Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Enschede 2026

Geldend van 01-04-2026 t/m heden

Intitulé

Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Enschede 2026

De raad van de gemeente Enschede,

Gelezen het voorstel van het Raadspresidium van 19 januari 2026

gelet op het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Gemeentewet

besluit vast te stellen de volgende verordening:

Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Enschede 2026

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    raadslid: lid van de gemeenteraad.

  • b.

    griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet.

  • c.

    commissie: commissie ingesteld op grond van de artikelen 82, 83 of 84 van de Gemeentewet.

  • d.

    commissielid: lid van een commissie op grond van artikel 82 van de Gemeentewet .

  • e.

    college: college van burgemeester en wethouders.

  • f.

    burgemeester: voorzitter van het college van burgemeester en wethouders.

  • g.

    Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers: gepubliceerd door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

  • h.

    Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties: nadere regels inzake de rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers gepubliceerd door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Hoofdstuk 2 Voorzieningen voor raads- en commissieleden

Artikel 2 Vergoeding voor de werkzaamheden voor raadsleden

De raad kan bij constatering regelmatig verzuim bepalen dat ten hoogste 20% van de vergoeding voor de werkzaamheden wordt uitgekeerd, berekend naar het aantal gehouden vergaderingen. In dat geval geschiedt de uitkering aan het lid van de raad op basis van het aantal bijgewoonde vergaderingen.

Artikel 3 Vergoeding voor het bijwonen van commissievergaderingen

  • 1. Aan commissieleden wordt een vergoeding voor het bijwonen van maximaal 3 van de vergaderingen van een commissie en haar subcommissies toegekend die gelijk is aan het voor de van toepassing zijnde inwonersklasse vastgestelde bedrag in het tabel onder artikel 3.4.1. van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

  • 2. Indien de gemeenteraad besluit ter uitvoering van zijn taken en verantwoordelijkheden een bijzondere commissie in te stellen met een zodanig belang, belasting en tijdsbeslag dat die niet redelijkerwijs tot het reguliere werk van een raadslid geacht kan worden te behoren, kent de gemeenteraad aan de raadsleden die lid zijn van die commissie ten laste van de gemeente een toelage toe. De hoogte van deze toelage is overeenkomstig artikel 3.1.4. van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

Artikel 4 Reis- en verblijfkosten

  • 1. De vergoeding voor reis- en verblijfkosten als bedoeld in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hoofdstuk 3 Gemeenten artikel 3.1.7. reis- en verblijfkostenvergoeding raads- en commissieleden:

    • a.

      voor de vergoeding wordt een gemeentelijke Openbaar Vervoer kaart ter beschikking gesteld

    • b.

      voor de vergoeding wordt een parkeerplaats in de gemeentelijke parkeergarage ter beschikking gesteld van maandag t/m vrijdag van 07.00 uur tot 24.00 uur.

  • 2. Bij werkbezoeken wordt eerst bepaald of het noodzakelijk is om fysiek aanwezig te zijn of dat digitale deelname kan volstaan.

  • 3. Internationale werkbezoeken op een afstand tot 750 km worden per (snelle) trein afgelegd. Het college heeft de bevoegdheid om (in incidentele gevallen) af te wijken van deze richtlijn als de reisduur daardoor substantieel langer is dan vervoer per vliegtuig.

  • 4. Bij vliegreizen wordt de CO2-uitstoot van vluchten standaard gecompenseerd.

Artikel 5 Loopbaanoriëntatie raadsleden

  • 1. de kosten die raadsleden maken omdat zij zich tijdens het ambt oriënteren op hun verdere loopbaan of mobiliteit bevorderende activiteiten ontplooien komen na goedkeuring van het Raadspresidium ten laste van de gemeente.

  • 2. Geen vergoeding als bedoeld in het eerste lid wordt toegekend, indien:

    • a.

      de prijs/kwaliteitverhouding van de desbetreffende loopbaanoriëntatie of mobiliteit bevorderende activiteit onredelijk is;

    • b.

      die loopbaanoriëntatie of mobiliteit bevorderende activiteit kan worden aangemerkt als een sollicitatieactiviteit, of;

    • c.

      de kosten ervan reeds uit anderen hoofde voor vergoeding in aanmerking komen, of;

    • d.

      er geen toestemming op basis van meerderheid van stemmen in het Raadspresidium bestaat.

Artikel 6 Verzekering arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden

  • 1. Het raadslid dat nog niet de pensioengerechtigde leeftijd als bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet heeft bereikt, ontvangt per jaar ten laste van de gemeente een bedrag ter hoogte van het bedrag van de vergoeding van de werkzaamheden voor één maand, waarmee hij voorzieningen kan treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden.

  • 2. Voor zover het lidmaatschap van de gemeenteraad in de loop van een jaar begint of eindigt, wordt het bedrag, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van de duur van het raadslidmaatschap toegekend.

  • 3. Voor zover het raadslid in de loop van het jaar de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, wordt het bedrag, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van de duur van de periode tot de datum waarop hij die leeftijd heeft bereikt, uitbetaald.

  • 4. Dit artikel is niet van toepassing op een raadslid dat is benoemd in een plaats die is opengevallen als gevolg van het tijdelijk ontslag van een raadslid wegens zwangerschap en bevalling of ziekte op grond van artikel X 12 van de Kieswet.

  • 5. Uitbetaling geschiedt in maandelijkse termijnen.

Artikel 7 Scholing

  • 1. Raads- of commissieleden die aan niet-partijpolitiek georiënteerde functionele scholing willen deelnemen, die niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of verzorgd, dienen daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de Raadsgriffier.

  • 2. De aanvraag bedoeld in het eerste lid gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie, waaronder de reiskosten voor het volgen van de scholing

  • 3. Kosten van scholing die wordt georganiseerd door de beroepsvereniging van raadsleden of door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten komt altijd voor vergoeding door de gemeente in aanmerking als voldaan wordt aan de voorwaarden genoemd in het eerste lid.

  • 4. Aanvragen die niet overeenkomstig de bepalingen in deze verordening worden ingediend komen niet voor vergoeding in aanmerking.

  • 5. In voorkomende gevallen beslist de vergadering van fractievoorzitters van alle in de raad vertegenwoordigde politieke groeperingen (het Raadspresidium) op basis van meerderheid van stemmen.

Artikel 8 Informatie- en communicatievoorzieningen

  • 1. Raads- of commissieleden aan wie een computer of tablet-pc, bijbehorende apparatuur en software in bruikleen ter beschikking wordt gesteld, ondertekenen hiervoor een bruikleenovereenkomst met de gemeente.

  • 2. De vergoeding voor de abonnementskosten voor een internetverbinding voor een computer of tablet-pc bedoeld in dit artikel, komen rechtstreeks ten laste van de gemeente, waarbij alleen in aanmerking komen de abonnementskosten die gemaakt worden voor een goede vervulling van het raads- of commissielidmaatschap.

  • 3. De door de gemeente ter beschikking gestelde IT middelen worden na de ambtsperiode bij de gemeente ingeleverd. Eventuele overname van IT middelen, al dan niet tegen restwaarde, is niet toegestaan.

Artikel 9 Betaling en declaratie van onkosten

  • 1. De betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen vindt plaats door:

    • a.

      betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreekse aan de gemeente toegezonden factuur, of

    • b.

      betaling vooruit uit eigen middelen, of

    • c.

      betaling met een gemeentelijke creditcard

  • 2. Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken.

  • 3. Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen 1 maand na factuurdatum of betaling ingediend bij de griffier.

Artikel 10 Onvoorziene gevallen

In alle gevallen waarin niet bij of krachtens deze Regeling is voorzien, besluit het Presidium op advies van de Raadsgriffie.

Hoofdstuk 3 Citeertitel en inwerkingtreding

Artikel 11 Intrekking oude regeling

De Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2019 wordt ingetrokken.

Artikel 12 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt op 1 april 2026 in werking.

Artikel 13 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als:

Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Enschede 2026

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van 9 maart 2026.

De griffier, J.J. Ligteringen

De voorzitter, R.W. Bleker