Ondermandaatbesluit 2026 Subsidieverordening Vervoersautoriteit MRDH 2018

Geldend van 10-03-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026

Intitulé

Ondermandaatbesluit 2026 Subsidieverordening Vervoersautoriteit MRDH 2018

De directeur Vervoersautoriteit van de MRDH,

Gelet op

de bepalingen van:

  • de Algemene wet bestuursrecht;

  • de Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2014;

  • de Subsidieverordening Vervoersautoriteit MRDH 2018;

  • het Mandaatbesluit Subsidieverordening vervoersautoriteit MRDH 2018;

Overwegende dat,

  • op 7 juli 2017 het algemeen bestuur de Subsidieverordening Vervoersautoriteit MRDH 2018 (verder de verordening) heeft vastgesteld;

  • deze verordening in werking is getreden op 1 januari 2018;

  • de bestuurscommissie Vervoersautoriteit is belast met de uitvoering van de verordening;

  • op 20 december 2017 de bestuurscommissie Vervoersautoriteit een mandaat met mogelijkheid tot ondermandaat heeft verstrekt aan de secretaris-directeur;

  • het in het kader van efficiëntie gewenst is een aantal bevoegdheden onder te mandateren;

  • Ondermandaten zijn verleend aan de manager Verkeer en de manager OV;

  • dat per 1 januari 2026 de MRDH een andere indeling van haar organisatie heeft ingevoerd, waardoor deze functies niet meer bestaan;

  • de taken ten aanzien van de uitvoering van de bijdrageregeling per 1 januari 2026 vallen onder de afdeling Exploitatie en Subsidies.

BESLUIT:

Het

  • 1.

    Ondermandaatbesluit Subsidieverordening Vervoersautoriteit MRDH 2018.

  • 2.

    Ondermandaatbesluit manager Verkeer Subsidieverordening Vervoersautoriteit MRDH 2018 en het

  • 3.

    Ondermandaatbesluit manager OV Subsidieverordening Vervoersautoriteit MRDH 2018 in te trekken en

BESLUIT:

Ondermandaat te verlenen aan de manager Exploitatie en Subsidies van de MRDH om alle bevoegdheden ten aanzien van de subsidieverordening Vervoersautoriteit MRDH 2018 (verder: de verordening) uit te voeren met uitzondering van de volgende bevoegdheden:

  • 1.

    het vaststellen van nadere regels als bedoeld in artikel 2 lid 2, artikel 20 lid 2, artikel 28 lid 2 en artikel 35 lid 2 van de verordening;

  • 2.

    het vaststellen van subsidieplafonds als bedoeld in artikel 5 van de verordening;

  • 3.

    het wijzigen van subsidiepercentages als bedoeld in artikel 27 lid 2 en artikel 41 lid 2 van de verordening;

  • 4.

    het toepassen van de hardheidsclausule op grond van artikel 8 van de verordening;

  • 5.

    de bevoegdheden ten aanzien van het IPVA zoals opgenomen in artikel 10 van de verordening;

  • 6.

    het vaststellen van normbedragen zoals bedoeld in artikel 24 lid 4, artikel 31 lid2 en artikel 38 lid 2 van de verordening;

  • 7.

    het toepassen van de afwijzingsgronden als bedoeld in artikel 23 lid 1 sub d. en e, artikel 34 sub d en sub e, artikel 42 sub d. en sub e. en artikel 57 lid 1 sub a. en sub c.;

  • 8.

    het nemen van een beslissing op bezwaar;

  • 9.

    het lager vaststellen van een verleende subsidie, waarbij artikel 4:46 van de Algemene wet bestuursrecht wordt toegepast;

  • 10.

    het ambtshalve vaststellen van een subsidie op grond van artikel 4:47 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • 11.

    het intrekken of ten nadele van de aanvrager wijzigen van de subsidiebeschikking op grond van artikel 4:48 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • 12.

    het verlenen van een subsidie hoger dan 1,5 miljoen euro.

Het ondermandaat wordt verleend onder de volgende voorwaarden en voorschriften:

Artikel 1.

Het ondermandaat omvat de bevoegdheid om het besluit:

  • a.

    voor te bereiden;

  • b.

    te nemen, alsmede te wijzigen, beëindigen, verlengen, in te trekken en op te zeggen;

  • c.

    te ondertekenen, en

  • d.

    af te doen.

Artikel 2.

De ondergemandateerde is bevoegd tot het nemen van besluiten als hierboven vermeld, tenzij

  • a.

    mandaatverlener vooraf te kennen heeft gegeven zelf te willen beslissen;

  • b.

    het te nemen besluit de kaders van de begroting overschrijdt.

Artikel 3.

De ondergemandateerde is niet bevoegd ondermandaat te verlenen ter uitoefening van een aan hem ondergemandateerde bevoegdheid.

Artikel 4.

  • 1. De ondergemandateerde houdt een registratie bij van de door hem in ondermandaat genomen besluiten.

  • 2. De ondergemandateerde informeert het ter zake bevoegd bestuursorgaan desgewenst over de krachtens ondermandaat genomen besluiten.

Artikel 5.

  • 1. Dit besluit treedt in werking op de datum van ondertekening met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026.

  • 2. Dit besluit kan worden aangehaald als ondermandaatbesluit 2026 subsidieverordening Vervoersautoriteit MRDH 2018.

Ondertekening

Rotterdam, 26 februari 2026

Christel Mourik

Secretaris-algemeen directeur MRDH