Aanwijzingsbesluit met betrekking tot de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen 2026

Geldend van 13-03-2026 t/m heden

Intitulé

Aanwijzingsbesluit met betrekking tot de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen 2026

Het college van burgemeester en wethouders van Bodegraven-Reeuwijk,

gelet op artikel 160, eerste lid en 231, tweede lid, onderdelen b en c, van de Gemeentewet;

besluit

vast te stellen het volgende:

Aanwijzingsbesluit met betrekking tot de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen 2026

Artikel 1

Als degene die is belast met de heffing van gemeentelijke belastingen, als bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet, worden aangewezen:

  • a.

    de Teamleider Dienstverlening met betrekking tot de heffing van leges, voor zover het betreft de paragrafen 1.1, 1.2, 1.3, 1.4 en 1.5 van de Tarieventabel behorende bij de Legesverordening (leges publiekszaken);

  • b.

    de Teamleider Gebiedsontwikkeling & Wonen met betrekking tot de heffing van leges, voor zover het betreft:

    • artikel 1.19 en paragraaf 3.5 van de Tarieventabel behorende bij de Legesverordening (leges voor vergunningen op basis van de Huisvestingswet);

    • artikel 1.20 van de Tarieventabel behorende bij de Legesverordening (leges voor vergunningen op basis van de Leegstandwet);

  • c.

    de Teamleider Samenleving met betrekking tot de heffing van leges, voor zover het betreft:

    • artikel 1.21 van de Tarieventabel behorende bij de Legesverordening (leges voor een vergunning voor één of meerdere kansspelautomaten of een loterijvergunning);

    • artikel 1.26 van de Tarieventabel behorende bij de Legesverordening (leges voor vergunningen, ontheffingen en beschikkingen algemeen);

    • artikel 1.29 van de Tarieventabel behorende bij de Legesverordening (leges voor een collectevergunning);

    • paragraaf 3.1 van de Tarieventabel behorende bij de Legesverordening (leges voor vergunningen of ontheffingen in het kader van de exploitatie van een horeca- of slijtersbedrijf);

    • artikel 3.4 van de Tarieventabel behorende bij de Legesverordening (leges voor een vergunning voor het exploiteren van een escortbedrijf);

    • artikel 3.5 van de Tarieventabel behorende bij de Legesverordening (leges voor een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet of -verordening);

    • artikel 3.6 van de Tarieventabel behorende bij de Legesverordening (leges voor een vergunning voor het houden van een evenement);

  • d.

    de Teamleider Openbare Ruimte met betrekking tot de heffing van leges, voor zover het betreft:

    • artikel 1.22 van de Tarieventabel behorende bij de Legesverordening (leges voor meldingen, instemmingsbesluiten, vergunningen of overleg met betrekking tot werkzaamheden voor aanleg van kabels en leidingen);

    • artikel 1.23 van de Tarieventabel behorende bij de Legesverordening (leges voor vergunningen of ontheffingen op basis van wegenverkeerswetgeving);

  • e.

    de penningmeester van de Stichting de 12 Reeuwijkse Plassen met betrekking tot de heffing van leges, voor zover het betreft artikel 1.28 van de Tarieventabel behorende bij de Legesverordening (leges vaarontheffingen);

  • f.

    de Teamleider Openbare Ruimte met betrekking tot de heffing van liggeld en leges afmeervergunningen;

  • g.

    de Teamleider Buitendienst met betrekking tot de heffing van lijkbezorgingsrechten;

  • h.

    mevrouw Ph. de Groot van Revitalisering Bedrijventerreinen B.V. (REBEMA) met betrekking tot de heffing van parkeerbelastingen;

  • i.

    de Teamleider Openbare Ruimte met betrekking tot de heffing van staan- en marktgelden;

  • j.

    de Teamleider Financiën, Juridische Zaken en Inkoop met betrekking tot de heffing van alle andere gemeentelijke belastingen, met uitzondering van de heffingen die zijn overgedragen aan de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland;

  • k.

    de Teamleider Financiën, Juridische Zaken en Inkoop voor de heffingen genoemd in de onderdelen a tot en met i voor het geval er op grond van die onderdelen geen functionaris kan worden aangewezen.

Artikel 2

Als degene die is belast met de invordering van gemeentelijke belastingen, als bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel c, van de Gemeentewet, worden aangewezen:

  • a.

    de penningmeester van de Stichting de 12 Reeuwijkse Plassen met betrekking tot de invordering van leges, voor zover het betreft artikel 1.28 van de Tarieventabel behorende bij de Legesverordening (leges vaarontheffingen);

  • b.

    mevrouw Ph. de Groot van Revitalisering Bedrijventerreinen B.V. (REBEMA) met betrekking tot de invordering van parkeerbelastingen;

  • c.

    de Teamleider Financiën, Juridische Zaken en Inkoop met betrekking tot de invordering van alle andere gemeentelijke belastingen, met uitzondering van de heffingen die zijn overgedragen aan de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland.

  • d.

    de Teamleider Financiën, Juridische Zaken en Inkoop voor de heffingen genoemd in de onderdelen a en b voor het geval er op grond van die onderdelen geen functionaris kan worden aangewezen.

Artikel 3

  • 1.

    Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    Het “Tijdelijk besluit aanwijzing heffings- en invorderingsambtenaren 2025” van 8 april 2025 wordt ingetrokken met ingang van de in het voorgaande lid genoemde datum van inwerkingtreding.

  • 3.

    De functionarissen en personen die op grond van dit besluit zijn aangewezen als heffings- of invorderingsambtenaar treden in de plaats van de functionarissen en personen die als zodanig vóór de inwerkingtreding van dit besluit bevoegd waren.

Artikel 4

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit aanwijzing heffings- en invorderingsambtenaren 2026.

Ondertekening

Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk, gehouden op 24 februari 2026

De secretaris

K.M. Cornelissen

De burgemeester,

drs. M.K.A. Grauss