Nadere regels Sociaal Medische Indicatie Tubbergen 2026

Geldend van 11-03-2026 t/m heden

Intitulé

Nadere regels Sociaal Medische Indicatie Tubbergen 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tubbergen;

gelet op de Wet kinderopvang;

gelet op artikel 2.1 en 2.3 van de Verordening Sociaal Medische Indicatie kinderopvang Tubbergen 2023;

besluit vast de stellen de

Nadere regels Sociaal Medische Indicatie Tubbergen 2026

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

  • 1. In de nadere regels en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

    • a.

      kinderopvang: een in het LRK (Landelijk Register Kinderopvang) geregistreerde kinderopvang, gesitueerd in Tubbergen, waar kinderen van 0 tot 13 jaar worden opgevangen;

    • b.

      toetsingsinkomen: het inkomen van ouders gebaseerd op de bruto bijstandsnorm als bedoeld in de Participatiewet dan wel het toetsingsinkomen volgens de Kinderopvangtoeslagtabel van het Besluit kinderopvangtoeslag geldend in het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft.

      Voor de vaststelling van het toetsingsinkomen gelden:

      • -

        vaste inkomsten: het inkomen in de maand voorafgaand aan de maand waarop de aanvraag is ingediend, tenzij het vaste inkomen in de daaropvolgende maand hoger is,

      • -

        onregelmatige inkomsten: het gemiddelde inkomen in de drie (3) maanden voorafgaand aan de maand waarop de aanvraag is ingediend,

      • -

        inkomsten als zelfstandige: het gemiddelde inkomen in de periode van 24 maanden voorafgaand aan de maand waarop de aanvraag is ingediend.

    • c.

      voorliggende voorziening: een adequate (opvang)voorziening in niet professionele zin of een adequate (opvang)voorziening in professionele zin.

    • d.

      SMI (Sociaal Medische Indicatie): kinderopvang waarvan de vergoeding wordt toegekend op grond van sociaal-medische factoren en waarvoor geen tegemoetkoming kan worden aangevraagd via de Belastingdienst.

  • 2. Alle begrippen die in deze nadere regels worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet, de Verordening Sociaal Medische Indicatie kinderopvang Tubbergen 2023 of de Algemene wet bestuursrecht.

Hoofdstuk 2. Doelgroep en aanvraag

Artikel 2.1 Doelgroep en tegemoetkoming

  • 1. De doelgroep die in aanmerking kan komen voor een Sociaal Medische Indicatie bestaat uit ouder(s):

    • a.

      die een lichamelijke, zintuigelijke, verstandelijke of psychische beperking heeft op grond waarvan kinderopvang noodzakelijk is; of

    • b.

      met een kind voor wie is vastgesteld dat in het belang van een goede en gezonde ontwikkeling van dat kind SMI-kinderopvang noodzakelijk is, omdat anders een ernstige ontwikkelingsachterstand ontstaat.

  • 2. Er kan slechts aanspraak bestaan op een tegemoetkoming indien de ouder(s) of het kind een Sociaal Medische Indicatie heeft als bedoeld in het eerste lid.

  • 3. De tegemoetkoming wordt alleen verstrekt als (indien mogelijk) professionele begeleiding wordt ingezet om de problematiek weg te nemen. Het niet inzetten of stopzetten van professionele begeleiding is een reden om de tegemoetkoming te weigeren of te stoppen.

Artikel 2.2 Informatie bij de aanvraag

  • 1. De aanvraag is voorzien van een bijlage die is ingevuld door een onafhankelijk hulpverlener, of door een jeugdconsulent die een sociaal oordeel of door een arts die een medisch oordeel kan vormen over de noodzaak van de SMI-kinderopvang.

  • 2. Deze bijlage bevat een (medische) verklaring met betrekking tot de aanvraag.

  • 3. Uit de aanvraag en bijlage zoals genoemd in het eerste en tweede lid blijkt in ieder geval:

    • a.

      wat de reden voor de noodzaak van de SMI-kinderopvang is;

    • b.

      wat de maximale indicatieduur zou moeten zijn;

    • c.

      wat de omvang, duur en type van de SMI-kinderopvang is die noodzakelijk wordt geacht;

    • d.

      of er een voorliggende voorziening aanwezig is, op medisch gebied dan wel wat betreft kinderopvang in zijn algemeenheid (reguliere peuteropvang);

    • e.

      of er van belang zijnde informatie voorhanden is van betrokken instanties met inachtneming van de regels rondom privacy.

Artikel 2.3 Voorliggende voorziening

  • 1. Het college weigert de tegemoetkoming indien er sprake is van een voorliggende voorziening. Tot een voorliggende voorziening wordt in ieder geval gerekend:

    • a.

      de Wet Kinderopvang, waarvoor ouders KinderOpvangToeslag ontvangen;

    • b.

      Algemene wet op bijzondere ziektekosten AWBZ;

    • c.

      een vergoeding op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning Wmo;

    • d.

      een vergoeding op grond van de Wet langdurige zorg Wlz, op basis waarvan de ouder gebruik kan maken van een medisch kleuter dagverblijf MKD of een kinderdagcentrum KDC;

    • e.

      een vergoeding op grond van de zorgverzekeringswet Zvw, op basis waarvan de ouder gebruik kan maken van een medisch kleuter dagverblijf MKD of een kinderdagcentrum KDC ;

    • f.

      voorzieningen voor voorschoolse en vroegschoolse educatie vve;

    • g.

      voorzieningen voor peuterspeelzaal;

    • h.

      de mogelijkheid voor informele opvang, bijvoorbeeld bij familieleden, buurtgenoten of vrienden;

    • i.

      andere ondersteuning uit het voorliggend veld waarmee een passende oplossing wordt geboden.

  • 2. De tegemoetkoming kan toegekend worden in combinatie met de voorliggende voorzieningen genoemd onder artikel 4 lid 1 sub i wanneer deze voorliggende voorziening geen volledige oplossing biedt.

Hoofdstuk 3. Omvang en duur van de indicatie

Artikel 3.1 De indicatie

  • 1. De Sociaal Medische Indicatie wordt afgegeven voor een periode van negen maanden.

  • 2. In afwijking van het eerste lid kan de Sociaal Medische Indicatie voor een kortere periode worden afgegeven.

  • 3. Er is mogelijkheid om de Sociaal Medische Indicatie met maximaal 2 keer negen maanden te verlengen.

  • 4. Het college is bevoegd gedurende de looptijd van de indicatie een heronderzoek uit te voeren.

Artikel 3.2 Aantal uren per leeftijdsfase

  • 1. De omvang van de Sociaal Medische Indicatie is afhankelijk van de leeftijd van het kind. Voor kinderen van:

    • a.

      0 tot 4 jaar bestaat recht op een tegemoetkoming voor maximaal 230 uur per kalendermaand;

    • b.

      4 tot 13 jaar bestaat recht op een tegemoetkoming voor maximaal het aantal uren dat onder de buitenschoolse opvang toegekend zou kunnen worden.

  • 2. Het college kan de omvang van de indicatie afstemmen op de voor- en vroegschoolse educatie vve waar de ouder(s) gebruik van kunnen maken.

Hoofdstuk 4. Ouderbijdrage

Artikel 4.1 Hoogte van de ouderbijdrage

  • 1. Ouder(s) betalen een ouderbijdrage, die inkomensafhankelijk is.

  • 2. Ouders met een inkomen tot 120% van de geldende bruto bijstandsnorm zijn geen ouderbijdrage verschuldigd.

  • 3. Voor ouders met een hoger inkomen dan bedoeld in het tweede lid wordt de ouderbijdrage vastgesteld op basis van de hoogte van het toetsingsinkomen en het percentage van de maximaal te vergoeden kosten van SMI-kinderopvang per kind volgens bijlage 1 behorend bij artikel 6 van het Besluit Kinderopvangtoeslag.

  • 4. Ouders zijn geen ouderbijdrage verschuldigd als zij hun medewerking verlenen aan:

    • a.

      een minnelijk schuldhulpverleningstraject op grond van de Wet gemeentelijke schulddienstverlening; of

    • b.

      de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP), en het Vrij Te Laten Bedrag niet meer bedraagt dan het inkomen als bedoeld in het tweede lid.

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 5.1 Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager afwijken van de bepalingen in deze nadere regels, als toepassing van deze regeling gelet op het belang van de ouder of het kind of beiden tot onbillijkheden van overwegende aard leiden.

Artikel 5.2 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. Deze regeling treedt in werking op de dag na bekendmaking onder gelijktijdige intrekking van de Nadere regels Sociaal Medische Indicatie kinderopvang Tubbergen 2023.

  • 2. Deze regeling wordt aangehaald als: Nadere Regels Sociaal Medische Indicatie kinderopvang Tubbergen 2026.

Ondertekening

Vastgesteld in het college van gemeente Tubbergen op 3 maart 2026.

De secretaris,

de burgemeester

1 Artikelsgewijze toelichting

Algemeen

De tegemoetkoming kinderopvang op grond van een SMI moet worden gezien als een vangnetregeling die de mogelijkheid geeft om ouders tijdelijk financieel te ondersteunen in de kosten van de kinderopvang, omdat zij (nog) niet onder de doelgroep van Wko vallen en dus nog geen KinderOpvangToeslag van de Belastingdienst ontvangen. Het budget voor kinderopvang voor deze doelgroep SMI is door de wetgever toegevoegd aan de algemene middelen van het gemeentefonds en wordt aangemerkt als een algemene uitkering. Daaraan worden geen voorwaarden gesteld. Het Rijk heeft ook geen voorwaarden of beperkingen opgelegd (beoogd) aan de vormgeving van het gemeentelijk beleid voor de doelgroep SMI.

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen

Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting.

Hoofdstuk 2. Doelgroep en aanvraag

Artikel 2.1 Doelgroep en tegemoetkoming

Dit artikel bepaalt, bij de door de gemeenteraad gegeven delegatieopdracht, de doelgroep van de SMI-kinderopvang. Factoren die daartoe aanleiding geven kunnen gelegen zijn in de ouder(s) en het kind of bij beiden. Een tegemoetkoming in de kosten van de SMI-kinderopvang kan vanzelfsprekend alleen worden verstrekt aan ouders met een Sociaal Medische Indicatie (SMI).

Als er sprake is van de mogelijkheid om problemen hanteerbaar te maken of weg te nemen dan is professionele begeleiding vaak noodzakelijk. De aanvrager heeft hierin ook een belangrijke eigen verantwoordelijkheid. We vinden het daarnaast van belang dat mensen zelfredzaam zijn en dit ook naar vermogen nastreven.

Artikel 2.2 Informatie bij de aanvraag

Dit artikel bepaalt, bij de door de gemeenteraad gegeven delegatieopdracht, dat de aanvraag voorzien moet zijn van de genoemde bijlage. Op basis daarvan kan het college noodzaak van de SMI-kinderopvang vaststellen. Zonder deze bijlage is de aanvraag niet compleet en kan het college onder toepassing van artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht de aanvraag buiten behandeling laten.

Artikel 2.3 Voorliggende voorziening

Een voorliggende voorziening betreft iedere voorziening waar de aanvrager een beroep op kan doen ter bekostiging van specifieke uitgaven en ter verwerving van middelen, of ondersteuning die voorziet in een passende oplossing. Het is niet mogelijk om een vergoeding te verstrekken voor kosten waar sprake is van een voorliggende voorziening. Het college verstaat onder een voorliggende voorziening: de Wet kinderopvang, waarvoor ouders KinderOpvangToeslag ontvangen; algemene wet op bijzondere ziektekosten AWBZ; een vergoeding op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning Wmo; een vergoeding op grond van de Wet langdurige zorg Wlz; een vergoeding op grond van de zorgverzekeringswet Zvw; voorzieningen voor voorschoolse en vroegschoolse educatie vve; voorzieningen voor peuterspeelzaalwerk; de mogelijkheid voor informele opvang, bijvoorbeeld bij familieleden, buurtgenoten of vrienden; andere ondersteuning uit het voorliggend veld waarmee een passende oplossing wordt geboden. Indien gebruik wordt gemaakt van één of meerdere van deze lijst van voorliggende voorzieningen, weigert het college de tegemoetkoming.

Wel zal altijd getoetst moeten worden of de voorliggende voorziening toereikend en passend is gelet op het doel waar deze voor bestemd is. Wanneer dit niet het geval is, kan aanvullend op de voorliggende voorziening genoemd bij artikel 4 lid 1 sub i een tegemoetkoming worden toegekend.

Hoofdstuk 3. Omvang en duur van de indicatie

Artikel 3.1 De indicatie

Dit artikel regelt de duur van de indicatie. Die kan voor negen maanden, maar ook voor een kortere periode zijn. Dat laatste zal doorgaans aan de orde zijn als duidelijk is dat de noodzaak voor kinderopvang voor minder dan negen maanden wordt vastgesteld of het kind binnen een jaar naar het voortgezet onderwijs gaat. Het toekennen van SMI gaat om een tijdelijke oplossing; mocht er na negen maanden SMI een verlenging van de indicatie nodig zijn, dan mag er nog maximaal 2 keer negen maanden verlengd worden. Verder geeft dit artikel het college de bevoegdheid om tussentijds een heronderzoek uit te voeren.

Artikel 3.2 Aantal uren per leeftijdsfase

Dit artikel regelt de omvang van de indicatie. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in leeftijdscategorieën (eerste lid onderdeel a, b en c).

Het college kan de (omvang van de) indicatie afstemmen op de in het tweede lid genoemde voor- en vroegschoolse educatie vve. De vve wordt namelijk beschouwd als een voorliggende voorziening. Voor het aantal uren dat een kind vve krijgt, kan geen SMI worden ingezet.

Hoofdstuk 4 Ouderbijdrage

Artikel 4.1 Hoogte van de ouderbijdrage

Dit artikel regelt de manier waarop de ouderbijdrage van ouders wordt vastgesteld. Daaruit volgt de hoogte van de tegemoetkoming op basis van de gemaximeerde prijzen (art. 2.5 van de Verordening).

Bij een gezamenlijk inkomen van ouders beneden de genoemde grens wordt geen ouderbijdrage gevraagd. Ligt het inkomen hoger dan wordt op basis van het toetsingsinkomen de ouderbijdrage berekend. Hiervoor wordt aangesloten bij de percentages volgens bijlage 1 behorend bij artikel 6 van het Besluit kinderopvangtoeslag. Ouders die hun medewerking verlenen aan een gemeentelijk schuldhulpverleningstraject of de wettelijke schuldregeling (WSNP) zijn ook geen ouderbijdrage verschuldigd als het VTLB op of onder 120% van de bruto bijstandsnorm ligt.

Het college bepaalt de noodzaak en hoogte van een tegemoetkoming in de kosten voor kinderopvang met inachtneming van het SMI-advies. Het inkomen van de ouder(s) wordt getoetst door de inkomensconsulent van de gemeente en die bepaalt de hoogte van de ouderbijdrage. Vervolgens geeft de jeugdconsulent een indicatie af. De ouderbijdrage wordt in rekening gebracht bij de ouder(s) door de kinderopvangorganisatie die de SMI-kinderopvang aanbiedt. De tegemoetkoming in de kosten voor kinderopvang wordt door de kinderopvangorganisatie die de SMI-kinderopvang aanbiedt ingediend bij de gemeente en wordt door de gemeente betaald aan deze betreffende kinderopvangorganisatie. De ingediende factuur van de kinderopvangorganisatie wordt door de zorgadministratie van de gemeente gecontroleerd aan de hand van de verstrekte beschikking, waarna al dan niet betaling door de gemeente plaatsvindt.

Hoofdstuk 5 Slotbepalingen

Artikel 5.1 Hardheidsclausule

Net als de verordening kent dit besluit ook een hardheidsclausule. Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de ouder(s) of het kind afwijken van de bepalingen van de verordening. Dit afwijken kan alleen maar ten gunste en nooit ten nadele van hen. De hardheidsclausule moet nadrukkelijk worden beschouwd als een uitzondering. Bij de beoordeling van de aanvraag zou het college zelf aanleiding kunnen zien om de hardheidsclausule toe te passen. In het algemeen geldt echter dat de ouder(s) gemotiveerd moeten aangeven dat hun situatie bijzonder is en zullen zij dat desgevraagd ook nader moeten onderbouwen.

Artikel 5.2 Inwerkingtreding en citeertitel

Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting.