de subsidieontvanger houdt haar subsidiebijdrage maar krijgt (voorafgaand aan de aanvraag) het verzoek een nieuw of andere activiteit/product/dienst aan te bieden met hetzelfde beleidsdoel. Dit kan ook voor een gedeelte van de subsidie waarop de wijziging betrekking heeft. Hierbij geldt dat de gemeente dit voorgenomen besluit uiterlijk 3 maanden voorafgaand aan het volgende subsidiejaar kenbaar maakt (te weten voor 1 oktober voorafgaand).

    • o

      Via regeling: de verlaging geschiedt in lijn met artikel 3.11. De subsidieontvanger ontvangt een verlagingsschema. Hierbij geldt dat de gemeente dit voorgenomen besluit binnen redelijke termijn kenbaar maakt. Het besluit wordt definitief na vaststelling van de begroting.

Verhoging

Subsidies kunnen worden verhoogd ten opzichte van een vorig jaar, maar nooit hoger dan het aangevraagde bedrag, en altijd zover de gemeentelijke begroting hiertoe ruimte laat.

4. Waarderingssubsidies

4.1 Inleiding

De waarderingssubsidie is een subsidie van ten hoogste €5000,- die bedoeld is voor instellingen om hen te waarderen voor de maatschappelijke bijdrage die zij leveren. Deze subsidies onderscheiden zich van de budgetsubsidies in de zin dat er geen prestatiekader geldt voor de vaststelling van de subsidie. Waardering gaat in essentie om de bijdrage van een instelling aan de samenleving en de aansluiting bij de inhoudelijke beleidsdoelstellingen waarop de aanvraag betrekking heeft. Deze bijdrage wordt op voorhand bij de aanvraag ingeschat en leidt tot een bepaalde hoogte van waardering.

4.2 Verdeling waarderingssubsidies

Waarderingsubsidies worden naar het oordeel van het college verhoogd of verlaagd op grond van de ‘waardering’ die het college toekent aan een instelling en de bijdrage die zij levert aan de maatschappelijke effecten. Het college hanteert een verdeelsleutel voor het verdelen van de waarderingssubsidies onder aanvragers. Elk college kan hiervoor een eigen verdeelsleutel opstellen. Dit wordt de beleidsregel ‘verdeling waarderingssubsidies’ genoemd.

4.2.1 Verdelingssleutel waarderingssubsidies

De waarderingssubsidies worden verdeeld aan de hand van de volgende uitgangspunten:

  • 1.

    Er wordt een maximaal budget voor waarderingssubsidies bepaald.

  • 2.

    Subsidieaanvragen worden beoordeeld op drie gronden:

    • o

      De bijdrage aan de gemeentelijke doelen, gemeten op maatschappelijk effecten en maatschappelijke opgaven.

    • o

      Het bereik onder inwoners, gemeten op de eigen groep/doelgroep een gemeenschap/wijk/dorp of de gehele gemeente/regio.

    • o

      De relatie tot bestaande ontvangers van soortgelijke waarderingssubsidies, waarbij het streven is om te handelen vanuit het principe van ‘gelijke monniken gelijke kappen’.

  • 3.

    Het eindoordeel van de hoogte van de subsidie is aan het college.

4.3 Incidentele subsidies

Incidentele subsidies worden eenmalig verstrekt in bijzondere omstandigheden. Bijzondere omstandigheden zijn ter beoordeling van het college. Voor een incidentele subsidie geldt een maximum van €500,- per jaar. Voor jubilea geldt een maximum van €250,- per lustrum (per periode van vijf jaar).

5. Welzijn

5.1 Inleiding

Welzijn is een breed thema. Welzijn gaat onder meer over het welbevinden van inwoners in onze samenleving. Over de mate waarin zij mee kunnen doen en van waarde kunnen zijn binnen de samenleving. Welzijn gaat ook over het dierenwelzijn, over inclusie en over de veerkracht van dorpen en wijken. Ook gaat welzijn over het aanbod aan voldoende basisvoorzieningen voor inwoners, zoals plekken om te ontmoeten en om activiteiten te organiseren.

De gemeente investeert in een sterke sociale basis. Met de sociale basis bedoelen we dat inwoners een breed en toegankelijk aanbod van formele en informele activiteiten en voorzieningen hebben, die gericht zijn op ontmoeting en ondersteuning, ontplooiing en ontspanning. Het is belangrijk dat inwoners prettig samenleven, mee kunnen doen, eenzaamheid wordt voorkomen en dat mantelzorgers en vrijwilligers worden ondersteund. Het doel is een zorgzame samenleving waarin inwoners naar elkaar omkijken.

In een sterke sociale structuur zijn draagkracht en draaglast in balans. Het aantal inwoners dat in staat is voor zichzelf te zorgen en tegelijkertijd iets voor anderen kan en wil betekenen, moet in balans zijn met de inwoners die ondersteuning nodig hebben. Naast een eigen netwerk van familie en vrienden, is de sociale cohesie in een dorp of wijk essentieel. Een groene omgeving nodigt uit tot beweging en ontmoeting. Inwoners voelen zich welkom en krijgen gelijke kansen om mee te doen en zich te ontwikkelen. Voor wie het nodig heeft is laagdrempelige ondersteuning beschikbaar. Er wordt gebiedsgericht gewerkt, zodat de ondersteuning op de juiste plek terecht komt. Door zichtbaar te zijn in de woonomgeving weten inwoners waar zij terecht kunnen voor informatie, vragen en ondersteuning.

Voorne aan Zee is een natuurgemeente waarbij we het belangrijk vinden dat mens en dier in goede harmonie samen kunne leven. Dierenwelzijn richt zich op voorlichting van inwoners, het welzijn waarborgen van dieren en het naleven van onze wettelijke taken.

5.2 Toetsingskader

Welzijn

  • -

    Draagt bij aan de maatschappelijke effecten zoals benoemd in hoofdstuk 3.1.2.

  • -

    Heeft de focus op de acht opgaven zoals benoemd in hoofdstuk 3.1.2.

Kent de volgende beleidsmatige ambities/doelen:

  • 1.

    Voorzieningen zijn aanwezig en bereikbaar voor inwoners, ook voor ouderen en mensen met een beperking.

  • 2.

    Elke wijk of dorp is veerkrachtig, waarbij een balans is tussen draagkracht en draaglast. Er is extra aandacht voor de meest kwetsbare inwoners.

  • 3.

    Inwoners kijken naar elkaar om, kennen elkaar en hebben sociale netwerken. Er is extra aandacht voor eenzaamheid.

  • 4.

    Inwoners zijn betrokken en kunnen bijdragen en meebeslissen over zaken die hen aangaan.

  • 5.

    De toegang naar ondersteuning en zorg is in wijk/dorp vindbaar, toegankelijk, begrijpelijk en bruikbaar. Er is extra aandacht voor de digitale toegang tot ondersteuning en voor de toegang op dorp- en wijkniveau.

  • 6.

    De toegang naar ondersteuning en zorg is laagdrempelig, via inlooppunten, het verenigingsleven, de huisartsen en andere zorg- en gezondheidsinstellingen.

  • 7.

    Inwoners hebben toegang tot formele en/of informele ontmoetingsplaatsen in dorpen/wijken. Er wordt meer georganiseerd voor en door inwoners op de formele en/of informele ontmoetingsplaatsen.

  • 8.

    Ontmoetingsplaatsen nemen een centrale rol in binnen de gemeenschap, voor welzijnsdoelen, maar ook voor sport, festivals, workshops en als vindplaats voor ondersteuning en zorg.

  • 9.

    Mantelzorgers voelen zich gewaardeerd en ondersteund en we voorkomen overbelasting bij mantelzorgers.

  • 10.

    Vrijwilligers voelen zich gewaardeerd en ondersteund en ervaren persoonlijke groei door hun vrijwilligerswerk.

  • 11.

    Er is een goede verbinding tussen vraag en aanbod in het vrijwilligerswerk.

  • 12.

    Eenzaamheid onder inwoners wordt gesignaleerd, herkend, en verminderd door gerichte interventies.

  • 13.

    We zijn een dementievriendelijke samenleving, we signaleren en ondersteunen dementerende inwoners en hun naasten.

  • 14.

    Sport en cultuur kunnen als middel worden ingezet voor een bijdrage aan de fysieke, mentale gezondheid, sociale cohesie, inclusie en persoonlijke ontwikkeling van inwoners.

  • 15.

    Het welzijn van dieren wordt ondersteund en misstanden worden voorkomen.

Beleidsstukken:

  • -

    Nota Sociale basis Voorne aan Zee 2025-2028

  • -

    Lokale Inclusie agenda Voorne aan Zee 2025-2028

  • -

    Nota Dierenwelzijn Voorne aan Zee 2026-2030

  • -

    Beleid voortkomend uit landelijke akkoorden

Verleent subsidie

  • Op grond van het aanvraagformulier waarin de aanbieder aantoont dat de instelling bijdraagt aan

    • o

      De maatschappelijke effecten

    • o

      De opgaven

    • o

      De beleidsdoelen

  • Op grond van de bijdrage aan de maatschappelijke effecten die de aanbieder levert door inzet van de activiteit/dienst/product of groep aan activiteiten/diensten/producten

  • Op grond van de prestatiemeting door de aanbieders

    • o

      Middels prestatie-indicatoren

    • o

      Middels de allocatie van middelen en personeel

      • Inzage in de FTE en productieve inzet per product/activiteit/dienst

      • Inzage in de prijsopbouw per FTE: het aandeel personeelskosten, overhead, materiele kosten, overige kosten en reserve.

    • o

      Middels een valide meetsysteem (voor-tussen-na meting) en SMART uitvoering van doelen

6. Gezondheid

6.1 Inleiding

Het bevorderen van de gezondheid van inwoners is zowel een taak van de gemeente als van andere partijen zoals het Rijk en gezondheidsaanbieders. De gemeentelijke taak ligt met name bij het gebied van preventie en stimulans. De gemeente stimuleert de samenwerking tussen partijen en een basisaanbod aan gezondheidsvoorzieningen.

De ambitie van de gemeente is het bevorderen van de fysieke en mentale gezondheid van onze inwoners. Iedere inwoner krijgt dezelfde kansen om zo gezond mogelijk te kunnen leven. Hierbij worden inwoners gestimuleerd deze kansen zelf te pakken, waar nodig worden zij ondersteund en gefaciliteerd. Samen met inwoners, maatschappelijke partners en ondernemers creëren wij een leefomgeving die de gezondheid van inwoners bevordert en een gezonde leefstijl stimuleert. Wij richten onze aandacht op de omstandigheden die van invloed kunnen zijn op het maken van gezonde keuzes door onze inwoners, zoals onder andere de fysieke en sociale omgeving en sociaaleconomische status.

Het model van positieve gezondheid loopt als een rode draad door de ambities. De nadruk in dit model ligt op de veerkracht, eigen regie en het aanpassingsvermogen van de mens en niet op de beperkingen of ziekte zelf. Het gaat niet om wat iemand niet meer kan, maar juist om wat iemand wel kan, belangrijk vindt en eventueel wil veranderen. Door hier op een positieve manier op in te steken en mensen daarin de eigen regie te geven, willen we bereiken dat mensen positief naar de eigen gezondheid kijken en zingeving, veerkracht en geluk ervaren.

6.2 Toetsingskader

Gezondheid

  • -

    Draagt bij aan de maatschappelijke effecten zoals benoemd in hoofdstuk 3.1.2.

  • -

    Heeft de focus op de acht opgaven zoals benoemd in hoofdstuk 3.1.2.

Kent de volgende beleidsmatige ambities/doelen:

  • 1.

    Het aantrekkelijk maken van de gezonde leefstijl en het vergroten van de kennis over en vaardigheden voor een gezonde leefstijl.

  • 2.

    Het stimuleren van een gezond gewicht onder inwoners.

  • 3.

    Een rookvrije en vapevrije generatie.

  • 4.

    Het voorkomen van (problematisch) alcoholgebruik. Een focus op het voorkomen en terugdringen van alcoholgebruik onder jongeren.

  • 5.

    Het voorkomen van middelengebruik. Een focus op het voorkomen en terugdringen van middelengebruik onder jongeren.

  • 6.

    Aandacht voor seksuele en relationele vorming, het verkleinen van de risico’s en omvang van seksueel overdraagbare aandoeningen en het voorkomen en terugdringen van seksueel geweld.

  • 7.

    Het voorkomen en terugdringen van gehoorschade.

  • 8.

    Het stimuleren van participatie, ontmoeting, betekenisvolle relaties en het verminderen van eenzaamheid.

  • 9.

    Het verbeteren van de mentale gezondheid van inwoners. Een focus op de mentale gezondheid van jongeren en op het voorkomen van suïcide onder inwoners.

  • 10.

    Het voorkomen en terugdringen van psychosociale problemen onder inwoners, onder meer door het verminderen van stress, het bevorderen van de mentale veerkracht en een gezond en veilig klimaat op scholen.

  • 11.

    Een dementievriendelijke samenleving.

  • 12.

    Het voorkomen en terugdringen van gezondheidsachterstanden. Een focus op de eerste 1000 dagen.

  • 13.

    Aanbod aan gezondheidsinstellingen, zoals huisartsen, de jeugdgezondheidszorg, geestelijke gezondheidszorg en apotheken.

  • 14.

    Het verhogen van de vaccinatiegraad onder inwoners/kinderen.

  • 15.

    Het stimuleren van een gezonde fysieke leefomgeving en het beschermen van inwoners voor de impact van milieufactoren op hun gezondheid.

Beleidsstukken:

  • -

    Nota gezondheidsbeleid Gezond op Voorne 2021-2024

  • -

    Beleid voortkomend uit landelijke akkoorden

Verleent subsidie

  • Op grond van het aanvraagformulier waarin de aanbieder aantoont dat de instelling bijdraagt aan

    • o

      De maatschappelijke effecten

    • o

      De opgaven

    • o

      De beleidsdoelen

  • Op grond van de bijdrage aan de maatschappelijke effecten die de aanbieder levert door inzet van de activiteit/dienst/product of groep aan activiteiten/diensten/producten

  • Op grond van de prestatiemeting door de aanbieders

    • o

      Middels prestatie-indicatoren

    • o

      Middels de allocatie van middelen en personeel

      • Inzage in de FTE en productieve inzet per product/activiteit/dienst

      • Inzage in de prijsopbouw per FTE: het aandeel personeelskosten, overhead, materiele kosten, overige kosten en reserve.

    • o

      Middels een valide meetsysteem (voor-tussen-na meting) en SMART uitvoering van doelen

Aanvullende regels/afwijzingsgronden:

  • -

    Wettelijke taken hebben voorrang bij de toekenning van middelen.

7. Cultuur

7.1 Inleiding

Cultuur is belangrijk voor de samenleving. Cultuur verbindt, verrijkt en is een bron van plezier. Ze is in zichzelf van onschatbare waarde en biedt tegelijk maatschappelijke meerwaarde: voor onder andere gezondheid, welzijn, kansengelijkheid, economie en toerisme. Hiermee wordt de motivatie om te investeren in cultuur treffend samengevat. Cultuur is een fundamenteel onderdeel van het menselijk bestaan en draagt bij aan zowel individuele ontwikkeling als sociale binding en vooruitgang. Het bevordert begrip, respect, creativiteit en waardering voor diversiteit. Cultuur verrijkt het leven van mensen op talloze manieren.

Aan cultuur kunnen verschillende waarden worden toegekend. We onderscheiden drie waarden: maatschappelijke waarde, artistieke waarde en economische waarde. Voor Maatschappelijke Ontwikkeling is met name de maatschappelijke waarde van belang bij het toekennen van subsidie. Hierbij wordt de kruisbestuiving met de artistieke en de economische waarde meegewogen. De maatschappelijke waarde verdelen we in: leefbaarheid, educatieve waarde, persoonlijke ontwikkeling en historisch besef. De artistieke waarde verdelen we in: kwaliteit van het aanbod (hoogwaardig), culturele keten (broedplek) en artistieke reputatie (naamsbekendheid). De economische waarde delen we in: werkgelegenheid en aantrekkelijke gemeente.

7.2 Toetsingskader

Cultuur

  • -

    Draagt bij aan de maatschappelijke effecten zoals benoemd in hoofdstuk 3.1.2.

  • -

    Heeft de focus op de acht opgaven zoals benoemd in hoofdstuk 3.1.2.

De maatschappelijke effecten en opgaven zijn leidend bij de toekenning, maar daarnaast zullen ook de artistieke waarde en de economische waarde mee worden gewogen.

Kent de volgende beleidsmatige ambities/doelen:

  • 1.

    Het versterken van de sociaalmaatschappelijke positie van cultuur, onder meer door cultuur in te zetten als middel voor verbinding, ontmoeting en participatie.

  • 2.

    Het versterken van de culturele infrastructuur, de cultuureducatie en -participatie.

  • 3.

    Het versterken van de historische waarde en promotionele waarde van cultuur, onder meer door het behoud van het erfgoed, kunst in de buitenruimte, het versterken van de musea en toeristische en economische waarde van erfgoed, kunst en musea.

  • 4.

    Het versterken van het verbindende karakter van cultuur, onder meer door aan te sluiten bij andere (sociale) ontwikkelingen in de gemeente, het versterken van netwerken en de netwerkpositie van cultuur en het stimuleren van het vrijwilligerswerk binnen cultuur.

  • 5.

    Het vergroten van het vernieuwende & kwaliteitsvolle karakter van cultuur, onder meer door innovatieve samenwerking en financiering.

Beleidsstuk:

  • -

    Cultuurnota Voorne aan Zee 2025-2028

Verleent subsidie

  • Op grond van het aanvraagformulier waarin de aanbieder aantoont dat de instelling bijdraagt aan

    • o

      De maatschappelijke effecten

    • o

      De opgaven

    • o

      De beleidsdoelen

  • Op grond van de bijdrage aan de maatschappelijke effecten die de aanbieder levert door inzet van de activiteit/dienst/product of groep aan activiteiten/diensten/producten

  • Op grond van de prestatiemeting door de aanbieders

    • o

      Middels prestatie-indicatoren

    • o

      Middels de allocatie van middelen en personeel

      • Inzage in de FTE en productieve inzet per product/activiteit/dienst

      • Inzage in de prijsopbouw per FTE: het aandeel personeelskosten, overhead, materiele kosten, overige kosten en reserve.

    • o

      Middels een valide meetsysteem (voor-tussen-na meting) en SMART uitvoering van doelen

8. Armoede/bestaanszekerheid

8.1 Inleiding

Ondanks dat Nederland een welvarend land is, leeft een deel van onze inwoners in armoede. Eigen kracht en bestaanszekerheid hoort voor iedere inwoner centraal te staan. Er zijn echter inwoners die moeite hebben om rond te komen, geldzorgen hebben of met schulden kampen. Armoede brengt de bestaanszekerheid in gevaar en leidt tot ongelijke kansen, waardoor een vicieuze cirkel kan ontstaan en problemen zich opstapelen.

Het armoedebeleid kent zeven centrale doelen: 1) een toegankelijk en laagdrempelige dienstverlening, 2) een integrale aanpak binnen het sociaal domein, 3) kinderen kansen bieden om mee te doen, 4) inkomensondersteunende maatregelen voor inwoners met een laag inkomen, 5) lokaal organiseren van schulddienstverlening, 6) preventie, vroeg signalering en nazorg en 7) aandacht voor verschillende doelgroepen.

Inwoners met langdurige financiële problemen of schulden komen vaak in een vicieuze cirkel terecht die moeilijk te doorbreken is. Daar spelen laaggeletterdheid, gezondheid en eenzaamheid eveneens een belangrijke rol bij. Doordat we ons in het armoedebeleid meer richten op een integrale aanpak binnen het sociaal domein dragen we eraan bij dat deze cirkel doorbroken wordt. Eén van de speerpunten daarbij is preventie. Preventie wordt steeds belangrijker. Want hoe sneller de inwoner de hulp en ondersteuning ontvangt die nodig is, hoe sneller die inwoner ook weer zelfredzaam kan zijn. Onze maatschappelijke partners spelen hierbij een belangrijke rol.

Daarnaast richten wij ons op de schuldenproblematiek. Ons uitgangspunt daarbij is dat schulddienstverlening beschikbaar is voor alle inwoners. Daaraan dragen de landelijke aanpak op dit gebied en de basisdienstverlening waarbij het hulpaanbod in elke gemeente uit dezelfde elementen bestaat bij.

8.2 Toetsingskader

Armoede

  • -

    Draagt bij aan de maatschappelijke effecten zoals benoemd in hoofdstuk 3.1.2.

  • -

    Heeft de focus op de acht opgaven zoals benoemd in hoofdstuk 3.1.2.

Kent de volgende beleidsmatige ambities/doelen:

  • 1.

    Preventie versterken

  • 2.

    Versterken van de bekendheid van regelingen

  • 3.

    Vereenvoudiging van dienstverlening en toegang tot ondersteuning

  • 4.

    Financiële educatie voor jongeren en volwassenen

  • 5.

    Versterken netwerken en samenwerking van partners rondom armoede:

    • -

      Integraal samenwerken rondom armoede

    • -

      De mogelijkheden voor kwetsbare doelgroepen om mee te doen vergroten

    • -

      Versterken aanpak tegen laaggeletterdheid

    • -

      Versterken van de ondersteuning aan kinderen om te voorkomen dat men in armoede opgroeit

  • 6.

    Effectieve schuldenaanpak:

    • -

      Het aanbieden van effectieve schulddienstverlening, inclusief preventie, bij de bron aanpakken en nazorg.

    • -

      Vroegsignalering van schuldenproblematiek

  • 7.

    Inkomensondersteuning met oog voor kinderen:

    • -

      Ondersteunen kinderen in situaties van (langdurige) armoede

Beleidsstukken:

  • -

    Integraal Armoedebeleid Voorne aan Zee 2025-2028

  • -

    Beleid voorkomend uit landelijke akkoorden

Verleent subsidie

  • Op grond van het aanvraagformulier waarin de aanbieder aantoont dat de instelling bijdraagt aan

    • o

      De maatschappelijke effecten

    • o

      De opgaven

    • o

      De beleidsdoelen

  • Op grond van de bijdrage aan de maatschappelijke effecten die de aanbieder levert door inzet van de activiteit/dienst/product of groep aan activiteiten/diensten/producten

  • Op grond van de prestatiemeting door de aanbieders

    • o

      Middels prestatie-indicatoren

    • o

      Middels de allocatie van middelen en personeel

      • Inzage in de FTE en productieve inzet per product/activiteit/dienst

      • Inzage in de prijsopbouw per FTE: het aandeel personeelskosten, overhead, materiele kosten, overige kosten en reserve.

    • o

      Middels een valide meetsysteem (voor-tussen-na meting) en SMART uitvoering van doelen

Aanvullende regels/afwijzingsgronden:

  • -

    Er is een focus op lokale dienstverlening

Subsidieaanvragers die in het verleden te kampen hebben gehad met integriteitsvraagstukken worden in principe geweerd bij subsidietoekenning. Dit vanwege de gevoeligheid van kwesties op het gebied van armoede.

9. Evenementen

9.1 Inleiding

Voorne aan Zee is een bijzondere recreatiegemeente vanwege de natuur, schone stranden, sportieve mogelijkheden en de historische bezienswaardigheden en activiteiten. Jaarlijks worden ongeveer 300 evenementen georganiseerd, die zowel door inwoners als bezoekers van buiten de gemeente werden bezocht. Grote en kleine evenementen, voor jong en oud.

Evenementen zorgen voor sociale binding, ontmoeting en economische activiteit binnen de gemeente. Evenementen verbinden inwoners, ondernemers, bezoekers en toeristen met elkaar. Ook dragen evenementen bij aan het creëren van een aantrekkelijke woongemeente. Nieuwe evenementen dienen iets nieuws of unieks toe te voegen aan het bestaande aanbod. Ze moeten bijdragen aan de merkwaarden van de gemeente, diversiteit aan evenementen en/of de spreiding over het jaar.

De gemeente Voorne aan Zee vindt het belangrijk dat ook in de toekomst een aantrekkelijk aanbod van activiteiten en evenementen blijft bestaan. Onze ambitie is om ruimte te bieden aan evenementen voor een brede doelgroep, met een extra focus op het aanbod voor jongeren.

Binnen het kader van Maatschappelijke Ontwikkeling (MO) is subsidie beschikbaar voor evenementen met een sociaal-maatschappelijk en/of cultureel karakter. Voor sociaal-maatschappelijke evenementen is het belangrijk dat zij zorgen voor inclusie en een verbonden gemeenschap. Voor culturele evenementen is het belangrijk dat zij kunst, erfgoed, diversiteit en gemeenschapsbinding een podium geven. Evenementen hebben tevens een kruisbestuiving met doelen voor toerisme, recreatie, economie en promotie.

9.2 Toetsingskader

Evenementen

  • -

    Draagt bij aan de maatschappelijke effecten zoals benoemd in hoofdstuk 3.1.2.

  • -

    Heeft de focus op de acht opgaven zoals benoemd in hoofdstuk 3.1.2.

De maatschappelijke effecten en opgaven zijn leidend bij de toekenning, maar daarnaast zullen kruiseffecten voor andere doelstellingen op het gebied van toerisme, recreatie, economie en promotie meegewogen worden.

Kent de volgende beleidsmatige ambities/doelen:

  • 1.

    Het stimuleren van sociaal-maatschappelijke evenementen

  • 2.

    Het stimuleren van culturele evenementen

  • 3.

    Het stimuleren van sociaal-maatschappelijke en/of culturele evenementen voor jongeren

  • 4.

    Het verbinden van de waarde van sociaal-maatschappelijke en/of culturele evenementen aan toerisme, recreatie, economie en promotie.

Beleidsstuk:

  • -

    Evenementenbeleid Voorne aan Zee 2024-2028

Verleent subsidie

  • Op grond van het aanvraagformulier waarin de aanbieder aantoont dat de instelling bijdraagt aan

    • o

      De maatschappelijke effecten

    • o

      De opgaven

    • o

      De beleidsdoelen

  • Op grond van de bijdrage aan de maatschappelijke effecten die de aanbieder levert door inzet van de activiteit/dienst/product of groep aan activiteiten/diensten/producten

  • Op grond van de prestatiemeting door de aanbieders

    • o

      Middels prestatie-indicatoren

    • o

      Middels de allocatie van middelen en personeel

      • Inzage in de FTE en productieve inzet per product/activiteit/dienst

      • Inzage in de prijsopbouw per FTE: het aandeel personeelskosten, overhead, materiele kosten, overige kosten en reserve.

    • o

      Middels een valide meetsysteem (voor-tussen-na meting) en SMART uitvoering van doelen

Aanvullende regels/afwijzingsgronden:

  • -

    Bij verdeling van middelen hebben nieuwe evenementen voor jongeren voorrang op andere evenementen.

10. Zorg

10.1 Inleiding

De gemeente biedt passende zorg en ondersteuning aan inwoners die het tijdelijk niet meer lukt om naar vermogen mee te doen. Deze inwoners hebben zelf, samen met hun netwerk en/of met ondersteuning van het welzijnswerk geprobeerd om hun zelfredzaamheid te herstellen. Of er is zorgwekkend gedrag van een inwoner gesignaleerd en dit wordt gemeld door één van onze samenwerkingspartners, bijvoorbeeld de woningcorporatie of politie. Op het moment dat dit niet lukt wordt de hulp en ondersteuning van het sociaal gebiedsteam of van andere professionals ingeroepen.

Het sociaal gebiedsteam is een samenwerkingsverband van organisaties die professionals beschikbaar stellen met uiteenlopende expertises en inwoners ondersteunen bij het hervinden van hun zelfredzaamheid. Het sociaal gebiedsteam werkt wijk- en dorpsgericht en is betrokken binnen de gemeenschap en bij vindplaatsen, zoals huisartsen, de Voedselbank, welzijn en scholen. De gemeente gelooft er namelijk in dat de oplossing voor een zelfredzaam bestaan in de eigen leefomgeving gevonden wordt. De ondersteuning van het sociaal gebiedsteam is tijdelijk en doelgericht, waarbij aan inwoners maatwerk wordt geboden. Op het moment dat het sociaal gebiedsteam onvoldoende ondersteuning kan bieden, wordt toegeleid naar inzet van specialistische hulp. De zorg voor inwoners richt zich ook op situaties waarin sprake is van (dreigende) escalatie, zoals huiselijk geweld en kindermishandeling, (neigen tot) zorgmijding, (dreigende) dak- en of thuisloosheid en onbegrepen gedrag.

Binnen de zorg en ondersteuning van inwoners wordt er gewerkt vanuit een aantal uitgangspunten. Het allerbelangrijkste uitgangspunt is onderzoeken en ondersteunen vanuit één huishouden - één plan – één casusregisseur. De inwoner houdt hierbij altijd de eigen regie. Een tweede uitgangspunt is om de middelen zo effectief en efficiënt mogelijk te besteden. Een interventie is daarom altijd tijdsgebonden en gericht op herstel van de (zoveel mogelijk) zelfredzaamheid (eventueel met behulp van het netwerk en/of welzijnswerk). Een derde uitgangspunt is de integrale werkwijze, waarbij over de grenzen van de eigen taken en kunde gekeken wordt, een samenhangend plan en ondersteuningsaanbod met de inwoner wordt vormgegeven en samengewerkt wordt met andere professionals. Een vierde uitgangspunt is een toegankelijke, overzichtelijke en aan wetgeving gebonden registratie via een centraal registratiesysteem.

Naast het sociaal gebiedsteam subsidieert de gemeente andere vormen van passende zorg en ondersteuning. De gemeente heeft daarbij een focus op collectivering van dienstverlening, innoverende vormen van zorg en ondersteuning en integrale vormen van samenwerking. Het doel is het kunnen blijven bieden van passende zorg en ondersteuning aan inwoners die dit nodig hebben, terwijl de vraag naar zorg toeneemt en middelen schaars zijn. Preventie heeft daarbij voorrang op zorg. Daarbij vinden we het belangrijk dat inwoners zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen.

10.2 Toetsingskader

Zorg

  • -

    Draagt bij aan de maatschappelijke effecten zoals benoemd in hoofdstuk 3.1.2.

  • -

    Heeft de focus op de acht opgaven zoals benoemd in hoofdstuk 3.1.2.

Kent de volgende beleidsmatige ambities/doelen:

  • 1.

    Het bieden van passende zorg en ondersteuning aan alle inwoners:

    • -

      Vindplaats gericht werken

    • -

      Het bieden van integrale ondersteuning aan inwoners

    • -

      Het collectiviseren van zorg

    • -

      Het versterken van zelf- en samenredzaamheid

    • -

      Het versterken van vindplaatsen in de ondersteuning van inwoners

    • -

      Versterken van netwerken en netwerksamenwerking

    • -

      Zorgdragen voor inclusie

  • 2.

    Zorgen dat kinderen en jongeren gezond en veilig kunnen opgroeien:

    • -

      Het ondersteunen van ouders met opvoedvragen en -problematiek

    • -

      Het ondersteunen van jeugdigen met eigen (gedrags)problematiek

    • -

      Het signaleren en anticiperen op risicogedrag onder jeugdigen.

    • -

      Voorkomen van detentie.

  • 3.

    Het bieden van passende ondersteuning bij dreigende escalatie:

    • -

      Het voorkomen en aanpakken van huiselijk geweld en kindermishandeling

    • -

      Het ondersteunen van inwoners met onbegrepen gedrag of met signalen van onbegrepen gedrag

    • -

      Het ondersteunen van inwoners die dak- of thuisloos dreigen te raken

    • -

      Het ondersteunen van inwoners die terugkeren vanuit detentie

    • -

      Het toe leiden naar specialistische ondersteuning

  • 4.

    Het versterken van de eigen kracht en zelfregie van inwoners:

    • -

      Inwoners versterken in hun vaardigheden

    • -

      Integrale samenwerking met vindplaatsen en welzijnswerk

    • -

      Mogelijkheden voor zelfstandig blijven wonen vergroten

  • 5

    Innovatie en vernieuwing van zorg en ondersteuning:

    • -

      Nieuwe vormen van zorg en ondersteuning ontwikkelen en signaleren

    • -

      Efficiënte en effectieve aanwending van middelen

Verleent subsidie

  • Op grond van het aanvraagformulier waarin de aanbieder aantoont dat de instelling bijdraagt aan

    • o

      De maatschappelijke effecten

    • o

      De opgaven

    • o

      De beleidsdoelen

  • Op grond van de bijdrage aan de maatschappelijke effecten die de aanbieder levert door inzet van de activiteit/dienst/product of groep aan activiteiten/diensten/producten

  • Op grond van de prestatiemeting door de aanbieders

    • o

      Middels prestatie-indicatoren

    • o

      Middels de allocatie van middelen en personeel

      • Inzage in de FTE en productieve inzet per product/activiteit/dienst

      • Inzage in de prijsopbouw per FTE: het aandeel personeelskosten, overhead, materiele kosten, overige kosten en reserve.

    • o

      Middels een valide meetsysteem (voor-tussen-na meting) en SMART uitvoering van doelen

Aanvullende regels/afwijzingsgronden:

  • -

    Samenwerkingspartners in het Sociaal Gebiedsteam sluiten zich aan bij het Samenwerkingsconvenant.

  • -

    De gemeente Voorne aan Zee faciliteert in de dataverzameling en -analyse voor partners van het Sociaal Gebiedsteam.

11. Ontwikkeling

11.1 Inleiding

Voorne aan Zee vindt het belangrijk dat alle inwoners naar vermogen mee kunnen doen. Kansengelijkheid is daarbij een belangrijk thema. Gemeenten ontvangen Rijksmiddelen voor het onderwijsachterstandenbeleid (OAB) via een SPUK, omdat gemeenten wettelijk onder andere verantwoordelijk zijn voor de aanpak van onderwijsachterstanden. Het VVE-beleid van een gemeente is het lokale beleid voor Voor- en Vroegschoolse Educatie, gericht op het voorkomen en terugdringen van onderwijsachterstanden bij jonge kinderen. De kinderopvangorganisaties en welzijnspartijen ontvangen hiervoor subsidie vanuit het OAB, waarvoor een aparte subsidieverordening is opgesteld. Via de leerplichtambtenaren en doorstroomcoach wordt ingezet op het voorkomen van en de handhaving bij verzuim/schooluitval en op het toeleiden naar school of werk bij vroegtijdig schoolverlaten.

Het doel van de Wet Passend Onderwijs is dat het onderwijs voor alle kinderen met een specifieke onderwijsbehoefte een passende onderwijsplek aanbiedt en daarnaast ook ondersteuning aanbiedt. Het Samenwerkingsverband Onderwijscollectief is hiervoor verantwoordelijk. Ook voor de gemeente is het belangrijk dat kinderen niet buiten de boot vallen en onderwijs kunnen volgen. Via een zogenaamde thuiszitterstafel (overleg), waarbij leerplicht aansluit, wordt hier aandacht aan besteed. Daarnaast volgt de gemeente de ontwikkelingen rondom de oprichting van trajectklassen op het voortgezet onderwijs. Via het leerlingenvervoer kunnen kinderen, die niet in staat zijn om met de fiets of het OV naar school te reizen, ook niet met begeleiding, met een busje naar school gebracht worden.

Jongeren worden in hun ontwikkeling ondersteund door het Jongerenwerk. Het hoofddoel van jongerenwerk is om de ontwikkeling van jongeren naar volwassenheid te ondersteunen door middel van laagdrempelige begeleiding, talentontwikkeling en het bevorderen van maatschappelijke participatie. Dit wordt bereikt door jongeren te helpen hun vaardigheden, zoals zelfredzaamheid, sociaal-emotionele ontwikkeling en verantwoordelijkheidsgevoel, te versterken en door preventieve ondersteuning te bieden tegen problemen zoals schooluitval en overlast.

De Wet Educatie Beroepsonderwijs (WEB) is bedoeld voor het volwassenenonderwijs en richt zich op het verbeteren van basisvaardigheden, zoals lezen, schrijven, rekenen en digitale vaardigheden. De gemeente ontvangt middelen om hiervoor een aanpak te organiseren. De gemeente ontvangt ook middelen voor Overheidsbrede Dienstverlening. Via deze decentralisatie-uitkering worden gemeenten gefaciliteerd om laagdrempelige en empathische ondersteuning te bieden bij regelzaken met de (digitale) overheid en om hun regierol in het lokale netwerk in te vullen. Dit wordt uitgevoerd door het Informatiepunt Digitale Overheid (IDO).

De zorgplicht voor bibliotheken is een wettelijke taak die gemeenten vanaf 2026 krijgen om ervoor te zorgen dat elke inwoner binnen een redelijke afstand toegang heeft tot een volwaardige openbare bibliotheek. Het doel van een bibliotheek is om de persoonlijke en maatschappelijke ontwikkeling van mensen te bevorderen, onder andere door het aanbieden van kennis, informatie en cultuur, en het stimuleren van leesplezier en levenslang leren. Bibliotheken bieden ook een ontmoetingsplek, een plek voor ontspanning en recreatie, en ondersteunen bij het ontwikkelen van digitale vaardigheden en basisvaardigheden.

11.2 Toetsingskader

Ontwikkeling

  • -

    Draagt bij aan de maatschappelijke effecten zoals benoemd in hoofdstuk 3.1.2.

  • -

    Heeft de focus op de acht opgaven zoals benoemd in hoofdstuk 3.1.2.

Kent de volgende beleidsmatige ambities/doelen:

  • 1.

    Het voorkomen en inlopen van onderwijsachterstanden

  • 2.

    Aandacht voor de ontwikkeling van het jonge kind en het stimuleren van hun ontwikkeling.

  • 3.

    Het stimuleren van volwassenonderwijs.

  • 4.

    Het verbeteren van de digitale toegankelijkheid van de overheid.

  • 5.

    Het behoud van het bibliotheekaanbod.

  • 6.

    Passend onderwijs voor alle kinderen en jongeren.

  • 7.

    Integrale samenwerking met samenwerkingspartners.

Beleidsstuk:

  • -

    Bibliotheekbeleid per 2027

  • -

    Visie Sociaal Domein

  • -

    VVE Beleid

  • -

    Cultuurnota

  • -

    Armoede (laaggeletterdheid)

Verleent subsidie

  • Op grond van het aanvraagformulier waarin de aanbieder aantoont dat de instelling bijdraagt aan

    • o

      De maatschappelijke effecten

    • o

      De opgaven

    • o

      De beleidsdoelen

  • Op grond van de bijdrage aan de maatschappelijke effecten die de aanbieder levert door inzet van de activiteit/dienst/product of groep aan activiteiten/diensten/producten

  • Op grond van de prestatiemeting door de aanbieders

    • o

      Middels prestatie-indicatoren

    • o

      Middels de allocatie van middelen en personeel

      • Inzage in de FTE en productieve inzet per product/activiteit/dienst

      • Inzage in de prijsopbouw per FTE: het aandeel personeelskosten, overhead, materiele kosten, overige kosten en reserve.

    • o

      Middels een valide meetsysteem (voor-tussen-na meting) en SMART uitvoering van doelen

Aanvullende regels/afwijzingsgronden:

  • -

    Het OAB kent een eigen separaat subsidieplafond (het budget OAB). Behandeling gebeurt in tijd opvolgend na het subsidieprogramma.

12. Sport

12.1 Inleiding

Het Sport- en Beweegbeleid focust op het bevorderen van een gezonde, actieve levensstijl voor alle inwoners van de gemeente, het versterken van ontmoeting, verbinding en participatie, met een visie op sport en bewegen als een essentieel onderdeel van het dagelijks leven. Het doel is dat tegen 2028 minstens 50% van de inwoners voldoet aan de beweegrichtlijnen, met speciale focus op groepen die momenteel achterblijven in hun sportdeelname. Dit gaat niet alleen om eenmalig bewegen maar om zo vaak bewegen dat men voldoet aan de beweegrichtlijn. Het beleid benadrukt het belang van samenwerking tussen verschillende partijen en het integreren van sport in andere beleidsgebieden.

Het beleid heeft vijf belangrijke thema's:

  • Toekomstbestendige sportvoorzieningen: er wordt geïnvesteerd in nieuwe en bestaande sportaccommodaties, zowel binnen- als buitensportfaciliteiten, inclusief duurzame verbeteringen en multifunctionele gebruiksmogelijkheden.

  • Vitale sport- en beweegaanbieders: sportverenigingen en andere aanbieders krijgen ondersteuning om toekomstbestendiger te worden, met een focus op samenwerking, kennisdeling, en het stimuleren van vrijwilligerswerk.

  • Sport en bewegen voor iedereen: speciale aandacht wordt gegeven aan kwetsbare groepen, zoals ouderen, mensen met een beperking, en inwoners in kwetsbare situaties. Sport wordt gepromoot als middel om hun fysieke, mentale en sociale gezondheid te verbeteren.

  • Sport en bewegen in verbinding met andere beleidsthema’s: sport wordt ingezet om andere maatschappelijke doelen te bereiken, zoals gezondheid, sociale cohesie en inclusie, door samenwerkingen met lokale organisaties, scholen en zorginstellingen.

  • Sportsubsidies: de huidige subsidieregelingen worden herzien en vereenvoudigd, met een focus op subsidies die maatschappelijke impact bevorderen, zoals gezondheid en gemeenschapsontwikkeling.

12.2 Toetsingskader

Sport

  • -

    Draagt bij aan de maatschappelijke effecten zoals benoemd in hoofdstuk 3.1.2.

  • -

    Heeft de focus op de acht opgaven zoals benoemd in hoofdstuk 3.1.2.\

Kent de volgende beleidsmatige ambities/doelen:

  • 1.

    Toekomstbestendige sportvoorzieningen

  • 2.

    Het stimuleren van het gebruik van de openbare ruimte

  • 3.

    Vitale sport- en beweegaanbieders:

    • -

      Stimuleren van sociaal veilige sport

    • -

      Waardering voor vrijwilligers en voor bijzondere sportprestaties

  • 4.

    Sport en bewegen voor iedereen:

    • -

      Sport- en beweegaanbod voor alle doelgroepen van jong tot en oud en voor alle inwoners met een beperking (inclusie)

    • -

      Sport- en beweegaanbod voor alle kwetsbare inwoners en de toegang hiertoe mogelijk maken.

    • -

      Inzet van sportcombinatiefunctionarissen

  • 5.

    Sport en bewegen in verbinding met andere beleidsthema’s:

    • -

      Het ontwikkelen van inclusieve sport- en beweegprogramma’s

    • -

      Realisatie van de sport- en scoutingsinvesteringsregeling (apart belegd via een eigen subsidieregeling)

Beleidsstuk:

  • -

    Sport- en beweegbeleid Voorne aan Zee 2025-2028

Verleent subsidie

  • Op grond van het aanvraagformulier waarin de aanbieder aantoont dat de instelling bijdraagt aan

    • o

      De maatschappelijke effecten

    • o

      De opgaven

    • o

      De beleidsdoelen

  • Op grond van de bijdrage aan de maatschappelijke effecten die de aanbieder levert door inzet van de activiteit/dienst/product of groep aan activiteiten/diensten/producten

  • Op grond van de prestatiemeting door de aanbieders

    • o

      Middels prestatie-indicatoren

    • o

      Middels de allocatie van middelen en personeel

      • Inzage in de FTE en productieve inzet per product/activiteit/dienst

      • Inzage in de prijsopbouw per FTE: het aandeel personeelskosten, overhead, materiele kosten, overige kosten en reserve.

    • o

      Middels een valide meetsysteem (voor-tussen-na meting) en SMART uitvoering van doelen

Aanvullende regels/afwijzingsgronden:

  • -

    Voor sport- en scoutingsinvesteringen is een afzonderlijke regeling beschikbaar in hoofdstuk 13.

13. Sport- en scoutingsinvesteringsregeling

13.1 Inleiding

Het doel van de sport- en scoutingsinvesteringsregeling is om sportverenigingen en scoutingverenigingen met een eigen accommodatie te stimuleren om investeringen te doen die bijdragen aan het bevorderen van een actieve en gezonde samenleving. De investering is specifiek gericht op het ondersteunen van sport- en scoutingverenigingen bij het realiseren van bouw-, renovatie- of uitbreidingsprojecten voor hun sportvoorzieningen. Het doel is om verenigingen in staat te stellen beter te voldoen aan de huidige en toekomstige behoeften van hun leden en de bredere gemeenschap.

13.2 Toetsingskader

Sport- en scoutingsinvesteringsregeling

  • -

    Draagt bij aan de maatschappelijke effecten zoals benoemd in hoofdstuk 3.1.2.

  • -

    Heeft de focus op de acht opgaven zoals benoemd in hoofdstuk 3.1.2.

Kent de volgende beleidsmatige ambities/doelen:

  • 1.

    Het stimuleren van sport- en scoutingverenigingen om te investeren in de eigen accommodatie, om op die manier een actieve en gezonde samenleving te bevorderen.

Beleidsstuk:

  • -

    Sport- en beweegbeleid Voorne aan Zee 2025-2028

Verleent subsidie

  • Op grond van het aanvraagformulier waarin de aanbieder aantoont dat de instelling bijdraagt aan

    • o

      De maatschappelijke effecten

    • o

      De opgaven

    • o

      De beleidsdoelen

  • Op grond van de bijdrage aan de maatschappelijke effecten die de aanbieder levert door inzet van de activiteit/dienst/product of groep aan activiteiten/diensten/producten

  • Op grond van de prestatiemeting door de aanbieders

    • o

      Middels prestatie-indicatoren

    • o

      Middels de allocatie van middelen en personeel

      • Inzage in de FTE en productieve inzet per product/activiteit/dienst

      • Inzage in de prijsopbouw per FTE: het aandeel personeelskosten, overhead, materiele kosten, overige kosten en reserve.

    • o

      Middels een valide meetsysteem (voor-tussen-na meting) en SMART uitvoering van doelen

13.3 Uitwerking van de regeling

13.3.1 Subsidiepercentage en maximum bedrag

  • De investering bedraagt één derde van de werkelijke projectkosten die aantoonbaar direct verband houden met de bouw, renovatie of uitbreiding van de sportaccommodatie.

  • Het maximale bedrag per aanvraag is € 200.000.

Voorwaarden voor sport- of scoutingverenigingen:

  • De sport- of scoutingvereniging moet statutair gevestigd zijn in de gemeente Voorne aan Zee.

  • De activiteiten van de vereniging moeten primair gericht zijn op leden binnen de gemeente Voorne aan Zee.

Uitzondering voor hengelsportverenigingen:

  • Hengelsportverenigingen die statutair gevestigd zijn in de gemeente Voorne aan Zee, maar geen eigen accommodaties bezitten, komen eveneens in aanmerking voor de sport- en scoutingsinvesteringsregeling.

  • Deze verenigingen kunnen een bedrag aanvragen voor investeringen in voorzieningen die direct bijdragen aan de hengelsport, zoals vissteigers.

  • Voor deze investeringen geldt dezelfde regeling van één derde van de werkelijke kosten, tot een maximum van € 200.000 per aanvraag.

13.3.2 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

De investering kan uitsluitend worden verleend aan sport- en scoutingverenigingen voor een bijdrage in de projectkosten ten behoeve van:

  • Onder renovatie valt de bouw, renovatie of uitbreiding van accommodatieonderdelen zoals kleedkamers, opslagruimtes en vissteigers. Per voorziening kan maximaal één aanvraag worden ingediend binnen een periode van vijf jaar, gerekend vanaf de datum van de laatste goedkeuring. Voor vissteigers geldt een maximum van één aanvraag per vijftien jaar.

  • Het plaatsen of vervangen van lichtinstallaties bij (sport)velden, met een maximum van één aanvraag per veld binnen een periode van tien jaar. Onder lichtinstallaties vallen uitsluitend vaste verlichtingselementen.

  • De aanleg of vervanging van een kunstgrasveld of een te gebruiken sportveld, met een maximum van één aanvraag per veld binnen een periode van tien jaar.

  • Uitbreiding van bovengenoemde voorzieningen als gevolg van een aanzienlijk groeiend ledenaantal.

13.3.3 Hardheidsclausule

Door het college kan van hoofdstuk 15.1.2 van deze regeling worden afgeweken als daaraan vasthouden voor een subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen.

13.3.4 Subsidieprocedure

De volgende stukken dienen aangeleverd te worden:

  • Een begroting van de projectkosten, expliciet gericht op hoe de resterende twee derde van de projectkosten wordt gefinancierd.

  • Offertes die de opbouw van de projectkosten motiveren.

  • Het college beslist binnen zestien weken, na ontvangst van een aanvraag tot subsidieverlening. Voor bedragen boven de € 25.000 wordt de gemeenteraad verzocht in te stemmen met het subsidieverzoek.

  • De aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst.

  • Na instemming met het subsidieverzoek ontvangt de sportvereniging tachtig procent van de subsidie als voorschot.

13.3.5 Berekening van de subsidie

  • De investering voor de bouw, renovatie of uitbreiding van de verenigingsaccommodatie en toebehoren bedraagt een derde van de werkelijke kosten, tot een maximum subsidiebedrag van € 200.000. Het gemeentelijke budget bedraagt het subsidieplafond.

  • De subsidie bedraagt maximaal een derde deel van de projectkosten voor sportverenigingen in de gemeente Voorne aan Zee.

13.3.6 Nadere verplichtingen van de subsidie

  • De subsidieontvanger moet bij de realisatie van bouw-, renovatie- of uitbreidingsprojecten van sportvoorzieningen voldoen aan alle geldende wet- en regelgeving.

  • De subsidieontvanger is verplicht om alle benodigde vergunningen te verkrijgen voordat wordt gestart met de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten.

13.3.7 Weigeringsgronden van de subsidie

De aanvraag kan worden geweigerd indien één of meer van de volgende omstandigheden van toepassing zijn:

  • Er is onvoldoende gemeentelijk budget beschikbaar om de subsidie toe te kennen.

  • De aanvraag of de activiteiten van de sportvereniging sluiten niet aan bij de geldende beleidsstukken voor sport.

  • De aanvraag is bedoeld voor commerciële accommodatieonderdelen, waaronder kantines.

  • De beoogde investering niet noodzakelijk is in het kader van het sportieve en maatschappelijke doel van de sportvereniging.

  • De voorziening, bij nieuwbouw, renovatie of uitbreiding van een bestaand gebouw, niet toegankelijk en bruikbaar is voor mensen met een beperking.

  • De aanvrager ontvangt reeds financiële ondersteuning voor hetzelfde doel vanuit een andere gemeentelijke regeling.

  • De aanvrager is niet in staat om twee derde van de projectkosten dat voor eigen rekening komt te financieren.

  • De sport- of scoutingvereniging dient binnen de gestelde termijnen een aanvraag in voor een voorziening die eerder al met gemeentelijke subsidie is ondersteund.

  • De sport- of scoutingvereniging kan niet voldoen aan de procedurele vereisten.

  • De investering draagt niet bij aan duurzame of toekomstbestendige voorzieningen.

13.3.8 Subsidievaststelling

De uiteindelijke vaststelling van de investering wordt gedaan op basis van een ingediende projectadministratie met daarbij de door de organisatie betaalde facturen en bewijzen van betaling. Bij de vaststelling wordt de resterende twintig procent van de investering uitgekeerd.

14. Dorps- en wijkraden

14.1 Inleiding

De gemeente Voorne aan Zee bestaat uit een veelzijdige verzameling van steden, dorpen en wijken, elk met een eigen, herkenbare identiteit. Wij koesteren deze diversiteit en zien de verschillen tussen onze dorpen en wijken als een kracht. Onze ambitie is om een constructieve en duurzame relatie met onze inwoners te onderhouden, waarin wederzijds vertrouwen en betrokkenheid centraal staan.

Dorps- en wijkraden vervullen een onmisbare rol in het versterken en behouden van vitale en leefbare gemeenschappen binnen onze gemeente. Als ‘ogen en oren’ binnen de gemeenschap signaleren zij ontwikkelingen en behoeften die zij terugkoppelen naar de gemeente. Hiermee dragen zij bij aan een beleid dat dicht bij de inwoners staat en aansluit bij de realiteit van de dorpen en wijken.

De gemeente biedt dorps- en wijkraden zowel financiële als inhoudelijke ondersteuning. Jaarlijks ontvangen deze raden een subsidie, gebaseerd op een werkplan dat zij zelf opstellen.

14.2 Toetsingskader

Dorps- en wijkraden

  • -

    Draagt bij aan de maatschappelijke effecten zoals benoemd in hoofdstuk 3.1.2.

  • -

    Heeft de focus op de acht opgaven zoals benoemd in hoofdstuk 3.1.2.

Kent de volgende beleidsmatige ambities/doelen:

  • 1.

    Het stimuleren en ondersteunen van dorps- en wijkraden.

  • 2.

    Het verbeteren van de samenwerking tussen dorps- en wijkraden en de gemeente.

  • 3.

    Het versterken van de samenwerking bij incidentele en/of uitdagende projecten, bijvoorbeeld rondom energietransitie, sociale problematiek en veiligheid.

Verleent subsidie

  • Op grond van het aanvraagformulier waarin de aanbieder aantoont dat de instelling bijdraagt aan

    • o

      De maatschappelijke effecten

    • o

      De opgaven

    • o

      De beleidsdoelen

  • Op grond van het jaarplan. Dit plan dient jaarlijks bij de subsidieaanvraag meegestuurd te worden.

Aanvullende regels/afwijzingsgronden:

  • Een raad bedient een verzorgingsgebied in Voorne aan Zee. De raad toont aan dat zij de achterban van dit gebied vertegenwoordigt.

  • De basissubsidie bedraagt €1.000,- per raad, tenzij een raad zelf besluit een lagere basissubsidie aan te vragen.

  • De basissubsidie wordt opgehoogd met aanvullende bijdrage voor het verzorgingsgebied:

    • o

      De aanvullende bijdrage is de som van ‘het aantal volwassen inwoners in het verzorgingsgebied’ * €0,85.

    • o

      De aanvullende bijdrage is tenminste €1.000,-.

    • o

      De bijdrage wordt naar rato van de resterende maanden van het jaar berekend. Ingaande de 1e maand na indiening van het subsidieverzoek.

  • De jaarlijkse subsidie wordt bij toekenning 100% bevoorschot.

  • Raden mogen een voorziening op de balans opnemen. Daarbij geldt een maximale aanvulling van de voorziening van € 2.500 per kalenderjaar.

Voor raden in oprichting geldt onderstaande:

  • Raden in oprichting kunnen een beroep doen op de basissubsidie van €1000.-.

  • Raden in oprichting kunnen zes maanden gebruik maken van hun status ‘in oprichting’. Zij dienen binnen deze zes maanden een registratie in de KvK te hebben om hun subsidieaanvraag te formaliseren. De raad informeert de gemeente schriftelijk over de datum van inschrijving in het handelsregister en overlegt het bewijs hiervan.

  • Na inschrijving vallen de raden onder de reguliere wijze van subsidietoekenning (Zie hierboven) en kunnen zij een beroep doen op de aanvullende bijdrage voor het verzorgingsgebied.

  • In het jaar van oprichting kunnen raden voor onvoorziene kosten en/of bij onvoldoende financiële middelen een aanvullende subsidie vragen van maximaal €1.000,-.

Voor dorps- en wijkraden die willen fuseren:

  • Voor dorps- en wijkraden die zich in een fusietraject bevinden, geldt dat zij maximaal twee jaar de maximale subsidie kunnen ontvangen die bedoeld is voor een zelfstandig opererende raad. Daarbij geldt dat binnen Voorne aan Zee per verzorgingsgebied maximaal één actieve dorps- of wijkraad kan bestaan.

15. Leefbaarheidsfonds voormalige gemeente Westvoorne

15.1 Inleiding

In dit hoofdstuk is het Leefbaarheidsfonds van de voormalige gemeente Westvoorne opgenomen. Deze regeling geldt alleen voor het grondgebied van de voormalige gemeente Westvoorne. Deze regeling is bedoeld voor duurzaamheidsinitiatieven en burgerinitiatieven gericht op duurzaamheid. Het is de wens om deze regeling op termijn uit te gaan faseren omdat deze regeling niet voor de hele gemeente beschikbaar is en refereert aan de voormalige gemeentes.

15.2 Doel Leefbaarheidsfonds Westvoorne

Met het Leefbaarheidsfonds stellen Eneco, Vattenfall én de gemeente elk jaar gezamenlijk geld beschikbaar voor maatschappelijke organisaties, verenigingen en burgerinitiatieven om de voormalige gemeente Westvoorne duurzamer te maken.

Met deze subsidie beoogt de gemeente burgerinitiatieven te ondersteunen die de leefbaarheid bevorderen, projecten te ondersteunen die een kwaliteitsimpuls geven aan de energietransitie en verduurzaming van maatschappelijke accommodaties te ondersteunen (met uitzondering van gemeentelijke accommodaties).

15.3 Criteria

Het gaat om projecten of activiteiten in Oostvoorne, Rockanje en/of Tinte die zich richten op de volgende punten:

  • a)

    Het verduurzamen en energiezuiniger maken van maatschappelijke gebouwen binnen Oostvoorne, Rockanje en/of Tinte; en/of

  • b)

    Met het oog op duurzaamheid, de leefbaarheid binnen Oostvoorne, Rockanje en/of Tinte te verhogen; en/of

  • c)

    Een positieve bijdrage leveren aan de energietransitie in Oostvoorne, Rockanje en/of Tinte.

15.4 Procedure

  • a)

    Aanvragen geschieden de Asv 2023 eerste wijziging, aangevuld met lid b t/m f.

  • b)

    Met inachtneming van het reglement Leefbaarheidsfonds Westvoorne

    • o

      Het actuele reglement staat op de website van de gemeente.

  • c)

    Aanvragen geschieden voor 1 maart van het desbetreffende kalenderjaar.

  • d)

    Aanvragen worden beoordeeld door een toetsingscommissie. Deze commissie adviseert het college van B&W over de hoogte van de subsidieverlening. Waar nodig brengt deze commissie een rangorde aan in de aanvrager bij meerdere aanvragen die het plafond overschrijden. Bij gelijke kwaliteit volgt een voorstel tot verdeling van de gelden.

  • e)

    Voor de aanvragen is een maximaal separaat subsidieplafond per kalenderjaar beschikbaar van €35.000,-. Dit subsidieplafond wordt aangevuld bij onderbesteding van het jaar ervoor.

  • f)

    De toekenning van middelen geschiedt aan de hand van de aanvraag, het activiteitenplan, het beoogde effect en de beschikbare subsidiegelden. In het plan is expliciet aandacht voor:

    • Waarom het initiatief bijdraagt aan de leefbaarheid en/of verduurzaming in de voormalige gemeente Westvoorne;

    • Opgave van financiering door derden (indien van toepassing);

    • Welke prestaties duidelijk kunnen worden gemeten of aanwijsbaar zijn om te controleren of de subsidie juist is besteed.

15.5 Bijzondere verplichtingen

Alvorens subsidie kan worden verstrekt, dient de aanvrager te voldoen aan de volgende cumulatieve criteria:

  • a)

    Het doel van de subsidie dient lokaal te worden gerealiseerd, dat wil zeggen dat het initiatief of het project wordt uitgevoerd op het grondgebied van de voormalige gemeente Westvoorne;

  • b)

    Eventuele bouw- en/of inrichtingsplannen moeten voldoen aan de geldende wet- en regelgeving.

15.6 Nadere weigeringsgronden

Indien en voor zover wordt voldaan aan de aanvraagprocedure en de criteria in artikel 15.4 behoudt de gemeente onverminderd het recht de subsidie niet te verstrekken om haar moverende redenen. In ieder geval zal de gemeente het verzoek tot subsidie afwijzen indien:

  • a)

    De aanvraag niet bijdraagt aan het algemeen belang en/of het in artikel 15.2 omschreven doel;

  • b)

    Het subsidieplafond is bereikt;

  • c)

    Aanvrager onvoldoende financiële dekking heeft om het voorgestelde initiatief of project te realiseren.

  • d)

    Aanvrager betreft een instelling, instituut, organisatie, bedrijf of andere rechtsvorm die verbonden is aan, of onderdeel is van een onderwijsinstelling of geloofsgenootschap, dan wel aanvrager doet de aanvraag in zijn hoedanigheid van vertegenwoordiger van een voornoemde organisatie.

Ondertekening

Bijlage 1: Definities Maatschappelijke effecten en Maatschappelijke opgaven

In deze bijlage zijn de vijf effecten en acht opgaven toegelicht.

Inwoners voelen zich vitaal en van waarde in onze samenleving

Het maatschappelijk effect 'Inwoners voelen zich vitaal en van waarde in onze samenleving' betekent dat inwoners zich energiek, gezond en betekenisvol ervaren binnen hun gemeenschap. Ze hebben het gevoel dat ze een rol spelen en gewaardeerd worden, wat bijdraagt aan hun welzijn en betrokkenheid bij de maatschappij. Dit effect benadrukt het belang van sociale inclusie, erkenning en een gezonde levensstijl voor het versterken van de samenhang en het geluk in de samenleving. Mensen voelen zich Positief Gezond.

Inwoners kunnen zo lang mogelijk zelfstandig wonen

Het maatschappelijk effect 'Inwoners kunnen zo lang mogelijk zelfstandig wonen' betekent dat inwoners in staat worden gesteld om, ondanks ouderdom, ziekte of andere beperkingen, zo lang mogelijk in hun eigen huis of omgeving te blijven wonen zonder dat ze daarvoor naar een zorginstelling hoeven te verhuizen. Dit draagt bij aan hun zelfredzaamheid, levenskwaliteit en welzijn, en vermindert de druk op de langdurige zorg. Het kan bereikt worden door ondersteuning, aanpassingen in de woning, technologieën voor zorg op afstand en maatschappelijke diensten.

Alle inwoners doen mee en ontwikkelen zich naar vermogen

Het maatschappelijk effect 'Alle inwoners doen mee en ontwikkelen zich naar vermogen’ betekent dat alle inwoners in de gemeente de kans krijgen om actief deel te nemen aan sociale, economische en culturele activiteiten. Daarnaast wordt er rekening gehouden met ieders eigen capaciteiten en mogelijkheden, zodat iedereen zich op zijn of haar eigen niveau kan ontwikkelen en bijdragen aan de gemeenschap. Dit effect bevordert inclusie, gelijkheid en persoonlijke groei.

Kinderen en jongeren groeien gezond en veilig op

Het maatschappelijk effect ‘Kinderen en jongeren groeien gezond en veilig op’ betekent dat alle kinderen en jongeren in een samenleving opgroeien in omstandigheden die hun lichamelijke en geestelijke gezondheid bevorderen, én waarbij hun veiligheid gewaarborgd is. Dit houdt in dat zij toegang hebben tot goede voeding, gezondheidszorg, onderwijs, veilige woon- en speelplekken, en dat zij beschermd worden tegen geweld, misbruik en verwaarlozing. Het effect streeft naar een omgeving waarin jongeren zich positief kunnen ontwikkelen, zich veilig voelen en hun talenten kunnen ontplooien.

Passende ondersteuning en zorg voor wie dit nodig heeft

Het maatschappelijk effect 'Passende ondersteuning en zorg voor wie dit nodig heeft' betekent dat inwoners die hulp, zorg of ondersteuning nodig hebben, deze op maat en tijdig krijgen. Dit betekent dat de zorg en ondersteuning aansluiten bij de individuele behoeften en omstandigheden van de persoon, zodat zij zelfstandig kunnen functioneren, zo lang mogelijk meedoen in de samenleving, en hun kwaliteit van leven behouden of verbeteren. Hiermee wordt ook beoogd dat er efficiënt en effectief met beschikbare middelen wordt omgegaan, zodat iedereen de juiste zorg ontvangt zonder onnodige wachttijden.'

Opgaven

Inwoners hebben bestaanszekerheid en gelijke kansen om mee te doen

Onder de maatschappelijke opgave ‘Inwoners hebben bestaanszekerheid en gelijke kansen om mee te doen’ wordt verstaan:

  • Het zorgen dat mensen voldoende inkomsten en middelen hebben voor een veilig en waardig bestaan (bestaanszekerheid).

  • Het aanpakken van ongelijkheden in kansen binnen de samenleving, zodat iedereen gelijke mogelijkheden krijgt op gebieden als onderwijs, werk en sociale participatie (kansengelijkheid).

  • Het ontwikkelen van beleid en maatregelen die armoede verminderen en sociale inclusie bevorderen.

  • Het ondersteunen van kwetsbare groepen zodat zij niet achterblijven en actief kunnen deelnemen aan de maatschappij.

Kortom, deze maatschappelijke opgave richt zich op het creëren van een rechtvaardige samenleving waarin iedereen de basiszekerheden heeft om volwaardig mee te doen en gelijke kansen krijgt om zich te ontwikkelen.

Inwoners met een zorg en/of ondersteuningsvraag kunnen zo lang mogelijk thuis blijven wonen

De maatschappelijke opgave ' Inwoners met een zorg en/of ondersteuningsvraag kunnen zo lang mogelijk thuis blijven wonen’ verwijst naar de uitdaging om zorg en ondersteuning te bieden aan een toenemend aantal inwoners die vanwege hun zorgbehoefte zo lang mogelijk zelfstandig thuis willen blijven wonen. Dit vraagt om aanpassing en uitbreiding van voorzieningen, zoals thuiszorg, mantelzorgondersteuning, hulp bij dagelijks leven en technische hulpmiddelen, om ervoor te zorgen dat deze groep mensen veilig en comfortabel thuis kan blijven leven zonder onnodige opname in een zorginstelling.

Inwoners hebben toegang tot een passende woning

De maatschappelijke opgave ‘Inwoners hebben toegang tot een passende woning’ betekent het streven om voor alle inwoners in de gemeente een woning beschikbaar te hebben die aansluit bij hun behoeften, wensen en mogelijkheden. Dit houdt in dat er voldoende betaalbare, geschikte en kwalitatieve woningen moeten zijn voor diverse groepen, zoals starters, gezinnen, ouderen en kwetsbare mensen, zodat iedereen met een passend onderdak kan wonen.

Inwoners hebben een gezonde leefstijl en voelen zich vitaal

De maatschappelijke opgave 'Inwoners hebben een gezonde leefstijl en voelen zich vitaal' betekent dat er aandacht en inspanningen worden geleverd om mensen te ondersteunen bij het aannemen van gezonde gewoonten, zoals het kiezen voor gezonde voeding, voldoende lichaamsbeweging, en het vermijden van schadelijke gewoonten zoals roken en overmatig alcoholgebruik. Door het stimuleren van preventieprogramma's, het verstrekken van voorlichting, het verbeteren van de toegankelijkheid tot gezonde voeding en het creëren van meer mogelijkheden voor fysieke activiteit, wordt gestreefd naar een vitale en gezonde bevolking. Het uiteindelijke doel is het vergroten van de vitaliteit en kwaliteit van leven van inwoners, terwijl tegelijkertijd gezondheidsproblemen en zorgkosten worden verminderd.

Kinderen en jongeren groeien veilig, gezond en kansrijk op

De maatschappelijke opgave 'Kinderen en jongeren groeien veilig, gezond en kansrijk op' richt zich op het creëren van een omgeving waarin alle kinderen en jongeren zich optimaal kunnen ontwikkelen. Dit betekent dat zij kunnen opgroeien in een veilige en ondersteunende omgeving, met gelijke kansen om zich te ontplooien. Hierbij is aandacht voor factoren zoals lichamelijke of geestelijke gezondheidsproblemen, leer- of ontwikkelingsstoornissen, sociale problemen of moeilijke thuissituaties. Er wordt ingezet op preventie, vroegtijdige ondersteuning en het bieden van passende zorg en begeleiding wanneer dat nodig is om hen adequaat te ondersteunen. Zo wordt ervoor gezorgd dat kinderen en jongeren gezond, weerbaar en vol vertrouwen hun toekomst tegemoet kunnen gaan, met volop mogelijkheden om actief deel te nemen aan de samenleving.

Inwoners zijn zelfredzaam, en hebben betekenisvolle relaties

De maatschappelijke opgave 'Inwoners zijn zelfredzaam, en hebben betekenisvolle relaties' richt zich op het versterken van de eigen kracht van mensen én het belang van sociale verbondenheid. Het gaat erom dat inwoners in staat zijn om zelfstandig hun dagelijkse leven te organiseren en problemen op te lossen, terwijl zij tegelijkertijd betekenisvolle relaties onderhouden die zorgen voor steun en betrokkenheid. Door het bevorderen van zowel zelfredzaamheid als samenredzaamheid in sociale netwerken ontstaat een veerkrachtige gemeenschap waarin mensen elkaar kunnen vertrouwen en ondersteunen. De overheid en professionele hulpverleners geven minder direct hulp en stimuleren mensen om zoveel mogelijk zelfstandig of in samenwerking met anderen oplossingen te zoeken.

Dorpen en wijken zijn vitaal, leefbaar en bieden ruimte voor ontmoeting

De maatschappelijke opgave ‘Dorpen en wijken zijn vitaal, leefbaar en bieden ruimte voor ontmoeting ' betekent dat er wordt gewerkt aan het leefbaar, aantrekkelijk en sociaal verbonden houden van lokale gemeenschappen. Dit omvat het behouden en verbeteren van voorzieningen, sociale samenhang, veiligheid, economische kansen en een gezonde leefomgeving in dorpen en wijken. Het doel is om ervoor te zorgen dat inwoners zich betrokken voelen, zich kunnen ontwikkelen, en dat de woonomgeving bijdraagt aan hun welzijn en levenskwaliteit. Hiermee wordt voorkomen dat gebieden verarmen of vereenzamen en blijft het een fijne plek om te wonen en te leven.

Mantelzorgers en vrijwilligers versterken, zodat niemand er alleen voor staat

De maatschappelijke opgave ‘Mantelzorgers en vrijwilligers versterken, zodat niemand er alleen voor staat' houdt in dat er meer mensen worden gestimuleerd en ondersteund om mantelzorg te verlenen of vrijwilligerswerk te doen, én dat de kwaliteit en duurzaamheid van deze vormen van zorg en ondersteuning worden verbeterd. Het gaat hierbij om het herkennen van het belang van mantelzorgers en vrijwilligers, het bieden van passende ondersteuning, waardering en opleiding, zodat zij hun taken goed en langdurig kunnen uitvoeren. Dit draagt bij aan een sterke samenleving waarin informele zorg en betrokkenheid een belangrijke rol spelen in het welzijn van mensen.