Omgevingsprogramma Grondstoffen

Geldend van 27-01-2026 t/m heden

1 Aanleiding

De gemeente Krimpenerwaard is op weg naar een samenleving met zo min mogelijk afval. In 2017 is diftar (gedifferentieerd tarief voor restafval) voor de hele gemeente ingevoerd. Dit beleid is succesvol en de meeste inwoners zijn bereid om hun afval en herbruikbare stromen goed te scheiden. Een van de doelen uit het Collegeprogramma 2022-2026 is om het restafval te verminderen naar maximaal 100 kilogram per inwoner per jaar en minimaal 80% gescheiden in te zamelen in 2026. Op dit moment halen we deze doelen nog niet en de ambitie van de Europese landen reikt verder: een circulaire samenleving in 2050, zonder restafval en met uitsluitend hernieuwbare materialen. Alle herbruikbare stromen moeten in de kringloop blijven, waardoor de behoefte aan nieuwe grondstoffen minimaal is en er nauwelijks afval is dat de keten verlaat doordat het niet is te recyclen. Als mijlpaal richting een volledig circulaire economie is het doel om in 2030 het gebruik van primaire grondstoffen te halveren ten opzichte van 2016.

Uit analyses blijkt dat er nog steeds veel herbruikbare stromen in het restafval van inwoners uit Krimpenerwaard zitten en er blijkt ook winst te behalen op het scheiden en recyclen van grof afval. Om de afvalscheiding verder te verbeteren is dus een volgende stap nodig. Dit Omgevingsprogramma bevat het plan voor de komende beleidsperiode om zoveel mogelijk afval van huishoudens gescheiden te inzamelen en het gescheiden materiaal zoveel mogelijk te gebruiken als grondstof voor nieuwe materialen en producten.

Omgevingsprogramma Grondstoffen 

In dit programma schetsen we de kaders voor een afvalvrije toekomst en leggen we onze koers vanaf 2026 voor de inzameling van huishoudelijk afval vast. Bovendien geven we met dit programma een concrete invulling aan één van de speerpunten van onze Omgevingsvisie: duurzaam (her)gebruik van grondstoffen. Onze ambities vanuit deze visie zijn het realiseren van een circulaire samenleving in 2050 die vrij is van restafval en vol met hernieuwbare materialen, het zuinig omgaan met grondstoffen en zoveel mogelijk hergebruik. Bij het opstellen zijn het gemeentebestuur, de ambtelijke organisatie, externe betrokkenen (zoals afvalinzamelaar Cyclus) en inwoners betrokken geweest. In mei 2025 hebben we met werksessies input opgehaald bij de collegeleden en de raads(commissie)leden en in juni 2025 hebben we inwoners geraadpleegd via straatgesprekken en een online enquête. De gemeenteraad kon eind 2025 haar wensen en bedenkingen uiten op het ontwerp-programma. 

Leeswijzer

Het volgende hoofdstuk beschrijft de huidige situatie op het gebied van het inzamelen van restafval en de herbruikbare stromen. Daarna gaan we in op de nieuwe ontwikkelingen op het gebied van onder meer Europees en landelijk beleid (zie hoofdstuk 3). In hoofdstuk 4 leggen we onze doelen voor de komende beleidsperiode vast. De resultaten van het participatieproces met inwoners is samengevat in hoofdstuk 5. Vervolgens beschrijven we de voorgenomen maatregelen en acties in hoofdstuk 6 en de manier waarop we de effecten evalueren in hoofdstuk 7. De planning van de implementatie van dit programma is te vinden in hoofdstuk 8. Tenslotte gaat het laatste hoofdstuk (9) in op de gevolgen voor de personele capaciteit en de financiën. 

2 Huidige situatie

2.1 Service

Afvaldriehoek: service, milieu en kosten

De ‘afvaldriehoek’ vormt het fundament voor een evenwichtig afval- en grondstoffenbeleid binnen gemeenten en draait om de aspecten service, milieu en kosten. Hierop voeren gemeenten de regie met hun beleid om zo de juiste balans te vinden tussen het milieurendement, de financiële middelen en de voorzieningen in combinatie met de wensen van inwoners. 

Het eerste aspect van de afvaldriehoek betreft de service voor het inzamelen van afval en grondstoffen. Dit gaat over de gebruiksvriendelijkheid en toegankelijkheid van de voorzieningen (containers aan huis, verzamelcontainers en de milieustraat), het aantal ophaalrondes, de informatievoorziening en de tevredenheid. Over het algemeen geldt dat een goede service het gemak vergroot om afval en grondstoffen aan te bieden - en daarmee het draagvlak voor afvalscheiding. Als mensen het scheiden ervaren als lastig of tijdrovend, dan kiezen zij namelijk sneller voor het gemakkelijkste alternatief en dat is vaak om alles bij elkaar in de dichtstbijzijnde container te doen.

Inzamelsysteem fijn huishoudelijk restafval en grondstoffen 

Inwoners van Krimpenerwaard zetten hun fijn restafval en grondstoffen in de grijze (mini)container aan de straat of zij brengen het naar een bovengrondse of ondergrondse verzamelcontainer. Ook kunnen ze naar de milieustraat of een brenglocatie. Medicijnen en injectienaalden kunnen naar een apotheek of milieustraat en kadavers naar de gemeentewerf worden gebracht.

Het huidige inzamelsysteem voor fijn restafval en grondstoffen is als volgt:

afbeelding binnen de regeling

Inzamelsysteem grof huishoudelijk afval

Milieustraat

Op dit moment kunnen inwoners nog gebruik maken van twee brengvoorzieningen voor grof huishoudelijk afval - de milieustraat in Bergambacht en het afvalbrengpunt in Lopik - maar in 2026 komt er één nieuwe milieustraat in Bergambacht. Met een maximum van twee kuub per keer kunnen inwoners hier huishoudelijk afval inleveren dat niet in een minicontainer, (ondergrondse) container of vuilniszak past of hoort. Ook alle soorten fijn huishoudelijk afval (uitgezonderd GFT+E) kunnen naar de brengvoorziening worden gebracht. 

De milieustraat in Bergambacht is alleen toegankelijk op afspraak. Inwoners van Schoonhoven kunnen alleen terecht bij het afvalbrengpunt in Lopik.

Mobiele Milieustraat 

Cyclus staat een aantal keren per jaar op vaste plaatsen in de kernen met de Mobiele Milieustraat. Hier kunnen inwoners gratis grof huishoudelijk afval inleveren dat past in een grote boodschappentas (zoals klein chemisch afval, kleine elektrische apparaten, harde kunststoffen, metalen, hout en oud papier en karton).

Grof huishoudelijk afval op afspraak laten ophalen 

Cyclus haalt één keer per kwartaal grof huishoudelijk afval op. Inwoners moeten hiervoor een afspraak maken tegen betaling van € 68,34 (prijs 2025).

Grof tuinafval op afspraak laten ophalen 

Op afspraak haalt Cyclus ook snoeihout op in de periode van maart tot en met november. Dit is kosteloos. 

Tweedehandse goederen en kapotte apparaten

Kringloopgoederen

Herbruikbare goederen kunnen naar een kringloopwinkel of thuis worden opgehaald. Er zijn vijf kringloopwinkels in de gemeente: Bij Nico Boven in Lekkerkerk, Dorcas in Bergambacht, Dorcas in Schoonhoven, De Groene Weg in Krimpen aan de Lek en W&D Kringloopwinkel in Krimpen aan de Lek.

Repair cafés

Daarnaast worden vier repair cafés georganiseerd, waar vrijwilligers apparaten en kleding repareren. De locaties zijn Theater Concordia Haastrecht, ’t huis van Noord Schoonhoven, De Koster Stolwijk en Streekwinkel Krimpenerwaard. 

2.2 Milieu

Het tweede aspect van de afvaldriehoek gaat over de milieuprestatie: bevorderen van hergebruik en recycling, verminderen van restafval en minimaliseren van de negatieve impact op het klimaat. Centraal hierbij staat het scheiden van herbruikbare stromen en het aanbieden van schone deelstromen voor recycling. 

Afvalscheiding: gestabiliseerd na periode van meer scheiding 

Het scheidingspercentage drukt uit welk deel van de totale afvalberg gescheiden wordt gehouden door inwoners. Jaarlijks produceert elke inwoner uit Krimpenerwaard tussen 545 kilogram (in coronajaar 2020) en 449 kilogram huishoudelijk afval (in 2024). Het percentage dat hiervan gescheiden is aangeboden, steeg door de invoering van diftar in 2017 met 10%: van 63% in 2016 naar 73% in 2017. In de jaren daarna schommelde het scheidingspercentage tussen de 72% en 74%. Sinds 2022 is de afvalscheiding gestabiliseerd op 72%. 

afbeelding binnen de regeling

Hiermee halen we het doel uit het Collegeprogramma van minimaal 80% afvalscheiding nog niet.

Ingezamelde hoeveelheden

Onderstaande grafiek laat zien hoeveel afval en grondstoffen elke inwoner van Krimpenerwaard gemiddeld aanbiedt voor verwerking. Het onderste, zwartgekleurde, deel van elke balk geeft de hoeveelheid restafval weer. De bovenste, gekleurde, delen van de balken zijn de grondstoffen die apart zijn ingezameld. Van GFT+E (groente-, fruit en tuinafvalafval en etensresten) wordt de grootste hoeveelheid gescheiden door inwoners (lichtgroene kleur).

afbeelding binnen de regeling

De toename van de totale hoeveelheid in 2020 en 2021 heeft te maken met de maatregelen rondom het coronavirus. Doordat mensen veel vaker thuis waren ontstond thuis meer afval en grondstoffen. 

Ontwikkelingen restafval

Restafval is het mengsel van afval dat inwoners niet scheiden. De hoeveelheid restafval is afhankelijk van het scheidingsgedrag van inwoners: hoe meer gescheiden worden aangeboden - en hoe meer herbruikbare stromen gerecycled kunnen worden - hoe minder restafval. Onderstaande figuur geeft inzicht in de ontwikkelingen van de afgelopen jaren. 

afbeelding binnen de regeling

Sinds de invoering van diftar in 2017 zijn inwoners beter gaan scheiden en daalde het restafval aanzienlijk. Grof en fijn restafval samen daalden van 189 kilogram per inwoner in 2016 naar 127 kilogram in 2024; een afname van meer dan 60 kilogram. De hoeveelheid grof en fijn restafval is echter al jaren stabiel rond 130 kilogram en ligt daarmee boven het doel van 100 kilogram restafval uit het Collegeprogramma. Om een afvalloze samenleving in 2050 in zicht te krijgen moeten nog veel stappen worden gezet. 

Samenstelling fijn restafval

Cyclus heeft een sorteeranalyse uitgevoerd van het fijn restafval dat in de Krimpenerwaard is ingezameld via de containers thuis en de ondergrondse containers. Deze analyse maakt inzichtelijk welke herbruikbare stromen nog aanwezig zijn in het restafval. Vertaald naar de hoeveelheid restafval in 2023, blijkt dat van de 102 kilogram fijn restafval per inwoner slechts 30 kilogram bestaat uit ‘echt restafval’ (inclusief hygiënisch papier). Bijna 70% van het restafval uit Krimpenerwaard had dus nog door inwoners gescheiden kunnen worden. 

‘Echt’ restafval is afval dat niet kan worden gerecycled, zoals hygiënisch papier (schoonmaakdoekjes, maandverband, luiers, vochtig toiletpapier, gebruikte zakdoekjes, sanitairdoekjes, etc.) stofzuigerzakken, sigarettenafval uit asbakken, vervuild papier (pizzadozen), kattenbakvulling, uitwerpselen van huisdieren, medische hulpmiddelen zoals stomazakken en katheters, veegvuil van tuin of oprit en koffiecupjes.

afbeelding binnen de regeling

Vooral GFT+E (groente-, fruit- en tuinafval en etensresten) en in mindere mate verpakkingen van kunststof komen nog veel voor in het restafval. Voor deze twee deelstromen samen gaat het om 50 kilogram per inwoner per jaar. Het overgrote merendeel van het restafval zou dus nog gerecycled kunnen worden als inwoners dit apart hadden gehouden. Nu gaan deze waardevolle herbruikbare stromen verloren in de verbrandingsoven. 

Recyclepercentage

Via de Recyclingtool kunnen gemeenten hun recyclepercentage laten berekenen (www.benchmarkafval.nl/tools/vangrecycletool). De percentages zijn ingeschat op basis van gemiddelde gegevens in Nederland. Voor het verwerken van restafval en GFT+E zijn de gegevens van de verwerkers gekoppeld aan de gemeenten waarvan zij het verwerken. Het deel van het vrijkomende huishoudelijk afval en grondstoffen in de Krimpenerwaard dat daadwerkelijk wordt gerecycled en opnieuw wordt bewerkt tot producten, materialen of stoffen is 62,6% (cijfers 2023). Dit is een groter deel dan gemiddeld in alle gemeenten (54,7% in 2023).

Kwaliteit gescheiden herbruikbare stromen 

In tegenstelling tot in veel andere gemeenten zijn in de Krimpenerwaard tot nu toe geen vrachten van gescheiden ingezamelde herbruikbare stromen afgekeurd en als restafval verwerkt. In veel andere gemeenten speelt dit wel en dan met name bij PMD en in mindere mate bij GFT+E en textiel. 

Dat er geen sprake is van afkeur van PMD wil overigens niet zeggen dat inwoners van de Krimpenerwaard alleen maar ‘schoon’ PMD aanbieden. De beladers van Cyclus laten de PMD-zakken hangen zodra zij zien of aan het gewicht van de zakken merken dat er verkeerd afval in zit (bv. veel piepschuim in de zak). De PMD-zakken die blijven hangen worden later door Promen opgehaald en als restafval afgevoerd. Als gevolg van deze werkwijze komen de vervuilde PMD-zakken niet terecht bij de overslaglocatie of sorteerinstallatie voor PMD en leiden ze niet tot afkeur. 

2.3 Kosten en opbrengsten

De inzameling en verwerking van afval en grondstoffen brengen kosten met zich mee, waar het recyclen van bepaalde deelstromen - zoals PMD, papier/karton, glas en metalen – juist opbrengsten genereert. Het derde aspect van de afvaldriehoek gaat dan ook over de financiën. Gemeenten maken keuzes over investeringen in voorzieningen, over de ophaalfrequenties, communicatie en de methoden van verwerking. Via de afvalstoffenheffing betalen inwoners voor deze service. 

Afvalstoffenheffing

De afvalstoffenheffing is een bestemmingsheffing en mag dus enkel worden besteed aan het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval en grondstoffen. Net als in de meeste gemeenten is de afvalstoffenheffing in Krimpenerwaard 100% kostendekkend. Gemeenten mogen geen winst op deze heffing maken.

Dat betekent dat de begrote inkomsten uit de heffing gelijk zijn aan de begrote (a) kosten voor voorzieningen zoals containers, inzamelvoertuigen, milieustraten, etc. (b) kosten voor transport en overslag (c) kosten/baten voor de verwerking (d) kosten voor personeel van gemeente/Cyclus en (e) kosten voor ondersteunende taken zoals voorlichting en het opleggen van de afvalstoffenheffing. 

Stijging afvalstoffenheffing

Tussen 2017 en 2024 steeg de gemiddelde afvalstoffenheffing in Nederland. Ook in de Krimpenerwaard steeg de afvalstoffenheffing, maar in 2025 bleef deze op hetzelfde niveau. Onderstaande figuur laat de ontwikkeling zien.

afbeelding binnen de regeling

Het basistarief dat elk huishouden jaarlijks betaalt steeg in deze periode van € 131,95 naar € 209,10; een toename van 58%. Het tarief voor het legen van de container voor restafval of het storten in een ondergrondse restafvalcontainer liet een ruime verdubbeling zien (+ 107%) en het tarief voor het ophalen van grof vuil nam toe met 56%. 

De belangrijkste oorzaken van deze toenames zijn de kostenstijgingen van brandstof en personeel, de verhoogde belasting op het verbranden van restafval (van € 13,11 per 1.000 kilogram in 2017 naar € 39,70 in 2025) en de lagere en fluctuerende opbrengsten voor recycling van herbruikbare stromen. 

Relatief lage afvalstoffenheffing in vergelijking met andere gemeenten

Net als in veel andere gemeenten steeg de afvalstoffenheffing in de gemeente Krimpenerwaard. Het gaat om een gemiddelde toename van 35% tussen 2017 en 2025: van € 239 naar € 322 (rapport ‘Afvalstoffenheffing 2024’, Rijkswaterstaat, 2025). 

In vergelijking met het Nederlandse gemiddelde ligt de afvalstoffenheffing voor huishoudens met een kleine container en voor huishoudens in de hoogbouw in Krimpenerwaard relatief laag. De heffing voor huishoudens met een grote container ligt echter net iets hoger dan gemiddeld:

  • 50% van alle huishoudens heeft een grote restafvalcontainer. Deze wordt gemiddeld 10 keer per jaar aan de straat gezet. De afvalstoffenheffing komt daarmee gemiddeld op € 348,60 in 2025 (basistarief á € 209,10 plus 10x € 13,95 voor restafval). 

  • 29% van alle huishoudens heeft een kleine restafvalcontainer. Deze wordt gemiddeld 8 keer per jaar aan de straat gezet. De afvalstoffenheffing komt daarmee gemiddeld op € 274,30 in 2025 (basistarief á € 209,10 plus 8x € 8,15 voor restafval).

  • 21% van alle huishoudens maakt gebruik van de ondergrondse containers. Gemiddeld worden deze 25 keer per jaar gebruikt. De afvalstoffenheffing komt daarmee gemiddeld op € 296,60 in 2025 (basistarief á € 209,10 plus 25x € 3,50 voor restafval).

 

Kijken we naar de hoogte van de afvalstoffenheffing in de buurgemeenten, dan blijkt het basistarief in Krimpenerwaard lager te liggen dan in de buurgemeenten en het variabele tarief voor restafval hoger. 

 

Krimpenerwaard

Krimpen ad IJssel

Zuidplas

Gouda 

Bodegraven-Reeuwijk

Oudewater

Waddinxveen

Lopik

Molenlanden

Vaste tarief

€ 209,10

 

€ 301,78

€ 389,40

nvt

€ 240,00

€ 337,23

€ 436,00

nvt

Vaste tarief 1 persoon

nvt

€ 418,40

nvt

nvt

€ 277,44

nvt

nvt

nvt

€ 338,87

Vaste tarief meerpersoons

nvt

€ 502,08

nvt

nvt

€ 340,20

nvt

nvt

nvt

€ 423,58

Legen grote container

€ 13,95

nvt

€ 8,00

€ 6,00

€ 8,94

€ 7,00

€ 7,12

nvt

€ 6,00

Legen kleine container

€ 8,15

nvt

€ 4,00

€ 3,50

€ 5,21

nvt

€ 4,15

nvt

nvt

Storten ondergronds

€ 3,50

nvt

€ 2,00

€ 1,50

€ 2,23

€ 1,40

€ 1,78

nvt

€ 1,50

Gemeenten gaan op verschillende manieren om met het doorberekenen van kosten in de afvalstoffenheffing. Zo worden niet altijd alle posten zoals BTW, personeelskosten, voorlichting en handhaving volledig kostendekkend meegenomen in de tarieven (zoals we in Krimpenerwaard wel doen). Dit maakt het vergelijken van de afvalstoffenheffing ‘appels met peren vergelijken’.

2.4 Regie

Als gemeente voeren we met ons beleid de regie op de drie aspecten service, milieu en kosten. Dit hebben we als volgt georganiseerd:

  • Binnen de gemeentelijke organisatie zorgt de beleidsmedewerker afval en grondstoffen voor de beleidsvraagstukken en bestuurlijke advisering vanuit het Team Advies Openbare Ruimte. De beheerder afval en grondstoffen is verantwoordelijk voor de coördinatie van de uitvoering van het vastgestelde beleid, het contractbeheer, het beheer van de milieustraat (in samenspraak met Cyclus) en het financieel beheer (in samenwerking met de financieel adviseur). De dagelijkse uitvoering in de openbare ruimte wordt verzorgd door een aantal medewerkers vanuit het team Uitvoering Openbare Ruimte.

  • De gemeente heeft een dienstverleningsovereenkomst met Cyclus N.V. afgesloten. Cyclus verzorgt de operationele uitvoering van de inzameling en verwerking van afval en grondstoffen.

  • De SVHW verzorgt het opleggen van de afvalstoffenheffing aan inwoners.

3 Beleid en nieuwe ontwikkelingen

3.1 Europees, landelijk, provinciaal en gemeentelijk beleid

Europees beleid 

Kaderrichtlijn afvalstoffen: voorkeursvolgorde afvalbeheer en gescheiden inzameling bioafval

De basis van de Europese wetgeving ligt in de Europese Kaderrichtlijn afvalstoffen. Deze stelt enkele basisbeginselen voor afvalbeheer vast, waaronder de prioriteitsvolgorde voor het beheer van afval:

 

  • a.

    Preventie - voorkomen dat afvalstoffen ontstaan - is het meest wenselijk

  • b.

    Voorbereiding op hergebruik

  • c.

    Recycling

  • d.

    Nuttige toepassing zoals energieterugwinning door verbranding

  • e.

    Verwijderen van afval door verbranding

  • f.

    Storten of lozen zijn het minst wenselijk

Deze hiërarchie is ook vastgelegd in de Nederlandse Wet milieubeheer. 

In 2018 is de kaderrichtlijn herzien om de overgang naar een circulaire economie te bevorderen. Een van de belangrijkste wijzigingen is de verplichting om bioafval (waaronder afval van groenten, fruit en tuin en etensresten) gescheiden in te zamelen of aan de bron te recyclen door middel van bijvoorbeeld thuiscompostering. Ook zijn de doelstellingen verhoogd. Lidstaten moeten in drie tijdsvakken het hergebruik en de recycling van huishoudelijk afval (en bedrijfsafval dat vergelijkbaar is met huishoudelijk afval) verhogen; in 2025 tot minimaal 55%, in 2030 tot minimaal 60% en in 2035 tot minimaal 65% van het gewicht.

Verplichting gescheiden inzameling (bronscheiding)

Afvalscheiding door inwoners (bronscheiding) zorgt voor hoogwaardige recycling en leidt tot een lagere milieu-impact. Daarmee voldoet bronscheiding aan de eerder genoemde prioriteitsvolgorde voor afvalbeheer. In de Kaderrichtlijn afvalstoffen is de verplichting tot het gescheiden inzamelen van afval en grondstoffen formeel verankerd. De artikelen 10 en 11 schrijven de gescheiden inzameling voor van papier en karton, kunststof, bioafval (zoals GFT+E), textiel, metaal, glas, apparaten en gevaarlijk afval. De richtlijn staat open voor het machinaal nascheiden uit het restafval van bepaalde droge recyclables, zoals metaal en plastic. Voorwaarden hiervoor zijn dat de nascheiding (a) technisch haalbaar is (b) leidt tot een vergelijkbare kwaliteit en hoeveelheid recycling als bronscheiding (c) niet leidt tot hoge kosten ten opzichte van bronscheiding. Gezien deze voorwaarden is PMD momenteel de enige deelstroom waarvoor nascheiding is toegestaan, hoewel bronscheiding in de meeste gebieden leidt tot een hoger recyclingresultaat dan nascheiding van PMD (meer uitleg in paragraaf 3.2). 

Versnelling circulaire economie

Om de circulaire economie te versnellen wordt in Europa gewerkt met actieplannen en richtlijnen. Zo worden via de Ecodesignrichtlijn uit 2009 eisen gesteld aan het productontwerp, zodat rekening wordt gehouden met de productie van afvalstoffen en de mogelijkheden voor hergebruik, recycling en terugwinning. Het EU Actieplan voor een schoner en concurrerender Europa uit 2020 richt zich op sectoren die veel herbruikbare stromen gebruiken, zoals elektronica, ICT, batterijen, voertuigen, verpakkingen, kunststoffen, textiel, gebouwen en levensmiddelen. 

Recht op reparatie en informatie over duurzaamheid van producten

Begin 2024 is een richtlijn aangenomen, die het makkelijker en goedkoper maakt om producten te repareren, in plaats van nieuwe te kopen. Verkopers zijn verplicht om binnen de garantieperiode voorrang te geven aan reparatie, als dat goedkoper is of evenveel kost als het vervangen. Consumenten krijgen het recht om reparatie aan te vragen voor producten zoals wasmachines, stofzuigers en smartphones nadat de garantie is verlopen. Ook is begin 2024 besloten om de EU-consumentenregels te actualiseren, waarmee greenwashing verboden wordt en consumenten meer informatie krijgen over de duurzaamheid van producten.

Aanpak (plastic) verpakkingen en microplastics 

De Europese Commissie pakt plastic verpakkingen en de vervuiling door microplastics actief aan. Ze wil ervoor zorgen dat alle plastic verpakkingen in 2030 kunnen worden hergebruikt of gerecycled. Alle EU-landen moeten in 2030 5% minder verpakkingsafval produceren dan in 2018, daarna 10% minder in 2035 en 15% minder in 2040. Ook moeten de EU-lidstaten maatregelen nemen om recyclingdoelen voor verpakkingsafval te halen. PET-flessen moeten vanaf 2025 voor minstens 25% uit gerecycled plastic bestaan en in 2030 moet dit minstens 30% zijn. Vanaf 2030 worden bepaalde soorten plastic verpakkingen voor eenmalig gebruik verboden, zoals plastic zakken voor onbewerkt vers fruit en verse groenten en de verpakkingen voor voedsel en dranken die in cafés en restaurants worden geconsumeerd. Ook moet de overheid meer informatie geven aan consumenten over herbruikbare alternatieven voor wegwerpplastic.

Met de Single Use Plastics Richtlijn uit 2019 zijn kunststof producten voor eenmalig gebruik verboden (plastic bordjes, bestek, roerstaafjes, rietjes, wattenstaafjes en ballonstokjes). Als gevolg hiervan heeft Nederland de gratis plastic tasjes verboden, geldt er statiegeld op kleine plastic flesjes en blikjes en moeten doppen vastzitten aan plastic flessen en drankverpakkingen. Sinds 2024 is herbruikbaar servies de standaard in de horeca, kantoren, bedrijfskantines, scholen, sportclubs, verenigingen, gesloten evenementen en attractieparken. 

Vanaf augustus 2026 gaan de nieuwe regels uit de Europese Verpakkingenverordening in. Deze stelt eisen aan alle typen verpakkingen om de groeiende berg verpakkingsafval in Europa aan te pakken. Zo worden maatregelen genomen om onnodige verpakkingen te vermijden en het gebruik van herbruikbare en hervulbare systemen te bevorderen. Uiterlijk in 2030 moeten alle verpakkingen die op de markt komen ontworpen zijn om effectief gerecycled te kunnen worden. Een speerpunt is het verhogen van het aandeel gerecycled plastic in nieuwe verpakkingen.

Uitbreiding producentenverantwoordelijkheid naar luiers, schoenen, meubels en vloerbedekking

Voor verschillende producten en materialen geldt uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) op basis van de Kaderrichtlijn afvalstoffen. De UPV is een combinatie van regels die ervoor zorgen dat bedrijven die producten maken ook verantwoordelijk zijn voor het inzamelen en hergebruiken van het afval. Sommige producten zamelen zij zelf in (denk aan lege batterijen) en voor andere producten krijgen gemeenten een financiële vergoeding voor het inzamelen (denk aan Plastic, Metalen en Drankverpakkingen). Op dit moment geldt in Nederland een UPV voor verpakkingen, papier/karton, textiel, elektr(on)ische apparaten, batterijen/accu’s, matrassen, auto’s, autobanden, vlakglas, vistuig en wegwerpplastic zoals ballonnen, sigarettenfilters en vochtige doekjes. De komende jaren wordt een UPV ingevoerd voor luiers en incontinentiemateriaal (2026), schoenen (2026), meubels (2030) en mogelijk ook voor vloerbedekking. 

 Landelijk beleid 

Rijksbrede programma circulaire economie 

De ambitie om in 2050 een Nederlandse circulaire economie te realiseren is vastgelegd in het rijksbrede programma circulaire economie (2016). Hierin is ook bepaald dat in 2030 50% minder primaire herbruikbare stromen moeten worden verbruikt. Prioriteiten zijn biomassa en voedsel, kunststoffen, de maakindustrie en consumptiegoederen. Welke stappen moeten worden gezet is beschreven in het Nationale Programma Circulaire Economie 2023-2030. Het Afvalpreventieprogramma is een onderdeel hiervan en beschrijft de bestaande maatregelen en initiatieven die Nederland neemt op het gebied van afvalpreventie. In het Nationaal Herbruikbare stromen akkoord uit 2017 maakten onder andere VNG, IPO, UvW, bedrijven, financiële instellingen, kennisinstituten en overheden afspraken om de Nederlandse economie te laten draaien op herbruikbare grondstoffen. 

Programma VANG - Huishoudelijk Afval: meer focus op recycling en minder op hoeveelheid restafval

Ook het uitvoeringsprogramma Van Afval Naar Grondstof - Huishoudelijke Afval (VANG-HHA) is onderdeel van het Programma Circulaire Economie. Tot en met 2020 lag de focus op het streven om de hoeveelheid restafval per inwoner terug te brengen tot onder de 100 kilogram per jaar en op minimaal 75% afvalscheiding. In het Publiek Kader Huishoudelijk afval 2025 is het wensbeeld voor 2025 opgenomen dat het restafval verder daalt tot maximaal 30 kilogram per inwoner.

Niet al het gescheiden afval blijkt geschikt om te recyclen, waardoor een deel alsnog verbrand wordt. De vervuiling van de gescheiden ingezamelde herbruikbare stromen moet verminderen. Daarom ligt sinds 2021 de focus in het VANG-beleid op het recyclen en minder op de hoeveelheid restafval. Het doel voor 2030 is dat minimaal 60% van het huishoudelijk afval gerecycled wordt. Voor 2035 gaat het, conform de Europese kaderrichtlijn afvalstoffen, om 65%. 

Door de toegenomen aandacht voor het verhogen van het recyclingpercentage hebben gemeenten meer dan voorheen de regierol; gemeenten zijn binnen de afvalketen immers verantwoordelijk voor het organiseren van de inzameling en verwerking. Gemeenten zijn hiermee niet alleen verantwoordelijk voor het bewust maken van inwoners van het belang van scheiding en hergebruik, maar ook voor het borgen dat de gescheiden grondstoffen daadwerkelijk hoogwaardig worden hergebruikt. Als lokale overheid en opdrachtgever kunnen gemeenten de samenwerking tussen de ketenpartners aanjagen en afspraken over circulaire oplossingen maken.

Van Landelijk Afvalbeheerplan naar Circulair Materialenplan in 2025

De Europese kaderrichtlijn verplicht lidstaten tot het opstellen van afvalbeheer- en afvalpreventieplannen. Nederland heeft dit momenteel uitgewerkt in het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP). Eind 2025 wordt het LAP opgevolgd door het Circulair materialenplan (CMP). Het CMP biedt een kader voor het gebruik van herbruikbare stromen, het omgaan met afval en het verlenen van vergunningen. Dit plan stuurt op cascadering van herbruikbare stromen - meerdere levens voor een grondstof: van hoogwaardig naar laagwaardig gebruik - en richt zich vooral op hergebruik en preventie.

Provinciaal beleid

Samen bouwen aan een Circulair Zuid-Holland

De provincie Zuid-Holland werkt aan de doelen uit het Grondstoffenakkoord: 50% minder primaire fossiele grondstoffen, mineralen en metalen in 2030 en volledig circulair in 2050. Haar strategie is gericht op het verbreden en versterken van de circulaire beweging en op het steviger inzetten van de provinciale rollen en instrumenten om de transitie te versnellen. 

Gemeentelijk beleid

De doelstelling van de gemeente Krimpenerwaard is om meer grondstoffen uit het restafval te benutten door afvalscheiding te stimuleren (Omgevingsvisie 2021). Het streven is om het huishoudelijk restafval verder te verminderen naar minder dan 100 kilogram per inwoner per jaar en om 80% gescheiden inzameling te behalen in 2026 (Coalitieakkoord 2022-2026). Zoals we zagen in paragraaf 2.2 worden deze doelen momenteel nog niet behaald.

3.2 PMD

PMD: gevolgen nieuwe Ketenovereenkomst Verpakkingen

De uitvoering van de producentenverantwoordelijkheid voor verpakkingen van Plastic, Metalen en Drank (PMD), glas en papier/karton is sinds 2013 georganiseerd via de Ketenovereenkomst Verpakkingen. Hierin hebben het Rijk, de VNG en het bedrijfsleven hun afspraken vastgelegd over de doelen, kwaliteitscriteria en vergoedingen waarmee het bedrijfsleven de gemeenten compenseert voor de inzamelkosten.

Nieuwe afspraken

De afgelopen jaren was er veel onvrede bij gemeenten over de complexiteit van de afrekening en de vergoeding voor PMD bij veel afkeur. In juni 2025 hebben partijen nieuwe afspraken gemaakt tot en met 2030, waarbij wordt gestuurd op meer recycling. In de nieuwe systematiek komt de afkeur van materiaal niet meer voor. Dit leidde tot onnodige verbranding van PMD en hogere kosten. Er komt vanaf 2026 een (te voorspellen) vergoeding voor de inspanningen die gemeenten verrichten, zonder visuele inspectie en afkeur. Daarnaast is er een financiële prikkel ingebouwd in de vorm van staffels, waarbij de mate van vervuiling en de inzamelmethodiek een grote rol speelt. Vanaf 2026 krijgen gemeenten met een hoge kwaliteit een hogere vergoeding, gebaseerd op metingen. PMD-inzameling via ondergrondse containers van slecht presterende systemen verdwijnt. Tot slot stimuleren de nieuwe afspraken hoogwaardige bronscheiding van PMD door inwoners. Achteraf nascheiden door machines gebeurt alleen als dit noodzakelijk is in die gemeenten/wijken waar dit de komende jaren nog de beste oplossing is.

Nog veel onduidelijkheid 

De afspraken moeten nog vertaald worden naar een nieuwe ketenovereenkomst, die in het najaar van 2026 wordt geëvalueerd. Op dit moment zijn er nog veel onduidelijkheden over de financiële gevolgen voor gemeenten en de werking van het staffelmodel. Schommelingen in de kwaliteit van het ingezamelde PMD betekenen wisselende vergoedingen. Hoe de kwaliteit van het ingezamelde PMD wordt gemeten is nog niet afgesproken en dat geldt ook voor wie de rekening voor de metingen en rapportages betaalt. Tot slot moet nog gewerkt worden aan de praktische invulling van de afspraken die toezien op bijvoorbeeld de PMD-specificatie en de werkwijze op de op- en overslaglocaties. Totdat de financiële gevolgen voor gemeenten duidelijk zijn is het niet verstandig om op een andere manier van inzamelen over te stappen. 

Ondergrondse containers PMD geen optie meer

Het inzamelen van PMD met ondergrondse containers is op dit moment geen optie meer. Gemeenten krijgen namelijk een lage vergoeding voor het PMD dat via verzamelcontainers is ingezameld in het kader van de nieuwe Ketenovereenkomst Verpakkingen. Bovendien wordt in verzamelcontainers veel vervuiling aangetroffen (vanwege de anonimiteit blijkt uit metingen dat de kwaliteit van PMD het laagst is in verzamelcontainers en het hoogst in PMD-zakken). Daar komt bij dat de benodigde perscontainers voor PMD hoge investeringskosten met zich meebrengen. 

PMD: Bronscheiding versus nascheiding PMD

In de Krimpenerwaard houden inwoners hun verpakkingen van Plastic, Metalen en Dranken (PMD) thuis gescheiden. Dit wordt bronscheiding genoemd. Een alternatief voor bronscheiding is nascheiding, waarbij inwoners hun PMD niet apart houden. Het afvalverwerkingsbedrijf haalt dit machinaal uit het restafval. Bij nascheiding moeten mensen alle andere afvalstromen - zoals papier, glas, gft, textiel en chemisch afval – nog steeds thuis scheiden. Dat is ook wettelijk verplicht. 

Gemeenten ontvangen vanuit het bedrijfsleven een vergoeding voor de inzameling van PMD via bronscheiding of via nascheiding. Beide systemen kunnen binnen één gemeente naast elkaar bestaan, maar mogen niet tegelijkertijd worden toegepast voor hetzelfde huishouden. Gemeenten maken daarom per gebied een keuze: een huishouden valt onder bronscheiding óf onder nascheiding.

Over het algemeen wordt via bronscheiding veel meer PMD verkregen. Nascheiding is enkel een goed alternatief in dichtbevolkte gebieden, zoals binnensteden en gebieden met veel hoogbouw. Daar is te weinig ruimte voor voorzieningen in huis en op straat, waardoor het inwoners veel moeite kost om PMD apart te houden. Gemeenten met veel hoogbouw - zoals Amsterdam, Rotterdam, Leiden, Utrecht, Nieuwegein, Capelle aan de IJssel en Ridderkerk – konden via bronscheiding zeer weinig PMD gescheiden inzamelen. Via nascheiding kunnen zij nu toch een deel van het PMD laten recyclen. Van de dertien verbrandingsovens in Nederland hebben momenteel alleen de locaties van Attero, AVR, AEB, Omrin en HVC een nascheidingslijn. 

Uit de Kaderrichtlijn Afvalstoffen (artikel 10, lid 3 punt A) en uit de nieuwe Ketenovereenkomst Verpakkingen vloeit voort dat nascheiding enkel een alternatief is voor bronscheiding indien nascheidingsmethoden operationeel zijn, die leiden tot recyclaat in minimaal vergelijkbare kwaliteit en hoeveelheden als bij bronscheiding het geval zou zijn. Voor de Krimpenerwaard betekent dit dat we voorlopig de bronscheiding van PMD gaan continueren omdat:

 

  • a.

    de nieuwe Ketenovereenkomst Verpakkingen bronscheiding van PMD financieel stimuleert;

  • b.

    we met bronscheiding veel PMD inzamelen (ruim 26 kilogram PMD per inwoner per jaar); meer dan via nascheiding mogelijk is;

  • c.

    PMD verkregen via bronscheiding schoner is (bij nascheiding plakt vaker viezigheid zoals etensresten aan het PMD), waardoor meer materiaal geschikt is voor recycling;

  • d.

    onze gemeente een diftar-tarief voor restafval kent, waardoor het effectiever is om PMD apart van het restafval in te zamelen;

  • e.

    het scheiden van PMD een positief effect heeft op de motivatie van mensen om ook de andere herbruikbare stromen te scheiden;

  • f.

    bronscheiding de hoeveelheid PMD in huis zichtbaar maakt, waardoor inwoners zich meer bewust zijn van de milieu-impact van alle verpakkingen die zij kopen.

Faillissementen plastic recyclers

In de afgelopen jaren zijn een aantal bedrijven in Nederland (en elders in Europa) failliet gegaan die actief waren in het recyclen van plastic en andere kunststoffen. De concurrentie van nieuwe, op olie gebaseerde, kunststoffen is hier de belangrijkste oorzaak van. De kosten voor het sorteren en reinigen van gebruikt plastic zijn hoog en bovendien zijn energie en lonen fors duurder geworden. Daardoor is nieuw plastic uit landen zoals China en de VS vaak goedkoper dan gerecycled plastic; zeker bij lage olieprijzen. Verder is het aangeboden plastic vervuild. Het recyclaat dat hieruit voortkomt, is vaak moeilijk verkoopbaar of heeft een lage marktwaarde. Dit alles maakt het voor recyclers lastig om hun product af te zetten.

3.3 Ontwikkelingen

Kosten verbranden restafval stijgen verder

De Rijksoverheid zet financiële instrumenten in om afvalverbranding financieel onaantrekkelijk te maken en gemeenten te verleiden meer grondstoffen te scheiden. Zo kent Nederland de afvalstoffenbelasting, ook wel verbrandingsbelasting genoemd. Deze is tot nu toe elk jaar verhoogd. Anno 2025 betalen gemeenten voor elke 1.000 kg restafval die wordt verbrand € 39,70 boven op het poorttarief van de verwerker; dat was in 2017 nog € 13,11. In september 2025 heeft het Rijk bekend gemaakt dat deze belasting vanaf 2028 fors gaat stijgen én dat een CO2-heffing voor afvalverwerkers wordt ingevoerd. Als gevolg hiervan stijgen de tarieven die gemeenten betalen voor het verwerken van restafval vanaf 2028 aanzienlijk. De verwachting is dat de tarieven voor het verbranden van restafval hierdoor in 2030 zo’n 80% hoger komen te liggen dan in 2026. Hierdoor is het beperken van de hoeveelheid restafval ook uit financieel oogpunt belangrijk.

Technologische ontwikkelingen

Technologische ontwikkelingen helpen de kwaliteit van herbruikbare stromen te verhogen en de service aan inwoners te verbeteren. De digitalisering en artificial intelligence (AI) maken het mogelijk om actief te sturen op basis van data en om efficiënter en gerichter te werken. Het is al langer mogelijk om real-time data te verzamelen over inzamelroutes, vulgraad van containers en ingezamelde deelstromen, maar AI opent nieuwe deuren. Zo wordt AI nu al ingezet om vervuiling automatisch te herkennen tijdens het legen van containers, om gepersonaliseerde terugkoppeling aan huishoudens te geven en om foto's van verkeerd aangeboden afval te analyseren voor beleidsmonitoring, het aanduiden van hotspots voor bijgeplaatst afval of voor automatische opruimmeldingen. In de uitvoering van dit programma kunnen we hiervan gebruik maken (Hoofdstuk 6). 

Kennis over gedrag

Lange tijd gingen beleidsmakers ervan uit dat afvalscheiding het resultaat is van bewuste afwegingen: wie goede informatie krijgt, zal het juiste doen. De campagnes richtten zich van oudsher op kennisoverdracht, instructies en het aansporen tot betere afvalscheiding. Uit recente studies uit de sociale psychologie blijkt echter dat veel gedrag juist automatisch is - zonder dat mensen er over nadenken. Het wordt beïnvloed door tal van factoren die zich deels aan ons bewustzijn onttrekken. Mensen willen hun gedrag vaak wel veranderen, maar het lukt niet altijd. Inzichten uit de relatief jonge gedragspsychologie tonen aan dat onwenselijk afvalgedrag lang niet altijd voortkomt uit onwil of onwetendheid (bron: o.a. ‘Gedragsbeïnvloeding voor een circulaire economie’, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 2020). Ook gewoontes, gemak, groepsnormen en visuele prikkels bepalen of iemand iets in de juiste bak of zak gooit. We moeten deze kennis over gedrag gebruiken om inwoners ook op andere manieren te stimuleren om gewenste gedragskeuzes te maken.

Kennis over gedrag biedt gemeenten kansen om hun aanpak effectiever en mensgerichter te maken door gedragsondersteunende maatregelen in te zetten. Denk aan het logisch positioneren van verzamelcontainers, het afstemmen van kleuren en vormen op intuïtieve herkenning, het zichtbaar maken van het gewenste gedrag in de buurt (de ‘sociale norm’) en aan positieve feedback op gedrag via een melding of beloning. Deze inzichten over gedragsverandering gebruiken we in de voorlichting (zie paragraaf 6.4).

4 Ambitie

4.1 Service

We willen inwoners stimuleren om herbruikbare stromen goed te scheiden door dit aantrekkelijker en makkelijker te maken en het iets minder aantrekkelijk en makkelijker te maken om restafval aan te bieden. Dit maakt afvalscheiding de meest logische keuze voor inwoners. We passen onze inzamelstructuur gericht aan om ervoor te zorgen dat meer herbruikbare stromen apart worden gehouden en niet in het restafval belanden. Uiteraard verliezen we daarbij het gebruiksgemak en de tevredenheid niet uit het oog: we zijn en blijven erop gericht om inwoners goed te faciliteren. Kwaliteit, veiligheid en toegankelijkheid voor iedereen vinden we belangrijk. Daarbij hechten we veel waarde aan duidelijke en consistente communicatie en aan de mogelijkheid voor inwoners om actief mee te doen.

We streven naar 

  • kwalitatief goede inzamelvoorzieningen voor herbruikbare stromen

  • het ontmoedigen van het aanbieden van restafval 

  • een hoge tevredenheid onder inwoners over het aanbieden van gescheiden stromen

  • het motiveren van inwoners om zoveel mogelijk gescheiden stromen aan te bieden zonder vervuiling

4.2 Milieu

In lijn met de Europese en landelijke doelen werken we toe naar een circulaire economie in 2050, waarin grondstoffen in de hele keten behouden blijven en afval niet meer bestaat. We vinden het belangrijk om onze verantwoordelijkheid te nemen voor een duurzame toekomst, een samenleving waarin afval nauwelijks meer bestaat. Dit kunnen we niet alleen tot stand brengen; we hebben ook anderen nodig. Daarom werken we intensief samen met inwoners, Cyclus, recyclers, maatschappelijke organisaties, bedrijven, regiogemeenten en Regio Midden-Holland. We zien dat inwoners van de Krimpenerwaard de afgelopen jaren al flinke stappen hebben gezet met afvalscheiding, maar ook dat we nog niet op koers liggen om onze huidige doelen te behalen (maximaal 100 kilogram restafval per inwoner per jaar en 80% afvalscheiding in 2026). Daarom zetten we nu in op een sterke vermindering van de hoeveelheid restafval en op het halen van zoveel mogelijk herbruikbare stromen uit het restafval. Deze grondstoffen willen we op kwalitatief hoog niveau laten recyclen. Ook willen we afvalpreventie stimuleren, waarmee we aansluiten bij de prioriteitsvolgorde uit de Europese Kaderrichtlijn afvalstoffen. Afval dat niet ontstaat hoeft namelijk ook niet gescheiden en gerecycled te worden. 

We streven naar

  • een daling van het restafval tot onder de 100 kilogram per inwoner in 2027 en onder de 75 kilogram in 2030 *

  • minimaal 65% recycling van huishoudelijk afval in 2035 **

  • hergebruik en preventie: minimaal 10% minder afval en herbruikbare stromen in 2030 ten opzichte van 2025 door inwoners te stimuleren om meer te hergebruiken, te consuminderen en circulaire keuzes te maken.

 

* Dit is minder ambitieus dan het landelijke VANG-beleid, dat streeft naar 30 kilogram per inwoner in 2025.

** Deze ambitie komt overeen met de ambitie van de Europese Kaderrichtlijn afvalstoffen. In 2023 lag het recyclingpercentage in de Krimpenerwaard op bijna 63%.

4.3 Kosten

Ons afval- en grondstoffenbeleid is financieel gezond en dat willen we zo houden, zodat ons beleid ook op de lange termijn uitvoerbaar is. De kosten voor het uitvoeren van de maatregelen tot en met 2030 willen we dekken uit de besparingen door minder restafval en de hogere opbrengsten door meer recycling van herbruikbare stromen. Daarbij blijft het principe ‘de vervuiler betaalt’ centraal staan: inwoners die minder scheiden en daardoor meer restafval produceren betalen meer afvalstoffenheffing. Dit prikkelt bewoners om bewuster om te gaan met hun afval en stimuleert afvalpreventie. Daarbij hebben we oog voor inwoners in bijzondere omstandigheden en willen we met maatwerk voorkomen dat zij onevenredig financieel worden belast.

We streven naar 

  • beheersbare kosten voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval

  • het uitvoeren van integrale maatregelen die zichzelf zoveel mogelijk terugverdienen

5 Mening inwoners

5.1 Uitgevoerde bewonersonderzoeken

De bereidheid van inwoners om mee te werken aan betere afvalscheiding en afvalpreventie is essentieel voor een succesvolle uitvoering van het programma. Om de wensen en behoeften van onze inwoners in beeld te krijgen hebben we, voordat we dit programma schreven, een bewonersonderzoek uitgevoerd. We vroegen naar hun mening en ideeën in een online enquête en straatgesprekken.

Enquête afval/grondstoffen

Van 19 juni tot en met 5 juli 2025 konden de leden van het inwonerspanel Krimpenerwaard de online vragenlijst over afval en grondstoffen invullen. Ook niet-panelleden kregen de mogelijkheid om deel te nemen via een open link. We hebben een oproep om mee te doen via verschillende kanalen: de sociale media, Gemeentenieuwspagina in Het Kontakt, nieuwsbericht op onze website, digitale nieuwsbrief, de Jongerenklankbordgroep en intranet. In totaal deden 1.129 deelnemers mee, waarvan 760 via het panel en 369 via de open link. De resultaten van dit bewonersonderzoek zijn te vinden in Bijlage 1.

Straatgesprekken afval/grondstoffen

Om ook de mensen te bereiken die minder snel geneigd zijn een online enquête in te vullen - bijvoorbeeld omdat zij de Nederlandse taal minder goed beheersen of minder digitaal vaardig zijn - hebben we straatgesprekken georganiseerd. Over het algemeen doen namelijk vaker bovengemiddeld betrokken inwoners mee aan online enquêtes, inwoners die kritisch zijn of juist heel actief bezig zijn met het onderwerp, en mensen die digitaal vaardig zijn. Tijdens drie weekmarkten zijn in totaal 69 inwoners van de gemeente gesproken. Dit leverde verdiepende informatie op en daarmee zijn deze gesprekken een waardevolle aanvulling op de resultaten van de enquête. Het verslag van de straatgesprekken is opgenomen in Bijlage 2.

Bewonersonderzoeken PMD en circulaire economie

We maken ook gebruik van de resultaten van een bewonersonderzoek naar PMD en onderdelen van een recent onderzoek over de circulaire economie. Bijlage 1 bevat de resultaten van deze enquêtes.

5.2 Samenvatting resultaten

In Bijlage 1 is de samenvatting van de resultaten van de uitgevoerde enquêtes te vinden en in Bijlage 2 staat het verslag van de straatgesprekken. Deze paragraaf geeft een samenvatting van de kernpunten van deze bewonersonderzoeken.

1.    Hoge tevredenheid
De tevredenheid over de afvalinzameling is hoog. Deelnemers aan de enquête afval/grondstoffen geven de afvalinzameling gemiddeld een 7,2 en de inwoners die we op straat hebben gesproken geven een 7,6. Men vindt dat er genoeg mogelijkheden zijn om afval en grondstoffen gescheiden aan te bieden, dat het afval netjes op tijd wordt opgehaald en dat de Cyclus-app duidelijk en handig is.

2.    Ergernis over PMD-zakken en afval naast verzamelcontainers
Er is ook sprake van ergernis, met name over de PMD-zakken en het afval dat naast verzamelcontainers wordt geplaatst door inwoners. Zo ergert 73% van de inwoners zich aan de zakken die te vroeg aan de straat worden gezet door inwoners en 80% aan de (door dieren) kapotgemaakte PMD-zakken. Dit speelt het meest in Krimpen aan de Lek, gevolgd door Lekkerkerk en Ouderkerk aan den IJssel. Met onze nieuwe aanpak van de te vroeg aangeboden PMD-zakken willen we de overlast minimaliseren (zie maatregel 12 in Hoofdstuk 6). Bijna 80% ergert zich aan afval dat naast verzamelcontainers in de wijk wordt gezet. Dit speelt het meest in Krimpen aan de Lek, Gouderak, Bergambacht en Lekkerkerk. Deze overlast willen we verminderen met het intensiveren van onze aanpak van bijplaatsingen (zie maatregel 22).

3.    Afvalscheidingsgedrag
De meerderheid zegt het afval al heel erg goed te scheiden (59%) en ruim een derde van de inwoners denkt dat zijzelf het afval eigenlijk wel beter kunnen scheiden. De meeste mensen scheiden afval omdat dit bijdraagt aan een beter milieu (71%) en om kosten te besparen (62%). Meer dan een derde doet dit omdat het goed is voor toekomstige generaties (39%). De meesten hebben er geen geld voor over om de afvalscheiding te verbeteren (71%).

4.    Wat de gemeente kan doen om afvalscheiding en afvalpreventie verder te stimuleren

  • GFT+E: Bijna de helft van de deelnemers denkt GFT+E al heel goed apart te houden. Een op de vijf zou een keukenemmertje willen krijgen en 17% wil dat de GFT+E container vaker geleegd wordt.

  • PMD: Bijna de helft denkt PMD al heel goed apart te houden. Een op de vier inwoners wil een PMD-container aan huis, een op de vijf wil een ondergrondse container voor PMD in hun buurt en nog eens een op de vijf zou graag meer informatie willen over wat bij PMD hoort.

  • Oud papier en karton: Bijna driekwart denkt het oud papier en karton al heel goed apart te houden. Er zijn nauwelijks suggesties voor verbetering van de papierinzameling gegeven.

  • Glas: Bijna driekwart denkt glas al heel goed apart te houden. Een op de vijf wil meer glasbakken in hun buurt. Deze vraag kwam vooral vanuit Bergambacht (28% van de inwoners van deze kern) en Lekkerkerk (24%) en in mindere mate in Krimpen aan de Lek (18%) en Schoonhoven (17%).

  • Textiel: De meerderheid denkt textiel al heel goed apart te houden (64%). Een op de zeven inwoners wil meer textielbakken in hun buurt. Deze vraag kwam vooral vanuit Bergambacht (22% van de inwoners van deze kern), Haastrecht (21%) en Lekkerkerk (21%). Daarom bekijken we waar te weinig verzamelcontainers voor glas en textiel staan en zorgen we voor extra containers waar dat nodig is (zie maatregel 15 in Hoofdstuk 6). 

  • Klein Chemisch Afval (KCA): De helft denkt KCA al heel goed apart te houden (51%). Een derde wil meer informatie over welke winkels KCA-producten aannemen, zoals batterijen en lampen, en een kleiner deel wil meer informatie over wat bij het KCA hoort (19%). 

  • Elektrische apparaten: Bijna de helft denkt de apparaten al heel goed apart te houden. Een op de vier wil meer informatie over welke winkels kleine apparaten aannemen. Een kleiner deel wil meer informatie over wat bij elektrische apparaten hoort (17%). 

  • Gescheiden inzameling luiers en incontinentiemateriaal: De helft van degenen die wegwerpluiers of incontinentiematerialen gebruiken, zou dit apart willen inleveren als dit mogelijk zou zijn. Men wil dit omdat het beter is voor het milieu, restafval scheelt en voor minder geuroverlast in huis zorgt. Zodra de capaciteit voor het verwerken van dit materiaal wordt uitgebreid, bekijken we of we de gescheiden inzameling van luiers en incontinentiemateriaal kunnen introduceren in de Krimpenerwaard (zie maatregel 16). 

  • Meer voorlichting: Ongeveer een kwart van de deelnemers aan de enquête over afval/grondstoffen vindt dat de gemeente meer voorlichting kan geven over (1) de regels van het afval scheiden (2) nut en noodzaak van afvalscheiding en (3) wat de gemeente doet met de opbrengsten uit de afvalstoffenheffing. Een deel mist informatie over wat in welke bak of zak hoort (19%) en waar de verzamelcontainers staan (11%). Ook tijdens de straatgesprekken vertelden veel inwoners dat ze behoefte hebben aan meer voorlichting, vooral over wat bij het PMD en het GFT+E hoort. Als het gaat om persoonlijke hulp bij afvalscheiding zijn deelnemers verdeeld. Zo vindt 39% het geen goed idee als een deskundige regelmatig op straat is om inwoners te helpen met vragen over afvalscheiding, terwijl 25% dat juist wel een goed idee vindt. Verder vindt 41% het een goed idee als een deskundige op een vaste tijd en plek aanwezig is om inwoners te helpen met vragen, bijvoorbeeld op een spreekuur of weekmarkt, terwijl 27% dat niet vindt. Om tegemoet te komen aan deze wensen gaan we onze voorlichting intensiveren en zorgen we voor goede, tijdige voorlichting over de veranderingen in Fase 1 en Fase 2 (zie maatregelen 8 en 9 in Hoofdstuk 6). 

  • Jeugd: Men vindt het belangrijk dat het afval wordt gescheiden op plekken waar jongeren komen (85%) en dat school aandacht heeft voor afvalscheiding in het lesprogramma (80%). Een op de drie inwoners vindt dat de gemeente afvalscheiding op scholen en kinderopvang moet stimuleren. We gaan dan ook aan de slag met afvalscheiding bij scholen, kinderopvang en verenigingen en we gaan meedoen aan het programma Afvalvrije Scholen (zie maatregelen 10 en 14).

  • Afvalpreventie: Een op de vier inwoners vindt dat de gemeente meer zou kunnen samenwerken met supermarkten en fabrikanten om afvalpreventie te stimuleren (44%) en het verbieden van ongeadresseerde folders, behalve als mensen hier om vragen met een ja-sticker op hun brievenbus (36%). Ruim een kwart van de inwoners wil dat de gemeente herbruikbare verpakkingen promoot of gaat samenwerken met kringloopwinkels. We spelen in op deze wensen door een campagne tegen voedselverspilling met winkeliers te ontwikkelen en door tweedehands (ver)koop en reparatie te stimuleren (zie maatregelen 4 en 5).

 

5.    Inzameling PMD
Van de deelnemers aan de enquête over afval/grondstoffen wil 38% een container voor PMD. Vooral inwoners jonger dan 35 jaar zouden dat graag willen. Deze uitkomst komt overeen met de resultaten van het onderzoek naar de inzameling van PMD dat we in oktober 2023 hielden. Daaruit bleek dat 41% het liefst een PMD-container aan huis gebruikt en de helft een PMD-zak. Dit hangt samen met de uitkomst van datzelfde onderzoek dat 48% negatief staat tegenover een extra container aan huis. Dit vermoeden wordt versterkt door de uitslag van de enquête uit 2025, waarin de meeste inwoners met containers aan huis aangeven dat zij niet meer dan drie containers aan huis kunnen hebben staan (41%), gevolgd door vier containers (29%). In Fase 2 kunnen we het probleem van de PMD-zakken oplossen voor alle woningen met een tuin, terwijl we het aantal containers aan huis binnen de bebouwde kom beperken. Vanaf dat moment wordt PMD bij woningen met een tuin namelijk ingezameld via containers aan huis, waarbij huishoudens in de kernen geen vierde container nodig hebben. Dit wordt mogelijk doordat het restafval in de kernen wordt ingezameld met ondergrondse containers en de huidige restafvalcontainer kan worden hergebruikt voor PMD (zie maatregel 3 in Hoofdstuk 6). 

Argumenten vóór een PMD-container zijn dat het straatbeeld er opgeruimder uit ziet zonder PMD-zakken (66%) en dat een PMD-container het zwerfafval dat ontstaat door wind en toedoen van dieren kan voorkomen (65%).

6.    Voorkeur voor omgang met restafval: restafvalcontainer minder vaak legen
Aan mensen met containers aan huis is gevraagd naar hun voorkeur voor de omgang met restafval, als er iets moet veranderen aan de afvalinzameling nu we op weg zijn naar een samenleving zonder restafval. Voor de helft van de inwoners heeft het minder vaak legen van de restafvalcontainer de voorkeur: een kwart wil dat de container nog maar één keer per vier weken worden geleegd (26%) of één keer per zes weken (25%). Nog eens een kwart geeft de voorkeur aan het brengen van restafval naar een ondergrondse verzamelcontainer in de buurt, waarbij het PMD in de oude container voor restafval gaat (24%). Tijdens de straatgesprekken is ook aan voorbijgangers gevraagd naar hun voorkeur. Degenen die openstaan voor een verandering zijn (iets) vaker enthousiast over het minder vaak legen van de restafvalcontainer dan over het brengen van restafval naar ondergrondse containers.

Mede vanwege deze uitkomsten starten we in 2027 met het invoeren van Laagfrequent Inzamelen van restafval (zie maatregel 1 in Hoofdstuk 6) en willen we in de tweede fase overstappen op Omgekeerd Inzamelen (zie maatregel 3).

Sommige inwoners hebben bezwaren tegen een verandering in de inzameling van restafval vanwege (1) langer moeten bewaren van restafval en de daarmee gepaard gaande geuroverlast (2) angst voor bijplaatsen van afval naast verzamelcontainers en (3) angst voor dumping in de natuur. Het grootste bezwaar tegen ondergrondse containers voor restafval heeft te maken met het tillen van zware afvalzakken door ouderen. Zij kunnen daardoor financieel benadeeld worden - ze betalen voor het storten van een halfvolle afvalzak omdat een volle afvalzak te zwaar is - of zij moeten een beroep doen op hun mantelzorger.

7.    Ontevredenheid over ophalen grof vuil 
Over het ophalen van grofvuil is meer dan de helft ontevreden (52%). De meeste frustratie is er over de kosten. Meer dan de helft van de deelnemers aan de enquête over de Circulaire Economie zou dan ook graag zien dat grofvuil (gratis) aan huis wordt opgehaald (59%).

8.    Verbeteringen milieustraat 
Een op de vier á vijf inwoners is ontevreden over het maken van een afspraak op de milieustraat, de openingstijden en de verdeling tussen de gratis en betaalde stromen (fijn huishoudelijk restafval). Naast de openingstijden en de verdeling tussen gratis en betaalde stromen zijn er twee onderwerpen waarvoor de tevredenheid aanzienlijk lager is dan het belang dat men er aan hecht: de aanduiding van wat in welke container moet en de bereikbaarheid. Vervolgens is gevraagd naar ideeën voor de nieuwe milieustraat. Het vaakst genoemd zijn: afval brengen zonder afspraak, ruimere openingstijden (met een wens voor avondopenstelling door de week en langere openingstijden op zaterdag), lager geplaatste containers en hogere oprit om zware spullen makkelijker te deponeren, bredere paden en betere aanrijroutes om opstopping en wachtrijen te voorkomen, alles gratis inleveren en het toevoegen van een hergebruikhoek of kringlooppunt. We nemen deze aandachtspunten mee in het ontwerp van de nieuwe milieustraat en bij het ontwikkelen van het circulair ambachtscentrum (zie maatregel 17).
Daarnaast zou een derde van de deelnemers aan de enquête Circulaire Economie graag zien dat een afvalcontainer van de milieustraat dichterbij huis zou staan (34%).

9.    Tevredenheid over Mobiele Milieustraat 
Bijna de helft van de deelnemers aan de enquête Circulaire Economie heeft gehoord van de Mobiele Milieustraat en ruim een kwart heeft deze wel eens gebruikt. Deelnemers van 65 jaar en ouder gebruiken deze voorziening vaker dan jongere deelnemers. De Mobiele Milieustraat wordt met een 8,2 beoordeeld en 66% vindt het nuttig om deze actie te herhalen. Wel zijn er wensen voor meer inzamelmomenten, duidelijkere communicatie en een ruimer aanbod aan afvalsoorten. Om deze redenen gaan we de inzet van de Mobiele Milieustraat in de komende jaren uitbreiden (zie maatregel 19).

10.    Inwoners vinden participatie vooraf belangrijk
Bijna 90% van de inwoners wil dat de gemeente hen er van tevoren bij betrekt als er iets verandert in de afvalinzameling. Deelnemers jonger dan 35 jaar vinden dit vaker belangrijk. Bij de introductie van Omgekeerd Inzamelen betrekken we inwoners actief volgens een participatieplan (zie maatregel 11).

6 Maatregelenpakket

6.1 Strategie

We zagen in Hoofdstuk 2 dat een volgende stap nodig is om onze milieuambities te realiseren. Uit de ervaringen van talloze gemeenten blijkt dat maatregelen om het aanbieden van restafval te ontmoedigen de grootste impact hebben op het verminderen van restafval. Dit effect op de daling van het restafval hebben we zelf ook gemerkt, toen we in 2017 het principe ‘de vervuiler betaalt’ introduceerden met de diftar-tarieven voor restafval. 

Minder restafval betekent ook ‘minder meerkosten‘

Zonder verdere afname van restafval blijven de totale kosten stijgen, met als gevolg een steeds hogere afvalstoffenheffing voor onze inwoners. Een inzet op minder restafval is niet alleen noodzakelijk om de milieuambities te realiseren, maar ook om de kostenstijgingen te dempen en onze ambitie te realiseren om de kosten voor afvalinzameling en afvalverwerking beheersbaar te houden. De afvalstoffenheffing bestaat namelijk voor een aanzienlijk deel uit de kosten voor het verbranden van fijn restafval. Voor deze reststroom gelden enerzijds hoge tarieven en anderzijds is het volume groot. Krimpenerwaard betaalt jaarlijks zo’n € 850.000 voor de verwerking van meer dan 6 miljoen kilogram restafval. Een deel van deze kosten bestaat uit de zogenoemde verbrandingsbelasting, die sinds de invoering in 2017 is gestegen van € 13,11 naar € 39,70 per 1.000 kilogram in 2025. Alleen al aan verbrandingsbelasting betaalt de gemeente inmiddels € 250.000 per jaar. 

Zoals in paragraaf 3.3 (Overige ontwikkelingen) is aangegeven, stijgen de verwerkingstarieven voor restafval vanaf 2030 aanzienlijk als gevolg van het verder verhogen van de verbrandingsbelasting door het Rijk en de introductie van de CO₂-heffing voor afvalverbrandingsinstallaties. De extra kosten die dit met zich meebrengt worden doorberekend aan de toeleveranciers van het afval - onder andere de gemeenten. Als de hoeveelheid restafval niet substantieel daalt, gaat dit doorwerken in een fors hogere afvalstoffenheffing voor onze inwoners.

Aanpak van restafval in twee fasen met go/no go besluit door gemeenteraad over Fase 2 

Om te voldoen aan onze milieuambities én tegemoet te komen aan de voorkeursvariant van onze inwoners, maken we op 1 januari 2027 de overstap op Laagfrequent Inzamelen van restafval (container aan huis wordt één keer per vier weken geleegd; zie volgende alinea). Dit geeft ons de gelegenheid om inwoners zorgvuldig te informeren over het nut en de noodzaak van deze verandering en om de nieuwe inzamelroutes efficiënt te plannen. Met Laagfrequent Inzamelen ontmoedigen we inwoners om restafval weg te gooien (ambitie voor Service). 

In de loop van 2026 maken we een start met de voorbereidingen voor een pilot met Omgekeerd Inzamelen in twee gebieden (restafval gaat naar ondergrondse containers in de buurt; zie volgende alinea). Een go/no go besluit door de gemeenteraad over de invoering van Fase 2 (Omgekeerd Inzamelen in de bebouwde kom van de hele gemeente) volgt op basis van de resultaten van deze pilot en een tussentijdse evaluatie van dit programma. In hoofdstuk 8 is een planning opgenomen.

Voordelen gefaseerde aanpak

Het invoeren van veranderingen in twee fasen heeft voordelen ten opzichte een eenmalige verandering: 

  • De hoeveelheid restafval daalt naar verwachting sterker, omdat we met communicatie rondom de veranderingen continu in de komende jaren de aandacht vragen van inwoners voor afvalscheiding. Dit vergroot de kans op structurele gedragsverandering. 

  • De resultaten van afvalscheiding worden beter verankerd, omdat inwoners de tijd hebben om te wennen aan de maatregelen. Pas daarna zetten we een volgende stap.

  • Uit het bewonersonderzoek blijkt dat het draagvlak voor Laagfrequent Inzamelen groter is dan voor Omgekeerd Inzamelen. De ervaring is dat de stap naar het wegbrengen van restafval naar een ondergrondse container in de buurt minder groot is als inwoners eerst worden gestimuleerd om het aantal kilo’s restafval te verminderen door betere afvalscheiding.

  • Het veranderen van een inzamelsysteem vraagt ook een aanpassing en inzet van de afvalinzamelaar Cyclus. Met de gefaseerde aanpak hebben we een realistische en uitvoerbare planning voor deze veranderingen.

Strategieën voor minder restafval 

In Nederland passen gemeenten een aantal strategieën toe om de hoeveelheid restafval te verminderen. Deze strategieën komen allen tegemoet aan onze ambitie om het weggooien van restafval minder aantrekkelijk te maken.

Diftar (tariefdifferentiatie)
Bij diftar hangt de hoogte van de afvalstoffenheffing voor een deel af van hoeveel restafval een huishouden aanbiedt. Krimpenerwaard is één van de meer dan 200 gemeenten die diftar hebben ingevoerd (bron: ‘Rapport ‘Afvalstoffenheffing 2024’, Rijkswaterstaat, 2025).

Servicedifferentiatie (restafval niet meer elke twee weken aan huis ophalen)
Bij servicedifferentiatie wordt het bewoners moeilijker gemaakt om restafval weg te gooien. Vaak gebeurt dit in combinatie met het makkelijker maken om te scheiden, bijvoorbeeld door de herbruikbare stromen vaker op te halen of een extra container aan huis voor deze stromen te geven. Bijna driekwart van de gemeenten kent één van de twee manieren om servicedifferentiatie dit toe te passen. Bij servicedifferentiatie zijn er voor Krimpenerwaard twee scenario’s mogelijk; laagfrequent inzamelen en omgekeerd inzamelen. Beide scenario’s lichten we hierna verder toe.

  • Bij Laagfrequent Inzamelen wordt het restafval minder vaak aan huis opgehaald, bijvoorbeeld nog maar één keer per drie of vier weken in plaats van elke twee weken. Omdat inwoners minder plek hebben in de container aan huis om restafval aan te bieden, zijn zij geneigd om beter te scheiden. Meestal kiezen de minder stedelijke gemeenten - waar woningen meer ruimte hebben voor een derde of vierde minicontainer - voor het minder vaak ophalen van restafval. In onze regio heeft een aantal gemeenten Laagfrequent Inzamelen ingevoerd, waaronder Lopik, Teylingen en De Ronde Venen.

  • Bij Omgekeerd Inzamelen wordt restafval bij woningen met een tuin binnen de bebouwde kom niet meer opgehaald in de grijze container aan huis. Net zoals bij appartementen en bovenwoningen brengen mensen het restafval naar ondergrondse containers in de buurt. Vanwege de te grote afstanden naar ondergrondse containers wordt het restafval in het buitengebied en bij lintbebouwing wel in een container aan huis opgehaald (meestal in een lage frequentie). In de praktijk kiezen vooral de meer stedelijke gemeenten voor Omgekeerd Inzamelen vanwege hun compacte bouw. In onze regio hebben veel gemeenten dit systeem ingevoerd, waaronder Zuidplas, Krimpen aan de IJssel, Waddinxveen, Bodegraven-Reeuwijk, Molenlanden, Vijfheerenlanden, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Sliedrecht, Papendrecht, Ridderkerk en Alblasserdam. Gemeente Gouda is op dit moment bezig met de invoering.

Meest effectieve strategie: diftar met servicedifferentiatie

De Nederlandse vereniging voor afval- en reinigingsdiensten (NVRD) voert elk jaar de Benchmark Huishoudelijk Afval uit, waaraan ongeveer de helft van de gemeenten meedoet. Uit de benchmark blijkt dat diftar in combinatie met servicedifferentiatie het meest kosteneffectief is: de prestaties op de hoeveelheid restafval en de kosten zijn het best (bron: ‘Analyserapport Benchmark huishoudelijk afval peiljaar 2023’, NVRD, 2024). Ook uit onderzoek uit 2021 van Eureco onder 275 gemeenten blijkt dat de toepassing van diftar in combinatie met servicedifferentiatie zorgt voor het minste restafval.

Servicedifferentiatie in Krimpenerwaard

Om afvalscheiding te stimuleren willen we servicedifferentiatie toepassen, zodat het aanbieden van restafval minder aantrekkelijk en makkelijk wordt. Op basis van benchmarks en de praktijkervaringen in vergelijkbare gemeenten (zie bijlage 3) is de verwachting dat het fijn restafval in Krimpenerwaard daalt van de huidige 106 kilogram per inwoner per jaar naar:

  • circa 85 tot 94 kilogram fijn restafval bij diftar gecombineerd met Laagfrequent Inzamelen

  • circa 83 tot 88 kilogram fijn restafval bij diftar gecombineerd met Omgekeerd Inzamelen

  • circa 76 tot 83 kilogram fijn restafval bij diftar gecombineerd met eerst Laagfrequent Inzamelen en daarna Omgekeerd Inzamelen.

Aanvullend pakket

Onze ambities zijn niet met één enkele ingreep binnen handbereik. De overgang naar een samenleving met minder (rest)afval, meer recycling en meer afvalpreventie vraagt om een samenhangend pakket van activiteiten, waarbij iedereen de kans krijgt om mee te doen. Door goed te kijken naar onze eigen rol als lokale overheid en zoveel mogelijk rekening te houden met de wensen van inwoners hebben we een integraal maatregelpakket samengesteld met ruimte voor de verschillende doelgroepen en kernen. Om een structurele gedragsverandering van inwoners te stimuleren versterken we de veranderingen uit Fase 1 en Fase 2 met activiteiten op het gebied van voorlichting, gedragssturing, educatie, samenwerking met inwoners, toezicht en investeringen in de benodigde voorzieningen.

6.2 Inzamelen restafval (servicedifferentiatie)

Maatregel 1: Fase 1 - Laagfrequent Inzamelen van restafval

In de eerste fase stappen we over op Laagfrequent Inzamelen: vanaf 1 januari 2027 haalt Cyclus het restafval bij woningen met een tuin nog maar eens per vier weken op in plaats van elke twee weken. Uit het bewonersonderzoek blijkt dat Laagfrequent Inzamelen de voorkeur heeft als er iets moet veranderen aan het inzamelen van restafval. De helft van de inwoners zou dan willen dat de restafvalcontainer aan huis nog maar eens per vier weken of per zes weken wordt geleegd. We nemen inwoners goed mee in wat er precies verandert en waarom deze keuze is gemaakt. De communicatie speelt hierin een belangrijke rol en voeren we projectmatig uit (paragraaf 6.4 Voorlichting en educatie). 

De veranderde ophaalfrequentie voor restafval maakt het nodig om de afvalstoffenverordening aan te passen.

Maatwerk voor mensen met onvermijdbaar restafval door medische aandoening

Sommige mensen met een medische aandoening hebben te maken met een structurele productie van restafval die niet is te vermijden. Denk aan materiaal van een stoma, katheter, thuisdialyse, infuus, sondevoeding en beschermende kleding. Momenteel kunnen zij hiervoor een vermindering van de afvalstoffenheffing aanvragen, maar als de restafvalcontainer nog maar eens per vier weken wordt geleegd dan is de ruimte in die container mogelijk onvoldoende. Hiervoor werken we een maatwerkoplossing uit, waarbij gedacht kan worden aan een gratis lediging van een tweede restafvalcontainer die alleen voor dit afval is bedoeld of een extra ophaalronde. Mogelijk is het nodig om hiervoor de vrijstellingsregeling voor medische indicatie (12 ledigingen per jaar) aan te passen.

Maatregel 2: Pilot Omgekeerd Inzamelen

Het invoeren van Omgekeerd Inzamelen lijkt een geschikte oplossing om de ergernis over de PMD-zakken te verminderen en tegelijk nogmaals een stap te zetten om onze milieuambities te realiseren. Daarom gaan we in 2027 in een aantal gebieden een pilot uitvoeren om de effecten van Omgekeerd Inzamelen voor onze gemeente te onderzoeken (ongeveer één jaar). Deze pilotgebieden kiezen we zorgvuldig uit, waarbij we een gebied zoeken met een ‘stads’ karakter en een gebied met een ‘landelijk’ karakter. Daarbij willen we de benodigde investeringen laag houden door bij voorkeur gebruik te maken van bestaande ondergrondse containers, met een maximale loopafstand vanuit elke woning van ongeveer 250 meter. De ervaringen die we met deze pilot opdoen betrekken we in de besluitvorming over het vervolg. 

PMD

Bij Omgekeerd Inzamelen kunnen inwoners hun ‘oude’ restafvalcontainer gebruiken voor PMD. Deze container voor PMD wordt elke twee weken geleegd. Dit betekent dat de PMD-zakken verdwijnen bij woningen met een tuin. Zonder de zakken oogt het straatbeeld opgeruimder en een container voorkomt bovendien zwerfafval door wind en door toedoen van dieren en vogels. Hiermee pakken we een grote ergernis van inwoners aan én verbeteren we de dienstverlening voor PMD, zonder een vierde container aan huis te hoeven plaatsen. 

We monitoren de kwaliteit van het aangeboden PMD en ronden de pilot af met een evaluatie inclusief enquête onder de deelnemers.

 

Maatregel 3: Fase 2 - Evaluatie en go/no go Omgekeerd Inzamelen (PMD in ‘oude’ restafvalcontainer aan huis)

Na meer dan een jaar van Laagfrequent Inzamelen voeren we een tussentijdse evaluatie uit van dit programma (zie hoofdstuk 7). In combinatie met de uitkomsten van de pilot Omgekeerd Inzamelen vormt deze evaluatie de basis voor een bestuurlijk go/no go besluit begin 2028 over Fase 2: het invoeren van Omgekeerd Inzamelen voor alle woningen met een tuin binnen de bebouwde kom. 

Nieuwe inzamelsysteem

Met Omgekeerd Inzamelen verandert het inzamelsysteem als volgt:

  • Woningen met een tuin binnen de bebouwde kom: restafval gaat naar nieuwe ondergrondse containers in de buurt. PMD gaat in de ‘oude’ container voor restafval aan huis, die elke twee weken wordt geleegd

  • Woningen buiten de bebouwde kom: restafval wordt nog steeds met een lage frequentie opgehaald in de grijze container aan huis. PMD gaat in een nieuwe PMD-container aan huis, die elke twee weken wordt geleegd

  • Appartementen, bovenwoningen en een aantal woningen in de oude binnenstad die geen mogelijkheid hebben voor containers op eigen terrein: er verandert niets (restafval gaat nog steeds naar ondergrondse containers en PMD nog steeds in zakken). 

Vooronderzoek: benodigde extra ondergrondse containers inpasbaar

Uit vooronderzoek blijkt dat het plaatsen van de benodigde ondergrondse containers voor restafval (ongeveer 140 stuks) vrijwel overal inpasbaar is. Dat geldt voor zowel onder de grond (kabels/leidingen) als boven de grond (bomen, ruimte voor het inzamelvoertuig, etc.). Mogelijk is het incidenteel nodig om een semi-ondergrondse container te plaatsen of is de loopafstand voor enkele huishoudens iets verder dan gewenst.

Wat is er nog meer nodig?

Om Omgekeerd Inzamelen mogelijk te maken is het nodig om de afvalstoffenverordening aan te passen. Ook gaan we onderzoeken of de tarieven voor het storten van restafval aangepast moeten worden en is het belangrijk om de kwaliteit van het ingezamelde PMD te bewaken. Bij de overstap wordt een aantal inwoners mogelijk financieel benadeeld, omdat zij fysiek niet in staat zijn om een volle afvalzak naar een ondergrondse container te brengen. Zij betalen dan een volledige storting voor bijvoorbeeld een halfvolle afvalzak. We onderzoeken de mogelijkheid voor een maatwerkoplossing, zoals een financiële compensatie. 

Implementatieplan

We stellen een implementatieplan op, waarin we onder andere uitwerken:

  • afbakening van de woonkernen waar ondergrondse restafvalcontainers komen en het buitengebied waar bewoners de container voor restafval behouden en een nieuwe PMD-container krijgen

  • informeren van bewoners (zie paragraaf 6.4)

  • participatie van bewoners (zie paragraaf 6.5)

  • werkwijze bij vaststellen containerlocaties: aanwijzingsbesluiten en bezwaarprocedure

  • aanpassen routeplanning 

  • planning en fasering van de uitvoering

6.3 Preventie en hergebruik

Een samenleving met minder huishoudelijk afval vraagt om wezenlijk andere consumptiepatronen. Afvalpreventie is daarbij essentieel. In de prioriteitsvolgorde voor het afvalbeheer staat preventie bovenaan. Pas daarna volgt hergebruik van (onderdelen van) producten zonder deze te vernietigen of te verwerken. Afvalpreventie houdt in: zo min mogelijk grondstoffen gebruiken en er zo lang mogelijk mee doen. Het draait om minder consumeren, verpakkingsvrij inkopen, wasbare producten gebruiken in plaats van wegwerpproducten en verspilling van onder andere voedsel tot een minimum beperken. Door in te grijpen aan het begin van de keten - vóórdat producten afval worden - worden grondstoffen bespaard.

Wij zien het als onze taak om, binnen onze invloedssfeer, bij te dragen aan deze gedragsverandering. Dit doen wij met onze bewustwordingscampagne (zie paragraaf 6.4 Voorlichting en educatie), waarmee we inwoners motiveren om beter te scheiden, minder afval in huis te halen en om bewuste, duurzame keuzes te maken. Daarnaast stimuleren en faciliteren we lokale initiatieven die bijdragen aan afvalpreventie. Denk aan het ondersteunen van repair cafés en lokale reparatiebedrijven en aan het versterken van initiatieven die zijn gericht op delen en hergebruiken van spullen. Zo zetten we in op een verschuiving van bezit naar gebruik en van weggooien naar behouden en herstellen.

Aanvullende maatregelen

Maatregel 4: Stimuleren minder voedsel verspillen

Het voorkomen van voedselverspilling draagt bij aan het verminderen van de afvalberg en het verkleinen van de ecologische voetafdruk van huishoudens. Alle maatregelen in dit programma dragen bij aan minder restafval, maar de grootste milieuwinst is te behalen met de aanpak van voedselverspilling. Volgens Milieu Centraal belandt ongeveer een derde van al het voedsel dat op de wereld geproduceerd wordt, uiteindelijk niet op het bord van consumenten. De gemiddelde Nederlander gooit per jaar ruim 33 kg aan eetbaar voedsel weg, wat neerkomt op zo’n € 140. Daarnaast verdwijnt er ook nog eens ongeveer 65 liter drank in de gootsteen. Er worden op jaarbasis dus grote hoeveelheden eten en drinken verspild. We willen inwoners dan ook bewust maken van de gevolgen voor het milieu en de portemonnee. 

Aanpak

Met gerichte voorlichting en communicatiecampagnes gaan we laten zien wat mensen zelf kunnen doen om verspilling te voorkomen. Denk hierbij aan slim boodschappen doen, beter bewaren en restjes hergebruiken. Daarbij willen we bekijken of we met lokale supermarkten kunnen samenwerken in een campagne die gericht is op het herkennen van houdbaarheidsdata, het juist bewaren van producten en het plannen van maaltijden. We besteden in onze communicatie ook aandacht aan eventuele deelinitiatieven voor voedsel, zoals een voedselkast. We sluiten aan bij bestaande landelijke campagnes, zoals de landelijke Verspillingsvrije Week.

Maatregel 5: Stimuleren tweedehands (ver)koop en reparatie

Het tweedehands (ver)kopen en reparatie kan wel een impuls gebruiken. Uit het bewonersonderzoek blijkt dat niet meer dan 60% van de inwoners hier nu mee bezig is. We stimuleren tweedehands (ver)kopen en maken reparatievoorzieningen toegankelijker. Dit doen we niet alleen op onze nieuwe milieustraat, maar ook door initiatieven te promoten en te ondersteunen zoals kringloopwinkels, repair cafés en lokale reparatiebedrijven. Hier krijgen inwoners de mogelijkheid om spullen een tweede leven te geven of te laten herstellen. Een manier om het gebruik van deze voorzieningen aan te moedigen is bijvoorbeeld de uitgifte van tegoedbonnen voor lokale kringloopwinkels en reparatiebedrijven aan kwetsbare doelgroepen. 

Maatregel 6: Stimuleren thuiscomposteren

Thuiscomposteren is een effectieve manier om organisch afval bij de bron te verminderen. Door groente-, fruit- en tuinafval en etensresten (GFT+E) zelf te verwerken tot compost ontstaat een waardevolle bodemverbeteraar voor tuin of balkon. Hiermee draagt thuiscomposteren bij aan afvalpreventie.

Aanpak

We zetten in op voorlichting en praktische ondersteuning. Inwoners worden via de gemeentelijke communicatiekanalen geïnformeerd over de voordelen van thuiscomposteren, hoe het precies werkt en waar zij terecht kunnen voor vragen. We onderzoeken of we korting of subsidie kunnen geven voor compostvaten en wormenhotels. Dit verlaagt de drempel om te beginnen en maakt thuiscomposteren aantrekkelijk voor inwoners met weinig ruimte.

Maatregel 7: Stimuleren lenen/delen van spullen

Het delen en lenen van goederen draagt bij aan het verminderen van de vraag naar nieuwe producten en daardoor aan afvalpreventie. Daarom stimuleren we inwoners om gebruik te maken van deelinitiatieven. Zo brengen we in onze communicatie bestaande deelplatforms onder de aandacht, zoals Peerby, Nextdoor of lokale Facebookgroepen. Deze digitale platforms maken het mogelijk om eenvoudig spullen met elkaar te delen, lenen of ruilen. Ook gaan we de mogelijkheid verkennen om wijkgerichte initiatieven te ondersteunen voor het uitwisselen van gereedschap of huishoudelijke apparaten (bijvoorbeeld een digitale of fysieke ‘buurtschuur’ of deelkast).

6.4 Voorlichting en educatie

Om bewoners aan te zetten tot afval scheiden, werken we aan drie factoren: alle inwoners moeten afval en grondstoffen kunnen scheiden (gelegenheid), weten hoe ze moeten scheiden (capaciteit) én willen scheiden (motivatie). Als gemeente vervullen wij hier een belangrijke rol in. Dat begint met het aanbieden van goede voorzieningen, maar het creëren van bewustwording en het geven van toegankelijke informatie zijn ook nodig. Veel inwoners vinden dat de voorlichting beter kan en dat de gemeente hierin een grotere rol mag nemen (zie hoofdstuk 5). Die handschoen pakken we natuurlijk op.

Het helpt als we jongeren al vanaf jonge leeftijd bewust kunnen maken van het belang van afvalscheiding, zodat dit gedrag voor de toekomst is verankerd. Meer dan driekwart van de inwoners vindt het belangrijk dat afval en grondstoffen worden gescheiden op plekken waar jongeren vaak komen en dat school in het lesprogramma aandacht heeft voor afvalscheiding (zie hoofdstuk 5). Daarom sluiten we ons aan bij het project Afvalvrije Scholen van Cyclus. 

Aanvullende maatregelen

Maatregel 8: Intensiveren (gedrag gestuurde) voorlichtingscampagne 

Uit het bewonersonderzoek blijkt dat inwoners behoefte hebben aan meer informatie over nut en noodzaak van afvalscheiding, wat in welke bak/zak hoort, waar de verzamelcontainers staan, welke winkels KCA-producten of kleine apparaten aannemen, wat de gemeente doet met de opbrengsten uit de afvalstoffenheffing, waar mensen spullen kunnen laten repareren en hoe zij afval kunnen besparen. Om mensen hierover te informeren maken we gebruik van verschillende communicatiemiddelen om zoveel mogelijk inwoners te bereiken: Het Kontakt, gemeentelijke nieuwsbrieven, website, sociale media, posters, flyers, etc. 

Strategieën uit gedragspsychologie

In paragraaf 3.3 zagen we al dat enkel het overdragen van informatie onvoldoende is om gedrag te beïnvloeden, omdat gedrag wordt bepaald door onbewuste processen. Met hulp van inzichten uit de gedragspsychologie zetten we vanaf Fase 1 (laagfrequent inzamelen van restafval) in op een positieve gedragsbenadering, om inwoners te stimuleren verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen afvalgedrag. Hierbij passen we gedragsbeïnvloedingsstrategieën toe, zoals:

  • sociale normen versterken (voorbeeld: bord plaatsen met "Hier scheiden 90% van de bewoners hun afval goed. Doet u ook mee?’)

  • persoonlijke feedback (voorbeeld: mail sturen met inzicht in eigen restafvalaanbod en praktische tips)

  • bouwen aan een gevoel van gemeenschappelijkheid (voorbeeld: wedstrijd tussen straten of buurten)

  • publieke beloning of waardering (voorbeeld: bewoners of buurten die zich inzetten voor afvalscheiden krijgen een prijs of vermelding in lokale media)

  • lokale ambassadeurs (voorbeeld: bewoners die goed afvalscheiden zichtbaar maken met posters of in lokale media).

Visuele informatie

Communicatie bereikt niet alle doelgroepen even makkelijk. Vooral laaggeletterden en inwoners met een andere moedertaal dan het Nederlands hebben baat bij visuele ondersteuning. Om afvalscheiding voor iedereen begrijpelijk en uitvoerbaar te maken vertalen we informatie in een aantal verschillende talen en gaan we door met uitleggen via:

  • het gebruik van beeldtaal en duidelijke pictogrammen met instructies

  • instructievideo’s voor het scheiden van de verschillende deelstromen

  • overzichtskaart per kern met alle locaties van containerlocaties

  • visuele aanwijzingen op containers en in de openbare ruimte (ter verbetering van de afvalscheiding en het terugdringen van bijplaatsingen worden op ondergrondse en bovengrondse containers stickers aangebracht waarop duidelijk is aangegeven welk afval wel en niet in de betreffende container mag worden aangeboden).

Inzet Reizende Recyclecoach (Fase 1 en Fase 2) en afvalcoach (Fase 2)

Uit ervaring blijkt dat als mensen persoonlijk contact hebben met een deskundige vanuit de gemeente of Cyclus, dit een waardevolle bijdrage levert aan het begrip over de noodzaak van beleidsveranderingen, het nut van afvalscheiding en de afvalregels. Daarom maken we gebruik van de Reizende Recyclecoach van Cyclus, die met een mobiele informatievoorziening op weekmarkten en evenementen staat om met bewoners in gesprek te gaan en uitleg te geven over de veranderingen in het inzamelen van restafval en over afvalscheiding. Op projectbasis zetten we de Reizende Recyclecoach in om ons te ondersteunen in de communicatie over de pilot Omgekeerd Inzamelen en de eventuele invoering van Fase 2.

Vanaf Fase 2 (Omgekeerd Inzamelen) gaat een afvalcoach inwoners tijdelijk ondersteunen bij het juist scheiden en aanbieden van afval. Een belangrijke taak is het opbouwen en onderhouden van een netwerk in de wijken met sociale partners, die direct contact hebben met doelgroepen die extra ondersteuning kunnen gebruiken. In samenwerking met organisaties zoals de woningbouwcorporaties, wijkteams, Vluchtelingenwerk, uitzendbureaus voor arbeidsmigranten, ouderenverenigingen, etc. werkt de coach aan het oplossen van eventuele belemmeringen. De afvalcoach start met het geven van persoonlijke uitleg op de milieustraat en gaat daarna - rondom de veranderingen in het inzamelen van restafval - ook de wijken in om mensen te informeren (bijeenkomsten, spreekuren, etc.). Verder ondersteunt hij of zij bij de uitvoering van maatregelen uit dit programma, zoals bij het Programma Afvalvrije Scholen, de aanpak van te vroeg aangeboden PMD-zakken, de aanpak van bijplaatsingen en het verbeteren van de kwaliteit van herbruikbare stromen.

Maatregel 9: Voorlichting veranderingen in Fase 1 en Fase 2

We willen ervoor zorgen dat iedereen in staat is gesteld om te weten wat er verandert, waarom dat nodig is en wat er van hen wordt verwacht. Om mensen tijdig en goed voor te bereiden op de veranderingen in Fase 1 en Fase 2, stellen we een communicatieplan en voeren deze uit. Op toegankelijke wijze informeren we mensen via verschillende kanalen: Afvalwijzer, afval app (pushmelding), bewonersbrieven, gemeentelijke website (Veelgestelde vragen), sociale media, Het Kontakt, persberichten, posters, flyers, advertenties op sociale media, digitale nieuwbrieven, etc. Voor persoonlijk contact en uitleg zijn medewerkers van de gemeente beschikbaar. Speciale aandacht gaat uit naar moeilijk bereikbare doelgroepen, zoals laaggeletterden, ouderen of inwoners met een taalbarrière. 

Maatregel 10: Deelname Afvalvrije Scholen

Cyclus heeft het programma Afvalvrije School ontwikkeld om leerlingen uit het basisonderwijs te betrekken bij het verminderen van (zwerf)afval en om hen bewust te maken van de waarde van grondstoffen. Vanaf het schooljaar 2026/2027 doen wij ook mee aan dit programma. We verwachten dat minimaal de helft van de 25 basisscholen in onze gemeente aan het einde van de looptijd van dit programma zijn aangesloten. Het traject bestaat uit drie gastlessen, het ophalen van de waardevolle grondstoffen en een opruimactie voor zwerfafval. Gedurende het schooljaar worden de leerlingen uitgedaagd om actief campagne te voeren voor afvalscheiding op school én om hun schoolomgeving vrij te houden van zwerfafval. Cyclus haalt GFT+E, PMD en oud papier en karton op bij de deelnemende scholen. Hiervoor krijgen de scholen dezelfde voorzieningen als huishoudens in de wijk: containers voor GFT+E en oud papier en zakken voor PMD. Voor de scholen zijn hier geen kosten aan verbonden, maar zij moeten wel zelf een bedrijfscontract afsluiten voor het ophalen van hun restafval. Om de gescheiden inzameling op scholen te formaliseren moet de gemeenteraad de uitzondering op de Wet markt en overheid voor scholen vaststellen, op grond van het maatschappelijk belang.

6.5 Participatie inwoners

Voor een samenleving met minder afval heeft iedereen een verantwoordelijkheid: van ontwerpers en producenten tot winkeliers en van overheden tot afvalinzamelaars en recyclers. Maar de grootste bijdrage leveren de inwoners zelf. Een belangrijk uitgangspunt van ons participatiebeleid is dat we geloven in de kracht van de samenleving en zien we dat mensen zelf met initiatieven komen en creatieve oplossingen bedenken. Bewonersparticipatie is dan ook een essentieel onderdeel van de totstandkoming, uitvoering en evaluatie van dit Omgevingsprogramma Grondstoffen. Participatie zorgt niet alleen voor meer draagvlak en vertrouwen in ons beleid, maar ook voor minder weerstand of zelfs acceptatie bij moeilijke beslissingen over de leefomgeving. Bovendien blijkt uit het bewonersonderzoek dat bijna 90% van de inwoners wil dat de gemeente hen er van tevoren bij betrekt als er iets verandert in de afvalinzameling; dit geldt met name voor inwoners jonger dan 35 jaar.

We zien ook mogelijkheden bij de uitvoering voor de participatie van inwoners. Zo kunnen zij deelnemen aan de pilot Omgekeerd Inzamelen, meedenken over nieuwe containerlocaties in hun wijk, als ambassadeur een bijdrage leveren aan de bewustwording ten aanzien van afvalscheiding (zie paragraaf 6.4 Voorlichting en educatie) en ondersteunen we graag nieuwe initiatieven die bijdragen aan de doelen van dit programma (zie paragraaf 6.3 Preventie en hergebruik). Met onze voorlichtingsaanpak willen we ook doelgroepen bereiken die moeilijk bereikbaar zijn op de gebruikelijke wijze (zie paragraaf 6.4 Voorlichting en educatie). 

Aanvullende maatregelen

Maatregel 11: Participatie Omgekeerd Inzamelen

Op basis van ons participatiebeleid stippelen we een participatietraject uit voor de pilot Omgekeerd Inzamelen. Na afloop evalueren we dit traject om te leren van deze ervaringen en onze aanpak verder verbeteren. Indien besloten wordt tot invoering van Fase 2 (Omgekeerd Inzamelen), voeren we zowel de communicatie als de participatie zorgvuldig en planmatig uit. Ook dit traject evalueren we. Deze werkwijze is in overeenstemming met ons participatiebeleid. Voor deze fase moet er gezorgd worden voor voldoende capaciteit om uit te voeren. Inwoners worden via verschillende kanalen geïnformeerd over de veranderingen en krijgen de mogelijkheid om mee te denken over de nieuwe locaties voor de ondergrondse restafvalcontainers. Hierbij zetten we, in samenhang met de communicatiemiddelen die genoemd zijn in de vorige paragraaf, in ieder geval deze middelen in:

  • bewonersbrieven, waarvan de eerste direct na het besluit over Fase 2 wordt verstuurd en de tweede zodra de voorlopige containerlocaties per wijk bekend zijn met de gestelde voorwaarden aan de locaties

  • aparte projectpagina op de gemeentelijke website met actuele informatie

  • informatiebijeenkomsten in de kernen om de voorgestelde locaties te bespreken en vragen te beantwoorden

  • speciaal mailadres om vragen snel en zorgvuldig te beantwoorden

Aandacht en ruimte voor bewoners met zorgen of bezwaren vinden we belangrijk. Waar nodig gaan we persoonlijk in gesprek met bewoners, in een laagdrempelige setting.

6.6 Herbruikbare stromen

We vinden het belangrijk dat inwoners toegang hebben tot kwalitatief goede inzamelvoorzieningen – die gemakkelijk te gebruiken, schoon, heel en veilig zijn - en dat inwoners tevreden blijven over het aanbieden van herbruikbare stromen. Uit het bewonersonderzoek blijkt dat mensen over het algemeen vinden dat onze voorzieningen goed in orde zijn (zie hoofdstuk 5) en dat willen we graag zo houden.

Om het scheidingsresultaat te verbeteren gaan we aan de slag met aanvullende maatregelen voor een aantal specifieke deelstromen en locaties (kinderdagverblijven en verenigingen).

Aanvullende maatregelen

Maatregel 12: Aanpak te vroeg aangeboden PMD-zakken

De inzameling van PMD in de doorzichtige zakken aan de kroonringen leidt regelmatig tot overlast. Inwoners hangen zakken soms (veel) te vroeg buiten en er ontstaat zwerfafval door openwaaiende zakken of het openscheuren door vogels of andere dieren. Dit zorgt voor vervuiling van de openbare ruimte en frustratie bij buurtbewoners. Als besloten wordt om Omgekeerd Inzamelen in te voeren in Fase 2, dan verandert dit: PMD gaat in een groot deel van de gemeente in containers aan huis. Bij woningen zonder ruimte voor containers aan huis (appartementen, bovenwoningen en bepaalde delen van de stadscentra) blijft het PMD in zakken. Uit landelijke cijfers blijkt dat het ophalen van PMD met zakken bij de hoogbouw zorgt voor de beste kwaliteit van het PMD: er is namelijk meer sociale controle omdat de inhoud van de zakken zichtbaar is voor buurtbewoners.

Aanpak

De te vroeg aangeboden PMD-zakken gaan we vanaf 2026 gestructureerd en planmatig aanpakken door onze algemene communicatie te combineren met gerichte voorlichting, gerichte controles en sociale betrokkenheid: 

  • Gerichte voorlichting: in wijken of straten waar PMD-zakken regelmatig te vroeg buiten hangen gaan we gericht communiceren over de correcte aanbiedtijden en de aanbiedregels (zoals kaartjes met pictogrammen in de brievenbus of QR-stickers op lantaarnpalen met een doorverwijzing naar de informatie op onze website)

  • Gerichte controles: op piekmomenten controleert een medewerker of er PMD-zakken worden aangetroffen en hij/zij plakt een sticker op de zakken met een heldere boodschap waarom te vroeg aanbieden ongewenst is

  • Sociale betrokkenheid: we ondersteunen vrijwillige ‘buurtambassadeurs’ door hen informatie te geven en hen te helpen om bewoners op een respectvolle manier aan te spreken op het verkeerd aanbieden van PMD.

Maatregel 13: Verbeteren kwaliteit PMD 

Het recyclen van zoveel mogelijk PMD is financieel voordelig: in het kader van de productenverantwoordelijkheid voor verpakkingen vergoedt het bedrijfsleven immers het inzamelen, sorteren en verwerken van PMD. Een minder goede kwaliteit PMD als gevolg van vervuiling zorgt er echter voor dat er minder kan worden gerecycled. Bovendien vergroot dit de kans op afkeur. Op dit moment neemt Cyclus de PMD-zakken met teveel vervuiling niet mee tijdens de wekelijkse inzamelronde. Zo wordt afkeur bij de overslaglocatie en de daarmee gepaard gaande hoge kosten voorkomen. De achtergebleven zakken, gemiddeld zo’n 100 zakken per ronde, worden de volgende dag alsnog opgehaald door medewerkers van Promen en als restafval afgevoerd naar de verbrandingsinstallatie. Deze werkwijze is kostbaar, inefficiënt en gaat ten koste van de milieuwinst. Bovendien worden inwoners hiermee nu niet op hun verkeerde aanbiedgedrag gewezen. 

Aanpak

Naast onze algemene communicatie benaderen we vanaf 2026 gericht bepaalde wijken of straten met veel vervuiling. Hiervoor gebruiken we de informatie van de chauffeurs van Cyclus en eigen steekproeven. Tijdens een actieperiode van enkele weken plakken we stickers op de afgekeurde PMD-zakken in deze buurt met een duidelijke uitleg waarom de zak is blijven staan. De afgekeurde zakken worden tijdens deze actieperiode, en een paar dagen na de ophaalronde opgehaald in plaats van direct erna. Buurtbewoners worden geïnformeerd over deze actie via een brief, kaartje of flyer in hun brievenbus. Zij krijgen op dezelfde manier ook een terugkoppeling over de resultaten van de actie. Doordat het effect van verkeerd scheidingsgedrag op straat zichtbaar wordt, is deze interventie effectief in het sturen van gedrag. 

Wanneer we in Fase 2 (Omgekeerd Inzamelen) overstappen op PMD in containers aan huis bij woningen met een tuin blijven we ons inzetten om PMD van goede kwaliteit aan te bieden. Onze werkwijze bij het controleren van de kwaliteit van herbruikbare stromen in containers aan huis is toegelicht in paragraaf 6.8 (Toezicht en handhaving). 

Maatregel 14: Afvalscheiding bij kinderopvang en verenigingen 

Naast de scholen (zie paragraaf 6.4 Voorlichting en Educatie) spelen kinderopvanglocaties en (sport)verenigingen spelen een belangrijke rol in de gemeenschap. Zeker voor jongeren kunnen deze plekken een voorbeeldfunctie vervullen als het gaat om afvalscheiding. Hoewel deze instellingen geen afvalstoffenheffing betalen, produceren ze wel afval dat gelijkwaardig is aan huishoudens en een groot deel hiervan bestaat uit herbruikbare stromen, zoals GFT+E, PMD en papier en karton. We willen hen daarom actiever betrekken bij het terugdringen van de hoeveelheid restafval en het stimuleren van afvalscheiding.

Aanpak

De gemeente stelt de containers voor de herbruikbare stromen gratis beschikbaar. Cyclus komt deze ook gratis legen. In ruil daarvoor leveren de kinderopvang en verenigingen een maatschappelijke tegenprestatie, zoals het organiseren van een jaarlijkse opruimactie tegen zwerfafval, het adopteren van een buurtcontainer of het geven van voorlichting aan leerlingen over afvalscheiding. We starten met een pilot bij een aantal sportverenigingen in wijken waar afvalscheiding achterblijft of veel zwerfafval voorkomt. Op basis van de resultaten breiden we het programma stapsgewijs uit.

Voor het ophalen van restafval behouden de instellingen hun eigen contract.

Maatregel 15: Meer verzamelcontainers voor glas en textiel 

Uit het bewonersonderzoek blijkt dat relatief veel inwoners denken dat meer ondergrondse glascontainers en textielbakken helpen om glas en textiel beter te scheiden. De vraag naar meer glascontainers kwam vooral vanuit Bergambacht, Lekkerkerk, Krimpen aan de Lek en Schoonhoven. De vraag naar meer textielbakken kwam vooral vanuit Bergambacht, Haastrecht en Lekkerkerk. We onderzoeken of het nodig is om hier extra containers te plaatsen, en zo ja waar deze containers geplaatst kunnen worden.

Maatregel 16: Gescheiden inzameling luiers & incontinentiemateriaal (bij uitbreiding verwerkingscapaciteit)

Wegwerpluiers en incontinentiemateriaal vormen met zo’n 5 tot 8% een aanzienlijke deel van de totale hoeveelheid fijn restafval in Nederland. In gemeenten met veel grotere gezinnen, zoals in de Krimpenerwaard, is dit aandeel nog groter. Een aantal Cyclus-gemeenten heeft de inzameling van luiers en incontinentiemateriaal al geïntroduceerd via bovengrondse rolcontainers in de verschillende woonkernen. Gescheiden inzameling kan in onze gemeente rekenen op groot draagvlak bij inwoners: de helft van degenen die wegwerpluiers of incontinentiematerialen gebruiken, zou dit apart willen inleveren zodra dit mogelijk wordt. Momenteel is er in Nederland echter onvoldoende capaciteit beschikbaar is om alle materialen van alle inwoners gescheiden te verwerken. Dit gaat de komende jaren waarschijnlijk veranderen, omdat vanaf 2026 producentenverantwoordelijkheid gaat gelden voor luier- en incontinentiemateriaal. 

Aanpak

Zodra het mogelijk is om deze materialen gescheiden te verwerken willen we dit apart gaan inzamelen. Hiervoor gaan we (1) een contract afsluiten voor de verwerking (2) bovengrondse rolcontainers plaatsen bij bijvoorbeeld kinderdagverblijven en basisscholen (3) de DVO met Cyclus uitbreiden voor het legen van deze containers (4) ouders van jonge kinderen en pasgeborenen informeren en (5) de kwaliteit van de gescheiden materialen bewaken; eventueel stellen we hiervoor speciale doorzichtige witte luierzakken ter beschikking.

6.7 Milieustraat

Op een milieustraat kunnen particulieren terecht voor het inleveren van grof huishoudelijk afval, zoals hout, puin, grof tuinafval, matrassen en apparaten. Het grootste deel is geschikt voor hergebruik of recycling tot waardevolle grondstoffen. De huidige milieustraat in Bergambacht is te klein om alle inwoners goed te bedienen en biedt geen ruimte voor uitbreiding. Daarom wordt in 2026 een nieuwe, ruime milieustraat geopend op bedrijventerrein Nieuwe Wetering IV in Bergambacht. Vanaf dat moment maken alle inwoners van de gemeente gebruik van dezelfde locatie met gelijke openingstijden en voorwaarden.

Het wordt op de nieuwe milieustraat in Bergambacht nog makkelijker om afval goed te sorteren en snel af te voeren. Waar mogelijk houden we rekening met de wensen van inwoners over het maken van een afspraak, de openingstijden en de aanduiding wat in welke container moet (zie Hoofdstuk 5). Een voordeel van de nieuwe locatie is dat sinds eind 2025 vlakbij ’t Circkelhuis staat. In deze demontagehal van Cyclus worden bankstellen, stoelen en boxsprings gedemonteerd en klaargemaakt voor hoogwaardige recycling. Uiteindelijk worden drie locaties in de regio geopend waar het grofvuil uit de Cyclus-gemeenten verder wordt gesorteerd. 

Betalen voor fijn restafval

Sinds 2024 kunnen inwoners ook fijn restafval kwijt op de milieustraat. Hiervoor geldt hetzelfde tarief als bij reguliere huis-aan-huisinzameling. De andere kosten voor het inzamelen en verwerken op de milieustraat zijn inbegrepen in het vaste tarief van de afvalstoffenheffing.

Aanvullende maatregelen

Maatregel 17: Ontwikkelen circulair ambachtscentrum

In samenwerking met Cyclus, lokale kringlooporganisaties en maatschappelijke partners willen we meer mogelijkheden bieden om spullen een tweede leven te geven. Daarom richten we de nieuwe milieustraat in volgens de gedachte van een circulair ambachtscentrum, waar hergebruik, reparatie en waardeherstel centraal staan. Hier worden producten en materialen niet automatisch als afval bestempeld, maar beoordeeld op hun potentie voor hergebruik, reparatie of het terugwinnen van onderdelen. Door afgedankte spullen op te knappen en te repareren verlengen we de levensduur van deze producten. Wanneer reparatie niet meer mogelijk is, worden spullen in verschillende deelstromen gedemonteerd. Doel is ook om sociale impact te maken door werkgelegenheid te creëren voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. 

Maatregel 18: Acceptatiebeleid actualiseren

De overgang van een milieustraat naar een circulair ambachtscentrum vraagt om een herziening van het huidige acceptatiebeleid. Waar de focus voorheen lag op veilige en efficiënte afvalinzameling en -verwerking, draait het in een circulair model om het voorkomen van afval en het maximaliseren van hergebruik. Om dit mogelijk te maken moet het acceptatiebeleid geactualiseerd worden. Samen met Cyclus stellen we duidelijke richtlijnen op voor de ontvangst, sortering en doorgeleiding van herbruikbare goederen op de nieuwe milieustraat. 

Maatregel 19: Uitbreiden inzet Mobiele Milieustraat

Sinds 2024 speelt de Mobiele Milieustraat een belangrijke rol in een bereikbare en toegankelijke inzameling van grof huishoudelijk afval, met name voor ouderen en mensen zonder auto. Door deze voorziening dichter bij inwoners te brengen, wordt het eenvoudiger om op een verantwoorde manier van spullen en materialen af te voeren. Uit de enquête over circulaire economie blijkt dat de Mobiele Milieustraat hoog gewaardeerd wordt, maar ook dat er wensen zijn voor meer inzamelmomenten en duidelijkere communicatie (zie Hoofdstuk 5).

We gaan door met de Mobiele Milieustraat en breiden de frequentie uit. De voorlichting hierover breiden we ook uit. 

6.8 Toezicht en handhaving

Als gevolg van de veranderingen in het ophalen van restafval en de toegenomen aandacht voor de kwaliteit van herbruikbare stromen neemt de behoefte aan efficiënt toezicht en handhaving toe. We vinden het namelijk belangrijk dat mensen de afvalregels naleven. Daar zien we op toe op een manier die past bij de cultuur van onze gemeente: we waarschuwen en leggen uit, maar als het nodig is dan krijgen mensen een boete. Voor de Buitengewoon Opsporingsambtenaren (boa’s) van de gemeente heeft afval de grootste prioriteit, gevolgd door zichtbaarheid in de wijk, verkeersoverlast, ondermijning en vuurwerkoverlast. 

 Klachten en meldingen vooral over PMD, illegale stort en bijplaatsingen 

Er komen dagelijks klachten en meldingen binnen over afval. Tussen 2020 en medio 2025 zijn meer dan 10.000 afval gerelateerde meldingen geregistreerd. De meeste meldingen worden opgepakt door de buitendienst van de gemeente. Promen ruimt achtergebleven PMD-zakken op en de buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) van de gemeente gaan af op de meldingen over afvaldump en bijgeplaatste afvalzakken.

Van alle afval gerelateerde meldingen ging 20% over illegale stort en 12% over bijplaatsingen van afval naast ondergrondse of bovengrondse containers. Op plekken waar regelmatig wordt bijgeplaatst, zoals aan de Lopikerstraat in Schoonhoven, controleren de boa’s extra. Van alle afvalgerelateerde meldingen ging 10% over plastic afval en de kroonringen en 7% over te vroeg of verkeerd aanbieden van afval in het algemeen. In alle kernen komt het voor dat PMD-zakken te vroeg buiten hangen, maar in Schoonhoven zijn de meeste hotspots. We kunnen individuele huishoudens hier niet op aanspreken, omdat de herkomst van deze zakken niet is te achterhalen. 

Spoedeisende bestuursdwang

Bij gedumpt afval en bijplaatsingen is sprake van een verstoring van de openbare orde. Daarom handelen we met spoedeisende bestuursdwang: de boa’s ruimen het afval direct op en de kosten hiervan worden verhaald op de veroorzaker. De gedumpte afvalzak wordt meegenomen naar de gemeentewerf om de inhoud te onderzoeken op herleidbare gegevens, zoals post of documenten met een naam en adres. Indien dit is gevonden, wordt de betreffende persoon aangemerkt als mogelijke overtreder. De boa gaat langs bij de woning om de zaak toe te lichten en daarna ontvangt de persoon brief waarmee de kosten worden verhaald (€ 104,-). De afhandeling, zoals het opmaken van de kostenbeschikking, ligt in handen van het team Juridische zaken. In deze situatie geldt een ‘omgekeerde bewijslast’: de vermoedelijke overtreder krijgt de gelegenheid om aan te tonen dat hij/zij het afval niet heeft gedumpt.

Strafrechtelijk optreden bij heterdaad

Het gebeurt niet zo vaak dat iemand op heterdaad wordt betrapt. Wanneer dit wel plaatsvindt, dan kunnen de boa’s direct een bekeuring uitschrijven op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening of de afvalstoffenverordening. De bekeuring wordt geïnd door het Centraal Justitieel Incassobureau.

Aanvullende maatregelen

Maatregel 20: Controleren op kwaliteit herbruikbare stromen

Een hoogwaardige recycling begint bij de bron: bij inwoners die hun afval correct scheiden. Als herbruikbare stromen zoals GFT+E en PMD worden vervuild met restafval of gevaarlijke stoffen komt de recycling in gevaar. Vervuiling maakt verwerking moeilijker of onmogelijk en leidt tot hogere kosten. Daarom zetten de Cyclus- gemeenten kwaliteitscontroleurs in; twee fte voor de negen gemeenten gezamenlijk. Direct voorafgaand aan het inzamelmoment voeren zij visuele controles uit bij de containers aan huis. Containers met teveel vervuiling worden niet geleegd. De bewoner ontvangt een rode kaart aan de container, met heldere uitleg over de reden en hoe dit te corrigeren is. Als de bewoner de vervuiling verwijdert, wordt de container later alsnog geleegd.

Verscherpte controles bij veranderingen in ophalen restafval

Bij veranderingen in het ophalen van restafval - zoals het minder vaak ophalen in Fase 1 en de mogelijke introductie van Omgekeerd Inzamelen in Fase 2 - is extra aandacht nodig voor het behoud van de kwaliteit. Het wordt namelijk moeilijker om restafval aan te bieden, waardoor een aantal bewoners het systeem kunnen gaan ontwijken door restafval op ongewenste manieren af te voeren. Daarom breiden we de controles rondom de invoering van Fase 1 en Fase 2 tijdelijk uit. De kwaliteitscontroleurs van Cyclus voeren vaker controles van de containers aan huis uit, waarbij de focus ligt op wijken of straten waar de kwaliteit achterblijft. Bewoners krijgen direct feedback via:

  • Groene kaart: een compliment, de container bevat schoon, goed gescheiden GFT+E of PMD

  • Gele kaart: er is lichte vervuiling, bijvoorbeeld met etensresten, maar de container wordt wel geleegd. De bewoner krijgt uitleg over wat er niet in thuishoort en hoe dit de recycling belemmert

  • Rode kaart: er is ernstige vervuiling en de container wordt niet geleegd. De bewoner krijgt uitleg over wat er niet in thuishoort en wat er moet gebeuren om de container later alsnog te laten legen

Maatregel 21: Intensiveren aanpak bijplaatsingen 

Handhaving vormt een essentieel onderdeel van een effectieve aanpak van bijplaatsingen en krijgt binnen dit programma een expliciete en zichtbare positie. De opname van deze maatregel in het maatregelenoverzicht betekent nadrukkelijk niet dat hieraan een lagere prioriteit wordt toegekend.

De gemeente zet in op een samenhangende aanpak waarin preventieve maatregelen worden gecombineerd met gerichte repressie. Waar overtreders herleidbaar zijn, wordt handhavend opgetreden en kan een boete worden opgelegd. De aanpak van structurele overtreders en bekende ‘hotspots’ maakt hier expliciet onderdeel van uit en krijgt prioriteit in de uitvoering. Handhaving wordt daarbij gezien als een onmisbare pijler die preventie en gedragsverandering ondersteunt en versterkt.

Uit de Benchmark Huishoudelijk Afval blijkt dat 92% van de gemeenten in meer of mindere mate wordt geconfronteerd met bijplaatsingen: afval dat door bewoners naast verzamelcontainers in de openbare ruimte wordt geplaatst. Bijplaatsingen komen in Nederlandse gemeenten het meest voor in stedelijke gebieden met veel gestapelde bouw. Ook in Krimpenerwaard is sprake van bijplaatsingen, waarbij uit alle kernen meldingen komen en de meeste uit Schoonhoven-Noord. Meestal worden afvalzakken aangetroffen, in mindere mate grofvuil, soms herbruikbare deelstromen en steeds vaker lachgascilinders. Vinden de boa’s een adres dan worden de opruimkosten verhaald op de overtreder (zie paragraaf 6.8 Toezicht en handhaving). Soms wordt de bij plaatsing veroorzaakt doordat de container vol zit, op storing staat of doordat de ingangsopening verstopt is als gevolg van te groot afval. Meestal zijn de containers echter toegankelijk. Regelmatig blijkt dan dat de bewoner niet beschikt over een milieupas om de ondergrondse restafvalcontainer te openen, doordat iemand bijvoorbeeld niet is ingeschreven bij de gemeente. 

Bijgeplaatst afval zorgt niet alleen voor vervuiling van de openbare ruimte, maar is ook onhygiënisch, trekt ongedierte aan, kost de buitendienst en de boa’s veel tijd en zorgt voor hoge opruimkosten. Bovendien leidt het tot veel ergernis onder inwoners: bijna 80% ergert zich aan afval dat naast verzamelcontainers in de wijk wordt gezet. In Krimpen aan de Lek, Gouderak, Bergambacht en Lekkerkerk is de ergernis het grootst. Het is dus van groot belang om bijgeplaatst afval te minimaliseren.

Aanpak

We gaan dit vanaf 2026 projectmatig en gestructureerd aanpakken op basis van de Handreiking voorkomen van bij plaatsingen (NoviMores in opdracht van Rijkswaterstaat, 2017), de werkwijze voor het aanpakken van hotspots (NVRD in samenwerking met Rijkwaterstaat en Nederland Schoon, 2018) en de praktijkervaringen van andere gemeenten (te vinden op www.supportervanschoon.nl en www.afvalcirculair.nl). Onze aanpak bestaat uit deze stappen:

  • Stap 1: Samenstellen van projectteam met projectleider

  • Stap 2: In kaart brengen hotspots

  • Stap 3: Basis op orde brengen: container, omgeving containerlocatie en voorlichting

  • Stap 4: Uitvoeren interventie op pilotlocaties

  • Stap 5: Ontwikkelen hotspotaanpak

  • Stap 6: Uitvoeren hotspotaanpak

Voor de uitvoering willen we samenwerken met de sociale partners in de wijk, zoals de verhuurders, woningbouwcorporaties, huurdersverenigingen, uitzendbureaus (zij bemiddelen voor woonruimte voor arbeidsmigranten), opbouwwerkers, sociaal team, kerk, moskee, Vluchtelingenwerk, etc. Zij kennen de wijk en de mensen die er wonen en kunnen ons zodoende helpen met uitleggen of meedenken over oplossingen. Waar nodig organiseren we regelmatige bijeenkomsten of inloopspreekuren in buurten met een hoge doorstroom of waar veel mensen wonen die de Nederlandse taal minder goed spreken en lezen. In buurten met veel nieuwe Nederlanders kan een tolk of taalcoach een rol spelen. 

Succesvolle (gedrags)interventies

Er zijn in Nederland veel voorbeelden van succesvolle (gedrags)interventies te vinden. Welke interventie het meest geschikt is, is afhankelijk van de mate van anonimiteit van de locatie en de sociale samenhang in de betreffende buurt. Bij anonieme locaties kan het goed werken om met visuele aanwijzingen het gewenst gedrag aan te duiden op de stoep vóór containers, om (mobiel) cameratoezicht toe te passen of om de perceptie van toezicht vergroten via borden waarop een gezicht/ogen zichtbaar zijn. Bij containerlocaties in een buurt met weinig sociale samenhang kan het goed werken om het eigenaarschap te verhogen (pimpen van de containerlocatie of een boekenruilkastje naast de container plaatsen), om gezamenlijke activiteiten organiseren (zwerfafval opruimen, buurtfeest) of om spelelementen toe te passen (gamification). Geschikte interventies in buurten met een gemiddelde sociale samenhang zijn de inzet van buurthelden als ambassadeur, de adoptie van de container door buurtbewoners en het activeren van het gewenste ‘norm-gedrag’ door een bord te plaatsen met tekst zoals ‘Schoonhoven ruimt op. Want iedereen vindt: opgeruimd staat netjes’ of ‘Meer dan 90% van de mensen uit Schoonhoven gooit hier het afval in de container’.

6.9 Overig

Naast de thematische maatregelen voeren we ook twee activiteiten uit die niet onder één specifieke categorie vallen. Deze zijn gericht op het versterken van de regie in de gehele afvalketen en het aanpakken van hardnekkige knelpunten in de openbare ruimte. Hiermee komen we tegemoet aan de wensen van bewoners en versterken we onze uitvoeringspraktijk.

Aanvullende maatregelen

Maatregel 21: Versterken regie op keten

Veel waardevolle materialen verdwijnen na sortering en verwerking nog uit beeld. We willen meer inzicht krijgen in en kunnen sturen op wat er met de grondstoffen gebeurt, van het moment van inzameling tot en met de uiteindelijke recycling of hergebruik van materialen. We willen de hele keten van afval en grondstoffen systematisch monitoren, zodat we waar nodig kunnen bijsturen op het behoud van waardevolle grondstoffen. Waar nodig maken we aanvullende afspraken met onze ketenpartners (zoals Cyclus en eindverwerkers). 

Maatregel 22: Intensiveren aanpak bijplaatsingen 

Uit de Benchmark Huishoudelijk Afval blijkt dat 92% van de gemeenten in meer of mindere mate wordt geconfronteerd met bijplaatsingen: afval dat door bewoners naast verzamelcontainers in de openbare ruimte wordt geplaatst. Bijplaatsingen komen in Nederlandse gemeenten het meest voor in stedelijke gebieden met veel gestapelde bouw. Ook in Krimpenerwaard is sprake van bijplaatsingen, waarbij uit alle kernen meldingen komen en de meeste uit Schoonhoven-Noord. Meestal worden afvalzakken aangetroffen, in mindere mate grofvuil, soms herbruikbare deelstromen en steeds vaker lachgascilinders. Vinden de boa’s een adres dan worden de opruimkosten verhaald op de overtreder (zie paragraaf 6.8 Toezicht en handhaving). Soms wordt de bij plaatsing veroorzaakt doordat de container vol zit, op storing staat of doordat de ingangsopening verstopt is als gevolg van te groot afval. Meestal zijn de containers echter toegankelijk. Regelmatig blijkt dan dat de bewoner niet beschikt over een milieupas om de ondergrondse restafvalcontainer te openen, doordat iemand bijvoorbeeld niet is ingeschreven bij de gemeente. 

Bijgeplaatst afval zorgt niet alleen voor vervuiling van de openbare ruimte, maar is ook onhygiënisch, trekt ongedierte aan, kost de buitendienst en de boa’s veel tijd en zorgt voor hoge opruimkosten. Bovendien leidt het tot veel ergernis onder inwoners: bijna 80% ergert zich aan afval dat naast verzamelcontainers in de wijk wordt gezet. In Krimpen aan de Lek, Gouderak, Bergambacht en Lekkerkerk is de ergernis het grootst. Het is dus van groot belang om bijgeplaatst afval te minimaliseren.

Aanpak

We gaan dit vanaf 2026 projectmatig en gestructureerd aanpakken op basis van de Handreiking voorkomen van bij plaatsingen (NoviMores in opdracht van Rijkswaterstaat, 2017), de werkwijze voor het aanpakken van hotspots (NVRD in samenwerking met Rijkwaterstaat en Nederland Schoon, 2018) en de praktijkervaringen van andere gemeenten (te vinden op www.supportervanschoon.nl en www.afvalcirculair.nl). Onze aanpak bestaat uit deze stappen:

  • Stap 1: Samenstellen van projectteam met projectleider

  • Stap 2: In kaart brengen hotspots

  • Stap 3: Basis op orde brengen: container, omgeving containerlocatie en voorlichting

  • Stap 4: Uitvoeren interventie op pilotlocaties

  • Stap 5: Ontwikkelen hotspotaanpak

  • Stap 6: Uitvoeren hotspotaanpak

Voor de uitvoering willen we samenwerken met de sociale partners in de wijk, zoals de verhuurders, woningbouwcorporaties, huurdersverenigingen, uitzendbureaus (zij bemiddelen voor woonruimte voor arbeidsmigranten), opbouwwerkers, sociaal team, kerk, moskee, Vluchtelingenwerk, etc. Zij kennen de wijk en de mensen die er wonen en kunnen ons zodoende helpen met uitleggen of meedenken over oplossingen. Waar nodig organiseren we regelmatige bijeenkomsten of inloopspreekuren in buurten met een hoge doorstroom of waar veel mensen wonen die de Nederlandse taal minder goed spreken en lezen. In buurten met veel nieuwe Nederlanders kan een tolk of taalcoach een rol spelen. 

Succesvolle (gedrags)interventies

Er zijn in Nederland veel voorbeelden van succesvolle (gedrags)interventies te vinden. Welke interventie het meest geschikt is, is afhankelijk van de mate van anonimiteit van de locatie en de sociale samenhang in de betreffende buurt. Bij anonieme locaties kan het goed werken om met visuele aanwijzingen het gewenst gedrag aan te duiden op de stoep vóór containers, om (mobiel) cameratoezicht toe te passen of om de perceptie van toezicht vergroten via borden waarop een gezicht/ogen zichtbaar zijn. Bij containerlocaties in een buurt met weinig sociale samenhang kan het goed werken om het eigenaarschap te verhogen (pimpen van de containerlocatie of een boekenruilkastje naast de container plaatsen), om gezamenlijke activiteiten organiseren (zwerfafval opruimen, buurtfeest) of om spelelementen toe te passen (gamification). Geschikte interventies in buurten met een gemiddelde sociale samenhang zijn de inzet van buurthelden als ambassadeur, de adoptie van de container door buurtbewoners en het activeren van het gewenste ‘norm-gedrag’ door een bord te plaatsen met tekst zoals ‘Schoonhoven ruimt op. Want iedereen vindt: opgeruimd staat netjes’ of ‘Meer dan 90% van de mensen uit Schoonhoven gooit hier het afval in de container’.

7 Evaluatie

7.1 PDCA-cyclus

Om onze ambities te realiseren is een zorgvuldige uitvoering en sturing van dit programma nodig. We hanteren hiervoor de PDCA-cyclus (Plan-Do-Check-Act), een gestructureerde werkwijze waarmee we gericht plannen, uitvoeren, evalueren en waar nodig bijsturen:

  • Plan: het opstellen van dit programma

  • Do: de uitvoering van de daarin opgenomen maatregelen en projecten

  • Check: monitoring van de voortgang en effecten, via onder andere evaluaties en de jaarrekening

  • Act: op basis van de bevindingen bepalen we of en hoe bijsturing nodig is.

Met een tussentijdse evaluatie toetsen we of we op koers liggen richting onze doelstellingen (Check) en welke aanpassingen eventueel nodig zijn voor het vervolg (Act). Indien nodig stellen we een wijziging voor (Plan) en voeren deze uit (Do). Aan het einde van de looptijd van deze beleidsperiode vindt een eindevaluatie plaats, die input oplevert voor de volgende periode.

7.2 Tussentijdse evaluatie

Halverwege de looptijd van dit programma - in 2028 - voeren we een tussentijdse evaluatie uit om de effecten van het gevoerde beleid op het gebied van service, milieu en kosten in kaart te brengen. De uitkomsten worden eind 2028 ter besluitvorming voorgelegd aan het gemeentebestuur, met eventuele wijzigingsvoorstellen. Mogelijke voorstellen voor een vervolg zijn onder andere:

  • Verstrekken van een financiële beloning voor betere afvalscheiding (voorbeeld: afhankelijk van het aantal stortingen/ledigingen krijgen inwoners elk jaar maximaal enkele tientjes terug op hun aanslag of alle inwoners krijgen eenmalig een korting op hun aanslag als het doel voor restafval is behaald)

  • Enkel ophalen van restafval in de kleine containers (140 liter); de grote containers (240 liter) worden afgeschaft

  • Inzet (tijdelijke) afvalcoach voor voorlichting en/of toezicht

  • Verhogen van het tarief voor stortingen/ledigingen restafval

  • Uitdelen keukenemmertjes voor GFT+E inclusief flyers over nut en noodzaak, tips en alle scheidingsregels (dit leidt tot extra investeringskosten en daarom hebben we deze nu nog niet gepland, maar uit onderzoek naar de ervaringen in andere gemeenten blijkt dat dit de meest effectieve maatregel is voor meer scheiding van GFT+E).

Indien op basis van de evaluatie begin 2028 aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om Fase 2 (Omgekeerd Inzamelen) te realiseren, brengen we ook de financiële consequenties in kaart en stellen we samen met Cyclus een implementatieplan op.

7.3 Eindevaluatie

Begin 2030 starten we met de eindevaluatie. Deze bevat onder andere een bewonersonderzoek en vormt de basis voor de beleidsvorming in de daaropvolgende periode. De resultaten worden samen met de plannen voor de nieuwe periode eind 2030 ter besluitvorming aangeboden aan het gemeentebestuur. 

7.4 Organisatie

Voor beide evaluaties wordt een ambtelijk opdrachtnemer aangewezen. Deze werkt in afstemming met betrokken afdelingen binnen de organisatie en rapporteert aan de ambtelijk en bestuurlijk opdrachtgever. Inwoners en andere belanghebbenden worden betrokken via gesprekken en tijdens bepaalde acties uit het maatregelenpakket. Voor het bewonersonderzoek in de eindevaluatie schakelen we een extern onderzoeksbureau in. 

8 Planning

De onderstaande tabel geeft de planning voor de implementatie van het Omgevingsprogramma Grondstoffen weer. Deze planning is een leidraad; bij onvoorziene omstandigheden kan deze worden aangepast om bijvoorbeeld kansen voor regionale samenwerking te benutten.

Activiteiten

2026

2027

2028

2029

2030

Service inzamelen restafval        

 

 

 

 

 

1: Fase 1 - Laagfrequent Inzamelen restafval

 voorbereiden (Q2-Q3)

van start
(1‑1‑2017)

continueren

continueren

continueren in buitengebied

2: Pilot Omgekeerd Inzamelen

voorbereiden (Q2-Q4)

uitvoeren

 

 

 

3: Fase 2 - Evaluatie en go/no go Omgekeerd Inzamelen

 

voorbereiden (Q3-Q4)

raadsbesluit
(Q1)

 

mogelijk van start (per kern)

Preventie en hergebruik

 

 

 

 

 

4: Stimuleren minder voedsel verspillen

uitvoeren
(Q2-Q3)

 

 

 

 

5: Stimuleren tweedehands (ver)koop en reparatie

 

uitvoeren
(Q2-Q3)

 

 

 

6: Stimuleren thuiscomposteren

 

 

uitvoeren
(Q2-Q3)

 

 

7: Stimuleren lenen/delen van spullen

 

 

 

uitvoeren
(Q2-Q3)

 

Voorlichting en educatie

 

 

 

 

 

8: Intensiveren (gedrag gestuurde) voorlichtingscampagne

voorbereiden
(Q3-Q4)

uitvoeren

uitvoeren

uitvoeren

uitvoeren

9: Voorlichting veranderingen in Fase 1 en Fase 2

voorbereiden Fase 1
(Q3-Q4)

uitvoeren

continueren

voorbereiden Fase 2
(Q3-Q4)

uitvoeren

10: Deelname Afvalvrije Scholen

voorbereiden en uitvoeren
(Q2-Q4)

uitvoeren

uitvoeren

uitvoeren

uitvoeren

Participatie

 

 

 

 

 

11: Participatie Omgekeerd Inzamelen

voorbereiden
(Q3-Q4)

uitvoeren

 

voorbereiden
(Q3-Q4)

uitvoeren

Herbruikbare stromen 

 

 

 

 

 

12: Aanpak te vroeg aangeboden PMD-zakken

voorbereiden en uitvoeren (Q2-Q4)

uitvoeren

continueren

continueren

continueren

13: Verbeteren kwaliteit PMD

voorbereiden en uitvoeren (Q2-Q4)

uitvoeren

continueren

continueren

continueren

14: Afvalscheiding bij kinderopvang en verenigingen

 

voorbereiden en uitvoeren (Q3-Q4)

uitvoeren

continueren

continueren

15: Meer verzamelcontainers voor glas en textiel

voorbereiden en uitvoeren (Q1-Q2)

 

 

 

 

16: Gescheiden inzameling luiers & incontinentiemateriaal

 

 

PM*

PM*

PM*

Milieustraat

 

 

 

 

 

17: Ontwikkelen circulair ambachtscentrum

voorbereiden en uitvoeren
(Q1-Q4)

uitvoeren

 

continueren

continueren

continueren

18: Acceptatiebeleid actualiseren

Q2

 

 

 

 

19: Continueren Mobiele Milieustraat

uitvoeren

uitvoeren

uitvoeren

uitvoeren

uitvoeren

Toezicht en handhaving

 

 

 

 

 

20: Controleren op kwaliteit herbruikbare stromen

voorbereiden (Q4)

uitvoeren (Q1-Q2)

continueren

continueren

continueren

Overig

 

 

 

 

 

21: Versterken regie op keten 

uitvoeren

uitvoeren

uitvoeren

uitvoeren

uitvoeren

22: Intensiveren aanpak bijplaatsingen

voorbereiden en uitvoeren (Q2-Q4)

 uitvoeren

continueren

continueren

continueren

Evaluatie

 

 

 

 

 

Tussentijdse evaluatie

 

voorbereiden (Q3-Q4)

raadsbesluit
(Q1)

 

 

Eindevaluatie

 

 

 

voorbereiden (Q4)

uitvoeren
(Q1-Q2)

* Mogelijk zodra verwerkingscapaciteit voor luiers en incontinentiemateriaal is uitgebreid

9 Personele en financiële gevolgen

9.1 Financiële gevolgen

Onderstaande tabellen geven de uitgaven en de dekking van de maatregelen uit dit programma weer tot aan het besluit over de invoering van Fase 2. De meerkosten tot Fase 2 worden gedekt door de besparing op de kosten van het inzamelen en verbranden van restafval, de meeropbrengsten van de extra te scheiden herbruikbare grondstoffen, de incidentele en structurele middelen van het budget reiniging huishoudens en de egalisatievoorziening Afval.

Uitgaven

Onderstaande tabel geeft de geraamde uitgaven (excl. btw) voor het uitvoeren van het maatregelenpakket weer. 

Maatregel

Incidenteel

Jaarlijks

Toelichting

Inzamelen restafval

 

 

 

1: Fase 1 - Laagfrequent Inzamelen 

2: Pilot Omgekeerd Inzamelen

€ 18.900

€ 231.500 *

extra wisselingen naar grote restafvalcontainers, voorlichting, lagere inkomsten uit variabel tarief restafval en uitvoeren pilot

Preventie en hergebruik

 

 

 

4: Stimuleren minder voedsel verspillen

€ 7.000

 

communicatiemiddelen

Voorlichting en educatie

 

 

 

8: Intensiveren (gedrag gestuurde) voorlichtingscampagne 

9: Voorlichting veranderingen in Fase 1 en Fase 2

10: Deelname Afvalvrije Scholen

€ 30.500

€ 19.400 

advies gedragsverandering, communicatiemiddelen, inzet Reizende Recycle Coach en deelname Afvalvrije Scholen

Herbruikbare stromen

 

 

 

12: Aanpak te vroeg aangeboden PMD-zakken

13: Verbeteren kwaliteit PMD

14: Afvalscheiding bij kinderopvang en verenigingen

€ 27.400

€ 700 

leveren/legen containers en communicatiemiddelen

Milieustraat

 

 

 

19: Uitbreiden inzet Mobiele Milieustraat

 

€ 16.200 

inzet Mobiele Milieustraat

Overig

 

 

 

22: Intensiveren aanpak bijplaatsingen

€ 15.000

 

aanpak hotspots 

Totaal 

€ 98.800

€ 267.800

 

* Inclusief de kapitaallasten van de investeringen en implementatiekosten voor Fase 1 (€ 79.500).

In 2028 leggen we de kosten voor de uitvoering van Fase 2 (Omgekeerd Inzamelen) met het go-no go moment voor aan de raad in 2028.

De prognoses voor de verandering in hoeveelheden afval en grondstoffen zijn onderbouwd op basis van ervaringscijfers van andere gemeenten (zie hiervoor Bijlage 3), maar de werkelijkheid kan anders uitpakken. De bereidheid van inwoners om mee te werken aan afvalscheiding kan beter of juist minder goed uitpakken dan we nu verwachten. Bovendien kunnen besluiten van de Rijksoverheid en marktontwikkelingen gevolgen hebben voor de uitgaven en de baten.

Dekking

Onderstaande tabel geeft de geraamde uitgaven (excl. btw) voor het uitvoeren van het maatregelenpakket weer. 

Dekking incidentele kosten

Dekking

Toelichting

Incidentele middelen budget reiniging huishoudens 2026-2027

€ 83.800

door keuzes in het huidige budget voor communicatie en voorlichting te maken, ontstaat deels ruimte voor te nemen maatregelen. Het resterende bedrag wordt gedekt door de egalisatievoorziening afval.

Tegemoetkoming opruimen zwerfafval 2026

€ 15.000

i.h.k.v. Europese richtlijn Single Use Plastics

Totaal 

€ 98.800

 

Structurele dekking vanaf 2027

Dekking

Toelichting

Besparing inzamel- en verwerkingskosten restafval

€ 168.800 

obv verwachte afname restafval 

Meeropbrengsten recycling herbruikbare stromen

€ 23.500 

obv verwachte toename herbruikbare stromen

Tarief afvalstoffenheffing 2027-2030

€ 60.500

 

Tegemoetkoming opruimen zwerfafval 2027-2030

€ 15.000

 

Totaal 

€ 267.800

 

9.2 Personele gevolgen

Voor de uitvoering van dit Omgevingsprogramma is de inzet van medewerkers vanuit verschillende teams binnen de gemeentelijke organisatie nodig. Tot en met het go/no go besluit voor Omgekeerd Inzamelen in Fase 2 verwachten we dat de personele capaciteit toereikend is en dat de taken uitgevoerd kunnen worden binnen het bestaande reguliere takenpakket. 

Voorbereiding en uitvoering deelprojecten

De deelprojecten worden voorbereid en uitgevoerd door de beleidsmedewerker afval en grondstoffen en door de beheerder afval en grondstoffen van de gemeente (in samenwerking met Cyclus). Daarbij worden zij ondersteund door medewerkers van andere teams als het gaat om bijvoorbeeld de voorlichting, de aanpak van Afvalvrije Scholen, de bewonersparticipatie en de juridische advisering over het aanpassen van de afvalstoffenverordening. Bij sommige deelprojecten gaat het om een verschuiving van de focus binnen het bestaande takenpakket, bijvoorbeeld bij de inzet van de boa’s voor bijplaatsingen.

Als werkzaamheden voor zowel dit Programma als andere taken een piek kennen in de planning, dan is het mogelijk dat de uitvoering niet volledig inpasbaar is in de werkplanning van individuele medewerkers. Dan bekijken we per deelproject wat dit betekent voor de uitvoering van dit Programma en hoe we daarmee omgaan.

Fase 2: Omgekeerd Inzamelen

De invoering van Omgekeerd Inzamelen brengt veel uitvoerend werk met zich mee, zoals de voorlichting, bewonersparticipatie, het locatieplan voor de ondergrondse restafvalcontainers, de inkoop/plaatsing van de ondergrondse containers voor restafval voor de bebouwde kom en van PMD-containers voor het buitengebied, het juridisch behandelen van mogelijke bezwaren tegen beoogde containerlocaties en het houden van toezicht op de plaatsing van de ondergrondse containers. 

Bij het go/no go besluit over Fase 2 worden deze personele gevolgen voor de gemeentelijke organisatie in beeld gebracht. Deze taak brengt ongeveer anderhalf tot twee jaar een duidelijk afgebakende piek in het werk met zich mee. Deze werkzaamheden zijn mogelijk niet op te vangen binnen de reguliere gemeentelijke capaciteit. Hiervoor willen we tijdelijk een externe projectleider aantrekken. In Fase 2 willen we ook tijdelijk een afvalcoach inzetten om inwoners persoonlijk voor te lichten en de gemeentelijke organisatie te ondersteunen bij het uitvoeren van de maatregelen.

Bijlage I Overzicht Informatieobjecten

Bijlage III Bijlagen

1 Samenvatting enquêtes afval/grondstoffen en circulaire economie

Enquête afval en grondstoffen (juni/juli 2025)

Van 19 juni tot en met 5 juli 2025 konden de leden van het inwonerspanel Krimpenerwaard de online vragenlijst over afval en grondstoffen invullen. Ook niet-panelleden kregen de mogelijkheid om deel te nemen via een open link. We hebben een oproep om mee te doen via verschillende kanalen: de sociale media, Gemeentenieuwspagina in Het Kontakt, nieuwsbericht op onze website, digitale nieuwsbrief, de Jongerenklankbordgroep en intranet. In totaal deden 1.129 deelnemers mee, waarvan 760 via het panel en 369 via de open link. De grootste groep deelnemers is 65 jaar of ouder (38%), gevolgd door 50 jaar tot en met 64 jaar (34%) en 35 jaar tot en met 49 jaar (1%). Van de deelnemers is 6% jonger dan 35 jaar en van 1% is de leeftijd niet bekend. Van hen heeft 81% een container voor restafval aan huis; 19% maakt gebruik van een ondergrondse container voor restafval.

Betrouwbaar onderzoek

De betrouwbaarheid voor dit onderzoek is groot (95%) en de foutmarge is klein (3%). Bij kwantitatief onderzoek wordt meestal een foutmarge van 5% geaccepteerd. We kunnen met de resultaten van dit onderzoek betrouwbare uitspraken doen over wat álle bewoners vinden, ook al heeft maar een deel van de bevolking de enquête ingevuld. Hiervoor zijn drie begrippen nodig:

  • representativiteit: de deelnemers aan de enquête vormen een goede afspiegeling van álle inwoners. Zij zijn een goede weergave op kenmerken die van invloed kunnen zijn op de uitkomsten van dit onderzoek, zoals leeftijd en woonsituatie.

  • betrouwbaarheid: de ondervraagde groep is groot genoeg om zeker te zijn van de resultaten en er is minder kans op toeval. Hoe groter de groep, hoe betrouwbaarder. 

  • significantie: een significant verschil betekent dat (a) dit verschil groot genoeg is om niet toevallig te zijn (b) er genoeg mensen zijn ondervraagd en (c) we kunnen uitspraken over groepen met veel zekerheid doen. We kunnen dus met veel zekerheid uitspraken doen zoals: mensen in groep A zijn meer tevreden dan in groep B. 

Met een betrouwbaarheidsniveau van 95% en een foutmarge van 3% kunnen we conclusies trekken zoals ‘75% van de inwoners is het eens met optie A’. Dan weten we voor 95% zeker dat het resultaat tussen de 72% en 78% is.

Hieronder volgt een samenvatting van het onderzoek op basis van het rapport ‘Afval en grondstoffen, gemeente Krimpenerwaard, juni/juli 2025’ (Helder Onderzoek, juli 2025).

Tevredenheid

Gemiddeld geven deelnemers de afvalinzameling in het algemeen een 7,2. Negen op de tien deelnemers geeft een voldoende. De vaakst genoemde punten van deelnemers die positief reageren, zijn dat het afval meestal netjes op tijd wordt opgehaald, dat de Cyclus-app duidelijk en handig is en dat er ruim voldoende mogelijkheden zijn om afval te scheiden. De vaakst genoemde punten van deelnemers die negatief reageren, zijn de problemen met de PMD-zakken, dat GFT-afval in de zomer te lang in de container zit en dat de milieustraat te ver weg is, waarbij men het maken van een afspraak lastig vindt.

Afvalscheiding

De meerderheid scheidt het afval heel erg goed (59%) en meer dan een derde zegt het afval nog beter te kunnen scheiden (36%). Goede afvalscheiders zijn vaker mensen uit een huishouden van twee personen of mensen van 65 jaar en ouder. Sommige inwoners willen wel beter scheiden, maar weten niet zo goed hoe (2%) of zijn helemaal niet van plan zijn om afval te scheiden (2%). De meeste mensen scheiden hun afval omdat dit bijdraagt aan een beter milieu (71%) en omdat het goed is voor toekomstige generaties (39%), maar de meerderheid doet het (ook) om kosten te besparen (62%). Voor bijna de helft is het een gewoonte (49%) en 30% vindt het makkelijk om te doen. Deelnemers van 65 jaar en ouder geven vaker aan te scheiden voor de toekomstige generaties en omdat het makkelijk is dan deelnemers jonger dan 65 jaar, terwijl het bij mensen jonger dan 65 jaar juist weer vaker gaat om het besparen op de afvalkosten.

Een grote meerderheid heeft er geen geld voor over om de afvalscheiding te verbeteren (71%). Eén op de zes heeft hier wel geld voor over.

Stimuleren scheiden GFT+E 

Aan deelnemers is gevraagd wat hen zou helpen om GFT+E beter te scheiden. Bijna de helft zegt niets nodig te hebben, omdat zij dit al goed apart houden (48%) en een enkeling omdat dat ze het GFT+E toch niet apart gaan houden (2%). Van degenen die wel iets nodig hebben, willen de meesten een keukenemmertje (20%) of dat de GFT+E container vaker geleegd wordt (17%). Andere antwoorden zijn: een compostvat voor in de tuin (13%) en informatie over wat bij het GFT+E hoort (10%).

Stimuleren scheiden PMD 

Gevraagd is wat zou helpen om PMD beter te scheiden. Bijna de helft zegt niets nodig te hebben, omdat zij dit al goed apart houden (45%). Van degenen die aangeven wel iets nodig te hebben, willen de meesten een PMD-container aan huis (25%), een ondergrondse container in hun buurt (21%) en meer informatie over wat bij PMD hoort (19%). Inwoners die met twee personen of meer in een huis wonen, zeggen vaker dat het helpt om een PMD-container aan huis te hebben dan deelnemers die alleen wonen. Mensen jonger dan 35 jaar geven vaker aan informatie nodig te hebben over wat er bij PMD hoort.

Stimuleren scheiden oud papier en karton 

Bijna driekwart zegt niets nodig te hebben om oud papier en karton beter te scheiden, omdat zij dit al goed apart houden (74%). Sommigen zeggen dat een brenglocatie voor papier en karton zou helpen of informatie over wat bij het oud papier en karton hoort (beiden 5%). Veruit de meeste opmerkingen van mensen die ‘anders’ hebben geantwoord (7%) gaan over het vaker legen van de papiercontainers aan huis en een ander deel gaat over het plaatsen van een ondergrondse papiercontainer in hun buurt.

Stimuleren scheiden glas

Bijna driekwart zegt niets nodig te hebben om glas beter te scheiden (72%) en een klein deel zegt glas toch niet apart te gaan houden (1%). Van degenen die aangeven wel iets nodig te hebben, willen de meesten meer glasbakken in hun buurt (18%). De vraag naar meer glasbakken kwam vooral vanuit Bergambacht (28% van de inwoners van deze kern) en Lekkerkerk (24%) en in mindere mate in Krimpen aan de Lek (18%) en Schoonhoven (17%). Inwoners die alleen wonen of jonger dan 35 jaar zijn, geven vaker aan dat het hen zou helpen als er meer glasbakken in de buurt zijn.

Stimuleren scheiden textiel

Ook over textiel zegt de meerderheid niets nodig te hebben om dit beter te scheiden (64%) en een klein deel zegt textiel toch niet apart te gaan houden (1%). Van degenen die aangeven wel iets nodig te hebben, willen de meesten meer textielbakken in hun buurt (14%). De vraag naar meer textielbakken kwam vooral vanuit Bergambacht (22% van de inwoners van deze kern), Haastrecht (21%) en Lekkerkerk (21%). Verder is er behoefte aan informatie over wat bij textiel hoort (11%) en waar textielbakken staan (9%). Net als bij de glasbakken vinden mensen die alleen wonen of die jonger zijn dan 35 jaar vaker dat er meer textielbakken nodig zijn. Veruit de meeste opmerkingen van mensen die ‘anders’ hebben geantwoord (7%) gaan over vaker legen van de textielbakken en een ander deel zijn vragen over de inlevermogelijkheden van kapotte en niet-herdraagbare kleding en over wat er eigenlijk gedaan wordt met het ingezamelde textiel.

Stimuleren scheiden KCA (Klein Chemisch Afval)

De helft zegt niets nodig te hebben om KCA beter te scheiden, omdat zij dit al goed apart houden (51%) en een klein deel omdat zijn textiel toch niet apart gaan houden (1%). Een derde zou graag zien dat er meer informatie komt over welke winkels KCA-producten, zoals batterijen en lampen, aannemen (32%) en een kleiner deel wil meer informatie over wat bij het KCA hoort (19%). Veruit de meeste mensen die ‘anders’ hebben geantwoord (9%) roepen op om meer inleverpunten in de kernen te plaatsen en om naar de milieustraat te kunnen gaan zonder afspraak.

Stimuleren scheiden elektrische apparaten

Bijna de helft zegt niets nodig te hebben, omdat zij de apparaten al goed apart houden (45%) en een klein deel zegt dit toch niet apart te gaan houden (1%). Een op de vier zou graag meer informatie willen over welke winkels kleine apparaten aannemen (41%) en een kleiner deel wil meer informatie over wat er bij hoort (17%). Mensen die alleen wonen zeggen vaker dat ze informatie nodig hebben over welke winkels kleine apparaten aannemen en over wat bij elektrische apparaten hoort. Mensen jonger dan 35 jaar geven vaker aan dat ze informatie nodig hebben over wat er bij apparaten hoort. Veruit de meeste opmerkingen van mensen die ‘anders’ hebben geantwoord (11%) gaan over meer punten waar kapotte apparaten gerepareerd kunnen worden, meer inleverpunten in de buurt en dat de Mobiele Milieustraat vaker naar de kernen zou moeten komen.

Gescheiden inzamelen luiers en incontinentiemateriaal

De helft van degenen die wegwerpluiers of incontinentiematerialen gebruiken, zou dit apart willen inleveren zodra dit mogelijk wordt (48%) en een kwart weet dat nog niet zeker of heeft er geen mening over (26%). Inwoners willen dit wel scheiden omdat het beter is voor het milieu, restafval scheelt en voor minder geuroverlast in huis zorgt.

Containers aan huis                                                                                          

Aan mensen met containers aan huis is gevraagd hoe tevreden zij hierover zijn. Meer dan driekwart van de inwoners is tevreden over de containers voor restafval, GFT+E en oud papier en karton (78%) en 12% is hier neutraal over. Ook is gevraagd hoeveel zij er maximaal kunnen hebben staan. De meesten zeggen niet meer dan drie containers (41%), gevolgd door vier containers (29%). Een kleiner deel zegt vijf containers of meer (14%). Mensen die alleen of met twee personen wonen zeggen vaker dat zij afval liever zelf wegbrengen dan deelnemers uit grotere huishoudens.

Vervolgens is gevraagd waarvoor mensen graag een container bij huis willen houden. Het merendeel wil die voor GFT+E behouden (69%) en iets minder mensen willen de container voor restafval en voor oud papier en karton behouden (beiden 60%). Mensen ouder dan 65 jaar willen vaker de container voor restafval behouden dan mensen jonger dan 65.

PMD-container

Voor PMD wil 38% een container; vooral inwoners jonger dan 35 jaar. Dit komt redelijk overeen met de uitkomsten van het onderzoek naar de inzameling van PMD, dat de gemeente in oktober 2023 hield. Daaruit bleek dat 41% van de inwoners het liefst een container aan huis gebruikt en de helft het liefst een PMD-zak. Dit hangt waarschijnlijk samen met de uitkomst dat 48% negatief tegenover het gebruik van een extra container aan huis staat. Argumenten vóór een PMD-container zijn dat het straatbeeld er opgeruimder uit ziet zonder PMD-zakken (66%) en dat een container zwerfafval door wind en toedoen van dieren en vogels voorkomt (65%). 

Verzamelcontainers in de wijk

Aan mensen zonder containers aan huis is gevraagd hoe tevreden zij hierover zijn. Over de verzamelcontainers voor restafval, GFT+E en papier/karton in de wijk is 41% tevreden en 17% neutraal. Over de verzamelcontainers voor glas en textiel in de wijk is meer tevredenheid: 65% is tevreden en 18% is neutraal. De meeste ontevredenheid hierover heerst in Bergambacht (22% is (zeer) ontevreden), Haastrecht (21% is (zeer) ontevreden) en Gouderak (19%), Krimpen aan de Lek (19%), Lekkerkerk (19%) en Vlist (ook 19%).

Bijna 80% van de inwoners ergert zich aan afval dat naast verzamelcontainers in de wijk wordt gezet. De ergernis is het grootst in Krimpen aan de Lek (88%), Gouderak (86%), Bergambacht (85%) en Lekkerkerk (81%). Er zijn ook meer mensen van 65 jaar en ouder die zich ergeren dan mensen jonger dan 65. 

PMD-zakken

Over de PMD-zakken is veel ergernis. Van alle inwoners ergert 80% zich er aan dat dieren de zakken kapot maken die aan de straat staan.

Verder ergert 73% zich er aan dat zakken te vroeg aan de straat staan. Dit speelt het meest in Krimpen aan de Lek (86% ergert zich), gevolgd door Lekkerkerk (76%) en Ouderkerk aan den IJssel (75%). De deelnemers aan de enquête storen zich aan de kapotte en stinkende PMD-zakken op straat. Veel inwoners geven aan dat ze liever containers voor PMD zien. Ze vragen regelmatig om meer toezicht en handhaving op de te vroeg aangeboden zakken en op verkeerd aangeboden afval. Ook denken zij dat het helpt als er duidelijkere informatie en uitleg komt over wat er wel en niet mag.

Rol gemeente bij stimuleren van afvalscheiding 

Gevraagd is wat de gemeente kan doen om afvalscheiding te stimuleren. Inwoners vinden vooral dat de gemeente moet beginnen bij de kinderen door afvalscheiding op scholen en kinderopvang te stimuleren (30%). Ongeveer een kwart vindt dat de gemeente meer voorlichting kan geven over de regels van het afval scheiden, meer inleverplekken kan inrichten, meer gezamenlijke containers voor PMD/glas/textiel kan plaatsen, meer informatie kan geven over wat de gemeente doet met de opbrengsten uit de afvalstoffenheffing en meer voorlichting kan geven over nut en noodzaak van afvalscheiding (tussen 23% en 26%). In mindere mate denkt men dat het helpt om toezicht houden op het goed scheiden van afval, boetes uit te delen als mensen hun afval verkeerd scheiden en om mensen die het afval goed scheiden in het zonnetje zetten (tussen 15% en 18%). Er zijn ook andere manieren genoemd (15%), zoals handhaven, belonen van goed scheiden en het beter toegankelijk maken van voorzieningen. 

Er is ook een open vraag gesteld over hoe de gemeente het beste kan helpen om afval beter te scheiden en afval beter te besparen. In de reacties kwamen onderwerpen naar voren die ook op andere plekken in de enquête werden genoemd: container aan huis of ondergrondse container voor PMD, vaker legen van de container voor GFT+E in de zomer en vaker legen van de papiercontainer aan huis, meer handhaving op verkeerd of te vroeg aanbieden van afval, eenvoudige/visuele uitleg over wat waar hoort en wat het nut van afvalscheiding is, voorlichting op scholen en er is vraag naar meer dichtbij gelegen afvalpunten, naar ruimere openingstijden van de milieustraat en naar een Mobiele Milieustraat om spullen weg te brengen zonder afspraak.

Rol gemeente bij besparen van afval (afvalpreventie) 

De meeste mensen vinden dat de gemeente meer zou kunnen samenwerken met supermarkten en fabrikanten (44%) om afvalpreventie te stimuleren, gevolgd door het promoten van afvalscheiding op scholen, kinderopvang en verenigingen (39%) en het verbieden van ongeadresseerde folders, behalve als mensen hier om vragen met een ja-sticker op hun brievenbus (36%). Ruim een kwart van de inwoners wil dat de gemeente herbruikbare verpakkingen promoot of gaat samenwerken met kringloopwinkels (beiden 28%). Sommigen noemen andere manieren, zoals het aanspreken van producenten en bedrijven en betere communicatie en voorlichting. Daarentegen vindt een op de tien het stimuleren van afvalpreventie geen taak van de gemeente.

Een manier om afval te voorkomen is om minder eten en drinken weg te gooien. Hoewel daar lang niet iedereen mee bezig is (7%), denkt een meerderheid bewust na over de hoeveelheden die zij koken (58%) en over de boodschappen (57%) en vriest overgebleven maaltijden in (56%). Meer dan een op de vier kookt met overgebleven restjes (44%) en een deel geeft overgebleven maaltijden aan andere mensen (12%). Inwoners van 65 jaar en ouder geven vaker aan bewust na te denken over hoeveel zij koken dan de mensen die jonger dan 65 zijn.​

Ophalen van grof vuil 

Over het ophalen van grofvuil is meer dan de helft ontevreden (52%) en slechts een kwart tevreden (27%). De meeste frustratie is er over de kosten van het ophalen van grofvuil. Sommigen geven aan dat de kosten te hoog zijn voor mensen met een laag inkomen en dat de kosten zorgen tot meer vervuiling en dump. Anderen stellen voor om elke maand of elk kwartaal een gratis ophaaldag te organiseren. Verder zeggen veel inwoners dat de milieustraat te ver weg is, wat lastig is voor mensen zonder auto, ouderen en mensen met een beperking.

Milieustraat

De meeste mensen bezoeken de milieustraat in Bergambacht of de gemeentewerf in Lopik twee tot vier keer per jaar (48%), gevolgd door vaker dan vier keer (29%) en één keer (17%). Slechts 4% komt er nooit.

De grootste tevredenheid is er over de vriendelijkheid van de medewerkers, de veiligheid en netheid van het terrein en de deskundigheid van de medewerkers. De minste tevredenheid is er over het maken van een afspraak (27% is ontevreden), de openingstijden (24% is ontevreden) en over de verdeling tussen de gratis en betaalde stromen (restafval) (20% ontevreden). Inwoners jonger dan 35 jaar zijn vaker tevreden over de deskundigheid van de medewerkers, de netheid van het terrein en de veiligheid dan mensen die ouder dan 35 zijn. Zij zijn echter minder tevreden over de openingstijden dan mensen ouder dan 35 jaar.

We hebben de tevredenheid over de verschillende aspecten van de dienstverlening op de milieustraat/gemeentewerf afgezet tegen het belang dat men hier aan hecht om te achterhalen welke aspecten extra aandacht nodig hebben. Voor elk aspect zijn er meer mensen die er belang aan hechten dan die er tevreden over is. Bij de meeste aspecten gaat het over een verschil van maximaal 15%. Op deze aspecten is het verschil groter:

  • openingstijden (36% verschil; meer mensen hechten er belang aan dan er tevreden over zijn)

  • aanduiding wat in welke container moet (26%)

  • bereikbaarheid (22% verschil)

  • verdeling tussen gratis en betaalde stromen (18% verschil)

Ideeën nieuwe milieustraat in Bergambacht

Deelnemers is gevraagd naar hun ideeën voor de nieuwe milieustraat. Het vaakst genoemd werden: afval brengen zonder afspraak, ruimere openingstijden (met een wens voor avondopenstelling door de week en langere openingstijden op zaterdag), lager geplaatste containers en hogere oprit om zware spullen makkelijker te deponeren, bredere paden en betere aanrijroutes om opstopping en wachtrijen te voorkomen, alles gratis inleveren en het toevoegen van een hergebruikhoek of kringlooppunt.

Omgang met restafval

Aan mensen met containers aan huis is gevraagd naar hun voorkeur voor de omgang met restafval als er iets moet veranderen op weg naar een samenleving zonder restafval. Minder vaak legen van de restafvalcontainer heeft dan de voorkeur: 26% wil dat de container nog maar 1x per vier weken wordt geleegd en 25% één keer per zes weken. Bijna een kwart (24%) geeft de voorkeur aan het brengen van restafval naar een ondergrondse verzamelcontainer in de buurt, waarbij PMD in de oude container voor restafval gaat. Slechts een klein deel wil een hogere prijs voor restafval (3%) of het restafval in een speciale "koopzak" doen (5%).

De grootte van het huishouden en de leeftijd van deelnemers heeft een effect op hun voorkeur. Inwoners uit een- of tweepersoonshuishoudens kiezen vaker voor het legen van de restafvalcontainers 1x per zes weken dan de grotere huishoudens en de grotere huishoudens kiezen vaker voor 1x per vier weken. Inwoners jonger dan 35 jaar kiezen vaker voor het zelf wegbrengen van restafval dan mensen die ouder dan 35 zijn. Inwoners van 65 jaar en ouder kiezen vaker voor het ophalen van restafval 1x per zes weken dan mensen jonger dan 65.

Informatievoorziening

De meeste mensen hebben genoeg informatie over afvalinzameling of afval scheiden (54%). Wel wordt informatie gemist over wat in welke bak of zak hoort (19%) en waar de verzamelcontainers staan (11%). Deelnemers jonger dan 35 jaar geven vaker aan informatie te missen over wat in welke bak hoort en wanneer het restafval en de grondstoffen thuis worden opgehaald. Ook over spullen repareren en afval besparen kunnen de meeste mensen genoeg informatie vinden (respectievelijk 51% en 56%). Respectievelijk 27% en 18% heeft hier echter te weinig informatie over.

De meeste inwoners ontvangen graag informatie over scheiden en inzamelen van afval en grondstoffen (92%). Hun voorkeur gaat uit naar de afvalapp of online afvalkalender van Cyclus (70%) en in mindere mate Het Kontakt (30%) en de website van de gemeente (24%). Inwoners die alleen wonen gebruiken vaker Het Kontakt. Deelnemers jonger dan 35 jaar willen vaker informatie ontvangen via de app, terwijl deelnemers van 35 jaar en ouder vaker kiezen voor Het Kontakt of de website van de gemeente. Wel zien de inwoners graag een verbeterde informatievoorziening; er worden ideeën genoemd zoals een overzichtskaart met containerlocaties, uitleg door middel van filmpjes en informatie voor ouderen en mensen die de taal niet goed beheersen.

Er is veel draagvlak voor een focus op jongeren: men vindt het belangrijk dat het afval wordt gescheiden op plekken waar jongeren komen (85%) en dat school in het lesprogramma aandacht heeft voor afvalscheiding (80%). Verder zijn deelnemers verdeeld als het gaat om persoonlijke hulp bij afvalscheiding. Zo vindt 25% het wel een goed idee als een deskundige regelmatig op straat is om inwoners te helpen met vragen over afvalscheiding en 39% niet. Ook vindt 41% het een goed idee als een deskundige op een vaste tijd en plek aanwezig is om inwoners te helpen met vragen, bijvoorbeeld op een spreekuur of weekmarkt, terwijl 27% dat niet vindt.

Participatie

Bijna 90% van de inwoners wil dat de gemeente hen er van tevoren bij betrekt als er iets verandert in de afvalinzameling. Deelnemers jonger dan 35 jaar vinden dit vaker belangrijk.

Straatgesprekken afval en grondstoffen (juni 2025)

Het verslag met de samenvatting van alle gesprekken is te vinden in Bijlage 2.

Deelnemers

De gesprekken vonden in juni 2025 plaats op de weekmarkten aan de Pleinstraat in Bergambacht, De Markt in Krimpen aan de Lek en het Doelenplein in Schoonhoven. In totaal zijn 69 bewoners gesproken. De meesten zijn 65 jaar of ouder (45% is tussen 65 en 79 jaar en 16% is 80 jaar of ouder). Interviewers gingen met hen in gesprek over vragen zoals: Wat heeft u nodig om uw afval en herbruikbare stromen beter te scheiden? Welke zorgen heeft u als we zouden kiezen voor minder vaak ophalen van restafval, voor restafval in ondergrondse containers of als we het tarief voor restafval duurder maken? Welke ideeën heeft u voor het nieuwe beleid? 

Veel tevredenheid

De meeste voorbijgangers vinden dat de afvalinzameling heel goed is geregeld en de afvalinzameling krijgt gemiddeld een 7,6. Men vindt dat er genoeg mogelijkheden zijn om afval en grondstoffen gescheiden aan te bieden en ook over Cyclus zijn veel positieve geluiden te horen.

Inzameling PMD: te vroeg buiten gehangen, kapotte zakken en verkeerd afval

Veruit de meeste reacties gingen over de inzameling van PMD. In sommige buurten worden de zakken te vroeg buiten gehangen, wat zorgt voor een rommelig straatbeeld, kapotte zakken (kraaien en kauwen trekken de zakken kapot) en als gevolg daarvan voor wegwaaiend plastic. Verder is het veel mensen een doorn in het oog dat buurtgenoten verkeerd afval - zoals piepschuim - bij het PMD blijven gooien ondanks alle informatie hierover.

Milieustraat: liever geen afspraak maken en de afstand is te groot

Ook over de milieustraat kwamen veel opmerkingen. Men vindt dat het maken van een afspraak afgeschaft moet worden en dat de afstand naar de milieustraat in Bergambacht of de gemeentewerf in Lopik te groot is. Sommigen zouden graag zien dat de Mobiele Milieustraat vaker in de kernen staat.

Manier van inzamelen van restafval: lichte voorkeur voor laagfrequent inzamelen

Voorbijgangers is gevraagd naar hun voorkeur voor de manier waarop het restafval wordt ingezameld. De meerderheid wil dat er niets veranderd wordt (62%). Degenen die openstaan voor een verandering zijn iets enthousiaster over laagfrequent inzamelen (grijze container 1x per vier weken legen) dan over Omgekeerd Inzamelen (ondergrondse containers). Mensen die Omgekeerd Inzamelen een goed idee vinden, zijn vooral blij dat PMD dan in de ‘oude’ container voor restafval kan. Een aantal mensen vindt dat het tarief voor restafval verhoogd mag worden om afvalscheiding te stimuleren. Bezwaren tegen een verandering hebben te maken met (a) langer moeten bewaren van restafval en de daarmee gepaard gaande geuroverlast (b) angst voor bijplaatsen van afval naast verzamelcontainers en (c) angst voor dumping in de natuur. Het grootste bezwaar tegen Omgekeerd Inzamelen heeft te maken met het tillen van zware afvalzakken: ouderen worden benadeeld - ze betalen teveel voor een halfvolle afvalzak omdat een volle afvalzak te zwaar is - of moeten een beroep doen op hun mantelzorger.

Ideeën voor meer afvalscheiding en minder restafval

De meesten vinden dat alles goed is geregeld en dat het aan de bewoners zelf is om beter te scheiden en te consuminderen (mentaliteit). De gemeente zou wel nog kunnen werken aan:

  • meer voorlichting, vooral over wat wel en niet bij het PMD en het GFT+E hoort

  • beginnen bij de jeugd met de opvoeding en op school

  • meer toezicht houden op het correct aanbieden van afval

  • meer handhaving en boetes uitdelen wanneer afval op de verkeerde plek is aangeboden of onjuist gescheiden is

Enquête Circulaire Economie (mei 2025)

Van 8 tot en met 21 mei 2025 konden de leden van het inwonerspanel Krimpenerwaard de online vragenlijst over circulaire economie van de Omgevingsdienst Midden-Holland invullen. Ook niet-panelleden kregen de mogelijkheid om mee te doen via een open link. In totaal deden 702 inwoners mee, waarvan 638 via het panel en 64 via de open link. De betrouwbaarheid voor dit onderzoek is groot (95%) en de foutmarge klein (3,7%; in het algemeen wordt 5% geaccepteerd). Hieronder is het onderzoek samengevat (rapport ‘Inwonerspanel Krimpenerwaard, Peiling 1 2025, Circulaire economie Gemeente Krimpenerwaard’, Research2Evolve, mei 2025). 

Afval scheiden of voorkomen

Bijna alle deelnemers scheiden hun afval (98%), een groot deel gaat naar de milieustraat (85%) en driekwart geeft spullen weg (74%). Verder repareert of hergebruikt ruim de helft van de deelnemers hun spullen (54%) en gaat drie op de tien naar de kledingmaker (31%). De helft denkt dat zij in de toekomst spullen laten repareren in plaats van nieuw te kopen (51%). Deelnemers tussen de 50 en 64 jaar gaan vaker naar de kledingmaker dan deelnemers in andere leeftijdsgroepen. Acht op de tien deelnemers denkt in de toekomst grof huishoudelijk restafval te gaan scheiden (79%).

Verder is gevraagd wat mensen zou helpen om nog meer afval te scheiden of te beperken. Meer dan de helft zou graag zien dat grofvuil (gratis) aan huis wordt opgehaald (59%), een derde dat een afvalcontainer van de milieustraat dichterbij huis zou staan (34%), drie op de tien dat spullen voor de kringloop worden opgehaald (30%) en een klein deel dat zij spullen kunnen laten repareren in een repair café dichterbij huis (18%). Ook is er vraag naar meer specifieke afvalcontainers in de buurt, bijvoorbeeld voor plastic, papier, glas en luiers.

Bekendheid circulaire acties 

Deelnemers is gevraagd van welke circulaire acties zij weleens gezien of gehoord hebben. De Mobiele Milieustraat geniet redelijk veel bekendheid, maar slechts maximaal 7% kent de andere acties (de eenmalige Straatschattenjacht, poster ‘Koop ook Kringloop’, flyer ‘Minder afval, meer waard’, Week van de circulaire economie, 100 dagen afvalvrij en Dag van de reparatie). Een groot deel (her)kent geen van deze acties (43%).

Mobiele Milieustraat 

Bijna de helft van de deelnemers heeft wel eens gehoord van de Mobiele Milieustraat (48%) en ruim een kwart heeft deze gebruikt (27%). Deelnemers van 65 jaar en ouder gebruiken deze vaker dan jongere deelnemers. De Mobiele Milieustraat wordt met een 8,2 beoordeeld. Deelnemers waarderen dat deze vlakbij huis staat; dit maakt het makkelijker om spullen weg te brengen, zeker voor inwoners zonder auto of ouderen. Ook vinden mensen het prettig dat zij zonder afspraak snel van kleine spullen of chemisch afval af kunnen. 66% vindt het nuttig om deze actie te herhalen. Wel zijn er wensen voor meer inzamelmomenten, duidelijkere communicatie en een ruimer aanbod aan afvalsoorten.

Tweedehands (ver)kopen

Het merendeel koopt tweedehands spullen of kleding. De meesten kopen bij een kringloopwinkel (65%) of online tweedehandswinkel zoals Marktplaats of Vinted (58%). Een iets kleiner deel verkoopt wel eens via een online tweedehandswinkel (56%). Veruit de meeste mensen die tweedehands (ver)kopen doen dit omdat de spullen nog goed genoeg zijn (88%). De helft wil er geld mee verdienen of besparen en vier op de tien doet het voor het klimaat (42%). Deelnemers jonger dan 50 jaar (ver)kopen vaker spullen om geld te verdienen of te besparen dan ouderen. Zes op de tien denkt in de toekomst eigen spullen tweedehands te gaan aanbieden (63%) en de helft denkt in de toekomst tweedehands spullen te gaan kopen (53%). Op de vraag waar mensen aan denken bij het woord ‘tweedehands’ zijn de meest voorkomende woorden: gebruikt, goedkoop, hergebruik, duurzaam, tweede kans/leven en milieu.

Andere aandachtspunten

Inwoners ervaren dat afval scheiden te ingewikkeld is of geen effect heeft door slechte sortering of teveel regels. Ook is er vraag naar betere informatievoorziening, bijvoorbeeld via sociale media of brieven. Deelnemers missen acties of weten niet goed wat er wanneer gebeurt. Inwoners vinden de milieustraat in Bergambacht te ver weg, te ingewikkeld, te streng en niet klantvriendelijk. Ze zien graag minder regels, geen verplichte afspraak en ruimere openingstijden. Verder pleiten inwoners voor meer aandacht voor hergebruik, zoals extra kringloopwinkels, repair cafés en weggeefpunten. Ook wordt genoemd dat de gemeente zelf het goede voorbeeld moet geven.

2 Verslag straatgesprekken

Een bewonersonderzoek is een belangrijk onderdeel van de totstandkoming van dit Omgevingsprogramma Herbruikbare stromen. Dit onderzoek bestaat uit twee delen: een online enquête en gesprekken met voorbijgangers op straat. Alle inwoners van de gemeente kunnen tussen 19 juni en 5 juli 2025 de online enquête invullen. Daarnaast hebben we in juni 2025 voorbijgangers op straat gesproken, om de mening van mensen te horen die minder snel geneigd zijn om een online enquête in te vullen. Straatgesprekken leveren verdiepende kwalitatieve informatie op en vormen hiermee een waardevolle aanvulling op de enquête. De interviewers spraken vooral met ouderen (vaak zijn zij minder digitaal vaardig), mensen die mogelijk de Nederlandse taal minder goed beheersen en mensen die minder goed ter been zijn (zij kunnen waardevolle praktische informatie geven over hoe de afvalinzameling voor hen werkt). 

Deze bijlage bevat de samenvatting van alle gesprekken. 

Weekmarkten

De interviewers zijn Rosalie Kleinjan, Inez van Kronenberg en Remko Roest (niet op 18 juni). Zij stonden op deze weekmarkten:

  • donderdagochtend 5 juni aan de Pleinstraat in Bergambacht

  • vrijdagmiddag 6 juni aan De Markt in Krimpen aan de Lek

  • woensdagochtend 18 juni aan het Doelenplein in Schoonhoven.

 

Deelnemers straatgesprekken

In totaal zijn 69 bewoners gesproken, waarvan 28 mensen in Bergambacht, 23 in Krimpen aan de Lek en 18 in Schoonhoven. De meesten zijn ouder dan 65 jaar: 45% tussen 65 en 79 jaar en 16% is 80 jaar of ouder. Verder is 29% tussen 45 en 64 jaar en 10% tussen 25 en 44 jaar. De meeste deelnemers wonen in een woning binnen de bebouwde kom met container aan huis voor gft-afval, papier en restafval (67%), een vijfde woont in het buitengebied (19%) en 14% maakt gebruik van verzamelcontainers (hoogbouw en centrum Schoonhoven).

Bevindingen

Tevredenheid

Vrijwel alle deelnemers geven aan dat het goed gaat met het scheiden van afval thuis. Een deel van de mensen zegt dat ze de grijze container nog maar een paar keer per jaar aan de straat hoeven te zetten. Over het algemeen heerst tevredenheid: de meeste voorbijgangers vinden dat de afvalinzameling goed is geregeld. Gemiddeld krijgt de afvalinzameling het rapportcijfer 7,6. Men vindt dat er genoeg mogelijkheden zijn om afval en herbruikbare stromen gescheiden aan te bieden en ook over de inzet van Cyclus zijn veel positieve geluiden te horen: de medewerkers werken netjes, komen op tijd langs en de Afvalwijzer app werkt ook goed.

Als mensen ontevreden over de afvalinzameling zijn, dan komt dat door de PMD-zakken, de milieustraat en in veel mindere mate door de hoogte van de afvalstoffenheffing. Sommige mensen vinden dat de textielbakken en de gft-cocons vaker geleegd moeten worden.

Inzameling PMD

Veruit de meeste opmerkingen gaan over het inzamelen van PMD. Met name in Schoonhoven en in Krimpen aan de Lek worden de PMD-zakken regelmatig te vroeg buiten gehangen. Dan gaan de zakken kapot; soms vanzelf, maar meestal doordat de kraaien en kauwen ze kapot trekken en vervolgens waait het plastic weg. Om de geuroverlast en de kapotte zakken te voorkomen, zeggen verschillende mensen dat zij liever een eigen of ondergrondse containervoor PMD hebben. Nascheiding van PMD uit het restafval wordt door een enkeling ook als optie genoemd, terwijl anderen daar juist weer tegen zijn. Tot slot is het een aantal mensen een doorn in het oog dat hun buurtgenoten regelmatig verkeerd afval – zoals piepschuim – bij het PMD gooien.

Milieustraat

Ook over de milieustraat kwamen veel opmerkingen: men vindt dat het maken van een afspraak afgeschaftmoet worden en dat de afstand naar de milieustraat in Bergambacht of de gemeentewerf in Lopik te groot is. Een aantal bewoners van Krimpen aan de Lek wil weer – net als vroeger - op de milieustraat Krimpen aan de IJssel terecht kunnen. Sommigen willen dat de Mobiele Milieustraat vaker in de kernen staat. Als negatief wordt ook ervaren dat mensen zonder auto niet naar de milieustraat kunnen en dat een bezoek geld kost. Mensen betalen overigens alleen het diftar-tarief voor het brengen van afvalzakken met fijn huishoudelijk restafval.

Grofvuil ophalen

Sommige voorbijgangers vinden dat de grofvuil regeling aangepast moet worden. Omdat men denkt dat alleen online een afspraak gemaakt kan worden zou deze voor oudere mensen te moeilijk zijn en de ophaalservice zou te duur zijn voor mensen met weinig geld. 

Afvaldump en zwerfafval

Een aantal mensen geeft aan dat er overlast is van zwerfafval en van afvaldump naast containers, met name naast de textielbakken als deze vol zijn of door mensen zijn doorzocht die er spullen uit trekken. Het idee leeft dat vooral arbeidsmigranten en jongeren zich niet aan de regels houden en afval op straat gooien.

Ideeën voor meer afvalscheiding en minder restafval

De meeste voorbijgangers vinden dat de gemeente en Cyclus het goed hebben geregeld en dat het nu nog een kwestie van mentaliteit is: het is aan de bewoners zelf om beter te scheiden en om te consuminderen. 

De gemeente zou wel nog kunnen werken aan:

  • Meer voorlichting, vooral over wat wel en niet bij het PMD en het gft hoort (35x genoemd)

  • Beginnen bij de jeugd met de opvoeding en op school (10x genoemd)

  • Meer toezicht houden op het correct aanbieden van afval (10x genoemd)

  • Meer handhaving en boetes uitdelen wanneer afval niet correct is aangeboden (ook 10x genoemd)

  • Meer verzamelcontainers plaatsen (6x genoemd, vooral in Schoonhoven vanwege onvoldoende glasbakken)

  • De gft-container in de zomer elke week legen om stank en vliegenoverlast te verminderen (4x genoemd)

  • Verpakkingen in de supermarkt aanpakken (4x genoemd).

Manier van inzamelen van restafval

De interviewers hebben mensen gevraagd naar hun voorkeur voor de manier waarop het restafval wordt ingezameld, met een korte uitleg van de verschillende systemen die in Nederland worden toegepast. De meerderheid (62%) gaf meteen aan dat er niets veranderd moet worden.

Als mensen wel open staan voor een verandering, dan zijn het vooral degenen die nu al weinig restafval over houden. Over het algemeen vinden zij het prima als de grijze container nog maar 1x per vier weken wordt geleegd in plaats van 1x per twee weken (16%). Iets minder mensen vinden het brengen van restafval naar een ondergrondse container een goed idee (13%), met name omdat PMD dan in de oude container voor restafval kan. Dit biedt in hun ogen een goed alternatief voor de PMD-zakken. Tot slot geeft 9% aan dat het tarief voor restafval wel verhoogd mag worden om afvalscheiding te stimuleren.

Bezwaren tegen een andere manier van inzamelen van restafval hebben vooral te maken met het langer moeten bewaren van het restafval en de daarmee gepaard gaande geuroverlast en met de angst voor bijplaatsingen naast verzamelcontainers of dumping in de natuur. Het grootste bezwaar tegen het brengen van restafval naar ondergrondse containers heeft te maken met het tillen van de afvalzakken: ouderen kunnen daardoor benadeeld worden - ze moeten teveel betalen voor een halfvolle afvalzak omdat een volle afvalzak te zwaar is - of hiervoor een beroep doen op hun mantelzorger.

3 Ervaringscijfers hoeveelheid restafval bij systemen voor restafval

Benchmark NVRD

Uit de Benchmark Huishoudelijk Afval blijkt dat in diftar-gemeenten die een lagere ophaalfrequentie of Omgekeerd Inzamelen invoeren, 20% minder restafval ontstaat dan in diftar-gemeenten die dit niet hebben (bron: ‘Analyserapport Benchmark huishoudelijk afval peiljaar 2023’, NVRD, 2024).

Onderzoek Eureco

In het onderzoek van Eureco uit 2021 onder 275 gemeenten blijkt dat de resultaten per strategie zijn:

  • Omgekeerd Inzamelen: circa 200 tot 220 kilogram grof en fijn restafval per inwoner per jaar

  • Laagfrequent Inzamelen: circa 150 tot 180 kilogram

  • Diftar: circa 120 tot 140 kilogram

  • Diftar en Laagfrequent Inzamelen: circa 80 tot 120 kilogram

  • Diftar en Omgekeerd Inzamelen: circa 50 tot 80 kilogram.

Ervaringscijfers vergelijkbare gemeenten

We hebben ook gekeken naar de hoeveelheid restafval in vergelijkbare gemeenten: gemeenten in het westen van het land die ook diftar hebben en onder dezelfde stedelijkheidsklasse vallen (20% tot 29% hoogbouw). De hoeveelheid fijn restafval in deze vergelijkbare gemeenten die diftar hebben gecombineerd met Laagfrequent Inzamelen is:

  • Castricum: 97 kilogram fijn restafval per inwoner per jaar

  • Heiloo: 98 kilogram

  • Teylingen: 107 kilogram

  • Uitgeest: 68 kilogram.

De hoeveelheid fijn restafval in deze vergelijkbare gemeenten die diftar hebben gecombineerd met Omgekeerd Inzamelen is:

  • Bodegraven-Reeuwijk: 98 kilogram fijn restafval per inwoner per jaar

  • Culemborg: 69 kilogram

  • Kaag en Braassem: 95 kilogram

  • Waalwijk: 87 kilogram

  • Zoeterwoude: 54 kilogram

  • Zuidplas: 95 kilogram. 

Rekentool NVRD voor Laagfrequent Inzamelen, Omgekeerd Inzamelen en combinatie

Verwacht resultaat van beleidswijziging in Krimpenerwaard met bandbreedte 'gemiddeld' voor Laagfrequent Inzamelen of Omgekeerd Inzamelen:

  • Laagfrequent Inzamelen: 12 kg restafval minder per inwoner per jaar

  • Omgekeerd Inzamelen: 18 kg restafval minder per inwoner per jaar

Verwacht resultaat van beleidswijziging in Krimpenerwaard met bandbreedte 'gemiddeld' voor combinatie Laagfrequent met Omgekeerd Inzamelen: 30 kg restafval minder per inwoner per jaar.