Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR758572
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR758572/1
Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Rucphen 2026
Geldend van 01-01-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026
Intitulé
Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Rucphen 2026Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rucphen;
gelet op de Verordening Bekostiging Leerlingenvervoer gemeente Rucphen 2026;
besluit vast te stellen de volgende:
Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Rucphen 2026
Inleiding
De gemeente heeft vanuit de Wet op het primair onderwijs (WPO), de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO) en de Wet op de expertisecentra (WEC) de zorgplicht een vergoeding voor ‘passend vervoer’ aan te bieden.
Deze beleidsregels geven nadere invulling aan de Verordening leerlingenvervoer gemeente Rucphen 2026 en hebben tot doel een eenduidige, transparante en uitvoerbare toepassing van het leerlingenvervoer binnen de gemeente Rucphen te waarborgen.
Uitgangspunten:
- 1.
ouders blijven primair verantwoordelijk voor het schoolbezoek;
- 2.
leerlingen reizen zo zelfstandig mogelijk naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school;
- 3.
de goedkoopst passende vervoersvoorziening is leidend;
- 4.
niet de beperkingen, maar de mogelijkheden van de leerling en de ouder(s)/verzorger(s) staan centraal. Leerlingenvervoer draagt zo mogelijk bij aan de groei naar zelfstandigheid/zelfredzaamheid van leerlingen;
- 5.
fiets en openbaar vervoer hebben voorrang boven aangepast vervoer;
- 6.
maatwerk is mogelijk binnen de grenzen van de verordening.
Hoofdstuk 1 Definities
Artikel 1: Definities
De begripsbepalingen uit artikel 1 van de Verordening leerlingenvervoer gemeente Rucphen 2026 zijn onverkort van toepassing.
Ondertekening
Hoofdstuk 2. Beoordelingskader vervoersvoorzieningen
Artikel 2: afstandsbepaling
Bij de beoordeling van de aanvragen wordt de afstand gemeten overeenkomstig artikel 1 van de verordening voor de vaststelling van:
- 1.
het voldoen aan de afstandsgrens. In artikel 9 van de verordening wordt uitgegaan van 6 km.
- 2.
Voor een leerling met een ‘structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap’, geldt geen afstandscriterium;
- 3.
de dichtstbijzijnde toegankelijke school;
- 4.
om de hoogte van de vergoeding voor de auto/fiets vast te stellen indien van toepassing.
Voor het meten van de afstand wordt gebruikgemaakt van de ANWB-routeplanner, langs de kortste voor de leerling voldoende veilige route.
Artikel 3 Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school
- 1.
Voor de toekenning van een vervoersvergoeding wordt uitgegaan van de kosten van vervoer naar de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school.
- 2.
Indien de dichtstbijzijnde toegankelijke school tijdelijk niet toegankelijk is vanwege een wachtlijst, wordt de vergoeding toegekend voor vervoer naar de eerstvolgende dichtstbijzijnde toegankelijke school. Deze aanspraak blijft bestaan zolang de wachtlijst voortduurt.
- 3.
Zodra de wachtlijst is opgeheven, wordt de vervoersvergoeding beperkt tot vervoer naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school. Indien een tussentijdse overplaatsing naar deze school aantoonbaar nadelige gevolgen heeft voor de leerling, kan het college maatwerk toepassen.
- 4.
Bij een nieuwe aanvraag of herbeoordeling is het aan de ouders om aan te tonen dat de wachtlijst nog bestaat.
- 5.
Als de ouders of de meerderjarige leerling vanwege een specifieke onderwijskundige behoefte van de leerling een vervoersvoorziening aanvragen naar een school op een grotere afstand, dan de dichtstbijzijnde toegankelijke school, wordt deze slechts toegekend als is voldaan aan de voorwaarden overeenkomstig met de verordening.
- 6.
Indien een leerling de best passende school bezoekt op advies van het samenwerkingsverband en niet de dichtstbijzijnde toegankelijke school, bestaat enkel aanspraak op een vergoeding naar de dichtstbijzijnd toegankelijke school. In overleg met het samenwerkingsverband kan worden onderzocht of er een oplossing mogelijk is zoals of het samenwerkingsverband kan bijdragen in de vervoerskosten voor deze leerling. Als dat het geval is, kan de gemeente overwegen al dan niet tijdelijk een vergoeding te verstrekken naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school. Met de bijdrage van het samenwerkingsverband kunnen de meerkosten betaald worden naar de best passende school.
- 7.
Op grond van artikel 4 van de Wet op het primair onderwijs (WPO), de Wet op de expertisecentra (WEC) en de Wet voortgezet onderwijs 2020 (WVO 2020) dient de gemeente ook leerlingenvervoer te faciliteren voor leerlingen waarbij de school die bij hun religie of levensbeschouwing past, te ver weg is. Voor het vaststellen van de onderwijsrichting van een school wordt gebruikgemaakt van de registratie bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). Indien een leerling een school bezoekt die verder ligt dan een toegankelijke school van dezelfde richting, bestaat geen aanspraak op vergoeding.
Artikel 4: Vaststellen van de handicap van kind
Voor het vaststellen van de situatie van de leerling en diens eventuele handicap, in relatie tot de vervoersbehoefte en de inzet van een vervoersvoorziening, wordt uitgegaan van het volgende: Voor leerlingen met een structurele lichamelijke, verstandelijke en/of psychische handicap geeft het samenwerkingsverband een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) af voor het cluster 3 of 4 onderwijs. Deze vormen van speciaal onderwijs zijn voor kinderen die in de meeste gevallen aanspraak kunnen maken op een vervoersvoorziening zoals benoemd in de wetsartikelen in de toelichting hieronder. Ouders die in aanmerking willen komen voor een vervoersvoorziening overleggen een TLV, eventueel een medische verklaring en het volledig ingevulde aanvraagformulier.
Artikel 5: Begeleiding ouders
In de Wet op het Passend Onderwijs is vastgelegd, dat gemeenten bij het vaststellen van de Verordening Leerlingenvervoer rekening houden met de ‘redelijkerwijs te vergen inzet’ van ouders of verzorgers. Als de leerling niet zelfstandig kan reizen, betekent dit dat de ouders primair zelf verantwoordelijk zijn voor het vervoer. Dit kan ook betekenen dat zij hun kind moeten begeleiden naar school. Als dat niet mogelijk is, dienen zij zelf voor een oplossing te zorgen. Die kan gevonden worden door bijvoorbeeld een oppas, buren, familie of anderen in te schakelen.
Het college kan de kosten van een begeleider vergoeden. Hierbij kan het gaan om de kosten van het openbaar vervoer of om het beschikbaar stellen van een zitplaats in een taxi(busje) voor de begeleider. De ouders zijn verantwoordelijk voor het organiseren van de begeleiding. Wanneer zij door ziekte of anderszins tijdelijk de begeleiding niet op zich kunnen nemen, dienen zij zelf alternatieve begeleiding te organiseren. Dat geldt ook als ouders geheel of gedeeltelijk hun kind zelf naar school brengen met de auto, fiets of bromfiets.
Als door de ouders echter ten behoeve van het college wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is (artikel 19 lid 1 sub c van de verordening), kan een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer wordt verstrekt. Het feit dat ouders beiden werken vormt op zichzelf nooit een reden is om aangepast vervoer per taxi(busje) toe te kennen.
Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met:
- 1.
éénoudergezinnen en de mogelijkheden van de ouder;
- 2.
gezinnen met twee ouders en het sociale netwerk;
- 3.
structurele medische redenen;
- 4.
de afstand en reistijd;
- 5.
verblijf van de leerling in een instelling.
Ouders moeten aantonen welke stappen zij hebben ondernomen om zelf in de begeleiding te voorzien en waarom dit niet mogelijk is. In bijzondere situaties kan het college (tijdelijk) een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer toekennen.
Voor leerlingen tot 12 jaar is het uitgangspunt dat zij met OV en begeleiding reizen; vanaf 12 jaar reizen zij zelfstandig met OV.
Artikel 6: Stimuleren zelfstandig reizen en persoonlijk vervoersontwikkelingsplan
- 1.
Het college stimuleert leerlingen om zo zelfstandig mogelijk te reizen.
- 2.
Wanneer een leerling de leeftijd van 11 jaar bereikt, kan het college in overleg met ouders en leerling een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan opstellen ter voorbereiding op de toekomst als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de verordening.
- 3.
In dit plan worden concrete ontwikkelstappen vastgelegd gericht op zelfstandig reizen per fiets of openbaar vervoer.
Artikel 7: Aanvullend advies van deskundigen
Voor het vragen van advies aan andere deskundigen ter uitvoering van de Verordening Bekostiging Leerlingenvervoer gemeente Rucphen 2026 maakt het college gebruik van de diensten van SAP.
Hoofdstuk 3 Leidraad vergoedingsmogelijkheden
Artikel 8: Volgorde van beoordeling vervoersvormen
De vervoersvoorziening waarvoor een leerling in aanmerking komt, wordt vastgesteld op basis van de mogelijkheden van de leerling en de infrastructurele omstandigheden op het traject tussen woning en school. Deze beoordeling vindt altijd plaats op individueel niveau. Indien nodig kan bij de beoordeling een medisch advies worden betrokken.
Om de aanvraag te kunnen beoordelen, dienen ouders een volledig ingevuld aanvraagformulier, inclusief de benodigde bijlagen, bij de gemeente in te dienen.
Bij de beoordeling van een aanvraag wordt, conform artikel 8, vijfde lid, van de verordening, de volgende volgorde gehanteerd:
- 1.
vervoer per (brom)fiets, al dan niet onder begeleiding;
- 2.
vervoer per openbaar vervoer, al dan niet onder begeleiding;
- 3.
eigen vervoer;
- 4.
aangepast vervoer.
Van deze volgorde kan uitsluitend gemotiveerd worden afgeweken indien de individuele omstandigheden van de leerling daartoe noodzaken.
Artikel 9: Fietsvergoeding
- 1.
Een fietsvergoeding kan worden toegekend indien de leerling, al dan niet onder begeleiding, in staat wordt geacht per fiets naar school te reizen.
- 2.
De maximale fietsafstand voor kinderen in het basisonderwijs wordt beschreven in onderstaande tabel:
-
- Leeftijd kind:
redelijke fietsafstand:
- 4-9 jaar
kind 7 kilometer, ouder met kind achterop 7 kilometer
- 10 – 12 jaar
kind 10 kilometer*
* Dit wordt gezien als een voorbereiding op het voortgezet onderwijs, waarin grotere afstanden mogelijk zijn
- 1.
De kilometervergoeding bedraagt € 0,11 per kilometer overeenkomstig artikel 18 van de verordening voor de kilometers die de leerling aflegt. De kilometers worden berekend via de ANWB routeplanner met instelling ‘fiets’ en via de kortste route.
- 2.
Er wordt een vergoeding van de kosten van een begeleider verstrekt overeenkomstig de criteria zoals deze zijn omschreven in artikel 19 van de verordening.
- 3.
Indien begeleiding noodzakelijk is, wordt de vergoeding voor de begeleider verstrekt over de kilometers die de leerling reist.
- 4.
Fietsvergoedingen worden in 2 termijnen uitbetaald. Als blijkt dat de leerling meer dan 50% afwezig is van school, kan de vervoersvoorziening worden ingetrokken. In dat geval wordt de tweede termijn niet uitbetaald.
Artikel 10: Openbaar vervoer
- 1.
Een vergoeding voor openbaar vervoer wordt toegekend indien de leerling, al dan niet onder begeleiding, hiervan gebruik kan maken.
- 2.
Er wordt een vergoeding van de kosten van een begeleider verstrekt overeenkomstig de criteria zoals deze zijn omschreven in artikel 19 van de verordening.
- 3.
Vergoeding voor het openbaar vervoer voor leerlingen van voortgezet onderwijs is slechts mogelijk, indien zij slechts onder begeleiding van het OV gebruik kunnen maken. Leerlingen die in staat zijn zelfstandig met het OV te reizen kunnen geen vergoeding krijgen.
- 4.
Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met:
- 1.
een maximale reistijd van 90 minuten enkele reis;
- 2.
maximaal één overstap in het primair onderwijs en twee overstappen in het voortgezet onderwijs;
- 3.
een maximale loopafstand van 1.000 meter naar de halte.
- 1.
- 5.
Voor de tarieven en de routemogelijkheden worden de goedkoopste tarieven van 9292.nl (incl. eventuele kortingen) gehanteerd. Als bekend is, dat er aanvullend openbaar vervoer is, wat niet getoond wordt op de site van www.9292.nl, maar wel op de site van de vervoerder zelf, dan wordt dit meegenomen in de berekening van de vergoeding.
- 6.
De vergoeding voor het openbaar vervoer heeft voor een schooljaar betrekking op een periode van tien maanden en wordt uitbetaald in 10 termijnen (sept. tot en met juni).
- 7.
Indien de leerling naar de mening van de ouders/verzorgers niet in staat is gebruik te maken van het OV (eventueel met begeleiding), moet zij dit aantonen. Dat kan onder meer door een verklaring van een medische deskundige. Aanvullend hierop kan de gemeente advies vragen aan een deskundige.
Hoofdstuk 4 Eigen vervoer en aangepast vervoer
Artikel 11: Eigen vervoer
- 1.
Indien ouders zelf het vervoer organiseren en dit leidt tot een goedkoper vervoersalternatief, kan een kilometervergoeding worden toegekend overeenkomstig artikel 20 van de verordening.
- 2.
De vergoeding voor het door ouders zelf georganiseerde vervoer bestaat uit een kilometervergoeding voor de eigen auto op basis van het belastingvrije kilometerbedrag per kilometer, gebaseerd op twee retourreizen per dag.
- 3.
De vergoeding voor het eigen vervoer heeft voor een schooljaar betrekking op een periode van tien maanden en wordt uitbetaald in 10 termijnen (sept. tot en met juni).
- 4.
Ouders kunnen hiertoe niet worden verplicht.
- 5.
Bij het toekennen van vervoersvoorzieningen wordt voortdurend ingezet op het bevorderen van zelfstandigheid en zelfredzaamheid van leerlingen. Hoewel er een groep leerlingen is voor wie volledig zelfstandig reizen op langere termijn niet haalbaar is, wordt hun ontwikkeling naar zelfstandigheid waar mogelijk gestimuleerd.
- 6.
In lijn met deze visie wordt geen volledige vergoeding toegekend aan leerlingen die in staat zijn om zelfstandig per fiets of openbaar vervoer naar school te reizen, maar in plaats daarvan met de auto van ouders of derden worden vervoerd. Ouders ontvangen in dat geval een gedeeltelijke vergoeding, zoals weergegeven in onderstaand schema:
-
Ouders kiezen voor vervoer met eigen auto
Verstrekte vergoeding
Reden
De leerling kan zelfstandig fietsen naar school
Afhankelijk van de redelijke fietsafstand, fietskilometervergoeding à € 0,11 per km
Voordeliger dan andere vervoersvormen en stimuleert zelfstandig fietsen
De leerling kan zelfstandig met openbaar vervoer naar school
30% van de OV-kosten
Stimuleert het leren reizen met OV
De leerling is afhankelijk van aangepast vervoer
Belastingvrije kilometervergoeding per km
Voordeliger dan het inzetten van taxivervoer
Artikel 12: Aangepast vervoer
Ouders zijn primair zelf verantwoordelijk voor het vervoer van de leerling naar school. Ouders/verzorgers komen in aanmerking voor een vergoeding van kosten van aangepast vervoer, indien;
- 1.
Aangepast vervoer wordt uitsluitend toegekend indien is voldaan aan de criteria van artikel 21 van de verordening.
- 2.
Aangepast vervoer wordt alleen toegekend bij structurele handicap van minimaal 6 maanden.
- 3.
de leerling alleen onder begeleiding met het openbaar vervoer kan en met de begeleiding meer dan twee uur gemoeid is;
- 4.
openbaar vervoer tussen huis en school ontbreekt, tenzij de leerling zelf gebruik kan maken van het vervoer per fiets;
- 5.
Het college kan opstapplaatsen aanwijzen overeenkomstig artikel 11 van de verordening.
Hoofdstuk 5 Bijzondere situaties
Artikel 13: Individueel vervoer
- 1.
Conform artikel 13 van de verordening wordt aangepast vervoer niet bekostigd op schooldagen of schooltijden die afwijken van de in de schoolgids opgenomen dagen en tijden.
- 2.
Individueel vervoer kan uitsluitend in zeer uitzonderlijke situaties tijdelijk worden toegekend. Dit is alleen mogelijk als aan alle onderstaande voorwaarden wordt voldaan:
- 1.
Er is een medische noodzaak.
- 2.
Begeleiding binnen gecombineerd vervoer is niet mogelijk.
- 3.
De leerling wordt gedurende de rest van de dag ook individueel begeleid.
- 4.
Bij de beoordeling wordt eerst gekeken naar de mogelijkheden van ouders en het sociale netwerk. Indien ouders zelf het vervoer kunnen verzorgen, ontvangen zij hiervoor een vergoeding voor eigen vervoer.
- 5.
Als dit type vervoer noodzakelijk is, dienen ouders dit aan te tonen en wordt dit toegestaan op basis van een deskundig onafhankelijk onderzoek. Individueel vervoer wordt in beginsel toegekend voor de duur van maximaal drie maanden. Bij een eventuele verlenging wordt opnieuw een belangenafweging gemaakt. Bij een eventuele verlenging wordt opnieuw een belangenafweging gemaakt.
- 6.
Daarnaast geldt aanvullend dat sprake moet zijn van een structurele handicap van minimaal zes maanden.
- 1.
- 3.
Individueel wordt voor maximaal 3 maanden afgegeven. Bij een eventuele verlenging wordt opnieuw een belangenafweging gemaakt.
Artikel 14: Tweede opvangadres
Het vervoer naar een tweede opvangadres wordt beoordeeld conform artikel 17 van de verordening. Deze voorziening wordt restrictief toegepast.
Artikel 15: Stagevervoer
Vervoer naar een stageadres wordt beoordeeld conform artikel 16 van de verordening.
Hoofdstuk 6 Bijdragen, rechtmatigheid en handhaving
Artikel 16: Eigen bijdragen
De toepassing van het drempelbedrag en de draagkrachtafhankelijke bijdrage vindt plaats overeenkomstig hoofdstuk 4 van de verordening. Deze bijdragen worden niet nader beleidsmatig ingevuld.
Artikel 17: Doorgeven van wijzigingen
Het aangepaste vervoer is gebaseerd op een structureel vervoersplan. Ouders en leerlingen zijn verplicht wijzigingen onverwijld door te geven conform artikel 25 van de verordening, zowel voor aangepast vervoer als voor andere toegekende vervoersvoorzieningen.
- 1.
Structurele wijzigingen, zoals een extra of vervallen schooldag of langdurige ziekte, moeten minimaal één week van tevoren bij de gemeente worden gemeld.
- 2.
Incidentele wijzigingen, bijvoorbeeld bij kortdurende ziekte, moeten binnen een redelijke termijn aan de vervoerder worden doorgegeven.
Het doel is te waarborgen dat het vervoer veilig, efficiënt en in overeenstemming met de toegekende voorziening kan plaatsvinden.
Artikel 18: Beëindiging, opschorting, herziening, intrekking en terugvordering van de vervoersvoorziening
- 1.
Bij onaanvaardbaar gedrag kan het college maatregelen treffen overeenkomstig artikel 26 van de verordening.
- 2.
Het vervoersreglement aangepast vervoer maakt integraal onderdeel uit van deze beleidsregels. Hierin staan ook de stappen die gezet worden voordat de toegang tot het vervoer ontzegd wordt.
- 3.
Het college kan een leerling aan wie een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer is verstrekt, tijdelijk of voor de rest van het schooljaar de toegang tot het vervoer ontzeggen, indien bij herhaling is gebleken dat de leerling door agressief gedrag of anderszins de orde in de bus verstoort of de veiligheid van de inzittenden in de bus in gevaar brengt.
Hoofdstuk 7 Slotbepalingen
Artikel 19: Hardheidsclausule
Het college kan in bijzondere gevallen gemotiveerd afwijken van deze beleidsregels, overeenkomstig artikel 28 van de verordening.
In het leerlingenvervoer zal zich een aantal concrete gevallen voordoen, waarin de verordening niet voorziet. Te denken valt onder andere aan:
- 1.
varianten van het combinatievervoer (bijvoorbeeld aangepast plus openbaar vervoer);
- 2.
gemeenschappelijke afspraken met andere gemeenten;
- 3.
varianten in het gebruik van eigen vervoer.
Indien het gaat om individuele aanvragen worden deze op de gebruikelijke wijze afgehandeld.
In de hardheidsclausule is bepaald dat het college in bijzondere gevallen voor het vervoer naar het onderwijs ten gunste van de ouders kan afwijken van de bepalingen in de verordening.
Artikel 20: Overgangsbepaling
1. De Beleidsregel bekostiging leerlingenvervoer Gemeente Rucphen 2023 blijft van toepassing op besluiten die op grond van deze beleidsregel zijn genomen.
2. Op aanvragen waarop ten tijde van de inwerkingtreding van deze beleidsregel nog niet is beslist, is de Beleidsregel bekostiging leerlingenvervoer Gemeente Rucphen 2023 van toepassing.
Artikel 21: Slotbepaling
De Beleidsregel bekostiging leerlingevervoer Gemeente Rucphen 2023 wordt ingetrokken.
Artikel 22: Inwerkingtreding en citeertitel
Deze beleidsregels treden in werking op 1 januari 2026 en worden aangehaald als: Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Rucphen 2026.
Besloten in de vergadering van burgemeester en wethouders d.d. 24 februari 2026
de secretaris, de burgemeester,
drs. E.A.C.M. Kolen mr. M. van der Meer Mohr
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl