Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR758560
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR758560/1
Verordening op de stedelijke commissies en stadsdeelcommissies Enschede 2026
Geldend van 01-04-2026 t/m heden
Intitulé
Verordening op de stedelijke commissies en stadsdeelcommissies Enschede 2026De raad van de gemeente Enschede,
gelezen het voorstel van het presidium van 19 januari 2026;
gelet op artikel 82, eerste lid, van de Gemeentewet;
besluit de volgende verordening vast te stellen:
Verordening op de stedelijke commissies en stadsdeelcommissies Enschede 2026
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1: Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
- •
commissiegriffier: medewerker van de raadsgriffie die als secretaris van een raadscommissie fungeert;
- •
commissievoorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens plaatsvervanger;
- •
commissie/raadscommissie: stedelijke commissie of stadsdeelcommissie
- •
fractie: een politieke groepering in de raad
- •
griffier: functionaris als bedoeld in art. 107a van de Gemeentewet;
- •
Klein Presidium: een sub-commissie van het presidium als bedoeld in artikel 6, lid 1, van de Verordening op het presidium van de raad;
- •
raadsperiode: periode tussen gemeenteraadsverkiezingen
- •
wet: Gemeentewet.
Artikel 2: Instelling Kamers Stedelijke commissie
-
1. Er is een stedelijke commissie waarvan de raad kamers kan instellen. Het Klein Presidium beslist welke onderwerpen binnen de ingestelde kamers worden behandeld. Onderwerpen die betrekking hebben op één stadsdeel vallen niet onder de werkzaamheden van de stedelijke commissie.
Artikel 3: Instelling stadsdeelcommissies
-
1. Er zijn stadsdeelcommissies, waarvan de werkzaamheden de onderwerpen betreffen die dat stadsdeel aangaan:
- a.
Stadsdeelcommissie Noord
- b.
Stadsdeelcommissie Oost
- c.
Stadsdeelcommissie Zuid
- d.
Stadsdeelcommissie West
- e.
Stadsdeelcommissie Centrum
- a.
-
2. Onverminderd het bepaalde in lid 1, betreffen de onderwerpen inzake de werkzaamheden van de stadsdeelcommissies enkel de onderwerpen die de grenzen van het stadsdeel niet overschrijden.
Artikel 4: Taken
Een stadsdeel- en stedelijke commissie:
- a.
bereidt besluitvorming van de raad voor met betrekking tot de onderwerpen op het werkterrein van de commissie;
- b.
brengt gevraagd en ongevraagd advies uit aan de raad over die onderwerpen waarop haar werkzaamheden betrekking hebben;
- c.
voert overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval de door hen verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de onderwerpen, bedoeld onder a.
- d.
kan door de raad andere werkzaamheden worden opgedragen in het kader van zijn volksvertegenwoordigende, kaderstellende dan wel controlerende functie.
Artikel 5: Samenstelling
-
1. Alle raadsleden zijn lid van de stedelijke- en stadsdeelcommissies.
-
2. Iedere fractie kan maximaal 1 commissielid, niet zijnde raadslid, laten voordragen voor benoeming in een stadsdeel- of stedelijke commissie, conform het gestelde in artikel 6 van deze verordening.
-
3. Iedere fractie heeft één zetel in een stadsdeelcommissie. De fractie wijst het raadslid aan dat als lid deze zetel in de commissie inneemt gedurende een raadsperiode namens de fractie.
-
4. Onverminderd het bepaalde in lid 3 aangaande de vaste vertegenwoordiging, kan het raadslid dat door de fractie is aangewezen om de vaste vertegenwoordiging van de fractie in de commissie op zich te nemen, zich bij verhindering laten vervangen door een ander raadslid uit de fractie.
-
5. Onverminderd het bepaalde in lid 3 aangaande één zetel per fractie, kunnen fracties besluiten gezamenlijk één raadslid namens de gezamenlijke fracties zitting te laten nemen in de commissie.
Artikel 6: Commissieleden, niet zijnde raadsleden
-
1. De raad kan commissieleden, niet zijnde raadsleden, benoemen. Dit commissielid, niet zijnde raadslid dient voor te komen op de kandidatenlijst van de betreffende politieke partij die heeft deelgenomen aan de laatste gemeenteraadsverkiezing.
-
2. Een commissielid, niet zijnde raadslid valt onder artikel 3.4 Commissieleden van het rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.
-
3. Een commissielid, niet zijnde raadslid moet voldoen aan de voorwaarden gesteld aan het raadslidmaatschap zoals vermeld in de gemeentewet art 10, 11,12 en 13.
-
4. De commissie geloofsbrieven onderzoekt of aan de voorwaarden is voldaan. Het voorgedragen commissielid legt na de benoeming de eed of belofte af.
-
5. Iedere fractie mag maximaal 1 commissielid, niet zijnde raadslid voordragen.
-
6. Het commissielid, niet zijnde raadslid, heeft de volgende rechten:
- a.
deelnemen aan vergaderingen van de (artikel 82 gemeentewet) commissie voor welke het lid benoemd is,
- b.
stellen van technische vragen over in de commissie geagendeerde onderwerpen;
- c.
inzage in de (geheime) stukken met betrekking tot geagendeerde onderwerpen, inzake de vergadering waarin het commissielid is benoemd.
- a.
-
7. De raad kan een commissielid ontslaan op voorstel van de fractievoorzitter die het lid voor benoeming heeft voorgedragen.
-
8. Een commissielid kan te allen tijde ontslag nemen via een schriftelijke mededeling aan de voorzitter van de raad. Het ontslag gaat in bij besluit in de eerstvolgende raadsvergadering
-
9. Als een commissielid niet meer voldoet aan de gestelde eisen onder lid 3, eindigt het lidmaatschap van de commissie.
-
10. Als een fractie niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van de commissieleden die op voordracht van die fractie zijn benoemd van rechtswege.
-
11. Een commissielid neemt niet deel aan de beraadslaging over:
- a.
een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken;
- b.
de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij behoort.
Op de beraadslaging en stemming, is artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
- a.
Artikel 7: Voorzitter stadsdeel- en stedelijke commissie
-
1. De raad benoemt een raadslid als voorzitter van een stadsdeel – en stedelijke commissie. De stadsdeelcommissie benoemt uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter.
-
2. De voorzitter van een commissie is belast met:
- a.
het leiden van de vergadering;
- b.
het handhaven van de orde op basis van het Reglement van Orde van de raad en raadscommissies en gedragscode integriteit;
- c.
het doen naleven van deze verordening en de overige regelingen voor de commissies;
- d.
hetgeen deze verordening of de overige regelingen voor de commissies hem verder opdragen.
- a.
-
3. De voorzitter van de stadsdeel- en stedelijke commissie ontvangt ten laste van de gemeente een toelage van het maximale bedrag, genoemd in artikel 3.1.4, eerste lid van het rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, per maand voor de duur van de activiteiten van de commissie.
-
4. Bij afwezigheid van een voorzitter bij vergaderingen van een stadsdeelcommissie neemt de plaatsvervangend voorzitter het voorzitterschap over en heeft deze recht op maximaal één maal het bedrag per maand zoals vermeld onder lid 3.
-
5. De toelage voor een raadslid in de rol van voorzitter is maximaal één maal het bedrag per maand zoals vermeld onder lid 3, ook indien een raadslid bij meerdere art. 82 commissies als voorzitter optreedt.
Artikel 8: Externe deskundigen
-
1. De raad kan een externe deskundige benoemen tot lid van een commissie.
-
2. De externe deskundige heeft tot taak de commissie bij te staan in haar taak door een bijdrage te leveren op basis van zijn deskundigheid en ervaring. Deze bijdrage wordt geleverd door het geven van gevraagd en ongevraagd advies aan de commissie.
-
3. Tot externe deskundige kan worden benoemd diegene die:
- a.
aantoonbare deskundigheid heeft ten aanzien van het onderwerp waarop de commissie structureel externe deskundigheid in de commissie wenst te betrekken;
- b.
geen medewerker van de gemeente Enschede is;
- c.
geen medewerker van een aan de gemeente verbonden partij is.
- a.
-
4. De benoeming kan worden gedaan voor de duur van de raadsperiode of voor een andere bij de benoeming aan te geven duur.
-
5. De externe deskundige heeft geen stemrecht.
Artikel 9: Mondelinge vragen stadsdeelcommissie (rondvraag)
-
1. Ieder commissielid kan in de stadsdeelcommissie tijdens de rondvraag vragen stellen aan de stadsdeelwethouder over niet geagendeerde onderwerpen.
-
2. Vragen voor de rondvraag kunnen tot uiterlijk 10.00 uur op de dag van de stadsdeelcommissievergadering via de raadsgriffie bij de voorzitter worden ingediend .
-
3. De voorzitter kan vragen weigeren indien:
- a.
Vragen niet kort en bondig zijn geformuleerd (max. 3 vragen) of kort en bondig te beantwoorden zijn;
- b.
Een duidelijke urgentie voor een onmiddellijke beantwoording ontbreekt;
- c.
Vragen (te) technisch van aard zijn.
- a.
-
4. De voorzitter bepaalt de volgorde waarin de ingediende vragen tijdens de rondvraag aan de orde worden gesteld
-
5. De vragensteller krijgt de gelegenheid de vraag/vragen kort toe te lichten. Vervolgens beantwoordt de stadsdeelwethouder de vraag/vragen, waarna de vragensteller eventueel aanvullende vragen kan stellen. Na beantwoording krijgen de commissieleden kort de mogelijkheid aanvullende vragen over hetzelfde onderwerp stellen aan de vragensteller of de stadsdeelwethouder.
Artikel 10: De commissiegriffier
-
1. De griffier van de raad wijst ter ondersteuning en voorbereiding van iedere commissie een op de raadsgriffie werkzame ambtenaar aan als commissiegriffier.
-
2. Een commissiegriffier is aanwezig bij vergaderingen van de stadsdeel – en stedelijke commissie
Artikel 11: Opening, quorum, vaststellen agenda en voorstellen van orde
-
1. De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien meer dan de helft van het aantal in de raad vertegenwoordigde partijen vertegenwoordigd is.
-
2. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal in de raad vertegenwoordigde partijen aanwezig is, vervalt de vergadering.
-
3. Artikel 5 lid 3 t/m 6 van het Reglement van Orde (over de agenda) is eveneens van toepassing op de commissies, waarbij onder leden ook verstaan moet worden de commissieleden niet zijnde raadsleden., zoals bepaald in 6 van deze verordening
-
4. Art 21 van het Reglement van Orde (over voorstellen van orde) is eveneens van toepassing op de commissies, waarbij onder lid ook verstaan moet worden de commissieleden niet zijnde raadsleden.
Hoofdstuk 2. Slotbepalingen
Artikel 12. Uitleg verordening
In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van deze verordening beslist het presidium.
Artikel 13. Inwerkingtreding en citeertitel
-
1. Deze verordening treedt in werking op 1 april 2026 onder gelijktijdige intrekking van de Verordening op de stedelijke commissie en de stadsdeelcommissie Enschede 2022 dat is vastgesteld op 12 december 2022.
-
2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de stedelijke commissies en stadsdeelcommissies Enschede 2026.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 9 maart 2026.
De griffier, J.J. Ligteringen
De voorzitter, R.W. Bleker
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl