Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR758399
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR758399/1
Protocol voor de omgang met (vermoedens van) integriteitsschendingen politieke ambtsdragers binnen de gemeente Boekel
Geldend van 12-03-2026 t/m heden
Intitulé
Protocol voor de omgang met (vermoedens van) integriteitsschendingen politieke ambtsdragers binnen de gemeente BoekelDe raad van de gemeente Boekel;
gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 27 januari 2026;
Besluit:
vast te stellen het
PROTOCOL VOOR DE OMGANG MET (VERMOEDENS VAN) INTEGRITEITSSCHENDINGEN POLITIEKE AMBTSDRAGERS BINNEN DE GEMEENTE BOEKEL
Artikel 1. Inleiding
De gemeente Boekel hecht grote waarde aan integriteit binnen het openbaar bestuur.
Wanneer er een vermoeden bestaat van een integriteitsschending door een politiek ambtsdrager, is het raadzaam om eerst na te gaan of de situatie op een andere manier kan worden opgehelderd. Soms kan er sprake zijn van een misverstand of onduidelijkheid. In zulke gevallen kan een eerste stap zijn om het gesprek aan te gaan met een vertrouwenspersoon of direct met de betreffende ambtsdrager. Als dit niet wenselijk of haalbaar is, of als de aard van de situatie dit niet toelaat, biedt dit protocol gestructureerde procesafspraken om een melding in te dienen.
Deze procesafspraken met betrekking tot de handhaving van de integriteit binnen het gemeentebestuur zijn procedurele richtlijnen die zijn vastgesteld door de gemeenteraad gelden voor de raadsleden, burgerleden, wethouders en de burgemeester. Dit protocol biedt een duidelijk handleiding om handelingen in strijd met onder andere de gedragscode te beoordelen.
Verder voorzien de afspraken in de nodige instrumenten voor de burgemeester om diens wettelijke verantwoordelijkheid als 'bewaker van de integriteit' effectief te vervullen, en zorgen ze voor een zorgvuldige afhandeling van meldingen, waarbij de principes van hoor en wederhoor en proportionaliteit worden gewaarborgd.
Het protocol biedt daarnaast ondersteuning voor politieke ambtsdragers en verduidelijkt steeds wie aanspreekpunt is voor de betrokkenen en welke vervolgstappen er mogelijk volgen, zodat er altijd duidelijkheid is over de te nemen acties en verantwoordelijke personen.
Deze afspraken, samen met de gedragscodes voor raadsleden, wethouders en de burgemeester, vormen de basis voor bestuurlijke integriteit binnen de gemeente. Het protocol en de gedragscodes zijn openbaar en voor derden in te zien. Om de zorgvuldige behandeling van vermoedens betreffende het handelen van de burgemeester te waarborgen, wordt een kopie van dit protocol ook aangeboden aan de Commissaris van de Koning (CdK) van de provincie.
Het protocol is dynamisch van aard en wordt jaarlijks beoordeeld of dit moet worden herzien, met als doel het optimaliseren van de werking van de gemeentelijke bestuursorganen.
Artikel 2. Beginselen
- a.
Proportionaliteit: De behandeling van meldingen gebeurt zorgvuldig en staat in verhouding tot de ernst van de melding.
- b.
Onpartijdigheid: Alle betrokkenen handelen zonder vooringenomenheid en met oog voor het algemeen belang.
- c.
Zorgvuldigheid: Meldingen worden discreet en met respect voor alle betrokkenen behandeld.
- d.
Openheid en aanspreekbaarheid: Politieke ambtsdragers spreken elkaar aan en zijn bereid aangesproken te worden op integriteit.
- e.
Terughoudendheid met publiciteit: Communicatie over een lopend onderzoek wordt beperkt tot strikt noodzakelijke personen.
Artikel 3. Definities
- a.
Politieke ambtsdragers: De burgemeester, de leden van het college, de raadsleden en burgerleden.
- b.
Vertrouwenscommissie: De vertrouwenscommissie (her)benoeming en klankbordgesprekken burgemeester gemeente Boekel.
- c.
Daar waar de burgemeester staat moet vertrouwenscommissie gelezen worden ingeval van een integriteitsmelding tegen de burgemeester.
Artikel 4. Procedure bij een vermoeden van een integriteitsschending
-
1. Fase 1 Bespreken van twijfels
- a.
Politieke ambtsdragers worden aangemoedigd om twijfels of vermoedens van niet-integer handelen bespreekbaar te maken.
- b.
Indien gewenst kan advies worden ingewonnen bij de burgemeester, de griffier, de integriteitscoördinator (medewerker P&O) of bij een vertrouwenspersoon van de gemeente Boekel.
- a.
-
2. Fase 2: Melden van een vermoeden
- a.
Een formele melding wordt schriftelijk gedaan bij de burgemeester of, bij meldingen tegen de burgemeester, bij de Vertrouwenscommissie.
- b.
De melding bevat minimaal:
- o
Naam en functie van de politieke ambtsdrager op wie de melding betrekking heeft.
- o
Naam en contactgegevens van de melder.
- o
Beschrijving van de vermoedelijke integriteitsschending.
- o
- c.
Melder ontvangt daarop binnen vijf werkdagen een schriftelijke ontvangstbevestiging en wordt uitgenodigd voor een gesprek met de burgemeester.
- d.
In de schriftelijke ontvangstbevestiging wordt de melder gevraagd niet de publiciteit te zoeken met betrekking tot de melding om de persoonlijk levenssfeer van de betrokken politiek ambtsdrager te beschermen in afwachting van de uitkomsten van het onderzoek.
- e.
De identiteit van de melder wordt niet bekend gemaakt bij degene die de melding betreft of anderen, anders dan de personen die een vooronderzoek uitvoeren, zonder daarvan vooraf schriftelijk akkoord te hebben verkregen van de melder.
- f.
Anonieme meldingen worden in principe niet in behandeling genomen, tenzij er voldoende aanknopingspunten zijn voor onderzoek.
- g.
De burgemeester kan ook door eigen waarneming of door berichtgeving van buitenaf kennisnemen van een vermeende integriteitsschending. In die gevallen kan hij op eigen initiatief een melding opstellen, gebaseerd op zijn waarneming of op de berichtgeving van buitenaf. In de melding beschrijft de burgemeester wat de aanleiding is om een vooronderzoek uit te voeren.
- h.
De burgemeester wordt ondersteund door de griffier of de gemeentesecretaris.
- a.
-
3. Fase 3: Vooronderzoek
- a.
De burgemeester beoordeelt de melding en bepaalt of een vooronderzoek nodig is. Bij meldingen tegen de burgemeester neemt de Vertrouwenscommissie deze beoordeling op zich.
- b.
Indien de burgemeester besluit dat een vooronderzoek noodzakelijk is, wordt dit zo spoedig mogelijk gestart. Tijdens dit vooronderzoek worden in beginsel de melder en de politiek ambtsdrager tegen wie de melding gericht is gehoord. De burgemeester kan dit vooronderzoek ook laten doen door de integriteitscoördinator of een externe deskundige.
- c.
Indien de burgemeester besluit dat een vooronderzoek noodzakelijk is, wordt deze bijgestaan door ambtelijke ondersteuning. De vertrouwenscommissie wordt bijgestaan door de griffier.
- d.
Indien een lid van de Vertrouwenscommissie als melder zelf betrokken is bij de melding, neemt dit lid van de Vertrouwenscommissie geen deel aan het overleg van de Vertrouwenscommissie.
- e.
Bij de uitnodiging voor het horen ontvangt de betrokken politieke ambtsdrager ten minste een korte omschrijving van de aard van de melding. De melding zelf wordt vooraf niet verstrekt.
- f.
Van de gesprekken in het vooronderzoek wordt vanuit het oogpunt van zorgvuldigheid en navolgbaarheid een verslag gemaakt. De gespreksverslagen worden opgenomen in het onderzoeksdossier.
- g.
Op basis van het vooronderzoek besluit de burgemeester tot:
- i
Afsluiting van de zaak als er geen sprake is van een schending.
- ii
Een informele oplossing.
- iii
Een onafhankelijk feitenonderzoek.
- i
- h.
In afwachting van het feitenonderzoek kunnen aanvullende tijdelijke maatregelen genomen worden, zoals schorsing.
- i.
Mocht de burgemeester besluiten dat een feitenonderzoek niet nodig is, kan de melder en de betrokken politieke ambtsdrager binnen vier weken na ontvangst van het onderzoeksverslag, via de griffier, het Presidium verzoeken te besluiten dat wel een feitenonderzoek noodzakelijk is.
- j.
Het Presidium besluit binnen vier weken na ontvangst van het verzoek en kan het besluit eenmaal met twee weken verdagen.
- a.
-
4. Fase 4: Onafhankelijk feitenonderzoek
- a.
Indien het vooronderzoek voldoende aanleiding geeft, geeft de burgemeester opdracht tot een onafhankelijk feitenonderzoek. In geval van een klacht tegen de burgemeester wordt de commissaris van de Koning door de Vertrouwenscommissie op de hoogte gesteld.
- b.
Dit onderzoek wordt uitgevoerd door een externe partij.
- c.
Er wordt een onderzoeksopdracht met het onderzoeksbureau overeengekomen. In de opdracht staan in ieder geval vermeld de aanleiding, de onderzoeksopdracht en de verwachte duur en kosten van het onderzoek.
- d.
De betrokken politieke ambtsdrager en melder worden over het besluit om een feitenonderzoek te doen door de burgemeester geïnformeerd. Indien het een melding over de burgemeester betreft informeert de Vertrouwenscommissie de burgemeester hierover.
- e.
Tijdens het onderzoek krijgen betrokkenen de kans om hun zienswijze te geven. Er wordt een gespreksverslag opgemaakt door de onderzoekers en ondertekend door de alle aanwezigen. Als de gehoorde weigert te tekenen wordt daarvan melding gemaakt in het verslag. Als de gehoorde dat wil, wordt er een schriftelijke weergave van de afwijkende mening van de gehoorde bij het verslag gedaan.
- f.
In beginsel wordt tijdens het vooronderzoek en het feitenonderzoek niet bericht over de melding en het onderzoek, anders dan naar direct betrokkenen en waar nodig het Presidium of de Vertrouwenscommissie. Het betreft, lopende het vooronderzoek en het feitenonderzoek, een interne kwestie.
- a.
-
5. Fase 5: Afronding en besluitvorming
- a.
Het eindrapport wordt gedeeld met de burgemeester.
- b.
De burgemeester zorgt gedurende het proces voor de interne en externe communicatie.
- c.
Indien het eindrapport over de burgemeester gaat neemt de Commissaris van de Koning als eerste kennis van het eindrapport.
- d.
De burgemeester deelt het eindrapport met de melder, de betrokken politieke ambtsdrager, het college, het presidium en de raad. Wanneer het de burgemeester betreft dan stelt de Commissaris van de Koning de gemeenteraad en het college op de hoogte.
- e.
De gemeenteraad bespreekt het eindrapport in een besloten raadsvergadering.
- f.
De gemeenteraad beslist over mogelijke consequenties bij een integriteitsschending.
- g.
Voor politieke ambtsdragers zijn er verschillende sancties die aan de orde kunnen zijn.
-
Sancties kunnen onder anders zijn:
- -
binnenskamers corrigerend toespreken;
- -
publieke excuses;
- -
motie van treurnis / afkeuring / wantrouwen;
- -
schorsing / ontslag (alleen voor burgemeester en wethouder);
- -
royement door de eigen politieke partij;
- -
ontslag uit een bijkomende functie die men als raadslid vervult en waarin men door de raad is benoemd;
- -
verwijdering uit de raadsfractie;
- -
raadslidmaatschap houdt op te bestaan of wordt vervallen verklaard;
-
- h.
De burgemeester kan aangifte doen wanneer er een strafbaar feit heeft plaatsgevonden.
- i.
De melder en andere betrokkenen worden geïnformeerd over de uitkomst.
- j.
De gemeenteraad kan besluiten om de uitkomsten (gedeeltelijk) openbaar te maken, met inachtneming van privacywetgeving en de Wet open overheid. Afwegingscriteria voor openbaarmaking zijn:
- -
wettelijke kaders en privacywetgeving
- -
zwaarwegend publiek belang bij transparantie
- -
proportionaliteit en subsidiariteit
- -
beschermen van betrokkenen
- -
geheimhouding en vertrouwelijkheid
- -
- k.
Alvorens het onderzoek openbaar gemaakt wordt, worden de betrokkenen hiervan 2 weken van te voren op de hoogte gesteld.
- a.
Artikel 5. Nazorg en evaluatie
-
1. Ongeacht de uitkomst wordt nazorg geboden aan de betrokkenen.
-
2. Jaarlijks wordt een verslag opgesteld door de griffie over meldingen en onderzoeken op het gebied van bestuurlijke integriteit. Dit wordt in het griffie jaarverslag toegevoegd.
-
3. Het protocol wordt periodiek geëvalueerd door de griffie na overleg met de burgemeester en waar nodig geactualiseerd. Er wordt vervolgens ter vaststelling voorgelegd aan de raad.
Artikel 6: Slotbepalingen
-
1. Uitgangspunt bij het gebruik van dit protocol zijn de door de raad vastgestelde ‘Gedragscode voor de leden van de raad’ en ‘Gedragscode voor de leden van het college van burgemeester en wethouders’.
-
2. In gevallen waarin dit protocol niet voorziet of waarbij de toepassing niet eenduidig is, vindt op initiatief van de burgemeester bespreking plaats in het Presidium.
Artikel 7: Inwerkingtreding
Het protocol treedt in werking op de dag na bekendmaking.
Ondertekening
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Boekel, gehouden op 12 februari 2026
Griffier,
L.M.C. Verheijen-Janssen
Voorzitter,
C.J.M. van der Elsen
BIJLAGE MET VOORBEELDEN INTEGRITEITSSCHENDINGEN
- -
Financiële schendingen, zoals diefstal; verduistering; fraude en onrechtmatige declaraties.
- -
Misbruik van positie en belangenverstrengeling, zoals ongeoorloofde nevenactiviteiten; ongeoorloofde financiële belangen; omkoping; vragen van giften, geschenken, uitnodigingen e.d.; ongewenste contacten; meestemmen over een onderwerp uit persoonlijk belang; cliëntelisme of andere vormen van ongeoorloofde bevoordeling.
- -
Lekken en misbruik van informatie, zoals politieke of bestuurlijke informatie die geheim of vertrouwelijk is (doen) lekken; persoonsgebonden gegevens (doen) lekken; informatie over aanbestedingen, offertes, e.d. openbaar maken; diefstal of verduistering van informatiedragers; onzorgvuldige omgang met informatiedragers.
- -
Misbruik van bevoegdheden, zoals misbruik van dwangmiddelen; meineed; valsheid in geschrifte; oneigenlijk verlenen of onthouden van vergunningen, subsidies, e.d.
- -
Misbruik van bedrijfsmiddelen, zoals ongewenst gebruik van e-mail of internet; misbruik van (mobiele) telefoon; privégebruik van bedrijfsmiddelen.
- -
Ongewenste omgangsvormen, zoals discriminatie; seksuele intimidatie; pesten, treiteren; andere vormen van verbale intimidatie, zoals grof taalgebruik of bedreiging; fysieke bedreiging of geweld.
Toelichting
Artikel 1: Inleiding
De inleiding geeft aan waarom integriteit een speerpunt is binnen de gemeente en wat de basis vormt voor dit protocol. Dit protocol geldt voor politieke ambtsdragers.
Artikel 2: Beginselen
Deze beginselen vormen de basis voor een rechtvaardige en evenwichtige behandeling van meldingen en zorgen voor een transparant proces. Ze zorgen ervoor dat meldingen met de juiste proportie, onpartijdigheid en zorgvuldigheid worden behandeld. Daarnaast is terughoudendheid in de communicatie belangrijk bij integriteitsschendingen, zodat de privacy van betrokkenen gewaarborgd blijft en onnodige schade aan reputaties wordt voorkomen.
Artikel 3: Procedure bij een vermoeden van een integriteitsschending
- 1.
Fase 1: Deze fase is bedoeld om vroegtijdig mogelijke misverstanden of problemen op te lossen en onnodige escalaties te voorkomen.
Om politieke ambtsdragers te stimuleren om twijfels of vermoedens van niet-integer handelen bespreekbaar te maken, kan gemeente Boekel een open en veilige bestuurscultuur bevorderen. Dit kan door regelmatige integriteitstrainingen, het aanstellen van een vertrouwenspersoon, en het actief communiceren van duidelijke richtlijnen. Daarnaast helpt het gebruik van gespreksmodellen en het tonen van voorbeeldgedrag door bestuurlijke leiders om een cultuur van aanspreekbaarheid en transparantie te versterken.
De vertrouwenspersoon kan een externe integriteitsadviseur, een medewerker binnen de gemeente, of een landelijk/provinciaal integriteitsbureau (zoals Steunpunt Integriteit, SIPA) zijn. De persoon moet onafhankelijk, deskundig en laagdrempelig benaderbaar zijn.
- 2.
Fase 2: Hier wordt vastgelegd hoe een melding wordt ingediend en welke eisen eraan worden gesteld. Dit garandeert zorgvuldigheid en voorkomt misbruik.
In dit protocol wordt ervan uitgegaan dat de burgemeester bestuurlijk (eind)verantwoordelijk is voor het behandelen van de melding van integriteitsschendingen1 door politiek ambtsdragers. De burgemeester kan door een melding, door eigen waarneming of door berichtgeving van buiten de organisatie kennisnemen van een vermeende integriteitsschending. Alleen schriftelijke meldingen worden in behandeling genomen.
De burgemeester doet altijd een vooronderzoek naar de melding, tenzij de schriftelijke ingediende melding anoniem wordt gedaan. Bij een anonieme melder bepaalt de burgemeester op basis van de ernst van de melding en de onderbouwing van de melding of er aanleiding is om deze melding toch in behandeling te nemen.
De melder verzoekt door het indienen van de melding de gemeente om onderzoek te doen via de procedure zoals beschreven in dit protocol. Zoals eerder opgemerkt is het van belang in de eerste fase de kring van ingelichte personen klein te houden om onnodige beschadiging van de politiek ambtsdrager te voorkomen.
De melder ontvangt binnen vijf werkdagen een formele, schriftelijke ontvangstbevestiging. De melder wordt in de ontvangstbevestiging gevraagd niet de publiciteit te zoeken m.b.t. de melding om de persoonlijk levenssfeer van de betrokken politiek ambtsdrager te beschermen in afwachting van de uitkomsten van het onderzoek. De belangen van de melder en die van de gemeente lopen hier parallel. Het zou immers niet consequent zijn om enerzijds een verzoek in te dienen om te komen tot waarheidsvinding via een zorgvuldige procedure en anderzijds de politiek ambtsdrager publiekelijk te beschadigen zonder dat die waarheidsvinding heeft plaatsgevonden en is afgerond. Van de betrokken ambtsdrager wordt eveneens verwacht dat hij de resultaten van het onderzoek afwacht. Is er sprake van een melding, waarneming of berichtgeving over een vermeende integriteitsschending door de burgemeester, dan is de vertrouwenscommissie het bevoegde orgaan om deze te beoordelen en verdere stappen te bepalen.
- 3.
Fase 3: Het vooronderzoek dient als eerste schifting om te bepalen of verdere actie nodig is, zonder meteen tot ingrijpende maatregelen over te gaan.
Feiten en omstandigheden zoals die bekend worden aan de burgemeester, zijn niet altijd zonder meer aanleiding een feitenonderzoek in te stellen. Het starten van een feitenonderzoek heeft grote gevolgen voor zowel de betrokkenen als de gemeentelijke organisatie. Daarom doet de burgemeester een vooronderzoek om het op dat moment voorhanden zijnde feitenmateriaal te analyseren. In deze fase wordt bezien of de melding bijvoorbeeld voldoende duidelijk is, of al eerder eenzelfde melding is gedaan en of het feit waarvan melding wordt gedaan al dan niet valt onder de reikwijdte van de gedragscodes (of een privéaangelegenheid betreft).
De melder en betrokkene worden gehoord, alvorens te concluderen of een feitenonderzoek wel of niet nodig is. De burgemeester bepaalt zelf de reikwijdte van het vooronderzoek. Van dit vooronderzoek wordt een rapport opgesteld, dat in sommige gevallen heel kort van inhoud zal kunnen zijn (bijvoorbeeld als de melding een gedraging betreft die niet valt onder de gedragscodes en overige regelgeving). Als de burgemeester vindt dat geen feitenonderzoek nodig is, meldt hij dit aan de melder en aan de betrokken politieke ambtsdrager. Deze zijn dan in de gelegenheid om een second opinion te vragen bij het Presidium. Hetzelfde geldt wanneer de vertrouwenscommissie vindt dat er geen feitenonderzoek nodig is. Ook dan kan de melder zich richten tot het Presidium. Wanneer na het vooronderzoek gekozen wordt voor een informele oplossing moet dit in overleg tussen de betrokkenen plaatsvinden. Hiervan wordt word vervolgens een verslag gemaakt.
- 4.
Fase 4: Dit is de fase waarin de kern van het onderzoek plaatsvindt. Onafhankelijkheid en zorgvuldigheid zijn hierbij van groot belang.
In een feitenonderzoek wordt het waarheidsgehalte van signalen en/of vermoedens beoordeeld door na te gaan of deze op redelijke gronden zijn gebaseerd. Concreet betekent dit dat een onderzoek wordt ingesteld naar de handelwijze van betrokkene. Betrokkenen en/of getuigen kunnen gehoord worden en eventueel andere onderzoeksmethoden kunnen worden aangewend om alle relevante feiten van het vermoeden van de integriteitsschending in kaart te brengen. Er is een verschil in de onderzoeksmethoden die door de gemeente en door justitie kunnen worden gehanteerd. De gemeente heeft alleen bevoegdheden die voortvloeien uit de juridische verhouding tussen de gemeente en de betrokken politiek ambtsdrager. Justitie kan bij een redelijk vermoeden van schuld (o.a. op basis van een aangifte) meer bevoegdheden hanteren, afhankelijk van de ernst van de verdenking.
- 5.
Fase 5: De afronding en besluitvorming zorgen voor een transparante en eerlijke afhandeling van de melding en de gevolgen daarvan. Bij meldingen tegen politieke ambtsdragers is terughoudendheid met publiciteit belangrijk om onterechte reputatieschade te voorkomen, terwijl tegelijkertijd openbaarheid zorgvuldig moet worden afgewogen. Bij bewezen integriteitsschendingen kan de gemeenteraad besluiten om de uitkomsten openbaar te maken. Bij meldingen tegen wethouders wordt het Presidium geïnformeerd en heeft de gemeenteraad de eindbeslissing over eventuele sancties.
Het Presidium bespreekt op welke wijze de onderzoeksrapportage kan worden behandeld in de gemeenteraad. Hierbij kan van gedachten worden gewisseld ten aanzien van bijvoorbeeld de volgende onderwerpen:
- o
wordt de vergadering in openbaarheid gehouden of (deels) besloten? Uiteraard beslist de raad dit uiteindelijk zelf op grond van artikel 23 Gemeentewet, maar de burgemeester kan op basis van zijn consultatie ervoor kiezen om de vergadering in beslotenheid van start te laten gaan;
- o
het al dan niet opheffen van de geheimhouding op de rapportage die door de burgemeester kan worden opgelegd; Op basis van de consultatie van het Presidium kan een voorstel worden geformuleerd; er kan ook voor worden gekozen om de burgemeester te verzoeken de eventueel opgelegde geheimhouding op te heffen zodat de onderzoeksrapportage publiek kan worden gemaakt;
- o
de spreekvolgorde tijdens de vergadering.
- o
-
De burgemeester biedt, na consultatie van het Presidium, de onderzoeksrapportage aan de raad aan. De raad behandelt de rapportage in een raadsvergadering. Daarbij is het in het kader van transparantie gewenst dat de raad in openbaarheid de rapportage bespreekt en daarover een standpunt kan bepalen en kenbaar kan maken. In deze fase is het gewenst om zoveel mogelijk openheid te betrachten. Het houden van een besloten raadsvergadering (al dan niet over een deel van de rapportage) behoort niettemin tot de mogelijkheden.
Een volledig besloten raadsvergadering zal echter eerder de uitzondering dan de regel zijn. Buiten die gevallen, waarin het handelen van een politiek ambtsdrager strafrechtelijk aan de kaak wordt gesteld, kan het doen en laten van een politiek ambtsdrager in de openbaarheid soms als bedenkelijk worden aangemerkt. Men kan elkaar daarop aanspreken en er een oordeel over hebben.
Mogelijke uitkomsten van de afweging op basis van de geformuleerde criteria (fase 5 h):
- -
Volledige openbaarmaking: Indien het algemeen belang en de transparantie zwaarder wegen dan de privacybelangen.
- -
Gedeeltelijke openbaarmaking: Bij gevoelige gegevens kan worden gekozen voor een geanonimiseerde samenvatting.
- -
Geen openbaarmaking: Indien privacybelangen of andere juridische overwegingen zwaarder wegen dan het transparantiebelang.
De naam van een betrokkene wordt niet openbaar gemaakt zolang er geen vaststelling is van een integriteitsschending. Alleen als uit het onderzoek blijkt dat er daadwerkelijk sprake is van een schending én openbaarmaking noodzakelijk is voor het vertrouwen in het openbaar bestuur, kan de raad besluiten tot naamsvermelding. Dit besluit moet zorgvuldig worden afgewogen, waarbij de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de mogelijke gevolgen voor de betrokkene worden meegewogen.
- -
Artikel 4: Nazorg en evaluatie
Nazorg en evaluatie zijn essentieel om het integriteitsbeleid te blijven verbeteren en de betrokkenen adequaat te ondersteunen. Jaarlijkse rapportages helpen om inzicht te krijgen in trends en verbeterpunten. Het opstellen van het jaarverslag van de griffie is daarbij een natuurlijk moment om deze inzichten vast te leggen, zeker wanneer daarin ook wordt opgenomen of en hoeveel meldingen zijn gedaan. Dit draagt bij aan transparantie en biedt de mogelijkheid om waar nodig het beleid aan te scherpen.
Artikel 5: Inwerkingtreding
Dit protocol wordt vastgesteld door de gemeenteraad van Boekel. Het protocol treedt in werking op de datum van vaststelling en wordt periodiek geëvalueerd om ervoor te zorgen dat het actueel en effectief blijft.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl