Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR758418
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR758418/1
Subsidieregeling meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2027-2028 categorie A Den Haag 2026
Geldend van 11-03-2026 t/m heden
Intitulé
Subsidieregeling meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2027-2028 categorie A Den Haag 2026Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag,
gelet op artikel 5 van de Algemene subsidieverordening Den Haag 2020,
besluit vast te stellen de navolgende Subsidieregeling meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2027-2028 categorie A Den Haag 2026:
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
|
- adviescommissie: |
door het college ingestelde Adviescommissie tweejarige subsidies meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2025-2028; |
|
- ASV: |
Algemene subsidieverordening Den Haag 2020; |
|
- Awb: |
Algemene wet bestuursrecht; |
|
- Code Diversiteit & Inclusie: |
gedragscode van, voor en door de Nederlandse culturele en creatieve sector met als doel dat de culturele en creatieve sector de brede diversiteit van de Nederlandse samenleving representeert; |
|
- college: |
college van burgemeester en wethouders van Den Haag; |
|
- culturele organisatie: |
organisatie die gericht is op beeldende kunst, muziek, theater, mode, letteren, spoken word, film, dans, design, games, urban, cultuureducatie en -participatie of een andere vorm van kunst of cultuur; |
|
- Fair Practice Code: |
de Fair Practice Code is de gedragscode voor ondernemen en werken in kunst, cultuur en creatieve industrie op basis van vijf kernwaarden: solidariteit, diversiteit, duurzaamheid, vertrouwen en transparantie; |
|
- gelieerde rechtspersoon: |
rechtspersoon of rechtspersonen die een in aanmerking te nemen invloed heeft of hebben op het bepalen van beleid of de financiën van de aanvrager of die zeggenschap heeft of hebben over de aanvrager; |
|
- gemeentelijk vastgoed: |
bebouwde en onbebouwde onroerende zaken in eigendom van de gemeente Den Haag; |
|
- Governance Code Cultuur: |
gedragscode die een kader voor goed bestuur en toezicht in culturele organisaties biedt; |
|
- maker: |
individuele professionele cultuurbeoefenaar, die werkzaam is in de culturele sector, met of zonder vooropleiding, waarbij in ieder geval het creatieve maakproces de kern van diens werkzaamheden omvat; |
|
- overschot: |
resultaat in een kalenderjaar dat volgt uit de jaarlijkse resultaatsverdeling en dat naar evenredigheid van de inkomstenverdeling is toe te schrijven aan de subsidie op grond van deze regeling; |
|
- Richtlijnen verantwoording subsidies: |
de Richtlijnen verantwoording subsidies Den Haag 2020 beschrijven welke informatie organisaties moeten aanleveren wanneer zij laten zien hoe zij een subsidie hebben besteed. Deze richtlijnen horen standaard bij iedere subsidiebeschikking van het college. |
Artikel 1:2 Toepassingsbereik
Deze subsidieregeling is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 1:4 genoemde activiteiten.
Artikel 1:3 Doel van de subsidie
-
1. Het doel van deze subsidieregeling is om in en voor de stad Den Haag te zorgen voor:
- a.
een breed toegankelijk, veelzijdig en kwalitatief hoogwaardig aanbod van kunst en cultuur;
- b.
een vitale, weerbare en duurzame kunst- en cultuursector;
- c.
het bevorderen van diversiteit en inclusie in de kunst- en cultuursector;
- d.
een leven lang kunst- en cultuureducatie; en
- e.
een levendig makersklimaat.
- a.
-
2. Het achterliggende maatschappelijke doel van de subsidieregeling is een volwaardige culturele Haagse infrastructuur met lokale, regionale, nationale en internationale betekenis.
Artikel 1:4 Activiteiten
Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor culturele activiteiten die worden uitgevoerd in de periode van 2027 tot en met 2028 en die bestaan uit:
- a.
meerdere activiteiten per kalenderjaar;
- b.
een jaarlijks festival; of
- c.
een tweejaarlijks festival met activiteiten in de tussenliggende periode.
Artikel 1:5 Doelgroep
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan culturele organisaties die rechtspersoon zijn met volledige rechtsbevoegdheid en zich professioneel en beroepsmatig bezighouden met kunst en cultuur in Den Haag.
Artikel 1:6 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
-
1. De subsidie heeft betrekking op de redelijkerwijs gemaakte kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college direct zijn verbonden met en noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een activiteit als bedoeld in artikel 1:4.
-
2. In aanvulling op het eerste lid komt in ieder geval voor subsidie in aanmerking:
- a.
de btw over de gesubsidieerde kosten voor zover die btw niet teruggevorderd, verrekend of anderszins in mindering kan worden gebracht;
- b.
de kosten die gemaakt worden voor de waardering van vrijwilligers, voor zover die minder bedragen dan € 25,- per vrijwilliger per jaar en voor zover het totaal van deze kosten per aanvraag minder bedraagt dan € 5.900,-; en
- c.
de kosten voor vrijwilligersvergoedingen die lager zijn dan 5% van de subsidie die wordt verleend of die lager zijn dan het fiscaal vrijgestelde maximum of die door het college redelijk en proportioneel wordt geacht.
- a.
Artikel 1:7 Hoogte van de subsidie
-
1. Een subsidie bedraagt per aanvraag en per subsidietijdvak minimaal € 25.000,- en maximaal € 110.000,- per kalenderjaar.
-
2. De hoogte van de subsidie is gelijk voor het kalenderjaar 2027 en het kalenderjaar 2028.
Artikel 1:8 Subsidieplafond
-
1. Voor subsidieverlening op grond van deze regeling geldt het subsidieplafond € 1.185.000,- per kalenderjaar.
-
2. Het college kan het subsidieplafond bij afzonderlijk besluit verhogen.
-
3. Het college kan het subsidieplafond verlagen conform artikel 7 van de ASV.
-
4. Een verlaging van het subsidieplafond geldt ook voor reeds ingediende aanvragen die op dat moment nog niet zijn vastgesteld.
Artikel 1:9 Wijze van verdeling
-
1. Het college brengt een rangschikking aan in de aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie.
-
2. Bij de rangschikking van de aanvragen kent het college punten toe aan de hand van de volgende criteria met het volgende maximum aantal punten:
- a.
artistiek-inhoudelijk beleid, maximaal 15 punten;
- b.
zakelijk beleid, maximaal 10 punten;
- c.
diversiteit en inclusie, maximaal 10 punten; en
- d.
belang voor Den Haag, maximaal 5 punten.
- a.
-
3. De waarderingen en punten die per deelcriterium zoals genoemd in artikel 1:10 worden gehanteerd, zijn als volgt:
- a.
goed: 5 punten;
- b.
ruim voldoende: 4 punten;
- c.
voldoende: 3 punten;
- d.
matig: 2 punten; en
- e.
onvoldoende: 1 punt.
- a.
-
4. Aanvragen komen alleen voor subsidie in aanmerking als acht of meer punten zijn toegekend op grond van het criterium artistiek-inhoudelijk beleid.
-
5. Wanneer het totaalbedrag van de te honoreren aanvragen hoger is dan het vastgestelde subsidieplafond verleent het college de subsidie in volgorde van de door het college aangebrachte rangschikking, totdat het vastgestelde subsidieplafond is bereikt.
-
6. Als het subsidieplafond wordt overschreden als gevolg van aanvragen die bij de beoordeling gelijk zijn gerangschikt, vindt loting door een notaris plaats. Als een aanvraag aan alle voorwaarden voldoet maar het subsidieplafond al is bereikt, kan de aanvraag niet worden meegenomen. Een aanvraag die bij toekenning zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond blijft in dat geval buiten beschouwing.
Artikel 1:10 Deelcriteria
-
1. Het criterium artistiek-inhoudelijk beleid zoals genoemd in artikel 1:9, tweede lid, onderdeel a, bestaat uit de volgende deelcriteria:
- a.
artistiek-inhoudelijke visie, maximaal 5 punten: de mate waarin de aanvrager beschikt over een duidelijke en onderscheidende artistieke visie, die onlosmakelijk verbonden is met de identiteit van de aanvrager. Deze visie komt tot uiting in een herkenbare artistieke signatuur en levert een bijzondere, bij voorkeur unieke, bijdrage aan de Haagse culturele sector;
- b.
vakdeskundigheid, maximaal 5 punten: de mate waarin de bij de aanvrager betrokken professionals beschikken over artistieke vaardigheden en vakbekwaamheid. Indien de aanvrager als hoofdtaak cultuureducatie of talentontwikkeling heeft: de mate waarin hij beschikt over pedagogisch-didactische competenties, specifieke inhoudelijke deskundigheid en een relevant netwerk; en
- c.
vernieuwing of experiment, maximaal 5 punten: de mate waarin de aanvrager een bijdrage levert aan de artistiek-inhoudelijke ontwikkeling van de culturele sector waarin ze opereert, bijvoorbeeld door middel van vernieuwing, experiment, nieuwe kunstvormen of het aangaan van een voor de aanvrager niet eerder bestaande samenwerking. De initiatieven zijn eigentijds of anticiperen op de toekomst en er is daarbij aandacht voor nieuwe generaties, voor publiek, makers en nieuwe kunstvormen.
- a.
-
2. Het criterium zakelijk beleid zoals genoemd in artikel 1:9, tweede lid, onderdeel b, bestaat uit de volgende deelcriteria:
- a.
gezonde bedrijfsvoering, maximaal 5 punten: de mate waarin de aanvrager een duidelijke visie op bedrijfsvoering heeft die integraal onderdeel uitmaakt van de algemene missie en visie van de aanvrager, en die blijkt uit een realistische en sluitende meerjarenbegroting en activiteitenplan die passend zijn bij de slagkracht van de aanvrager en het aangevraagde subsidiebedrag; en
- b.
goed werkgeverschap, maximaal 5 punten: de mate waarin de aanvrager de Governance Code Cultuur toepast, een duurzaam personeelsbeleid voert en de Fair Practice Code naleeft. Voor de Fair Practice Code geldt het principe - pas toe of leg uit -: de aanvrager past de code toe, of legt duidelijk uit waarom dat nog niet volledig mogelijk is.
- a.
-
3. Het criterium diversiteit en inclusie zoals genoemd in artikel 1:9, tweede lid, onderdeel c, bestaat uit de volgende deelcriteria:
- a.
toepassing Code Diversiteit & Inclusie, maximaal 5 punten: de mate waarin de aanvrager de Code Diversiteit & Inclusie toepast in de praktijk. Daarbij gaat het om de wijze waarop diversiteit en inclusie zichtbaar zijn in het personeelsbeleid, het programma, het publiek en de organisaties waarmee gewerkt wordt; en
- b.
toegankelijkheid, maximaal 5 punten: de mate waarin de aanvrager initiatieven onderneemt om de financiële, sociale, fysieke en digitale drempels weg te nemen om meer nieuwe publiekgroepen of meer verschillende doelgroepen te bereiken.
- a.
-
4. Het criterium Belang voor Den Haag, zoals genoemd in artikel 1:9, tweede lid, onderdeel d, maximaal 5 punten: de mate waarin de aanvrager inzichtelijk maakt hoe de activiteiten bijdragen aan het belang van Den Haag, welke maatschappelijke rol de organisatie in de stad vervult of wil vervullen en in hoeverre de activiteiten bijdragen aan een evenwichtige spreiding van cultuur door de stad.
Artikel 1:11 Adviescommissie
-
1. Het college vraagt de adviescommissie om advies over de aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie.
-
2. De adviescommissie geeft per aanvraag voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1:4 een advies over:
- a.
het aantal toe te kennen punten; en
- b.
de kosten die noodzakelijk, redelijk en rechtstreeks aan de activiteiten zijn verbonden. Het college neemt op basis van dit advies zelfstandig een besluit over de hoogte van de subsidie.
- a.
Hoofdstuk 2 Aanvraag subsidie en termijnen
Artikel 2:1 Subsidietijdvak
Een aanvraag voor meerjarige subsidie wordt ingediend voor het gehele subsidietijdvak, dat aanvangt op 1 januari 2027 en eindigt op 31 december 2028.
Artikel 2:2 Aanvraag subsidie
-
1. In afwijking van artikel 8, derde lid, van de ASV legt elke aanvrager de volgende gegevens over:
- a.
een uittreksel van de inschrijving in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel met de huidige bestuurssamenstelling, niet ouder dan één jaar;
- b.
een kopie van een gewaarmerkt exemplaar van de oprichtingsakte van de rechtspersoon met de geldende statuten; en
- c.
de meest recente balans, en winst- en verliesrekening, niet ouder dan twee jaar.
- a.
-
2. Indien er sprake is van een gelieerde rechtspersoon of gelieerde rechtspersonen, worden van deze rechtspersoon of rechtspersonen dezelfde stukken overgelegd als genoemd in het voorgaande lid, aangevuld met een toelichting op het onderlinge betalingsverkeer.
-
3. In aanvulling op artikel 8, tweede lid, van de ASV, legt de aanvrager tevens de volgende gegevens over:
- a.
een verklaring waaruit blijkt dat de aanvrager een ondernemer is die btw-plichtig is;
- b.
een specificatie van verrekenbare en niet-verrekenbare btw; en
- c.
een verklaring waaruit blijkt dat de aanvrager als belastingplichtige op grond van de vennootschapsbelasting is aan te merken.
- a.
-
4. De aanvrager maakt voor de aanvraag gebruik van het door het college voor deze regeling vastgestelde aanvraagformulier en de bijhorende formats voor de meerjarenbegroting en het activiteitenplan.
-
5. Een aanvraag wordt alleen in behandeling genomen als het volledig ingevulde en door de daartoe bevoegde bestuurder(s) ondertekende aanvraagformulier tijdig is ingediend conform artikel 2:2 en alle op het formulier vermelde bijlagen zijn bijgevoegd.
Artikel 2:3 Aanvraagtermijn
-
1. In afwijking van artikel 9, tweede lid, van de ASV wordt een aanvraag om subsidie uitsluitend ingediend via het digitale aanvraagloket op de gemeentelijke website in de periode van 22 mei 2026 om 00:00 uur tot en met 1 juni 2026 om 23:59 uur.
-
2. Een aanvrager kan op basis van deze regeling slechts één aanvraag per subsidietijdvak indienen.
-
3. Als een aanvrager twee of meer aanvragen indient op basis van deze regeling wordt alleen de eerst ontvangen aanvraag in behandeling genomen. Aanvragen ingediend door rechtspersonen die volgens artikel 1:1 als gelieerde rechtspersonen worden aangemerkt, worden voor de toepassing van dit artikel beschouwd als één aanvraag.
Artikel 2:4 Beslistermijn
-
1. In afwijking van artikel 10, tweede lid, van de ASV, beslist het college uiterlijk 3 november 2026 op de aanvraag.
-
2. Het college kan de beslistermijn uit het vorige lid eenmaal verlengen met maximaal 6 weken.
Hoofdstuk 3 Weigeringsgronden
Artikel 3:1 Weigeringsgronden
-
1. Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Awb en artikel 11, eerste tot en met vierde lid, van de ASV weigert het college een subsidie als:
- a.
een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de te subsidiëren activiteiten niet zullen worden uitgevoerd in de periode 2027 tot en met 2028;
- b.
aan de aanvrager subsidie is of zal worden verleend op grond van de Subsidieregeling meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2025-2028 – categorie B Den Haag 2023;
- c.
aan de aanvrager subsidie is of zal worden verleend op grond van de Subsidieregeling meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2025-2028 – categorie C Den Haag 2023; of
- d.
aan de aanvrager over het kalenderjaar 2027 een begrotingssubsidie is of zal worden verleend door het college.
- a.
-
2. Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Awb en artikel 11, eerste tot en met vierde lid, van de ASV kan het college een subsidie weigeren als uit de aanvraag blijkt dat de aanvrager naar gangbare bedrijfseconomische principes financieel ongezond is.
Hoofdstuk 4 Verplichtingen en bevoorschotting
Artikel 4:1 Verplichtingen
Onverminderd de artikelen 12 en 13 van de ASV, gelden voor de subsidieontvanger de volgende verplichtingen:
- a.
de subsidieontvanger is verplicht mee te werken aan de controle door het college om te beoordelen of de subsidie terecht is verstrekt en of de subsidie rechtmatig, doelmatig en doeltreffend wordt besteed;
- b.
de subsidieontvanger is verplicht in ieder geval en zo spoedig mogelijk afwijkingen te melden van 20% of hoger van de inhoudelijke resultaten of de besteding van de subsidie.
Artikel 4:2 Bevoorschotting
-
1. Bevoorschotting vindt plaats volgens het ritme van uitbetaling gemeentefonds:
- –
Januari 15%
- –
Februari 7%
- –
Maart 7%
- –
April 7%
- –
Mei 15%
- –
Juni 7%
- –
Juli 7%
- –
Augustus 7%
- –
September 3%
- –
Oktober 11%
- –
November 14%
- –
-
2. Het college kan de bevoorschotting op verzoek van de subsidieontvanger aanpassen als dat noodzakelijk is gelet op de doelmatigheid of doeltreffendheid van de subsidie.
Artikel 4:3 Indexatie
-
1. Het college indexeert de verleende subsidie voor de kalenderjaren 2027 en 2028, ongeacht het geldend subsidieplafond en het in artikel 1:7 genoemde maximale subsidiebedrag, op basis van de door de Rijksoverheid gepubliceerde meicirculaire Gemeentefonds voor het betreffende kalenderjaar, met de volgende indicatoren en wegingsfactoren:
- a.
loonvoet sector overheid voor 70%;
- b.
prijs bruto overheidsinvesteringen voor 15%; en
- c.
prijs materiële overheidsconsumptie voor 15%.
- a.
-
2. Het college kan de wijze van indexeren aanpassen indien er wijzigingen optreden in de manier waarop de Rijksoverheid gemeenten compenseert voor inflatie.
Hoofdstuk 5 Tussentijdse verantwoording en vorming bestemmingsfonds
Artikel 5:1 Wijze van tussentijdse verantwoording
-
1. Onverminderd artikel 17, van de ASV bevat het inhoudelijk verslag:
- a.
een toelichting op de gerealiseerde activiteiten ten opzichte van de subsidieaanvraag;
- b.
een toelichting op en beschrijving van de activiteiten op het gebied van bedrijfsvoering en de mate van naleving van de Fair Practice Code;
- c.
de actuele bestuurssamenstelling, met vermelding van eventuele bestuursmutaties, inclusief het geldende rooster van aftreden en een korte passage over de wijze waarop naleving van de principes van de Governance Code Cultuur in de organisatie zijn geborgd;
- d.
een toelichting op de toepassing van de Code Diversiteit & Inclusie en het wegnemen van drempels in het kader van toegankelijkheid; en
- e.
een toelichting op het dienen van het belang voor de stad.
- a.
-
2. Indien er sprake is van een overschot bevat het financieel verslag in ieder geval een expliciete vermelding met toelichting van het overschot in het kalenderjaar 2027 en van het bestemmingsfonds als bedoeld in artikel 5:2.
Artikel 5:2 Vorming bestemmingsfonds
-
1. Uitsluitend het aan Den Haag toe te rekenen overschot in het kalenderjaar 2027 mag worden toegevoegd aan een bestemmingsfonds meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur Den Haag 2027-2028. Het bestemmingsfonds mag niet meer bevatten dan 10% van de voor het kalenderjaar 2027 verleende subsidie.
-
2. Het college kan toestemming verlenen voor een hoger percentage dan 10% als bedoeld in het vorige lid als dit naar het oordeel van het college noodzakelijk is gelet op de doelmatigheid of doeltreffendheid van de verleende subsidie. Het college kan aan de toestemming nadere eisen verbinden.
-
3. Het bestemmingsfonds mag uitsluitend worden besteed aan de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt.
Hoofdstuk 6 Eindverantwoording en vaststelling
Artikel 6:1 Wijze van verantwoorden
Onverminderd artikel 17, van de ASV bevat het inhoudelijk eindverslag:
- a.
een toelichting op de gerealiseerde activiteiten ten opzichte van de subsidieaanvraag;
- b.
een toelichting op en beschrijving van de activiteiten op het gebied van bedrijfsvoering en de mate van naleving van de Fair Practice Code;
- c.
de actuele bestuurssamenstelling, met vermelding van eventuele bestuursmutaties, inclusief het geldende rooster van aftreden en een korte passage over de wijze waarop naleving van de principes van de Governance Code Cultuur in de organisatie zijn geborgd;
- d.
een toelichting op de toepassing van de Code Diversiteit & Inclusie en het wegnemen van drempels in het kader van toegankelijkheid; en
- e.
een toelichting op het dienen van het belang voor de stad.
Hoofdstuk 7 Overige bepalingen
Artikel 7:1 Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 7:2 Intrekking
De Subsidieregeling meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2025-2026 categorie A Den Haag 2024 wordt ingetrokken.
Artikel 7:3 Overgangsrecht
De bepalingen van de Subsidieregeling meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2025-2026 categorie A Den Haag 2024 blijven van toepassing op subsidies die vóór inwerkingtreding van de Subsidieregeling meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2027-2028 categorie A Den Haag 2026 zijn aangevraagd op basis van deze subsidieregeling.
Artikel 7:4 Citeertitel
Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2027-2028 categorie A Den Haag 2026.
Ondertekening
Den Haag, 3 maart 2026
Het college van burgemeester en wethouders,
de secretaris,
Ilma Merx
de burgemeester,
Jan van Zanen
Toelichting
Op 7 september 2023 heeft de gemeenteraad het Beleidskader Kunst en Cultuur 2025-2028 - Ruimte voor ontwikkeling (hierna: beleidskader) vastgesteld. Het beleidskader bevat de doelen van het Haagse kunst- en cultuurbeleid voor de periode van 2025 tot en met 2028, het bijbehorende subsidiestelsel en de beschikbare budgetten.
Het subsidiestelsel bestaat uit een aantal begrotingssubsidies en drie verschillende subsidieregelingen: een subsidieregeling per categorie A, B en C zoals genoemd in het beleidskader. Elke subsidieregeling heeft eigen subsidieplafonds en op de categorie afgestemde voorwaarden en criteria. Categorie B uit het beleidskader is verder uitgewerkt in de Subsidieregeling meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2025-2028 categorie B. Categorie C uit het beleidskader is verder uitgewerkt in de Subsidieregeling meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2025-2028 categorie C. Dit is de subsidieregeling voor categorie A voor de kalenderjaren 2027 en 2028 en daarmee een opvolging van de Subsidieregeling meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2025-2026 categorie A Den Haag 2024.
Met deze subsidieregeling wordt een stimulans gegeven aan culturele organisaties om zich verder te ontwikkelen en te professionaliseren en worden ook kleinere en nieuwe culturele organisaties de mogelijkheid geboden om op een laagdrempeligere manier een meerjarige subsidie aan te vragen. Daarnaast wil het college ook vernieuwing en innovatie in de kunsten stimuleren.
Voor de beoordeling van de ingediende subsidieaanvragen vraagt het college advies aan de Adviescommissie tweejarige subsidies meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2025-2028 (hierna: adviescommissie).
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl