Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR758306
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR758306/1
Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Diemen 2026
Geldend van 01-04-2026 t/m heden
Intitulé
Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Diemen 2026De gemeenteraad van Diemen in vergadering bijeen,
Gelet op
- –
de voordracht van het presidium d.d. 19 januari 2026;
- –
artikel 96 Gemeentewet;
Besluit
vast te stellen:
Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Diemen 2026
Artikel 1. Definitiebepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
- a.
commissielid: fractieopvolger en lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet, dat niet tevens raadslid is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd.
- b.
griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet.
- c.
raadslid: lid van de gemeenteraad.
- d.
Fractieopvolger: lid van een fractie in de gemeenteraad niet zijnde raadslid, als bedoeld in het Reglement van orde Gemeenteraadvergaderingen gemeente Diemen.
- e.
Commissie: de informatieve raadsvergadering, de werkgroep Subsidies, de klankbordgroep Rekenkamer, bijpraatsessie, thema-avond en werkbezoek.
Artikel 2. Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden voor reizen binnen de gemeente
Raadsleden en commissieleden die benoemd zijn op grond van art. 82 gemeentewet ontvangen een vaste maandelijkse vergoeding voor reis- en verblijfkosten binnen de gemeente zoals bedoeld in de artikelen 3.1.7 en 3.4.3 Rechtspositiebesluit. De hoogte van deze vergoeding is conform de in het Handboek loonheffingen vermelde systematiek.
Artikel 3. Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden voor reizen buiten de gemeente
-
1. Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente als bedoeld in artikel 3.1 van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers en artikel 3.1.7 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers worden aan een raads- of commissielid vergoed:
- a.
de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer;
- b.
bij gebruik van een eigen auto het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt.
- a.
-
2. Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente, ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur, worden aan een raadslid of commissielid bij gebruik van eigen auto tevens de parkeer-, veer- en tolkosten vergoed;
-
3. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.
-
4. Als een raadslid of commissielid een tijdelijke functionele beperking heeft, kan voor reizen als bedoeld in het eerste lid, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking gesteld.
-
5. De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen buiten het grondgebied ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur worden ten laste van de gemeente vergoed.
Artikel 4. Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden
-
1. De kosten van deelname van een raadslid aan cursussen, congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd, komen voor rekening van de gemeente.
-
2. Een raads- of commissielid dat wil deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van zijn functie als bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dient daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier.
-
3. De aanvraag, bedoeld in het tweede lid, gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie.
-
4. De aanvraag met inhoudelijke informatie en kostenspecificatie, wordt ingediend bij de griffier en ter besluitvorming aan het Presidium voorgelegd. De kosten komen voor rekening van de gemeente als, naar het oordeel van het Presidium, deelname van algemeen belang is in verband met de vervulling van het raadslidmaatschap en niet-partijpolitiek georiënteerd is.
Artikel 5. Informatie- en communicatievoorzieningen raads- en commissieleden
-
1. Een raads- of commissielid tekent een bruikleenovereenkomst wanneer hem ten laste van de gemeente voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking worden gesteld bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.
-
2. Een raads- of commissielid levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente.
Artikel 6. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel
-
1. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.
-
2. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964.
Artikel 7. Betaling vaste vergoedingen
Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van de vergoeding van commissieleden, bedoeld in artikel 3.4.1 het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers een keer per twee maanden plaats.
Artikel 8. Betaling en declaratie van onkosten
-
1. Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door:
- a.
betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur,
- b.
betaling vooruit uit eigen middelen of
- a.
-
2. Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken.
-
3. Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen 12 weken na factuurdatum of betaling door raads- of commissieleden ingediend bij de griffier.
-
4. Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan raads- of commissieleden binnen 4 weken na het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt.
Artikel 9. Intrekking oude verordening
De ‘Verordening voorzieningen raadsleden en fractieopvolgers Diemen 2020’ wordt ingetrokken.
Artikel 10. Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 april 2026.
Artikel 11. Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Diemen 2026.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 19 februari 2026
plz. voorzitter,
De griffier,
Toelichting Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Diemen 2026
ALGEMEEN DEEL
Wettelijke regelingen
In de wet en nadere regelgeving zijn alle van belang zijnde onderwerpen geregeld betreffende de rechtspositie van gemeentelijke politieke ambtsdragers. In de Gemeentewet is aangegeven dat de nadere invulling van de rechtspositie van raads- en commissieleden alsmede de financiële voorzieningen moet worden geregeld bij of krachtens de wet (AMvB en ministeriële regeling). Deze nader regeling is vastgelegd in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. In de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers zijn de (onkosten)vergoedingen nader uitgewerkt.
Hoofdlijnen gemeentelijke verordening
In deze verordening zijn alleen bepalingen opgenomen inzake de rechtspositie van raadsleden en leden van gemeentelijke commissies zover die niet dwingend geregeld zijn in hogere wet- en regelgeving. De grondslag hiervoor is te vinden in de Gemeentewet en het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers. Het ministerie van BZK publiceert jaarlijks circulaires waarin artikelen uit het Rechtspositiebesluit en de onderliggende Regeling wijzigen. Deze wijzigingen kunnen van invloed zijn op de gemeentelijke verordening.
Indien een gemeente besluit om bij verordening voorzieningen voor politieke ambtsdragers te regelen, zijn een aantal regels van belang. In artikel 99 Gemeentewet is bepaald dat ’buiten hetgeen hun bij of krachtens de wet is toegekend’, ontvangen de leden van de raad en/of door de raad ingestelde commissie (in de zin van artikel 82, 83 of 84 Gemeentewet) als zodanig geen andere vergoedingen en tegemoetkomingen ten laste van de gemeente. Deze verordening vormt een (nadere) uitwerking van de bij of krachtens de wet toegekende vergoedingen en tegemoetkomingen.
Artikel 82 Gemeentewet bepaalt dat de raad raadscommissies kan instellen die besluitvorming van de raad kunnen voorbereiden en met het college of de burgemeester kunnen overleggen. De gemeentewet kent bij het inrichten van het vergadermodel van de raad slechts twee varianten: de commissievergadering en de raadsvergadering. Alle moderne vergadervormen zoals: ronde tafel, forum, raadsplein, politieke markt, voorbereidende raad en raadssessie, zijn staatsrechtelijk gezien allen een commissievergadering ter voorbereiding op de raadsvergadering. Onze informatieve raadsvergaderingen dienen te worden aangemerkt als zijnde een raadscommissie. Onze fractieopvolgers zijn vervolgens volgens de wet leden van een commissie.
In de nadere circulaire ‘Gemeenten: vergoeding commissieleden per vergadering, niet een maandelijks bedrag plus vrijwilligersregeling’ van september 2024 is uiteengezet dat het wettelijk kader uitgaat van een vergoeding per bijgewoonde commissievergadering. De vergoeding voor commissieleden betreft nadrukkelijk een presentievergoeding.
Naast de informatieve raadsvergaderingen worden ook de volgende activiteiten aangemerkt als een “voorbereidende vergadering” met presentievergoeding:
- •
Themavonden
- •
Bijpraatsessies
- •
Overleg van de klankbordgroep Rekenkamer
- •
Overleg van de werkgroep Subsidies
- •
Werkbezoeken
De arbeidsverhoudingen en fiscale positie
Raadsleden en commissieleden hebben geen dienstbetrekking bij de gemeente. De gemeente is dus niet de werkgever. Dat betekent bijvoorbeeld dat zij voor zover het betreft het raadslidmaatschap niet vallen onder de werknemersverzekeringen zoals de Werkloosheidswet (WW), Ziektewet (ZW) en de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA). Omdat er geen sprake is van een dienstbetrekking vallen raads- en commissieleden niet onder de Wet op de loonbelasting 1964 maar worden hun inkomsten belast in de Wet inkomstenbelasting 2001. Wel kunnen raads- en commissieleden opteren voor de loonbelasting als voorheffing door samen met de gemeente te kiezen voor het fictief werknemerschap, het zogenaamde opting-in. Het fictief werknemerschap kan worden aangevraagd met behulp van een opting-in verklaring bij de Belastingdienst.
Als de raads- en commissieleden en gemeente niet kiezen voor het fictief werknemerschap, dan geldt dat de onkostenvergoedingen en raadsvergoeding als inkomsten moeten worden verantwoord en mogen de (beroeps)kosten die worden gemaakt worden afgetrokken. Het resultaat zal het raads- of commissielid moeten verantwoorden in de aangifte inkomstenbelasting, onder de post inkomsten uit overige werkzaamheden. De gemeente dient jaarlijks alle betalingen en verstrekkingen voor de raads- en commissieleden die niet als fictief werknemerschap te kwalificeren zijn op grond van deze verordening aan de Belastingdienst doorgeven middels een formulier IB-47. Omdat raads- en commissieleden op persoonlijke titel worden gekozen, zijn zij niet aan te merken als (fiscaal) ondernemer. Er hoeft dan ook geen VAR-verklaring/Modelovereenkomst ZZP overgelegd te worden aan de gemeente.
De Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) is niet van toepassing op raads- en commissieleden.
ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING
Algemeen Vergoeding voor de werkzaamheden van raadsleden
De hoogte van de raadsvergoeding is verplichtend bepaald op een vast bedrag per inwonersklasse.
Vanaf de dag van beëdiging hebben de raadsleden recht op de vergoedingen die verbonden zijn aan hun functie. Wat betreft de vergoeding voor de werkzaamheden is dit geregeld in artikel 3.1.1, eerste lid Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.
Het raadslid kan de vergoeding niet weigeren en de gemeente is verplicht de raadsvergoeding aan het raadslid over te maken op zijn of haar bankrekeningnummer. Het raadslid mag zelf (een deel) van de raadsvergoeding afdragen aan de politieke partij, maar is in beginsel juridisch niet verplicht mee te werken aan een overdracht van (een deel) van zijn of haar raadsvergoeding. Een akte van cessie waarbij de raadsvergoeding direct aan een politieke groepering wordt overgemaakt is juridisch niet toegestaan. De reden hiervoor is dat het raadslid een onafhankelijke positie heeft en niet financieel afhankelijk mag zijn van de politieke groepering.
Artikel 2. Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden voor reizen binnen de gemeente
In dit artikel wordt vastgelegd dat raadsleden en fractieopvolgers een vaste reiskostenvergoeding krijgen voor reizen binnen de gemeente. Hiermee wordt recht gedaan aan de geest van het Rechtspositiebesluit dat reiskosten die raads- en commissieleden binnen de gemeentegrenzen maken voor vergoeding in aanmerking dienen te komen, maar wordt voorkomen dat een reiskostendeclaratie-systematiek moet worden opgetuigd.
Voor commissieleden die benoemd zijn op een andere grondslag dan art. 82 Gemeentewet geldt de regeling in het Rechtspositiebesluit en wordt geen vaste reiskostenvergoeding verstrekt.
Artikel 3. Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden voor reizen buiten de gemeente
Ingevolge artikel 96 van de Gemeentewet kunnen kosten voor (dienst)reizen buiten het grondgebied van de gemeente alleen op basis van een verordening van de gemeenteraad worden vergoed. In deze bepaling is bij verordening geregeld dat raads- en commissieleden een vergoeding van de reis- en verblijfkosten voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente kunnen krijgen ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur. Onder reizen “buiten de gemeentegrenzen” kunnen ook de buitenlandse dienstreizen worden geschaard. De naar redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten voor dienstreizen in het buitenland, die door of vanwege de gemeente zijn georganiseerd komen ook voor vergoeding in aanmerking. De vergoeding voor noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte verblijfkosten is niet nader ingevuld en is een lokale aangelegenheid per gemeente. Omdat in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers verder geen eigen vergoedingsregeling is opgenomen, kan aansluiting worden gezocht bij de vergoedingsregelingen voor wethouders.
Artikel 4. Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden
Voor raads- en commissieleden is expliciet bepaald dat de kosten voor niet-partijpolitiek georiënteerde functionele scholing, zoals deelname aan congressen en opleidingen, ten laste kunnen worden gebracht van de gemeente. Partijpolitieke scholing komt niet voor vergoeding door de gemeente in aanmerking. De inhoud van de scholing is bepalend of deze al dan niet partijpolitiek georiënteerd is.
Wanneer scholing verzorgd wordt door een politieke partij betekent dat niet automatisch dat die scholing partijpolitiek georiënteerd is. Zo kan de partij bijvoorbeeld wel een training ‘spreken in het openbaar aanbieden’. Dit is niet partijpolitiek georiënteerd en kan gezien worden als functionele scholing.
De gemeente Diemen biedt verschillende soorten opleiding in company aan. Deze kosten komen sowieso voor rekening van de gemeente. Daarnaast kan ook behoefte zijn aan individuele scholing.
Om in aanmerking te komen voor vergoeding van de scholingskosten, moet gemotiveerd worden dat het gaat om functiegerichte scholing. Scholing is functiegericht als zij beoogt de voor de functie benodigde vakkennis en vaardigheden te verwerven dan wel actueel te houden. Scholing is partijpolitiek georiënteerd als zij geheel of gedeeltelijk tot doel heeft betrokkene op te leiden in het gedachtegoed van de desbetreffende partij. Individuele opleidingswensen kunnen worden aangevraagd bij de griffier en worden getoetst in het Presidium.
Het Rechtspositiebesluit is op twee onderdelen aangevuld. Ten eerste moeten de prijs en kwaliteit van de scholing in verhouding tot elkaar staan. Zo blijven de kosten redelijk. Daarnaast mogen de kosten niet al op een andere manier worden vergoed. Verder is in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, derde lid een koppeling gemaakt met artikel 3.1.7 en 3.2.9. De gemeente betaalt, als daar een goede reden voor is, de reis- en verblijfskosten die nodig zijn voor de scholing.
Artikel 5. Informatie- en communicatievoorzieningen
Het college van burgemeester en wethouders stelt ten laste van de gemeente aan een raadslid, wethouder of de burgemeester voor de duur van de uitoefening van zijn functie de noodzakelijke informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking. Ook commissieleden kunnen aanspraak maken op ICT-middelen op grond van art. 3.4.4 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Onder informatie- en communicatievoorzieningen wordt ook verstaan een smartphone een computer en de daarbij behorende (internet)abonnementen. Er mag slechts één computer verstrekt worden. De verstrekking van deze middelen vindt plaats op basis van een bruikleenovereenkomst. Een computer is een desktop, laptop, tablet- of minicomputer. Een smartphone is niet te kwalificeren als computer.
De gemeente verstrekt informatie- en communicatievoorzieningen in bruikleen aan de politieke ambtsdrager omdat dit noodzakelijk gereedschap is voor het vervullen van de politieke functie. Het fiscale noodzakelijkheidscriterium vereist dat dit digitale gereedschap bij aftreden of ontslag weer door de ambtsdrager wordt ingeleverd bij de gemeente. Dit geeft de gemeente ook de mogelijkheid om dit ICT-middel te schonen. Als het middel is geschoond, dan is het aan de gemeente of het dit desbetreffende ICT-middel wil hergebruiken.
Artikel 6. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel
In het kader van de werkkostenregeling op grond van artikel 31 Wet op de Loonbelasting 1964 zijn een aantal vergoedingen in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de verordening aangewezen als eindheffingsbestanddeel. De gemeente draagt in dat geval de loonbelasting, waardoor de vergoeding belastingvrij (netto) aan de politieke ambtsdrager kan worden overgemaakt. Anders worden deze door de Belastingdienst als loon gezien en moet hierover bij de politieke ambtsdragers loonbelasting worden ingehouden. In het kader van de werkkostenregeling kan in de financiële administratie worden aangegeven of een verstrekking of vergoeding onder de gerichte vrijstellingen, intermediaire kosten of onder de nihil-waarderingen valt.
Daarnaast mag een verstrekking of vergoeding in de vrije ruimte - tot 1,2% fiscale loonsom - ondergebracht worden zonder fiscale consequenties. Indien de grens van 1,2% wordt overschreden, zal de gemeente 80% eindheffing moeten betalen.
Artikel 7. Betaling vaste vergoedingen & artikel 8 Betaling en declaratie van onkosten
Het Rechtspositiebesluit en de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers regelen wanneer de vergoedingen en onkosten betaald moeten worden aan raads- en commissieleden. Daar waar geen expliciete termijn is genoemd, bieden deze artikelen uitkomst.
De betaling van onkosten kan worden voorgeschoten uit eigen middelen, later gedeclareerd worden of de factuur wordt rechtstreeks naar de gemeente verstuurd.
Hierbij gaat de voorkeur uit naar rechtstreeks facturering bij de gemeente.
Het college stelt een formulier vast waarmee raads- en commissieleden gemaakte onkosten kunnen verantwoorden. Raads- en commissieleden declareren in beginsel hun kosten middels dit formulier bij de griffier.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl