Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR758709
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR758709/1
Financiële verordening gemeente Castricum 2025
Geldend van 17-03-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2025
Intitulé
Financiële verordening gemeente Castricum 2025De raad van de gemeente Castricum;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van Castricum d.d. 20 januari 2026;
gezien het advies van de auditcommissie van 19 februari 2026;
gelet op het aangenomen amendement op de grensbedragen in artikel 3 en in artikel 6 niet te verhogen,
gelet op het bepaalde in artikel 212 van de Gemeentewet;
b e s l u i t:
vast te stellen de
Financiële verordening gemeente Castricum 2025
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
- –
administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd.
- –
begroting: de begroting als bedoeld in de Gemeentewet en zoals nader bepaald in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV);
- –
cluster: een samenvoeging van gelijksoortige activa;
- –
doelmatigheid: het realiseren van de boogde maatschappelijke effecten van het beleid met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen;
- –
doeltreffendheid: de mate waarin de beoogde maatschappelijke effecten daadwerkelijk worden behaald;
- –
jaarstukken: de jaarrekening en het jaarverslag als bedoeld in de Gemeentewet en zoals nader bepaald in het BBV;
- –
rechtmatigheid: het overeenstemmen van de financiële beheerhandeling en de vastlegging daarvan met de vigerende wet- en regelgeving, zoals omschreven in het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado);
- –
rechtmatigheidsverantwoording: de rapportage van burgemeester en wethouders waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van de financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan overeenstemmen met de relevante wet- en regelgeving;
- –
afdeling: iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie met een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het college;
- –
programmaonderdeel: een samenstel van een aantal samenhangende beleidsvelden.
- –
personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin de gemeente, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt.
- –
overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin de gemeente, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt.
Paragraaf 2. Begroting en verantwoording
Artikel 2. Vaststelling programma-indeling en paragrafen
-
1. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een programmaonderdeel-indeling voor die raadsperiode vast. Om de P&C-cyclus, de indeling van de P&C-stukken en de financiële administratie geharmoniseerd te kunnen houden, worden wijzigingen hierin BUCH breed besproken en geharmoniseerd vastgesteld.
-
2. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op voorstel van burgemeester en wethouders per programmaonderdeel vast:
- a.
de taakvelden, en
- b.
de beleidsindicatoren en/of prestatie-indicatoren, voor het meten van en het afleggen van verantwoording over de realisatie van maatschappelijke effecten en doelstellingen. Het voorstel van burgemeester en wethouders bevat in ieder geval de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.
- a.
-
3. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd.
Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken
-
1. Bij de begroting worden per programmaonderdeel de begrote baten en lasten weergegeven en bij de jaarstukken per programmaonderdeel de gerealiseerde baten en lasten.
-
2. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt:
- a.
van de investeringen (per cluster) het benodigde investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende investeringen (per cluster) het geautoriseerde investeringskrediet en de raming van de uitputting van het investeringskrediet in het lopende boekjaar weergegeven, en
- b.
in aanvulling op het bepaalde in de artikelen 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie.
- a.
-
3. In de jaarrekening wordt van de investeringen (per cluster) de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten weergegeven.
-
4. In het overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programmaonderdeel worden posten vanaf € 10.000 afzonderlijk gespecificeerd. Posten kleiner dan € 10.000 worden verzameld weergegeven per programmaonderdeel en niet verder toegelicht.
Artikel 4. Kaders begroting en meerjarenraming
-
1. Burgemeester en wethouders bieden voor 1 juni aan de raad een kadernota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad stelt deze nota vast.
-
2. In de begroting wordt een post onvoorzien van € 10.000 opgenomen.
Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten
-
1. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programmaonderdeel.
-
2. Bij de begrotingsbehandeling of bij de behandeling van de kadernota geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringskredieten worden per cluster bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd.
-
3. Burgemeester en wethouders informeren de raad als zij verwachten, dat de lasten van een programmaonderdeel of een prioriteit de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden, de investeringsuitgaven van een investeringskrediet het geautoriseerde investeringskrediet (per cluster) dreigen te overschrijden, of de baten van een programmaonderdeel of een prioriteit de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden. De raad geeft aan of hij een voorstel wil voor het wijzigen van de geautoriseerde lasten van het programmaonderdeel of de prioriteit, voor het wijzigen van het geautoriseerde investeringskrediet (per cluster), of voor het bijstellen van het beleid.
-
4. Bij de behandeling van de tussentijdse rapportages in de raad bedoeld in artikel 6, eerste lid, doen burgemeester en wethouders voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten per cluster en het bijstellen van het beleid. In geval van investeringen (per cluster) met een meerjarig karakter doen burgemeester en wethouders indien nodig ook bij iedere begroting op grond van geactualiseerde ramingen voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten.
-
5. Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, leggen burgemeester en wethouders voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor. Bij investeringen groter dan € 1.000.000 informeren burgemeester en wethouders de raad in het voorstel over het effect van de investering op de rentegevolgen en de schuldpositie van de gemeente.
Artikel 6. Tussentijdse rapportages
-
1. Burgemeester en wethouders informeren de raad door middel van tussentijdse rapportages zoals vastgelegd in de BUCH breed geharmoniseerde P&C cyclus over de realisatie van de begroting.
-
2. De tussentijdse rapportages bevatten in ieder geval een uiteenzetting over de uitvoering en het bijstellen van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming van:
- a.
de baten en de lasten per programmaonderdeel;
- b.
het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen uitgesplitst naar programmaonderdelen;
- c.
het overzicht van de overhead en de geraamde vennootschapsbelasting;
- d.
het totale saldo van de baten en lasten, volgend uit de onderdelen a, b en c;
- e.
de beoogde toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma;
- f.
het resultaat, volgend uit de onderdelen d en e;
- g.
de realisatie en raming van de uitputting van de investeringskredieten per cluster.
- a.
-
3. De tussenrapportage over de beleidsvoortgang bevat tenminste per beleidsspeerpunt:
- a.
voortgang beleid;
- b.
voortgang planning;
- c.
voortgang financiën.
- a.
-
4. In de tussentijdse rapportages worden afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten per programmaonderdeel en investeringskredieten in de begroting groter dan € 25.000 toegelicht.
Artikel 7. Jaarstukken
-
1. Gelijktijdig met het aanbieden van de jaarstukken bieden burgemeester en wethouders de raad het voorstel aan over de bestemming van het jaarrekeningresultaat.
-
2. Vooruitlopend op het bestemmingsvoorstel over het jaarrekeningresultaat kunnen burgemeester en wethouders de raad voorstellen om restantmiddelen op onderdelen van het rekeningresultaat over te hevelen naar het volgende begrotingsjaar. Het minimumbedrag voor resultaatbestemming is € 25.000 en dient verder aan de volgende voorwaarden te voldoen:
- a)
het betreft incidenteel budget, structureel budget komt niet in aanmerking;
- b)
er was sprake van overmacht waardoor de planning niet is gehaald;
- c)
het bedrag is niet al eerder via resultaatbestemming overgeheveld.
- a)
Artikel 8. Wensen en bedenkingen over grote onderwerpen
-
1. In het kader van de actieve informatieplicht beslissen burgemeester en wethouders niet over:
- a.
strategische aan- en verkopen groter dan het bedrag zoals genoemd in de door de raad vastgestelde Nota Grondbeleid;
- b.
het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties, en
- c.
het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen, dan nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van burgemeester en wethouders te brengen.
- a.
-
2. Het college is verplicht de raad te informeren indien het verwachte resultaat van een grondexploitatie (grex) met meer dan € 100.000 gaat afwijken. Dit wordt verwerkt in de eerst volgende herziening van de betreffende grex.
Artikel 9. Nadere uitwerking budgetrecht
Het college is verplicht de raad vooraf een voorstel ter besluitvorming voor te leggen voor zover het betreft niet bij de begroting vastgestelde afzonderlijke verplichtingen die niet passen binnen de vastgestelde begrotingsbedragen.
Artikel 10. EMU-saldo
Als het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeren burgemeester en wethouders de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als burgemeester en wethouders een aanpassing nodig achten, doen burgemeester en wethouders een voorstel voor het wijzigen van de begroting.
Paragraaf 3. Rechtmatigheidsverantwoording
Artikel 11. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording
-
1. De raad stelt vast op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen van deze paragraaf, wil worden geïnformeerd over rechtmatigheid.
-
2. In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteren burgemeester en wethouders aan de raad over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van 2% van de totale lasten van de gemeente, exclusief de dotaties aan de reserves.
-
3. In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) groter dan € 75.000 nader toegelicht.
Artikel 12. Voorwaardencriterium
-
1. Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheers handelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur. Voorwaarden zoals gesteld in eigen interne regelgeving behoren alleen tot het normenkader voor zover het bepalingen betreft over recht, hoogte en duur.
-
2. Burgemeester en wethouders bieden de raad jaarlijks ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheers handelingen kunnen voortvloeien.
Artikel 13. Begrotingscriterium
-
1. Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten per cluster en de hiermee samenhangende programmaonderdelen, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen;
-
2. De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 5.
-
3. Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid per cluster beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaalbedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd.
-
4. Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties:
- a.
Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren.
- b.
Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling.
- c.
De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage.
- d.
Afwijkingen op de baten die uiterlijk in de jaarrekening zijn toegelicht.
- e.
Afwijkingen in de grondexploitaties die uiterlijk vóór einde van de accountantscontrole door de raad zijn vastgesteld via de Nota Actualisatie Grondexploitaties (NAG).
- f.
Indien een hogere storting in een voorziening het gevolg is van hogere wetgeving.
- a.
-
5. Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van de raad, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering.
Artikel 14. Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium
-
1. Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheershandelingen.
-
2. Burgemeester en wethouders zorgen voor en leggen vast de regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen.
Paragraaf 4. Financieel beleid
Artikel 15. Kaders financieel beleid
-
1. In de in artikel 16 genoemde beleidsnota’s worden zoveel mogelijk alleen de gemeentelijke kaders tussen gemeenteraad en het college vastgelegd;
-
2. Nieuwe bestedingsvoorstellen en investeringsaanvragen die nog niet zijn geautoriseerd door de raad worden zoveel mogelijk behandeld bij de integrale financiële afwegingsmomenten van de P&C cyclus. Indien het een grote beleidsverandering c.q. nieuw beleidsstuk betreft kan dit ook via een separaat raadsvoorstel ter besluitvorming aan de gemeenteraad worden voorgelegd;
-
3. Voor het sluitend houden van de begroting zijn de volgende spelregels afgesproken:
- a.
Zoveel mogelijk “nieuw voor oud”;
- b.
Geld dat over is gaat naar de algemene middelen;
- c.
Tegenvallers worden zoveel mogelijk binnen het betreffende programmaonderdeel opgevangen.
- a.
Artikel 16. Beleidsnota’s
-
1. In onderstaande beleidsnota’s worden de uitgangspunten en regels met betrekking tot de betreffende thema’s uitgewerkt;
-
2. Deze nota’s worden periodiek geactualiseerd, zoveel mogelijk BUCH breed geharmoniseerd en zoveel mogelijk tegelijkertijd ter vaststelling aan de BUCH raden aangeboden:
- a.
Nota vaste activa, inclusief onderhoud kapitaalgoederen
- b.
Nota Reserves en Voorzieningen
- c.
Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen/ratio
- d.
Treasurystatuut (zie artikel 23)
- e.
Nota Verbonden Partijen
- f.
Nota uitgangspunten Grondbeleid (zie artikel 28)
- g.
Nota Grondprijzen
- h.
Nota Kostentoerekening en tarieven
- i.
Geharmoniseerde P&C cyclus BUCH gemeenten (Harmonisatie P&C cycli BUCH gemeenten)
- a.
Artikel 17. Waardering en afschrijving vaste activa
-
1. Burgemeester en wethouders bieden de raad periodiek een nota vaste activa aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandelt in ieder geval:
- a.
de wijze waarop voorstellen voor investeringen worden aangeboden en geautoriseerd door de raad, in aanvulling op wat in deze verordening is vastgelegd;
- b.
de afschrijvingsmethode en afschrijvingstermijn per categorie;
- c.
het moment van starten met afschrijven;
- d.
de gebruiksduur per categorie kapitaalgoederen ofwel de afschrijvingstermijn;
- e.
de componentenbenadering;
- f.
restwaarde.
- a.
-
2. Burgemeester en wethouders bieden de raad jaarlijks een meerjareninvesteringsplan aan als bijlage bij de begroting, waarbij inzicht wordt verschaft in de geplande investeringen per cluster en de daarmee gepaard gaande kapitaallasten voor de komende meerjarenperiode.
Artikel 18. Voorziening voor oninbare vorderingen
-
1. Voor de bepaling van de voorziening wordt onderscheid gemaakt tussen reguliere debiteuren en belastingdebiteuren. Onder reguliere vorderingen vallen alle private en publieke vorderingen, namens het college opgelegd door het bestuur van de Werkorganisatie BUCH, niet zijnde vorderingen sociale zaken uitgevoerd door Zaffier (De Wet sociale werkvoorziening, de Participatiewet en het daarop gebaseerde Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs), en de Wet inburgering 2021), belastingen en leges uitgevoerd door Cocensus. De hoogte van de voorziening wordt jaarlijks bepaald.
-
2. Privaatrechtelijke vorderingen komen voort uit overeenkomsten naar burgerlijk recht, tot dienstverlening of leveringen van producten door de gemeente aan derden, waarvoor de gemeente een vergoeding factureert.
-
Voor private vorderingen worden alle openstaande posten individueel beoordeeld. Hierbij wordt beoordeeld of de vordering redelijkerwijs nog inbaar is en zo niet voor welk percentage de vordering als dubieus gekenmerkt moet worden.
-
Wanneer een niet te innen bedrag een bedrag van € 10.000 te boven gaat dient de afboeking te worden voorgelegd aan het college.
-
3. Publiekrechtelijke vorderingen zijn gebaseerd op met name wetgeving en verordeningen. Het zijn vorderingen voortkomend uit de uitoefening van de publiekrechtelijke taak. De publiekrechtelijke vorderingen betreffen:
- a.
vorderingen door opgelegde belastingen conform de belastingverordeningen.
De oninbaarheid van vorderingen vanaf 2020 wordt maandelijks vastgesteld door Cocensus o.b.v. onderstaande staffel:
Ouderdom
Percentage
<= 1 jaar
0%
>1 jaar -<= 2 jaar
10%
>2 jaar -<=3 jaar
30%
>3 jaar-<= 4 jaar
50%
>4 jaar-<= 5 jaar
75%
>5 jaar
100%
- b.
vorderingen sociale zaken;
De oninbaarheid van vorderingen wordt aan het einde van het jaar (groepsgewijs) beoordeeld Op basis van deze oninbaarheid wordt het voorzieningspercentage bepaald en wordt de benodigde voorziening vastgesteld. De door Zaffier bepaalde benodigde voorziening wordt verwerkt in de voorziening oninbare vorderingen van de gemeente.
- c.
Vorderingen op openbare lichamen worden niet op oninbaarheid getoetst. Deze vorderingen worden als volwaardig beschouwd.
- a.
Artikel 19. Reserves en voorzieningen
-
1. In de beleidsbegroting, de financiële begroting, het jaarverslag en de jaarrekening vindt geen toerekening van rente over de reserves en voorzieningen aan de taakvelden plaats.
-
2. Burgemeester en wethouders bieden de raad periodiek een nota reserves en voorzieningen aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandelt in ieder geval:
- a.
de vorming en besteding van reserves,
- b.
de vorming en besteding van voorzieningen, en
- c.
bij welke specifiek benoemde taakvelden het verschil tussen het geraamde saldo van baten en lasten en het gerealiseerde saldo van baten en lasten mogen worden verrekend met een daartoe in het leven geroepen reserve.
- a.
-
3. Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen wordt in ieder geval aangegeven:
- a.
het specifieke doel van de reserve;
- b.
het bestedingsplan van de reserve;
- c.
de voeding van de reserve;
- d.
de maximale hoogte van de reserve, en
- e.
de maximale looptijd.
- a.
-
4. Als een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen binnen de aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot een investering, valt de bestemmingsreserve vrij en wordt deze aan de algemene reserve toegevoegd.
Artikel 20. Kostprijsberekening
-
1. Bij het bepalen van de geraamde kostprijs voor heffingen en leges worden, naast de directe kosten, ook de overheadkosten meegenomen in de kostentoerekening.
-
Directe kosten omvatten alle kosten die rechtstreeks aan de betreffende activiteit kunnen worden toegerekend, waaronder:
- •
Kosten voor goederen en dienstverlening
- •
Salarislasten
- •
Kapitaalslasten
- •
Btw
- •
Eventuele opbouw van spaarvoorzieningen
- •
-
Overheadkosten betreffen de kosten die verband houden met het functioneren van de organisatie als geheel, zoals:
- •
Salarislasten van het taakveld overhead
- •
Algemene kosten voor ICT, huisvesting en facilitaire diensten
- •
-
2. Voor overige kostprijsberekeningen wordt aangesloten bij de door het Ministerie van Binnenlandse Zaken vastgestelde overheidstarieven, via de kennisbank Openbaar Bestuur (Home | Kennisbank Openbaar Bestuur).
Artikel 21. Prijzen economische activiteiten
-
1. Voor de levering van goederen, diensten en werken door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden waarbij de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht.
-
2. Bij het verstrekken van leningen of garanties door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden worden ten minste de geraamde integrale kosten in rekening gebracht.
-
3. Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaan burgemeester en wethouders uit van een vergoeding van ten minste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen.
-
4. Bij afwijking van het eerste, tweede of derde lid vanwege een publiek belang doen burgemeester en wethouders vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de activiteiten wordt gemotiveerd.
-
5. Raadsbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld in het vorige lid zijn niet nodig als minder dan de integrale kostprijs in rekening wordt gebracht en er sprake is van een van de uitzonderingen zoals genoemd in artikel 25h van de Mededingingswet.
Artikel 22. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen
-
1. Burgemeester en wethouders doen de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen en heffingen. Dit gebeurt uiterlijk in de raadsvergadering van december van het jaar voorafgaand aan het betreffende belastingjaar.
-
2. Burgemeester en wethouders bieden periodiek een nota aan de raad aan met de kaders voor de prijzen voor de levering van gemeentelijke goederen, werken en diensten aan overheidsbedrijven en derden en voor de huren en de tarieven voor erfpachten. Deze nota wordt door de raad vastgesteld.
-
3. Burgemeester en wethouders leggen bij een tussentijdse wijziging van prijzen, huren en tarieven voor erfpachten, die afwijkt van de kaders uit de nota vooraf een besluit voor aan de raad.
Artikel 23. Financieringsfunctie
-
1. Burgemeester en wethouders nemen bij het uitzetten en het aantrekken van middelen de volgende kaders in acht:
- a.
voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan één jaar worden ten minste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd; en
- b.
er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder c, van de Wet financiering decentrale overheden.
- a.
-
2. Burgemeester en wethouders bieden de raad periodiek een het treasurystatuut aan. Deze wordt door de raad vastgesteld en behandelt de werkwijze omtrent het verstrekken van leningen, garanties en risicodragend kapitaal.
Paragraaf 5. Paragrafen bij de begroting en jaarstukken
Artikel 24. Lokale heffingen
Burgemeester en wethouders nemen in de paragraaf lokale heffingen bij de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op:
- a.
de kostentoerekening van de geraamde rentekosten en de geraamde overheadkosten aan de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht;
- b.
de berekening van het rentepercentage voor de omslagrente;
- c.
onder het onderdeel beleid bedoeld in artikel 10, Aanhef en onder b, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten een overzicht van de te onderscheiden lokale heffingen, de maatstaf en de doelstelling die wordt beoogd met het opleggen van de heffing.
Artikel 25. Weerstandsvermogen en risicobeheersing
-
1. In dit artikel wordt verstaan onder:
- a.
netto schuld per inwoner: bruto schuld minus de omvang van de geldelijke bezittingen gedeeld door het aantal inwoners op 31 december van het begrotingsjaar.
- b.
bruto schuld: het totaal van langlopende leningen, kortlopende schulden, crediteuren, vorderingen en overlopende passiva.
- c.
geldelijke bezittingen: het totaal van leningen aan deelnemingen, leningen aan overige verbonden partijen, leningen aan derden, langlopende uitzettingen, kortlopende uitzettingen, debiteurenvorderingen, liquide middelen en overlopende activa;
- d.
onbenutte belastingcapaciteit onroerendezaakbelasting: positieve uitkomst van het verschil tussen de opbrengst onroerendezaakbelasting bij de tarieven die minimaal nodig zijn voor toegang tot de procedure van artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet en de (geraamde) opbrengst onroerendezaakbelasting.
- a.
-
2. Burgemeester en wethouders nemen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op:
- a.
de ontwikkeling van de netto schuld per inwoner;
- b.
het saldo van de baten en lasten voor dotaties en onttrekkingen van reserves als percentage van de inkomsten;
- c.
de onbenutte belastingcapaciteit onroerendezaakbelasting als percentage van de inkomsten;
- d.
de wijze waarop met conjuncturele risico’s en de omvang van het weerstandsvermogen wordt omgegaan.
- a.
Artikel 26. Onderhoud kapitaalgoederen
-
1. Burgemeester en wethouders nemen in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen van de begroting en de jaarstukken de verplichte onderdelen op grond van artikel 12 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op.
-
2. Burgemeester en wethouders bieden de raad ten minste eens in de 5 jaar een onderhoudsplan openbare ruimte aan. Het onderhoudsplan openbare ruimte geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en de kosten van het onderhoud voor het openbaar groen, water, wegen, kunstwerken en straatmeubilair. De raad stelt het onderhoudsplan openbare ruimte vast.
-
3. Burgemeester en wethouders bieden de raad ten minste eens in de 5 jaar een rioleringsplan aan. Het rioleringsplan geeft het kader weer voor het beheer van het watersysteem, waaronder het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud, de uitbreiding van de riolering en de kosten van het onderhoud. De raad stelt het rioleringsplan vast.
-
4. Burgemeester en wethouders bieden de raad ten minste eens in de 5 jaar een onderhoudsplan gebouwen aan. Het onderhoudsplan gebouwen bevat voorstellen voor het te plegen onderhoud en de bijbehorende kosten aan de gemeentelijke gebouwen. De raad stelt het onderhoudsplan gebouwen vast.
Artikel 27. Bedrijfsvoering
Burgemeester en wethouders nemen in de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op, voor zover van toepassing:
- a.
de omvang, opbouw en ontwikkeling van het personeelsbestand en de loonkosten;
- b.
de kosten van inhuur derden;
- c.
de huisvestingskosten;
- d.
de automatiseringskosten;
- e.
de budgetten voor de raad, de griffie, de rekenkamer en de accountant;
- f.
een toelichting op alle afwijkingen in rechtmatigheid, die in de rechtmatigheidsverantwoording zijn opgenomen, voor zover deze de rapportagegrens, zoals bedoeld in artikel 11 overschrijden en eventueel welke maatregelen worden genomen om deze afwijkingen in de toekomst te voorkomen;
- g.
een overzicht van en toelichting op niet-financiële onrechtmatigheden in verband met het niet naleven van bepalingen in de Wet financiering decentrale overheden en de bijbehorende ministeriële regelingen, als deze voorkomen;
- h.
rapportage van het veelvuldig niet naleven van normen uit de gids proportionaliteit en/of slechte documentatie of naleving hiervan, als deze voorkomen;
- i.
geconstateerde fraude door eigen medewerkers, als dit voorkomt.
Artikel 28. Grondbeleid
-
1. Burgemeester en wethouders bieden de raad periodiek een nota grondbeleid aan. De raad stelt de nota uitgangspunten grondbeleid vast. De nota grondbeleid bevat in ieder geval:
- a.
de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de gemeente;
- b.
te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten;
- c.
de uitgangspunten voor de verkoopprijzen van gronden;
- d.
de wijze waarop met de toerekening van bovenwijkse voorzieningen wordt omgegaan.
- a.
-
2. Burgemeester en wethouders bieden de raad periodiek een nota grondprijzen aan met een vastgestelde uitgifteprijs voor zowel maatschappelijke grond als intern door te leveren grond. De raad stelt de grondprijzenbrief vast.
-
3. De voorziening voor verliesgevende grondexploitaties wordt gewaardeerd tegen contante waarde.
Paragraaf 6. Financiële organisatie en financieel beheer
Artikel 29. Administratie
De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor:
- a.
het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de afdelingen;
- b.
het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden, contracten;
- c.
het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties;
- d.
het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid;
- e.
het afleggen van verantwoording door burgemeester en wethouders aan de raad over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving, en
- f.
de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving.
Artikel 30. Financiële organisatie
Burgemeester en wethouders dragen in ieder geval zorg voor:
- a.
een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de afdelingen, conform de geldende bevoegdhedenregeling;
- b.
een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden en verantwoordelijkheden;
- c.
de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten;
- d.
de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie;
- e.
de te maken afspraken met de Werkorganisatie BUCH over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen;
- f.
het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten;
- g.
het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen;
- h.
het beleid en de interne regels voor het voorkomen van fraude van gemeentelijke regelingen en eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan;
- i.
het verzamelen en vastleggen van gegevens over de geleverde prestaties en de maatschappelijke effecten zodat de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid, zoals vastgesteld door de raad, kunnen worden getoetst.
Artikel 31. Interne controle
-
1. Burgemeester en wethouders dragen zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen rapporteren burgemeester en wethouders daarover in de rechtmatigheidsverantwoording, zoals beschreven in artikel 27 onder f. Daarnaast informeren burgemeester en wethouders de raad over genomen maatregelen tot herstel van de tekortkomingen.
-
2. Burgemeester en wethouders zorgen voor de systematische controle van de administratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het financieel vermogen van de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen ten minste eenmaal in de 4 jaar. Bij afwijkingen in de administratie nemen burgemeester en wethouders maatregelen tot herstel van de tekortkomingen.
Paragraaf 7. Slotbepalingen
Artikel 32. Intrekking en overgangsregeling
De Financiële verordening gemeente Castricum 2024 wordt ingetrokken. De Financiële verordening gemeente Castricum 2024 blijft van toepassing op de jaarrekening 2024 en het jaarverslag 2024 en de daarbij behorende stukken en op de begroting 2025 met bijbehorende stukken.
Artikel 33. Inwerkingtreding en citeertitel
-
1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2025;
-
2. Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening gemeente Castricum 2025.
Ondertekening
Aldus besloten door de raad van de gemeente Castricum in de openbare raadsvergadering van 19 februari 2026.
Mw. R. Slootweg MSc
griffier
dhr. B.A. Tap
voorzitter
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl