Verordening Leerlingenvervoer gemeente Weststellingwerf 2026

Geldend van 13-03-2026 t/m heden

Intitulé

Verordening Leerlingenvervoer gemeente Weststellingwerf 2026

De raad van de gemeente Weststellingwerf;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 9 december 2025;

gelet op artikel 4 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 4 van de Wet op de expertisecentra en artikel 8.29 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;

overwegende dat de gemeente verplicht is om een verordening vast te stellen op basis waarvan ouders van leerlingen, onder bepaalde voorwaarden, aanspraak kunnen maken op een vergoeding van de vervoerskosten van en naar school;

overwegende dat de wettelijke wijzigingen als gevolg van het Passend Onderwijs in de verordening zijn verwerkt en de gemeente Weststellingwerf de zelfredzaamheid in het reizen van leerlingen wil vergroten en zij daartoe maatwerk wil bieden in het leerlingenvervoer;

b e s l u i t

de ‘Verordening Leerlingenvervoer gemeente Weststellingwerf 2026’ vast te stellen.

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • 1.

    aangepast vervoer: vervoer per besloten (school)busvervoer, schoolbusvervoer, taxi, taxibus, treintaxi of bustaxi;

  • 2.

    aanvrager: ouders of meerderjarige en handelingsbekwame leerling

  • 3.

    afstand: afstand tussen de woning en de school, gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg;

  • 4.

    begeleider: ouder of persoon die door de ouders wordt ingezet om de leerling tijdens het vervoer te begeleiden;

  • 5.

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Weststellingwerf;

  • 6.

    deskundige: onafhankelijk medisch, psychiatrisch, psychologisch, pedagogisch of verkeerskundig deskundige;

  • 7.

    eigen vervoer: vervoer per eigen motorvoertuig of fiets dat onder eigenlijk verantwoordelijkheid plaatsvindt;

  • 8.

    gehandicapte leerling: een leerling die door een structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap niet, of niet zelfstandig, van het openbaar vervoer of de fiets gebruik kan maken;

  • 9.

    inkomen: inkomensgegeven als bedoeld in artikelen 23 en 24, aanhef en onder e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, in het peiljaar, bedoeld in artikel 4, zevende lid, van de Wet op het primair onderwijs;

  • 10.

    leerling: de leerling die is ingeschreven bij een school als bedoeld in dit artikel;

  • 11.

    OOGO: het Op Overeenstemming Gericht Overleg tussen het samenwerkingsverband en de gemeenten binnen het samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a, negende lid, van de Wet op het primair onderwijs en artikel art 2.47, tiende lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020;

  • 12.

    openbaar vervoer: personenvervoer dat openbaar toegankelijk is en waarvan iedereen al dan niet tegen betaling gebruik van kan maken;

  • 13.

    ouder(s): met gezag over de leerling belaste ouder(s), pleegouder(s), voogd(en) of verzorger(s) van de leerling;

  • 14.

    persoonlijk vervoersontwikkelingsplan: een schriftelijk plan waarin de activiteiten worden beschreven door middel waarvan de leerling de vaardigheden kan aanleren die nodig zijn om zoveel mogelijk zelfstandig en met het openbaar vervoer of de fiets te reizen;

  • 15.

    reistijd : totale tijdsduur die ligt tussen het verlaten van de woning en de aanvang van de schooldag volgens de schoolgids, minus maximaal 10 minuten, als de leerling het schoolgebouw met bijbehorend terrein gewoonlijk eerder bereikt dan de schoolgids aangeeft, dan wel de totale tijdsduur die ligt tussen het einde van de schooldag volgens de schoolgids en de aankomst bij de woning, plus een eventuele wachttijd voor het openbaar vervoer of maximaal 10 minuten bij gebruikmaking van aangepast vervoer;

  • 16.

    samenwerkingsverband:

    • a.

      samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a van de Wet op het primair onderwijs;

    • b.

      samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 28a van de Wet op de expertisecentra; of

    • c.

      samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 2.47 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;

  • 17.

    school:

    • a.

      basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs;

    • b.

      school voor speciaal onderwijs, voor voortgezet speciaal onderwijs binnen of voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra;

    • c.

      school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020;

  • 18.

    schoolvakantie: vakantie waarvan de datum is opgenomen in de schoolgids;

  • 19.

    stage: praktische leertijd bij de beroepsopleiding;

  • 20.

    toegankelijke school: school waar plaats is en waarop de leerling is aangewezen vanwege de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting dan wel de openbare school;

  • 21.

    vervoer: openbaar vervoer, eigen vervoer of aangepast vervoer tussen de woning dan wel de opstapplaats en de school dat plaatsvindt in aansluiting op het begin en einde van de schooldag volgens de schoolgids, tenzij de structurele handicap van een leerplichtige leerling die aansluiting onmogelijk maakt;

  • 22.

    vervoersvoorziening:

    • a.

      een gehele of gedeeltelijke vergoeding van de door het college noodzakelijk geachte vervoerskosten van de leerling en zo nodig diens begeleider;

    • b.

      een andere passende voorziening die goedkoper is dan de onder sub a genoemde vervoerskosten.

  • 23.

    wangedrag: gedrag van een leerling dat onacceptabel is omdat het:

    • a.

      gevaar voor de leerling zelf of voor anderen veroorzaakt;

    • b.

      bedreigend is voor anderen;

    • c.

      onhygiënisch is.

  • 24.

    woning: woning waar de leerling structureel en feitelijk verblijft.

Artikel 2. Doelstelling

Deze verordening heeft tot doel om ouders tegemoet te komen in de kosten van het leerlingenvervoer op de best passende goedkoopste manier met inachtneming van het bepaalde in deze verordening.

Paragraaf 2. Aanvraag van de vervoersvoorziening

Artikel 3. Aanvraagprocedure

  • 1. Het college gebruikt voor de aanvraag van een vervoersvoorziening een (digitaal) formulier.

  • 2. Een aanvraag voor een vervoersvoorziening wordt gedaan door indiening van een volledig ingevuld en door de aanvrager ondertekend (digitaal) formulier.

  • 3. Indien dit voor een juiste beoordeling van de aanvraag noodzakelijk is, kan het college de aanvrager verzoeken aanvullende gegevens te verstrekken.

  • 4. Indien dit voor een juiste beoordeling noodzakelijk is, kan het college na toestemming van de aanvrager advies inwinnen bij onafhankelijke externe deskundigen of bij het gebiedsteam van de gemeente Weststellingwerf.

  • 5. Het college besluit over de aanvraag binnen acht weken na ontvangst van alle benodigde gegevens.

  • 6. Het college kan het in het vorige lid bedoelde besluit met ten hoogste vier weken verlengen. Het stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis.

Artikel 4. Gesprek over zelfstandigheid en zelfredzaamheid bij de aanvraag

  • 1. Bij de beoordeling van een aanvraag voor een vervoersvoorziening voor de leerling en eventueel een begeleider, onderzoekt het college in elk geval de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling en die van het gezin, en de afstand en route tot de dichtstbijzijnde toegankelijke school.

  • 2. Het college kan bij een aanvraag in een gesprek met de aanvrager, desgewenst de leerling en een deskundige, de noodzakelijk te achten vervoersvoorziening onderzoeken.

  • 3. Bij gewijzigde omstandigheden kan het gesprek als bedoeld in het tweede lid opnieuw plaatsvinden.

  • 4. Als de leerling 9 jaar of ouder is, onderzoekt het college, in overleg met de ouders en desgewenst de leerling, het ontwikkelingsperspectief van de leerling, en kan op basis hiervan een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan opstellen. In dit plan wordt de weg naar zelfstandig reizen naar school, alsmede de mogelijkheden van de leerling beschreven.

  • 5. In het persoonlijk vervoersontwikkelingsplan kan het college de mogelijkheid opnemen om ondersteuning te bieden ter bevordering van de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling.

  • 6. Het gesprek over zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling kan op elk moment door de ouders of door het college geïnitieerd worden.

Artikel 5. OOGO met het samenwerkingsverband

  • 1. Het college neemt het leerlingenvervoer op als vast agendapunt in het Op Overeenstemming Gericht Overleg met het samenwerkingsverband.

Artikel 6. Algemene voorwaarden voor toekenning van de vervoersvoorziening

  • 1. De bepalingen in deze verordening laten onverlet de verantwoordelijkheid van de ouders voor het schoolbezoek van hun kinderen.

  • 2. Ten behoeve van het schoolbezoek van een leerling die zijn woning heeft in de gemeente, kent het college aan de ouders of de meerderjarige leerling op aanvraag een vervoersvoorziening toe met inachtneming van het bepaalde in deze verordening. Hierbij vormt de goedkoopst passende vervoersvoorziening het uitgangspunt.

  • 3. De verantwoordelijkheid om als dat nodig is te zorgen voor een begeleider berust bij ouders, tenzij naar het oordeel van het college voldoende is aangetoond dat begeleiding van de leerling door de ouders of anderen uit hun netwerk onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden.

  • 4. Als een vervoersvoorziening toegekend wordt, verwacht het college van de ouders aan wie slechts een gedeeltelijke vergoeding van vervoerskosten toekomt, betaling van een eigen bijdra-ge. Deze is ten hoogste het bedrag dat ouders volgens het bepaalde in deze verordening moeten bijdragen aan de kosten van het vervoer. Weigering of nalatigheid in de betaling van de eigen bij-drage doet de aanspraak op de vervoersvoorziening vervallen.

  • 5. Indien een vervoersvoorziening wordt toegekend geldt deze:

    • a.

      wanneer het een vergoeding betreft, met ingang van de door de aanvrager verzochte datum. De ingangsdatum kan niet voor de datum van ontvangst van de aanvraag liggen;

    • b.

      wanneer het een andere passende voorziening betreft, met ingang van een datum die indien mogelijk aansluit bij de door de aanvrager verzochte datum.

  • 6. Bij de keuze voor de te verstrekken vervoersvoorziening wordt achtereenvolgens beoordeeld of vervoer, al dan niet met begeleiding, mogelijk is:

    • a.

      per fiets;

    • b.

      per openbaar vervoer;

    • c.

      met eigen vervoer;

    • d.

      met aangepast vervoer.

  • 7. Als de leerling een meerderjarige en handelingsbekwame leerling is, wordt de vervoersvoorziening op aanvraag toegekend aan de leerling.

  • 8. Het college bepaalt bij de toekenning van de vervoersvoorziening de wijze en het tijdstip van de verstrekking dan wel de uitbetaling, alsmede de tijdsduur van de toegekende vervoersvoorziening.

  • 9. Het college kan aan de toekenning van een vervoersvoorziening nadere voorwaarden verbinden in de beschikking.

  • 10. Het college verstrekt een vervoersvoorziening voor het vervoer van de leerling van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school en terug.

  • 11. Het college kan ten behoeve van de uitvoering van deze verordening nadere regels in de vorm van beleidsregels opstellen.

Artikel 7. Herziening, opschorting, intrekking of terugvordering van de vervoersvoorziening

  • 1. De ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling zijn verplicht wijzigingen, die van invloed kunnen zijn op de toegekende vervoersvoorziening, onder vermelding van de datum van wijziging, direct schriftelijk mede te delen aan het college.

  • 2. Als sprake is van een wijziging die van invloed is op de toegekende vervoersvoorziening, vervalt de aanspraak daarop en kent het college al dan niet opnieuw een vervoersvoorziening toe.

  • 3. Als de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling niet voldoen aan het bepaalde in het eerste lid, en het college een wijziging als bedoeld in het tweede lid vaststelt, waardoor blijkt dat ten onrechte een vervoersvoorziening is verstrekt, vervalt de aanspraak op de vervoersvoorziening terstond en kent het college al dan niet opnieuw een vervoersvoorziening toe. Het college deelt het besluit schriftelijk mee aan de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling.

  • 4. Het college kan een besluit als bedoeld in deze verordening herzien, opschorten dan wel intrekken, als het college vaststelt dat:

    • a.

      niet of niet meer is of wordt voldaan aan de voorwaarden en verplichtingen gesteld bij of krachtens deze verordening;

    • b.

      beschikt is op grond van gegevens waarvan gebleken is dat die gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een ander besluit zou zijn genomen;

    • c.

      de verstrekte vervoersvoorziening niet meer de meest passende vervoersvoorziening is;

    • d.

      sprake is van onaanvaardbaar wangedrag door de leerling gedurende het verblijf in het aangepast vervoer; of

    • e.

      het vervoeren van de leerling leidt tot een onveilige situatie in het aangepast vervoer.

  • 5. De verantwoordelijkheid voor het gedrag van de minderjarige leerling, gedurende het verblijf van de leerling in het aangepaste vervoer, berust bij de ouders.

  • 6. Ten onrechte genoten vergoeding kan van de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling worden teruggevorderd, dan wel worden verrekend bij een eventuele nieuw verstrekte vervoersvoorziening.

Paragraaf 3. Beoordelingsfase: beoordeling van de aanspraak op vervoersvoorziening

Artikel 8. Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school

  • 1. Een vervoersvoorziening wordt toegekend over de afstand tussen de woning van de leerling en de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school, tenzij vervoer naar een verder weggelegen school voor de gemeente minder kosten met zich mee brengt en de ouders of de meerderjarige leerling als aanvrager met het vervoer naar die school schriftelijk instemmen.

  • 2. Er wordt, overeenkomstig artikel 4, vijfde lid, aanhef onder c en d, van de Wet op het primair onderwijs, eveneens een vervoersvoorziening verstrekt over de afstand tussen de woning en:

    • a.

      de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband van de basisschool waarvan de leerling afkomstig is, als ouders daarmee instemmen; of

    • b.

      een andere speciale school voor basisonderwijs in het onder a bedoelde samenwerkingsverband, als het vervoer naar die school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen dan het vervoer naar de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school voor basisonderwijs als bedoeld onder a en ouders daar schriftelijk mee instemmen.

  • 3. Als de ouders of de meerderjarige leerling vanwege een specifieke onderwijskundige behoefte van de leerling een vervoersvoorziening aanvragen naar een school op een grotere afstand, dan de dichtstbijzijnde toegankelijke school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen, wordt deze slechts toegekend als is voldaan aan de volgende voorwaarden:

    • a.

      aan het college is door de ouders of de meerderjarige leerling naar het oordeel van het college voldoende aangetoond wat de specifieke en noodzakelijke onderwijskundige onderwijsbehoefte van de leerling; en

    • b.

      aan het college is door de ouders of de meerderjarige leerling voldoende aangetoond dat de dichtstbijzijnde school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen niet toegankelijk is vanwege het niet kunnen bieden van het noodzakelijke specifieke onderwijsaanbod.

Artikel 9. Afwijzingsgronden

  • 1. Geen vervoersvoorziening wordt toegekend als de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school kleiner is dan zes kilometer. Deze grens geldt niet voor gehandicapte leerlingen.

  • 2. Geen vervoersvoorziening wordt toegekend voor het bezoeken van het voortgezet onderwijs, tenzij de leerling door een lichamelijke, verstandelijke of zintuigelijke handicap niet zelfstandig gebruik kan maken van het openbaar vervoer als bedoeld in artikel 8.28 van de Wet voortgezet onderwijs 2020.

Artikel 10. Peildatum leeftijd leerling

Voor het verstrekken van een vervoersvoorziening op basis van artikel 17, is de leeftijd van de leerling op 1 augustus van het schooljaar waarop de vervoersvoorziening betrekking heeft bepalend.

Artikel 11. Andere vergoedingen

De aanspraak op een andere toelage die betrekking heeft op de reiskosten van de leerling wordt op een vergoeding leerlingenvervoer vanuit de gemeente in mindering gebracht of als eigen bijdrage in rekening gebracht.

Artikel 12. Schooltijden en wachttijden

  • 1. Vergoeding van het aangepast vervoer vindt plaats op standaard schooldagen en schooltijden, zoals deze zijn opgenomen in de schoolgids van de school die de leerling bezoekt.

  • 2. Het college kan besluiten met de inzet van het aangepaste vervoer een wachttijd aan te houden van één of meerdere lesuren, om zodoende aan te sluiten op het reguliere leerlingenvervoer.

  • 3. Het aangepast vervoer op schooldagen en schooltijden die afwijken van de in de schoolgids genoemde dagen en tijden wordt niet vergoed, tenzij de ouders bewijs overleggen waaruit blijkt dat de structurele handicap van een leerplichtige leerling de aansluiting op de standaard schooltijden onmogelijk maakt.

Artikel 13. Tijdelijk verblijf buiten de gemeente

  • 1. Het college kan een tijdelijke vervoersvoorziening voor een periode van maximaal zes weken toekennen aan de ouders van een leerling, die als gevolg van een crisissituatie tijdelijk buiten de gemeente verblijft, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:

    • a.

      de leerling blijft zijn eigen school bezoeken;

    • b.

      in de periode, voorafgaand aan het tijdelijke verblijf buiten de gemeente, is een vervoersvoorziening toegekend op grond van deze verordening; en

    • c.

      de intentie bestaat dat de leerling terugkeert naar de oorspronkelijke gemeente.

  • 2. Het besluit waarin de vervoersvoorziening is toegekend voorafgaand aan een tijdelijke vervoersvoorziening wordt opgeschort met ingang van de datum van tijdelijk verblijf buiten de gemeente en herleeft weer zodra de leerling terugkeert in de gemeente, tenzij de geldigheidsduur van dit besluit is verstreken.

  • 3. Als de vervoersvoorziening bestaat uit aangepast vervoer kan het college, in overleg met de gemeente waarin de leerling tijdelijk verblijft, besluiten dat het college van de gemeente van het tijdelijk verblijf het vervoer uitvoert.

Artikel 14. Vervoersvoorziening naar stageadres

  • 1. Als er al aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening naar een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school voor voortgezet onderwijs kan op verzoek een vervoersvoorziening worden toegekend voor het vervoer naar een stageadres. Hiervoor wordt een afzonderlijke aanvraag ingediend.

  • 2. In afwijking van het bepaalde in artikel 3, tweede lid, kan een aanvraag voor stagevervoer door de school voor voortgezet speciaal onderwijs of de school voor voortgezet onderwijs gedaan worden.

  • 3. De vervoersvoorziening naar een stageadres wordt slechts toegekend als er wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

    • a.

      de stage is onderdeel van het onderwijsprogramma zoals opgenomen in de schoolgids van de school of in het stagecontract; en

    • b.

      de stage vindt plaats op één stageadres;

  • 4. Een vervoersvoorziening wordt slechts toegekend over de afstand tussen de woning van de leerling en het dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke stageadres.

  • 5. De aanvrager is verplicht op verzoek van het college het stagecontract te overleggen.

Paragraaf 4. Onderzoeksfase: verstrekking aard en omvang van de vervoersvoorziening

Artikel 15. Verstrekking van de vervoersvoorziening

  • 1. Het college betrekt bij de verstrekking van de vervoersvoorziening het eventuele persoonlijk vervoersontwikkelingsplan of vervoersadviezen van deskundigen die voor de onderzoekfase van belang zijn.

  • 2. Als begeleiding in het vervoer vereist is, vergoedt het college geen andere kosten dan de vervoerskosten die verbonden zijn aan de begeleiding van de leerling in het vervoer.

Artikel 16. Vergoeding van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per fiets

  • 1. Het college bepaalt de hoogte van de te verstrekken vervoersvoorziening in de vorm van een vervoersvergoeding op basis van de kosten van het openbaar vervoer en houdt daarbij rekening met de kortingen die voor de leerling binnen het systeem kunnen gelden.

  • 2. Als aanspraak bestaat op vergoeding zoals bedoeld in het eerste lid en de leerling naar het oordeel van het college, al dan niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets, verstrekt het college de ouders vergoeding op basis van de kosten van het vervoer per fiets.

  • 3. De kilometervergoeding voor het afleggen van de afstand per fiets staat vermeld in de beleidsregels leerlingenvervoer.

Artikel 17. Vergoeding van de kosten van openbaar vervoer of vervoer per fiets ten behoeve van een begeleider

  • 1. Het college verstrekt aan de ouders van de leerling, die een school bezoekt en daarvoor recht heeft op een vervoersvergoeding op grond van deze verordening, een vergoeding van de kosten van het openbaar vervoer of het vervoer per fiets van een begeleider van de leerling als:

    • a.

      De leerling op 1 augustus van het schooljaar waarop de vervoersvoorziening betrekking heeft jonger dan 9 jaar is; of

    • b.

      De leerling op 1 augustus van het schooljaar waarop de vervoersvoorziening betrekking heeft ouder dan 9 jaar is en naar het oordeel van het college voldoende is aangetoond dat de leerling niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik te maken.

  • 2. De kilometervergoeding voor de fiets is gelijk aan het bedrag vermeld in de door het college vastgestelde beleidsregels.

  • 3. Als een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, komen slechts de kosten van het vervoer ten behoeve van één begeleider voor vergoeding in aanmerking.

Artikel 18. Vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer

Het college verstrekt een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school bezoekt, als:

  • a.

    aanspraak bestaat op vergoeding zoals bedoeld in artikel 16 en de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of terug, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht;

  • b.

    aanspraak bestaat op vergoeding zoals bedoeld in artikel 16 en openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van het college al dan niet onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per fiets;

  • c.

    aanspraak bestaat op vergoeding zoals bedoeld in artikel 17 en door de ouders ten behoeve van het college voldoende wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is; of

  • d.

    de leerling, naar het oordeel van het college, ook niet onder begeleiding in staat is van het openbaar vervoer gebruik te maken.

Artikel 19. Vergoeding op basis van de kosten van eigen vervoer

  • 1. Als aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kan het college de ouders vragen of op aanvraag toestaan één of meer leerlingen zelf te vervoeren of te laten vervoeren.

  • 2. Als toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, vergoedt het college aan de ouders die een leerling zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren:

    • a.

      een bedrag op basis van de kosten van het vervoer per fiets voor de leerling zonder begeleiding, als aanspraak zou bestaan op vergoeding op basis van de kosten van het vervoer per fiets al dan niet met begeleiding. De kilometervergoeding voor de fiets is gelijk aan het bedrag vermeld in de door het college vastgestelde beleidsregels.

    • b.

      een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer voor de leerling zonder begeleiding, als aanspraak zou bestaan op vergoeding op basis van de kosten van het openbaar vervoer al dan niet met begeleiding; of

    • c.

      een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, als aanspraak zou bestaan op een voorziening in de vorm van aangepast vervoer, behoudens het bepaalde in het vierde lid. Deze vergoeding bedraagt het belastingvrije kilometerbedrag per kilometer.

  • 3. Als toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, vergoedt het college aan de ouders die meer dan één leerling tegelijk zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren, een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, behoudens het bepaalde in het vierde lid.

  • 4. Aan de ouders die één of meer leerlingen laten vervoeren door andere ouders die voor het vervoer van één of meer leerlingen vergoeding van het college ontvangen, wordt geen vergoeding verstrekt.

Artikel 20. Vervoerstraining

  • 1. Het college kan, naast een vervoersvoorziening, ook een vervoerstraining inzetten ter versterking van de zelfredzaamheid van de leerling, waardoor deze na de training niet langer zal zijn aangewezen op een vervoersvoorziening, of door de training gebruik leert te maken van een goedkopere vervoersvoorziening.

  • 2. De training sluit aan op het persoonlijk vervoersontwikkelingsplan.

Artikel 21. Vergoeding andere passende vervoersvoorziening

Als aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kan het college:

  • a.

    na overleg met de ouders een vergoeding verstrekken voor een andere passende voorziening, die goedkoper is dan of gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer.

  • b.

    In overleg met de ouders een vergoeding inzetten om onderwijs op een reguliere (basis)school mogelijk te maken.

Artikel 22. Vervoersvoorziening voor weekeinde en vakantie

  • 1. Met inachtneming van artikel 8 kent het college desgewenst een vervoersvoorziening voor het weekeinde en de schoolvakantie toe aan de in de gemeente wonende ouders van de leerling die, met het oog op het volgen van voor hem passend speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs in een internaat of pleeggezin verblijft.

  • 2. Het college kent aan de ouders een vervoersvoorziening toe voor het weekeindevervoer van de leerling voor de, eenmaal per weekeinde gemaakte, reis van het internaat of het pleeggezin waar de leerling verblijft, naar de woning van de ouders en terug, voor zover de weekeinden niet vallen binnen de in het derde lid bedoelde schoolvakanties.

  • 3. Het college kent aan de ouders een vervoersvoorziening toe voor het vakantievervoer van de leerling voor de, eenmaal per schoolvakantie van twee dagen of meer, gemaakte reis van het internaat of het pleeggezin waar de leerling verblijft, naar de woning van de ouders en terug, voor zover de vakantie voorkomt in de schoolgids van de school die de leerling bezoekt.

Paragraaf 5. Bijdrage in de kosten

Artikel 23. Eigen bijdrage in de vorm van een drempelbedrag

  • 1. Bij de verstrekking van een vervoersvoorziening betalen de ouders van een leerling die een school voor (speciaal) basisonderwijs bezoekt, van wie het inkomen samen meer bedraagt dan het in artikel 4, zevende lid, van de Wet op het primair onderwijs genoemde bedrag van €17.700,- de op de OV-chipkaart gebaseerde kosten over de in artikel 9 bepaalde afstand van zes kilometer voor het openbaar vervoer zelf. Dit bedrag wordt in mindering gebracht op de te verstrekken vervoers-vergoeding of bij de verstrekking van aangepast vervoer bij de ouders in rekening gebracht.

  • 2. Bij het in het eerste lid genoemde inkomensbedrag wordt met ingang van 1 januari 1999 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van het voorgaande jaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud van €450,-.

  • 3. Op verzoek van ouders kan, bij een aantoonbaar structurele inkomensdaling, in afwijking van het eerste lid, het actuele inkomen worden gehanteerd.

  • 4. Dit artikel is niet van toepassing op gehandicapte leerlingen

Artikel 24. Eigen bijdrage in de vorm van een draagkrachtafhankelijke bijdrage

  • 1. Bij de verstrekking van een vervoersvoorziening betalen de ouders van de leerling die een school voor basisonderwijs bezoekt die als gevolg van een keuze van de ouders verder is gelegen dan twintig kilometer van de woning, overeenkomstig artikel 4, elfde lid, van de Wet op het primair onderwijs, een van de financiële draagkracht afhankelijke bijdrage tot ten hoogste het bedrag van de kosten van het vervoer.

  • 2. De hoogte van het bedrag wordt berekend per gezin en is afhankelijk van de hoogte van het inkomen van de ouders. De bedragen van de eigen bijdrage per gezin per jaar per inkomenscategorie bedragen:

    Inkomen in euro’s

    Eigen bijdragen in euro’s per gezin 

    €0-€42.000

    Nihil

    €42.000-€50.000

    €185

    €50.000-€58.000

    €820

    €58.000-€65.000

    €1.520

    €65.000-€74.500

    €2.230

    €74.500-€81.500

    €2.970

    €81.500- voor elke €5.000 erbij

    €715

*normbedragen schooljaar 2025/2026

  • 3. De inkomensbedragen, genoemd in het tweede lid, worden met ingang van 1 januari aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 500,-.

  • 4. De bedragen van de eigen bijdrage, bedoeld in het derde lid, worden jaarlijks met ingang van 1 januari aangepast aan de wijziging die het consumentenprijsindexcijfer van de reeks alle huishoudens op het onderdeel vervoersdiensten heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 5,-.

  • 5. Op verzoek van ouders kan, bij een aantoonbare structurele inkomensdaling, in afwijking van het tweede lid, het actuele inkomen worden gehanteerd.

  • 6. Het drempelbedrag genoemd in artikel 23 kan tegelijk met de draagkrachtafhankelijke eigen bijdrage genoemd in het eerste lid worden opgelegd aan het gezin.

  • 7. Dit artikel is niet van toepassing op gehandicapte leerlingen.

Paragraaf 6. Slotbepalingen

Artikel 25. Beslissing het college in gevallen waarin de regeling niet voorziet

In gevallen, de uitvoering van het leerlingenvervoer betreffende, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college.

Artikel 26. Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen, het vervoer voor onderwijs aangaande, ten gunste van de aanvrager afwijken van de bepalingen in deze verordening, zo nodig na advies te hebben gevraagd aan deskundigen.

Artikel 27. Overgangsbepaling

De bepalingen van deze verordening zijn voor de eerste maal van toepassing in het schooljaar 2026-2027. Op het vervoer van leerlingen voorafgaand aan het schooljaar 2026-2027 en daarop betrekking hebbende geschillen, blijven de regelingen zoals luidend voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze verordening van toepassing.

Artikel 28. Intrekking oude regeling

De Verordening Leerlingenvervoer Weststellingwerf 2014 wordt ingetrokken op moment van inwerkingtreding van deze verordening.

Artikel 29. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie ervan.

  • 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening leerlingenvervoer gemeente Weststellingwerf 2026.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 2 maart 2026.

De griffier,

De voorzitter,