Beleidsregel standplaatsen gemeente Laren 2026

Geldend van 03-04-2026 t/m heden

Intitulé

Beleidsregel standplaatsen gemeente Laren 2026

Burgemeester en wethouders van Laren;

gelet op paragraaf 5.2.15 en Bijlage 1 van het Omgevingsplan Laren;

overwegende dat het wenselijk is nieuwe beleidsregels vast te stellen met betrekking tot de uitvoering van het Omgevingsplan Laren;

besluiten de volgende nadere regeling vast te stellen:

Beleidsregel standplaatsen gemeente Laren 2026

HOOFDSTUK 1 BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze Beleidsregel wordt verstaan onder:

  • a.

    Aanvrager: degene die een vergunning aanvraagt.

  • b.

    College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Laren.

  • c.

    Standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de open lucht gelegen plaats, te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen zoals een kraam, een wagen of een tafel.

  • d.

    Vaste standplaats: een standplaats die voor één of meerdere dagen per week op een vaste locatie gedurende meer dan 6 maanden per jaar met een vaste frequentie wordt ingenomen.

  • e.

    Seizoensgebonden standplaats: een standplaats die voor een kortere (minimaal 1 maand tot maximaal 6 maanden) op dezelfde aangewezen locatie wordt ingenomen met een mobiele kraam of kar, voor de verkoop van seizoensgebonden waren en goederen. Hierbij kan gedacht worden aan de verkoop van oliebollen.

  • f.

    Incidentele standplaats: een standplaats die wordt ingenomen met een tijdelijk karakter met beperkte invloed op de omgeving. Voorbeelden zijn stichtingen die voor het goede doel goederen willen verkopen, foodtrucks die op een enkele dag producten verkopen, ondernemers die een bijzondere uitverkoop houden, bedrijven/instellingen die voorlichting willen geven over een product of onderwerp.

  • g.

    Vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend. In het geval van een vennootschap onder firma (vof) zijn de vennoten in die vof vergunninghouder. In het geval van een rechtspersoon (bijvoorbeeld een bv) is de rechtspersoon vergunninghouder, daarbij vertegenwoordigd door de vertegenwoordigingsbevoegden van die rechtspersoon.

HOOFDSTUK 2 VASTE STANDPLAATSEN

Artikel 2 Vaste standplaatsen

  • 1. Het college kan een vergunning, zoals bedoeld in het Omgevingsplan Laren, verlenen voor het innemen van een standplaats gedurende een of meer dagen/dagdelen.

  • 2. Vaste standplaatsen kunnen worden ingenomen op de standplaatslocaties die zijn weergegeven op de kaart (bijlage 1).

  • 3. Een vergunning voor een vaste standplaats kan verleend worden voor een periode van maximaal 15 jaar.

  • 4. Vaste standplaatsen kunnen tijdelijk niet worden ingenomen wanneer op de betreffende locatie werkzaamheden plaatsvinden of als de standplaats voor een ander doel wordt gebruikt, zoals de markt of evenementen. Daarnaast is het mogelijk dat op grond van ander openbaar belang de standplaats niet kan worden ingenomen of moet worden ontruimd. In dergelijke gevallen wordt in overleg gekeken of er een andere locatie mogelijk is.

  • 5. Voor de behandeling van een aanvraag om een vaste standplaatsvergunning is de procedure opgenomen in hoofdstuk 5 van deze Beleidsregel van toepassing.

HOOFDSTUK 3 SEIZOENSGEBONDEN STANDPLAATS

Artikel 3 Seizoensgebonden standplaats

  • 1. Het college kan een vergunning, zoals bedoeld in het Omgevingsplan Laren, verlenen voor het innemen van een standplaats gedurende een of meer dagen/dagdelen in een aaneengesloten periode van maximaal 6 maanden.

  • 2. Seizoensgebonden standplaatsen kunnen worden ingenomen op de standplaatslocaties die zijn weergeven op de kaart (bijlage 1).

  • 3. Vanwege het normaliter kortdurende karakter en de normaliter geringe impact op de openbare ruimte en openbare orde, kan bij aanvragen voor seizoensgebonden standplaatsen bij uitzondering afgeweken worden van de genoemde standplaatslocaties die zijn opgenomen op de lijst. De aangevraagde standplaatslocatie wordt beoordeeld, waarbij rekening wordt gehouden met de aangevraagde looptijd en de aanvraagvereisten (artikel 5.90 Omgevingsplan) en de beoordelingsregels (artikel 5.91 Omgevingsplan) voor standplaatsen, als opgenomen in het Omgevingsplan Laren.

  • 4. Een vergunning voor een seizoensgebonden standplaats kan worden verleend voor een periode van maximaal 15 jaar met inachtneming van het bepaalde in lid 1.

  • 5. Seizoensgebonden standplaatsen kunnen tijdelijk niet worden ingenomen, wanneer op de betreffende locatie werkzaamheden plaatsvinden. Daarnaast is het mogelijk dat op grond van ander openbaar belang de standplaats niet kan worden ingenomen of moet worden ontruimd. In dergelijke gevallen wordt in overleg gekeken of er een andere locatie mogelijk is.

  • 6. Voor de behandeling van een aanvraag om een seizoensgebonden standplaatsvergunning is de procedure opgenomen in hoofdstuk 5 van deze Beleidsregel van toepassing.

HOOFDSTUK 4 INCIDENTELE STANDPLAATSEN

Artikel 4 Incidentele standplaatsen

  • 1. Het college kan een vergunning, zoals bedoeld in het Omgevingsplan Laren, verlenen voor het innemen van een incidentele standplaats gedurende een aaneengesloten periode van maximaal 2 weken of 6 losse dagen per kalenderjaar.

  • 2. Ter bescherming van de openbare orde en veiligheid en ter voorkoming van overlast is het aantal standplaatsen gelimiteerd. Een vergunning voor een incidentele standplaats is afhankelijk van de beschikbare ruimte.

  • 3. Incidentele standplaatsen kunnen worden ingenomen op alle standplaatslocaties die zijn weergeven op de kaart (bijlage 1).

  • 4. Vanwege het normaliter kortdurende karakter en de normaliter geringe impact op de openbare ruimte en openbare orde, kan bij aanvragen voor incidentele standplaatsen bij uitzondering afgeweken worden van de genoemde standplaatslocaties die zijn opgenomen op de lijst. De aangevraagde standplaatslocatie wordt beoordeeld waarbij rekening wordt gehouden met de aangevraagde looptijd en de aanvraagvereisten en beoordelingsregels algemene weigeringsgronden en bijzondere weigeringsgronden voor standplaatsen, als opgenomen in het Omgevingsplan Laren. Daarnaast wordt er getoetst of er geen andere activiteiten, zoals de markt of evenementen, plaatsvinden op de aangevraagde locatie voor de incidentele standplaats.

  • 5. Incidentele standplaatsen kunnen niet worden ingenomen wanneer op de betreffende locatie werkzaamheden plaatsvinden. Daarnaast is het mogelijk dat op grond van ander openbaar belang de standplaats niet kan worden ingenomen of moet worden ontruimd. In dergelijke gevallen wordt in overleg gekeken of er een andere locatie mogelijk is.

  • 6. Voor de behandeling van een aanvraag om incidentele standplaatsvergunning is de procedure opgenomen in hoofdstuk 5.

  • 7. Vanwege het niet-permanente karakter van incidentele standplaatsen en het kortdurende karakter moet deze vergunning jaarlijks of per periode opnieuw aangevraagd worden.

HOOFDSTUK 5 PROCEDURE

Artikel 5 Locaties, dagdelen en maximumstelsel

  • 1. Voor de vaste standplaatsen wordt een locatiebeleid gehanteerd. Dat wil zeggen dat er slechts op de aangewezen standplaatslocaties standplaatsen mogen worden ingenomen. Het locatiebeleid is gewenst vanuit het oogpunt van de openbare orde, de openbare veiligheid en in het belang van de bescherming van het milieu. Voor seizoens- en incidentele standplaatsen kan, zoals blijkt uit artikel 3 lid 3 en artikel 4 lid 4, hiervan worden afgeweken.

  • 2. Ter bescherming van de openbare orde, openbare veiligheid, het milieu en ter voorkoming van overlast, zoals opgenomen in artikel 5.88 van het Omgevingsplan Laren, in de openbare ruimte is het aantal standplaatsen gelimiteerd. Het college heeft per standplaatslocatie bepaald wat het maximum aantal te verlenen standplaatsvergunningen is.

  • 3. Het college heeft een lijst met aangewezen standplaatslocaties en beschikbare dagen vastgesteld waarop een standplaats mag worden ingenomen. Deze lijst maakt als bijlage 1 deel uit van deze Beleidsregel.

  • 4. De op de lijst opgenomen standplaatslocaties zijn in overeenstemming met de aanvraagvereisten en beoordelingsregels voor standplaatsen, als opgenomen in het Omgevingsplan Laren.

  • 5. Een vergunning voor een vaste standplaats wordt uitsluitend verleend voor de standplaatslocaties en dagdelen, zoals aangegeven in bijlage 1 van deze Beleidsregel.

  • 6. De standplaatsen zijn, gebaseerd op de grootte van de gebruikte plaats, 6 m² of 10 m².

Artikel 6 Vergunningsaanvraag vaste standplaatsen en seizoensgebonden standplaatsen

De aanvraag om een standplaatsvergunning bevat, in aanvulling op de vereisten die zijn genoemd in artikel 5.90 van het Omgevingsplan Laren, in elk geval de volgende gegevens en documenten:

  • a.

    Naam, adres, woonplaats, telefoonnummer en e-mailadres van de aanvrager;

  • b.

    Een kopie van een identiteitskaart of paspoort van de aanvrager;

  • c.

    Een bewijs van inschrijving in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel, waarbij het uittreksel niet ouder is dan 6 maanden;

  • d.

    Een vermelding van gebruik van stroomvoorziening en eventueel hoeveel ampère benodigd is;

  • e.

    Een vermelding van gebruik van watervoorziening, indien en voor zover laatstgenoemde aanwezig is; en

  • f.

    Een motivering van de aanvraag.

Artikel 7 Procedure vaste standplaatsen en seizoensgebonden standplaatsen

  • 1. De bekendmaking van een vrijgekomen standplaats geschiedt minimaal 3 maanden vooraf door openbare kennisgeving (via www.overheid.nl en/of) in het digitale gemeenteblad van de gemeente Laren. Hierin wordt in ieder geval aangegeven:

    • a.

      Binnen welk tijdvak geïnteresseerden een aanvraag kunnen indienen;

    • b.

      Op welke wijze een aanvraag kan worden ingediend;

    • c.

      Welke gegevens bij de aanvraag moeten worden gevoegd om als volledig te worden aangemerkt;

    • d.

      Dat de selectie plaatsvindt middels een selectieprocedure (en niet via loting); en

    • e.

      Een omschrijving van de vrijgekomen standplaats met locatie, dag/dagdelen, tijdstippen en eventuele bijzonderheden. Hierbij wordt een kaartje of schets van de locatie bijgevoegd met daarop aangegeven de maximale afmeting van de vrijgekomen standplaats.

  • 2. Bij het beschikbaar komen van een vaste standplaatsvergunning vanwege het einde van de vergunningsduur kan de gemeente de procedure van verlenging na afroep toepassen als voldoende aannemelijk is dat er naast de betreffende vergunninghouder geen andere gegadigden voor deze vergunning zijn.

  • 3. Als binnen de gestelde termijn van lid 1 van dit artikel alleen de betreffende vergunninghouder belangstelling kenbaar heeft gemaakt en is voldaan aan de gestelde voorwaarden, verlengt de gemeente de vaste standplaatsvergunning met de met de in de procedure van verlenging genoemde duur.

  • 4. Als binnen de gestelde termijn naast de betreffende vergunninghouder een of meer andere gegadigden belangstelling kenbaar hebben gemaakt (passend in het brancheplan), wordt de vergunning niet verlengd. In dat geval past de gemeente een verdelingsprocedure toe.

  • 5. Alleen binnen het tijdvlak, genoemd in de openbare kennisgeving in lid 1, kan een volledige aanvraag worden ingediend of kan een onvolledige aanvraag worden aangevuld tot een volledige aanvraag. Na sluiting van het tijdvak kan een ingediende aanvraag niet meer worden aangevuld of gewijzigd en kan ook geen nieuwe vergunningaanvraag meer worden ingediend.

  • 6. Bij onvolledige aanvragen die uiterlijk één week voor afloop van het tijdvak zijn ingediend, wordt de aanvrager hiervan op de hoogte gesteld en in de gelegenheid gesteld de aanvraag aan te vullen vóór afloop van het tijdvak.

  • 7. Als er meer aanvragen dan uit te geven vergunningen zijn, worden voor de afhandeling van vergunningaanvragen aan de hand van de onderstaande kwalitatieve criteria en de selectieleidraad, punten toegekend tot het daarbij vermelde aantal maximumpunten;

    • a.

      het assortiment vormt een toevoeging op het reeds bestaande aanbod: maximaal 30 punten;

    • b.

      de algemene uitstraling van de uitstalling: maximaal 20 punten;

    • c.

      het gebruikte verkoopmateriaal: maximaal 20 punten;

    • d.

      de ondernemer houdt zich bezig met duurzaamheidsaspecten: maximaal 10 punten;

    • e.

      de sollicitatiebrief en de motivering van de aanvraag: maximaal 10 punten;

    • f.

      referenties: de aanvrager heeft geen problemen met andere gemeenten, bijvoorbeeld betalingsachterstanden of disciplinaire problemen: maximaal 10 punten.

  • 8. De aanvragers komen in aanmerking in de volgorde van de hoogte van het aantal toegekende punten.

  • 9. De punten zullen worden toegekend door een selectiecommissie, bestaande uit de marktmeester, een medewerker vergunningen en een medewerker ruimte van de gemeente Laren.

  • 10. Als meer gegadigden hetzelfde aantal punten krijgen toegekend, vindt de verdeling van de vergunning tussen hen plaats via loting door middel van een trekking, waarvoor zij worden uitgenodigd.

  • 11. Per standplaats kan maximaal een vergunning worden afgegeven.

Artikel 8 Vergunningsaanvraag incidentele standplaatsen

  • 1. Vergunningaanvragen voor incidentele standplaatsen kunnen het hele jaar door aangevraagd worden.

  • 2. Voor de aanvraag om een incidentele standplaatsvergunning wordt gebruik gemaakt van een aanvraagformulier. De aanvraag bevat in elk geval de volgende gegevens en documenten:

    • a.

      Naam, adres, woonplaats, telefoonnummer en e-mailadres van de aanvrager;

    • b.

      Een bewijs van inschrijving in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel, waarbij het uittreksel niet ouder is dan 6 maanden;

    • c.

      De gewenste locatie;

    • d.

      De gewenste dag/dagen en tijden waarop de standplaats wordt ingenomen;

    • e.

      Een opsomming van het doel waarvoor de standplaats wordt ingenomen;

    • f.

      Een vermelding van gebruik van stroomvoorziening en eventueel hoeveel ampère benodigd is;

    • g.

      Een vermelding van gebruik van watervoorziening, indien en voor zover laatstgenoemde aanwezig is;

    • h.

      Een foto of schets van de activiteiten die plaatsvinden; en

    • i.

      Een opgave van de afmetingen van de verkoopinrichting.

  • 3. Incidentele standplaatsen worden toegekend op basis van volgorde van binnenkomst van aanvraag.

Artikel 9 Intrekken of schorsen van een vergunning

Het college kan een vergunning of ontheffing intrekken of schorsen op basis van de volgende gronden:

  • a.

    Financiële redenen: indien de vergunninghouder de financiële verplichtingen voortvloeiend uit de vergunning, zoals het betalen van standplaatskosten en/of legeskosten, niet nakomt.

    • Het college gaat pas over tot intrekking of schorsing nadat:

      • 1.

        De vergunninghouder schriftelijk is aangemaand en een redelijke termijn heeft gekregen om alsnog aan de betalingsverplichtingen te voldoen; en

      • 2.

        De vergunninghouder in de gelegenheid is gesteld om zijn zienswijze naar voren te brengen.

  • b.

    Herinrichting- of reconstructiewerkzaamheden: indien als gevolg van herinrichting- of reconstructiewerkzaamheden aan de openbare weg of toenemende verkeersdrukte geen gebruik meer kan worden gemaakt van de vergunning. Indien noodzakelijk kan het college de vergunninghouder een andere locatie toewijzen in de nabijheid van de huidige locatie.

  • c.

    Ziekte of bijzondere omstandigheden: indien de vergunninghouder wegens ziekte of bijzondere omstandigheden gedurende een periode van vier maanden aaneengesloten geen gebruik heeft gemaakt van zijn vergunning door geen standplaats in te nemen en zich niet heeft laten vervangen.

HOOFDSTUK 6 OVERIGE BEPALINGEN

Artikel 10 Weigeringsgronden standplaatsvergunningen

Een vergunning voor een vaste, seizoensgebonden of een incidentele standplaats wordt, in aanvulling op artikel 5.91 van het Omgevingsplan Laren, in ieder geval geweigerd indien:

  • a.

    een vergunning wordt aangevraagd voor een andere locatie, een andere dag/dagdeel of tijd dan aangegeven in de bekendmaking;

  • b.

    de afmetingen van de verkoopinrichting groter zijn dan de afmetingen van de vrijgekomen standplaats;

  • c.

    de aanvraag niet heeft gewonnen in de selectieprocedure;

  • d.

    een aanvraag buiten het tijdvak is ingediend;

  • e.

    niet alle gegevens bij de aanvraag zijn gevoegd waardoor de aanvraag niet volledig is;

  • f.

    meerdere aanvragen zijn ingediend door of in relatie tot dezelfde natuurlijke persoon;

  • g.

    in het belang van een redelijk verzorgingsniveau de standplaats, dan wel de aard van de aan te bieden producten, geen verrijking of aanvulling vormt op het bestaande voorzieningenniveau; of

  • h.

    de aanvraag strijdig is met het Omgevingsplan, tenzij een omgevingsvergunning is verleend waarmee van het Omgevingsplan mag worden afgeweken.

Artikel 11 Vervanging

  • 1. Het college kan op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder maximaal een persoon als vervanger van de vergunninghouder op de standplaatsvergunning vermelden. De vervanger mag voor maximaal zes maanden de vergunninghouder vervangen. Voor vermelding als vervanger op de vergunning komen uitsluitend de volgende personen in aanmerking:

    • a.

      de echtgenoot of echtgenote van de vergunninghouder;

    • b.

      de geregistreerde partner van de vergunninghouder;

    • c.

      een meerderjarig kind van de vergunninghouder;

    • d.

      een meerderjarige medewerker van de vergunninghouder, mits een arbeidsovereenkomst kan worden overgelegd.

  • 2. Bij het in het vorige lid bedoelde verzoek wordt ten aanzien van elke vervanger een door de vervanger ondertekende verklaring overlegd, waarin hij of zij verklaart voor de vergunninghouder als vervanger werkzaam te zijn en verklaart in te stemmen met vermelding als vervanger op de standplaatsvergunning.

Artikel 12 Innemen standplaats

  • 1. Er mag alleen een standplaats worden ingenomen op de daarvoor aangewezen plaatsen.

  • 2. De standplaats moet door de vergunninghouder worden ingenomen en mag niet aan een ander worden afgestaan of in gebruik gegeven.

  • 3. In het geval de standplaats is vergund aan een rechtspersoon, dan mogen de vertegenwoordigingsbevoegdheden van die rechtspersoon (bijvoorbeeld de bestuurders) de standplaats innemen.

  • 4. In het geval de standplaats is vergund aan een VOF, dan mogen de vennoten van die VOF ieder voor zich de standplaats innemen.

Artikel 13 Ordebepalingen

  • 1. Het is verboden om op een standplaats:

    • a.

      gebruik te maken van versterkt geluid;

    • b.

      gebruik te maken van een diesel- of benzineaggregaat.

    • c.

      reclameborden te plaatsen voor zover deze niet volledig op of aan de verkoopwagen of het verkoopmateriaal zijn bevestigd.

    • d.

      gebruik te maken van uitstallingen, tafels of stoelen, anders dan een statafel, om klanten aan te laten wachten op hun bestelling.

Artikel 14 Afwijken

Van het bepaalde in deze regels kan worden afgeweken als de toepassing ervan leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 15 Overgangsregelingen

Binnen zes maanden na inwerkingtreding van deze Beleidsregel, worden de op grond van het Omgevingsplan Laren verleende vaste en seizoensgebonden standplaats vergunningen voor de standplaatsen die zijn opgenomen in bijlage 1 behorend bij deze regels, ingetrokken. De betreffende vergunninghouders ontvangen in plaats daarvan, zonder toepassing van artikel 7, eenmalig een nieuwe vergunning die geldt voor de periode van 15 jaar die voldoet aan de overige vereisten uit deze Beleidsregel.

Artikel 16 Slotbepalingen

  • 1. Deze Beleidsregel treedt in werking gelijktijdig met de inwerkingtreding van de eerste wijziging van het Omgevingsplan Laren.

  • 2. Deze Beleidsregel worden aangehaald als Beleidsregel standplaatsen gemeente Laren 2026.

  • 3. De Beleidsregel standplaatsen gemeente Laren 2026 vervangt het Standplaatsenbeleid 2016 gemeente Laren, die gelijktijdig wordt ingetrokken.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders d.d. 13 januari 2026,

P. Zwanikken

Gemeentesecretaris

J.N. de Zwart-Bloch

burgemeester

BIJLAGE 1

Standplaatslocaties

Plein 1945 zijde Zevenend (1), Zevenend (2) en Zevenend (3)

afbeelding binnen de regeling

Plein 1945 zijde Jumbo

afbeelding binnen de regeling

Brink t.o. Nieuweweg

afbeelding binnen de regeling

De verkooptijden voor standplaatshouders in Laren zijn gelet op de openbare orde- en overlastaspecten vastgesteld op:

  • van maandag tot en met zaterdag van 08.00 tot 18.00 uur en op aangewezen koopzondagen van 12.00 uur tot 18.00 uur;

  • van maandag tot en met zaterdag van 08.00 tot 21.00 uur voor de verkoop van voor directe consumptie geschikte etenswaren en op aangewezen koopzondagen van 12.00 uur tot 18.00 uur.

TOELICHTING OP DE BELEIDSREGEL STANDPLAATSEN GEMEENTE LAREN 2026

Aanleiding

Standplaatsen zijn belangrijk voor de leefbaarheid van de woonkernen in de gemeente Laren. Ze vergroten de aantrekkingskracht van woonkernen en centrumgebieden en zijn voor inwoners en bezoekers een verrijking van het voorzieningenaanbod. Door de lagere ondernemingslasten zijn standplaatsen ook een laagdrempelige vorm van ondernemen. Ze kunnen zo soms ook functioneren op locaties waar een winkel niet (meer) haalbaar is.

De gemeente Laren wil de standplaatsen graag goed reguleren en ervoor zorgen dat standplaatshouders een goede bijdrage leveren aan het woon- en leefklimaat van de gemeente, zonder overlast te veroorzaken.

Een standplaatsvergunning is een zogenoemde ‘schaarse vergunning’. Dit zijn vergunningen waarbij het aantal gegadigden potentieel groter is dan het aantal vergunningen dat wordt uitgegeven. Bij het stellen van regels is rekening gehouden met veranderde regelgeving hiervoor, de toegestane looptijd van vergunningen en hoe de gemeente beschikbare standplaatsen bekendmaakt en verdeelt onder ondernemers. In deze Beleidsregel stelt het college van burgemeesters en wethouders van de gemeente Laren kaders in het belang van het Omgevingsplan Laren en schept zij duidelijkheid over haar visie op de standplaatsen en hoe zij met vergunningaanvragen en vergunningverlening omgaat. Deze Beleidsregel standplaatsen gemeente Laren 2026 zijn algemene verbindende voorschriften en binden zowel de gemeente als aanvragers of houders van een standplaatsvergunning.

Schaarse vergunningen en verdeling

Omdat de vraag om standplaatsvergunningen op een aantal standplaatslocaties naar verwachting groter is dan het beschikbare aantal standplaatslocaties of vergunningen voor standplaatsen, is sprake van “schaarse vergunningen”. Ook op basis van rechterlijke uitspraken rond de Europese Dienstenrichtlijn is een standplaatsvergunning aan te merken als een schaarse vergunning.

Gemeenten zijn verplicht om voor dit soort vergunningen een verdelingsbeleid te voeren dat uitgaat van het toepassen van het gelijkheidsbeginsel, waarin eenieder onder gelijke voorwaarden mee kan dingen naar gunning. De procedure moet volgens de Dienstenrichtlijn duidelijk zijn, vooraf openbaar gemaakt en aan gegadigden de garantie bieden dat hun aanvraag objectief en onpartijdig wordt behandeld. Voor de verdeling van de vergunningen bestaan verschillende vormen van verdelingsbeleid en selectiemethoden (zoals loting, bieding, kwalitatieve selectie). Het college kiest voor selectie op basis van kwalitatieve aspecten.

Europese Dienstenrichtlijn en de Dienstenwet

De Dienstenrichtlijn en Dienstenwet bepalen – kort gezegd – dat de beoogde uitgifteprocedure voor standplaatsen alleen vestigingsbeperkingen mag bevatten als deze (a) niet-discriminerend, (b) noodzakelijk én (c) evenredig zijn. Dit betekent het volgende voor de toewijzing van de vergunningen aan standplaatshouders:

  • a.

    Discriminatieverbod: het advies voor het maximumstelsel maakt ten aanzien van de opgenomen vestigingsbeperking geen direct of indirect onderscheid naar nationaliteit of, voor vennootschappen, de plaats van hun statutaire zetel van de te vestigen standplaatsen. Hiermee wordt derhalve voldaan aan het discriminatieverbod in artikel 15, derde lid, onder a, van de Dienstenrichtlijn.

  • b.

    Noodzakelijkheid: het maximumstelsel moet noodzakelijk zijn. Dat is het geval als er ‘dwingende redenen van algemeen belang’ kunnen worden genoemd als basis voor het maximumstelsel. Dwingende redenen van algemeen belang moeten zijn gericht op de bescherming van het milieu en meer specifiek van het stedelijk milieu. Het gaat dan om de vraag of en hoe de doelstellingen van het ruimtelijk beleid, het beleid ten aanzien van detailhandel en horeca en de doelstellingen/criteria uit artikel 3:10 van het Omgevingsplan Laren met de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, de verkeersveiligheid in het bijzonder, kunnen worden bereikt met het vaststellen van een maximumstelsel. In overweging 40 van de Dienstenrichtlijn is opgenomen dat onder ‘dwingende reden van algemeen belang’ ook wordt verstaan bescherming van afnemers van diensten; consumentenbescherming en voorkoming van oneerlijke concurrentie.

  • c.

    Evenredigheid: een maximumstelsel bestaat uit maatregelen ofwel vestigingsbeperkingen die aan de dienstverlening worden gesteld. Een maatregel in het maximumstelsel moet aan de volgende vereisten voldoen:

    • i.

      De maatregel is geschikt en effectief voor het beoogde doel, zoals getoetst bij het criterium noodzakelijkheid. Uit jurisprudentie blijkt dat een maximumstelsel als geschikt en effectief wordt aangemerkt voor het bereiken van het beoogde doel.

    • ii.

      De maatregel wordt op coherente en systematische wijze toegepast. Dit vereiste zorgt ervoor dat een maximumstelsel coherent en systematisch wordt toegepast en dus op alle type locaties van toepassing is met behoud van de huidige aantallen standplaatsen op de huidige locaties.

    • iii.

      De maatregel gaat niet verder dan nodig; vestigingsbeperkingen moeten een zinvolle bijdrage leveren aan het bereiken van de nagestreefde doelen. Op zichzelf kan een maximumstelsel noodzakelijk zijn. Dan is altijd nog een beoordeling nodig of het doel ook met een minder verstrekkende maatregel kan worden bereikt.