Sierteelt van niet-biologische bloemgewassen

Deze regeling is juridisch onderdeel van Omgevingsplan gemeente Lochem.
Geldend van 11-03-2026 t/m heden

Voorrangsbepaling

Voor zover de voorbeschermingsregels in dit hoofdstuk afwijken van de regels van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1 van de Omgevingswet (tijdelijk deel Omgevingsplan), gelden de voorbeschermingsregels.

Hoofdstuk 1 Voorbeschermingsregels

Artikel 1.1 Afbakening

De voorbeschermingsregels in dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op activiteiten die al werden verricht voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit hoofdstuk.

Artikel 1.2 Sierteelt van bloemgewassen

  • 1.

    Dit hoofdstuk is van toepassing op niet-biologische sierteelt van bloemgewassen.

  • 2.

    In dit hoofdstuk wordt onder sierteelt van bloemgewassen verstaan: de teelt van bloemgewassen, bedoeld als snijbloem, als plantgoed of voor de droge verkoop, waaronder in ieder geval tulpen, lelies, hyacinten, narcissen, dahlia's, irissen, gladiolen en pioenrozen.

  • 3.

    In dit hoofdstuk wordt onder sierteelt van bloemgewassen niet verstaan: bloemgewassen die niet bedoeld zijn als siergewas maar geteeld worden voor groenbemesting, bodemverbetering, plaagbestrijding of de productie van voedsel, olie of biobrandstof en bloemgewassen die worden geteeld met gebruikmaking van enkel biologische gewasbeschermingsmiddelen zoals genoemd in Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1165.

Artikel 1.3 Verbod nieuwvestiging en/of uitbreiding niet-biologische bloemgewassen

Het is verboden de activiteit, bedoeld in artikel 3.208 van het Besluit activiteiten leefomgeving, te verrichten als het gaat om sierteelt van bloemgewassen of de uitbreiding van sierteelt van bloemgewassen.

Bijlage II Overzicht Documentenbijlagen

Toelichting

Algemene toelichting

1 Toelichting

De aanwezigheid van sierteelt van bloemgewassen en het intensieve gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij deze teelten, zorgen voor maatschappelijke onrust in gemeente Lochem. In toenemende mate is dit een onderwerp van publieke en politieke discussie. Het nemen van gerichte en onderbouwde maatregelen kan daarbij mogelijk rust en duidelijkheid brengen in de voortdurende discussie over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, zowel voor inwoners als de lokale sierteeltsector.

Daarom heeft de gemeenteraad van Lochem heeft op 8 december 2025 unaniem een motie aangenomen met betrekking tot niet-biologische bloemgewassen. Middels deze motie is verzocht om een voorbereidingsbesluit t voor te bereiden voor een direct verbod op percelen van teelt van niet-biologische bloemgewassen (specifiek bol- en knolgewassen en snijbloemen), met uitzondering van bloemgewassen voor groenbemesting, bodemverbetering, plaagbestrijding of de productie van voedsel, olie of biobrandstof en deze nog voor de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2026 aan de raad aan te bieden.

Op basis van het voorzorgsbeginsel is het verdedigbaar om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij sierteelt te reguleren. Vooruitlopend op een mogelijke keuze voor een sturingsrichting wordt een voorbereidingsbesluit genomen. Dit geeft de gemeente de ruimte en tijd om mogelijke maatregelen, passend bij gemeente Lochem, nader uit te werken en weloverwogen een keuze te maken wat de mogelijke vervolgstappen betreft.

Door de agrarische sector en de bloembollensector specifiek wordt volop ingezet op de reductie van (chemische) gewasbeschermingsmiddelen. Hoewel de bloembollensector heeft aangegeven dat zij in 2027/2030 op hetzelfde niveau wil zitten als gangbare landbouw, zijn er geen garanties dat dit doel behaald gaat worden.

Op grond van artikel 4.14 van de Omgevingswet kan de gemeenteraad voor een locatie een voorbereidingsbesluit nemen met het oog op de voorbereiding van te stellen regels. Voorbeschermingsregels kunnen een verbod inhouden om activiteiten te verrichten die op grond van het omgevingsplan zijn toegestaan, maar nog niet plaatsvinden (artikel 4.14 lid 3 Omgevingswet).

Het doel van dit voorbereidingsbesluit is om te voorkomen dat activiteiten worden uitgevoerd die in strijd zijn met mogelijk nieuwe regels. Het gaat hier om de regels die gemeente Lochem wil gaan stellen om de impact van sierteelt tot tenminste 2031 tijdelijk te beperken.  Om tot een weloverwogen en onderbouwd besluit te komen, wat passend is voor gemeente Lochem, is echter tijd nodig. Een voorbereidingsbesluit voorkomt dat in de tussentijd nieuwe situaties ontstaan die in strijd zijn met nog nader vorm te geven regulering.

 

2 Het voorbereidingsbesluit

Vooruitlopend op de regulering van sierteelt wil de gemeente tijdelijk een verbod instellen voor sierteelt op percelen waar dat nog niet plaatsvindt. Dit betekent dat nieuwvestiging van sierteelt, alsook de uitbreiding van sierteelt, vanaf dit moment niet meer mogelijk is. Het college wil dit verbod instellen door middel van een voorbereidingsbesluit. Zonder het voorbereidingsbesluit is (nieuwe) sierteelt op agrarische gronden met de aanduiding intensieve kwekerij juridisch gezien mogelijk. Dit betekent dat op de percelen waar nog geen sierteelt plaatsvindt nieuwe sierteelt kan worden ontplooid. Het tijdelijke verbod betekent niet direct dat sprake is van een permanent verbod, het heeft met name het doel om strijdigheden met nog nader te concretiseren mogelijke regulering te voorkomen. Door het voorbereidingsbesluit worden voorbereidingsregels in het Omgevingsplan opgenomen, op basis waarvan wordt geborgd dat gedurende de voorbereiding van nieuwe regels geen sprake is van nieuwe sierteelt. Hiermee wordt voorkomen dat kort voor de inwerkingtreding van een nieuwe regeling wordt gestart met nieuwe sierteelt. Bestaand gebruik kan niet gereguleerd dan wel verboden worden door het voorbereidingsbesluit. Een voorbereidingsbesluit moet bestaande activiteiten, zoals bestaand gebruik, toe staan.

Een voorbereidingsbesluit heeft onder de Omgevingswet een werkingsduur van maximaal één jaar en zes maanden. Uiterlijk na deze tijd vervallen de voorbereidingsregels. Dit geeft de gemeente tijd om een besluit te maken voor de mogelijke regulering van sierteelt. Indien de mogelijke in voorbereiding zijnde regeling eerder van kracht is, is dit het moment dat het voorbereidingsbesluit komt te vervallen.

Artikelsgewijze Toelichting

Artikel 1.1 Afbakening

Het doel van dit voorbereidingsbesluit is om te voorkomen dat nieuwe activiteiten worden uitgevoerd die in strijd zijn met mogelijk nieuwe – nog nader te concretiseren - regels. Onder nieuwe activiteiten wordt ook de uitbreiding van bestaande sierteelt begrepen. Op grond van artikel 4.14 lid 3 van de Omgevingswet mogen voorbeschermingsregels alleen worden gesteld over activiteiten die op grond van het omgevingsplan zijn toegestaan, maar die nog niet plaatsvinden. Om die reden is bepaald dat de voorbeschermingsregels in dit hoofdstuk niet van toepassing zijn op activiteiten die al werden uitgevoerd voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit hoofdstuk. Dit betekent dat bestaand gebruik niet gereguleerd dan wel verboden kan worden middels dit voorbereidingsbesluit. Een voorbereidingsbesluit moet bestaande activiteiten, zoals bestaand gebruik, eerbiedigen. 

Artikel 1.2 Sierteelt van bloemgewassen

In dit artikel wordt nader toegelicht wat wordt verstaan onder sierteelt. Hiertoe is een definitie opgenomen voor het begrip 'sierteelt' die in het omgevingsplan wordt gebruikt. Onder sierteelt wordt verstaan de teelt van bloem(bol)gewassen, bedoeld als snijbloem, als plantgoed of voor de droge verkoop. Snijbloemen worden doorgaans in winkels verkocht, vaak in een bos bloemen. De droge verkoop richt zich op de verkoop van bloembollen voor bijvoorbeeld tuinen, parken en plantsoenen. Ook kunnen bollen als plantgoed dienen, te weten (kleine) bollen die bestemd zijn om geplant te worden. Als voorbeeld worden in het artikel een aantal soorten bloem(bol)gewassen genoemd, te weten in ieder geval tulpen, lelies, hyacinten, narcissen, dahlia's, irissen, gladiolen en pioenrozen. Dit is echter geen limitatieve lijst. In de definitie wordt eveneens een aantal uitzonderingen genoemd die niet vallen onder de in het voorbereidingsbesluit opgenomen definitie voor sierteelt. Deze situaties vallen dan ook buiten de werkingssfeer van het voorbereidingsbesluit. Dit betreft bloem(bol)gewassen die niet bedoeld zijn als siergewas maar geteeld worden voor groenbemesting, bodemverbetering of plaagbestrijding. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan klavers en afrikaantjes. Ook bloem(bol)gewassen zoals lijnzaad of zonnebloemen die worden geteeld om bak- of frituurolie (voedsel), andere soorten olie (bijvoorbeeld massageolie) of biobrandstof te produceren worden niet als sierteelt beschouwd. Daarnaast worden bloem(bol)gewassen die worden geteeld gebruikmakend van enkel biologische gewasbeschermingsmiddelen, zoals genoemd in Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1165, ook niet als sierteelt – waar het voorbereidingsbesluit op toeziet – verstaan.