Veilig en Zeker Raadswerk; protocol bij intimidatie, agressie en geweld tegen raadsleden van de gemeente Arnhem

Geldend van 11-03-2026 t/m heden

Intitulé

Veilig en Zeker Raadswerk; protocol bij intimidatie, agressie en geweld tegen raadsleden van de gemeente Arnhem

DE RAAD VAN DE GEMEENTE ARNHEM;

Gelezen het voorstel van het Presidium van 28 januari 2026, nummer 4953377.

B E S L U I T:

Vast te stellen het protocol ‘Veilig en Zeker Raadswerk; protocol bij intimidatie, agressie en geweld tegen raadsleden van de gemeente Arnhem”:

“VEILIG EN ZEKER RAADSWERK: PROTOCOL BIJ INTIMIDATIE, AGRESSIE EN GEWELD TEGEN RAADSLEDEN VAN DE GEMEENTE ARNHEM”

HET BELANG VAN VEILIGHEID – WAAROM AFSPRAKEN BELANGRIJK ZIJN

Als gekozen volksvertegenwoordigers vervullen raadsleden een cruciale rol binnen de lokale democratie. Zij vertegenwoordigen de inwoners van Arnhem en moeten daarom weten wat er in de samenleving speelt. Ze staan dicht bij de inwoners en nemen besluiten die directe invloed hebben op het dagelijks leven van burgers. Om hun taak goed te kunnen uitoefenen, is het essentieel dat raadsleden benaderbaar zijn. Dit brengt echter ook risico’s met zich mee.

In de praktijk krijgen raadsleden steeds vaker te maken met grensoverschrijdend gedrag. Dit kan variëren van verbaal geweld en intimidatie tot bedreigingen of obstructie, afkomstig van burgers, groepen of vertegenwoordigers van organisaties. Dergelijke incidenten vormen een directe bedreiging voor het functioneren van de raad en ondermijnen de integriteit van het lokaal bestuur.

Raadsleden moeten vrij het politieke debat kunnen voeren en zonder druk of beïnvloeding. Besluitvorming moet in volledige onafhankelijkheid plaatsvinden, in een omgeving die veilig, respectvol en ondersteunend is. Een veilige werkomgeving voor raadsleden is geen vanzelfsprekendheid, maar een absolute randvoorwaarde voor het goed functioneren van de democratische rechtsstaat.

Als gekozen volksvertegenwoordigers opereren raadsleden in de openbaarheid en vervullen zij een voorbeeldrol. De manier waarop zij omgaan met agressie of intimidatie beïnvloedt het maatschappelijk vertrouwen in het gemeentebestuur. Het is daarom van groot belang dat raadsleden duidelijk en zichtbaar grenzen stellen, en consequent afstand nemen van iedere vorm van agressie, intimidatie of geweld.

Agressie of geweld richting raadsleden wordt niet getolereerd. Dit protocol biedt richtlijnen voor omgangsvormen en beschrijft hoe gedrag wordt herkend, beoordeeld en aangepakt, zodat raadsleden hun taken met vertrouwen en in veiligheid kunnen uitvoeren.

DOEL PROTOCOL TEGEN AGRESSIE EN INTIMIDATIE

Dit protocol is opgesteld om bij te dragen aan een veilige, integere en respectvolle werkomgeving voor raadsleden van de gemeente Arnhem. Het biedt houvast aan raadsleden, collegeleden, ambtelijke ondersteuning, aanwezigen en andere betrokkenen bij vergaderingen en bijeenkomsten van de gemeenteraad. Iedereen die direct of indirect deelneemt aan het politieke proces binnen de raad wordt geacht zich aan de hierin vastgelegde afspraken en omgangsvormen te houden.

Intimidatie, agressie en geweld jegens raadsleden wordt niet geaccepteerd. Om hier helderheid over te bieden en om op passende wijze te kunnen reageren wanneer zich incidenten voordoen, zijn in dit protocol concrete richtlijnen opgenomen. Deze richtlijnen richten zich op het voorkomen en beperken van grensoverschrijdend gedrag, en op een zorgvuldige afhandeling van situaties waarin raadsleden worden geconfronteerd met ongewenst gedrag.

Daarnaast maakt dit protocol duidelijk wat onder ongewenst gedrag wordt verstaan. Het beschrijft gedragingen die de grens overschrijden, zowel verbaal als fysiek, en formuleert afspraken over verantwoordelijkheden, registratie, opvolging en eventuele maatregelen. Omgangsvormen in de directe relatie met personen in een publieke functie – zowel binnen als buiten vergaderingen – worden hierin toegelicht.

Met dit protocol wordt een stevig kader geboden dat raadsleden ondersteunt in het veilig, onafhankelijk uitoefenen van hun taak. Door gezamenlijke normstelling, duidelijke communicatie en consequente handhaving draagt dit protocol bij aan een bestuurscultuur waarin respect, veiligheid en integriteit centraal staan.

UITGANGSPUNTEN VAN HET PROTOCOL

Raadsleden vervullen hun publieke functie op een professionele wijze en gaan in al hun contacten uit van respect en openheid. Tegelijkertijd mogen zij verwachten dat zij met eenzelfde mate van respect worden behandeld. Dit wederzijds respect vormt de basis voor een veilige en integere werkomgeving waarin raadsleden hun democratische taken onbelemmerd kunnen uitvoeren.

Om deze veilige werkomgeving te waarborgen, hanteert dit protocol de volgende uitgangspunten:

  • Duidelijke norm: Agressie of geweld richting raadsleden wordt niet getolereerd. Deze norm wordt actief gecommuniceerd en gehandhaafd.

  • Registratie van incidenten: Alle incidenten van agressie, intimidatie en geweld worden zorgvuldig geregistreerd om zicht te houden op de aard en omvang van het probleem.

  • Aangifte bij strafbare feiten: Bij het constateren van strafbare feiten wordt altijd melding gedaan bij de bevoegde autoriteiten.

  • Schadeverhaal: Schade voortvloeiend uit agressie of geweld wordt op de dader(s) verhaald, om zo een krachtige signaalwerking te realiseren.

Deze uitgangspunten vormen het fundament voor een consequent, transparant en daadkrachtig optreden tegen grensoverschrijdend gedrag en dragen daarmee bij aan de bescherming en ondersteuning van raadsleden in hun publieke taak.

DUIDELIJKE NORM - GEDRAGSCLASSIFICATIES

Binnen dit protocol wordt onderscheid gemaakt tussen vijf typen gedrag waarmee raadsleden geconfronteerd kunnen worden. Deze classificatie helpt bij het herkennen van intimidatie, agressie en geweld, het bepalen van een passende reactie en het hanteren van een uniforme werkwijze. Elk niveau kent zijn eigen kenmerken, normkader en handelingsperspectief.

1. KRITISCH GEDRAG

Definitie

Kritisch gedrag betreft het uiten van onvrede, bezwaar of meningsverschillen over beleid, besluiten of procedures, zonder de persoonlijke integriteit van raadsleden aan te tasten. Dit gedrag is legitiem binnen het democratisch proces en hoort bij de open samenleving waarin publieke verantwoording wordt gevraagd.

Kenmerken

  • Gericht op beleid, regelgeving of besluitvorming.

  • Te herkennen aan inhoudelijke kritiek, debat of bezwaar.

  • Mag scherp, boos of fel zijn, maar blijft binnen de grenzen van respect.

  • Niet bedreigend of persoonlijk aanvallend van aard.

Beoordeling en omgang

Toegestaan en als onderdeel van het democratisch proces te respecteren. Kritiek biedt een kans tot dialoog en verbetering. Er is geen reden tot ingrijpen zolang het gedrag niet persoonlijk of agressief wordt.

Melding en registratie

Geen melding nodig. Alleen bij overschrijding naar verbale agressie of intimidatie is verdere actie vereist.

2. EMOTIONEEL GEDRAG

Definitie

Emotioneel gedrag is gedrag dat voortkomt uit frustratie, onmacht of onbegrip. Het is vaak tijdelijk, corrigeerbaar en niet gericht op intimidatie of ontregeling van het proces.

Kenmerken

  • Gericht op de eigen situatie of beleving.

  • Te herkennen aan “ik”-taal: klagen, uiten van onvrede, beroep op redelijkheid.

  • Soms afhankelijk of claimend van toon, zonder grensoverschrijdend te zijn.

  • Geen dreiging of aanhoudende verstoring.

Beoordeling en omgang

Begripvol, maar begrensd reageren. Corrigeer indien nodig. Geen directe aanleiding tot maatregelen tenzij het gedrag zich herhaalt of escaleert.

Melding en registratie

Niet melden, tenzij er sprake is van herhaling of patroonvorming.

3. VERBALE AGRESSIE

Definitie

Gedrag waarbij sprake is van belediging, kleinerende opmerkingen of het doelbewust in diskrediet brengen van raadsleden in hun functie. Het betreft uitingen die de persoonlijke integriteit van de ambtsdrager raken.

Kenmerken

  • Gericht op raadsleden als persoon of ambtsdrager.

  • Vaak te herkennen aan “jij” of “jullie”-taal: beschuldigingen, schelden, kleinerende opmerkingen.

  • Kan ook discriminerend, treiterend of beschamend zijn.

  • Geen fysieke dreiging, maar wel beschadigend.

Beoordeling en omgang

Onacceptabel. Spreek de betrokkene direct aan en stel grenzen. Bij herhaling wordt het gesprek beëindigd. Maatregelen conform protocol volgen.

Melding en registratie

Melden bij aanhoudend gedrag. Registratie conform gemeentelijk sanctiebeleid.

4. BEDREIGING EN INTIMIDATIE

Definitie

Gedrag waarbij op directe of indirecte wijze druk wordt uitgeoefend op een raadslid door middel van dreiging, intimidatie of suggestie van geweld. Dit gedrag veroorzaakt een gevoel van onveiligheid.

Kenmerken

  • Dreiging via taal, gebaren, e-mails of sociale media.

  • Seksuele intimidatie, chantage, stalking of dwingend gedrag.

  • Dreigende toon, zonder dat het tot fysiek geweld komt.

  • Gericht op beïnvloeding of afschrikking van de ambtsdrager.

Beoordeling en omgang

Ernstig. Het gesprek wordt direct beëindigd. Veiligheidscoördinatie en juridische stappen kunnen noodzakelijk zijn.

Melding en registratie

Altijd melden en registreren. Afhandeling conform veiligheids- en sanctiebeleid van de gemeente.

5. FYSIEK GEWELD

Definitie

Elke fysieke handeling of poging daartoe die gericht is op schade of letsel aan personen of eigendommen van raadsleden of andere betrokkenen.

Kenmerken

  • Schoppen, slaan, spugen, vernielen, gooien van voorwerpen.

  • Seksuele aanraking zonder toestemming, fysiek hinderen.

  • Gebruik van wapens of gevaarlijke middelen.

  • Bedreiging van de fysieke veiligheid.

Beoordeling en omgang

Onmiddellijk optreden vereist. Politie inschakelen. Veiligheid heeft absolute prioriteit.

Melding en registratie

Altijd melden en registreren. Strafrechtelijke afhandeling en gemeentelijk sanctiebeleid volgen.

Tabel gedragsclassificaties

Categorie

Vertoond Gedrag

Herkenning

Norm

Melden?

Kritisch gedrag

Gericht op beleid/regels: kritiek op regels, beschuldigen, obstructie, discussie voeren

Gebruik van “jullie”, verzet, machtsstrijd

Burgers mogen kritiek uiten en boos zijn.

Niet melden, tenzij gedrag aanhoudt of een patroon ontstaat

Emotioneel gedrag

Gericht op zichzelf: klagen, excuus verzinnen, afhankelijk gedrag, claimen

Gebruik van “ik”, vragen om begrip of uitzondering

Burgers mogen boos/geïrriteerd zijn.

Begrip tonen is gepast.

Niet melden, tenzij gedrag aanhoudt of een patroon ontstaat

Verbale agressie

Gericht op ambtsdrager: schelden, discriminatie, treiteren, valse beschuldigingen, belachelijk maken

Gebruik van “jij”, sarren, zuigen, grof taalgebruik

Persoonlijke aanvallen zijn niet toegestaan. Pas verder praten als gedrag stopt.

Niet melden bij positieve correctie. Bij aanhoudend gedrag: altijd melden volgens sanctiebeleid

Bedreiging & intimidatie

Dreigen met geweld, seksuele intimidatie, dreigmail, achtervolging, chanteren, lokaalvredebreuk

Dreiging of suggestie van geweld, dwingend gedrag

Dreiging/intimidatie niet toegestaan. Gesprek beëindigen en maatregelen nemen.

Altijd melden en afhandelen conform sanctiebeleid

Fysiek geweld

Slaan, schoppen, verwonden, spugen, aanranding, vernieling, wapengebruik

Fysieke aanvallen of dreiging met voorwerpen

Fysiek geweld is onacceptabel. Veiligheid van ambtsdrager staat voorop.

Altijd melden en afhandelen conform sanctiebeleid

MELDING EN OPVOLGEN VAN INCIDENTEN GERICHT OP RAADSLEDEN

Intimidatie, agressie en geweld jegens raadsleden dienen altijd te worden gemeld bij de burgemeester of griffier. In overleg met de melder worden de benodigde en gewenste vervolgstappen vastgesteld. De burgemeester en griffier brengen elkaar op de hoogte van elke melding. Indien een raadslid twijfelt of er sprake is van intimidatie, agressie of geweld, is het altijd mogelijk contact op te nemen met de burgemeester en/of griffier voor advies en ondersteuning.

Het melden van incidenten is van groot belang vanwege meerdere redenen:

  • Waarborgen van veiligheid: Door het maken van een melding wordt het probleem erkend en kunnen passende maatregelen worden genomen om herhaling te voorkomen.

  • Ondersteuning bieden: Afhankelijk van de ernst van het incident kan dit variëren van emotionele ondersteuning tot het inzetten van juridische stappen.

  • Bewustwording creëren: Meldingen dragen bij aan het bespreekbaar maken van het probleem en versterken het collectieve vermogen om ongewenst gedrag aan te pakken.

  • Preventie van toekomstige incidenten: Op basis van meldingen kunnen preventieve maatregelen worden ontwikkeld en geïmplementeerd.

Na ontvangst van een melding maken burgemeester en/of griffier afspraken met de melder over onder andere:

  • De verdere begeleiding van de melding;

  • Het eventueel doen van een melding of aangifte bij de politie;

  • Het doen van een melding of aangifte namens het raadslid, indien de burgemeester of griffier als gerechtigd vertegenwoordiger optreedt.

Bij de uitvoering van deze afspraken kunnen burgemeester, griffier en het betrokken raadslid worden ondersteund door deskundigen vanuit verschillende vakgebieden binnen de ambtelijke organisatie.

Alle meldingen worden vastgelegd in een incidentenregister. Afhankelijk van de aard en ernst van het incident kan aan de betrokkene een maatregel worden opgelegd, waarmee duidelijk wordt gemaakt dat dergelijk gedrag onacceptabel is. Het sanctiebeleid van de gemeente Arnhem vormt hierbij het uitgangspunt.

MAATREGELEN EN AANGIFTE BIJ INCIDENTEN GERICHT OP RAADSLEDEN

Wanneer personen zich niet houden aan de gedragsnormen die de gemeente Arnhem hanteert bij contact met en communicatie over raadsleden, kunnen er (juridische) maatregelen worden getroffen. Afhankelijk van de aard en ernst van het incident wordt aan de betrokkene een maatregel opgelegd, waarmee wordt aangegeven dat dit gedrag niet wordt getolereerd en waar de grenzen liggen. Het sanctiebeleid van de gemeente Arnhem is hierbij leidend. Maatregelen worden binnen 48 uur na het incident opgelegd.

Bij het bepalen van de passende maatregel wordt onder meer gekeken of het incident eenmalig is of herhaaldelijk voorkomt, zowel in situaties gericht tegen raadsleden als tegen het bestuur of medewerkers van de gemeente. Mogelijke maatregelen zijn onder meer:

  • Het versturen van een waarschuwingsbrief;

  • Het voeren van een ordegesprek;

  • Tijdelijke ontzegging gebied/pand naar aanleiding van agressie;

  • Toegang ontzegging;

  • Waarschuwing naar aanleiding van agressie;”

  • Het doen van aangifte bij de politie;

  • Het starten van een gerechtelijke procedure wegens onrechtmatige daad.

AANGIFTE

Alle vormen van bedreiging, intimidatie en fysiek geweld gericht tegen raadsleden worden altijd gemeld, intern en indien nodig bij de politie. Interne meldingen worden opgenomen in het politiedossier van de dader. Bij een reeks incidenten of een combinatie van gedragingen kan alsnog worden besloten tot het doen van aangifte. Het doel van aangifte is strafrechtelijke vervolging, waarbij de politie onderzoekt of er sprake is van een strafbaar feit.

In sommige gevallen kan de politie ook een incidentgesprek faciliteren zonder een strafrechtelijk traject, bijvoorbeeld als de dader een verward persoon betreft. Hierbij wordt het gedrag van de dader besproken met het oog op het beëindigen ervan.

Raadsleden die aangifte doen, kiezen ervoor om domicilie te houden op het adres van de gemeente Arnhem in plaats van hun privéadres. De politie dient bij de aangifte de VPT-code (Veilige Publieke Taak) toe te kennen.

SCHADEVERGOEDING

Schade aan persoonlijke eigendommen of bijkomende kosten die raadsleden maken als gevolg van een incident worden in eerste instantie door de gemeente vergoed. Deze kosten worden vervolgens op de veroorzaker verhaald.

VERTROUWELIJKHEID EN COMMUNICATIE BIJ INCIDENTEN

Bij het voordoen en melden van een incident informeert de burgemeester de gemeenteraad en/of het college uitsluitend met instemming van het betrokken raadslid. Deze informatie-uitwisseling vindt plaats tijdens een vergadering van het Presidium. De rol van het Presidium is beperkt tot procesbewaking en niet tot casuïstiekbehandeling.

Het is van groot belang dat alle betrokkenen bij een incident in het belang van zorgvuldigheid en privacy de grootst mogelijke terughoudendheid betrachten. Dit betekent dat tijdens alle fasen van de afhandeling van een incident het aantal betrokken personen tot een minimum wordt beperkt. In overleg met het betrokken raadslid kan besloten worden om de kwestie naar buiten te brengen.

In het geval van een strafrechtelijk onderzoek verloopt de communicatie via het Openbaar Ministerie in overleg met de burgemeester en politie.

Over getroffen maatregelen in de publieke ruimte wordt nooit gecommuniceerd.

OPVANG EN NAZORG VOOR RAADSLEDEN

Wanneer een raadslid wordt geconfronteerd met intimidatie, agressie of geweld, is adequate opvang en nazorg essentieel. Incidenten kunnen ingrijpend zijn en impact hebben op het persoonlijk welzijn, het functioneren als politiek ambtsdrager en het vertrouwen in het ambt. Daarom wordt opvang en nazorg altijd actief aangeboden, afgestemd op de behoeften van het individuele raadslid.

DOEL VAN OPVANG EN NAZORG

Het doel van opvang en nazorg is het herstellen van het gevoel van veiligheid, het bieden van emotionele en praktische ondersteuning, het bevorderen van verwerking en, indien nodig, het begeleiden naar professionele hulp. Niet alleen het raadslid zelf, maar ook het thuisfront kan hierin worden betrokken.

VERANTWOORDELIJKHEID EN ORGANISATIE

  • De burgemeester en griffier zijn de eerstaangewezen personen voor opvang en nazorg van raadsleden.

  • Afhankelijk van de situatie kan ondersteuning worden geboden door de ambtelijke organisatie van de gemeente.

  • Indien het thuisfront betrokken is, of de impact van het incident groot is, wordt een externe professional ingeschakeld, bijvoorbeeld via de arbodienst of een gemeentelijke vertrouwenspersoon.

OPBOUW VAN DE OPVANG

Opvang en nazorg bestaat uit drie vaste gespreksmomenten, tenzij de situatie anders vereist:

Fase

Tijdstip

Doel en Inhoud

Eerste gesprek

Binnen 24 uur na het incident

  • -

    Herstellen van gevoel van veiligheid

  • -

    Bieden van directe emotionele steun - Informatie geven over het verwerkingsproces

  • -

    Regelen van praktische zaken (zoals aangifte of schadeafhandeling) - Maken van vervolgafspraken

Tweede gesprek

Binnen 3 dagen

  • -

    Voortzetten van emotionele en praktische ondersteuning

  • -

    Terugblik op de eerste dagen

  • -

    In kaart brengen van het persoonlijke verwerkingsproces

Derde gesprek

Na 4–6 weken (of eerder)

  • -

    Evaluatie van impact op ambt, functioneren en privéleven

  • -

    Bespreken van veranderingen in houding of gevoel bij het ambt

  • -

    Signaleren van stagnatie en eventueel doorverwijzen naar professionele hulp

VERTROUWELIJKHEID EN MAATWERK

Alle gesprekken vinden plaats in een vertrouwelijke setting. Opvang en nazorg worden altijd afgestemd op de persoon en de aard van het incident. Het uitgangspunt is dat raadsleden zich gehoord en ondersteund voelen, zodat zij hun taak met vertrouwen kunnen voortzetten.

EXTERN ADVIES EN ONDERSTEUNING

Raadsleden kunnen voor advies en ondersteuning ook terecht bij:

  • Vertrouwenspersonen. Deze telefoonnummers zijn bekend.

  • Ondersteuningsteam weerbaar bestuur

U kunt contact opnemen via het telefoonnummer 070-3738314. U krijgt dan een van de contactpersonen van het Ondersteuningsteam aan de lijn. Dit team bestaat uit vertrouwenspersonen van de beroeps- en belangenverenigingen van burgemeesters, wethouders, raadsleden en Statenleden en het ministerie van BZK.

Via het Netwerk Weerbaar Bestuur is ook ARQ IVP (specialist in psychotrauma) beschikbaar.

  • Veiligheidsscan Netwerk Weerbaar Bestuur

    Het Netwerk Weerbaar Bestuur biedt in samenwerking met het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) een gratis veiligheidsscan aan voor raadsleden.

    Raadsleden krijgen helaas steeds vaker te maken met agressie, intimidatie of bedreigingen. Deze veiligheidsscan helpt raadsleden om zich beter bewust te worden van mogelijke risico’s en om hun eigen veiligheid zowel thuis, onderweg als online te versterken.

  • Alarmnummer IVP

Raadsleden worden regelmatig geconfronteerd met bedreigingen, intimidatie of agressie. Naarmate dit vaker gebeurt kan er gewenning ontstaan en kan men denken dat het onderdeel is van de functie. Als de bedreiging zeer ingrijpend en acuut is, kan het IVP-alarmnummer worden gebeld: 088-3305 112 (buiten kantoortijd). Het alarmnummer is bedoeld voor overheden, bedrijven, organisaties en politieke ambtsdragers. Binnen 30 minuten neemt een IVP-hulpverlener telefonisch contact op met de politieke ambtsdrager.

  • Slachtofferhulp: 0900-0101

HUISREGELS POLITIEKE AVOND

Om een veilige, ordentelijke en respectvolle omgeving te waarborgen tijdens bijeenkomsten van de gemeenteraad, gelden op de Politieke Avond de volgende huisregels. Deze regels zijn bedoeld om verstoringen te voorkomen en het werk van raadsleden en overige betrokkenen goed mogelijk te maken. Bezoekers en deelnemers worden geacht zich hieraan te houden.

ALGEMENE REGELS

  • Bezoekers moeten een geldig identiteitsbewijs kunnen tonen bij binnenkomst.

  • Het maken van geluids- en/of beeldopnamen is toegestaan, eventuele aanwijzingen van de griffie dienen te worden opgevolgd.

  • Het Stadhuis is toegankelijk voor hulphonden; andere dieren zijn niet toegestaan.

  • Bedreigende, beledigende en discriminerende gedragingen of (collectieve) uitingen jegens anderen zijn verboden.

  • Gedragingen of (collectieve) uitingen die de werkzaamheden van de raad verstoren, belemmeren of verhinderen zijn niet toegestaan.

  • Het meevoeren van spandoeken en borden is in het stadhuis niet toegestaan

  • Bezoekers dienen aanwijzingen van gemeentemedewerkers, gastvrouwen, gastheren en beveiligers op te volgen.

  • De gemeente maakt gebruik van cameratoezicht en kan bij binnenkomst een veiligheidsscan uitvoeren.

  • Bezoekers hebben toegang tot de Raadzaal, Commissiekamers, Stadhuishal en Burgerzaal. Op de daartoe aangewezen plek kan een kopje koffie of thee worden gebruikt.

  • Indien de maximale bezoekcapaciteit van het gebouw of de publieke tribunes bereikt is, kan het voorkomen dat men moet wachten om de zaal te kunnen betreden of de vergadering vanaf de Burgerzaal kan volgen.

REGELS IN DE VERGADERZALEN

  • Bezoekers dienen plaats te nemen op de publieke tribune. Het is niet toegestaan gebruik te maken van andere zitplaatsen dan die op de publieke tribune.

  • Bezoekers mogen de zaal betreden en verlaten tijdens de vergadering, gebruik makend van de daarvoor bestemde in- en uitgangen.

  • Het is voor bezoekers niet toegestaan zich in het raadsledengedeelte te begeven of zich door de raadszaal te verplaatsen, ook niet tijdens schorsingen.

  • Het nuttigen van consumpties in de vergaderzalen is voor bezoekers niet toegestaan.

  • Telefoons dienen uitgeschakeld te zijn of op stille modus te staan.

  • Verbale en fysieke uitingen van goed- en afkeuring in de vergaderzalen zijn niet toegestaan. Hieronder wordt verstaan:

    Verbale uitingen; onder andere schreeuwen, roepen of intimideren.

    Fysieke uitingen; intimiderend gedrag, agressie, geweld, het meevoeren van spandoeken en borden, het dragen van kleding gericht op het uitdragen opvattingen van goed- of afkeuring.

  • De vergaderingen worden opgenomen voor registratie en communicatie; bezoekers kunnen in beeld worden gebracht. Geluiden vanaf de publieke tribune kunnen hoorbaar zijn.

Door het naleven van deze huisregels draagt iedereen bij aan een veilige, respectvolle en ordentelijke politieke omgeving waarin raadsleden hun publieke taak zonder belemmeringen kunnen uitvoeren.

EVALUATIE PROTOCOL

Alle incidenten waarbij raadsleden te maken krijgen met agressie, intimidatie of geweld worden vastgelegd in het Gemeentelijk Incidenten Registratiesysteem (GIR). Deze systematische registratie biedt waardevolle inzichten in de aard, frequentie en context van voorvallen die gericht zijn tegen raadsleden.

Door deze gegevens jaarlijks te evalueren, ontstaat er een helder beeld van de situatie en kunnen trends en risico’s vroegtijdig worden gesignaleerd. Dit stelt de gemeente in staat om gerichte verbetermaatregelen te treffen, zowel op het gebied van preventie als in de afhandeling van incidenten.

Daarnaast wordt het protocol elke raadsperiode geëvalueerd. Op basis van opgedane ervaringen, ontvangen signalen en veranderende maatschappelijke omstandigheden kan het protocol waar nodig worden aangepast.

Op deze manier blijft het protocol actueel, werkbaar en effectief – en draagt het blijvend bij aan een bestuurlijke omgeving waarin raadsleden veilig en met vertrouwen hun publieke taak kunnen vervullen.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 25 februari 2026

De griffier,

De voorzitter,