Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR758624
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR758624/1
Beleidsplan Participatiewet 2026-2030 ‘Meedoen is het belangrijkste’
Geldend van 14-03-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026
Intitulé
Beleidsplan Participatiewet 2026-2030 ‘Meedoen is het belangrijkste’Inleiding en ontwikkelingen
Meedoen is het belangrijkste! Dat hoor je vaak bij sportwedstrijden of bij het songfestival. En niets is minder waar. Want iedereen moet kunnen participeren in onze samenleving. Als WerkSaam dragen wij hieraan bij vanuit onze authentieke passie (missie/visie):
Wij leveren maatwerk in werk, ontwikkeling en inkomen: we gaan ervoor dat iedereen meedoet.
Uit de evaluatie van het beleidsplan 2022-2025 Meedoen telt! komt naar voren, dat WerkSaam zowel in het beleid als ook in de uitvoering de cliënt centraal stelt. Daar waar mogelijk wordt de ruimte in de wet benut voor de menselijke maat en maatwerk. Die lijn zetten we door in dit beleidsplan. Niet alleen omdat we de wet goed willen uitvoeren, maar vooral om impact te maken voor inwoners van West-Friesland en bij te dragen aan de doelen van de Verenigde Naties (VN).
WerkSaam is aangesloten bij Gemeenten4GlobalGoals en heeft 4 van de 17 Sustainable Development Goals (Global Goals) van de VN geïnternaliseerd. Het gaat om:
Dit beleidsplan is geschreven vanuit onze visie op participatie en op hoe WerkSaam bijdraagt aan de Global Goals. Ontwikkelingen in onze doelgroepen, de verandering van de arbeidsmarkt en nieuwe wetgeving, zijn belangrijke ingrediënten. Uiteraard zijn de leerpunten uit de evaluatie van het beleidsplan 2022-2025 Meedoen telt! en de input van de West-Friese gemeenteraden en onze cliëntenraad meegenomen.
Ontwikkelingen
Onze doelgroep is al een aantal jaren aan het veranderen. De mensen die nu nog in de bijstand zitten hebben vaak veel meer zorgen dan alleen werkloosheid. Veelvoorkomende belemmeringen zijn schulden, psychische klachten, fysieke of verstandelijke beperkingen. De meesten hebben geen startkwalificatie en/of een taalachterstand. Veel van hen kampen met financiële problemen, gezondheidsklachten, een beperkt sociaal netwerk of problemen in de woon- of leefsituatie. Vaak staan problemen, die mensen hebben, niet op zichzelf en gaat het om gecombineerde problematiek, die elkaar versterkt en niet los van elkaar opgelost kan worden.
We zien dat jongeren en inburgeraars, vanwege de deels groeiende omvang van de doelgroep en de belemmeringen, blijvend onze aandacht nodig hebben.
Aan de andere kant is de arbeidsmarkt krap en biedt kansen voor werkzoekenden. Maar wat de arbeidsmarkt vraagt, sluit lang niet altijd aan bij wat onze doelgroepen bieden of nodig hebben. Het vraagt om goede begeleiding en ondersteuning en de inzet van de juiste instrumenten. De complexe problematiek zorgt er ook voor dat WerkSaam dit niet alleen kan. Daarvoor werken we samen met ketenpartners op het gebied van zorg, werk, onderwijs en inkomen.
De Participatiewet op de schop
Het kabinet Rutte IV heeft het programmaplan 'Participatiewet in balans' in uitvoering genomen. En daarmee staan we op de rand van weer een nieuwe grote wijziging van de wet. Op basis van diverse rapporten van onder andere het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) is geconcludeerd dat de Participatiewet aangepast moet worden op basis van een nieuwe beleidstheorie.
Bij de vormgeving van de huidige Participatiewet lag de nadruk op arbeidsparticipatie en het inperken van de overheidsuitgaven. De aandacht lag veel minder op het bieden van bestaanszekerheid. Het kabinet erkent dat betaald werk niet voor iedereen mogelijk is, terwijl de huidige wet daar wel van uit gaat. Er is te weinig ruimte voor andere vormen van participatie. De ondersteuningsbehoefte van mensen staat daarmee nu niet centraal. De huidige opzet van de Participatiewet is complex en brengt onzekerheid over het inkomen. In de praktijk zorgt de complexiteit er juist voor dat de stap naar werk wordt bemoeilijkt.
Het beoogde effect van het veranderen van de wet is het herstellen van de balans tussen vertrouwen, verplichtingen, ondersteuning, en de menselijke maat in de uitvoering van de Participatiewet. Met de ‘Participatiewet in balans’ wil het kabinet:
- •
op korte termijn meer ruimte bieden binnen de huidige wet (spoor 1),
- •
werken aan een langdurige en brede herziening van de wet (spoor 2),
- •
de vakkundigheid van de professionals die de wet uitvoeren versterken (spoor 3).
Tijdens het schrijven van dit beleidsplan is de Tweede Kamer akkoord gegaan met 23 wijzigingen om de Participatiewet te vereenvoudigen en te verbeteren (spoor 1). Als de Eerste Kamer ook akkoord gaat, gaan we ervan uit dat de wijzigingen in 2026 of begin 2027 (waarschijnlijk gefaseerd) in zullen gaan. Over de invulling van spoor 2 is nog weinig bekend (waarschijnlijk in 2028, maar ook dit zal vertraging oplopen door de kabinetsval). Naast de Participatiewet in balans is ook rekening gehouden met andere wetten, zoals de Wet van school naar duurzaam werk en de Wet handhaving sociale zekerheid, die nog door beide kamers behandeld moeten worden.
Focuspunten van WerkSaam
Uit de evaluatie van het vorige beleidsplan blijkt dat onze visie en de gekozen koers goed aansluiten bij onze maatschappelijke opgave. In dit beleidsplan zetten we deze koers voort met 3 focuspunten:
- •
Bijdragen aan het vergroten van bestaanszekerheid.
- •
Aandacht voor participatie en ontwikkeling.
- •
En een inclusieve arbeidsmarkt aanjagen.
In ieder hoofdstuk gaan we eerst in op het beleid dat WerkSaam zelf maakt. In de laatste paragraaf van hoofdstuk 2 en 3 staat een overzicht van maatregelen in de nieuwe wet. Als het gaat om nieuwe maatregelen die betrekking hebben op bestaanszekerheid, hebben gemeenten niet of nauwelijks keuzevrijheid. Door de maatregelen op te nemen in het beleidsplan ontstaat een volledig beeld. Maatregelen op het gebied van participatie en de inclusieve arbeidsmarkt zijn (deels) nog in ontwikkeling. Na akkoord op het beleidsplan volgt een implementatieplan en informeren we over de voortgang middels de reguliere cyclusdocumenten.
Samenvatting
Visie
De authentieke passie van WerkSaam is: Wij leveren maatwerk in werk, ontwikkeling en inkomen: we gaan ervoor dat iedereen meedoet. WerkSaam stelt zowel in het beleid als ook in de uitvoering de cliënt centraal. Daar waar mogelijk benut WerkSaam de ruimte in de wet voor de menselijke maat en maatwerk. Die lijn zetten we door in dit beleidsplan.
Ontwikkelingen
Onze doelgroep is al een aantal jaar aan het veranderen. De mensen die nu nog in de bijstand zitten hebben vaak veel meer zorgen dan alleen werkloosheid. Jongeren en inburgeraars hebben, vanwege de deels groeiende omvang van de doelgroep en de belemmeringen, blijvend onze aandacht nodig. De arbeidsmarkt is krap en biedt kansen voor werkzoekenden. Maar wat de arbeidsmarkt vraagt, sluit lang niet altijd aan bij wat onze doelgroepen bieden of nodig hebben. Dit vraagt om goede begeleiding en ondersteuning en de inzet van de juiste instrumenten.
Instrumenten voor een inclusieve arbeidsmarkt
WerkSaam zet veel instrumenten in om cliënten naar de arbeidsmarkt te begeleiden. Belangrijke instrumenten zijn: Jobcoaching, Loonkostensubsidie, beschut werk en de inzet van leer-werktrajecten bij de leerwerkbedrijven.
Actief inzetten op SROI voor een inclusieve regio
Het huidige SROI-beleid is verouderd. WerkSaam werkt samen met de gemeenten aan een actualisatie. Hierbij wordt gekeken naar een goede aansluiting binnen de arbeidsmarktregio Noord-Holland Noord. Dit beleid bepaalt de visie en ambitie van de Westfriese gemeenten op het gebied van SROI. Dit geeft meer duidelijkheid voor inkopers, contractbeheerders en de uitvoering.
Doelgroepen: gespecialiseerde ondersteuning kunnen bieden
WerkSaam hanteert een doelgroepenbeleid, omdat elke groep op onderdelen een andere aanpak nodig heeft. Met name jongeren, nuggers en vergunningshouders krijgen, vanwege de omvang of toenemende belemmeringen, extra focus.
Ontwikkeling basisvaardigheden en de WEB
In de Participatiewet is een goede beheersing van basisvaardigheden essentieel voor duurzame uitstroom naar de arbeidsmarkt. Breder dan taalaanbod voor uitkeringsgerechtigden is vanuit de West-Friese gemeenten de uitvoering van de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) gedelegeerd aan WerkSaam. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de regie op de brede aanpak laaggeletterdheid. WerkSaam en gemeenten hebben gezamenlijk de ambitie uitgesproken dat we inzetten op het versterken van de samenwerking op dit thema.
Vrijstelling van de sollicitatieverplichting van 60 naar 5 jaar voorafgaand aan AOW-leeftijd
We hebben te maken met een veranderende arbeidsmarkt en een hogere pensioengerechtigde leeftijd. We hebben het huidige beleid, vanaf 60 jaar niet meer verplicht solliciteren, heroverwogen en gaan de grens gefaseerd verhogen naar 62 jaar.
Uitstroompremie effectiever inzetten
WerkSaam gebruikt sinds de start de uitstroompremie als stimulans om cliënten te helpen uitstromen naar werk en onafhankelijk te worden van een uitkering. Door de jaren heen zijn de voorwaarden en bedragen gewijzigd, maar deze sluiten niet altijd meer aan op de praktijk. Er is momenteel onvoldoende inzicht in de effectiviteit van de premie, daarom wordt in de tweede helft van 2025 onderzoek gedaan naar de uitstroomcijfers en ervaringen van cliënten. De uitkomsten worden gebruikt om het beleid te herijken, waarbij ook de recente wetswijziging wordt meegenomen die het mogelijk maakt om jongeren onder de 27 jaar een premie toe te kennen.
Ook zorgcliënten doen mee waar mogelijk
Bij de start van WerkSaam is afgesproken dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de begeleiding van zorgcliënten (mensen die binnen vijf jaar niet naar werk kunnen toewerken). WerkSaam verstrekt de uitkering en handhaaft waar nodig, maar heeft geen actieve rol in de begeleiding. Een deel van de zorgcliënten kan niet participeren - voor hen is ontheffing mogelijk – terwijl anderen juist baat hebben bij maatschappelijke betrokkenheid. Een kleine meerderheid van de raadsleden geeft aan dat er geen sprake zou moeten zijn van verplichte participatie voor deze doelgroep. Ze benadrukken unaniem het belang van positieve motivatie en begeleiding.
Cliënten beter informeren over en doorverwijzen naar ondersteuning gemeenten
Om onze doelstellingen te realiseren is samenwerking met partners essentieel. WerkSaam werkt al samen met gemeenten en we zetten hier nog meer op in, zowel op beleidsniveau als in de uitvoering. Ook werken we samen met veel andere partners. De door het Rijk ingezette herstructurering van de arbeidsmarkt zorgt voor de komst van het Regionaal Werkcentrum. Hierin gaan we samenwerken met partners op het gebied van werk, ontwikkeling en onderwijs, met als doel om mensen en bedrijven te helpen bij hun zoektocht naar werk, de juiste scholing of geschikt personeel.
Bij aanvraagprocedure meer aandacht voor reden ‘no show’
WerkSaam behandelt uitkeringsaanvragen zorgvuldig en vraagt alleen noodzakelijke informatie om aanvragers niet onnodig te belasten. Elke aanvraag wordt grondig beoordeeld om ervoor te zorgen dat alleen mensen met recht op bijstand deze ook ontvangen. Zo wil WerkSaam terugvorderingen en schulden bij inwoners voorkomen. Hoewel de wet toestaat om aanvragen niet te behandelen bij een ‘no show’ of ontbrekende bewijsstukken, wordt bij jongeren vaker rekening gehouden met persoonlijke omstandigheden. Deze coulante aanpak wordt breder toegepast door beter te onderzoeken waarom iemand niet verschijnt of documenten niet aanlevert.
Uitbreiding van nazorg, met extra aandacht voor inkomensvragen
Wanneer een cliënt uitstroomt naar werk, komen er veel veranderingen op de cliënt af. Om deze periode soepel te laten verlopen geeft WerkSaam nazorg aan de cliënt. We bieden de cliënt proactief hulp bij inkomens- en werkvragen. Daarnaast ondersteunen we ook de werkgevers en zetten we bij knelpunten voortijdig passende voorzieningen in.
Overgang van dagbesteding naar werk versoepelen met Simpel Switchen
Simpel Switchen is een programma van de overheid dat is bedoeld om mensen met een arbeidsbeperking of een uitkering te helpen om makkelijker te wisselen tussen werk, uitkering, studie of ondernemen, zonder dat ze daarbij in de knel komen met bijvoorbeeld hun inkomen of toeslagen of zorg. Vanuit dit programma werkt WerkSaam met gemeenten en partners aan soepele overgangen tussen regelingen en voorzieningen. Zoals bijvoorbeeld van dagbesteding naar werk (en andersom) of van een uitkering naar werk. WerkSaam zet hierop in, door samen met gemeenten en dagbestedingsorganisaties goede afspraken te maken en knelpunten aan te pakken.
Kwijtschelding mogelijk verder versoepelen
Wanneer iemand te veel bijstand ontvangt - door een fout of veranderde omstandigheden - kan WerkSaam dit bedrag terugvorderen, waarbij in principe volledige terugbetaling geldt. In bepaalde situaties, zoals bij schuldsanering, langdurige aflossing of uitstroom naar werk, kan (tijdelijke) kwijtschelding worden verleend. Naast wettelijke bepalingen biedt het eigen kwijtscheldingsbeleid ruimte voor maatwerk, waarbij de nadruk ligt op proportionaliteit en bestaanszekerheid. Dit beleid is de afgelopen jaren versoepeld en verdere versoepeling wordt overwogen, waaronder aansluiting bij de kortere wettelijke schuldsaneringstermijn van 1,5 jaar.
Handhaven vanuit een mensgerichte aanpak en maatwerk
WerkSaam gaat in de basis uit van vertrouwen en past maatwerk toe in de dienstverlening. We vinden het wel belangrijk dat uitkeringen alleen terecht komen bij mensen die daar recht op hebben. Het Wetsvoorstel handhaving sociale zekerheid biedt meer ruimte voor maatwerk en de menselijke maat.
Participatiewet in balans
In dit beleidsplan zijn ook de wijzigingen van de Participatiewet in balans opgenomen (Spoor 1). Deze gaan vanaf 2026 (waarschijnlijk gefaseerd) in. In bijlage 3 leest u hier mee over.
1. Inclusieve arbeidsmarkt
1.1 Inleiding
WerkSaam streeft naar een inclusieve arbeidsmarkt, waarin iedereen meedoet. Eén van de doelen van het invoeren van de Participatiewet in 2015 was om mensen met een arbeidsbeperking die kunnen werken te laten deelnemen op de reguliere arbeidsmarkt, waar nodig met ondersteuning. Hiervoor zijn afspraken gemaakt met werkgevers om voor 2025 125.000 extra banen te creëren voor mensen met een arbeidsbeperking (banenafspraak). Ten opzichte van de nulmeting zijn er eind 2024 ruim 90.000 extra banen voor deze doelgroep bijgekomen. Toch is de banenafspraak geen onverdeeld succes. Steeds meer werkgevers hebben iemand in dienst met een arbeidsbeperking, maar vooralsnog blijft die groep werkgevers in de minderheid. Met name de overheidswerkgevers lopen achter in het aannemen van mensen met een beperking. Sinds 2020 loopt de realisatie achter op de doelstelling van de banenafspraak.
We doen het in Noord-Holland Noord goed, maar er is nog geen sprake van een inclusieve arbeidsmarkt. Het is voor werkgevers vaak complex om iemand met een beperking in dienst te nemen en te houden. Dit geldt ook voor mensen met een migratieachtergrond, mensen met een achtergrond van langdurige werkloosheid of psychische problematiek. Het risico op uitval en de gevolgen daarvan voor de werkgever kan daarbij meespelen.
Kortom er is werk aan de winkel om te komen tot de inclusieve arbeidsmarkt. En dit in een, in bepaalde opzichten gunstige, zeer krappe arbeidsmarkt. De komende jaren neemt deze krapte alleen maar toe. De tijd dat vacatures een op één vervuld konden worden is voorbij. De vraag van werkgevers sluit niet aan bij wat onze cliënten te bieden hebben. Dit vraagt om een goede samenwerking tussen de ‘triple helix’ van ondernemers, overheid en onderwijs. We zien dat bedrijven, enerzijds door de krapte en anderzijds ook door maatschappelijke druk, steeds meer bereid zijn om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een plek te bieden in hun bedrijf. Het inzicht dat hier intensieve en soms langdurige begeleiding voor nodig is, is wel cruciaal. Maar met dat inzicht en de juiste begeleiding is er nog veel mogelijk met onze gemeentelijke doelgroep. WerkSaam zet zich samen met samenwerkingspartners in om deze werkgevers te adviseren en te ondersteunen en bij te dragen aan inclusiviteit. Binnen kanssectoren worden ook met partners arrangementen ontwikkeld om de stap richting werk te versnellen.
1.2 Instrumenten voor een inclusieve arbeidsmarkt
Loonkostensubsidie biedt werkgevers ruimte
Loonkostensubsidie is een bewezen effectief instrument om mensen met een arbeidsbeperking aan werk te helpen. Loonkostensubsidie is bedoeld voor mensen die in hun werk niet het wettelijk minimumloon kunnen verdienen, bijvoorbeeld vanwege een beperking. De werknemer ontvangt een gewoon salaris en de werkgever wordt gecompenseerd voor de verminderde productiviteit. Het geeft werkgevers de financiële ruimte om mensen in dienst te nemen die door een arbeidsbeperking minder dan 100% productief zijn.
No-risk polis om werkgever bij ziekte werknemer financieel te beschermen
In het geval van een indicatie banenafspraak of indicatie beschut werk kan er gebruik worden gemaakt van de no-riskpolis. De no-riskpolis biedt dekking tegen het risico van loondoorbetaling bij ziekte. Het idee is dat de regeling het voor de werkgever aantrekkelijker maakt om een werknemer met een arbeidshandicap in dienst te nemen.
WerkSaam wil dit en alle andere instrumenten actief blijven inzetten om zo kwetsbare mensen een plek op de arbeidsmarkt te geven. Daarom zet WerkSaam in op regionale samenwerking, trajecten richting werk, stages en banen bij reguliere werkgevers en het bevorderen van inclusiviteit via SROI-beleid (zie 3.3), dat door gemeenten wordt vastgesteld.
Iedereen verdient een plek, waardevol werk voor beschut werkers
Beschut werk is een werkvorm voor mensen met een arbeidsbeperking die niet in een reguliere baan kunnen werken, zelfs niet met extra begeleiding. Het biedt een aangepaste werkomgeving waar deze medewerkers veilig kunnen werken. WerkSaam is verantwoordelijk voor het aanbieden van deze banen. Om in aanmerking te komen voor beschut werk, is een beoordeling nodig door het UWV. Landelijk werkt 95% van de mensen met een indicatie Beschut werk bij een werkontwikkelbedrijf.
Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) maakt jaarlijks de taakstelling voor beschut werk bekend. Dit is het aantal beschutte werkplekken dat een gemeente moet realiseren. We kunnen iedere beschut medewerker een baan aanbieden met passende en structurele begeleiding.
Helaas worden beschutte werkplekken niet volledig gefinancierd door het Rijk. Om hier enigszins aan tegemoet te komen is in de voorjaarsnota 2025 van het kabinet opgenomen dat werkontwikkelbedrijven een vast percentage aan loonkostensubsidie gaan krijgen per beschut medewerker. Dit biedt vooral financiële ruimte en zorgt voor een minder arbeidsintensieve uitvoering (minder loonwaardemetingen). Deze maatregel vergt een wetswijziging.
Veel beschut werkers werken, vanwege hun begeleidingsbehoefte, intern bij WerkSaam. Toch zijn er ook enkele beschut medewerkers die bij reguliere werkgevers kunnen werken. WerkSaam en de werkgeversdienstverlening zetten daarom in op samenwerking met werkgevers. Onder andere door het voorlichten en begeleiden van werkgevers over de specifieke ondersteuningsbehoeften van beschut werkers. Dit gebeurt via informatiebijeenkomsten, individuele ondersteuning en in gesprekken met de werkgeversadviseurs. Zo vergroten we de bereidheid én de slagingskans van externe plaatsingen.
Jobcoaching om medewerker duurzaam aan het werk te houden
Jobcoaching vormt een essentieel onderdeel van onze re-integratieaanpak om mensen met een arbeidsbeperking succesvol en duurzaam naar werk te begeleiden. Hoewel de Participatiewet zelf beperkt is in haar richtlijnen hierover, biedt onze huidige re-integratieverordening duidelijke kaders, zoals de eis van certificering voor jobcoaches en de tijdelijke aard van de ondersteuning. Jobcoaching biedt intensieve, persoonlijke begeleiding in een veilige setting, waardoor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt hun zelfvertrouwen hervinden en hun talenten leren benutten. Zo worden zij zelfredzaam en functioneren ze volwaardig mee in het arbeidsproces. De mogelijkheid tot verlenging biedt flexibiliteit wanneer nodig.
Vanaf 2022 is er een groei zichtbaar in het aantal cliënten met een jobcoachtraject.
|
2022 |
2023 |
2024 |
|
20 cliënten |
29 cliënten |
38 cliënten |
Voor de komende beleidsperiode blijft het belangrijk om jobcoaching te blijven beschouwen als maatwerk, waarbij aandacht uitgaat naar blijvende optimalisatie zonder beleidsmatige veranderingen. We gaan hiermee aan de slag door een aantal coaches op te leiden tot jobcoach. Hierdoor kan sneller worden geschakeld en afgestemd tussen de jobcoach, coach en medewerker.
1.3 Actief inzetten op SROI voor een inclusieve regio
Social Return On Investment (SROI) is het stellen van sociale contractvoorwaarden bij inkoop en aanbestedingen. Social return betekent letterlijk: ‘iets teruggeven aan de samenleving’. Door sociale voorwaarden te verbinden aan inkoop en aanbesteden, zorgen opdrachtgevers – gemeenten– ervoor dat deze inkopen ook sociale winst opleveren. Dit sluit aan bij de doelstellingen van de gemeenten en van WerkSaam, namelijk: iedereen doet mee in de samenleving. Door via inkoop iets terug te geven aan de maatschappij creëren we zoveel mogelijk ontwikkelmogelijkheden en (duurzame) werkgelegenheid voor mensen die een steuntje in de rug nodig hebben. Dit draagt bij aan een inclusieve arbeidsmarkt.
SROI is beleid van de gemeenten. WerkSaam houdt regie op de uitvoering en helpt opdrachtnemers om invulling te geven aan de SROI-verplichting. De afgelopen jaren is er wisselend gedacht over SROI. Mede door de krappe arbeidsmarkt waren er meer dan genoeg vacatures. De vraag was of meer vacatures via SROI nog toegevoegde waarde had. Inmiddels is het denken hierover anders. Door SROI kan het gesprek gevoerd worden met opdrachtnemers om juist creatiever over personeelsvraagstukken na te denken en op andere manieren iets terug te geven. De afgelopen periode is hier op ingezet. Er worden mooie resultaten behaald, waarbij opdrachtnemers hun sociale betrokkenheid laten zien.
Hoewel er dus in de uitvoering weer mooie resultaten worden behaald, is in samenwerking met de regiogemeenten geconcludeerd dat het huidige SROI beleid voor de regio aan vernieuwing toe is. Nieuw beleid beschrijft de visie en ambitie van de West-Friese gemeenten op het gebied van SROI. Dit geeft meer duidelijkheid voor inkopers, contractbeheerders en de uitvoering, zodat er meer kansen benut kunnen worden en nog meer mensen uit de doelgroep geholpen worden. Vanuit daar kan er verder gebouwd worden aan de uitwerking en professionalisering van SROI in de regio. Denk hierbij aan een uniforme werkwijze, eventuele aanschaf van een automatiseringstool en een werkwijze voor handhaving bij on(der)benutting. Zaffier (werkontwikkelbedrijf in de regio Noord-Kennemerland) heeft een beleid opgesteld. WerkSaam wil hier voor de regio West-Friesland zoveel mogelijk op aansluiten, zodat er binnen de arbeidsmarktregio zoveel mogelijk uniform beleid is, dat voor opdrachtnemers beter uitvoerbaar is.
1.4 Partnerschappen om iedereen mee te laten doen
WerkSaam werkt samen met diverse partijen. Denk aan de vele werkgevers, opleidingsinstituten, hulpverleners, gemeenten, Regionaal Platform Arbeidsmarktbeleid (RPA NHN), vakbonden, collega-organisaties als Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV), WerkgeversServicepunt Noord-Holland Noord (WSP), Doorstroompunt Westfriesland, Jongeren Startpunt, werkontwikkelbedrijven en het Ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) in het kader van het Overheidsbrede loket.
Om onze ambities waar te maken is samenwerking het sleutelwoord. Met het WerkgeversServicePunt (dat opgaat in het Regionaal Werkcentrum) willen we West-Friesland inclusiever maken. Dat doen we door onder andere een actieve werkgeversbenadering en jobhunting.
De door het Rijk ingezette herstructurering van de arbeidsmarkt zorgt voor de komst van het Regionaal Werkcentrum (RWC). Hierin werken alle partijen samen op het gebied van werk, ontwikkeling en onderwijs. Het wordt een belangrijke toegangspoort voor werkenden, werkzoekenden en werkgevers met vragen over deze onderwerpen. Het Regionaal Beraad binnen het RWC wordt verantwoordelijk voor de regionale arbeidsmarktagenda. In de kamerbrief is dringend geadviseerd om werkontwikkelbedrijven, zoals WerkSaam, hier deel van uit te laten maken.
Per 1 december 2023 is er een breed Overheidsloket gestart bij WerkSaam in samenwerking met het Ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK). Bij het Overheidsloket kunnen inwoners worden geholpen bij overheidszaken op het gebied van werk, inkomen, uitkeringen of toeslagen. Vanuit het ‘no wrong door-principe’ kunnen we de inwoner ondersteunen met overheidsvragen. De medewerker van het loket heeft direct contact met landelijke overheidsorganisaties zoals bijvoorbeeld Dienst Toeslagen, de Belastingdienst, CJIB, het UWV, de SVB, IND, DUO of het CAK. In absolute aantallen is er nog niet veel toeloop bij het brede Overheidsloket. We merken dat de burgers die bij ons komen wel heel erg geholpen worden met het oplossen van hun probleem. Daarom heeft WerkSaam ervoor gekozen om voorlopig door te gaan met het Overheidsloket en dit regelmatig onder de aandacht te brengen bij inwoners.
2. Participatie en Ontwikkeling
2.1 Inleiding
De belangrijkste taak van WerkSaam is het ontwikkelen van mensen richting werk. WerkSaam probeert zoveel mogelijk mensen mee te laten doen op de arbeidsmarkt, liefst regulier en beschut waar nodig. Het uitgangspunt is om iedereen een passend traject aan te bieden. Dit kan zijn richting werk of richting ontwikkeling naar werk.
Het meeste beleid op gebied van re-integratie is effectief en voldoet. De afgelopen jaren heeft WerkSaam veel ingezet op het ontwikkelen en borgen van methodisch re-integreren. Methodisch re-integreren is een werkwijze voor coaches, elke coach doorloopt dezelfde stappen met de cliënt. Op deze manier leert de coach de cliënt goed kennen en ontvangt de cliënt dienstverlening passend bij zijn of haar situatie. Deze werkwijze is inmiddels ingevoerd en wordt waar nodig aangepast. Ook het beleid op andere instrumenten is goed op orde, zoals bijvoorbeeld de richtlijnen voor een proefplaatsing, de arbeidsmarktladder, jobcoaching, loonkostensubsidie en het trainingsaanbod van onze Campus. Met name jobcoaching en loonkostensubsidie zijn instrumenten die veel worden ingezet. Deze worden in hoofdstuk 3 verder toegelicht.
De Participatiewet in balans zorgt ervoor dat de focus niet meer volledig op re-integratie komt te liggen. Naast re-integratie wordt ook maatschappelijke participatie een onderdeel van de wet. Dit betekent dat WerkSaam het beleid en de instrumenten hierop moet aanpassen. In dit hoofdstuk zijn de onderwerpen opgenomen waarmee WerkSaam de komende beleidsperiode gaat bijdragen aan het bevorderen van de participatie en ontwikkeling van cliënten.
2.2 Doelgroepen: gespecialiseerde ondersteuning kunnen bieden
Het belangrijkste uitgangspunt van de Participatiewet is maatwerk: het afstemmen van ondersteuning op de individuele situatie. Om cliënten effectief te begeleiden richting werk of maatschappelijke participatie, hanteert WerkSaam een doelgroepenbeleid. Voor elke doelgroep zijn passende instrumenten beschikbaar voor ontwikkeling en ondersteuning.
Binnen WerkSaam is er een groep cliënten die bemiddeld wordt naar werk, omdat ze daar klaar voor zijn. Onze coaches werken hiervoor nauw samen met onze directe collega’s en die van het UWV, die samen de werkgeversdienstverlening bieden (via het nu nog WerkgeversServicepunt wat opgaat in het Regionale Werkcentrum). Hoewel dit één van de belangrijkste taken van WerkSaam is, wordt deze doelgroep (directe bemiddeling) hieronder niet apart beschreven onder de doelgroepen. De bestaande werkwijze volstaat en wordt waar nodig aangepast. De doelgroepen die hieronder worden beschreven behoeven extra aandacht.
Jongeren: Een passende plek vinden door samen te werken
Iedereen jonger dan 27 jaar kan bij WerkSaam terecht voor hulp bij re-integratie. Niet alle jongeren die onze hulp nodig hebben, hebben recht op een uitkering. Als er geen recht op uitkering is, ontvangen jongeren alsnog hulp bij re-integratie. Dit kunnen nuggers (niet-uitkeringsgerechtigden) zijn of jongeren die in beeld zijn gekomen via het Jongeren Startpunt. Het is van groot belang om ook deze jongeren te helpen, (terug) naar school, naar werk of maatschappelijke participatie.
Het Jongeren Startpunt is een samenwerking tussen het Doorstroompunt (voorheen Regionaal Meld- en Coördinatiepunt) en WerkSaam en biedt alle jongeren in de regio West-Friesland een plek waar ze terecht kunnen met vragen over werk, school of een uitkering. De coaches in het Jongeren Startpunt bieden onder andere hulp bij het vinden van een baan en/of passende opleiding. Dit wordt ondersteund met het geven van trainingen en cursussen. Andere partners die betrokken zijn bij de begeleiding en bemiddeling van jongeren naar werkgevers zijn de werkgeversdienstverlening vanuit het Regionaal Werkcentrum, UWV en Stichting Trigoon.
Het Jongeren Startpunt voert in het laatste schooljaar van het praktijkonderwijs/ voortgezet speciaal onderwijs (pro/vso) gesprekken om te voorkomen dat zij thuis komen te zitten, bijvoorbeeld als er nog geen vervolgopleiding wordt gestart of er nog geen passende werkplek gevonden is. Samen met het onderwijs onderzoeken we wat voor de leerling een haalbare vervolgstap richting school of werk is.
Door de goede samenwerking in het Jongeren Startpunt staat er al een stabiele basis voor wanneer de nieuwe Wet van school naar duurzaam werk in gaat. Kort samengevat verplicht deze wet scholen, doorstroompunten en gemeenten (vanuit werk en inkomen) om met elkaar samen te werken. Daarnaast krijgt elke partij er taken bij om ervoor te zorgen dat jongeren een duurzame werkplek vinden. In bijlage 3 staat een uitgebreide toelichting over deze wet. Scholen krijgen de mogelijkheid om jongeren over te dragen naar WerkSaam met als doel het vinden van een passende baan, wanneer dit nog niet gelukt is door de school. Deze samenwerking bestaat momenteel al met de pro/vso-scholen. De mbo-scholen komen hier nieuw bij voor de entree- en mbo2-opleidingen. Dit betekent een uitbreiding en intensivering van de taken van WerkSaam. Het is nog onbekend om hoeveel jongeren dit zal gaan.
In bijlage 1 is een analyse over het aantal jongeren in de uitkering opgenomen. Op basis van deze analyse zet WerkSaam de huidige aanpak voor jongeren voort, maar met het oog op de nieuwe wet richten we ons op 2 speerpunten:
- •
Jongeren voldoende persoonlijke aandacht kunnen blijven geven van hun coach. Uit onderzoek blijkt dat dit één van de belangrijkste factoren is voor succesvolle re-integratie. Daarnaast biedt WerkSaam ook groepstrajecten voor jongeren; deze hebben een positief effect op de re-integratie.
- •
Iedere subgroep passende aandacht. WerkSaam helpt zoals eerder beschreven via het Jongeren Startpunt ook jongeren zonder uitkering met een werkvraag. Daarnaast herplaatst WerkSaam jongeren die met loonkostensubsidie (LKS) werken, maar waarbij het contract niet wordt verlengd. Deze werkzaamheden en resultaten zijn niet altijd zichtbaar. Met de komst van de nieuwe wet komt hier straks nog een groep bij, wanneer scholen jongeren aan WerkSaam gaan overdragen. WerkSaam vindt het belangrijk dat de verschillende groepen jongeren die instromen en alle resultaten goed zichtbaar zijn. Zodat elke subgroep de juiste begeleiding krijgt.
Vergunninghouders duurzaam laten participeren in werk en samenleving
Iemand met een verblijfsvergunning wordt een vergunninghouder genoemd. Na huisvesting start een vergunninghouder met een inburgeringstraject om te integreren in Nederland. De vergunninghouder heeft bij huisvesting vaak nog geen werk en om te kunnen voorzien in levensonderhoud vraagt de vergunninghouder een uitkering aan. De samenhang tussen inburgering en participatie is het uitgangspunt van de Wet inburgering 2021. Maar ook voor oude wetters (Wet inburgering 2013) is participatie van groot belang. Het doel van WerkSaam is om vergunninghouders toekomstperspectief te bieden door hen in staat te stellen zelfstandig in hun levensonderhoud te voorzien.
De gemeenten in West-Friesland hebben de beleidsregie op de Wet inburgering. WerkSaam neemt een deel van de uitvoeringstaken voor haar rekening. WerkSaam heeft een Regionaal Inburgeringsteam (RIT) met cultuur sensitieve RIT-coaches. De RIT-coach is verantwoordelijk voor de brede intake, het opstellen van een Plan Inburgering en Participatie (PIP), de aanmelding bij de leerroute en de cliëntregie tijdens het inburgeringstraject. Tijdens het traject worden inburgering en re-integratie gecombineerd. Gemeente Hoorn voert deze inburgeringstaken zelf uit, maar Hoornse inburgeraars met een uitkering bieden wij wel het re-integratietraject aan. Voor alle West-Friese gemeenten doen wij de coördinatie op de regionale uitvoering, het beoordelen, opleggen en innen van eventuele boetes, de uitvoering van het financieel ontzorgen (met uitzondering van gemeente Hoorn) en de training Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) waarbij de inburgeraar in theorie en praktijk kennismaakt met de arbeidsmarkt.
Vergunninghouders met een uitkering hebben zowel met de Participatiewet als de Wet inburgering te maken, wat uitdagingen oplevert. Aan de inburgeringsplicht hangt een termijn van 3 jaar voor het behalen van de inburgering en het is voor de vergunninghouder van belang om hieraan te voldoen. Voor werk is beschikbaarheid van belang. De inburgeringslessen worden vaak overdag gegeven en is regelmatig een belemmering voor het verkrijgen van werk. We gaan de mogelijkheden onderzoeken om inburgering en werk beter te kunnen combineren.
De RIT-coach stelt samen met de vergunninghouder een individueel Plan Inburgering en Participatie op. We begeleiden naar werk dat past bij de capaciteiten, ambities en kijken naar kansberoepen. Werk is het uitgangspunt, maar meedoen is al een mooie stap.
Vaak is werken nog een stap te ver en is een werkstage nodig vóór de stap naar werk kan worden gezet. Dit kan bij een reguliere werkgever, maar ook in ons leer-werkbedrijf. We gaan werkstages inrichten specifiek voor vergunninghouders. De begeleiding in ons leer-werkbedrijf wordt geboden door cultuur sensitieve trajectbegeleiders en meewerkend ervaringsdeskundigen. De focus ligt op het leren van werknemersvaardigheden en praktijkgerichte taalverwerving. Ze draaien mee in echte werkomgevingen, werken samen met collega’s die Nederlands spreken en nemen deel aan teamoverleggen. Ze worden hiermee goed voorbereid op het werken voor een Nederlandse werkgever.
De algemene aanpak voor cliënten sluit niet altijd aan bij wat vergunninghouders nodig hebben. Aangezien het aantal uitkeringsgerechtigde vergunninghouders steeds groter wordt, zetten we meer in op voorzieningen specifiek voor vergunninghouders, zoals werkstages en trainingen. Vergunninghouders kunnen gebruikmaken van het trainingsaanbod van WerkSaam, met thema’s als empowerment en solliciteren, om de afstand tot de arbeidsmarkt te verkleinen.
We boeken goede resultaten met de uitstroom van vergunninghouders uit de uitkering. Meer uitstroom is mogelijk als werkgevers hen vaker een kans geven. Voor hoger opgeleide vergunninghouders is het vinden van werk lastig, omdat hun kwaliteiten niet altijd aansluiten bij de vraag. Daarom zet Werksaam een jobhunter in en komen we met een voorstel voor een tijdelijke werkgeverspremie voor om eventuele drempels (zoals een hogere begeleidingsbehoefte in verband met het moeten leren van de taal) weg te nemen.
Dienstverlening aan arbeidsbeperkten zetten we door
Door het sluiten van regelingen zoals de Wet sociale werkvoorziening, de Wajong en door strengere arbeidsongeschiktheidswetgeving, is er een groep overgebleven in de bijstand met complexe problemen. Deze groep vindt moeilijk zelfstandig aansluiting op de arbeidsmarkt. De verwachting is dat het aantal mensen dat uitsluitend met ondersteuning – zoals loonkostensubsidie, de inzet van de no-riskpolis of jobcoaching – aan het werk kan, verder zal toenemen. In hoofdstuk 3 worden de instrumenten beschreven die WerkSaam inzet voor deze doelgroep. De huidige dienstverlening zetten we onverminderd door en de bijbehorende instrumenten blijven gehandhaafd.
Psychische kwetsbaren: samen werken aan herstel, perspectief en participatie
Ruim 4 op de 10 Nederlanders krijgt in zijn of haar leven te maken met psychische problemen en een groot deel hiervan heeft geen betaald werk. Financieel zijn ze afhankelijk van een uitkering van het UWV of de gemeente. Bijna 60% van de GGZ-kosten worden gemaakt door mensen met een uitkering. Veel mensen met een uitkering en psychische klachten willen wel graag aan het werk. De doelgroep psychisch kwetsbaren neemt bij WerkSaam toe. Uit registraties van onze coaches blijkt dat steeds meer cliënten belemmeringen ervaren op psychisch vlak. In april 2024 waren er 675 cliënten waarbij dergelijke belemmeringen van invloed waren op het re-integratietraject en zijn geregistreerd door de coach. In april 2025 is dit aantal cliënten met psychische belemmeringen gestegen naar 722. Dat is een toename van 7% ten opzichte van het voorgaande jaar.
Armoede en schulden komen vaak voor als oorzaak en als gevolg van psychische kwetsbaarheid. Financiële problemen kunnen mensen lang achtervolgen, geven stress en vertragen herstel. Mede daarom is het belangrijk om de samenwerking met gespecialiseerde (GGZ-)aanbieders te blijven intensiveren en verbeteren voor deze doelgroep. Door kennis en expertise uit te wisselen, kunnen de vaardigheden van onze coaches in het werken met deze doelgroep verder worden versterkt. Betere samenwerking draagt bij aan een effectievere ondersteuning tijdens wachttijden en bevordert een snellere doorstroom naar behandeling of opname. Op dit moment vindt er structureel overleg plaats tussen GGZ Noord-Holland-Noord en WerkSaam om deze samenwerking verder te optimaliseren en daarmee de expertise bij coaches te borgen om goed met de problematiek om te gaan. Coaches krijgen jaarlijks een suïcidepreventietraining Gatekeeper in samenwerking met 113 Zelfmoordpreventie. Met de invoering van de Wet integrale suïcidepreventie in januari 2026 wordt er een verbeterd beleid verwacht met betrekking tot zelfmoordpreventie. Gemeenten hebben de verplichting om een beleidskader op dit gebied vast te stellen. WerkSaam gaat aansluiten bij dit beleidskader en is al in gesprek met de gemeenten hierover.
Het vinden van werk voor deze doelgroepen is lastig, maar niet onmogelijk. De inzet van het GGZ-instrument Individuele Plaatsing en Steun (IPS) helpt nu al daarbij. Meedoen (maatschappelijk participeren) is voor deze doelgroep van belang. Hierin is afstemming met de cliënt, gemeente en gespecialiseerde partijen zeer belangrijk. IPS is de afgelopen jaren financieel ondersteund middels het project Hoofdzaak Werk. Met ingang van 2026 wordt IPS financieel structureel mogelijk gemaakt voor de gemeentelijke doelgroep. Iedereen die baat heeft bij een IPS-traject kan deze hulp krijgen.
Daarnaast is WerkSaam aangesloten bij het regionale initiatief: de Westfriese Escalatieladder. Samen met ketenpartners moet duidelijk zijn wie waarvoor verantwoordelijk is en moet elke betrokken partij weten wie ze in verschillende situaties moeten contacten.
Iedereen doet mee: ook inwoners zonder uitkering krijgen hulp en begeleiding naar werk (nuggers)
Een nugger is een inwoner die geen uitkering van WerkSaam of het UWV ontvangt, werk zoekt voor minimaal 12 uur per week, geen inkomsten uit arbeid heeft en voor 12 uur als werkzoekende staat ingeschreven bij het UWV.
WerkSaam heeft de wettelijke taak om nuggers te ondersteunen bij het vinden van werk. Er worden ook veel jongeren via het Jongeren Startpunt geholpen door WerkSaam. Deze ondersteuning leidt niet altijd tot een officiële nug-aanvraag of registratie.
Bij het aanbieden van een begeleidingstraject gaan we uit van maximaal 6 maanden met een optie tot verlengen met nogmaals 6 maanden. Voor jongeren hanteren we een maatwerkaanpak, waarbij we minder strikt vasthouden aan de maximale begeleidingsduur. Uit de beleidsevaluatie blijkt dat de bestaande kaders rond trajectduur over het algemeen helpend zijn, omdat ze coaches duidelijkheid en richting bieden in de begeleiding. Er lijkt geen behoefte te zijn om deze duur te verlengen omdat er binnen dit termijn een passend traject kan worden aangeboden. Dit beleid zetten we dus voort.
Ook Oekraïners kunnen binnen deze beleidsperiode als nugger worden aangemerkt, mits zij aan dezelfde voorwaarden voldoen.
WerkSaam is aangehaakt bij het Regionale Werkcentrum dat is opgestart in 2025 (zie hoofdstuk 3.4 voor uitleg over het RWC). Het Regionale Werkcentrum richt zich vooral op mensen die van werk-naar-werk willen. De verwachting is dat ook nuggers, die nu niet aan WerkSaam denken voor ondersteuning naar werk, zich eerst hier zullen melden. Het Regionale Werkcentrum kan deze inwoners verwijzen naar WerkSaam. Het is mogelijk dat de instroom van nuggers, mede door de landelijke campagne om de bekendheid van een Regionaal Werkcentrum te vergroten, toeneemt. De Wet van school naar duurzaam werk kan eveneens voor een toename in het aantal jonge nuggers zorgen die bij WerkSaam in beeld is.
2.3 Ontwikkeling basisvaardigheden en de WEB
WerkSaam is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van basisvaardigheden (taal, rekenen en digitale vaardigheden) van cliënten met een uitkering en breder is WerkSaam verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) op het gebied van volwassenenonderwijs.
Een goede beheersing van basisvaardigheden is essentieel voor het welzijn en de zelfredzaamheid van alle inwoners. In de Participatiewet is een goede beheersing van basisvaardigheden belangrijk voor duurzame uitstroom naar de arbeidsmarkt. Het kabinet onderstreept het belang van taalvaardigheid voor uitkeringsgerechtigden, omdat dit hun kansen op werk aanzienlijk vergroot. De taaleis blijft van kracht in de Participatiewet. Met het behouden van de taaleis komen er vanaf 2027 middelen in de Participatiewet voor het aanbieden van taalonderwijs. Deze middelen kunnen besteed worden aan nieuwe instroom en uitkeringsgerechtigden die baat hebben bij een taalaanbod.
Momenteel zijn er geen middelen in de Participatiewet specifiek gelabeld voor de ontwikkeling basisvaardigheden. Cliënten die de Nederlandse taal, of andere basisvaardigheden, onvoldoende beheersen worden doorverwezen naar passend aanbod van de WEB. Daarnaast heeft WerkSaam een taaltrainer in dienst, die diverse trainingen geeft zoals ‘taal op de werkvloer’. Het herkennen van laaggeletterde cliënten is belangrijk. Voor het vroegtijdig herkennen van laaggeletterde cliënten zet WerkSaam de Taalmeter in.
WerkSaam streeft naar toegankelijke en inclusieve communicatie, waarbij rekening wordt gehouden met de taalvaardigheid van de cliënt. Informatie over de uitkering verstrekken wij in begrijpelijke taal op B1-niveau en in het traject naar werk houden we rekening met taalvaardigheid, zodat iedereen de kans krijgt om succesvol deel te nemen aan het arbeidsproces.
Wet educatie beroepsonderwijs (WEB)
Vanuit de West-Friese gemeenten is de WEB gedelegeerd aan WerkSaam. In deze wet is vastgelegd dat mensen vanaf 18 jaar recht hebben op volwassenenonderwijs op gebied van basisvaardigheden. Dit aanbod is er niet alleen voor cliënten van WerkSaam, maar voor alle inwoners in West-Friesland (met uitzondering van inburgeringsplichtigen, want zij kunnen taalles volgen in het kader van de Wet inburgering). In West-Friesland is de opgave groot, aangezien er in gemeente Enkhuizen, Stede Broec en Drechterland bovengemiddeld (17%) veel inwoners laaggeletterd zijn. In gemeente Hoorn ligt dit percentage 13% hoger dan gemiddeld en in de overige gemeente ligt dit percentage enigszins lager dan gemiddeld of rond het landelijke gemiddelde.
In regionale samenwerkingsafspraken (Noord-Holland Noord) is vastgelegd dat de arbeidsmarktregio Noord-Holland Noord gezamenlijk voor één formele aanbieder kiest. 75% van het regionale budget gaat naar dit formele aanbod. Na aanbesteding is dat momenteel in Noord-Holland Noord VONK. VONK verzorgt lessen voor analfabeten, NT1- en NT2-cursisten. De overige 25% van het regionale budget van West-Friesland gaat momenteel in de vorm van subsidie naar Het Taalhuis. Het Taalhuis kijkt welk aanbod past bij de cursist en verwijst door naar passend aanbod. Vaak is dit een combinatie van formeel en informeel aanbod. Bijvoorbeeld lessen bij VONK in combinatie met een taalmaatje. Het Taalhuis werkt nauw samen met VONK, maar ook met bibliotheken, taalaanbieders en welzijnsstichtingen. Naast dat zij doorverwijzen hebben zij zelf aanbod in de vorm van conversatielessen, instroomgroepen en taalmaatjes. Daarnaast is het zowel het formele als informele aanbod regionaal verspreid en is laagdrempelig toegankelijk voor alle inwoners van West-Friesland.
Het bereiken van NT1-cursisten (Nederlands als moedertaal) blijft lastig. Er zijn in onze regio meer cursisten met Nederlands als tweede taal (NT2) dan cursisten met Nederlands als moedertaal (NT1). In samenwerking met de gemeenten zetten we in op het vergroten van het aantal NT1’ers door de inzet van vindplaatsen. In het formele aanbod zijn meer aanmeldingen dan plekken, waardoor er een wachtlijst is ontstaan bij VONK. NT1-aanmeldingen hebben voorrang op de wachtlijst. Er wordt gekeken hoe de wachtlijst verkort kan worden en deelnemers die op de wachtlijst staan voor VONK kunnen in de tussentijd gebruikmaken van het informele aanbod, zodat iedereen tijdig een aanbod krijgt.
WerkSaam is verantwoordelijk voor de uitvoering van de WEB. De West-Friese gemeenten zijn verantwoordelijk voor de regie op de brede aanpak laaggeletterdheid en stellen hiervoor een regionaal beleidsplan en uitvoeringsplan vast. De gemeenten hebben een onderzoek laten uitvoeren hoe de uitvoering van de WEB zich verhoudt tot de brede aanpak laaggeletterdheid. Is de huidige manier van samenwerken nog passend om slagvaardig, vraaggericht en met inachtneming van beleidsdoelen van de gemeenten te werken? Op uitvoerend niveau vinden de partijen, zoals Taalhuis, bibliotheken en welzijnsstichtingen elkaar. Maar de middelen vanuit de WEB zijn beperkt en de opgave is groot in West-Friesland. Dit vraagt om een gezamenlijke visie van alle partijen, betrokken bij het aanbod van basisvaardigheden, om speerpunten te benoemen en middelen goed te combineren. Hierdoor kan het aanbod nog beter afgestemd worden op de vraag.
WerkSaam en de West-Friese gemeenten hebben gezamenlijk de ambitie uitgesproken om de samenwerking tussen WerkSaam en gemeenten te versterken op dit thema. Het doel is de samenwerking tussen verschillende aanbieders van basisvaardigheden te vergroten en het vergroten van de inzet van vindplaatsen voor laaggeletterden. Dit moet ervoor zorgen dat meer laaggeletterden bereikt worden, waaronder NT1’ers, en dat zij gebruik maken van het aanbod van de WEB om de basisvaardigheden te verbeteren.
2.4 Vrijstelling van de sollicitatieverplichting van 60 naar 5 jaar voorafgaand aan AOW-leeftijd
De huidige Participatiewet kent een arbeidsverplichting (bekend als de sollicitatieverplichting) met algemene eisen die voor elke cliënt gelden, bijvoorbeeld ingeschreven staan bij een uitzendbureau of bereid zijn om maximaal 3 uur per dag te reizen voor werk. In de Participatiewet in balans worden deze specifieke eisen voor de arbeidsverplichting geschrapt en verandert de term arbeidsverplichting naar de generieke participatieplicht. Deze plicht geldt voor elke bijstandsgerechtigde, tenzij de cliënt ontheffing heeft gekregen. De generieke participatieplicht houdt in dat de bijstandsgerechtigde betaald werk moet zien te verkrijgen, aanvaarden en behouden, aangeboden voorzieningen in het kader van re-integratie moet aanvaarden en, indien arbeidsinschakeling nog niet mogelijk is, naar vermogen maatschappelijk participeren. In een plan naar werk worden aanvullende afspraken vastgelegd die specifiek op maat zijn gemaakt voor de cliënt.
In 2017 heeft WerkSaam, op verzoek van de gemeenteraden, het 60-plus beleid ingezet. Dat wil zeggen dat 60-plussers niet verplicht worden om mee te werken aan re-integratieactiviteiten en het actief zoeken naar werk. Alleen als een 60-plusser dit zelf wil, biedt WerkSaam alle ondersteuning die nodig is.
De beleidsevaluatie van het beleidsplan 2022-2025 was aanleiding om te kijken of dit beleid nog passend is. De arbeidsmarkt ziet er inmiddels heel anders uit dan in 2017. Momenteel is er een personeelstekort op de arbeidsmarkt, waardoor de kans op werk voor een 60-plusser groter is dan voorheen. Daarnaast is de AOW-leeftijd van 65 jaar verhoogd naar 67 jaar en drie maanden. En die leeftijdsgrens zal in de toekomst nog hoger komen te liggen.
Deze ontwikkeling is besproken met de gemeenteraden van West-Friesland. Een meerderheid sprak zich uit voor het verhogen van de leeftijdsgrens, mits er uiteraard rekening wordt gehouden met de individuele omstandigheden van de cliënt.
WerkSaam verhoogt om deze reden de leeftijd naar 5 jaar voorafgaand aan de AOW-leeftijd. Deze ligt nu op 62 jaar. Cliënten die 62 jaar en ouder zijn hoeven niet meer verplicht te solliciteren. Cliënten die aan het werk willen, ondersteunt WerkSaam vanzelfsprekend nog steeds bij het vinden van betaald werk.
Voor de huidige cliënten van 60 en 61 jaar die al vrijstelling hebben gekregen, stelt WerkSaam een overgangsregeling voor. Zij zullen niet alsnog de verplichting krijgen. Dit betreft ongeveer 70 cliënten (waarvan een deel (32) ook op andere gronden geen arbeidsverplichting heeft).
2.5 Uitstroompremie effectiever inzetten
Sinds de start van WerkSaam maken wij gebruik van de uitstroompremie als re-integratie-instrument en als financiële stimulans voor cliënten om werk te aanvaarden en onafhankelijk te worden van een uitkering. In de loop der jaren zijn er binnen ons beleid verschillende voorwaarden en premiebedragen gehanteerd. Wij constateren dat deze keuzes niet altijd meer aansluiten op de huidige uitvoering.
In de Participatiewet in Balans wordt het ook mogelijk om aan jongeren onder de 27 jaar een uitstroompremie toe te kennen. Vanwege deze wijziging moeten wij ons uitstroombeleid herzien. Daarbij houden wij rekening met de aanbevelingen vanuit de beleidsevaluatie en is onze inzet om het instrument uitstroompremie effectiever te kunnen inzetten. Daarnaast willen we in de komende beleidsperiode inzicht krijgen in de effectiviteit van de uitstroompremie. Dit inzicht is echter essentieel om het beleid zorgvuldig te kunnen herijken. In 2026 richten wij ons daarom op het verkrijgen van beter zicht op de uitstroomcijfers en het effect van de premie op cliënten die deze hebben ontvangen. Hierbij betrekken wij nadrukkelijk ook de ervaringen van deze cliënten.
2.6 Ook zorgcliënten doen mee waar mogelijk
Bij de start van WerkSaam is afgesproken dat de begeleiding van zorgcliënten valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten. Zorgcliënten zijn mensen die binnen 5 jaar niet naar werk te ontwikkelen zijn. WerkSaam en de gemeenten hebben daarom afspraken over de overdracht van zorgcliënten gemaakt. De cliënt wordt ontheven van de arbeidsverplichting en heeft geen coach meer van WerkSaam. WerkSaam verstrekt de uitkering en handhaaft daar waar nodig. In de meeste gevallen zet WerkSaam een medisch onderzoek in voordat de cliënt wordt overgedragen. De zorgcliënten ontvangen een ontheffing van de arbeidsverplichting voor 2 jaar (of langer bijvoorbeeld als de cliënt ook een IVA-uitkering ontvangt). Iedere 2 jaar worden cliënten weer opgeroepen voor een nieuwe beoordeling van deze ontheffing. Gemeenten kunnen contact opnemen met WerkSaam wanneer er tussentijds bij een cliënt toch ontwikkelmogelijkheden richting werk lijken te zijn.
Een deel van de zorgcliënten is niet in staat om maatschappelijk te kunnen participeren, dit is maatwerk en afhankelijk van de situatie. Voor deze cliënten kan op individuele basis een ontheffing van de participatieverplichting komen. Voor een ander deel kan maatschappelijke participatie een mooie daginvulling geven en ervoor zorgen dat men zich betrokken voelt bij de maatschappij. Juist om deze reden is het belangrijk dat cliënten dit zelfstandig kunnen vormgeven en daar waar nodig hierbij worden ondersteund. WerkSaam heeft bij de gemeenteraden uitgevraagd in hoeverre zorgcliënten verplicht moeten worden tot maatschappelijke participatie. Een kleine meerderheid van de raadsleden gaf aan dat er geen sprake zou moeten zijn van verplichting bij deze doelgroep. Zowel degenen die voor als tegen verplichten waren spraken uit dat zorgcliënten op een positieve manier gemotiveerd en ondersteund moeten worden om maatschappelijk te participeren. WerkSaam gaat in gesprek met gemeenten hoe de maatschappelijke participatie voor zorgcliënten vormgegeven kan worden.
2.7 Maatregelen vanuit de Participatiewet in balans die bijdragen aan participatie en ontwikkeling
De Participatiewet in balans bevat maatregelen die gericht zijn op participatie in de maatschappij. Daar waar de huidige wet gericht is op het verkrijgen van betaald werk, zien we dat bij steeds meer cliënten meedoen in de maatschappij voorlopig het hoogst haalbare is. Voor de lange termijn (spoor 2) wordt er bijvoorbeeld gedacht aan een aparte wet of regeling voor volledig arbeidsongeschikten die nu nog wel onder de Participatiewet vallen. Spoor 1 gaat uit van een generieke participatieplicht en dat wil zeggen naast arbeidsparticipatie ook Maatschappelijke Participatie.
WerkSaam moet hiervoor vanuit de brede generieke participatieplicht beleid ontwikkelen om cliënten te ondersteunen bij deze participatie. Hierin wordt ruimte geboden voor maatwerk en individuele omstandigheden. De cliënt mag zelf deze participatie vormgeven, door bijvoorbeeld te kiezen voor het volgen van een cursus, het opdoen van basisvaardigheden, het verrichten van vrijwilligerswerk of het verlenen van mantelzorg. Met de komst van de Maatschappelijke Participatie vervalt de huidige tegenprestatie en mag sociale activering breed ingezet worden. Dus niet alleen gericht op werk, maar ook op sociale activiteiten of ervaring opdoen. Cliënten die niet in staat zijn om maatschappelijk te participeren kunnen een ontheffing van de participatieplicht krijgen.
Dit beleidsplan komt te vroeg om al concreet aan te geven hoe we in West-Friesland invulling kunnen geven aan de nieuwe brede maatschappelijke participatie. Duidelijk is wel dat dit een nieuwe invulling zal geven aan de rol van WerkSaam en de samenwerking met gemeenten, welzijns-, zorg- en dagbestedingsorganisaties en vrijwilligerswerk.
3. Bestaanszekerheid
3.1 Inleiding
Iedereen heeft recht op bestaanszekerheid. Dit betekent voldoende middelen voor een waardig leven, met toegang tot inkomen, woonruimte, zorg en onderwijs. Dit geldt zeker voor mensen die afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering. WerkSaam draagt hieraan bij door cliënten tijdig en correct een uitkering te verstrekken en onnodige terugvorderingen te voorkomen. Maar ook door cliënten duurzaam naar werk te begeleiden, wat zicht geeft op een hoger inkomen en bijdraagt aan meer eigenwaarde, gezondheid en welzijn. In dit hoofdstuk zijn de onderwerpen opgenomen waarmee WerkSaam de komende beleidsperiode gaat bijdragen aan het bevorderen van de bestaanszekerheid van cliënten.
3.2 Cliënten beter informeren over en doorverwijzen naar ondersteuning gemeenten
De doelgroep van WerkSaam is veranderd en er is sprake van complexe en gecombineerde problematiek. Cliënten van WerkSaam zijn vaak ook bekend bij gemeenten vanwege inkomensondersteuning, schuldhulpverlening, andere vormen van ondersteuning vanuit bijvoorbeeld welzijnsorganisaties of maatschappelijk werk, de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Jeugdwet, laaggeletterdheid of gezondheidsbeleid. WerkSaam werkt al samen met gemeenten en we gaan nog meer samenwerken om de kennis over ondersteuning en voorzieningen van gemeenten bij cliënten te vergroten. Deze samenwerking is op het gebied van beleid en afspraken maken, maar ook in de uitvoering. Het doel is dat cliënten een hogere bestaanszekerheid krijgen, dat weer bevorderlijk is voor de re-integratie. Hierbij hebben we ook input van cliënten zelf nodig. Wat missen zij, waar hebben ze hulp bij nodig? De nieuwe Wet proactieve dienstverlening (nog in de maak) moet het niet-gebruik van dienstverlening in de sociale zekerheid verlagen. WerkSaam anticipeert hierop door de samenwerking met de gemeenten nu al verder te versterken.
3.3 Bij aanvraagprocedure meer aandacht voor reden ‘no show’
Bij WerkSaam behandelen we uitkeringsaanvragen met zorg. We vragen alleen de informatie die echt nodig is, zodat we aanvragers niet onnodig belasten. Tegelijkertijd beoordelen we elke aanvraag grondig voordat we een uitkering toekennen. Zo zorgen we ervoor dat alleen mensen die er recht op hebben, bijstand ontvangen. Op deze manier willen we terugvorderingen zoveel mogelijk voorkomen en inwoners beschermen tegen het opbouwen van schulden.
De wet maakt het mogelijk dat bij een ‘no show’ of wanneer iemand geen of onvoldoende bewijsstukken overlegt, aanvragen niet in behandeling worden genomen. De afgelopen beleidsperiode zijn, vooral bij jongeren, aanvragen alsnog behandeld als persoonlijke omstandigheden de oorzaak waren. Deze coulante aanpak gaan we breder toepassen door meer onderzoek te doen naar de reden van het niet verschijnen of het niet overleggen van documenten. Hiermee passen we nog meer de menselijke maat toe bij de aanvraagprocedure.
3.4 Uitbreiding van nazorg, met extra aandacht voor inkomensvragen
Wanneer een cliënt uitstroomt naar werk, komen er veel veranderingen op de cliënt af. De cliënt gaat loon ontvangen, de uitkering wordt beëindigd, toeslagen kunnen wijzigen en de eventuele kinderopvang moet geregeld zijn. Hoewel er vaak een gevoel van trots en blijdschap is vanwege het vinden van een baan, is dit ook een spannende periode. Er zijn niet alleen wijzigingen in het inkomen, maar er komen ook verantwoordelijkheden bij voor de cliënt vanuit zijn of haar baan.
Om deze periode soepel te laten verlopen geeft WerkSaam nazorg aan de cliënt. We bieden de cliënt proactief hulp bij inkomens- en werkvragen. Daarnaast ondersteunen we ook de werkgevers en zetten we bij knelpunten voortijdig passende voorzieningen in. Door deze nazorg te bieden vergroot WerkSaam de kans op duurzame uitstroom. Daar waar mogelijk wordt het aantal contactmomenten met de cliënt geïntensiveerd. Ook wordt er extra aandacht besteed aan inkomensvragen, om de bestaanszekerheid te vergroten.
3.5 Overgang van dagbesteding naar werk versoepelen met Simpel Switchen
Veel cliënten, die vanuit een uitkering willen gaan werken, zijn bang dat ze hun rechten op een uitkering kwijtraken als werken niet blijkt te lukken. Mensen zoeken makkelijker en eerder werk als ze zich veilig voelen om die stap te zetten. Zoals mensen die een arbeidsbeperking hebben en bijvoorbeeld van beschut werk naar gewoon werk willen overstappen of teruggaan naar dagbesteding of vrijwilligerswerk. Het is een geruststellende gedachte dat er altijd een weg terug is (of vooruit).
Bovengenoemde obstakels wegnemen is niet eenvoudig door alle wet- en regelgeving. WerkSaam volgt daarom het programma ‘Simpel Switchen in de Participatieketen’ van het Rijk en ondersteunt cliënten bij de overgangen. Voor cliënten die binnen 3 maanden na beëindiging opnieuw een uitkering aanvragen, hanteert WerkSaam bijvoorbeeld een verkorte aanvraagprocedure.
WerkSaam houdt contact met de gemeenten en dagbestedingsaanbieders om het programma 'Simpel Switchen' effectief te implementeren. Onze dienstverlening is gericht op het vergemakkelijken en veiliger maken van deze stappen, met de mogelijkheid om terug te keren naar bijvoorbeeld een dagbestedingsplek met bijhorende indicatie. Om dit te bereiken, is het essentieel om eerst de basis op orde te brengen door de samenwerking met de gemeenten en zorgaanbieders te versterken, kaders te verhelderen en meer op individuele casussen te focussen zodat er maatwerk geleverd kan worden. Zodra deze fundamenten zijn gelegd, streven we ernaar om de volgende stappen te zetten met betrekking tot Simpel Switchen door bijvoorbeeld te gaan starten met het uitruilen ‘switchen’ van de eerste inwoners.
3.6 Kwijtschelding mogelijk verder versoepelen
Als iemand te veel bijstand heeft ontvangen – bijvoorbeeld door een fout of door veranderde omstandigheden - kunnen wij dit bedrag terugvorderen. In principe moet het volledige bedrag worden terugbetaald, maar er zijn situaties waarin dat soms tijdelijk of blijvend niet meer hoeft. Bijvoorbeeld omdat iemand niet in staat is om te betalen, bijvoorbeeld door deelname aan de schuldsanering, of als iemand lang genoeg heeft betaald of uitstroomt naar werk. Wij kunnen dan tijdelijk uitstel van betaling of volledige kwijtschelding verlenen. Voor een deel is dit in de wet geregeld. Daarnaast hebben we eigen beleidsruimte, vastgelegd in ons kwijtscheldingsbeleid. Dit kwijtscheldingsbeleid is in de afgelopen jaren vanuit een oogpunt van proportionaliteit en bestaanszekerheid versoepeld en wij overwegen vanuit deze optiek ook verdere versoepeling.
3.7 Handhaven vanuit een mensgerichte aanpak en maatwerk
Ook al ligt het misschien niet voor de hand, maar ook het onderwerp handhaving past in een hoofdstuk met als thema bestaanszekerheid. De Participatiewet is het vangnet voor mensen die geen eigen middelen van bestaan hebben. Het is echter noodzakelijk dat zij zich houden aan de verplichtingen die aan deze uitkering zijn verbonden, ook om het draagvlak voor ons sociale zekerheidsstelsel te waarborgen. De term handhaving omvat alle activiteiten die ervoor zorgen dat de Participatiewet wordt nageleefd. Hier ligt een rol voor de cliënt door inlichtingen aan ons te verstrekken, maar ook WerkSaam heeft hier een belangrijke rol. Denk daarbij aan goede informatievoorziening over rechten en plichten en vroegtijdige opsporing om grote financiële gevolgen van het niet nakomen van de inlichtingenplicht te voorkomen.
Maar hoe verhoudt handhaving zich tot nieuwe wetgeving die het doel heeft vertrouwen te herstellen en verplichtingen te verminderen? Voor moedwillige schendingen van de inlichtingenplicht behouden we een strenge aanpak. Maar zowel in nieuwe wetgeving als bij de uitvoering van ons beleid komt er meer ruimte voor waarschuwen in plaats van meteen sanctioneren; het recht op vergissen en het voorkomen van onevenredige gevolgen van schending van de inlichtingenplicht.
Evenredigheidsbeginsel
In het verleden werd makkelijk gesteld dat iedere Nederlander geacht wordt om de wet te kennen. Maar door de veranderde doelgroep en de complexe problematiek, moeten we en willen we rekening houden met het ‘doenvermogen’ van de cliënt. Doenvermogen is het vermogen om in actie te komen en vol te houden, zelfs bij tegenslagen. Dit vraagt om altijd goed rekening te houden met de individuele omstandigheden van een cliënt.
In de praktijk zien we dat ook rechters rekening houden met de complexiteit vanproblematiek en de menselijke maat nu al toepassen. Zij baseren hun uitspraken op het evenredigheidsbeginsel: is het besluit geschikt en noodzakelijk om het beoogde doel te bereiken of kan het ook met bijvoorbeeld een minder ingrijpend alternatief? Hier houdt WerkSaam nu al, maar ook in het nieuwe beleid, rekening mee.
Zo maakt WerkSaam gebruik van de inkeerregeling om een maatregel ongedaan te kunnen maken. Als een cliënt bijvoorbeeld niet deelneemt aan zijn traject, dan krijgt hij te maken met een verlaging van de uitkering. Maar als die persoon daarna wel gaat deelnemen, dan kan de verlaging weer worden teruggedraaid. Hierdoor wordt alsnog het doel bereikt (deelname aan het traject) zonder dat de cliënt hier uiteindelijk financiële schade van ondervindt.
Boetes en terugvorderingen
Het Wetsvoorstel handhaving sociale zekerheid biedt WerkSaam meer mogelijkheden om passend te reageren op een overtreding. Er komt meer ruimte om te werken vanuit vertrouwen en om rekening te houden met de situatie van de betrokkene. We krijgen meer ruimte om boetes en terugvorderingen in individuele gevallen aan te passen. Zo kunnen we zorgen dat we een cliënt niet ‘onredelijk’ behandelen. Bij de boete verdwijnt de koppeling met het benadelingsbedrag. Dit kan gunstig zijn voor de cliënt, omdat de koppeling met het benadelingsbedrag kan leiden tot zeer hoge boetes. Er wordt een boetesystematiek met twee standaard boetebedragen geïntroduceerd. Afhankelijk van de omstandigheden en persoonlijke situatie van de inwoner, kan de boete verhoogd of verlaagd worden. In bijlage 3 leest u meer over het wetsvoorstel.
De gemeenteraden van West-Friesland hebben een voorkeur uitgesproken om uit te gaan van gemiddeld milde boetes, uiteraard met de kanttekening dat er altijd goed gekeken moet worden naar de individuele omstandigheden. Voor het opleggen van een maatregel, bijvoorbeeld wanneer een cliënt niet meewerkt aan een re-integratietraject, komt de mogelijkheid om eerst een waarschuwing op te leggen. Dit biedt onze coaches meer ruimte om maatwerk te leveren.
3.8 Maatregelen vanuit de Participatiewet in balans die bijdragen aan bestaanszekerheid
De volgende maatregelen treden gefaseerd in werking in 2026 en 2027:
- •
Het indienen van een aanvraag wordt eenvoudiger want de inwoner kan zich identificeren via DigiD. Dit hoeft dus niet meer fysiek te gebeuren. Daarnaast kan ook een rijbewijs worden gebruikt als geldig identificatiemiddel.
- •
Als iemand inkomsten uit loon heeft, dan wordt de verrekening hiervan zoveel mogelijk geüniformeerd. Gemeenten kunnen hiervoor gebruik maken van de gegevens uit de (polis)administratie van het UWV, zodat bijstandsgerechtigden bijvoorbeeld geen loonstroken meer hoeven aan te leveren.
- •
In de nieuwe wet is een bufferbudget opgenomen. Dit betekent dat wij aan uitkeringsgerechtigden die als gevolg van een inkomstenverrekening instabiliteit in het inkomen hebben, maximaal € 1.000,- per jaar als bufferbudget (extra uitkering) kunnen toekennen. Dit zorgt voor meer stabiliteit in het inkomen.
- •
Er komt in de nieuwe wet meer ruimte voor mantelzorg. Mensen kunnen samenwonen zonder dat zij vallen onder het begrip gezamenlijke huishouding. Deze uitzondering op het gezamenlijke huishoudingsbegrip geldt alleen als sprake is van een zorgbehoefte die zo intensief is dat deze leidt tot het samenwonen door een bijstandsgerechtigde, ook als dit niet op het adres is waar de cliënt staat ingeschreven. Een andere wijziging is dat mantelzorg niet meer kan worden gezien als loon te waarderen arbeid.
- •
De huidige inkomstenvrijlating wordt aangepast. In de toelichting op het wetsvoorstel wordt nu gesproken over een bijverdienregeling. Een nieuwe term in de Participatiewet. Er komt een geharmoniseerde basisvrijstelling van arbeidsinkomsten van 15% voor de duur van 1 jaar, met mogelijkheid tot verlenging in individuele omstandigheden. Bij een nieuwe dienstbetrekking moet steeds worden beoordeeld of de bijverdienregeling het juiste instrument is. Deze kan daardoor vaker worden toegepast in één uitkeringsperiode. Ook jongeren onder de 27 jaar kunnen nu voor deze vrijlating in aanmerking komen.
- •
Gemeenten krijgen de bevoegdheid om de bijstand met terugwerkende kracht toe te kennen voor maximaal 3 maanden als individuele omstandigheden daarom vragen.
- •
Giften worden tot € 1.200,- per jaar buiten beschouwing gelaten. Onderdeel van deze giften kunnen ook kostenbesparende bijdragen zijn, waaronder boodschappen/levensmiddelen.
- •
De vermogensvaststelling wordt vereenvoudigd. In plaats van het werken met een vermogensaanwasruimte, moeten gemeenten steeds het daadwerkelijke actuele vermogen van de uitkeringsgerechtigde vaststellen.
- •
Ook de inlichtingenplicht wordt soepeler: een toename in bezit tot de vermogensgrens hoeft niet langer gemeld te worden.
- •
De individuele inkomenstoeslag kan voortaan ook worden verstrekt zonder dat hier een aanvraag voor is gedaan door de inwoner (ambtshalve). Dit wordt door de gemeenten uitgevoerd.
- •
Tot slot wordt een aantal zaken die nu decentraal worden geregeld (door gemeenten), centraal geregeld in de nieuwe wet. Dan gaat het om:
- •
De compensatie aan alleenstaande ouders, die geen recht hebben op het kindgebonden budget omdat zij op grond van de fiscale wetgeving worden aangemerkt als gehuwde.
- •
De aanvulling op de jongmeerderjarigen-norm (18–21 jaar) wordt in beginsel gelijk voor alle gemeenten en wordt via algemene bijstand verstrekt.
- •
Uitkeringsgerechtigden die op op hetzelfde adres staan ingeschreven als hun niet-rechthebbende partner, hebben recht op de alleenstaandennorm.
- •
4. Financiën
4.1 Inleiding
WerkSaam heeft afspraken met gemeenten over de financiering van uitkeringen, loonkostensubsidie, re-integratieactiviteiten en de bedrijfsvoering. De financiën komen terug in de kadernota, begroting, voorjaarsnota, najaarsnota en jaarrekening.
4.2 BUIG
WerkSaam ontvangt van de gemeenten de gebundelde uitkering (BUIG) voor het bekostigen van de uitkeringen in het kader van de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004. Uit dit budget kan WerkSaam uitkeringen en loonkostensubsidie betalen. De BUIG-budgetten worden per gemeente verantwoord en afgerekend. Bij een tekort kan een gemeente een beroep doen op de vangnetuitkering van het Rijk. Overschotten op de BUIG ontvangen gemeenten terug. Dit budget is vrij besteedbaar. Voor sommige wijzigingen in de Participatiewet in balans worden door het Rijk extra middelen beschikbaar gesteld.
4.3 Participatiebudget
Naast de BUIG ontvangt WerkSaam van de gemeenten 90% van het Participatiebudget. De overige 10% kunnen gemeenten naar eigen inzicht besteden.
Het participatiebudget wordt ingezet voor de re-integratie van bijstandscliënten. Met de komst van maatschappelijke participatie zal een deel van dit budget ook voor participatie worden benut. WerkSaam voert zoveel mogelijk re-integratieactiviteiten zelf uit en besteedt opdrachten aan externe partijen alleen uit als dat meerwaarde heeft. Hierdoor wordt de helft van het budget voor re-integratie ingezet voor coaches. Wat over blijft is beschikbaar voor reiskosten, kinderopvangkosten, uitstroompremies, opleidingen, jobcoaching en externe trajecten voor cliënten. Daarnaast wordt het budget ook ingezet om het tekort op de middelen voor beschut werk te dekken. De beleidsonderwerpen die WerkSaam de komende periode gaat uitwerken worden bekostigd vanuit het participatiebudget. Dit zal in de beleidsvoorstellen worden opgenomen.
4.4 Bedrijfsvoering
WerkSaam maakt kosten voor de uitvoering van haar taken. Een deel van deze kosten worden verdiend door de opbrengsten die bij de leer-werkbedrijven worden gerealiseerd. Denk aan de klussen die medewerkers bij de afdeling Groen, Schoonmaak of Repro-Post uitvoeren. Het overige deel wordt door de Westfriese gemeenten bijgedragen.
4.5 Plustaken
In de Gemeenschappelijke regeling is opgenomen dat (individuele) gemeenten WerkSaam een extra opdracht kunnen geven middels een plustaak. WerkSaam krijgt regelmatig een nieuwe aanvraag voor een plustaak en dit is ook de komende beleidsperiode mogelijk. Voorbeelden hiervan zijn de uitvoering van de Wet inburgering voor 6 gemeenten en het verstrekken van leefgeld en/of het innen van de eigen bijdrage voor Oekraïners. De afspraken met de gemeente die de opdracht verstrekt worden vastgelegd in een dienstverleningsovereenkomst en de kosten worden apart afgerekend.
4.6 Bonus Malus
De bonus-malusregeling regelt dat gemeenten opdrachten aan WerkSaam geven, zodat er voldoende werk is voor de Wsw en beschut doelgroep om uit te voeren. De gemeenten blijven een belangrijke verantwoordelijkheid dragen ten aanzien van het bevorderen van de inclusiviteit. Onderling is er een norm en een verdeelsleutel afgesproken. Als gemeenten de norm halen krijgen zij een bonus als de toegevoegde waarde van WerkSaam hoger is dan begroot. De malus is tot nu toe niet toegepast, gemeenten gaven in de afgelopen jaren voldoende opdrachten aan de leer-werkbedrijven. De opdrachtverstrekking van gemeenten aan WerkSaam staat wel steeds meer onder druk. Gemeenten kijken, mede vanwege het ravijnjaar, anders naar het uitbesteden van werkzaamheden. Op de langere termijn speelt dat door het afnemen van de doelgroep van Wsw-medewerkers, bepaalde opdrachten niet meer haalbaar zijn. Dit vraagt komende beleidsperiode om nieuwe afspraken tussen de gemeenten en WerkSaam.
4.7 Subsidies
WerkSaam maakt gebruik van subsidieregelingen als deze bijdragen aan de doelen van WerkSaam en de baten opwegen tegen de kosten. Subsidies maken het voor WerkSaam mogelijk extra in te zetten op doelgroepen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt en blijft hier de komende beleidsperiode actief op inzetten.
4.8 Impulsbudget infrastructuur Sociaal ontwikkelbedrijven
Vanaf 2025 ontvangen gemeenten jaarlijks een impulsbudget van het Rijk om de infrastructuur van werkontwikkelbedrijven te versterken. De middelen worden via een decentralisatie uitkering (DU) uitgekeerd aan de grootste gemeente binnen een samenwerkingsverband. De hoogte van het bedrag wordt bepaald op basis van de maatstaf ‘doelgroepenregister gemeentelijke doelgroep’. In de loop van 2025 wordt middels een kamerbrief meer duidelijk over de richting van de impulsbudgetten. Het is belangrijk dat dit budget, totdat er meer duidelijk is, beschikbaar blijft.
De bijlagen zijn als een pdf-bestand toegevoegd aan deze publicatie.
Ondertekening
Aldus vastgesteld door het algemeen bestuur van WerkSaam Westfriesland in de vergadering van 12 maart 2026.
De voorzitter, Y.W. Nijsingh
De directeur, A. Witte
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl