Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR758475
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR758475/1
Regeling vervalt per 01-01-2031
Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 3 maart 2026, nr. UTSP-601784774-7, houdende nadere regels op grond van de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht 2022 (Subsidieregeling energietransitie provincie Utrecht 2026-2030)
Geldend van 12-03-2026 t/m 31-12-2030
Intitulé
Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 3 maart 2026, nr. UTSP-601784774-7, houdende nadere regels op grond van de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht 2022 (Subsidieregeling energietransitie provincie Utrecht 2026-2030)Gedeputeerde Staten van Utrecht;
Gelet op artikel 1.4 van de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht 2022 en de Beleidsregel projectsubsidies;
Overwegende dat:
- -
het noodzakelijk is de energietransitie te versnellen door gerichte ondersteuning van projecten die bijdragen aan energiebesparing, duurzame warmte, de opwek van duurzame elektriciteit, het verminderen van netcongestie en het stimuleren van innovatie;
- -
de energietransitie alleen haalbaar is met een samenhangende aanpak waarin gemeenten, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bewonersinitiatieven worden ondersteund met passende instrumenten;
deze subsidieregeling als beleidsgrondslag heeft:
- -
de Omgevingsvisie provincie Utrecht;
- -
de Energievisie provincie Utrecht 2024 – 2050;
- -
het Beleidsprogramma Energietransitie 2026-2030 provincie Utrecht;
- -
het Beleids- en Toetsingskader Lokaal Eigendom en Participatie bij windenergie;
Besluiten de volgende subsidieregeling vast te stellen:
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1.1 Definities
In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:
- -
Algemene groepsvrijstellingsverordening: verordening (EU) Nr. 651/2014, Pb EU2014, L 187, waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard;
- -
AsvpU: Algemene subsidieverordening provincie Utrecht 2022;
- -
Awb: Algemene wet bestuursrecht;
- -
Beleidsregel projectsubsidies: beleidsregel houdende regels inzake de subsidiabele kosten bij projectsubsidies waarin is aangegeven welke kosten bij projectsubsidies wel of niet subsidiabel zijn;
- -
bewonersinitiatief: een groep van minimaal 10 bewoners woonachtig op minimaal 10 verschillende adressen die gezamenlijk en op vrijwillige basis initiatieven ontwikkelt en uitvoert gericht op het versnellen van de lokale energietransitie. Het initiatief is gericht op het realiseren van duurzame energieopwekking, energiebesparing, aardgasvrije warmte-oplossingen, collectieve inkoop van duurzame energie, of het stimuleren van bewustwording en gedragsverandering rondom energiegebruik. Het initiatief is lokaal verankerd, heeft een duidelijke organisatiestructuur, en werkt samen met relevante stakeholders zoals gemeenten, netbeheerders of maatschappelijke organisaties;
- -
CO2-neutrale draagconstructie: draagconstructies voor een solar carport die hoofdzakelijk bestaat uit biobased materialen zoals hout en een neutrale of een negatieve CO2 uitstoot veroorzaakt;
- -
collectief van bedrijven of maatschappelijke organisaties: een samenwerkingsverband van bedrijven of maatschappelijke organisaties of een koepelorganisatie, dat rechtspersoonlijkheid bezit en waarvan de doelgroep in ieder geval de aangesloten bedrijven of maatschappelijke organisaties betreft;
- -
conventioneel PV-paneel: een paneel van minimaal 400 wattpiek met een afmeting van ca. 2 vierkante meter die, inclusief montage en stellage, minimaal 10 kilogram per vierkante meter weegt;
- -
constructie: een bouwwerk dat bestaat uit meerdere onderdelen die vast of demontabel met elkaar verbonden zijn;
- -
constructief versterken: het treffen van bouwtechnische maatregelen die de draagkracht van een dak verhogen, anders dan door het uitsluitend verwijderen van aanwezige bouwstoffen of toegepaste materialen;
- -
digital twin: een softwarematig, data-gedreven simulatiemodel van het energiesysteem van een bedrijventerrein, werklocatie of utiliteitscluster, gevoed met gevalideerde (historische of actuele) data, waarmee scenario’s en maatregelen kunnen worden doorgerekend en de effecten op (toekomstig) energieverbruik, verbruikspieken, CO₂ en netcapaciteit inzichtelijk worden gemaakt.
- -
duurzame energieopwekking: energieopwekking uit onuitputtelijke bronnen waaronder duurzame hernieuwbare grondstoffen, zon, wind, bodem en water;
- -
Energiebeheersysteem (EBS): een systeem dat het energiegebruik inzichtelijk maakt en bewaakt. Het verzamelt gegevens via de slimme meter (P1) en waar nodig via extra metingen (bijv. via submeters of dataloggers). Het EBS toont overzichten en trends, geeft meldingen bij afwijkingen en ondersteunt eenvoudige instellingen (zoals kloktijden en setpoints) om onnodig verbruik te voorkomen;
- -
energiecoöperatie: een vereniging als bedoeld in artikel 2:53 BW gebaseerd op open en vrijwillig lidmaatschap, bestuurd door leden die natuurlijke personen zijn, lokale overheden of kleine ondernemingen. Een energiecoöperatie heeft als primaire doel om milieu, economische of sociale voordelen aan haar leden te bieden of aan lokale gebieden waar zij werkzaam is, in plaats van financiële opbrengsten te genereren. Een energiecoöperatie houdt zich tevens bezig met opwekking, inclusief van hernieuwbare bronnen, distributie, levering, consumptie, aggregatie, opslag, energie efficiënte systemen of oplaaddiensten voor elektrische voertuigen of het voorzien van andere energiediensten aan haar leden;
- -
energiedashboard: een visualisatie- en rapportagetool die energiegegevens van één werklocatie bundelt en toont (verbruik, pieken, profielen, KPI’s). Het ondersteunt monitoring en eenvoudige stuuracties (meldingen/regels) en kan geaggregeerde overzichten voor collectieven leveren.
- -
energiegemeenschap: juridische entiteit die ten behoeve van haar leden, vennoten of aandeelhouders activiteiten op de energiemarkt verricht en als hoofddoel heeft het bieden van milieuvoordelen of economische of sociale voordelen aan haar leden, vennoten of aandeelhouders of aan de plaatselijke gebieden waar ze werkzaam is, en niet is gericht op het maken van winst;
- -
energiehub: een slim gestuurd, decentraal energiesysteem waarin verduurzaming van het energiesysteem voor een gebied mogelijk wordt gemaakt en tegelijk het bovenliggende energiesysteem wordt ontlast en/of versterkt. Dit door lokaal zoveel mogelijk vraag en aanbod van verschillende energiedragers in balans te brengen door lokale productie, consumptie, opslag en het omzetten van energie (conversie) te combineren;
- -
Energiemanagementsysteem (EMS): een systeem dat het energiegebruik actief aanstuurt en optimaliseert. Het schakelt en stuurt installaties (zoals verwarming/koeling, ventilatie, verlichting, laadpunten of opslag) slimmer aan om piekverbruik te verlagen en energie te besparen. Het systeem geeft meldingen bij afwijkingen en maakt rapportages;
- -
Erkende Maatregelenlijsten (EML): de door het Rijk vastgestelde lijsten met erkende energiebesparende maatregelen per branche, opgenomen in bijlagen VII en XIV van de Omgevingsregeling. Toepassing van de EML ondersteunt de naleving van de energiebesparingsplicht als bedoeld in artikel 2.15 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) of artikel 3.84 van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL);
- -
energiescan: een systematische beoordeling van het energieverbruik en de energie-efficiëntie van bedrijfsprocessen, installaties en gebouwen, met als doel het identificeren van energiebesparende maatregelen die economisch haalbaar en wettelijk verplicht zijn. De energiescan omvat ten minste de controle op en toepassing van de Erkende Maatregelenlijsten (EML) zoals opgenomen in bijlagen VII en XIV van de Omgevingsregeling, en ondersteunt de naleving van de verplichtingen uit de energiebesparingsplicht conform artikel 2.15 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).
- -
Energie Samen: de coöperatie Energie Samen U.A;
- -
haalbaarheidsstudie: het onderzoek en de analyse van het potentieel van een project, met als doel de besluitvorming te ondersteunen door objectief en rationeel de sterke en de zwakke punten van een project en de kansen en risico's in kaart te brengen, waarbij ook wordt aangegeven welke middelen nodig zijn om het project te kunnen doorvoeren en wat uiteindelijk de slaagkansen zijn;
- -
kleine en middelgrote onderneming (kmo): zelfstandige onderneming waar minder dan 250 personen werken en waarbij de jaaromzet € 50 miljoen of het jaarlijkse balanstotaal van € 43 miljoen niet overschrijdt en die ook voor het overige voldoet aan de criteria, genoemd in bijlage I van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;
- -
kleine onderneming: zelfstandige onderneming waar minder dan 50 personen werken en waarvan de jaaromzet of het jaarlijkse balanstotaal het bedrag van €10 miljoen niet overschrijdt en die ook voor het overige voldoet aan de criteria, genoemd in bijlage I van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;
- -
kleinschalig opwekproject: een project gericht op het realiseren van een installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met een opgesteld vermogen van tenminste 15 kWp en ten hoogste 500 kWp;
- -
kwartierdata-analyse: een analyse van meetgegevens met 15-minutenresolutie (of dichtstbijzijnde beschikbare interval) van het energieverbruik en, waar van toepassing, teruglevering van een eindgebruiker (bedrijf, gemeentelijk vastgoed of maatschappelijke organisatie). Gegevens worden betrokken via het meetbedrijf (grootverbruikers) of de P1-poort van de slimme meter (kleinverbruiker). De analyse geeft inzicht in verbruiksprofielen, piekbelasting, basislast, sluimerverbruik, afwijkingen en seizoenspatronen en ondersteunt bij het identificeren van energiebesparende maatregelen en actieve sturing (EBS/EMS), in lijn met de EML waar relevant. De analyse omvat ten minste een representatieve periode (bijv. 12 maanden), controle op datakwaliteit en volledigheid, waar relevant normalisatie (bijv. graaddagen), visualisatie van profielen en pieken, en een korte duiding met verbetermogelijkheden;
- -
kWp (kiloWattpiek): het aantal kilowatt dat een installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit produceert als het maximaal rendeert;
- -
laag- en middenspanningsnet: het elektriciteitsnet bestemd voor het transport van elektriciteit dat geëxploiteerd wordt als een distributienetwerk op de volgend spanningsniveaus:
- o
laag: wisselspanningsniveau van ≤ 1 kV of een gelijkspanningsniveau van ≤ 1,5 kV; en
- o
middelhoog: spanningsniveau van > 1 kV en ≤ 35 kV;
- o
- -
lichtgewicht PV-paneel: een paneel van minimaal 300 wattpiek met een afmeting van ca. 2 vierkante meter en inclusief montage en stellage dat maximaal 10 kilo per vierkante meter weegt;
- -
maatschappelijke organisatie: organisatie zonder winstoogmerk met een maatschappelijke doelstelling die op bedrijfsmatige wijze diensten aanbiedt. Elke mogelijke waardeontwikkeling wordt volledig ingezet voor het maatschappelijke doel;
- -
moeilijk bereikbare doelgroepen: particuliere eigenaar-bewoners en appartementseigenaars verenigd in een VvE, waarvan op basis van lokale data blijkt dat zij tot nu toe een lage deelnamegraad hebben aan bestaande verduurzamingsregelingen of -programma’s of te maken hebben met extra drempels om in te stappen zoals beperkte digitale taalvaardigheid, schuldenproblematiek, belemmeringen bij de besturing van VvE’s, lage WOZ-waarde of een ongunstig energielabel.
- -
niet-gangbare technieken: een product of systeem dat bijdraagt aan energie-efficiency van woningen dat op het moment van aanvraag niet toegepast is in de provincie Utrecht, of waarvan de toepassing in Nederland hooguit beperkt is tot demonstratie- of pilotprojecten;
- -
openbare parkeergarages en parkeerterreinen: parkeervoorzieningen voor algemeen gebruik met weinig vaste gebruikers met inbegrip van openbare garages en parkeerterreinen voor intensief gebruik zoals bedoeld in de typologie van NEN 2443:2013;
- -
project: in de tijd begrensde activiteit of geheel van activiteiten gericht op een vooraf gedefinieerde eindresultaat of eindresultaten;
- -
projectmatig samenwerkingsverband: een verband, zonder eigen rechtspersoonlijkheid, tussen twee of meer rechtspersonen, niet zijnde een vennootschap of anderszins met elkaar verbonden, waarbij wordt samengewerkt tot verwezenlijking van een gezamenlijke doelstelling of resultaat en waaraan een samenwerkingsovereenkomst ten grondslag ligt;
- -
pv-installatie: een productie-installatie die uitsluitend gebruik maakt van zonne-energie voor de productie van elektriciteit;
- -
reguliere De-minimisverordening: Verordening betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 VWEU op de De-minimissteun (Verordening (EU) Nr.2023/2831, PbEU L van 15.12.2023);
- -
subsidiabele kosten: kosten die op grond van deze regeling of andere van toepassing zijnde regelgeving in aanmerking komen voor subsidie;
- -
thermografisch onderzoek: een onderzoek met infraroodtechniek van de gebouwschil, gericht op het zichtbaar maken van warmteverlies, koudebruggen en luchtlekken, energiebesparende maatregelen te onderbouwen en aan te scherpen (economisch haalbaar en/of wettelijk verplicht). Het onderzoek omvat ten minste, voor zover mogelijk, een opname van de gehele gebouwschil, uitgevoerd onder geschikte meetcondities (voldoende temperatuurverschil en droge, windarme omstandigheden), en een rapportage met duiding van bevindingen en maatregelopties in samenhang met de EML;
- -
vereniging van eigenaars: vereniging van eigenaars als bedoeld in artikel 5:124 van het Burgerlijk Wetboek, afgekort VvE;
- -
warmtegemeenschap: rechtspersoon of personenvennootschap die:
- a.
ten behoeve van haar leden, vennoten of aandeelhouders actief is als warmtebedrijf;
- b.
als hoofddoel heeft het bieden van milieuvoordelen of economische of sociale voordelen aan haar leden, vennoten of aandeelhouders of aan de plaatselijke gebieden waar ze werkzaam is;
- c.
niet is gericht op het maken van winst, en
- d.
gebruik maakt van duurzame warmtebronnen als belangrijkste warmtebron;
- a.
- -
warmteprogramma: het gemeentelijke, strategische plan binnen de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw), waarin een gemeente haar aanpak beschrijft voor het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving;
- -
werklocatie: een geografisch herkenbaar gebied waar primair economische activiteiten plaatsvinden. Het begrip omvat: bedrijventerreinen (planmatig ingerichte, vaak monofunctionele bedrijfsgebieden met of zonder IBIS-code), overige werkgebieden zoals kantoor- en dienstverleningslocaties (al dan niet gemengd met wonen) en overige utiliteitsclusters van bedrijven of maatschappelijke organisaties (bijv. winkelcentra, zorg- of onderwijsclusters, campussen en binnenstadskernen);
- -
woningcorporatie: toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet;
- -
wooncoöperatie: wooncoöperatie als bedoeld in artikel 18a van de Woningwet;
- -
woonvereniging: vereniging die eigenaar is van een of meer gebouwen en waarvan de leden het recht hebben om in een bepaalde woning die onderdeel uitmaakt van dat gebouw of die gebouwen te wonen.
Artikel 1.2 Toepassingsbereik hoofdstuk 1
Dit hoofdstuk is van toepassing op alle subsidies die op grond van deze subsidieregeling worden verstrekt, tenzij in de hoofdstukken 2 en volgende anders is bepaald.
Artikel 1.3 Financiële vorm van de subsidie
Subsidie wordt slechts verstrekt in de vorm van een geldbedrag.
Artikel 1.4 Subsidieaanvraag
-
1. Subsidieaanvragen kunnen van 16 maart 2026 00:01 uur tot en met 31 december 2030 23:59 uur doorlopend worden ingediend, waarbij de verdeling van het beschikbare budget op basis van volgorde van ontvangst plaatsvindt met inachtneming van artikel 2.2 AsvpU.
-
2. De aanvragen worden digitaal ingediend, met gebruikmaking van het daarvoor beschikbare aanvraagformulier op het subsidieportaal van de provincie Utrecht.
Artikel 1.5 Beslistermijn
Een besluit op een subsidieaanvraag wordt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag verzonden aan de aanvrager. Deze termijn kan met maximaal 13 weken worden verlengd.
Artikel 1.6 Subsidieplafond
De subsidieplafonds voor de periode van 16 maart 2026 tot en met 31 december 2026 bedragen:
- -
€ 900.000,- voor activiteiten zoals bedoeld in artikelen 2.1.1, 2.4.1 en 2.5.1;
- -
€ 300.000,- voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 2.2.1;
- -
€ 200.000,- voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 2.3.1;
- -
€ 100.000,- voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 2.6.1;
- -
€ 250.000,- voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 3.1.1;
- -
€ 304.000,- voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 3.2.1;
- -
€ 300.000,- voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 4.1.1;
- -
€ 250.000,- voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 4.2.1;
- -
€ 150.000,- voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 5.1.1 onderdeel a;
- -
€ 950.000,- voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 5.1.1 onderdelen b en c;
- -
€ 150.000 voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 5.2.1.
Artikel 1.7 Algemene verplichtingen van de subsidieontvanger
-
1. De subsidieontvanger is verplicht om de opgedane ervaringen en kennis op verzoek van de provincie Utrecht te delen met de provincie Utrecht, binnen de grenzen van het redelijke.
-
2. Indien het gesubsidieerde project een looptijd heeft van meer dan één jaar, is de subsidieontvanger verplicht om binnen zes maanden na de start van het project een afspraak te maken met de provincie over het rapporteren van de voortgang van het project. Deze afspraak heeft tot doel om de voortgang te bespreken en eventuele knelpunten tijdig te signaleren. De provincie kan nadere voorwaarden stellen aan de wijze waarop deze voortgangsafspraken plaatsvinden.
Hoofdstuk 2 Verduurzaming woningen
Paragraaf 2.1 Ondersteuning gemeenten uitwerking warmtetransitie
Artikel 2.1.1 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor één of meerdere van de volgende activiteiten in de provincie Utrecht:
- a.
studie naar de milieueffecten van de keuzes in het warmteprogramma van een gemeente;
- b.
studie naar de technische en financiële haalbaarheid van één of meer warmtestrategieën voor een buurt of wijk waaronder in ieder geval een collectieve oplossing zoals een warmtenet, waarbij de buurt of wijk wordt betrokken;
- c.
een proces gericht op het onderzoeken en vergroten van het draagvlak van de warmtestrategieën die gelijktijdig in onderzoek zijn voor de betreffende buurt of wijk, waarbij in ieder geval één collectieve oplossing onderdeel uitmaakt van het onderzoek;
- d.
een verdiepend onderzoek naar de technische en financiële haalbaarheid van een specifieke collectieve warmtestrategie ter voorbereiding van een investeringsproject voor een buurt of een cluster van minimaal 2 gebouwen en een warmtevraag van minimaal 1000 GJ per jaar;
- e.
een proces gericht op het onderzoeken en vergroten van de deelnamebereidheid aan een specifieke collectieve warmtestrategie ter voorbereiding van een investeringsproject voor een buurt of cluster van minimaal 2 gebouwen en een warmtevraag van minimaal 1000 GJ per jaar.
Artikel 2.1.2 Subsidiecriteria
-
1. Subsidie voor de activiteiten als bedoeld in artikel 2.1.1 onder a, kan slechts worden verstrekt als deze zijn gericht op de gehele gemeente waarbij aannemelijk is gemaakt dat de uitkomst wordt gebruikt voor het warmteprogramma.
-
2. Subsidie voor de activiteiten bedoeld in artikel 2.1.1 onder b, c, d en e, kan slechts worden verstrekt als deze gericht zijn op een buurt of wijk, waar redelijkerwijs potentie is voor een collectieve oplossing en de buurt in een vroeg stadium is betrokken bij de planvorming.
Artikel 2.1.3 Subsidieontvangers
Subsidie kan worden verstrekt aan gemeenten.
Artikel 2.1.4 Hoogte van de subsidie
-
1. De subsidie bedraagt minimaal € 10.000,- en maximaal € 190.000,-.
-
2. De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten.
-
3. De hoogte van de subsidie wordt bepaald op basis van de volgende criteria:
- a.
Indien slechts voor één activiteit zoals bedoeld in artikel 2.1.1 onderdelen a, b en d subsidie wordt aangevraagd, bedraagt de subsidie maximaal € 30.000,-.
- b.
Indien slechts voor één activiteit zoals bedoeld in artikel 2.1.1 onderdelen c en e subsidie wordt aangevraagd, bedraagt de subsidie maximaal € 50.000,-.
- c.
Indien de aanvrager aannemelijk maakt dat meerdere onderdelen tot één integraal projectplan gevormd kunnen worden, bedraagt de subsidie maximaal € 190.000,-.
- a.
-
4. Bij projecten bestaande uit meerdere onderdelen kan de bevoorschotting van de subsidie plaats vinden in termijnen, gekoppeld aan het behalen van vooraf vastgestelde realisatie-indicatoren per onderdeel of fase van het project. Voor iedere termijn geldt dat uitbetaling plaatsvindt nadat de subsidieontvanger aantoonbaar heeft voldaan aan de voorwaarden en resultaten die voor de betreffende fase zijn omschreven in het projectplan.
Artikel 2.1.5 Subsidiabele kosten
-
1. De volgende kosten voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2.1.1 zijn subsidiabel, mits deze aantoonbaar zijn en voldoen aan artikel 4.8 van de AsvpU en de Beleidsregel projectsubsidies:
- a.
kosten voor externe inhuur van coördinatie, procesbegeleiding, administratie en andere ondersteunende functies;
- b.
kosten voor uitbesteding van financiële analyses, milieu- en haalbaarheidsstudies;
- c.
kosten voor de uitbesteding van communicatie en participatie;
- d.
kosten voor inzet van vrijwilligers, tot een maximum van het belastingvrije bedrag;
- e.
kosten voor huur van ruimten en bijbehorende faciliteiten;
- f.
kosten voor drukwerk en digitale communicatiemiddelen.
- a.
-
2. De volgende kosten zijn niet subsidiabel:
- a.
kosten voor de inzet van eigen personeel;
- b.
kosten voor energiemaatregelen;
- c.
kosten voor de aanschaf van hulpmiddelen, apparatuur en gebouwen.
- a.
Artikel 2.1.6 Te overleggen informatie bij een aanvraag
Met inachtneming van artikel 4.4 AsvpU, wordt bij een subsidieaanvraag een projectplan meegestuurd met in ieder geval:
- -
een beschrijving van het gebied;
- -
een beschrijving van het eindresultaat of eindresultaten;
- -
een beschrijving van de activiteiten en planning.
Artikel 2.1.7 Weigeringsgronden
Subsidie kan worden geweigerd als voor dezelfde subsidiabele activiteiten zoals bedoeld in artikel 2.1.1 binnen hetzelfde gebied al subsidie is verkregen op grond van deze regeling.
Artikel 2.1.8 Staatssteun
De activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend door middel van deze subsidieregeling betreffen niet-economische activiteiten. Daarmee is er geen sprake van staatssteun zoals bedoeld in artikel 107, 108 en 109 Verdrag van de Werking van de Europese Unie (VWEU).
Paragraaf 2.2 Voorbeeldprojecten energiebesparing en energie-efficiënte warmtesystemen
Artikel 2.2.1 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor het toepassen van niet-gangbare technieken in de provincie Utrecht, om door het realiseren van praktijkvoorbeelden de energiebesparing en de toepassing van energie-efficiënte warmtesystemen in de bestaande woningvoorraad te versnellen.
Artikel 2.2.2 Subsidiecriteria
Subsidie kan slechts worden verstrekt als de activiteiten, bedoeld in artikel 2.2.1, voldoen aan de volgende criteria:
- a.
er is in voldoende mate onderbouwd dat de techniek of tool nog niet gangbaar is en nog niet eerder is toegepast in de provincie Utrecht en perspectief biedt voor versnelling van de warmtetransitie binnen de bestaande woningvoorraad;
- b.
er is in voldoende mate onderbouwd welke inzichten of resultaten de toepassing moeten opleveren; en
- c.
er is in voldoende mate onderbouwd dat de situatie in de provincie Utrecht waarin de techniek of tool zal worden toegepast voldoende bewijs oplevert om bredere toepassing aannemelijk te maken.
Artikel 2.2.3 Subsidieontvangers
-
1. Subsidie kan worden verstrekt aan:
- a.
woningcorporaties;
- b.
verenigingen van eigenaars;
- c.
woonverenigingen of woningcoöperaties;
- d.
overige rechtspersonen die meerdere voor verhuur bestemde woningen in eigendom hebben;
- e.
energiecoöperaties; of
- f.
projectmatige samenwerkingsverbanden van onder a tot en met e bedoelde subsidieontvangers.
- a.
-
2. Aanbieders van de productie, levering, installatie of onderhoud van energiebesparende maatregelen, duurzame energie-installaties kunnen onderdeel vormen van een projectmatig samenwerkingsverband zoals bedoeld in het eerste lid onder f.
Artikel 2.2.4 Hoogte van de subsidie
-
1. De subsidie bedraagt minimaal € 25.000,- en maximaal € 150.000,-.
-
2. De subsidie bedraagt maximaal 30% van de subsidiabele kosten.
-
3. De subsidie bedraagt maximaal € 2.500,- per woning indien per woning energiemaatregelen worden getroffen met een maximum van 100 woningen per aanvraag.
Artikel 2.2.5 Subsidiabele kosten
De volgende kosten voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2.2.1 zijn subsidiabel, mits deze aantoonbaar zijn en voldoen aan artikel 4.8 van de AsvpU en de Beleidsregel projectsubsidies:
- a.
kosten voor externe inhuur van coördinatie, procesbegeleiding, administratie en andere ondersteunende functies;
- b.
maatregelen die bijdragen aan de energie-efficiency van gebouwen;
- c.
investeringskosten in de productie en opslag van energie uit hernieuwbare bronnen;
- d.
kosten van investeringen in de bouw, uitbreiding of upgrade van systemen voor energie-efficiënte stadsverwarming of koeling op basis van hernieuwbare bronnen;
- e.
voorbereidingskosten met een maximum van 10% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 15.000,-.
Artikel 2.2.6 Te overleggen informatie bij een aanvraag
Met inachtneming van artikel 4.4 AsvpU wordt bij een subsidieaanvraag een projectplan meegestuurd met in ieder geval:
- -
een beschrijving van het eindresultaat of eindresultaten;
- -
beschrijving van de uit te voeren activiteiten en planning;
- -
een beschrijving van de toegepaste techniek waaruit blijkt dat het om een niet-gangbare techniek gaat in de context van de warmtetransitie in de provincie Utrecht;
- -
een beschrijving van wat het specifieke project gaat opleveren voor een bredere toepassing in de provincie Utrecht.
Artikel 2.2.7 Weigeringsgronden
Subsidie kan worden geweigerd als de toe te passen techniek onvoldoende potentie heeft voor een grote uitrol in de provincie Utrecht.
Artikel 2.2.8 Staatssteun
Indien subsidie wordt verstrekt aan een onderneming wordt de subsidie verstrekt met inachtneming van de voorwaarden zoals opgenomen in:
- a.
artikel 38 bis van de Algemene groepsvrijstellingsverordening; of
- b.
de reguliere De-minimisverordening.
Paragraaf 2.3 Vergroten draagvlak verduurzaming eigen woning
Artikel 2.3.1 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten in de provincie Utrecht gericht op het vergroten van draagvlak voor de verduurzaming van de eigen woning bij moeilijk bereikbare doelgroepen ter voorbereiding van het daadwerkelijk uitvoeren van energiemaatregelen.
Artikel 2.3.2 Subsidiecriteria
Subsidie kan slechts worden verstrekt als de activiteiten, bedoeld in artikel 2.3.1, voldoen aan de volgende criteria:
- a.
Er is door de aanvrager in voldoende mate aangetoond dat er extra activiteiten nodig zijn om het draagvlak bij de doelgroep te vergroten;
- b.
Het project is gebaseerd op een analyse van de energetische staat van het woningbezit van de doelgroep, de relevante netwerken en stakeholders in de buurt of wijk en de belangrijkste kenmerken van de doelgroep zodat de activiteiten zo goed mogelijk aansluiten op de specifieke situatie;
- c.
Het project vindt plaats in een wijk of buurt waarvoor de gemeente een gebiedsgerichte verduurzamingsaanpak kenbaar heeft gemaakt, en waar de doelgroep in aanvulling op dit project een concreet aanbod krijgt voor het verduurzamen van de woning;
- d.
Het project voorziet in een samenwerking met het sociaal domein, gericht op synergie en om hulpvragen vanuit de doelgroep van het project te kunnen beantwoorden; en
- e.
De aanvrager heeft aangetoond een minimaal aantal unieke personen, huishoudens of VvE’s te willen gaan bereiken gemeten aan de hand van objectieve en controleerbare gegevens.
Artikel 2.3.3 Subsidieontvangers
Subsidie kan worden verstrekt aan gemeenten.
Artikel 2.3.4 Hoogte van de subsidie
-
1. De subsidie bedraagt minimaal €25.000,- en maximaal € 100.000,-.
-
2. De hoogte van de subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten.
Artikel 2.3.5 Subsidiabele kosten
-
1. De volgende kosten voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2.3.1 zijn subsidiabel, mits deze aantoonbaar zijn en voldoen aan artikel 4.8 van de AsvpU en de Beleidsregel projectsubsidies:
- a.
kosten voor externe inhuur van coördinatie, procesbegeleiding, administratie en andere ondersteunende functies;
- b.
kosten voor uitbesteding van externe diensten;
- c.
kosten voor het aanbieden van opleidingen, trainingen en cursussen aan vrijwilligers;
- d.
kosten die rechtstreeks verband houden met de opleidingen, trainingen en cursussen zoals reiskosten, accommodatiekosten, materialen en overige benodigdheden;
- e.
kosten voor inzet van vrijwilligers, tot een maximum van het belastingvrije bedrag;
- f.
kosten voor huur van ruimten en bijbehorende faciliteiten;
- g.
kosten voor drukwerk en digitale communicatiemiddelen;
- h.
materiaalkosten voor kleine energiebesparende maatregelen tot een maximum van 25% van de totale subsidiabele kosten.
- a.
-
2. De volgende kosten zijn niet subsidiabel:
- a.
kosten voor de inzet van eigen personeel;
- b.
kosten voor energiemaatregelen;
- c.
kosten voor het uitbrengen of uitvoeren van energie-advies gericht op het isoleren van de woning.
- a.
Artikel 2.3.6 Te overleggen informatie bij een aanvraag
Met inachtneming van artikel 4.4 AsvpU wordt bij een subsidieaanvraag een projectplan meegestuurd met in ieder geval:
- -
een beschrijving van het eindresultaat of eindresultaten;
- -
een beschrijving van de uit te voeren activiteiten en planning;
- -
een onderbouwing van de doelgroep en de lage deelnamegraad;
- -
een beschrijving van de output-indicatoren waarmee de deelnamegraad wordt gemonitord;
- -
een analyse van de specifieke situatie en de gebiedsgerichte verduurzamingsaanpak;
- -
een beschrijving van de projectorganisatie; en
- -
een beschrijving van de samenwerking met het sociaal domein.
Artikel 2.3.7 Weigeringsgronden
Subsidie wordt geweigerd als:
- a.
voor dezelfde subsidiabele activiteiten binnen hetzelfde gebied al subsidie is verkregen op grond van deze regeling; en
- b.
de aanvraag geen concrete output-indicatoren bevat over het aantal woningeigenaren dat actief deelneemt of gaat deelnemen aan activiteiten als huisbezoeken, bijeenkomsten of adviesgesprekken.
Artikel 2.3.8 Staatssteun
De activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend door middel van deze subsidieregeling betreffen niet-economische activiteiten. Daarmee is er geen sprake van staatssteun zoals bedoeld in artikel 107, 108 en 109 Verdrag van de Werking van de Europese Unie (VWEU).
Paragraaf 2.4 Ondersteuning startende buurtinitiatieven warmtetransitie
Artikel 2.4.1 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor het opstarten van een bewonersinitiatief in de provincie Utrecht waaronder:
- a.
het opstellen van een startdocument voor collectieve energiebesparing of het onderzoeken van aardgasvrije warmte-oplossingen voor de wijk of buurt; of
- b.
het oprichten van een rechtspersoon en het inrichten van een basisadministratie.
Artikel 2.4.2 Subsidiecriteria
Subsidie kan slechts worden verstrekt als de activiteiten, bedoeld in artikel 2.4.1, voldoen aan de volgende criteria:
- a.
de activiteiten dragen bij aan het bewustzijn en betrokkenheid van inwoners in het ontwikkelen van projecten gericht op het collectief besparen van energie of het zoeken naar een aardgasvrij alternatief voor het verwarmen van woningen;
- b.
minimaal 10 natuurlijke personen die op minimaal 10 verschillende adressen wonen maken deel uit van het bewonersinitiatief; en
- c.
de activiteiten zijn erop gericht om zoveel mogelijk huishoudens in de buurt te bereiken.
Artikel 2.4.3 Subsidieontvangers
Subsidie kan worden verstrekt aan:
- a.
een samenwerkingsverband van een rechtspersoon en minimaal 10 natuurlijke personen woonachtig op minimaal 10 verschillende adressen binnen de wijk of buurt;
- b.
een rechtspersoon met de instemming van minimaal 10 natuurlijke personen woonachtig op minimaal 10 verschillende adressen binnen de wijk of buurt;
- c.
een samenwerkingsverband van minimaal 10 natuurlijke personen woonachtig op minimaal 10 verschillende adressen binnen de wijk of buurt.
Artikel 2.4.4 Hoogte van de subsidie
-
1. De subsidie bedraagt minimaal € 10.000,- en maximaal € 20.000,-.
-
2. De subsidie bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten.
Artikel 2.4.5 Subsidiabele kosten
-
1. De volgende kosten voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2.4.1 zijn subsidiabel, mits deze aantoonbaar zijn en voldoen aan artikel 4.8 van de AsvpU en de Beleidsregel projectsubsidies:
- a.
kosten voor externe inhuur van coördinatie, procesbegeleiding, administratie en andere ondersteunende functies;
- b.
kosten voor uitbesteding van financiële analyses, milieu- en haalbaarheidsstudies;
- c.
kosten voor inzet van vrijwilligers, tot een maximum van het belastingvrije bedrag;
- d.
kosten voor huur van ruimten en bijbehorende faciliteiten;
- e.
kosten voor drukwerk en (digitale) communicatiemiddelen.
- a.
-
2. De volgende kosten zijn niet subsidiabel:
- a.
interne loonkosten;
- b.
kosten voor aanschaf, installatie, huur of lease van hulpmiddelen, machines, apparatuur en gebouwen;
- c.
kosten voor energiemaatregelen;
- d.
kosten voor het uitbrengen of uitvoeren van energie-advies, aan individuele bewoners, gericht op het isoleren van de woning.
- a.
Artikel 2.4.6 Te overleggen informatie bij een aanvraag
Met inachtneming van artikel 4.4 AsvpU, wordt bij een subsidieaanvraag in ieder geval de volgende stukken meegestuurd:
- a.
een projectplan met in ieder geval:
- -
een beschrijving van de buurt;
- -
een beschrijving van het eindresultaat of eindresultaten;
- -
een beschrijving van de activiteiten en planning om te komen tot een document waarin de volgende onderdelen worden beschreven:
- o
het vormen van een visie voor de wijk of buurt;
- o
inzicht in samenstelling van de wijk of buurt en haar sociale netwerken;
- o
wijze waarop samengewerkt wordt met de gemeente;
- o
inrichting en financiering van de organisatie.
- o
- -
- b.
een lijst met minimaal tien huishoudens die samen het kernteam vormen.
Artikel 2.4.7 Weigeringsgronden
-
1. Subsidie wordt geweigerd als:
- a.
voor dezelfde subsidiabele activiteiten binnen hetzelfde gebied subsidie al is verkregen op grond van deze regeling;
- b.
de aanvraag wordt ingediend door een samenwerkingsverband van minder dan 10 natuurlijke personen of die personen op minder dan 10 verschillende adressen woonachtig zijn binnen dezelfde buurt of wijk;
- a.
-
2. Subsidie kan worden geweigerd als de activiteiten binnen het bereik van activiteiten vallen die het Servicepunt Energie aanbiedt.
Artikel 2.4.8 Staatssteun
Indien subsidie wordt verstrekt aan een onderneming wordt de subsidie verstrekt met inachtneming van de reguliere De-minimisverordening.
Paragraaf 2.5 Ondersteuning buurtinitiatieven uitwerking warmtetransitie
Artikel 2.5.1 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor de volgende activiteiten in de provincie Utrecht:
- a.
het uitvoeren van een project of proces om te komen tot een koersdocument met daarin een gedragen strategie voor de warmtetransitie in een wijk of buurt;
- b.
het uitvoeren van een project of proces om te komen tot een buurtenergieplan met daarin de uitkomst van een nader onderzoek naar de haalbaarheid van een specifieke collectieve warmtestrategie voor een buurt ter voorbereiding van een investeringsproject.
Artikel 2.5.2 Subsidiecriteria
Subsidie kan slechts worden verstrekt als de activiteiten, bedoeld in artikel 2.5.1, voldoen aan de volgende criteria:
- a.
de activiteiten dragen aantoonbaar bij aan het vergroten van het eigenaarschap en de zeggenschap van inwoners bij lokale besparingsprojecten of warmteprojecten;
- b.
de betrokken gemeente ondersteunt het project.
Artikel 2.5.3 Subsidieontvangers
-
1. Subsidie kan worden verstrekt aan:
- a.
energie-, wijk of buurtcoöperaties;
- b.
stichtingen die gericht zijn op de warmtetransitie in de betreffende wijk- of buurt; of
- c.
verenigingen met meer dan 10 leden die op minimaal 10 verschillende adressen wonen en bewoners zijn van de wijk of buurt.;
- a.
-
2. Energiecoöperaties komen enkel in aanmerking voor subsidie als deze bestaan uit minimaal 10 natuurlijke personen die op minimaal 10 verschillende adressen wonen en een plan hebben voor meer dan 100 huishoudens in hun buurt of wijk. Daarnaast heeft de energiecoöperatie een open structuur voor wat betreft lidmaatschap en medezeggenschap. Dit is vastgelegd in de statuten van de energiecoöperatie.
Artikel 2.5.4 Hoogte van de subsidie
-
1. De subsidie bedraagt minimaal € 20.000,- en maximaal € 160.000,-.
-
2. De subsidie bedraagt maximaal 60% van de subsidiabele kosten.
-
3. De subsidie kan met 10% van de subsidiabele kosten worden verhoogd voor middelgrote ondernemingen, met 20% van de subsidiabele kosten voor kleine ondernemingen en met 20% van de subsidiabele kosten voor activiteiten die niet als economisch worden aangemerkt.
-
4. Onverminderd het eerste en tweede lid wordt de hoogte van de subsidie als volgt bepaald:
- a.
onderbouwing van fases:
- i.
indien slechts één onderdeel van artikel 2.5.1 voldoende is onderbouwd, bedraagt de subsidie maximaal € 60.000,-.
- ii.
indien de aanvrager aannemelijk maakt dat zowel onderdelen a en b van artikel 2.5.1 volledig en goed onderbouwd zijn, dan bedraagt de subsidie maximaal € 120.000,-.
- i.
- b.
Indien het project betrekking heeft op een doelgroep van meer dan 1.000 huishoudens, wordt een verhoging toegepast van €20.000,- boven op het bedrag dat op grond van onderdeel a i wordt bepaald en € 20.000 bovenop het bedrag op grond van onderdeel a onder ii.
- a.
-
5. Bij projecten waarbij zowel voor onderdelen a als b van artikel 2.5.1 subsidie wordt aangevraagd, vindt bij de verlening de bevoorschotting van de subsidie plaats in termijnen, gekoppeld aan het behalen van vooraf vastgestelde realisatie-indicatoren per onderdeel (fase) van het project. Voor iedere termijn geldt dat uitbetaling plaatsvindt nadat de subsidieontvanger aantoonbaar heeft voldaan aan de voorwaarden en resultaten die voor het betreffende onderdeel (fase) zijn omschreven in het projectplan.
Artikel 2.5.5 Subsidiabele kosten
-
1. De volgende kosten voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2.5.1 zijn subsidiabel, mits deze aantoonbaar zijn en voldoen aan artikel 4.8 van de AsvpU en de Beleidsregel projectsubsidies:
- a.
kosten voor externe inhuur van coördinatie, procesbegeleiding, administratie en andere ondersteunende functies;
- b.
kosten voor uitbesteding van financiële analyses, milieu- en haalbaarheidsstudies;
- c.
kosten voor inzet van vrijwilligers, tot een maximum van het belastingvrije bedrag voor een vrijwilligersvergoeding;
- d.
kosten voor huur van ruimten en bijbehorende faciliteiten;
- e.
kosten voor drukwerk en digitale communicatiemiddelen.
- f.
kosten voor het uitbrengen of uitvoeren van energie-advies aan individuele eigenaren gericht op het isoleren van de woning tot een maximum van 25% van de subsidiabele kosten.
- a.
-
2. Bijdragen in natura van vrijwilligers zijn subsidiabel, voor zover:
- a.
de werkelijke arbeidstijd in relatie tot de gesubsidieerde activiteit ordelijk kan worden vastgelegd in de projectadministratie;
- b.
de te verstrekken subsidie, inclusief die van andere subsidiegevers, nooit meer bedraagt dan de totale subsidiabele kosten van het project, exclusief de bijdragen in natura.
- a.
-
3. De volgende kosten zijn niet subsidiabel:
- a.
interne loonkosten;
- b.
kosten voor aanschaf, installatie, huur of lease van hulpmiddelen, machines, apparatuur en gebouwen;
- c.
kosten voor energiemaatregelen.
- a.
Artikel 2.5.6 Te overleggen informatie bij een aanvraag
Met inachtneming van artikel 4.4 AsvpU, worden bij een subsidieaanvraag in ieder geval de volgende stukken meegestuurd:
- a.
een projectplan met in ieder geval:
- -
een beschrijving van de wijk of buurt;
- -
een beschrijving van het eindresultaat of eindresultaten;
- -
een beschrijving van de activiteiten en planning;
- -
- b.
een geldige steunverklaring van de betrokken gemeente.
Artikel 2.5.7 Weigeringsgronden
Subsidie wordt geweigerd als:
- a.
voor dezelfde subsidiabele activiteiten binnen hetzelfde gebied al subsidie is verkregen op grond van deze regeling; of
- b.
de activiteiten binnen het bereik van activiteiten vallen die het Servicepunt Energie aanbiedt of binnen het bereik van activiteiten die in aanmerking komen voor een lening vanuit één of meerdere Ontwikkelfondsen voor energiecoöperaties van Energie Samen.
Artikel 2.5.8 Staatssteun
Indien subsidie wordt verstrekt aan een onderneming wordt de subsidie verstrekt met inachtneming van de voorwaarden zoals opgenomen in:
- a.
artikel 49 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening voor de subsidiabele kosten zoals bedoeld in artikel 2.5.5, eerste lid, onderdelen a tot en met e; of
- b.
de reguliere De-minimisverordening.
Paragraaf 2.6 Professionaliseren van lokale vrijwilligersorganisaties gericht op de warmtetransitie
Artikel 2.6.1 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten in de provincie Utrecht gericht op het professionaliseren van lokale organisaties van overwegend vrijwilligers gericht op energiebesparing of de ontwikkeling van collectieve energie-efficiënte warmtesystemen.
Artikel 2.6.2 Subsidiecriteria
Subsidie kan slechts worden verstrekt als de activiteiten, bedoeld in artikel 2.6.1, voldoen aan de volgende criteria:
- a.
de aanvrager heeft een meerjarige samenwerking met de gemeente of is zich daarop aan het voorbereiden; en
- b.
de aanvrager biedt diensten aan bewoners aan op het gebied van energiebesparing en duurzame warmte.
Artikel 2.6.3 Subsidieontvangers
Subsidie kan worden verstrekt aan:
- a.
een coöperatie;
- b.
een stichting; of
- c.
een vereniging.
Artikel 2.6.4 Hoogte van de subsidie
-
1. De subsidie bedraagt minimaal € 10.000,- en maximaal € 25.000,-.
-
2. De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten.
-
3. De subsidie kan met 10% van de subsidiabele kosten worden verhoogd voor middelgrote ondernemingen, met 20% van de subsidiabele kosten voor kleine ondernemingen en met 20% voor activiteiten die niet als economisch worden aangemerkt.
Artikel 2.6.5 Subsidiabele kosten
-
1. De volgende kosten voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2.6.1 zijn subsidiabel, mits deze aantoonbaar zijn en voldoen aan artikel 4.8 van de AsvpU en de Beleidsregel projectsubsidies:
- a.
kosten voor externe inhuur van coördinatie, procesbegeleiding, administratie en andere ondersteunende functies;
- b.
kosten voor het aanbieden van opleidingen, trainingen en cursussen;
- c.
kosten die rechtstreeks verband houden met de opleidingen, trainingen en cursussen zoals reiskosten, accommodatiekosten, materialen en overige benodigdheden;
- d.
kosten voor uitbesteding van financiële analyses;
- e.
kosten voor inzet van vrijwilligers, tot een maximum van het belastingvrije bedrag voor een vrijwilligersvergoeding;
- f.
kosten voor de ontwikkeling en aanschaf van digitale tools voor de eigen bedrijfsprocessen; en
- g.
kosten voor drukwerk en digitale communicatiemiddelen.
- a.
-
2. Bijdragen in natura van vrijwilligers zijn subsidiabel, voor zover:
- a.
de werkelijke arbeidstijd in relatie tot de gesubsidieerde activiteit ordelijk kan worden vastgelegd in de projectadministratie; en
- b.
de te verstrekken subsidie, inclusief die van andere subsidiegevers, nooit meer bedraagt dan de totale subsidiabele kosten van het project, exclusief de bijdragen in natura.
- a.
-
3. De volgende kosten zijn niet subsidiabel:
- a.
kosten voor de reguliere exploitatie van de organisatie;
- b.
kosten voor aanschaf, installatie, huur of lease van, machines, apparatuur en gebouwen.
- c.
kosten voor energiemaatregelen; en
- d.
kosten voor het uitbrengen of uitvoeren van energie-advies gericht op het isoleren van de woning.
- a.
Artikel 2.6.6 Te overleggen informatie bij een aanvraag
Met inachtneming van artikel 4.4 AsvpU, wordt bij een subsidieaanvraag in ieder geval de volgende stukken meegestuurd:
- a.
een projectplan met in ieder geval:
- -
een beschrijving van het eindresultaat of eindresultaten;
- -
de organisatiedoelen en indien van toepassing de opleidingsdoelen van de organisatie;
- -
een beschrijving van de activiteiten, het beoogde effect van deze activiteiten en een planning;
- -
- b.
een geldige steunverklaring van de betrokken gemeente.
Artikel 2.6.7 Weigeringsgronden
-
1. De subsidie wordt geweigerd als:
- a.
binnen dezelfde gemeente, door dezelfde aanvrager al twee keer subsidie is verkregen op grond van deze paragraaf;
- b.
de aanvrager geen geldige steunverklaring of overeenkomst met de betrokken gemeente heeft overgelegd; of
- c.
de aanvraag ingediend wordt door een coöperatie of samenwerkingsverband van minder dan 10 natuurlijke personen of deze personen op minder dan 10 verschillende adressen woonachtig zijn binnen dezelfde gemeente.
- a.
-
2. Subsidie kan worden geweigerd als de aanvrager onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de gewenste activiteiten leiden tot het versterken van de organisatie, de verbetering van de samenwerking met de gemeente en andere stakeholders of tot verbetering van de interne werkprocessen.
Artikel 2.6.8 Staatssteun
Indien subsidie wordt verstrekt aan een onderneming wordt de subsidie verstrekt met inachtneming van de voorwaarden zoals opgenomen in:
- a.
artikel 31 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening voor de subsidiabele kosten zoals bedoeld in artikel 2.6.5, eerste lid, onderdelen a tot en met c; of
- b.
de reguliere De-minimisverordening.
Hoofdstuk 3 Verduurzaming bedrijven en maatschappelijke organisaties
Paragraaf 3.1 Stimulering energiebesparing bij bedrijven en maatschappelijke organisaties
Artikel 3.1.1 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor de volgende activiteiten in de provincie Utrecht:
- a.
het uitvoeren van een project gericht op de volgende activiteiten bij bedrijven of maatschappelijke organisaties. Dit omvat:
- -
het uitvoeren van energiescans;
- -
aanvullende thermografische onderzoeken;
- -
aanvullende kwartierdata-analyses;
- -
procesbegeleiding tot en met een genomen investeringsbesluit voor energiebesparende maatregelen; of
- -
het gelijktijdig opstellen van energiedashboards op basis van informatie uit de energiescans;
- -
- b.
procesbegeleiding tijdens de realisatie van energiebesparende maatregelen nadat het investeringsbesluit is genomen op het niveau van individuele bedrijven of maatschappelijke organisaties. Dit omvat:
- -
het inregelen dan wel koppelen van meet-, regel- en beheerapparatuur gericht op inzicht en actieve sturing op energiebesparing; en
- -
verslaglegging van gerealiseerde besparing van energie en CO2-emissies.
- -
Artikel 3.1.2 Nadere subsidiecriteria
-
1. De in artikel 3.1.1 bedoelde activiteiten dragen voldoende bij aan inzicht, planvorming en realisatie van energiebesparing bij bedrijven en maatschappelijke organisaties.
-
2. Subsidie kan slechts worden verstrekt als de activiteiten, bedoeld in artikel 3.1.1 onder a, voldoen aan de volgende bijbehorende criteria:
- a.
de energiescans hebben als minimale basis de Erkende Maatregelenlijsten (EML) uit de Omgevingsregeling (bijlagen VII en XIV), voor zover die zijn vastgesteld voor de branche;
- b.
de energiescans, aanvullende thermografische onderzoeken of kwartierdata-analyses geven in ieder geval inzicht in de kosten, terugverdientijden en realisatietermijnen voor energiebesparende maatregelen;
- c.
als er thermografische onderzoeken worden ingezet, hebben deze, voor zover mogelijk, betrekking op de gehele schil van onderzochte panden.
- d.
het opstellen van energiedashboards komt uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien op basis van energiescans een collectief profiel nodig is voor collectieve verduurzaming.
- a.
-
3. Subsidie kan slechts worden verstrekt als de activiteiten, bedoeld in artikel 3.1.1 onder b, voldoen aan de volgende criteria:
- a.
de procesbegeleiding is gebaseerd op recente energiescans van de deelnemende bedrijven of maatschappelijke organisaties die op het moment van indiening van de subsidieaanvraag maximaal 18 maanden oud zijn;
- b.
het inregelen of koppelen van een Energiebeheersysteem (EBS) of een Energiemanagementsysteem (EMS) is uitsluitend bedoeld voor het verkrijgen van inzicht in het energiegebruik en actieve sturing op energiebesparing; en
- c.
et inregelen dan wel koppelen van een Energiebeheersysteem (EBS) of een Energiemanagementsysteem (EMS) niet verplicht is op basis van de Erkende Maatregelenlijsten (EML) zoals opgenomen in de Omgevingsregeling (bijlagen VII en XIV).
- a.
Artikel 3.1.3 Doelgroepen
Subsidie kan worden verstrekt aan:
- a.
gemeenten;
- b.
collectieven van bedrijven; of
- c.
collectieven van maatschappelijke organisaties.
Artikel 3.1.4 Hoogte van de subsidie
-
1. De subsidie als bedoeld in artikel 3.1.1, onderdeel a, bedraagt 60% van de subsidiabele kosten, een minimum van € 10.000,- en een maximum van € 100.000,-.
-
2. Onverminderd het eerste lid wordt de hoogte van de subsidie als volgt bepaald:
- a.
minimaal 80% van de subsidiabele kosten wordt besteed aan ondersteuning van de deelnemende bedrijven of maatschappelijke organisaties.
- b.
per deelnemend bedrijf of maatschappelijke organisatie bedraagt de steun:
- i
maximaal € 1.500,- voor een energiescan;
- ii
maximaal € 500,- voor advisering op basis van kwartierdata-analyse;
- iii
maximaal € 500,- voor een thermografisch onderzoek;
- iv
maximaal € 500,- voor procesbegeleiding tot aan het investeringsbesluit;
- i
- c.
per werklocatie maximaal € 2.500,- voor het opstellen van een dashboard.
- a.
-
3. De subsidie als bedoeld in artikel 3.1.1, onderdeel b, bedraagt 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 10.000,- en maximaal € 500,- per deelnemend bedrijf of maatschappelijke organisatie.
-
4. Onverminderd het derde lid wordt maximaal 15% van de subsidiabele kosten besteed aan verslaglegging van de gerealiseerde besparing.
-
5. Onverminderd het derde lid bedraagt de hoogte van de steun per deelnemend bedrijf of maatschappelijke organisatie:
- a.
voor deelnemers die niet onder de energiebesparingsplicht vallen: maximaal € 350,- voor het koppelen en inregelen van de P1-meter of een eenvoudig Energiebeheersysteem (EBS);
- b.
voor deelnemers die wel onder de energiebesparingsplicht vallen: maximaal € 750,- voor een EMS-systeem voor extra inzicht en actieve sturing aanvullend op een bestaand EBS, voor zover niet wettelijk verplicht op grond van de EML.
- a.
Artikel 3.1.5 Subsidiabele kosten
-
1. De volgende kosten voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3.1.1 onder a zijn subsidiabel, mits deze aantoonbaar zijn en voldoen aan artikel 4.8 van de AsvpU en de Beleidsregel projectsubsidies:
- a.
kosten voor externe inhuur van coördinatie, administratie en andere ondersteunende functies;
- b.
kosten van communicatie, promotie en publiciteit;
- c.
kosten van externe adviseurs, technici en specialisten.
- a.
-
2. De volgende kosten voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3.1.1 onder b zijn subsidiabel, mits deze aantoonbaar zijn en voldoen aan artikel 4.8 van de AsvpU en de Beleidsregel projectsubsidies:
- a.
kosten voor externe inhuur van coördinatie, administratie en andere ondersteunende functies;
- b.
kosten van communicatie, promotie en publiciteit;
- c.
kosten van externe adviseurs, technici en specialisten.
- a.
-
3. De volgende kosten zijn niet subsidiabel:
- a.
kosten van de aanschaf van meet- regel en beheerapparatuur;
- b.
kosten van licenties;
- c.
kosten voor energie-infrastructuur zoals kabels en leidingen; en
- d.
kosten voor de uitvoering van energiebesparende maatregelen.
- a.
Artikel 3.1.6 Te overleggen informatie bij een aanvraag
Met inachtneming van artikel 4.4 AsvpU, worden bij een subsidieaanvraag de volgende stukken meegestuurd:
- a.
een projectplan met in ieder geval:
- -
een beschrijving van het eindresultaat of eindresultaten;
- -
een beschrijving van de activiteiten en planning;
- -
een beschrijving van de projectorganisatie;
- -
- b.
een uitvoeringsplan op basis van bijlage 1 bij deze subsidieregeling.
Artikel 3.1.7 Verplichtingen
Voor de in artikel 3.1.1 onder c bedoelde activiteiten, wordt bij de aanvraag om subsidievaststelling een overzicht overlegd van de uitgevoerde maatregelen per bedrijf of maatschappelijke organisatie.
Artikel 3.1.8 Staatssteun
Indien subsidie wordt verstrekt aan een onderneming wordt de subsidie verstrekt met inachtneming van de reguliere De-minimisverordening.
Paragraaf 3.2 Verduurzamen werklocaties
Artikel 3.2.1 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor de volgende activiteiten in de provincie Utrecht:
- a.
procesbegeleiding voor het opzetten of verbeteren van het organiserend vermogen voor het verduurzamen van één of meerdere werklocaties;
- b.
procesbegeleiding voor het opstellen van een gezamenlijk projectplan voor de verduurzaming van en energiebesparing op één of meerdere werklocaties;
- c.
inrichten en implementeren van energiedashboards op één of meerdere werklocaties;
- d.
inrichten en implementeren van digital twins op één of meerdere werklocaties;
- e.
projectmanagement voor de fases tussen de opdrachtverstrekking tot en met oplevering voor de uitvoering van ten minste drie collectieve maatregelen die bijdragen aan verduurzaming en energiebesparing voor één of meerdere werklocaties.
Artikel 3.2.2 Nadere subsidiecriteria
-
1. De in artikel 3.2.1 bedoelde activiteiten dragen voldoende bij aan inzicht, planvorming en realisatie van energiebesparing bij bedrijven, van gemeentelijk en maatschappelijk vastgoed of maatschappelijke organisaties.
-
2. De in artikel 3.2.1 bedoelde activiteiten komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien:
- a.
per afzonderlijke werklocatie minimaal 15 bedrijven of 7 maatschappelijke organisaties deelnemen;
- b.
een aanvraag maximaal 5 werklocaties omvat.
- a.
-
3. De in artikel 3.2.1 onder a en b bedoelde activiteiten komen voor subsidie in aanmerking voor zover niet eerder ondersteuning is gegeven voor de in de aanvraag betrokken werklocaties voor vergelijkbare activiteiten.
-
4. De in artikel 3.2.1 onder c bedoelde activiteiten komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien de aanvraag minimaal 3 werklocaties omvat.
-
5. De in artikel 3.2.1 onder c en d bedoelde activiteiten komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien:
- a.
op de betreffende werklocaties niet eerder energiedashboards of digital twins zijn ingericht;
- b.
de data in het energiedashboard of de digital twin eigendom blijft van het collectief; en
- c.
bij beëindiging een volledige export en overdracht van projectdata mogelijk is.
- a.
-
6. Subsidie voor de in artikel 3.2.1 onder e bedoelde activiteiten wordt alleen verstrekt als ten minste 3 collectieve maatregelen uit een projectplan worden gerealiseerd met gerealiseerde energiebesparing.
Artikel 3.2.3 Doelgroepen
Subsidie kan worden verstrekt aan:
- a.
gemeenten;
- b.
collectieven van bedrijven; of
- c.
collectieven van maatschappelijke organisaties.
Artikel 3.2.4 Hoogte van de subsidie
-
1. De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten.
-
2. De subsidie als bedoeld in artikel 3.2.1, onderdeel a, bedraagt maximaal € 10.000,- per werklocatie, en in totaal maximaal € 50.000.
-
3. De subsidie als bedoeld in artikel 3.2.1, onderdeel b, bedraagt minimaal € 10.000,- en maximaal € 54.000, -. Per werklocatie geldt een maximum van € 18.000,-.
-
4. De subsidie als bedoeld in artikel 3.2.1, onderdeel c, bedraagt maximaal € 15.000,-. Per werklocatie geldt een maximum subsidie van € 5.000,-.
-
5. De subsidie als bedoeld in artikel 3.2.1, onderdeel d, bedraagt maximaal € 15.000,-.
-
6. De subsidie als bedoeld in artikel 3.2.1, onderdeel e, bedraagt maximaal € 36.000,-. Per werklocatie geldt een maximum van € 18.000,-.
Artikel 3.2.5 Subsidiabele kosten
-
1. De volgende kosten voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3.2.1 zijn subsidiabel, mits deze aantoonbaar zijn en voldoen aan artikel 4.8 van de AsvpU en de Beleidsregel projectsubsidies:
- a.
kosten voor externe inhuur van coördinatie, administratie en andere ondersteunende functies;
- b.
kosten voor externe inhuur van procesbegeleiding; en
- c.
kosten van communicatie, promotie en publiciteit.
- a.
-
2. Voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3.2.1 onder a zijn, aanvullend op het eerste lid, subsidiabel: de kosten voor uitbesteding van juridisch en financieel advies.
-
3. Voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3.2.1 onder b tot en met e zijn, aanvullend op het eerste lid, subsidiabel: de kosten voor uitbesteding van externe adviseurs en (technisch) specialisten.
-
4. De volgende kosten zijn niet subsidiabel:
- a.
oprichtingskosten zoals notariskosten en inschrijvingskosten in het handelsregister van de Kamer van Koophandel;
- b.
kosten van licenties; en
- c.
kosten van materialen, hulpmiddelen, en apparatuur.
- a.
Artikel 3.2.6 Te overleggen informatie bij een aanvraag
-
1. Met inachtneming van artikel 4.4 AsvpU, worden voor de in artikel 3.2.1 onder a en b bedoelde activiteiten de volgende gegevens en stukken meegestuurd:
- a.
een projectplan met in ieder geval:
- -
een beschrijving van het eindresultaat of eindresultaten;
- -
een lijst en beschrijving van de werklocatie(s) met per werklocatie een deelnemerslijst van minimaal 15 geïnteresseerde bedrijven of minimaal 7 geïnteresseerde maatschappelijke organisaties;
- -
een kaart met een geografische afbakening van de werklocatie(s);
- -
het beoogde organisatiemodel;
- -
de aanpak van de procesbegeleiding (kerndoelen, hoofdactiviteiten en globale planning); en
- -
de betrokken stakeholders;
- -
- b.
een schriftelijke verklaring dat op de betreffende werklocatie geen door de provincie betaalde “Aanjager Programma Verduurzaming Bedrijventerreinen” of “Hub-regisseur” actief is of actief is geweest.
- a.
-
2. Met inachtneming van artikel 4.4 AsvpU, worden voor de in artikel 3.2.1 onder c en d bedoelde activiteiten de volgende gegevens en stukken meegestuurd:
- a.
een projectplan met in ieder geval:
- -
een lijst en kaart met geografische afbakening van de werklocaties;
- -
het doel en scope van het dashboard of digital twin;
- -
de wijze van dataverzameling op hoofdlijnen;
- -
een beschrijving van de kernactiviteiten, globale planning en rolverdeling van betrokken partijen; en
- -
- b.
een schriftelijke verklaring dat op de betreffende werklocatie niet eerder een energiedashboard of digital twin is ingericht.
- a.
-
3. Met inachtneming van artikel 4.4 AsvpU, wordt voor de in artikel 3.2.1 onder e bedoelde activiteiten een projectplan meegestuurd met in ieder geval:
- -
een beschrijving van het eindresultaat of eindresultaten;
- -
een lijst en kaart met geografische afbakening van de werklocaties; en
- -
een beschrijving van de 3 collectieve maatregelen inclusief globale planning, te verwachte energiebesparing en rolverdeling van betrokken partijen.
- -
Artikel 3.2.7 Weigeringsgrond
-
1. Subsidie wordt geweigerd als:
- a.
voor één of meer van de deelnemende bedrijven of maatschappelijke organisaties binnen dezelfde werklocatie al subsidie is verkregen op grond van deze regeling;
- b.
de aanvraag wordt ingediend door een collectief van minder dan 15 bedrijven of 7 maatschappelijke organisaties; of
- c.
een aanvraag meer dan 5 werklocaties omvat.
- a.
-
2. Subsidie voor de in artikel 3.2.1, onder a of b, bedoelde activiteiten kan worden geweigerd indien op de betreffende werklocatie een door de provincie betaalde Aanjager Programma Verduurzaming Bedrijventerreinen of Hub-regisseur actief is of is geweest.
-
3. Subsidie voor de in artikel 3.2.1, onder c of d, bedoelde activiteiten kan worden geweigerd indien voor de betreffende werklocatie reeds een energiedashboard of digital twin is ingericht.
-
4. Subsidie voor de in artikel 3.2.1, onder e, bedoelde activiteiten kan worden geweigerd indien:
- a.
minder dan drie maatregelen uit een projectplan worden uitgevoerd; of
- b.
geen aantoonbare energiebesparing wordt gerealiseerd.
- a.
Artikel 3.2.8 Staatssteun
Indien subsidie wordt verstrekt aan een onderneming wordt de subsidie verstrekt met inachtneming van de voorwaarden zoals opgenomen in:
- a.
artikel 49 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 3.2.1 onder e; of
- b.
de reguliere De-minimisverordening.
Hoofdstuk 4 Opwek duurzame elektriciteit
Paragraaf 4.1 Versterken organisatiekracht en participatie bij lokale initiatieven voor opwek
Artikel 4.1.1 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor de volgende activiteiten in de provincie Utrecht:
- a.
activiteiten die gericht zijn op de initiatief-fase bij oprichting van een energiecoöperatie of activiteiten die gericht zijn op de initiatief-fase van een nieuw kleinschalig project voor het opwekken van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen;
- b.
activiteiten die gericht zijn op kennisdeling, opleiding en het aanbieden van expertise en ondersteuning aan lokale energie-initiatieven die actief zijn met het opwekken van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen; of
- c.
participatie- of communicatietrajecten gericht op het betrekken van een bredere doelgroep bij energiecoöperaties, waarbij er aandacht is voor bepaalde doelgroepen die nog weinig aangesloten zijn bij energiecoöperaties.
Artikel 4.1.2 Subsidiecriteria
Subsidie kan slechts worden verstrekt als de activiteiten, bedoeld in artikel 4.1.1, voldoen aan de volgende criteria:
- a.
De in artikel 4.1.1 onder a bedoelde activiteiten dragen bij aan het eigenaarschap en de zeggenschap van inwoners en lokale bedrijven over lokale projecten voor energieopwekking;
- b.
De in artikel 4.1.1 onder b bedoelde activiteiten dragen bij aan het versterken van de organisatie, de verbetering van de samenwerking met andere stakeholders of tot het sneller realiseren van projecten.
- c.
De in artikel 4.1.1 onder c bedoelde activiteiten dragen bij aan het betrekken van één of meerdere van de volgende doelgroepen:
- i
jongeren van 16 tot en met 35 jaar;
- ii
inwoners met een migratieachtergrond;
- iii
inwoners met lage inkomens;
- iv
overige doelgroepen die in de ledenbestand bij de aanvrager ondervertegenwoordigd zijn.
- i
Artikel 4.1.3 Subsidieontvangers
-
1. Subsidie kan worden verstrekt aan:
- a.
energiecoöperaties;
- b.
organisaties die zich inzetten voor energiecoöperaties en lokale energie-initiatieven; of
- c.
projectmatige samenwerkingsverbanden bestaande uit een of meer deelnemers uit de onderdelen a en b.
- a.
-
2. In afwijking van het eerste lid kan voor de activiteiten bedoeld in artikel 4.1.1 onder a, subsidie worden verstrekt aan:
- a.
een samenwerkingsverband van een rechtspersoon en minimaal 10 natuurlijke personen woonachtig op minimaal 10 verschillende adressen binnen de wijk of buurt;
- b.
een rechtspersoon met de instemming van minimaal 10 natuurlijke personen woonachtig op minimaal 10 verschillende adressen binnen de wijk of buurt;
- c.
een samenwerkingsverband van minimaal 10 natuurlijke personen woonachtig op minimaal 10 verschillende adressen binnen de wijk of buurt.
- a.
-
3. Energiecoöperaties komen enkel in aanmerking voor subsidie als deze bestaan uit minimaal10 natuurlijke personen die op minimaal 10 verschillende adressen wonen binnen de gemeente.
Artikel 4.1.4 Hoogte van de subsidie
-
1. Voor de in artikel 4.1.1 onder a bedoelde activiteiten bedraagt de subsidie:
- a.
minimaal € 10.000,- en maximaal € 20.000,-; en
- b.
maximaal 100% van de subsidiabele kosten.
- a.
-
2. Voor de in artikel 4.1.1, onder b en c bedoelde activiteiten bedraagt de subsidie:
- a.
minimaal € 10.000,- en maximaal € 50.000,-; en
- b.
maximaal 80% van de subsidiabele kosten.
- a.
Artikel 4.1.5 Subsidiabele kosten
-
1. De volgende kosten voor de activiteiten, bedoeld in artikel 4.1.1 zijn subsidiabel, mits deze aantoonbaar zijn en voldoen aan artikel 4.8 van de AsvpU en de Beleidsregel projectsubsidies:
- a.
kosten voor externe inhuur van coördinatie, procesbegeleiding, administratie en andere ondersteunende functies;
- b.
kosten voor uitbesteding van financiële analyses, milieu- en haalbaarheidsstudies;
- c.
kosten voor het aanbieden van opleidingen, trainingen en cursussen;
- d.
kosten die rechtstreeks verband houden met de opleidingen, trainingen en cursussen zoals reiskosten, accommodatiekosten, materialen en overige benodigdheden;
- e.
kosten voor inzet van vrijwilligers, tot een maximum van het belastingvrije bedrag;
- f.
kosten voor huur van ruimten en bijbehorende faciliteiten; en
- g.
kosten voor drukwerk en digitale communicatiemiddelen.
- a.
-
2. Bijdragen in natura van vrijwilligers zijn subsidiabel voor zover:
- a.
de werkelijke arbeidstijd in relatie tot de gesubsidieerde activiteit ordelijk worden vastgelegd in de projectadministratie; en
- b.
de te verstrekken subsidie, inclusief die van andere subsidieverstrekkers, nooit meer bedraagt dan de totale subsidiabele kosten van het project, exclusief de bijdragen in natura.
- a.
-
3. De volgende kosten zijn niet subsidiabel:
- a.
interne loonkosten;
- b.
kosten voor aanschaf, installatie, huur of lease van hulpmiddelen, machines, apparatuur en gebouwen;
- c.
kosten voor energiemaatregelen; en
- d.
kosten voor het uitbrengen of uitvoeren van energie-advies gericht op het isoleren van de woning.
- a.
Artikel 4.1.6 Te overleggen informatie bij een aanvraag
Met inachtneming van artikel 4.4 AsvpU, wordt bij een subsidieaanvraag een projectplan meegestuurd met in ieder geval:
- -
een beschrijving van het eindresultaat of eindresultaten;
- -
een beschrijving van de activiteiten en planning.
Artikel 4.1.7 Weigeringsgronden
Subsidie kan worden geweigerd als de activiteiten binnen het bereik liggen van activiteiten die het Servicepunt Energie aanbiedt of als de activiteiten in aanmerking komen voor een lening vanuit één of meerdere Ontwikkelfondsen voor energiecoöperaties van Energie Samen.
Artikel 4.1.8 Staatssteun
Indien subsidie wordt verstrekt aan een onderneming wordt de subsidie verstrekt met inachtneming van de voorwaarden zoals opgenomen in de reguliere De-minimisverordening.
Paragraaf 4.2 Investeringsregeling stimulering zonprojecten
Artikel 4.2.1 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor de volgende activiteiten in de provincie Utrecht:
- a.
het constructief versterken van een dak of gevel;
- b.
de aanschaf, installatie en montage van lichtgewicht PV-panelen; of
- c.
de aanleg van een draagconstructie of aanleg, vervanging dan wel versteviging van de fundering voor een draagconstructie voor een PV-installatie op openbaar toegankelijke parkeerterreinen of parkeergarages.
Artikel 4.2.2 Subsidiecriteria
-
1. De in artikel 4.2.1 onder a bedoelde activiteiten komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien het constructief versterken van het dak of gevel aantoonbaar noodzakelijk is voor, en gevolgd wordt door de installatie van conventionele PV-panelen.
-
2. De in artikel 4.2.1 onder b bedoelde activiteiten komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien de aanschaf en installatie van lichtgewicht PV-panelen de enige mogelijkheid is op het betreffende dak of de gevel omdat de constructie aantoonbaar onvoldoende draagkracht heeft voor de installatie van conventionele PV-panelen.
Artikel 4.2.3 Doelgroepen
Subsidie kan worden verstrekt aan een rechtspersoon die eigenaar, huurder of anderszins rechthebbende is op het gebruik van het dak, de gevel, het parkeerterrein of andere voorzieningen die noodzakelijk zijn voor de realisatie van een PV-installatie.
Artikel 4.2.4 Hoogte van de subsidie
-
1. Voor de in artikel 4.2.1, onder a en b, bedoelde activiteiten bedraagt de subsidie minimaal € 9.000,- en maximaal € 75.000,- gebaseerd op € 300,- per kWp te installeren vermogen.
-
2. Voor de in artikel 4.2.1, onder c, bedoelde activiteiten bedraagt de subsidie minimaal € 20.000,- en maximaal € 125.000,- gebaseerd op:
- a.
€ 400,- per kWp te installeren vermogen voor conventionele stalen draagconstructies; of
- b.
€ 500,- per kWp voor CO2-neutrale draagconstructies.
- a.
Artikel 4.2.5 Subsidiabele kosten
-
1. De volgende kosten voor de activiteiten, bedoeld in artikel 4.2.1 onder a zijn subsidiabel, mits deze aantoonbaar zijn en voldoen aan artikel 4.8 van de AsvpU en de Beleidsregel projectsubsidies:
- a.
kosten voor materialen en werkzaamheden ten behoeve van het versterken van de dakconstructie, noodzakelijk voor het plaatsen van zonnepanelen; en
- b.
voorbereidingskosten met een maximum van 10% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 5.000,-.
- a.
-
2. De volgende kosten voor de activiteiten, bedoeld in artikel 4.2.1 onder b zijn subsidiabel, mits deze aantoonbaar zijn en voldoen aan artikel 4.8 van de AsvpU en de Beleidsregel projectsubsidies:
- a.
kosten voor materialen, apparatuur en werkzaamheden ten behoeve van het plaatsen van lichtgewicht PV-panelen; of
- b.
voorbereidingskosten met een maximum van 10% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 5.000,-.
- a.
-
3. De volgende kosten voor de activiteiten, bedoeld in artikel 4.2.1 onder c zijn subsidiabel, mits deze aantoonbaar zijn en voldoen aan artikel 4.8 van de AsvpU en de Beleidsregel projectsubsidies:
- a.
kosten voor materialen en werkzaamheden ten behoeve van het realiseren van een draagconstructie of voor de vervanging dan wel versteviging van de fundering; of
- b.
voorbereidingskosten met een maximum van 10% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 15.000,-.
- a.
-
4. De volgende kosten zijn niet subsidiabel:
- a.
leges;
- b.
de kosten van de benodigde aansluiting op het elektriciteitsnetwerk;
- c.
de kosten van laadpalen;
- d.
de kosten van beveiligingsmaatregelen;
- e.
de kosten van een hekwerk om een parkeerterrein; en
- f.
de kosten van bekabeling, kabelgoten, montageprofiel van de zonnepanelen en andere bevestigingsmaterialen;
- a.
-
5. Bij een subsidie voor de in artikel 4.2.1, onderdelen a en c, genoemde activiteiten, wordt geen subsidie verstrekt voor de kosten van materialen, apparatuur en werkzaamheden ten behoeve van het plaatsen van conventionele PV-installaties, zijnde e conventionele PV-panelen, omvormers en andere onderdelen.
Artikel 4.2.6 Te overleggen informatie bij een aanvraag
-
1. Met inachtneming van artikel 4.4 AsvpU, worden bij een subsidieaanvraag voor de in artikel 4.2.1 onder a en b bedoelde activiteiten de volgende gegevens en stukken meegestuurd:
- a.
de kadastrale aanduiding van het pand of het object waarop het dak of de gevel zich bevindt;
- b.
een constructieberekening waaruit blijkt wat het betreffende dak- of geveloppervlak is en waaruit blijkt dat constructieversterking noodzakelijk is voor de plaatsing van conventionele panelen, of toepassing van lichtgewicht panelen mogelijk is;
- c.
een offerte voor de constructieversterking en een offerte voor de PV-installatie waaruit blijkt dat de PV-installatie op het dak of de gevel zal worden geplaatst of een offerte voor een PV-installatie met lichtgewicht panelen waaruit blijkt dat de PV-installatie met lichtgewichtpanelen op het dak of de gevel zal worden geplaatst;
- d.
indien de aanvrager niet de eigenaar van het dak is, een ondertekende instemmingsverklaring van de eigenaar waaruit blijkt dat de aanvrager rechthebbende is op het gebruik van het dak of de daken waaraan de constructieve maatregelen worden getroffen en waarop de PV-panelen worden geïnstalleerd.
- a.
-
2. Met inachtneming van artikel 4.4 AsvpU, worden bij een subsidieaanvraag voor de in artikel 4.2.1 onder c bedoelde activiteiten de volgende gegevens en stukken meegestuurd:
- a.
een projectplan met:
- -
een beschrijving van het eindresultaat of eindresultaten;
- -
een beschrijving van de activiteiten en planning
- -
de kadastrale aanduiding waarop het parkeerterrein zich bevindt;
- -
- b.
ontwerpschetsen van het energieleverende parkeerterrein;
- c.
indien de aanvrager niet de eigenaar van het parkeerterrein is, een ondertekende instemmingsverklaring van de eigenaar waaruit blijkt dat de aanvrager rechthebbende is op het gebruik van het parkeerterrein of parkeergarage waarop de constructieve maatregelen worden getroffen;
- d.
indien de aanvrager geen gemeente is, een positieve beoordeling van de gemeente op een (concept) aanvraag voor een omgevingsvergunning;
- e.
indien aanvrager subsidie aanvraagt voor een CO2-neutrale draagconstructie, dient dit met ontwerpschetsen en berekeningen onderbouwd te worden.
- a.
Artikel 4.2.7 Weigeringsgronden
-
1. Subsidie wordt geweigerd indien voor dezelfde subsidiabele activiteiten voor een dak, gevel of parkeerterrein op hetzelfde adres al subsidie is verkregen.
-
2. Subsidie voor de in artikel 4.2.1, onder a en b, bedoelde activiteiten wordt geweigerd:
- a.
indien het beoogde vermogen van de op het dak, de daken, de gevel of gevels te installeren PV-panelen minder dan 30 kWp bedraagt; en
- b.
voor zover de oppervlakte van de te installeren PV-panelen de oppervlakte van het ten behoeve daarvan versterkte dak- of gevelgedeelte overschrijdt.
- a.
-
3. Subsidie voor de in artikel 4.2.1, onder c, bedoelde activiteit wordt geweigerd indien het beoogde vermogen van het energieleverende parkeerterrein minder dan 40 kWp bedraagt.
Artikel 4.2.8 Staatssteun
Indien subsidie wordt verstrekt aan een onderneming wordt de subsidie verstrekt met inachtneming van de reguliere De-minimisverordening.
Hoofdstuk 5 Een geïntegreerd, innovatief, duurzaam en betaalbaar energiesysteem
Paragraaf 5.1 Energie delen en afstemmen
Artikel 5.1.1 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor de volgende activiteiten in de provincie Utrecht:
- a.
het uitvoeren van een haalbaarheidsstudie voor een energiehub of voor een andere oplossing voor het onderling delen en afstemmen van energie;
- b.
het voorbereiden of ontwikkelen van een investeringsproject ten behoeve van een energiehub of voor een andere oplossing voor het onderling delen en afstemmen van energie; of
- c.
het realiseren van:
- i
een energiehub;
- ii
een energie- of warmtegemeenschap.
- i
Artikel 5.1.2 Subsidiecriteria
De in artikel 5.1.1 onder c bedoelde activiteiten komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien het opslaan, verdelen en balanceren van energie een oplossing biedt voor een collectief van ondernemingen, maatschappelijke organisaties, natuurlijke personen of lokale overheden om te verduurzamen.
Artikel 5.1.3 Subsidieontvangers
-
1. Subsidie kan worden verstrekt aan:
- a.
gemeenten voor activiteiten zoals bedoeld onder artikel 5.1.1 onderdeel a;
- b.
energie- of warmtegemeenschappen voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 5.1.1 onderdeel a of b;
- c.
projectmatige samenwerkingsverbanden bestaande uit meerdere huurders of gebouweigenaren voor activiteiten zoals bedoeld onder artikel 5.1.1 onderdeel a en b;
- d.
projectmatige samenwerkingsverbanden bestaande uit meerdere deelnemers van ondernemingen, maatschappelijke organisaties, energiecoöperaties en warmtegemeenschappen voor activiteiten zoals bedoeld onder artikel 5.1.1 onderdeel a en b;
- a.
-
2. Voor de in artikel 5.1.1 onderdeel c bedoelde activiteiten kan uitsluitend subsidie worden verstrekt aan een rechtspersoon die het beheer voert over de energiehub, energiecoöperatie of warmtegemeenschap en toebehoort aan de belanghebbende gebruikers of leden.
-
3. In het geval van een energiehub bestaat deze uit ten minste twee deelnemende rechtspersonen of leden.
-
4. In het geval van een energie- of warmtegemeenschap bestaat deze uit ten minste 10 leden.
Artikel 5.1.4 Hoogte van de subsidie
-
1. De subsidie bedraagt maximaal 70% van de subsidiabele kosten, met een minimum van € 10.000,- en een maximum van € 50.000,- voor een haalbaarheidsstudie zoals bedoeld in artikel 5.1.1 lid 1 onder a.
-
2. De subsidie bedraagt maximaal 60% van de subsidiabele kosten, met een minimum van € 25.000,- en een maximum van € 100.000,- voor studies en consultancydiensten gericht op een investeringsproject zoals bedoeld in artikel 5.1.1 lid 1 onder b.
-
3. De subsidie als bedoeld in artikel 5.1.1, onderdeel c, bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 25.000 en een maximum van € 250.000,-.
-
4. Onverminderd het derde lid is de hoogte van de subsidie voor artikel 5.1.1, onderdeel c, per deelnemend bedrijf maximaal € 10.000, voor de aanschaf en installatie van meet- en regelapparatuur en sensoren, de aanschaf en installatie van een systeem voor energieopslag en voor andere componenten die noodzakelijk zijn voor het collectieve slimme distributiesysteem.
Artikel 5.1.5 Subsidiabele kosten
-
1. De volgende kosten voor de activiteiten, bedoeld in artikel 5.1.1 onder a en b zijn subsidiabel, mits deze aantoonbaar zijn en voldoen aan artikel 4.8 van de AsvpU en de Beleidsregel projectsubsidies:
- a.
loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor inhuur van coördinatie, procesbegeleiding, administratie en andere ondersteunende functies;
- b.
loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor uitbesteding van financiële analyses, milieu- en haalbaarheidsstudies; en
- c.
loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor technisch specialisten.
- a.
-
2. De volgende kosten voor de activiteiten, bedoeld in artikel 5.1.1 onder c zijn subsidiabel, mits deze aantoonbaar zijn en voldoen aan artikel 4.8 van de AsvpU en de Beleidsregel projectsubsidies:
- a.
loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor inhuur van coördinatie, procesbegeleiding, administratie en andere ondersteunende functies;
- b.
loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor technisch specialisten;
- c.
materiaalkosten, zoals kosten voor apparatuur, installaties, meet - en regeltechniek en ondersteunende toebehoren zoals software e.d.; en
- d.
kosten voor de aanschaf en het installeren van het systeem voor energieopslag.
- a.
-
3. Bijdragen in natura van vrijwilligers zijn subsidiabel, voor zover:
- a.
de werkelijke arbeidstijd in relatie tot de gesubsidieerde activiteit ordelijk kan worden vastgelegd in de projectadministratie; en
- b.
de te verstrekken subsidie, inclusief die van andere subsidiegevers, nooit meer bedraagt dan de totale subsidiabele kosten van het project, exclusief de bijdragen in natura.
- a.
-
4. De volgende kosten zijn niet subsidiabel:
- a.
leges;
- b.
de kosten van de benodigde aansluiting op het elektriciteitsnetwerk;
- c.
de kosten van laadinfrastructuur;
- d.
de kosten van elektriciteitskabels;
- e.
de kosten van beveiligingsmaatregelen tegen diefstal en brand;
- f.
de kosten van gebouwen en technische ruimtes voor het onderbrengen van installaties; en
- g.
de kosten van PV-installaties, zijnde de panelen, omvormer en andere onderdelen.
- a.
Artikel 5.1.6 Te overleggen informatie bij een aanvraag
-
1. Met inachtneming van artikel 4.4 AsvpU, wordt bij een subsidieaanvraag voor de in artikel 5.1.1 onder a bedoelde activiteiten, een projectplan meegestuurd met in ieder geval:
- -
een beschrijving van het eindresultaat of eindresultaten; en
- -
een beschrijving van de activiteiten en planning.
- -
-
2. Met inachtneming van artikel 4.4 AsvpU, worden bij een subsidieaanvraag voor de in artikel 5.1.1 onder b bedoelde activiteiten in ieder geval de volgende stukken meegestuurd:
- a.
een haalbaarheidsstudie waarin aangetoond is dat het slimme distributiesysteem of systeem voor energieopslag van toegevoegde waarde is voor het collectief van bedrijven of voor de energiegemeenschap of warmtegemeenschap; en
- b.
een projectplan met in ieder geval:
- -
een beschrijving van het eindresultaat of eindresultaten; en
- -
een beschrijving van de uit te voeren activiteiten en planning.
- -
- a.
-
3. Met inachtneming van artikel 4.4 AsvpU, worden bij een subsidieaanvraag voor de in artikel 5.1.1 onder c bedoelde activiteiten in ieder geval de volgende stukken meegestuurd:
- a.
een projectplan met in ieder geval:
- -
een beschrijving van het eindresultaat of eindresultaten;
- -
beschrijving van de uit te voeren activiteiten en planning;
- -
een onderbouwing waarom en in welke mate het project bijdraagt aan het verduurzamen.
- -
- b.
een haalbaarheidsstudie waarin aangetoond is dat het slimme distributiesysteem of systeem voor energieopslag van toegevoegde waarde is voor het collectief van bedrijven of voor de energiegemeenschap; en
- c.
een businesscase of ander document met vergelijkbare bewijskracht waarin de financiële haalbaarheid van het distributiesysteem of systeem voor energieopslag wordt aangetoond.
- a.
Artikel 5.1.7 Staatssteun
Indien subsidie wordt verstrekt aan een onderneming wordt de subsidie verstrekt met inachtneming van de voorwaarden zoals opgenomen in:
- a.
artikel 48 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening voor investeringen in energie-infrastructuur;
- b.
artikel 49 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening voor milieustudies en consultancydiensten gericht op investeringen; of
- c.
de reguliere De-minimisverordening.
Paragraaf 5.2 Haalbaarheid innovatieprojecten energietransitie
Artikel 5.2.1 Subsidiabele activiteiten
-
1. Subsidie kan worden verstrekt voor het uitvoeren van een haalbaarheidsproject voor een innovatie door een kleine- of middelgrote onderneming gevestigd in de provincie Utrecht gericht op:
- -
slimme, flexibele en geïntegreerde energiesystemen;
- -
energierenovaties in de gebouwde omgeving; of
- -
opslag van energie.
In bijlage 2 is een uitwerking van deze activiteiten opgenomen.
- -
-
2. De uitvoering van een haalbaarheidsproject bedoeld in het eerste lid, kan voor ten hoogste 40 procent van de subsidiabele kosten bestaan uit experimentele ontwikkeling.
Artikel 5.2.2 Subsidiecriteria
Subsidie kan slechts worden verstrekt als de activiteiten, bedoeld in artikel 5.2.1, voldoen aan één van de volgende criteria:
- a.
het project:
- i.
is gericht op de ontwikkeling van een innovatief product, innovatief productieproces, innovatieve methode of innovatieve dienst; of
- ii.
is noodzakelijk als voorbereiding op een technisch of financieel risicovol onderzoeks- en ontwikkelingsproject;en
- i.
- b.
het innovatief product, productieproces, methode of dienst heeft de potentie op een grote uitrol in de provincie Utrecht.
Artikel 5.2.3 Subsidieontvangers
Subsidie kan worden verstrekt aan een kmo gevestigd in de provincie Utrecht.
Artikel 5.2.4 Hoogte van de subsidie
-
1. De subsidie bedraagt minimaal € 10.000,- en maximaal € 50.000,-.
-
2. De subsidie bedraagt maximaal 60% van de subsidiabele kosten voor het uitvoeren van een haalbaarheidsstudie en 35% van de subsidiabele kosten die toe te schrijven zijn aan experimentele ontwikkeling.
-
3. De steunintensiteit kan met 10% worden verhoogd voor kleine ondernemingen.
Artikel 5.2.5 Subsidiabele kosten
-
1. De volgende kosten voor de activiteiten, bedoeld in artikel 5.2.1 zijn subsidiabel, mits deze aantoonbaar zijn en voldoen aan artikel 4.8 van de AsvpU en de Beleidsregel projectsubsidies:
- a.
loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor onderzoekers, technici en ander ondersteunend personeel voor zover zij zich met het onderzoeksproject bezighouden;
- b.
kosten van contractonderzoek, kennis en octrooien die op arm's length-voorwaarden worden gekocht bij of waarvoor een licentie wordt verleend door externe bronnen, alsmede kosten voor consultancy en gelijkwaardige diensten die uitsluitend voor het project worden gebruikt; en
- c.
bijkomende algemene kosten en andere operationele uitgaven, waaronder die voor materiaal, leveranties en dergelijke producten, die rechtstreeks uit het project voortvloeien.
- a.
-
2. Bij haalbaarheidsstudies zijn de in aanmerking komende kosten, de kosten van de studie.
Artikel 5.2.6 Te overleggen informatie bij een aanvraag
Met inachtneming van artikel 4.4 AsvpU, wordt bij de subsidieaanvraag een projectplan meegestuurd met in ieder geval:
- -
een beschrijving van het eindresultaat of eindresultaten;
- -
een beschrijving van de activiteiten en planning;
- -
een beschrijving van het innovatieve karakter van het product, het proces, de methode of de dienst of het innovatieve karakter van het onderzoeks- en ontwikkelingsproject dat voorbereid wordt;
- -
een beschrijving van de potentie die de innovatie heeft tot grootschalige uitrol in de provincie Utrecht;
- -
een beschrijving van de verwachte bijdrage van de innovatie die voorbereid wordt aan de energietransitie in de provincie Utrecht.
Artikel 5.2.7 Weigeringsgronden
Subsidie kan worden geweigerd als de activiteiten onvoldoende gericht zijn op een innovatie die potentie heeft voor een grote uitrol in de provincie Utrecht.
Artikel 5.2.8 Staatssteun
Indien subsidie wordt verstrekt aan een onderneming wordt de subsidie verstrekt met inachtneming van de voorwaarden zoals opgenomen in:
- a.
artikel 25 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening; of
- b.
de reguliere De-minimisverordening.
Hoofdstuk 6 Slotbepalingen
Artikel 6.1 Intrekking
De Uitvoeringsverordening subsidie Energietransitie Provincie Utrecht 2021 wordt ingetrokken.
Artikel 6.2 Inwerkingtreding en overgangsrecht
Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal blad waarin zij wordt geplaatst en vervalt op 1 januari 2031, met dien verstande dat deze regeling van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn aangevraagd of verstrekt.
Artikel 6.3 Citeertitel
Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling energietransitie provincie Utrecht 2026-2030.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 3 maart 2026.
Voorzitter,
mr. J.H. Oosters
Secretaris,
mr. drs. A.G. Knol-van Leeuwen
Bijlage 1 Behorende bij artikel 3.1.1
Uitvoeringsplan onderdeel a
|
Aantal per Categorie |
Deelnemer (indien bekend) |
Te leveren ondersteuning |
Steunbedrag |
Looptijd |
|
Keuze uit:
|
Aantal energiescans |
€ |
dd-mm-jjjj |
|
|
Aantal thermografische onderzoeken |
€ |
dd-mm-jjjj |
||
|
Aantal adviezen kwartierdata analyse |
€ |
dd-mm-jjjj |
||
|
Procesbegeleiding |
€ |
dd-mm-jjjj |
||
|
Opstellen dashboard (indien uitkomsten energiescans direct ingezet voor collectief) |
€ |
dd-mm-jjjj |
||
|
Totaal |
€ |
Uitvoeringplan onderdeel b
|
Nr. |
Deelnemer |
Categorie |
Adres |
Te leveren ondersteuning |
Steunbedrag |
Looptijd |
|
1 |
<naam organisatie> |
Keuze uit:
|
Inregelen zonder energie-besparingsplicht |
€ |
dd-mm-jjjj |
|
|
Inregelen met energiebesparingsplicht |
€ |
dd-mm-jjjj |
||||
|
Verslaglegging |
€ |
dd-mm-jjjj |
||||
|
Totaal |
€ |
Bijlage 2 behorende bij artikel 5.2.1 (Innovatie)
In deze bijlage staat een uitwerking van de activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen gebaseerd op de categorisering van de deelprogramma’s uit de Meerjarige Missiegedreven Innovatieprogramma’s (MMIP) (Externe link:https://www.topsectorenergie.nl/missies-voor-energietransitie-en-duurzaamheid/mmip).
Slimme, flexibele en geïntegreerde energiesystemen
- -
Integratie zonnestroom systemen in de gebouwde omgeving (MMIP 2 deelprogramma 2a)
- -
Zonnestroomsystemen in het buitengebied (MMIP 2 deelprogramma 2b)
- -
Elektrificatie op gebouwniveau, waaronder opslag (MMIP 5 deelprogramma 1)
- -
Elektrificatie van wijken en bedrijfsterreinen (MMIP 5 deelprogramma 2)
- -
Nieuwe kaders voor het elektriciteitssysteem van de gebouwde omgeving (MMIP 5 deelprogramma 3)
- -
Elektrische infrastructuur in de gebouwde omgeving (MMIP 5 deelprogramma 4)
- -
Geïntegreerde energie-infrastructuur (MMIP 13 deelprogramma 3)
- -
Flexibele energiemarkten (MMIP 13 deelprogramma 4)
- -
Operationeel management en digitalisatie (MMIP 13 deelprogramma 6)
Energierenovaties in de gebouwde omgeving
- -
Ontwikkeling van integrale renovatieconcepten (MMIP 3 deelprogramma 1)
- -
Industrialisatie en digitalisering van het renovatieproces (MMIP 3 deelprogramma 2)
Opslag van energie
- -
Kleinschalige warmteopslag (MMIP 4 deelprogramma 3)
- -
Grootschalige warmteopslag (MMIP 4 deelprogramma 5)
- -
Conversie en opslag van energie (MMIP 13 deelprogramma 5)
- -
(Opslag van elektriciteit valt onder MMIP 5, deelprogramma’s 1 en 2)
Toelichting
Algemene toelichting
Deze subsidieregeling is gebaseerd op de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht 2022 (AsvpU). Hierin staan de algemene regels voor de aanvraag, de wijze van verdeling van subsidies, het verlenen van subsidies, verplichtingen van de subsidieontvanger, de vaststelling, de betaling en toezicht en naleving. Op subsidies die worden verstrekt in het kader van de Subsidieregeling energietransitie provincie Utrecht 2026-2030 zijn ook de regels van de AsvpU van toepassing.
Leeswijzer
In hoofdstuk 1 staan de algemene bepalingen van deze subsidieregeling.
In de volgende hoofdstukken 2 t/m 5 staan aanvullende bepalingen voor subsidies voor de thema’s: Verduurzaming woningen, Verduurzaming bedrijven en maatschappelijk organisaties, Opwek duurzame elektriciteit en Een geïntegreerd, innovatief, duurzaam en betaalbaar energiesysteem. Deze hoofdstukken zijn onderverdeeld in meerdere paragrafen met ieder een specifiek thema.
In hoofdstuk 6 staan de slotbepalingen van deze regeling.
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1.1 Definities
De in deze verordening gebruikte specifieke begrippen en verwijzingen staan in dit artikel.
Artikel 1.4 Subsidieaanvraag
Lid 1
De subsidies in deze regeling worden op volgorde van binnenkomst in behandeling genomen. Verdeling van het beschikbare budget vindt plaats op volgorde van ontvangst van de aanvragen.
Lid 2
Subsidie kan alleen worden aangevraagd via een digitaal formulier dat is te vinden op de website van de provincie Utrecht.
Voordat een aanvraag wordt ingediend, wordt geadviseerd in gesprek te gaan met de provincie. Hierin kunnen vragen worden beantwoord en onduidelijkheden worden voorkomen, hetgeen de kans op een gehonoreerde aanvraag vergroot. Na een prétoets kan de aanvraag formeel worden ingediend via het digitale aanvraagformulier van de provincie Utrecht.
Mocht een aanvraag onvolledig zijn of niet voldoen aan de aanvraagvereisten conform artikel 4.4 van de AsvpU, dan wordt de aanvrager een termijn geboden om aanvullende informatie aan te leveren. Een aanvraag die na deze termijn nog steeds niet voldoet, wordt niet in behandeling genomen.
Artikel 1.5 Beslistermijn
De beslissing op een volledige subsidieaanvraag vindt plaats binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag. Deze termijn kan éénmalig worden verlengd met maximaal 13 weken.
De beslistermijn kan tijdelijk worden opgeschort op grond van artikel 4:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), bijvoorbeeld wanneer:
- -
de aanvrager is verzocht om ontbrekende gegevens of documenten aan te vullen;
- -
er moet worden gewacht op informatie van een buitenlandse instantie;
- -
de aanvrager schriftelijk instemt met uitstel;
- -
de vertraging aan de aanvrager te wijten is;
- -
sprake is van overmacht bij de provincie.
Tijdens opschorting loopt de termijn niet door. Zodra de reden voor opschorting vervalt (bijvoorbeeld na ontvangst van de gevraagde informatie), gaat de resterende beslistermijn lopen.
Artikel 1.7 Algemene verplichtingen voor de aanvrager
Lid 1
De provincie wil activiteiten die tot nieuwe inzichten en kennis leiden, zoveel mogelijk kunnen gebruiken voor de doorontwikkeling van beleid. Hiervoor wordt altijd overlegd met de initiatiefnemer.
Lid 2
De AsvpU gaat uit van het principe dat gewerkt wordt vanuit vertrouwen. Het aantal informatieverplichtingen is daarom beperkt; de verantwoordelijkheid ligt bij de subsidieontvanger. In deze regeling leggen we geen verplichting op om tussentijds schriftelijk te rapporteren. Wel vragen we aanvragers die een project aan het uitvoeren zijn met een looptijd van meer dan één jaar om binnen zes maanden na de start van het project een afspraak te maken met de provincie over het rapporteren van de voortgang van het project. Als er sprake is van een subsidie waarin gevraagd wordt om aan het einde van de looptijd, de uitvoering van het project te verantwoorden, zal dit altijd via een schriftelijke rapportage plaats vinden.
Een aanvrager heeft daarnaast op grond van artikel 6.1 van de AsvpU de plicht om omstandigheden te melden waardoor de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel kunnen worden verricht of dat niet of niet geheel zal worden voldaan aan de subsidieverplichtingen. In dat geval kunnen Gedeputeerde Staten ambtshalve de subsidieverlening wijzigen of intrekken, de subsidie lager of op nihil vaststellen, voorschotten opschorten of verplichtingen aanpassen. Indien er geen melding is gedaan en pas bij een aanvraag voor vaststelling of bij een steekproef blijkt dat er wel een melding gedaan had moeten worden, kan dit leiden tot volledige terugvordering inclusief wettelijke rente. Onder de meldingsplicht van artikel 6.1 van de AsvpU valt eveneens het melden van het wijzigen van gebruikte materialen. In dat geval wordt immers de activiteit niet geheel verricht als de activiteit waarvoor subsidie is verleend.
Hoofdstuk 2 Verduurzaming woningen
Algemene toelichting
De vraag naar energie voor het verwarmen van woningen in de provincie Utrecht is groot. Om te komen tot een aardgasvrije woningvoorraad is het nodig om de vraag naar warmte te verlagen door middel van isolatie en om andere warmtebronnen te benutten. Hierbij vervullen gemeenten, woningcorporaties en energiecoöperaties of andere bewonersinitiatieven een voortrekkersrol. Om deze partijen te stimuleren om de opgave voortvarend op te pakken en hierbij de samenwerking met elkaar te zoeken, kunnen deze partijen subsidie aanvragen voor 6 onderdelen:
- •
Ondersteuning gemeenten uitwerking warmtetransitie
- •
Voorbeeldprojecten energiebesparing en energie-efficiënte warmtesystemen
- •
Vergroten draagvlak verduurzaming eigen woning
- •
Ondersteuning startende buurtinitiatieven warmtetransitie
- •
Ondersteuning buurtinitiatieven uitwerking warmtetransitie
- •
Professionaliseren van lokale vrijwilligersorganisaties gericht op de warmtetransitie
Paragraaf 2.1 Ondersteuning gemeenten uitwerking warmtetransitie
Algemene toelichting
Gemeenten hebben als taak om een Warmteprogramma op te stellen waarin ze de aanpak van het isoleren en aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving beschrijven. Afhankelijk van de aard van het warmteprogramma kan hiervoor een studie naar de milieueffecten nodig zijn. Voor een milieustudie die wordt gebruikt voor het Warmteprogramma, is een subsidie beschikbaar.
Gemeenten maken het warmteprogramma op het niveau van de wijk of buurt concreter in samenspraak met andere partijen. Collectieve warmtesystemen zijn van belang voor een robuust toekomstbestendig energiesysteem. Om zicht te krijgen op de haalbaarheid van collectieve systemen zijn studies naar technische en financiële aspecten nodig en moeten gebouweigenaren vroegtijdig worden betrokken; hiervoor is subsidie mogelijk. Wanneer een collectief systeem als haalbaar naar voren komt, is er aanvullend subsidie mogelijk voor zowel een verdiepende studie als het participatieproces.
Bij de aanvraag moet duidelijk zijn welk gebied of welke gebouwen in de studie worden onderzocht, hoe de buurt of de gebouweigenaren hierbij worden betrokken en hoe de besluitvorming over de uitkomst van de studie en/of het proces is voorzien.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 2.1.4 Hoogte van de subsidie
Lid 1
De hoogte van de subsidie wordt per aanvraag bepaald binnen een bandbreedte van € 10.000 en € 190.000.
Lid 2
De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten. In artikel 2.1.5 staan de subsidiabele kosten omschreven.
Lid 3, onder a
Bij een project waarbij één onderdeel (a, b of d) wordt uitgevoerd bedraagt de subsidie maximaal € 30.000,-.
Lid 3, onder b
Bij een project waarbij één onderdeel (c of e) wordt uitgevoerd bedraagt de subsidie maximaal € 50.000,-.
Lid 3, onder c
Meerdere onderdelen (activiteiten a tot en met e) kunnen bij elkaar gevoegd worden in één projectplan indien ze als herkenbare activiteiten in het plan zijn uitgewerkt. In dat geval kan de subsidie oplopen tot maximaal € 190.000,-
Artikel 2.1.6 Te overleggen informatie bij een aanvraag
Voor de betreffende paragraaf is een sjabloon voor het projectplan en begroting beschikbaar op de website van de provincie Utrecht, zodat aanvragers worden geholpen om te kunnen voldoen aan de gestelde eisen en een volledig en correct projectplan kunnen indienen.
De vereisten uit artikel 4.4 van de Algemene subsidieverordening Provincie Utrecht 2022 vormen een integraal onderdeel van het projectplan. Dit betekent dat de volgende informatie verwerkt moet zijn in het projectplan:
- -
een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; en
- -
de doelen die worden nagestreefd en hoe de activiteiten daaraan bijdragen.
Aanvullend hierop wordt op basis van artikel 2.1.6 gevraagd om de volgende informatie:
- -
een beschrijving van het gebied;
- -
een beschrijving van het eindresultaat of eindresultaten; en
- -
een planning van de activiteiten.
Ook wordt gevraagd om de volgende stukken mee te sturen:
- -
een begroting met een sluitend dekkingsplan minimaal inhoudende een dekking van de kosten;
- -
indien van toepassing de stukken ten bewijze van toegezegde bijdragen door derden; en
- -
stukken waaruit blijkt dat de ondertekenaar van de aanvraag bevoegd is om de aanvraag in te dienen.
Paragraaf 2.2 Voorbeeldprojecten energiebesparing en energie-efficiënte warmtesystemen
Algemene toelichting
De warmtetransitie bevindt zich in de beginfase. Een versnelling is nodig om voor 2050 tot een aardgasvrije woningvoorraad te komen. Daarom is er behoefte aan projecten die in de praktijk binnen de provincie aantonen met welke technieken en tools deze versnelling mogelijk is. De subsidie is bedoeld om de totstandkoming van dergelijke voorbeeldprojecten met potentie tot opschaling te stimuleren. De subsidie is beschikbaar voor een partij die zelf meerdere woningen bezit of de eigenaren daarvan vertegenwoordigt.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 2.2.2 Subsidiecriteria
Een aanvraag wordt beoordeeld op basis van alle 3 de genoemde criteria.
Artikel 2.2.6 Te overleggen informatie bij een aanvraag
Voor de betreffende paragraaf is een sjabloon voor het projectplan en begroting beschikbaar op de website van de provincie, zodat aanvragers worden geholpen om te kunnen voldoen aan de gestelde eisen en een volledig en correct projectplan kunnen indienen.
De vereisten uit artikel 4.4 van de Algemene subsidieverordening Provincie Utrecht 2022 vormen een integraal onderdeel van het projectplan. Dit betekent dat de volgende informatie verwerkt moet zijn in het projectplan:
- -
een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
- -
de doelen die worden nagestreefd en hoe de activiteiten daaraan bijdragen;
Aanvullend hierop wordt op basis van artikel 2.2.6 gevraagd om de volgende informatie:
- -
een beschrijving van het eindresultaat of eindresultaten;
- -
een planning van de activiteiten;
- -
een beschrijving van de toegepaste techniek waaruit blijkt dat het om een niet gangbare techniek gaat in de context van de warmtetransitie in de provincie Utrecht; en
- -
een beschrijving van wat het specifieke project gaat opleveren voor een bredere toepassing in de provincie Utrecht.
Ook wordt gevraagd om de volgende stukken mee te sturen:
- -
een begroting met een sluitend dekkingsplan minimaal inhoudende een dekking van de kosten;
- -
indien van toepassing de stukken ten bewijze van toegezegde bijdragen door derden; en
- -
stukken waaruit blijkt dat de ondertekenaar van de aanvraag bevoegd is om de aanvraag in te dienen.
Paragraaf 2.3 Vergroten draagvlak verduurzaming eigen woning
Algemene toelichting
Een inclusieve energietransitie houdt onder meer in dat verduurzaming voor elke woningeigenaar haalbaar en betaalbaar moet zijn. Hiervoor zijn diverse landelijke en lokale regelingen. Gemeenten zijn actief aan de slag met onder meer isolatie-aanpakken. Bij een deel van de particuliere huiseigenaren is extra inspanning nodig om in contact te komen. De subsidie is bedoeld voor gemeenten die hiervoor in samenwerking met het sociaal domein een project willen uitvoeren. De aanvrager toont met objectieve gegevens aan dat de doelgroep een lage deelnamegraad heeft aan eerdere verduurzamingsmaatregelen en waarom aanvullende activiteiten nodig zijn. De onderbouwing kan gebruikmaken van landelijk of regionaal onderzoek dat aantoont dat vergelijkbare doelgroepen een lage deelnamegraad hebben. In dat geval moet de aanvrager expliciet aangeven hoe deze bevindingen relevant zijn voor de lokale situatie. Daarnaast maakt de aanvrager duidelijk hoeveel woningeigenaren hij met het project wil bereiken en op welke wijze.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 2.3.6 Te overleggen informatie bij een aanvraag
Voor de betreffende paragraaf is een sjabloon voor het projectplan en begroting beschikbaar op de website van de provincie, zodat aanvragers worden geholpen om te kunnen voldoen aan de gestelde eisen en een volledig en correct projectplan kunnen indienen.
De vereisten uit artikel 4.4 van de Algemene subsidieverordening Provincie Utrecht 2022 vormen een integraal onderdeel van het projectplan. Dit betekent dat de volgende informatie verwerkt moet zijn in het projectplan:
- -
een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
- -
de doelen die worden nagestreefd en hoe de activiteiten daaraan bijdragen;
Aanvullend hierop wordt op basis van artikel 2.3.6 gevraagd om de volgende informatie:
- -
een beschrijving van het eindresultaat of eindresultaten;
- -
een planning van de activiteiten;
- -
een onderbouwing van de doelgroep en de lage deelnamegraad;
- -
een beschrijving van de output-indicatoren waarmee de deelnamegraad wordt gemonitord;
- -
een analyse van de specifieke situatie en de gebiedsgerichte verduurzamingsaanpak;
- -
een beschrijving van de projectorganisatie; en
- -
een beschrijving van de samenwerking met het sociaal domein.
Ook wordt gevraagd om de volgende stukken mee te sturen:
- -
een begroting met een sluitend dekkingsplan minimaal inhoudende een dekking van de kosten;
- -
indien van toepassing de stukken ten bewijze van toegezegde bijdragen door derden;
- -
stukken waaruit blijkt dat de ondertekenaar van de aanvraag bevoegd is om de aanvraag in te dienen;
- -
indien van toepassing: een samenwerkingsovereenkomst tussen de deelnemende organisaties.
Paragraaf 2.4 Ondersteuning startende buurtinitiatieven warmtetransitie
Algemene toelichting
Bewoners die zelf aan de slag willen gaan met de verduurzaming van hun buurt zoeken vaak nog naar manieren om dat goed georganiseerd te krijgen. Deze subsidie is bedoeld om startende initiatieven op weg te helpen met het opstellen van een plan voor de buurt en het zoeken naar de juiste samenwerkingsvorm om dat plan uitgevoerd te krijgen. Het kan daarbij gaan om een plan om meer energie te besparen en om het zoeken naar duurzamere warmteoplossingen. De subsidie is bedoeld voor initiatieven waarbij minimaal 10 huishoudens op minimaal 10 verschillende adressen binnen de buurt betrokken bij zijn. De subsidie bedraagt maximaal € 20.000.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 2.4.1 Subsidiabele activiteiten
Onderdeel a
De activiteiten beschreven in onderdeel a maken deel uit van een project waarin het uiteindelijk doel is om te komen tot een plan(startdocument). Om dit te bereiken kan gedacht worden aan de volgende activiteiten:
- -
het inventariseren van bewonersbetrokkenheid door inzicht te verkrijgen in de verschillende sociale netwerken;
- -
het organiseren van bewonersbijeenkomst(en);
- -
het opstellen van een eenvoudig participatieplan;
- -
het opstellen van een activiteitenplan met doelen en financiële dekking om het initiatief te bestendigen naar de toekomst toe;
- -
het voeren van gesprekken met belangrijke stakeholders waaronder de gemeente;
- -
het in beeld brengen van het gewenste isolatie-niveau en de daarbij behorende maatregelen voor veel voorkomende voorbeelden in de buurt; en
- -
het opstellen van een eerste longlist van mogelijke warmteoplossingen.
Onderdeel b
Als het initiatief de ambitie heeft om het oprichten van een rechtspersoon op te nemen in het project dan kan de aanvrager denken aan de volgende activiteiten:
- -
het inschrijven van een rechtspersoon in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel;
- -
het aanvragen van een bankrekening en andere activiteiten om een functionerende rechtspersoon te worden zoals de notariële kosten voor het opstellen van een akte;
- -
het ontwikkelen van (digitale) communicatiemiddelen; en
- -
het opzetten van een basisadministratie.
Artikel 2.4.6 Te overleggen informatie bij een aanvraag
Onderdeel a
Voor de betreffende paragraaf is een sjabloon voor het projectplan en begroting beschikbaar op de website van de provincie, zodat aanvragers worden geholpen om te kunnen voldoen aan de gestelde eisen en een volledig en correct projectplan kunnen indienen.
De vereisten uit artikel 4.4 van de Algemene subsidieverordening Provincie Utrecht 2022 vormen een integraal onderdeel van het projectplan. Dit betekent dat de volgende informatie verwerkt moet zijn in het projectplan:
- -
een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; en
- -
de doelen die worden nagestreefd en hoe de activiteiten daaraan bijdragen.
Aanvullend hierop wordt op basis van artikel 2.4.6 gevraagd om de volgende informatie:
- -
een beschrijving van de buurt;
- -
een beschrijving van het eindresultaat of eindresultaten;
- -
een beschrijving van de activiteiten en planning om te komen tot een document waarin de volgende onderdelen worden beschreven:
- o
het vormen van een visie voor de wijk of buurt;
- o
inzicht in samenstelling van de wijk of buurt en haar sociale netwerken;
- o
dewijze waarop samengewerkt wordt met de gemeente;
- o
de inrichting en financiering van de organisatie.
- o
Ook wordt gevraagd om de volgende stukken mee te sturen:
- -
een begroting met een sluitend dekkingsplan minimaal inhoudende een dekking van de kosten; en
- -
indien van toepassing de stukken ten bewijze van toegezegde bijdragen door derden.
- -
stukken waaruit blijkt dat de ondertekenaar van de aanvraag bevoegd is om de aanvraag in te dienen.
Onderdeel b
- -
Om te borgen dat het initiatief voldoende draagvlak heeft onder de bewoners wordt gevraagd om een lijst van minimaal 10 huishoudens die het kernteam vormen. Het gaat dan om de namen van personen die hieraan gaan deelnemen.
Paragraaf 2.5 Ondersteuning buurtinitiatieven uitwerking warmtetransitie
Algemene toelichting
Bewoners die al een plan(startdocument) hebben opgesteld en zich al georganiseerd hebben in een bepaalde rechtsvorm kunnen aan de slag met de verdieping van hun plan en het vergroten van de deelnamegraad aan het plan (participatie). De verdieping kan in 2 fases plaats vinden:
- a.
Het opstellen van een gedragen strategie of koersdocument voor de warmtetransitie in een wijk of buurt;
- b.
Het opstellen van een buurtenergieplan.
Het project kan bestaan uit activiteiten om één fase uit te voeren maar het kan ook om een project gaan waarbij beide fases worden uitgevoerd.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 2.5.1 Subsidiabele activiteiten
Onderdeel a:
De activiteiten beschreven in onderdeel a maken deel uit van een project waarin het uiteindelijk doel is om een gedragen strategie of koersdocument voor de warmtetransitie in een wijk of buurt op te stellen.
Om dit te bereiken kan gedacht worden aan de volgende activiteiten:
- -
Opstellen van een financiële onderbouwing als basis voor verdere planvorming over de aanpak van de isolatie-opgave en de overstap naar duurzaam verwarmen.
- -
Uitvoeren van participatie- en communicatietrajecten om bewoners te betrekken en input op te halen.
- -
Informeren van bewoners over voortgang en terugkoppelen van resultaten.
- -
Uitvoeren van technische en inhoudelijke analyses en het opstellen van concrete maatregelen en haalbaarheidsstudies naar de aanpak van de isolatie-opgave en de overstap naar duurzaam verwarmen.
- -
Versterken van samenwerking met gemeente en andere partners en ondersteunen van startende initiatieven.
Onderdeel b
De activiteiten beschreven in onderdeel b maken deel uit van een project waarin het uiteindelijk doel is om een buurtenergieplan op te leveren, waarin een gedragen keuze voor een duurzame manier van verwarmen is opgenomen.
In deze fase zijn de onderstaande activiteiten erop gericht het bewonersinitiatief te begeleiden naar de totstandkoming van een buurtenergieplan.
- -
Keuze en uitwerking van het technische voorkeursscenario voor een aardgasvrije buurt, inclusief organisatie-, samenwerkings-, eigendoms- en financieringsstructuur.
- -
Uitvoeren van bewonersparticipatie en communicatie, met bijeenkomsten en heldere informatie over techniek, organisatie en voortgang.
- -
Technische en financiële uitwerking van het voorkeursscenario, inclusief haalbaarheidsstudies, energiebesparingsmaatregelen en een businesscase.
- -
Afstemming en samenwerking met gemeente en andere partners, inclusief ruimtelijke kaders en samenwerkingsafspraken.
- -
Een plan maken voor de organisatie en financiering van de uitvoering, inclusief borging van betrokkenheid en capaciteit
Artikel 2.5.4 Hoogte van de subsidie
Lid 1
De hoogte van de subsidie wordt bepaald binnen een bandbreedte van € 20.000 en € 160.000.
Lid 2
De subsidie bedraagt maximaal 60% van de subsidiabele kosten. In artikel 2.5.5 staan de subsidiabele kosten omschreven.
Lid 3
Het subsidiepercentage kan worden verhoogd tot 80% van de subsidiabele kosten afhankelijk van de grootte van het bedrijf.
Lid 4, onder a
Bij een project waarbij één fase wordt uitgevoerd, bedraagt de subsidie maximaal € 60.000,-. Voor een project dat gericht is op de uitvoering van twee fases bedraagt de subsidie maximaal € 120.000,-. Beide fases moeten wel duidelijk te herkennen zijn in het projectplan.
Lid 4, onder b
Voor buurten of wijken met meer dan 1.000 huishoudens kan er € 80.000,- worden aangevraagd. Voor een project dat gericht is op de uitvoering van twee fases bedraagt de subsidie € 160.000,- voor buurten met meer dan 1.000 huishoudens als doelgroep. Hiervoor moet de aanvraag en het projectplan wel duidelijk onderbouwd zijn. Beide fases moeten wel duidelijk te herkennen zijn in het projectplan.
Artikel 2.5.6 Te overleggen informatie bij een aanvraag
Onderdeel a
Voor de betreffende paragraaf is een sjabloon voor het projectplan en begroting beschikbaar op de website van de provincie, zodat aanvragers worden geholpen om te kunnen voldoen aan de gestelde eisen en een volledig en correct projectplan kunnen indienen.
De vereisten uit artikel 4.4 van de Algemene subsidieverordening Provincie Utrecht 2022 vormen een integraal onderdeel van het projectplan. Dit betekent dat de volgende informatie verwerkt moet zijn in het projectplan:
- -
een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; en
- -
de doelen die worden nagestreefd en hoe de activiteiten daaraan bijdragen.
Aanvullend hierop wordt op basis van artikel 2.5.6 gevraagd om de volgende informatie:
- -
een beschrijving van de wijk of buurt;
- -
een beschrijving van het eindresultaat of eindresultaten; en
- -
een planning van de activiteiten.
Ook wordt gevraagd om de volgende stukken mee te sturen:
- -
een begroting met een sluitend dekkingsplan minimaal inhoudende een dekking van de kosten;
- -
indien van toepassing de stukken ten bewijze van toegezegde bijdragen door derden; en
- -
stukken waaruit blijkt dat de ondertekenaar van de aanvraag bevoegd is om de aanvraag in te dienen.
Onderdeel b
- -
Om te voorkomen dat subsidies worden verstrekt die strijdig zijn met gemeentelijk beleid wordt een steunverklaring gevraagd van de gemeente waarin het initiatief zich bevindt. Een steunverklaring wordt doorgaans afgegeven door een besluit van of namens het college van burgemeester en wethouders.
Paragraaf 2.6 Professionaliseren van lokale vrijwilligersorganisaties gericht op de warmtetransitie
Algemene toelichting
Het professionaliseren van de werkwijze van een gemeente-breed bewonersinitiatief met de focus op warmte en energiebesparing. Dit omvat onder andere:
- -
het versterken van de organisatorische structuur door het inwinnen van extern advies of door het volgen of aanbieden van trainingen en cursussen onder de (bestuurs)leden en vrijwilligers;
- -
het verbeteren van de samenwerking met de gemeente en andere stakeholders;
- -
het implementeren of verbeteren van interne werkprocessen die de efficiëntie en effectiviteit van de organisatie vergroten;
- -
het ontwikkelen en aanschaffen van digitale tools om de interne processen efficiënter en effectiever te maken.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 2.6.6 Te overleggen informatie bij een aanvraag
Onderdeel a
Voor de betreffende paragraaf is een sjabloon voor het projectplan en begroting beschikbaar op de website van de provincie, zodat aanvragers worden geholpen om te kunnen voldoen aan de gestelde eisen en een volledig en correct projectplan kunnen indienen.
De vereisten uit artikel 4.4 van de Algemene subsidieverordening Provincie Utrecht 2022 vormen een integraal onderdeel van het projectplan. Dit betekent dat de volgende informatie verwerkt moet zijn in het projectplan:
- -
een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; en
- -
de doelen die worden nagestreefd en hoe de activiteiten daaraan bijdragen.
Aanvullend hierop wordt op basis van artikel 2.6.6, onder a, gevraagd om de volgende informatie:
- -
een beschrijving van het eindresultaat of eindresultaten;
- -
de organisatiedoelen en indien van toepassing de opleidingsdoelen van de organisatie; en
- -
een beschrijving van de activiteiten, het beoogde effect van deze activiteiten en een planning.
Ook wordt gevraagd om de volgende stukken mee te sturen:
- -
een begroting met een sluitend dekkingsplan minimaal inhoudende een dekking van de kosten;
- -
indien van toepassing de stukken ten bewijze van toegezegde bijdragen door derden; en
- -
stukken waaruit blijkt dat de ondertekenaar van de aanvraag bevoegd is om de aanvraag in te dienen.
Onderdeel b
- -
Om te voorkomen dat subsidies worden verstrekt die strijdig zijn met gemeentelijk beleid wordt een steunverklaring gevraagd van de gemeente waarin het initiatief zich bevindt. Een steunverklaring wordt doorgaans afgegeven door een besluit van of namens het college van burgemeester en wethouders.
Hoofdstuk 3 Verduurzaming bedrijven en maatschappelijk organisaties
Algemene toelichting
Veel bedrijven en maatschappelijke organisaties willen van het gas af, verduurzamen en energiekosten verlagen—maar hebben daar gerichte hulp bij nodig. De subsidie is bedoeld om zowel op het niveau van het zelfstandig bedrijf te verduurzaming als op het niveau van een werklocatie (zoals bedrijventerreinen, kantoorlocaties en overige utiliteitsclusters) te ondersteunen. Subsidieaanvragen lopen via gemeenten of collectieven van bedrijven en maatschappelijke organisaties die dicht bij de doelgroep staan en met deze ondersteuning meer kunnen bereiken.
Met de volgende subsidiemogelijkheden richt de provincie zich op het stimuleren van bedrijven en maatschappelijke organisaties om meer energie te besparen:
- •
Stimulering energiebesparing bij bedrijven en maatschappelijke organisaties
- •
Verduurzamen werklocaties
Paragraaf 3.1 Stimulering energiebesparing bij bedrijven en maatschappelijke organisaties
Algemene toelichting
Veel bedrijven en maatschappelijke organisaties willen energiekosten verlagen, CO2-uitstoot verminderen en toewerken naar het aardgasvrij zijn. Dit onderdeel helpt aanvragers om hun doelgroep stapsgewijs te ondersteunen: van inzicht in het energiebesparingspotentieel, via planvorming en een investeringsbesluit, naar realisatie en borging van besparing.
De subsidie is bedoeld voor trajecten met meerdere deelnemers tegelijk. Het gaat om het uitvoeren van energiescans, waar passend aangevuld met thermografisch onderzoek en kwartierdata-analyse, en om procesbegeleiding tot en met het investeringsbesluit. Na het besluit kan procesbegeleiding worden ingezet voor de uitvoering, waaronder het inregelen of koppelen van EBS/EMS voor inzicht en actieve sturing, en het vastleggen van de gerealiseerde besparing. Waar dit helpt voor een gebiedsaanpak kunnen de resultaten uit individuele scans worden gebundeld in een energiedashboard.
Bij de aanvraag is duidelijk welke doelgroep(en) benaderd gaan worden, welke onderdelen worden meegenomen, en hoe de besluitvorming en planning zijn ingericht. Toepassing van EBS/EMS ziet op inzicht en actieve sturing; voor deelnemers met energiebesparingsplicht komt alleen het bovenwettelijke deel in aanmerking. Hardware, licenties en uitvoering van maatregelen vallen buiten deze subsidie. Aanvragen worden ingediend door gemeenten of door collectieven die de deelnemers vertegenwoordigen.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 3.1.4 Hoogte van de subsidie
Leden 1 en 2
De maximale subsidie is € 100.000,- voor energiescans en andere aanvullende activiteiten genoemd in onderdeel a van artikel 3.1.1. Van de aanvrager wordt een eigen bijdrage verwacht van 40%.
Het subsidiebedrag komt tot stand op basis van een aantal voorwaarden. Minimaal 80% van de kosten wordt besteed aan de activiteiten (diensten) die direct aangeboden worden aan de deelnemende bedrijven. 20% kan de aanvrager besteden aan communicatie, promotie, publiciteit, coördinatie of administratie.
Per type activiteit is een bepaald bedrag voorzien:
- -
maximaal € 1.500,- per bedrijf voor een energiescan;
- -
maximaal € 500,- per bedrijf voor advisering op basis van kwartierdata-analyse;
- -
maximaal € 500,- per bedrijf voor een thermografisch onderzoek;
- -
maximaal € 500,- per bedrijf voor procesbegeleiding tot aan het investeringsbesluit;
- -
Per werklocatie maximaal € 2.500,- voor het opstellen van een dashboard.
In bijlage 1 is een sjabloon (tabel) opgenomen die gebruikt kan worden om voor een aanvraag het aantal te leveren diensten te begroten.
Leden 3, 4 en 5
Voor procesbegeleiding tijdens de realisatie bedraagt de subsidie maximaal € 10.000. Van de aanvrager wordt een eigen bijdrage verwacht van 50%.
Het subsidiebedrag komt tot stand op basis van een aantal voorwaarden. Maximaal 15% van de kosten wordt besteed aan verslaglegging van de van de gerealiseerde besparing.
Per type activiteit is een bepaald bedrag voorzien. In bijlage 1 is een sjabloon (tabel) opgenomen die gebruikt kan worden om voor een aanvraag het aantal te leveren diensten te begroten.
- -
maximaal € 500,- per bedrijf aan procesondersteuning;
- -
voor deelnemers die niet onder de energiebesparingsplicht vallen: maximaal € 350,- voor het koppelen en inregelen van de P1-meter of een eenvoudig energiebeheersysteem (EBS), inclusief het instellen van regels en meldingen, basis-EMS-functionaliteit passend bij deze doelgroep en kort advies voor gebruik;
- -
voor deelnemers die wel onder de energiebesparingsplicht vallen: maximaal € 750,- voor EMS-functionaliteit voor extra inzicht en actieve sturing aanvullend op een bestaand EBS, voor zover bovenwettelijk (niet reeds EML-verplicht), inclusief scenario’s voor piekvermijding, integratie en inregelen met bestaande systemen, gestandaardiseerde dataverwerking/visualisatie, alarmering en rapportage gericht op aantoonbare besparing (energie en CO₂) en kort advies voor gebruik.
Artikel 3.1.6 Te overleggen informatie bij een aanvraag
Onderdeel a
Voor de betreffende paragraaf is een sjabloon voor het projectplan en begroting beschikbaar op de website van de provincie, zodat aanvragers worden geholpen om te kunnen voldoen aan de gestelde eisen en een volledig en correct projectplan kunnen indienen.
De vereisten uit artikel 4.4 van de Algemene subsidieverordening Provincie Utrecht 2022 vormen een integraal onderdeel van het projectplan. Dit betekent dat de volgende informatie verwerkt moet zijn in het projectplan:
- -
een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; en
- -
de doelen die worden nagestreefd en hoe de activiteiten daaraan bijdragen.
Aanvullend hierop wordt op basis van artikel 3.1.6 gevraagd om de volgende informatie:
- -
een beschrijving van het eindresultaat of eindresultaten;
- -
een planning van de activiteiten; en
- -
een beschrijving van de projectorganisatie.
Ook wordt gevraagd om de volgende stukken mee te sturen:
- -
een begroting met een sluitend dekkingsplan minimaal inhoudende een dekking van de kosten;
- -
indien van toepassing de stukken ten bewijze van toegezegde bijdragen door derden; en
- -
stukken waaruit blijkt dat de ondertekenaar van de aanvraag bevoegd is om de aanvraag in te dienen.
Onderdeel b
- -
Het uitvoeringsplan is een overzicht met het aantal beoogde bedrijven en maatschappelijke organisaties die gebruik gaan maken van verschillende diensten (zoals energiescans, thermografische onderzoeken e.d.) die worden aangeboden en hoe hierover gerapporteerd gaat worden. De vorm van dit overzicht moet overeenkomen met bijlage 1 van deze regeling.
Paragraaf 3.2 Verduurzamen werklocaties
Algemene toelichting
Bedrijventerreinen, kantoorlocaties en utiliteitsclusters hebben veel besparingskansen als partijen samenwerken. Dit onderdeel ondersteunt aanvragers bij het opzetten of versterken van een samenwerkingsverband en bij het maken van een gezamenlijke routekaart voor verduurzaming en energiebesparing op de werklocatie.
De regeling biedt de mogelijkheid subsidie aan te vragen voor procesbegeleiding voor het organiserend vermogen en het opstellen van een projectplan met prioriteiten en fasering. Daarnaast kan worden gekozen voor instrumenten die inzicht en keuzehulp geven: een energiedashboard voor monitoring en, waar passend, een digital twin om scenario’s en keuzes te verkennen. Voor de stap naar uitvoering is projectmanagement subsidiabel voor tenminste drie collectieve maatregelen, in de fases vanaf opdrachtverstrekking tot en met oplevering.
Bij de aanvraag is duidelijk afgebakend om welke werklocatie(s) het gaat, welke partijen deelnemen en hoe besluitvorming en planning worden ingericht. Als gegevens worden verzameld, is geborgd dat eigenaarschap, privacy en overdraagbaarheid van data goed zijn geregeld. Uitvoering van maatregelen en aanschaf van hardware of licenties vallen buiten deze subsidie. Aanvragen worden ingediend door gemeenten of door collectieven die de deelnemers vertegenwoordigen.
Artikel 3.2.2 Subsidiecriteria
Lid 3
Om te borgen dat nieuwe werklocaties wordt ondersteund die nog niet eerder ondersteund zijn door de provincie Utrecht wordt er getoetst of er een zogenaamde “Aanjager Programma Verduurzaming Bedrijventerreinen” of “Hub-regisseur” actief is of actief is op de werklocatie. Hiermee wordt ook voorkomen dat er overcompensatie plaats vindt op de werklocatie.
Artikel 3.2.6 Te overleggen informatie bij een aanvraag
Voor de betreffende paragraaf zijn verschillende projectplan-sjablonen beschikbaar op de website van de provincie. Ook is er en sjabloon beschikbaar voor een begroting op de website van de provincie, zodat aanvragers worden geholpen om te kunnen voldoen aan de gestelde eisen en een volledig en correct projectplan kunnen indienen.
De vereisten uit artikel 4.4 van de Algemene subsidieverordening Provincie Utrecht 2022 vormen een integraal onderdeel van het projectplan. Dit betekent dat de volgende informatie verwerkt moet zijn in het projectplan:
- -
een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; en
- -
de doelen die worden nagestreefd en hoe de activiteiten daaraan bijdragen.
Ook wordt gevraagd om de volgende stukken mee te sturen:
- -
een begroting met een sluitend dekkingsplan minimaal inhoudende een dekking van de kosten;
- -
indien van toepassing de stukken ten bewijze van toegezegde bijdragen door derden; en
- -
stukken waaruit blijkt dat de ondertekenaar van de aanvraag bevoegd is om de aanvraag in te dienen.
Hieronder wordt toegelicht welke informatie gevraagd wordt voor de onderdelen a tot en met e van de subsidiabele activiteiten.
Lid 1, onder a
Voor dit onderdeel wordt voor de activiteiten die in artikel 3.2.1, eerste lid onder a en b beschreven staan gevraagd om de volgende informatie:
- -
een beschrijving van het eindresultaat of eindresultaten;
- -
een lijst en beschrijving van de werklocatie(s) met per werklocatie een deelnemerslijst van de minimaal 15 geïnteresseerde bedrijven of minimaal 7 geïnteresseerde maatschappelijke organisaties;
- -
een kaart met een geografische afbakening van de werklocatie(s);
- -
het beoogde organisatiemodel;
- -
de aanpak van de procesbegeleiding (kerndoelen, hoofdactiviteiten en globale planning); en
- -
de betrokken stakeholders;
Lid 1, onder b
Bij een subsidieaanvraag voor de in artikel 3.2.1 onder a en b bedoelde activiteiten, worden aanvullend op het eerste lid, een verklaring meegestuurd dat op de betreffende werklocatie geen door de provincie betaalde “Aanjager Programma Verduurzaming Bedrijventerreinen” of “Hub-regisseur” actief is of actief is geweest. Dit om te borgen dat een groeiend aantal werklocaties wordt ondersteund en er geen overcompensatie plaatsvindt.
Lid 2, onder a
Voor dit onderdeel wordt voor de activiteiten die in artikel 3.2.1, eerste lid onder c en d beschreven staan gevraagd om de volgende informatie:
- -
een lijst en kaart met geografische afbakening van de werklocaties;
- -
het doel en scope van het dashboard of digital twin;
- -
de wijze van dataverzameling op hoofdlijnen; en
- -
een beschrijving van de kernactiviteiten, globale planning en rolverdeling van betrokken partijen.
Lid 2, onder b
Bij een subsidieaanvraag voor de in artikel 3.2.1 onder a en b bedoelde activiteiten, worden aanvullend op het eerste lid, een verklaring meegestuurd dat op de betreffende werklocatie niet eerder een energiedashboard of digital twin is ingericht.
Lid 3
Voor dit onderdeel wordt voor de activiteit die artikel 3.2.6, eerste lid onder e beschreven staat gevraagd om de volgende informatie:
- -
een beschrijving van het eindresultaat of eindresultaten; en
- -
een lijst en kaart met geografische afbakening van de werklocaties.
Hoofdstuk 4 Opwek duurzame elektriciteit
Algemene toelichting
De provincie Utrecht stimuleert de overgang naar hernieuwbare energie, met als doel in 2030 2,4 TWh op te wekken uit zon en wind. Belangrijk daarbij is dat omwonenden meeprofiteren en actief kunnen meedenken en meebeslissen, met minimaal 50% lokaal eigenaarschap als uitgangspunt. Het maximaal gebruik van de ruimte, door meer daken en parkeerterreinen te benutten draagt daar ook aan bij.
Met de volgende subsidiemogelijkheden richt de provincie zich op het stimuleren van duurzame elektriciteit:
- •
Versterken organisatiekracht en participatie bij lokale initiatieven voor opwek;
- •
Investeringsregeling stimulering multifunctionele zonprojecten.
Paragraaf 4.1 Versterken organisatiekracht en participatie bij lokale initiatieven voor opwek
Algemene toelichting
De provincie Utrecht vindt het belangrijk dat de inwoners mee kunnen doen en profiteren van de energietransitie. Ook in het Klimaatakkoord wordt de noodzaak van participatie onderstreept. Intussen zijn er binnen de provincie verschillende initiatieven ontstaan en verschillende energiecoöperaties opgericht. Om deze initiatieven te helpen bij het professionaliseren en het realiseren van energieprojecten worden drie instrumenten aangeboden:
Onderdeel a: Oprichten van een energiecoöperatie en initiatieffase kleinschalig opwekproject uit hernieuwbare bonnen zoals wind of zon.
Beginnende energiecoöperaties kunnen maximaal € 20.000,- subsidie aanvragen om op te starten. Hiermee kunnen alle noodzakelijke proceskosten voor de oprichting van een energiecoöperatie worden vergoed. Voorbeelden van proceskosten zijn: notariskosten, het opzetten van een CRM-systeem of het inrichten van een website.
Ook kunnen bestaande energiecoöperaties subsidie aanvragen voor kleinschalige projecten voor elektriciteitsopwekking. Het gaat om projecten tussen de 15 kWp en 500 kWp opgesteld vermogen.
Onderdeel b: Kennisdeling, opleiding en het aanbieden van expertise en ondersteuning aan lokale energie-initiatieven die actief zijn met hernieuwbare energie opwekken
Energiecoöperaties of andere bewonersinitiatieven beginnen vaak als een groep vrijwilligers die collectief een energievoorziening wil realiseren. Vaak missen ze de kennis en ervaring om energieprojecten te ontwikkelen en uit te voeren. Organisaties die hiervoor ondersteuning bieden via o.a. kennisdeling, opleiding en aanbieden van expertise kunnen subsidie aanvragen tot maximaal 80% van de subsidiabele kosten en tot een bedrag van maximaal € 50.000.
Onderdeel c Participatie- of communicatietrajecten
Door meer inwoners te betrekken bij energiecoöperaties wordt gewerkt aan het creëren van draagvlak voor de energietransitie. Met participatietrajecten voor duurzame energie-initiatieven wordt het (besef van) eigenaarschap onder inwoners en bedrijven voor de energietransitie op de lange termijn gestimuleerd. Energiecoöperaties kunnen subsidie aanvragen voor participatie- en communicatietrajecten waarbij zij een brede doelgroep betrekken, waarbij er aandacht is voor doelgroepen die nu nog weinig betrokken zijn bij energiecoöperaties. Hieronder valt de doelgroep van bewoners die niet zomaar deel kunnen nemen aan collectieve energieprojecten, bijvoorbeeld omdat ze de financiële middelen niet hebben. Subsidie kan worden aangevraagd tot maximaal 80% van de subsidiabele kosten en tot een bedrag van maximaal € 50.000,-.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 4.1.6 Te overleggen informatie bij een aanvraag
Op basis van artikel 4.4 van de Algemene subsidieverordening Provincie Utrecht 2022 wordt de volgende informatie gevraagd:
- -
een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; en
- -
de doelen die worden nagestreefd en hoe de activiteiten daaraan bijdragen.
Aanvullend hierop wordt op basis van artikel 4.1.6, gevraagd om de volgende informatie:
- -
een beschrijving van het eindresultaat of eindresultaten; en
- -
een planning van de activiteiten.
Ook wordt gevraagd om de volgende stukken mee te sturen:
- -
een begroting met een sluitend dekkingsplan minimaal inhoudende een dekking van de kosten;
- -
indien van toepassing de stukken ten bewijze van toegezegde bijdragen door derden; en
- -
stukken waaruit blijkt dat de ondertekenaar van de aanvraag bevoegd is om de aanvraag in te dienen.
Paragraaf 4.2 Investeringsregeling stimulering zonprojecten
Algemene toelichting
De potentie voor zonprojecten op gevels en parkeerplaatsen is nog groot. De investeringskosten zijn echter groter bij daken of gevels die onvoldoende geschikt zijn om het gewicht van conventionele zonnepanelen te dragen. Er zijn daarom extra maatregelen nodig voor dak- of gevelversterking. Een alternatieve oplossing, zoals het aanschaffen en monteren van lichtgewicht-panelen, brengt ook meer kosten met zich mee. Voor zon op parkeerterreinen is de business case moeilijk rond te krijgen omdat de kosten voor de draagconstructie daar zwaar op drukt.
Deze investeringsregeling ondersteunt om bovenstaande reden zonprojecten op daken, gevels en openbaar toegankelijke parkeerterreinen. Subsidie is mogelijk voor constructieve versterking, lichtgewicht PV-panelen en draagconstructies. Aanvragen kunnen worden ingediend door rechtspersonen die eigenaar, huurder of anderszins rechthebbende zijn van de betreffende locatie.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 4.2.4 Hoogte van de subsidie
De hoogte van de subsidie wordt bepaald op basis van aantal kWp met verschillende tarieven voor geveloplossingen, dakoplossingen en voor draagconstructies. De subsidie bedraagt afhankelijk van het type activiteit tussen de € 9.000,- en € 125.000,-. Voor draagconstructies op parkeerterreinen geldt een hogere vergoedingen voor CO₂-neutrale draagconstructies.
Artikel 4.2.6 Te overleggen informatie bij een aanvraag
Lid 1
Op basis van artikel 4.4 van de Algemene subsidieverordening Provincie Utrecht 2022 wordt de volgende informatie gevraagd:
- -
een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; en
- -
de doelen die worden nagestreefd en hoe de activiteiten daaraan bijdragen.
Ook wordt gevraagd om de volgende stukken mee te sturen:
- -
een begroting met een sluitend dekkingsplan minimaal inhoudende een dekking van de kosten;
- -
indien van toepassing de stukken ten bewijze van toegezegde bijdragen door derden; en
- -
stukken waaruit blijkt dat de ondertekenaar van de aanvraag bevoegd is om de aanvraag in te dienen.
Aanvullend hierop wordt op basis van artikel 4.2.6, lid 1, gevraagd om de volgende stukken:
- -
de kadastrale aanduiding van het pand of het object waarop het dak of de gevel zich bevindt;
- -
een constructieberekening waaruit blijkt wat het betreffende dak- of geveloppervlak is en waaruit blijkt dat constructieversterking noodzakelijk is voor de plaatsing van conventionele panelen, of toepassing van lichtgewicht panelen mogelijk is;
- -
een offerte voor de constructieversterking en een offerte voor de PV-installatie waaruit blijkt dat de PV-installatie op het dak of de gevel zal worden geplaatst of een offerte voor een PV-installatie met lichtgewichtpanelen waaruit blijkt dat de PV-installatie met lichtgewichtpanelen op het dak of gevel zal worden geplaatst;
- -
indien de aanvrager niet de eigenaar van het dak is, een ondertekende instemmingsverklaring van de eigenaar waaruit blijkt dat de aanvrager rechthebbende is op het gebruik van het dak of de daken waaraan de constructieve maatregelen worden getroffen en waarop de PV-panelen worden geïnstalleerd.
Lid 2
Voor een aanvraag voor onderdeel c van artikel 4.2.1 is een sjabloon voor een projectplan en begroting beschikbaar op de website van de provincie, zodat aanvragers worden geholpen om te kunnen voldoen aan de gestelde eisen en een volledig en correct projectplan kunnen indienen.
De vereisten uit artikel 4.4 van de Algemene subsidieverordening Provincie Utrecht 2022 vormen een integraal onderdeel van het projectplan. Dit betekent dat de volgende informatie verwerkt moet zijn in het projectplan:
- -
een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; en
- -
de doelen die worden nagestreefd en hoe de activiteiten daaraan bijdragen.
Onderdeel a
Aanvullend hierop wordt op basis van artikel 4.2.6, lid 2, gevraagd om de volgende informatie:
- -
een projectplan met in ieder geval:
- o
een beschrijving van het eindresultaat of eindresultaten;
- o
een planning van de activiteiten; en
- o
de kadastrale aanduiding waarop het parkeerterrein zich bevindt.
- o
Ook wordt gevraagd om de volgende (aanvullende) stukken mee te sturen:
- -
een begroting met een sluitend dekkingsplan minimaal inhoudende een dekking van de kosten;
- -
indien van toepassing de stukken ten bewijze van toegezegde bijdragen door derden;
- -
stukken waaruit blijkt dat de ondertekenaar van de aanvraag bevoegd is om de aanvraag in te dienen.
- -
ontwerpschetsen van het energieleverende parkeerterrein;
- -
indien de aanvrager niet de eigenaar van het parkeerterrein is, een ondertekende instemmingsverklaring van de eigenaar waaruit blijkt dat de aanvrager rechthebbende is op het gebruik van het parkeerterrein of parkeergarage waarop de constructieve maatregelen worden getroffen;
- -
indien de aanvrager geen gemeente is, een positieve beoordeling van de gemeente op een (concept) aanvraag voor een omgevingsvergunning;
- -
indien aanvrager subsidie aanvraagt voor een CO2-neutrale draagconstructie, dient dit met ontwerpschetsen en berekeningen onderbouwd te worden.
Hoofdstuk 5 Een geïntegreerd, innovatief, duurzaam en betaalbaar energiesysteem
Algemene toelichting
In het energiesysteem van de toekomst moet het geheel van vraag, aanbod, opslag en transport van alle modaliteiten van energie (elektriciteit, warmte, waterstof en koolstoffen) op alle schaalniveaus en in tijd en ruimte goed op elkaar afgestemd zijn. Met de volgende subsidiemogelijkheden richt de provincie zich op innovaties die bijdragen aan een slim en toekomstbestendig (decentraal) energiesysteem:
- •
Energie delen en afstemmen;
- •
Haalbaarheid innovatieprojecten energietransitie.
Paragraaf 5.1 Energie delen en afstemmen
Algemene toelichting
Steeds meer inwoners en bedrijven wekken hernieuwbare energie op. Met name uit zon maar ook uit windenergie. De opgewekte energie wordt niet altijd gebruikt als de zon schijnt of als de wind waait. Daarom wordt het steeds belangrijker om slimmer en flexibeler om te gaan met de opgewekte energie, ook omdat het elektriciteitsnet overbelast raakt. Het slimmer maken kan door het gebruik van een energiemanagementsysteem eventueel gecombineerd met opslag zoals een (buurt)batterij die door groepen van bedrijven en inwoners kan worden gebruikt om opwek, opslag, conversie (omzetten van elektriciteit in een andere energiedrager zoals waterstof) en gebruik op elkaar af te stemmen. Daarmee kan het elektriciteitsnet effectiever worden gebruikt en verduurzaming mogelijk worden gemaakt.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 5.1.6 Te overleggen informatie bij een aanvraag
Voor de betreffende paragraaf zijn verschillende projectplan-sjablonen beschikbaar op de website van de provincie. Ook is er en sjabloon beschikbaar voor een begroting op de website van de provincie, zodat aanvragers worden geholpen om te kunnen voldoen aan de gestelde eisen en een volledig en correct projectplan kunnen indienen.
De vereisten uit artikel 4.4 van de Algemene subsidieverordening Provincie Utrecht 2022 vormen een integraal onderdeel van het projectplan. Dit betekent dat de volgende informatie verwerkt moet zijn in het projectplan:
- -
een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; en
- -
de doelen die worden nagestreefd en hoe de activiteiten daaraan bijdragen.
Ook wordt gevraagd om de volgende stukken mee te sturen:
- -
een begroting met een sluitend dekkingsplan minimaal inhoudende een dekking van de kosten;
- -
indien van toepassing de stukken ten bewijze van toegezegde bijdragen door derden; en
- -
stukken waaruit blijkt dat de ondertekenaar van de aanvraag bevoegd is om de aanvraag in te dienen.
Hieronder wordt toegelicht welke aanvullende informatie gevraagd wordt voor de onderdelen a tot en met c van de subsidiabele activiteiten.
Voor het uitvoeren van een haalbaarheidsstudie (Lid 1):
- -
een beschrijving van het eindresultaat of eindresultaten; en
- -
een beschrijving van de activiteiten en planning.
Voor het voorbereiden of ontwikkelen van een investeringsproject (Lid 2)
- -
een projectplan met in ieder geval:
- o
een beschrijving van het eindresultaat of eindresultaten; en
- o
een planning van de activiteiten.
- o
- -
een haalbaarheidsstudie waarin aangetoond is dat het slimme distributiesysteem of systeem voor energieopslag van toegevoegde waarde is voor het collectief van bedrijven of voor de energiegemeenschap of warmtegemeenschap
Voor het realiseren van een e-hub of energiegemeenschap (Lid 3):
- -
een projectplan met in ieder geval:
- -
een beschrijving van het eindresultaat of eindresultaten;
- -
een planning van de activiteiten; en
- -
een onderbouwing waarom en in welke mate het project bijdraagt aan het verduurzamen.
Ook wordt gevraagd om de volgende (aanvullende) stukken mee te sturen::
- -
een haalbaarheidsstudie waarin aangetoond is dat het slimme distributiesysteem of systeem voor energieopslag van toegevoegde waarde is voor het collectief van bedrijven of voor de energiegemeenschap;
- -
een businesscase of ander document met vergelijkbare bewijskracht waarin de financiële haalbaarheid van het distributiesysteem of systeem voor energieopslag wordt aangetoond.
Paragraaf 5.2 Haalbaarheid innovatieprojecten energietransitie
Algemene toelichting
Een van de doelen in het programma energietransitie is het ondersteunen van innovaties die nodig zijn om de energietransitie in Utrecht te versnellen. Daarom is subsidie voor haalbaarheidsstudies beschikbaar die erop gericht zijn om een innovatieproject voor te bereiden voor de volgende technologiegebieden:
- -
slimme, flexibele en geïntegreerde energiesystemen;
- -
energierenovaties in de gebouwde omgeving;
- -
opslag van energie.
We kijken niet alleen naar technische innovaties, maar ook naar de randvoorwaarden voor opschaling (zoals de organisatie en acceptatie ervan), standaardisatie en verdienmodellen. De uitvoering van een haalbaarheidsproject, kan voor ten hoogste 40 procent bestaan uit experimentele ontwikkeling.
Voor deze haalbaarheidsstudies kan tussen de € 10.000,- en € 50.000,- aangevraagd worden. Het subsidiepercentage is afhankelijk van het aandeel experimentele ontwikkeling en de grootte van de onderneming.
Het doel van een dergelijke studie is om de besluitvorming te ondersteunen door objectief en rationeel de sterke en de zwakke punten van een project, de kansen en risico's in kaart te brengen, waarbij ook wordt aangegeven welke middelen nodig zijn om het project te kunnen doorvoeren en wat uiteindelijk de slaagkansen zijn. Hierdoor wordt meer inzicht gekregen in de haalbaarheid van innovaties die bij kunnen dragen aan de versnelling van de energietransitie in de provincie Utrecht, zodat een (beter) onderbouwde beslissing kan worden genomen over de vervolgstappen.
Van belang is dat de innovatie potentie heeft voor een grote uitrol in de provincie Utrecht. De aanvrager mag niet eerder een subsidie voor een haalbaarheidsstudie op basis van deze regeling ontvangen hebben.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 5.2.2 Subsidiecriteria
Onderdeel b
De provincie beoogt met het subsidieproject een bijdrage aan de ontwikkeling van een product, productieproces, methode of dienst met voldoende opschalingspotentie. Hiervoor wordt gekeken naar de propositie die de innovatie met zich meebrengt. We kijken bijvoorbeeld of het project een bijdrage gaat leveren aan het oplossen van een wijdverbreid probleem binnen de provincie zoals netcongestie, of er voldoende potentiële klanten zijn, en of de aanvrager duidelijke plannen heeft voor opschaling.
Artikel 5.2.5 Subsidiabele kosten
Lid 1, onder b
Bij transacties tussen gelieerde ondernemingen binnen een innovatieproject moeten alle financiële en contractuele afspraken plaatsvinden onder arm’s length voorwaarden. Dit betekent dat kosten, vergoedingen, rentepercentages en afspraken over intellectuele eigendom vergelijkbaar moeten zijn met wat onafhankelijke partijen onder normale marktvoorwaarden zouden overeenkomen. Het doel is te voorkomen dat er sprake is van een verborgen voordeel of ongeoorloofde staatssteun binnen een groep.
Artikel 5.2.6 Te overleggen informatie bij een aanvraag
Voor de betreffende paragraaf is een sjabloon voor het projectplan en begroting beschikbaar op de website van de provincie, zodat aanvragers worden geholpen om te kunnen voldoen aan de gestelde eisen en een volledig en correct projectplan kunnen indienen.
De vereisten uit artikel 4.4 van de Algemene subsidieverordening Provincie Utrecht 2022 vormen een integraal onderdeel van het projectplan. Dit betekent dat de volgende informatie verwerkt moet zijn in het projectplan:
- -
een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; en
- -
de doelen die worden nagestreefd en hoe de activiteiten daaraan bijdragen.
Aanvullend hierop wordt op basis van artikel 5.2.6 gevraagd om de volgende informatie:
- -
een beschrijving van het innovatieve karakter van het product, het proces, de methode of de dienst of het innovatieve karakter van het onderzoeks- en ontwikkelingsproject dat voorbereid wordt;
- -
een beschrijving van de potentie die de innovatie heeft tot grootschalige uitrol in de provincie Utrecht; en
- -
een beschrijving van de verwachte bijdrage van de innovatie die voorbereid wordt aan de energietransitie in de provincie Utrecht.
Ook wordt gevraagd om de volgende stukken mee te sturen::
- -
een begroting met een sluitend dekkingsplan minimaal inhoudende een dekking van de kosten;
- -
indien van toepassing de stukken ten bewijze van toegezegde bijdragen door derden;
- -
stukken waaruit blijkt dat de ondertekenaar van de aanvraag bevoegd is om de aanvraag in te dienen.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl