Verordening voor de behandeling van bezwaarschriften door de gemeenteraad Utrecht

Geldend van 01-04-2026 t/m heden

Intitulé

Verordening voor de behandeling van bezwaarschriften door de gemeenteraad Utrecht

De raad van de gemeente Utrecht;

  • gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van de gemeenteraad van 8 januari 2026;

  • gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

  • gezien het advies van de commissie VBF van 19 februari 2026;

Overwegende:

  • dat de raad de wens heeft om het horen van bezwaarden en het adviseren over de afhandeling van bezwaarschriften te beleggen bij een onafhankelijke adviescommissie zoals bedoeld in artikel 7:13 Algemene wet bestuursrecht;

  • dat de huidige verordening dateert uit 1994 en actualisatie wenselijk is;

  • dat de huidige Verordening inzake de behandeling van bezwaar- en beroepschriften betrekking heeft op de procedure bij alle bestuursorganen en niet alleen op de raad;

  • dat de raad een verordening wil vaststellen die alleen betrekking heeft op bezwaarschriften tegen besluiten van de raad;

Besluit de volgende verordening vast te stellen:

Verordening voor de behandeling van bezwaarschriften door de gemeenteraad Utrecht

Artikel 1 Definities

Deze verordening verstaat onder:

  • Awb: Algemene wet bestuursrecht;

  • bestuursorgaan: gemeenteraad Utrecht;

  • bezwaarmaker: indiener van een bezwaarschrift;

  • commissie: adviescommissie zoals bedoeld in artikel 7:13 Algemene wet bestuursrecht;

  • CPR: een door de raad op grond van artikel 83 van de Gemeentewet ingestelde commissie, onder de naam Commissie Personeelszaken Raadsfunctionarissen;

  • raad: de gemeenteraad van Utrecht;

  • secretaris: secretaris van de adviescommissie, aangewezen door burgemeester en wethouders;

  • voorzitter: externe voorzitter van de commissie dan wel de externe plaatsvervangend voorzitter van de commissie.

Artikel 2 Ingediend bezwaarschrift

  • 1.

    De secretaris van de commissie registreert het ingediende bezwaarschrift met de datum van ontvangst en informeert de commissie.

  • 2.

    De secretaris van de commissie neemt zo spoedig mogelijk contact op met de bezwaarmaker en eventueel andere belanghebbenden. Daarbij geeft de secretaris een uitleg over het vervolg van de procedure en de duur van de behandeling van het bezwaarschrift.

Artikel 3 Vooronderzoek en informele behandeling

  • 1.

    De secretaris onderzoekt of hij het bezwaarschrift informeel kan afhandelen alvorens het verder in behandeling te nemen.

  • 2.

    De informele aanpak start door kort na binnenkomst van het bezwaarschrift hierover contact op te nemen met de bezwaarmaker en de voorbereider van het besluit waartegen het bezwaar zich richt.

  • 3.

    Als betrokkenen het bezwaar onderling oplossen dan legt de secretaris de gemaakte afspraken schriftelijk vast.

Artikel 4 Horen en adviseren door de commissie

  • 1.

    Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op bezwaarschriften gericht tegen besluiten van de raad.

  • 2.

    De commissie is belast met het horen en adviseren over de volledige heroverweging van bestreden besluiten van de raad.

Artikel 5 Samenstelling en benoeming commissie

  • 1.

    De commissie bestaat uit een extern voorzitter, een extern plaatsvervangend voorzitter en vier raadsleden.

  • 2.

    Bij een hoorzitting is de voorzitter aanwezig en twee leden.

  • 3.

    In afwijking van het tweede lid is het mogelijk dat het horen plaatsvindt door de voorzitter en één lid op voorwaarde dat het advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee leden.

  • 4.

    Ook in het geval geen hoorzitting plaatsvindt, wordt het advies uitgebracht door de voorzitter en twee leden.

  • 5.

    De raad benoemt de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter en de leden van de commissie.

  • 6.

    De CPR onderhoudt namens de raad het contact met de commissie. Indien daarvoor aanleiding is voert de CPR jaarlijks een gesprek met de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter over het functioneren van de commissie.

Artikel 6 Secretaris

  • 1.

    Burgemeester en wethouders wijzen de secretaris aan.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders wijzen ook een of meer plaatsvervangers aan.

Artikel 7 Zittingsduur

  • 1.

    De voorzitter en plaatsvervangend voorzitter worden benoemd voor een periode van vier jaar. Een herbenoeming met éénmaal vier jaar is mogelijk.

  • 2.

    De voorzitter en plaatsvervangend voorzitter kunnen op elk moment ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de voorzitter van de raad.

  • 3.

    De leden van de commissie worden benoemd door de raad voor de duur van een raadsperiode. De leden treden af op de dag van aftreden van de gemeenteraad of als zij geen raadslid meer zijn.

  • 4.

    De leden van de commissie kunnen op ieder moment ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de voorzitter van de raad.

Artikel 8 Uitoefening bevoegdheden

  • 1. De voorzitter oefent de bevoegdheden van de hierna genoemde artikelen van de Algemene wet bestuursrecht zelfstandig uit:

    • a.

      verzoeken om een schriftelijke machtiging aan een gemachtigde (artikel 2:1, tweede lid);

    • b.

      stellen van een termijn aan de bezwaarmaker (artikel 6:6);

    • c.

      verzenden van stukken tijdens de behandeling door de commissie (artikel 6:17);

    • d.

      het afzien van het horen van een belanghebbende (artikel 7:3);

    • e.

      ter inzage leggen van het bezwaarschrift en de op de zaak betrekking hebbende stukken, dan wel toezenden daarvan aan een belanghebbende (artikel 7:4, tweede lid);

    • f.

      al dan niet op verzoek van een belanghebbende afzien van het op de hoogte stellen van het verhandelde tijdens een hoorzitting van een andere belanghebbende, voor zover geheimhouding om gewichtige reden is geboden (artikel 7:6, vierde lid).

  • 2. De voorzitter mandateert de bevoegdheden genoemd onder a, b, c, e aan de secretaris.

Artikel 9 Voorbereiding hoorzitting

  • 1.

    De voorzitter bepaalt plaats en tijdstip van de hoorzitting waarin de bezwaarmaker, eventueel andere belanghebbenden en de voorbereider van het besluit de gelegenheid krijgen hun visie toe te lichten.

  • 2.

    De voorzitter nodigt de bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbende en de voorbereider van het besluit ten minste twee weken voor de hoorzitting schriftelijk uit.

  • 3.

    Binnen drie dagen na de uitnodiging kunnen de bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden of de voorbereider van het besluit onder opgaaf van redenen de voorzitter vragen het tijdstip van de hoorzitting te wijzigen.

  • 4.

    De voorzitter maakt de beslissing op het verzoek binnen drie werkdagen na ontvangst bekend.

  • 5.

    De voorzitter is bevoegd bij bijzondere omstandigheden af te wijken van de termijnen genoemd in het tweede tot en met het vierde lid.

  • 6.

    De voorzitter kan uit eigen beweging of op initiatief van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig uitnodigen op de hoorzitting te verschijnen.

Artikel 10 Openbaarheid hoorzitting

  • 1.

    De hoorzitting van de commissie is openbaar.

  • 2.

    De deuren kunnen worden gesloten als de voorzitter of een van de aanwezige leden het nodig oordeelt of indien een belanghebbende daartoe een verzoek doet.

  • 3.

    Als de commissie naar aanleiding van het tweede lid beslist dat gewichtige redenen aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de hoorzitting verzetten, vindt de hoorzitting plaats achter gesloten deuren.

Artikel 11 Verslaglegging

  • 1. Het verslag, bedoeld in artikel 7:7 van de Algemene wet bestuursrecht bevat in ieder geval:

    • a.

      namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid;

    • b.

      zakelijke vermelding van wat over en weer is gezegd en wat verder op de hoorzitting is voorgevallen;

    • c.

      vermelding als de hoorzitting geheel of gedeeltelijk achter gesloten deuren plaatsvond of als belanghebbenden of hun gemachtigden niet in elkaars aanwezigheid zijn gehoord;

    • d.

      verwijzing naar de op de hoorzitting overgelegde stukken die aan het verslag worden gehecht.

  • 2. De voorzitter van de commissie en de secretaris ondertekenen allebei het verslag.

Artikel 12 Nader onderzoek

  • 1.

    De commissie is bevoegd nader onderzoek te doen als zij dit na afloop van de hoorzitting wenselijk acht.

  • 2.

    De uit nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden en de voorbereider van het besluit toegezonden.

  • 3.

    De bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden en de voorbereider van het besluit kunnen binnen een week na verzending van de nadere informatie schriftelijk reageren en indien gewenst aan de voorzitter vragen om een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist op dit verzoek.

  • 4.

    Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen in deze verordening die betrekking hebben op de hoorzitting, zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

Artikel 13 Raadkamer en advies

  • 1.

    De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het uit te brengen advies.

  • 2.

    De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies.

  • 3.

    Van een minderheidsstandpunt wordt in het advies melding gemaakt als die minderheid dat verlangt.

  • 4.

    Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op bezwaar.

  • 5.

    De voorzitter en de secretaris ondertekenen het advies.

Artikel 14 Uitbrengen advies en verdaging

  • 1.

    De commissie brengt het advies met het verslag en eventueel door de commissie ontvangen nadere informatie, tijdig uit aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen.

  • 2.

    Als naar het oordeel van de voorzitter de termijn van twaalf weken, genoemd in artikel 7:10, eerste lid van de Awb, onvoldoende is voor het uitbrengen van het advies en het nemen van een beslissing, verzoekt hij het bestuursorgaan tijdig de beslissing te verdagen.

  • 3.

    Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie en belanghebbenden een afschrift.

Artikel 15 Intrekking oude regeling

De Verordening inzake de behandeling van bezwaar- en beroepschriften wordt ingetrokken.

Artikel 16 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op 1 april 2026.

  • 2.

    Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening voor de behandeling van bezwaarschriften door de gemeenteraad Utrecht.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering 26 februari 2026.

De burgemeester,

Sharon A.M. Dijksma

De griffier,

Miguel Israel

Bijlage Artikelsgewijze Toelichting

Artikel 3 Vooronderzoek en informele behandeling

Informele behandeling van een bezwaarschrift betekent dat de commissie geen advies uitbrengt en dat de raad geen beslissing op bezwaar hoeft te nemen.

Dit artikel verplicht de secretaris van de commissie om bij alle ingekomen bezwaarschriften te onderzoeken of het mogelijk is om dit informeel af te handelen. Zo kan het bijvoorbeeld voorkomen dat het voor de secretaris meteen duidelijk is dat het bezwaarschrift is gericht tegen een besluit waartegen geen bezwaar mogelijk is zodat het niet-ontvankelijk zal worden verklaard. Formele afhandeling van het bezwaarschrift kost veel tijd en is dan weinig zinvol omdat de uitkomst van tevoren vaststaat. De secretaris zal hierover uitleg geven aan bezwaarmaker (en eventueel andere belanghebbenden) en vragen of bezwaarmaker zijn bezwaarschrift wil intrekken. Intrekking dient schriftelijk te gebeuren.

Het is de eigen keuze van bezwaarmaker om al of niet aan het verzoek van de secretaris te voldoen. Hij behoudt altijd het recht zijn bezwaar voor te zetten.

Artikel 5 Samenstelling en benoeming commissie

De totale adviescommissie bestaat uit zes personen: een voorzitter, een plaatsvervangend voorzitter en vier raadsleden. Bij de advisering over een bezwaarschrift zijn altijd slecht drie personen betrokken: de voorzitter of diens plaatsvervanger en twee van de leden. Dit geldt zowel voor bezwaarschriften waarbij een hoorzitting plaatsvindt (lid 2) als bij bezwaarschriften waarbij geen hoorzitting plaatsvindt (lid 4).

Het is mogelijk dat bij een hoorzitting slechts twee personen van de commissie aanwezig zijn: de (plaatsvervangend) voorzitter en één commissielid. Wel dient in dit geval het afwezige lid te worden betrokken bij het uitbrengen van het advies (lid 3).

Het afzien van een hoorzitting is mogelijk in bepaalde gevallen die in de Algemene wet bestuursrecht staan. Bijvoorbeeld omdat bezwaarmaker geen behoefte heeft aan een hoorzitting of omdat overduidelijk is dat het bezwaarschrift niet-ontvankelijk is.

De CPR onderhoudt namens de raad het contact met de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter over het functioneren van de commissie. Een gesprek vindt alleen plaats als daar aanleiding voor is. Omdat in sommige jaren heel weinig bezwaarschriften binnenkomen is het niet nodig om jaarlijks een verplicht gesprek te voeren.

Artikel 8 Uitoefening bevoegdheden

De bevoegdheden die in lid 1 onder a t/m f staan zijn bevoegdheden die volgens de Algemene wet bestuursrecht bij het bestuursorgaan (de raad) liggen dan wel bij de adviescommissie op grond van artikel 7:13. In dit artikel mandateert de raad deze bevoegdheden aan de voorzitter van de commissie. Als sprake is van bevoegdheden van de commissie dan mandateert de commissie de bevoegdheden aan de voorzitter. Dit betekent dat de voorzitter deze bevoegdheden kan uitoefenen namens de raad dan wel de commissie.

Het tweede lid bepaalt dat de voorzitter de bevoegdheden onder a, b, c en e vervolgens mandateert aan de secretaris. Dit betekent dat zowel de voorzitter als de secretaris van de commissie de bevoegdheden zelfstandig kan uitoefenen.

Artikel 9 Voorbereiden hoorzitting

Uitgangspunt is dat de commissie de verschillende partijen (bezwaarmaker, andere belanghebbenden en de voorbereider van het besluit) gelijktijdig hoort. De secretaris stuurt een uitnodiging voor een hoorzitting minimaal twee weken van tevoren aan iedereen toe. Het is mogelijk om, met opgaaf van redenen, te vragen het tijdstip van de zitting te wijzigen. De voorzitter is niet verplicht aan het verzoek gehoor te geven.

Artikel 11 Verslaglegging

Van een hoorzitting wordt een kort en zakelijk verslag gemaakt. Het is mogelijk om een opname te maken van een hoorzitting ten behoeve van de uitwerking van het verslag. Hiervoor is nodig dat alle partijen hiermee instemmen.

Artikel 12 Nader onderzoek

Het is mogelijk dat de commissie na een hoorzitting nog nader onderzoek wil doen. De commissie is daartoe bevoegd maar dient alle informatie die uit nader onderzoek naar boven komt wel toe te sturen aan alle betrokken partijen. Deze krijgen de mogelijkheid om nog schriftelijk te reageren op de later verkregen informatie. Indien zij dat nodig vinden kunnen zij verzoeken om nog een nieuwe (aanvullende) hoorzitting te organiseren.

Artikel 13 Raadkamer en advies

De commissie streeft naar uniformiteit bij het uitbrengen van het advies. Indien de meningen verschillen geldt de stem van de meerderheid. Aangezien een advies altijd wordt uitgebracht door drie personen kunnen de stemmen niet staken. De secretaris van de commissie stelt het advies namens de commissie op. De secretaris maakt geen deel uit van de commissie en kan niet meestemmen. De secretaris is wel aanwezig bij de nabespreking van de zitting en kan mee discussiëren over de strekking van het advies. Formeel heeft de secretaris echter geen stem.

Degene die een minderheidsstandpunt heeft kan deze mening laten opnemen in het advies. Van deze mogelijkheid moet terughoudend gebruik gemaakt worden omdat de commissie bij voorkeur eenheid uitstraalt.

Artikel 14 Uitbrengen advies en verdaging

Als sprake is van een adviescommissie op grond van artikel 7:13 Awb dan bedraagt de wettelijke termijn waarbinnen het bestuursorgaan (in dit geval de raad) op een bezwaarschrift moet beslissen 12 weken. Het is mogelijk de termijn éénmaal te verdagen (verlengen) met zes weken zodat de wettelijke termijn 18 weken is.

Als de raad zich niet houdt aan de wettelijk termijn dan kan bezwaarmaker een beroep doen op de Wet dwangsom bij niet tijdig beslissen. Het raad is dan een dwangsom verschuldigd die kan oplopen tot een bedrag van € 1442,-

De wettelijke termijn van 18 weken is alleen van toepassing als de raad de termijn van 12 weken daadwerkelijk verdaagt. De beslissing tot verdaging dient plaats te vinden voordat de termijn van 12 weken verstreken is. Vanuit praktische overwegingen is het raadzaam om de beslissing tot verdaging te mandateren aan de griffier.